vrijdag 25 februari 2022

Vogels hebben hun beste (veren)pakje aan

Hoewel langzaam, begint er toch wat te veranderen in de natuur. Op een frisse ochtend zag ik baltsende wilde eenden en nijlganzen in het park. Hun verenkleed is nu voorzien van stralende kleuren. Ook een grote bonte specht en gaai lieten zich prima bekijken terwijl ze rustten en zich verzorgden. Pigmenten (kleurstoffen) in vogelveren hebben een dubbele functie. Ze zorgen (natuurlijk) voor kleur, maar ook voor stevigheid of wendbaarheid van de vleugels. Haviken en sperwers moeten goed kunnen manoeuvreren tussen bomen in het bos, vaak zelfs in snelle vlucht. Hun handpennen (vleugelpunten) hebben weinig pigment waardoor ze heel wendbaar zijn. Tijdens achtervolgingen raken ze niet meteen beschadigd bij botsingen. Zwart pigment geeft de meeste stevigheid, witte meeuwen hebben daarom vaak donkere vleugelpunten. Overigens hebben vogels die dichter bij de evenaar leven meestal een donker verenkleed, omdat dat beter beschermt tegen ultraviolette straling. 

Wat betreft de kleur zien we twee effecten: bepaalde kleuren helpen om makkelijker prooien te vangen en verder dienen kleuren om te pronken richting het andere geslacht. Wat dat prooien vangen betreft: kerkuilen zijn variabel van kleur, van wit tot bruinig. In lichte nachten, bij volle maan, vangen de witte kerkuilen meer muizen dan de donkere, terwijl de laatsten meer geluk hebben bij de jacht in donkere nachten.

Deze kerkuil zal in lichte nachten meer prooien vangen
Foto: Andy Chilton andyc - CC0, wikimedia

Voor het paarseizoen veranderen veel vogels van kleur, meestal door hun veren te wisselen. Soms is hun prachtige voorjaarskleed echter een versleten winterkleed. Spreeuwen hebben in het koude seizoen een wit gespikkeld verenjasje. Gedurende de winter slijten de witte puntje af en zien we de paarse, groene en blauwe metallic kleuren op hun donkere veren. Bij de vink, kneu en huismus slijten de veren niet geleidelijk maar breken ze af op een speciale breuklijn. Zo krijgen mannetjes huismussen ineens een zwarte borstvlek die heel belangrijk is in de rangorde.

Tenslotte zijn er ook nog vogels die make-up gebruiken om hun verenkleed te verfraaien. Lepelaars en grote zaagbekken maken in hun stuitklier gelig vet aan, waar ze hun borst mee insmeren. Met deze 'foundation' worden ze extra aantrekkelijk voor de vrouwtjes. 

Klik hier om het filmpje van deze week te bekijken. 




vrijdag 18 februari 2022

Wandelend bos en planten we de juiste bomen?

Winterbos

De titel is geen typefout. Hoewel ik het filmpje van deze week maakte terwijl ik wandelde in het bos, gaat het hier over een idee van ARK Natuurontwikkeling: het wandelend bos. In de strijd tegen klimaatverandering wil Nederland de komende tien jaar 185 miljoen bomen planten, dat is ongeveer 37.000 hectare extra bos, 10% meer dan we nu hebben. Nu kun je op zo'n oppervlakte 'gewoon' wat jonge aanplant in de grond jassen, maar het is beter om daar eens goed over na te denken. Volgens ecologen planten we namelijk in Nederland massaal verkeerde bomen aan. Maar 2 tot 3% van de Nederlandse bossen bestaan uit inheemse bomen die voldoende wild en gevarieerd zijn. 

Zo kan de essentaksterfte, veroorzaakt door een Aziatische schimmel, snel om zich heen grijpen omdat veel essen in Nederland zijn aangeplant en te weinig genetische variatie hebben om zich te weren tegen deze boomziekte. De essen zijn allemaal kopieën van elkaar en hebben daardoor dezelfde afweer of, in dit geval, gebrek er aan. 

Soms lijkt een boom of struik inheems, zoals de sleedoorn. Die komt van nature in ons land voor, maar langs wegen zijn op grote schaal Zuid-Europese varianten aangeplant. Die zijn anders 'geprogrammeerd' qua bloeiperiode omdat het in die streken eerder lente is. Ze bloeien dus in februari, maar dan zijn onze insecten nog niet actief. Ik wist eigenlijk niet beter meer dan dat de sleedoorn zo vroeg bloeide. Hier in de polder tonen ze hun bloemenpracht al vroeg. Vorig jaar filmde ik in april langs de zandpaden van mijn jeugd de bloesem bij Neerbeek (klik hier om dat filmpje te bekijken). Behalve de kersenbomen stond daar ook de sleedoorn in bloei. Dat vond ik erg laat, maar feitelijk zijn dat echte wilde sleedoorns die voor Nederland op het juiste moment bloeien. Daar moeten we heel zuinig op zijn.

Tenslotte worden er ook bomen aangeplant die weliswaar Nederlands zijn, maar niet van nature voorkomen in een bepaalde biotoop of bostype. Dat verstikt de laatste restjes wild bos, waar boomzaden van heel andere soorten naar binnen waaien. Als bomen op de verkeerde plek worden aangeplant, kunnen ze bovendien de toenemende droogteproblematiek in de Nederlandse natuur verergeren.

Het wandelende woud, bron ARK Natuurontwikkeling

De ecologen van ARK pleiten er dus voor om niet zomaar bomen toe te voegen, maar na te denken over een meer natuurlijke situatie voor bebossing. Een natuurlijk bos is voortdurend in beweging. Boomzaden ontkiemen, jonge boompjes worden opgegeten of groeien uit tot grote bomen, die sterven af, waarna er weer plek ontstaat voor nieuw bos. In een natuurlijke situatie ‘wandelt’ een bos. Er ontkiemen bomen aan de bosrand of op een open plek, losgewoeld door wilde zwijnen, waar vogels zaden hebben verstopt of uitgepoept. De jonge boompjes worden deels weer opgegeten door grote grazers. Op plekken waar die grazers niet komen, groeien de bomen uit tot bos, omdat er stekelstruiken staan of wolven of lynxen op de loer liggen. Na vele decennia of soms zelfs eeuwen, valt een boom weer om, door storm, brand, ziekte of ouderdom. Het dode hout is een rijk gevuld buffet voor allerlei schimmels en insecten als het vliegend hert. Op de opengevallen plek groeien kruiden, struiken en uiteindelijk wellicht weer bomen.

Een wandelend bos trekt bepaald geen sprintje. Bosranden kun je in de loop van 2 of 3 jaar zien oprukken. De overgang van grasland, via ruigte en struweel naar bos zie je in 20 of 30 jaar gebeuren. Met de hele cyclus tot volgroeid bos ben je zo 200 of 300 jaar verder. Dus door nu beter na te denken over het aanplanten van al die bomen, zorgen we er niet alleen voor dat er meer CO2 wordt vastgelegd, maar ook dat de bossen aantrekkelijker worden voor het hele ecosysteem. En dan wordt een boswandeling geen saaie wandeling meer tussen eentonige vlaktes met dennenbomen maar een struintocht door gevarieerde natuur. Op de tekening van ARK Natuur kun je bekijken hoe dat er uit ziet. De tekening kun je gratis downloaden via hun webwinkel

In het filmpje van deze week spelen de kale winterbomen de hoofdrol in twee minibiotoopjes die in heempark Zegersloot zijn nagebootst: eiken/beukenbos en een stukje moerasbos met wilgen. Klik hier om het filmpje te bekijken. 

Heb je mijn bomenfilm nog niet gezien en heb je wel interesse? Op 22 maart gaan we 'm nog een keer vertonen in De Vlinder.  



vrijdag 11 februari 2022

Winterse mysteries en de winnaar

Een korte struintocht door het park aan het eind van een zonnige middag leverde gevarieerde plaatjes op. Het meest levendig waren de wintermuggen, die dansten tussen de spinnendraden. In het tegenlicht zagen ze er feeëriek uit. Het zijn echte winterspecialisten, ze zwermen als de zon in het koude jaargetijde voor een beetje warmte zorgt. Temperaturen rond het vriespunt vormen geen belemmering. Het zijn onopvallende beestjes als ze op een plant of struik gaan zitten, maar als de zon door hun lange, tere vleugels schijnt, zijn ze nauwelijks te missen. Je kunt ze op veel plaatsen tegenkomen, zelfs in je achtertuin. Wintermuggen steken overigens niet. De larven leven in het strooisel en eten rottend plantaardig materiaal. 

Van de acht soorten wintermuggen die in Nederland voorkomen zijn er twee algemeen. Op de foto hieronder zie je de trichocera regelationis, ook wel dooimug genoemd. 

Dooimug
Foto: Martin Cooper from Ipswich, UK - wikimedia

Dooimuggen dansen boven donkere oppervlakken (waar de sneeuw is weg gedooid). Die zag ik in het park. Dan zijn er nog de sneeuwmuggen (trichocera hiemalis), die dansen juist boven sneeuw. Feitelijk dansen ze boven alle witte oppervlakken, want ook als je een witte handdoek of een vel papier in je tuin legt zullen de sneeuwmuggen zich hier verzamelen. 

Sneeuwmug 
Foto: James Lindsey at Ecology of Commanster, wikimedia

Waarnemer J. Mart. Duiven zag zelfs eens hoe een zwerm sneeuwmuggen boven zijn witte kat (op ongeveer anderhalve meter erboven) vloog. Sprong de kat weg, dan verdween de zwerm, om zich later opnieuw te groeperen boven het kattenlijf. Waarom de wintermuggen zo gehecht zijn aan een witte of donkere ondergrond hebt ik nergens kunnen vinden. Dat blijft voorlopig een mysterie.

De zon begon onder te gaan, ik besloot nog even over de dijk te lopen om van de zonsondergang te genieten. In het water dobberde een lege wijnfles. Ondanks dat dit afval hier niet hoorde, was het een mooi gezicht hoe hij langzaam langsdreef. Even verderop lag een roos in het water. Toen kwam er nog een mysterie bij: dreven die twee objecten hier toevallig samen of hoorden ze bij elkaar? Waren het de restanten van een romantische bijeenkomt? En was die goed afgelopen of juist niet? Ik zal het nooit weten.

Bekijk het filmpje van deze week door hier te klikken met onder andere de dansende wintermuggen, bungelende hazelaarkatjes en een mooie zonsondergang. Ben je nieuwsgierig wie de winnaar is van de actie van vorige week? Lees dan onder het filmpje nog even door. 



En de winnaar is...

In mijn blog van vorige week stelde ik een jaarabonnement op De Natuurgids beschikbaar voor één van mijn lezers. De gelukkige winnaar is Nellie van Bekkum. Het abonnement is inmiddels geregeld, dus ik wens haar het komende jaar veel lees- en natuurplezier en wellicht ook wandelplezier bij een bezoek aan het mooie Limburgse land. Rond half maart valt het eerste nummer bij je in de bus Nellie.  

vrijdag 4 februari 2022

Meditatief momentje en een winactie!

Februari is een maand van wachten, vind ik altijd. Echt winter wil het vaak niet meer worden, afgezien van uitzonderingen (zoals de flitswinter van vorig jaar), maar veel loos is er nog niet. De behoefte om naar buiten te gaan is er wel, en vaak neem ik dan toch het statief met camera mee onder de arm. Deze keer hoefde ik nauwelijks meer te doen dan de straat over te steken. Na een grijze ochtend brak de zon door en scheen in het water. De duttende eendjes langs de waterkant staken met hun silhouetten scherp af tegen het reflecterende licht. Als er een watervogel langs zwom, maakte het water prachtige vormen van reflecterend riet en bomen. Echt een meditatief momentje.

Een meditatief momentje

Afijn de lente laat nog even op zich wachten voordat er uitbundig gebaltst en gepaard gaat worden. Toen ik materiaal las over partnerkeuze bij vogels voor mijn blog van afgelopen week viel mijn oog in het boek 'Wat maakt vogels zo interessant' op de vraag 'Hebben vogels een penis'? Ik wist dat ze die niet hebben, maar wat ik niet wist, was dat het ooit wel zo was (volg je de formulering nog? :)). Ooit hadden vogels een uitwendige penis dus, maar tijdens de evolutie zijn de meeste mannetjesvogels die kwijtgeraakt. Dit uitsteeksel leverde extra weerstand op tijdens het vliegen, dus zonder zijn ze gestroomlijnder. Verder zit er volgens het boek ook nog een 'me-too'-kant aan het geheel. Vrouwtjes willen graag controle over het mannetje met wie ze paren. Een uitwendige penis maakt de kans op ongewenste paring groter. Er zijn nog vogels met een inwendige penis die ongewenste paring makkelijker maakt, maar de vrouwtjes van die soorten water- en loopvogels kunnen zaad van de ongewenste partner naar een doodlopend deel van de endeldarm loodsen. Van de tienduizend vogelsoorten hebben er nog maar zo'n driehonderd een penis. Bij de 9700 andere soorten hebben man en vrouw een multifunctionele cloaca (een Latijns woord dat heel oneerbiedig 'riool' betekent). Die wordt gebruikt om te paren, eieren te leggen en voor de ontlasting en urine. 

Parende grauwe ganzen
Voor de paring springt of vliegt het mannetje op het vrouwtje, pakt haar bij de nekveren vast en flappert met de vleugels om in de juiste positie te komen en te blijven. Het vrouwtje buigt haar staart opzij zodat de man zijn cloaca tegen de hare kan brengen. Door extra bloedtoevoer zwelt die wat op waardoor hij ondiep in de vrouwelijke cloaca wordt gebracht. Dat alles neemt maar weinig tijd in beslag. De foto van de parende grauwe ganzen komt uit een filmpje van een eerder blog. Klik hier om dat filmpje, inclusief de paring nog eens te bekijken. Na de paring wordt er nog om elkaar heen gedraaid en gebadderd.

Na de paring

In het filmpje van deze week is geen paring te zien, maar silhouetten en spiegelingen om even te mijmeren over de komende lente :). Bekijk het filmpje door hier te klikken. Lees nog even door onder het filmpje: maak kans op een gratis jaarabonnement op De Natuurgids. 


Win een gratis jaarabonnement op De Natuurgids
Zoals ik in een eerdere blog (klik hier) al eens schreef lees ik het tijdschrift De Natuurgids, uitgegeven door vrijwilligers van IVN Limburg. Het full colour blad bestaat in 2022 zestig jaar. Om het blad te steunen geef ik één jaarabonnement cadeau (8 nummers) aan de derde lezer van mijn blog die zich via e-mail bij mij meldt (klik hier voor informatie over mijn e-mailadres). Zet in de titelbalk de tekst 'Winactie Natuurgids'. Vermeld je volledige naam en het adres waar de Natuurgids bezorgd kan worden. Het cadeau-abonnement stopt automatisch na één jaar. Via deze link kun je de inhoud van het laatst verschenen nummer bekijken. Interesse? Stuur me dan een mail! De gegevens in je e-mail worden alleen gebruikt voor deze actie. Ik vernietig alle mails zodra de gelukkige winnaar bekend is en zijn/haar adresgegeven zijn doorgegeven aan De Natuurgids voor het abonnement. 


vrijdag 28 januari 2022

Sjansende halsbandparkieten

Hoewel het nog winter is, zijn er toch al wat signalen dat er iets verandert in de natuur. Koolmezen en pimpelmezen laten hun baltszang al weer horen. Bij koolmezen is dat een pompend liedje en wat pimpelmezen zingen wordt wel vergeleken met een zilveren belletje. Het was alweer een winderige dag toen ik het Weteringpark inliep. De zon piepte tussen de voortjagende wolken door. De wind rukte flink aan de takken van de wilg waarin kauwtjes zich verzameld hadden. 

Halsbandparkietman verleidt vrouwtje met voedsel

Even verderop hoorde ik het gekrijs van de halsbandparkieten die steeds talrijker worden in het parkje. Een mannetje deed pogingen om een vrouwtje te naderen. Ze snoepten van de boomknoppen en het mannetje (de halsband leek zich als een lichte ring af te tekenen) voerde het vrouwtje. Bij veel vogelsoorten voeden mannetjes het vrouwtje in de baltstijd, maar ook later tijdens de broedperiode en als de jongen nog klein zijn. Zoals ik eerder schreef in mijn blog over de parende wilde eenden speelt voedsel een belangrijke rol bij de paarvorming van vogels. Vrouwtjes baseren hun partnerkeuze op de kracht en vitaliteit van mannetjes. Hoe dat getoond wordt, verschilt per soortgroep. Bij zangvogels speelt krachtige en gevarieerde zang een rol. Vrouwtjes lijken hier 'te vallen' voor liedjes die ze als jong gehoord hebben. De niet-zingers moeten hun vitaliteit anders aantonen en doen dat met een kleurrijk, glanzend verenpak plus een helder gekleurde snavel en poten. Soms is er sprake van een combinatie: pimpelmezen kunnen imponeren met hun zang, maar ook met extra witte wangen en een blauw petje dat veel UV-licht weerkaatst. Bij de mussen geldt ook 'hoe witter hoe fitter', maar dan betreft het de vleugelstreep. Ook symmetrie speelt een rol. Bij boerenzwaluwen is vastgesteld dat mannetjes met ongelijke staartpunten minder populair zijn. 

Voor alle soorten geldt dat het mannetje over een voedselrijk territorium moet beschikken en moet aantonen dat hij in staat is veel en goed voedsel te verzamelen. Voor de vrouwtjes is een legsel eieren een fysieke uitputtingsslag, niet zelden moeten ze een dubbele portie eten om gewicht te bufferen voor het maken van de eieren. Vrouwtjes stemmen het aantal eieren dat ze leggen af op de hoeveelheid voedsel die het mannetje aandraagt in de paartijd. Ik ben benieuwd of het halsbandparkietvrouwtje vindt dat het mannetje genoeg zijn best doet :). Bekijk hun capriolen in het filmpje van deze week door hier te klikken

Lees onder het filmpje nog even door want daar vind je alle informatie over de nationale tuinvogeltelling die dit weekend plaatsvindt. Alle hulp is welkom en het kost maar een half uur van je tijd!


Dit weekend is de jaarlijkse nationale tuinvogeltelling, doe je mee? Via deze link lees je er alles over. Deze handige invullijst geeft een mooi overzicht van de vogels die je in je tuin tegen kunt komen. Als je meer wilt leren over tuinvogels dan kun je je via deze link opgeven voor een gratis online tuinvogelcursus.

Doe je mee aan de tuinvogeltelling?


vrijdag 21 januari 2022

Oog in oog met de torenvalk

Mijn wens is om nog eens de Reeuwijkse Plassen vast te leggen bij een mooie zonsopgang in de winter, wanneer veel watervogels de plassen bevolken. Dat was nog steeds niet gelukt, maar op basis van de weersvoorspelling besloten we het er nog maar eens op te wagen. In het donker vertrokken we richting Reeuwijk. Achter ons was de lucht helder, maar in het oosten hing een dikke laag bewolking die onder invloed van de wind voortjoeg in het zwerk. Ik legde de blauwgrijze wolkenmassa vast in de hoop dat de zon er doorheen zou breken, maar dat was ijdele hoop.... De zon deed af en toe haar best maar meer dan wat flauwe zonnestralen en een paar 'gouden' momentjes leverde het niet op. Op de plassen dobberden flinke aantallen smienten, tafeleenden en kuifeenden, maar minder dan andere jaren. Toen bezochten we de plassen in een periode van vorst; als de sloten bevroren zijn trekken de vogels naar dieper water, zoals de Reeuwijkse Plassen waar het water open blijft. Ook in de weilanden zagen we minder ganzen dan anders. Een mooie waarneming betrof een torenvalkje op een hek in het weiland. Het was een mannetje; die onderscheiden zich van de vrouwtjes door een leigrijze kop en staart, het verenkleed van de vrouwtjes kenmerkt zich door uitsluitend bruine tinten. Hij zat er erg op zijn gemak en leek geen haast te hebben. Misschien hij zijn dagelijkse rantsoen van vijf muizen vandaag al te pakken of zat hij moed te verzamelen om op jacht te gaan.

Torenvalken eten het liefst (veld)muizen 
en hebben er gemiddeld vijf per dag nodig
Tekening: Jos Zwarts, CC BY-SA 4.0, wikimedia

Hij keek ons met een priemende, geïnteresseerde blik aan, maar ik kon de camera laten snorren zonder hem te verjagen. In verhouding tot de kop zijn de ogen heel groot, ze zijn zijwaarts gericht voor een breed blikveld. Omdat de ogen zo groot zijn dat er bijna geen spieren meer bij kunnen in de oogkas zitten de ogen klem in de kas en bewegen ze niet. Wij kunnen naar links en rechts kijken door onze ogen te bewegen, vogels moeten daarvoor hun (wendbare) kop draaien. Het oog van de torenvalk is erg bol, hierdoor zien ze een kleiner deel van de omgeving, maar wel ontzettend gedetailleerd. 

Torenvalk, man te herkennen
aan de grijze kop en staart

Net als bij mensen hebben vogels staafjes (voor het zien van licht en donker) en kegeltjes (voor het zien van kleuren) in hun ogen. De kegeltjes van vogels zien ook ultraviolet licht, dat voor mensenogen onzichtbaar is. Muizenurine reflecteert UV-licht, dus dat is voor torenvalken een mooi middel om hun prooien op te sporen. Muizen zijn gewoontedieren: ze nemen altijd dezelfde paadjes en markeren die met urine. Enkele momenten per dag komen ze uit hun holletjes en dan zijn ze even actief boven de grond. In de winter komen ze minder vaak naar 'boven' dan in de zomer, vaak alleen om zich te ontlasten. Dus dan is het geduldige wachten van een torenvalk een slimme strategie. Hoe feller het UV-licht (dat de valken zien zoals wij rood en paars zien), hoe dichterbij is het muisje. Het torenvalkje speurde niet naar de grond maar nam de omgeving in zich op. We lieten hem lekker zitten en maakten het wandelrondje langs de plassen af. Aan het eind zagen we nog een poetsende brilduiker. Over dit mooie eendje schreef ik al eens eerder een blog (klik hier). 

Bekijk het filmpje met Hollandse wolkenpartijen, de torenvalk en overwinterende eenden door hier te klikken




vrijdag 14 januari 2022

Twee uurtjes winter

Rijp op brandnetels

Tot op heden hebben we twee uurtjes winter gehad. Eind vorig jaar was het net voor zonsopgang gaan vriezen en ik moest er snel bij zijn, want de dooi trad rap in op plekken waar de zon scheen. Even genieten van de heerlijke 'crispy' sfeer van vorst! De hemel was blauw en boven het water steeg waterdamp op. In tegenlicht zweefde het langzaam weg en omhulde een vissende aalscholver, wilde eenden en een stelletje nijlganzen in hun fraaie verlovingskleed. Even later kwam de aalscholver uit het water en ging op het eilandje in een boom zitten met zijn vleugels wijd gespreid. Dat doet-ie om zijn veren te drogen. Om diep en lang te duiken hebben deze vogels geen waterafstotende vetlaag rond hun veren. De baarden aan hun veren staan betrekkelijk ver uit elkaar, zodat binnendringend water vrij spel krijgt en alle lucht verdwijnt. Met hun doorweekte verenpak is er minder opwaartse druk en kunnen ze makkelijker onder water blijven. Nadeel is wel dat ze naderhand hun veren moeten föhnen :). Met gespreide vleugels drogen ze hun veren in zon en wind. 

Aalscholver droogt zijn veren

De vraag is dan natuurlijk of hun veren niet bevriezen in een koude winter als ze zo lang nat blijven. Dat schijnt erg mee te vallen; zo nu en dan klapperen met de vleugels is voldoende om ijsvorming tegen te gaan. 

Al voor de kerst zagen we aalscholvers op de nesten zitten bij de Geerplas in Langeraar. Dat lijkt elk jaar weer een tikje vroeger te gebeuren. Veel aalscholvers brengen tegenwoordig in Nederland twee nesten groot; één in februari en één in april. Zoals uit de beelden blijkt overwinteren ze hier ook. Uit het boek Nederlandsche Vogelen begreep ik dat dat vroeger niet zo was. De aalscholvers overwinterden volgens de inzichten destijds in IJsland en kwamen in februari of maart pas naar ons land. Ze broedden toen maar éénmaal per jaar. In maart en april begon de nestbouw en de broedtijd was vier weken. Als een deel van het legsel werd weggehaald, bleven de aalscholvers eieren leggen tot het aantal was aangevuld. Een raar experiment zul je zeggen, maar dat kwam door de broodbakkers. Die hadden ontdekt dat aalscholvereieren de beste eieren waren om beschuit mee te maken! Als de eieren uitgekomen waren, werd een deel van de jongen gedood en verpatst aan 'de gewone man' om op te eten. Tegenwoordig broeden de aalscholvers vooral in bomen, maar de waarnemingen in het boek betreffen nesten op riet en biezen in het water. Jaar op jaar kwam er een nieuwe laag grassen en drek bij. Voor mensen was het niet mogelijk daar over te lopen, maar met een bootje er langs varen kon natuurlijk wel. De auteur heeft zijn beschrijving gebaseerd op waarnemingen in de Wolle foppen-polder. Ik heb eens nagezocht waar die was en dat blijkt bij Rotterdam te zijn. Volgens het archief van het Hoogheemraadschap van Schieland: 'de polder Wollefoppen werd opgeheven bij Statenbesluit van 12 november 1873, nr. II, goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 15 december 1873, nr. 20, en opgenomen in de bedijking en droogmaking van de polder Prins Alexander'. Ik heb twintig jaar gewerkt in een kantoorgebouw in die polder (er is tegenwoordig ook een groot winkelcentrum: Alexandrium). Dat leefgebied is voor de aalscholver verloren gegaan. Maar eieren rapen en jongen om zeep helpen is er niet meer bij, want zoals alle Nederlandse vogels zijn aalscholvers bij de wet beschermd. Ik vond deze prachtige prent van de Wolle foppenpolder op internet uit het archief van de Universiteit van Amsterdam (klik hier), gemaakt rond 1770. Ik zie een grote groep lepelaars op vergelijkbare lage nesten zitten. De donkere vogels die zwermen op de achtergrond zijn misschien de hier beschreven aalscholvers. De prent is gemaakt door Cornelis Nozeman, die ook meewerkte aan Nederlandsche Vogelen. Een prachtig kijkje in het verleden! 

Geniet even van een sprankje winter in het heden in het filmpje van deze week door hier te klikken.





vrijdag 7 januari 2022

Herkauwende damherten en een 'kip van het bos'

Na de kerstdagen hadden we even zin om naar buiten te gaan. Volgens de weerapp zou de mist tegen het middaguur optrekken en regen was pas in de avond voorspeld. We besloten nog eens naar de Amsterdamse Waterleidingduinen te gaan. We waren niet de enige, maar we konden nog één van de laatste parkeerplekjes bij de ingang Panneland bemachtigen. De mist was - in tegenstelling tot de voorspelling - nog niet opgetrokken en gaf een mysterieuze sfeer aan het bos. Op een van de bomen groeide een verse zwavelzwam. Voor de eik was dat niet zo'n goed nieuws, want dit is een parasitaire soort. Zodra er ergens een gaatje in de schors van de boom komt kunnen sporen van de zwavelzwam zich daar nestelen. De schimmel gaat groeien en groeit in het kernhout. Dat is dood hout maar belangrijk voor de stevigheid van de boom. Omdat de sapstroom van een boom zich in het spinthout bevinden en niet in het kernhout, kan de boom het nog wel enige tijd uitzingen. Op de langere termijn ontstaat er bruinrot in de boom en zullen er takken uitschuren omdat deze niet sterk genoeg meer zijn. De gewone zwavelzwam is eetbaar en wordt door de Engelsen ook wel 'chicken of the woods' (kip van het bos) genoemd. Dat heeft niks met de vorm of kleur van de paddenstoel te maken, maar met de smaak. 

Gewone zwavelzwam, chicken of the woods

Vanuit het druk bezochte bos liepen we verder de duinen in. We zien er vaak vogels die de winter op het water in dit gebied komen doorbrengen zoals wilde zwanen, zaagbekken en brilduikers. Vandaag was het erg rustig op de kanalen; er dreven hier en daar alleen gewone soorten zoals meerkoeten, wilde eenden en kuifeenden. De damherten, en dan met name de mannetjes met hun mooie geweien waren echter alom tegenwoordig. Ze waren druk met eten, en sommige herten lagen rustig te herkauwen tegen de hellingen van de duinen. Van de biologieles vroeger kon ik me nog vaag iets herinneren over de vier magen van een herkauwer. Maar hoe dat precies werkt wist ik niet meer. Dus daar ben ik weer eens ingedoken. Het begint natuurlijk allemaal met het voedsel van de dieren. Damherten eten uitsluitend plantaardig voedsel. Ze voeden zich met grassen, biezen en kruiden, aangevuld met jonge (boom)bladeren, dennen- en sparrennaalden, bessen, eikels, beukennoten, granen, wortelen en 's winters schors, hulst en heide. Plantaardig voedsel, met name de houtachtige delen daarin, zijn moeilijk te verteren. Als wij mensen gras zouden eten dan kregen we krampen, verstopping of diarree maar zouden uiteindelijk de grasprop weer uitpoepen zonder dat het ons voedingswaarde oplevert. Ook voor dieren is het verteren van gras een uitdaging, maar zij maken gebruik van hulptroepen: in drie van hun vier speciale magen, vooral in de enorme pens, leven miljarden bacteriën en eencellige diertjes (samen wel 10 miljard per cc!), die al die ruwe celstof bevattende plantendelen wél kunnen verteren. Een tweede probleem van het eten van gras door mensen is de slijtage van onze tanden: gras bevat veel silica, een schuurmiddel dat snel tanden afslijt. Grazende dieren hebben tanden die zijn aangepast om voortdurend te groeien, waardoor de versleten tandoppervlakken snel worden vervangen. Waarschijnlijk hadden onze verre voorouders wel steviger tanden en een ander darmstelsel waardoor ze grassen beter konden verteren. 

Herkauwend damhert

Afijn, dat herkauwen, hoe werkt dat precies? Herkauwers hebben vier zogeheten "magen": de pens, de netmaag, de boekmaag en de lebmaag. De eerste drie zijn voormagen, de lebmaag is de echte maag. Een herkauwer kauwt het eten eerst oppervlakkig, waarna het in de netmaag en de pens terechtkomt. Dit vertraagt de passage van het voedsel door het maag-darmkanaal, waardoor het voedsel in de netmaag/pens tijd krijgt om langer 'voor te verteren'. In de netmaag en pens leven bacteriën, die de (voor zoogdieren normaal gesproken niet goed verteerbare) cellulose uit de celwanden van planten afbreken tot glucose. De gevormde glucose (suikers) eten de bacteriën zelf op; in dat proces komen vetzuren en eiwitten vrij die weer nuttig zijn voor de herkauwer. 

Na 20 tot 45 minuten gaan het grofvezelige materiaal als spijsbrokken terug naar de mond, waar het fijngemalen en vermengd wordt met speeksel. Dit duurt 50 tot 70 seconden per spijsbrok. Bij terugkeer in de magen gaan de fijndelige materialen via de netmaag naar de boekmaag. De netmaag heeft aan de binnenzijde een netvormige structuur, de boekmaag heeft aan de binnenzijde bladen zoals in een boek. Tussen de bladen van de boekmaag worden de spijsbrokken uitgeperst. Deze vloeistof gaat als eerste naar de lebmaag, waarna langzaam de spijsbrok volgt. De maagsappen werken hier op de voedselbrij in voor de verdere vertering.

Vier magen van herkauwers: m=slokdarm, v=pens, n=netmaag,
b=boekmaag, l=lebmaag, i=twaalfvingerige darm. Bron: wikimedia

Vloeibaar voedsel dat niet herkauwd wordt, gaat direct naar de lebmaag. Omdat jonge dieren alleen melk drinken voor hun voedselvoorziening, hebben ze een grote lebmaag, die 75 tot 80% van de totale maaginhoud beslaat. De eerste drie magen worden nog niet gebruikt en zijn nog niet uitgegroeid. Langzaam worden deze drie magen groter en kan het jonge dier wat vast voedsel gaan eten. Uiteindelijk is de pens uitgegroeid tot ongeveer 75% van de totale maaginhoud.

De herten in het duin krijgen met hun voedsel van gras en bladeren veel zand binnen. Hoe tandenknarsend gaan zij door het leven? Iedereen die wel eens een hap zand op het strand binnenkreeg weet dat dat geen pretje is, dat bovendien enorm schuurt aan de tanden. Niet bepaald iets om lekker nog eens te herkauwen. Ook daar heeft de natuur een oplossing voor: de stukjes zand en gruis gaan niet naar de bovenste magen (waar het voedsel dat herkauwd wordt in terecht komt). Kleine stukjes zoals de zandkorrels gaan meteen door naar de lagere magen en worden dan meteen in de spijsvertering opgenomen. 

Inmiddels was de mist naadloos overgegaan in regen. De weerapp had ons verkeerd voorgelicht. Maar we waren lekker buiten geweest en druipnat maar voldaan keerden we huiswaarts.
Bekijk het filmpje van damherten in de mist door hier te klikken (vergeet niet de resolutie met het radertje op 4K te zetten).






vrijdag 31 december 2021

Knotwilgen in gouden licht

Oerhollandse knotwilgen in het winterlicht

Vanuit mijn werkkamer zag ik een prachtige zonsopgang. Mijn eerste vergadering zat er om 9.15 uur al op en de volgende was pas om 11 uur. Ik had de gelegenheid om even te spijbelen en met mijn camera het park in te lopen. Dat uurtje zou ik aan het eind van de dag wel inhalen, als het toch al donker was. Toen ik het park in liep kwam de zon net boven de huizen uit en dat was spectaculair: een golf van gouden licht sijpelde tussen de bomen door en vormde Jakobsladders. Bij de vijver stoomde het water omhoog en de nevel kreeg door de zon een kopergouden kleur. 'n knotwilg omarmde de zon in haar kroon. Wilgen vormen een uitgebreide familie, met zo'n driehonderd soorten. Het zijn snelle groeiers, met licht en zacht maar taai hout. Wilgenbomen kunnen tot wel 100 jaar worden en tijdens hun leven zorgen ze voor veel nakomelingen. De meeste wilgen doen dat zowel door het afwerpen van takken, die vervolgens wortel schieten als via het overvloedige, pluizende zaad dat soms centimeters dik naast de bomen ligt en ook wel zomersneeuw wordt genoemd. Wilgen werpen vooral takken af die te veel in de schaduw komen: aan de voet van de tak ontstaat een breekbare plek en de wind zorgt ervoor dat de tak losgerukt wordt van de boom. Het pluizige zaad zweeft op de wind en bij de landing zorgt de kuif van haren er voor dat het zaad met de voet omlaag landt. Zo valt het zaad meteen in de aarde. De zaden kiemen snel, maar verliezen hun kiemkracht al binnen enkele dagen, soms zelfs binnen enkele uren. Dus veel zaad gaat verloren, althans om nageslacht voor de boom te maken. 

Een knotwilg omarmde de zon in haar kroon

Knotwilgen vormen geen aparte soort, het zijn schietwilgen die door mensenhanden in een bepaalde vorm zijn gesnoeid. Als de mens zich niet bemoeit met een schietwilg, groeit de soort uit tot een hoge boom met een smalle, gesloten kroon. Het hout is geschikt voor het maken van klompen, die bijzonder duurzaam zijn. Meer nog werden de wilgen gebruikt voor hout zonder dat de hele boom werd omgezaagd, het zogenaamde geriefhout: de schietwilg werd op 2 meter hoogte afgezaagd en ontwikkelde zo de knobbel waaruit vele takken groeiden. Die werden gebruikt voor het vlechten van manden, als staken voor schuttingen en in de moestuin (bonenstaken) en de minder bruikbare takken werden gestookt in de kachel. Tegenwoordig is het knotten van wilgen vooral nog een taak voor vrijwilligers die deze kenmerkende landschapselementen voor de ondergang behoeden. Schietwilgen horen bij de zogenaamde 'griendwilgen', die van nature in het winterbed van de grote rivieren voorkwamen. Ze zijn beter dan welke Nederlandse boom aangepast aan het natte milieu met lange en korte perioden van overstromingen. De smalle gestroomlijnde bladeren en de taaie takken worden niet snel door de stroom afgerukt. Als de stammen worden beschadigd door ijsgang, groeien er aan de voet talrijke nieuwe zijtakken. 
Wilgen zijn enorm belangrijk als voedselbron in het voorjaar; ze bloeien als er nog weinig voedsel te halen is voor insecten. Mannelijke katjes bevatten veel stuifmeel en een beetje nectar, de vrouwelijke bloemen zijn vooral rijk aan nectar. Als er verschillende wilgensoorten bij elkaar groeien, dan bieden ze insecten gedurende een lange periode voedsel omdat ze allemaal op verschillende tijden bloeien. Eerst komt de boswilg in bloei, vervolgens de Duitse dot, grauwe wilg, katwilg, bittere wilg, geoorde wilg, amandelwilg, kruipwilg en de kraakwilg. De schietwilg en de laurierwilg sluiten de rij. Hommels en vliegen zijn de belangrijkste bestuivers van wilgen. Hoewel honingbijen de wilgen veel bezoeken, hebben zij een taakverdeling die bestuiving in de weg staat. Er zijn stuifmeelhaalsters: werksterbijen die alleen de mannelijke bomen bezoeken en de honinghaalsters die zich op de vrouwelijke bomen concentreren. Over een week of 5-6 komen de eerste hommelkoninginnen weer te voorschijn. Tot die tijd moeten we het nog doen met kale bomen en hopelijk wat sprankjes zon. Ik kan niet wachten tot de lente zich aandient....

Bekijk het filmpje met gouden winterlicht door hier te klikken.


In mei 2018 schreef ik een blog over de wilgenhoutrups, die kun je lezen door hier te klikken

vrijdag 24 december 2021

Al weer een jaar voorbij


Rond de kortste dag van het jaar moet je uitslapen om de zonsopgang te kunnen filmen :). Ik was die dag al om vijf uur wakker, maar buiten zag je geen hand voor ogen. Eerst maar wachten op de krant, douchen en toen was het eindelijk tegen achten en kon ik er op uit. De zon ging pas om kwart voor negen op, maar vaak kleurt de lucht voor die tijd al mooi roze dus het loont om er ruim op tijd naar toe te gaan. Het was half bewolkt, dus ik had goede hoop dat het een mooie zonsopgang zou worden. Om tien uur stond in de weerapp al weer een wolkje zonder zon. Maar voor nu: so far so good. Ik wist een plekje tussen Aarlanderveen en Alphen aan den Rijn met een mooi slootje en bruggetje en besloot daar mijn geluk te beproeven omdat daar goed zicht zou zijn op de opkomende zon. De lucht kleurde oranjeroze, en er waren mooie spiegelingen in het water. Naarmate het lichter (en ietsje warmer) werd steeg er een beetje nevel op boven de velden. Dat zag er fraai uit met de molens van de viergang erbij. Op één van de molenwieken zag ik in de verte een enorme stip. Ik dacht nog even 'zee-arend', maar toen ik inzoomde zag ik wat het echt was: één molenaar had een kerstboom op de bovenste wiek bevestigd :). 

Toen de zon boven de horizon rees kleurde het landschap goudgeel. Bij het bruggetje ontstond een klein mistwolkje en het landschap zag eruit zoals de schilders van de Haagse School aan het eind van de negentiende eeuw Hollandse landschappen schilderden. Ik aapte het zoveel jaren later na met een 4k-camera. Tijden veranderen, maar de natuur blijft altijd een inspiratiebron.

Ik wens je fijne feestdagen en een goed begin van 2022. Ik hoop je na de jaarwisseling weer te kunnen inspireren om de natuur in te gaan en er met verwondering in rond te kijken. Tot in het nieuwe jaar!

Voor een zen-momentje tijdens de kerstdagen kun je het filmpje bekijken door hier te klikken.