woensdag 29 april 2026

Stinzenplantjes en een Harlekijn

We wandelden onlangs de nachtegalenroute door Voornes Duin, vanaf de parkeerplaats bij de Tenellaplas. Het begon meteen goed met een flinke hoeveelheid stinzenplantjes die uitbundig bloeiden. Stinzenplantjes zijn van oorsprong niet inheems in ons land. Ze worden aangeplant op buitenplaatsen om het vroege voorjaar op te fleuren. Op zo'n buitenplaats kunnen ze zich zelf behoorlijk vermeerderen. We zagen de gulden sleutelbloem, boshyacintjes en hier en daar een hartbladzonnebloem.

Gulden sleutelbloem

Boshyacinten

Boshyacint met hartbladzonnebloem

We vervolgden onze tocht langs weitjes met pinksterbloemen en het bos stond vol met daslook. De lichte knoflookgeur zweefde tussen de bomen. 


Daslook

De afwisselende wandeling bracht ons in meer open duingebied richting zee. Na een zonnige start betrok de lucht en donkere wolken pakten zich samen. Er kwam niet meer dan wat gespetter uit de lucht, maar de vogels hielden zich koest. "Hoezo nachtegalenwandeling", zei ik nog - maar ik sprak voor mijn beurt. In het struikgewas (vooral duindoorn) bij het strand stonden we even stil op een strategische plek: we hoorden van drie kanten nachtegalen zingen, drie territoria die hier een beetje overlapten. 

Teruggekomen bij de Tenellaplas zei ik tegen mijn man: "we kijken nog even of de Harlekijnen al bloeien in de heemtuin". Deze orchidee is er altijd als één van de eerste bij en je kunt 'm zien bloeien vanaf half april. Ik ben in het algemeen van de soortenkennis maar mijn man is de echte speurder. We waren nauwelijks door het hekje van de heemtuin gelopen, of hij had al een exemplaar van de harlekijn gespot.

Binnen één minuut gespot: de harlekijn

Dat deze orchidee zo vroeg bloeit, komt door een combinatie van biologische eigenschappen en omgevingsfactoren. De harlekijn is genetisch geprogrammeerd om vroeg in het seizoen te bloeien, vaak tegelijk met een andere vroege bloeier - de mannetjesorchis. Op die manier hebben deze twee soorten minder last van concurrentie van andere planten bij het aantrekken van bestuivers. En ze kunnen optimaal gebruikmaken van de vroege voorjaarszon! 

Na kieming duurt het drie tot acht jaar voordat de harlekijn gaat bloeien. In die jaren investeert de orchidee in een sterk en gezond ondergronds wortelstelsel met knollen. Hierdoor kan de plant vroeg in het voorjaar snel energie mobiliseren voor bloei. Bij het uitblijven van een strenge winter, bloeit de soort vaak nog eerder. Harlekijnen groeien in schrale graslanden en kalkrijke gebieden die in het voorjaar snel opwarmen, en ook dat stimuleert de bloei. 

De harlekijn is te herkennen aan de paars-roze bloemen met een geaderd 'kapje' (helm) over de bloem.

Nu we eenmaal 'n exemplaar hadden gevonden keken we nog eens goed rond en we vonden tientallen van deze mooie orchideetjes in bloei. Dat was een mooie afsluiting van de wandeling. 



zaterdag 25 april 2026

Kleine fuutjes: veilig achterop

Pinguïndans van futen

Aan het einde van een wandelrondje door het park hoorde ik in de sloot achter het riet het hoge gepiep van futenkuikens. Ik had de futen eerder zien baltsen door middel van het schudden van hun kop maar wist niet dat ze al een nest hadden gemaakt en eieren hadden uitgebroed. Het baltsritueel van futen is een mooi gezicht. Behalve het kopschudden kunnen ze ook de zogenaamde pinguïndans doen. Hierbij halen beide vogels wier op van de bodem en stijgen hoog op uit het water. Al watertrappelend strekken ze hun lijf en nek zo ver als maar mogelijk is. Ik had dat nog nooit 'live' gezien, tot we onlangs een fietstochtje maakten langs de bollenvelden. In een slootje zagen we futen kopschudden en we stapten even af om de balts te bekijken. Op een gegeven moment begonnen de fuutjes wier op te duiken. Ik pakte snel mijn camera, maar het was nog een heel gezoek om de vogels te lokaliseren door de lens. De foto's zijn niet geweldig maar ze geven een indruk van die mooie pinguïndans.


Afijn, ik hoorde dus die kuikens piepen in het park en liep over het bruggetje naar een plek waar ik het gezinnetje kon zien. Drie jonkies liftten mee op de rug van vader of moeder. De zon was net verdwenen achter een dik wolkendek, maar ik besloot om toch even mijn camera op te halen. Door het matige licht en de sterke zoom die ik nodig had, zouden de beelden niet optimaal worden, maar dit tafereel was erg leuk om vast te leggen. 

Veilig achterop

Zo'n meeliftoptie is tamelijk bijzonder in het vogelrijk. Behalve van futen ken ik het alleen van zwanen. Voor de kleintjes heeft dit allerlei voordelen. Jonge fuutjes in hun gestreepte pyjamakleed zijn een makkelijke prooi voor roofvissen zoals snoeken en vogels zoals meeuwen en reigers. Op de rug van een ouder zitten ze veilig.

De kuikens koelen snel af in het koude water, want hun temperatuurregeling is nog niet helemaal ontwikkeld. Tussen moeders veren zitten ze warm en droog. Bovendien besparen ze energie omdat ze niet hoeven te zwemmen. 
De ouders duiken diep naar vis. De jonkies op de rug 'duiken' gewoon mee en kunnen niet verdrinken en verdwalen tijdens zo'n tochtje onder water. 


Je zou denken dat dit ook een handige bescherming zou zijn voor jonkies van andere watervogels zoals wilde eenden. Maar die hebben een andere overlevingsstrategie: zij zoeken het meer in aantallen. Waar een fuut slechts 3-4 eieren legt, heeft een wilde eend een groot nest van soms wel twaalf eieren. Eenden calculeren de verliezen in, als het ware. Het verenkleed van jonge eendjes is direct na het uitkomen beter bestand tegen water. Ze kunnen bovendien meteen goed zwemmen en zelf voedsel zoeken. En moeder kan tijdens het foerageren een oogje in het zeil houden omdat ze haar eten aan de oppervlakte vindt. Ze hoeft niet te duiken. 

Ik heb een tijdje staan filmen want de kleine fuutjes haalden allerlei capriolen uit. Twee begonnen een gevecht op moeders (of vaders) rug en de kleinste van het stel deed telkens verwoede pogingen om weer op de rug van de ouderfuut te klimmen. Je kunt het meebeleven door mijn filmpje te bekijken.


Een paar dagen later zag ik deze wilde eendenmoeder zwemmen met acht kleintjes in haar kielzog. Ze scharrelden vrolijk rond en ik moest onwillekeurig denken aan de afvalrace... Hoeveel kuikens zouden er over een week nog zijn?



woensdag 22 april 2026

Bloemetjes die boven je hoofd groeien

Raapzaad kleurt bermen en taluds

De noordenwind is nog behoorlijk fris, maar de zonnewarmte zorgt op dit moment voor een explosie van groei en bloei. Bermen en taluds kleuren goudgeel door de raapzaadbloemen. In combinatie met de blauwe lucht levert dat een spetterend voorjaarsbeeld op. Die gele bloemen springen meteen in het oog, maar daarnaast zijn er nog miljarden bloemen aan het bloeien waar bijna niemand naar omkijkt. Daarom vandaag een oproep om eens te letten op de bloemen die boven je hoofd groeien: tussen het gebladerte van de bomen. Tip: klik op de foto's in het blog om ze in een betere resolutie te zien

Veldesdoorn bloemen

Het zijn niet zulke opvallende verschijningen maar de groene tuiltjes van de veldesdoornbloemen zien er uit als een kanten omlijsting van de takken. Veldesdoorn is éénhuizig, dat wil zeggen dat de mannelijke en vrouwelijke bloemen aan één plant zitten. Interessant aan deze struik is dat de bloemen zowel mannelijk (alleen meeldraden), vrouwelijk (alleen een stamper) als tweeslachtig (zowel meeldraden als stampers in één bloem) kunnen zijn. Op de bodem van het bloemetje ligt een ringetje nectar, dat graag opgesnoept wordt door insecten in deze tijd van het jaar. De veldesdoorn komt van nature voor in Limburg, maar is in veel bossen en plantsoenen aangeplant dus je kunt 'm overal tegenkomen.

Een geïmporteerde boom is de gewone esdoorn. Die komt oorspronkelijk voor in Zuid- en Midden-Europa. Waarschijnlijk zijn er in late Middeleeuwen exemplaren naar Noordwest-Europa gebracht. Ook deze boom vind je veel in parken en groene buurten. Waar bij de veldesdoorn de bloemetjes omhoog wijzen, bungelen die van de gewone esdoorn aan een trosje omlaag. In één tros kunnen mannelijke, vrouwelijke en steriele bloemen voorkomen. 

Gewone esdoorn

Bij de eik springen de bungelende mannelijke katjes het meest in het oog. Eiken zijn rond hun veertigste jaar voortplantingsrijp en gaan dan enorme hoeveelheden eikels dragen. Daarvoor is natuurlijk eerst bestuiving nodig. De katjes hebben minuscule bloemetjes - honderdduizenden per boom - en die vallen op omdat ze in een katje bij elkaar zitten. 

Eikenkatjes

Om een eikel te produceren zijn ook vrouwelijke bloempjes nodig. Net als bij de hazelaar zijn de vrouwelijke bloempjes van de eik piepklein. Na bestuiving groeien hieruit de eikels. 

Vrouwelijke eikenbloempjes
Foto: Dimìtar Nàydenov - Own work, CC BY-SA 4.0, Wikimedia

De bloei van de eik is niet elk jaar hetzelfde. Gemiddeld bloeit een eik om de 2 tot 5 jaar overvloedig. In zo'n "mastjaar" kan een volgroeide boom honderdduizenden tot miljoenen bloemen produceren om uiteindelijk duizenden eikels te kunnen vormen. In zo'n mastjaar kunnen alleen al op de Veluwe een kleine vijf miljoen kilo eikels uit de bomen vallen, zoals ik eerder in deze blog beschreef. 

Ook de beuk heeft mastjaren en zogenaamde beurtjaren waarin er minder bloei en dus beukennootjes worden geproduceerd. Ik zag bij de beuken onlangs flink wat 'kwastjes' tussen de bladeren hangen. Hier komen straks de mannelijke bloemetjes uit.

Beuk met bungelende mannelijke bloempjes

Mannelijke beukenbloemetjes met meeldraden
Foto: Rasbak - Own work, CC BY-SA 3.0, Wikimedia

De vrouwelijke bloempjes staan wat meer verstopt en zitten dichter op de steel. Zij moeten het stuifmeel opvangen dat de kwastjes al wapperend in de wind hebben vrijgegeven.  

Vrouwelijk bloempje van de beuk
Foto: Stefan.lefnaer - Own work, CC BY-SA 4.0, Wikimedia

Ga de komende dagen eens wandelen met je neus omhoog en je blik gericht op de boomtakken. Hopelijk vind je dan deze verborgen schatten tussen het gebladerte. Op laaghangende takken kun je met een loepje aan de slag, maar dat levert ongetwijfeld vragen op van passanten :). De boom vindt het vast niet erg als je in dat geval een bloemetje meeneemt om thuis te bestuderen. Op miljoenen bloemen wordt er ééntje niet gemist. 

donderdag 16 april 2026

Zingende putter

Koolmees in het ochtendlicht

Ik was vanmorgen vroeg in de tuin te vinden: de zon geeft al voldoende warmte om op een beschut plekje te kunnen ontbijten. Mijn oog viel op het silhouetje van een koolmees in het ochtendlicht, maar mijn gehoor registreerde iets anders. De zang van een putter! In de winter hoor ik ze vaak in groepjes overvliegen. Hun 'babbelende' roepjes zijn dan niet te missen. Ze foerageren met tientallen vogels samen en elzenzaden zijn hun favoriet. Nu zaten er twee in de boom van de achterburen, en het mannetje - te herkennen aan meer rood op de kop - liet een heerlijke zang horen. Bij de meeste vogelsoorten zingen alleen de mannetjes, maar bij putters is dat anders. De vrouwtjes zingen ook, maar minder gevarieerd en minder luid dan de mannetjes. 

Bij het mannetje van de putter loopt de rode kopvlek door tot achter de ogen

Meer dan 10 jaar geleden zag ik in het najaar een puttertje haar jong voeren in onze tuin. Dat filmpje heeft toen nog de uitzending van Vroege Vogels gehaald in de rubriek 'Zelf geschoten', maar de prijs ging aan mijn neus voorbij. Ik moest het afleggen tegen een opname van een zeearend die een vis pakte. Daar kan een putter met zonnebloempitten niet tegenop :). Nu hoop ik dat deze putters besluiten om in één van de drie groene tuinen van mij en mijn buren een nestje te maken. 

Ik had eigenlijk geen idee hoe putters nestelen. In ieder geval niet in nestkasten, dat wist ik wel. Het broedseizoen begint deze maand en loopt tot september. De putters broeden vaak in losse groepen, lees ik. Aan het eind van de winter zoekt het mannetje een geschikte nestplaats, meestal in een open bos of in een vrijstaande boomgroep. Het nest wordt alleen door het vrouwtje gemaakt, het mannetje houdt haar enkel gezelschap. Doorgaans is het nest binnen een week klaar.

Vrouwtjesputter: de rode kopvlek loopt tot het oog. 
Foto: Pierre Dalous - Eigen werk, CC BY-SA 3.0, Wikimedia

Bij voorkeur bouwt de putter het nest aan het einde van een dunne tak, enkele meters boven de grond. Het nest is gemaakt van mossen en korstmos en wordt met spinrag aan de takken bevestigd. De binnenzijde van het nest is relatief diep, zodat de eieren er bij hevige wind niet uit kunnen rollen. Dat lijkt me een knus nestje op die manier, maar ik zou bij harde wind niet graag aan het eind van een tak zwiepen als net geboren putter..... Aan de andere kant is zo'n dunne tak een goede bescherming tegen eksters en kraaien. Ze hebben geen houvast om de eieren uit het nestje te plunderen. 

Putternest met jongen
Foto: bukk - own shot, CC BY-SA 3.0, Wikimedia

Het vrouwtje broedt de lichtblauwe, bruin gespikkelde eitjes in elf tot veertien dagen uit. Beide ouders voeren de nestlingen met zaden en insecten. Als ze opgroeien krijgen ze steeds minder insecten en bestaat hun dieet alleen nog maar uit zaden.  
Een week of twee nadat ze uit het ei zijn gekropen vliegen de jongen uit. Ze worden dan nog ruim een week door de ouders gevoerd. Daarna vliegen ze in troepen rond en wijden de ouders zich aan het tweede broedsel. Per jaar worden meestal twee, maar soms drie legsels grootgebracht.

Terwijl ik dit blogje schrijf hoor ik het gezang van de putter weer onder mijn raam. Ik heb het vanmorgen gefilmd, dus je kunt het bekijken en beluisteren in dit filmpje, samen met nog een paar andere tuinobservaties. Duim je mee dat er een putternestje in mijn tuin komt? 

zaterdag 11 april 2026

Wespentaille

Studieobject: wesp

Op de grond van de werkkamer vond ik een dode wesp. Waarschijnlijk was die ergens uit gevallen bij het opruimen van de kast. Wespenkoninginnen worden pas in april actief waardoor ik er van uitging dat het geen insect van dit voorjaar kon zijn. Ik bekeek het enigszins gehavende diertje (het borststuk was kapot) en verbaasde me opnieuw over de wespentaille: hoe kan zo'n lijfje functioneren met zo'n smal middel! Ik haalde mijn binoculair tevoorschijn om de details te kunnen bekijken. Het leek me een gewone wesp en maakte voor de zekerheid een foto met ObsIdentify - die de determinatie bevestigde. Als je bovenop het borststuk kijkt lopen er twee gele 'bretels' vanaf de kop in een V-vorm naar buiten. Dat is een kenmerk van de gewone wesp. Eén van die strepen zat op het beschadigde deel van het borststuk, de andere zie je op onderstaande foto. 

Kop van de gewone wesp

De voelsprieten van de gewone wesp zijn zwart en hebben meerdere geledingen. Zij vormen een belangrijke verbinding met de buitenwereld; de wesp gebruikt ze om te tasten en te ruiken. Bij mannetjeswespen zijn de uiteinden van de voelsprieten vaak licht gekromd.
Een wesp heeft twee grote samengestelde ogen. Elk samengesteld oog bestaat uit duizenden hele kleine ogen die elk gericht zijn in een andere richting. Ondanks de grote ogen zien wespen niet scherp. Ze navigeren vooral door hun omgeving te onthouden. 
Behalve de grote ogen aan de zijkanten van de kop, hebben wespen nog drie kleine oogjes. Die zitten bovenop hun kop, de drie bolle puntjes die in een driehoekje staan op onderstaande foto. Die zogenaamde ocelli zijn enkelvoudige ogen en ze nemen alleen licht en donker waar, zo krijgt de wesp een indruk van de lichtintensiteit. Op deze foto zie je ook de gele strepen op het borststuk beter, links zoals-ie hoort te zijn en rechts 'gebroken'. Door de vergroting van het binoculair viel me op dat de wesp hariger is dan ik dacht. De foto's zijn genomen met de vergrotingsstand op 20x.

Een wesp heeft twee facetogen en drie ocelli

Na het bekijken van het borststuk kwam ik dus op die wespentaille uit. Omdat het borststuk beschadigd is, kun je het niet helemaal goed zien. Maar dat het smal is, is overduidelijk. Het smalle, steelachtige "taille"-gedeelte bij insecten zoals wespen (mieren hebben het ook) tussen het borststuk en het achterlijf heet een petiolus. Deze insnoering scheidt het borststuk met spieren voor poten/vleugels van het achterlijf, dat een functie heeft bij de spijsvertering en de voortplanting. Die taille was moeilijk in beeld te krijgen. Ik heb het licht in het binoculair van onder laten schijnen, zodat je het in silhouet ziet. Een superkleine verbinding!

Wespentaille

Deze taille heeft een aantal voordelen voor de wesp. Allereerst is de wesp goed gestroomlijnd, zeker in vergelijking met de plompere bouw van bijen en hommels. Door de wespentaille is het beestje ook extreem wendbaar tijdens het vliegen en jagen. En tenslotte kan zij (alleen de vrouwtjes hebben een angel) door die wendbare taille haar steekwapen optimaal inzetten als het nodig is: ze kan nauwkeuriger en krachtiger steken. Dat doet ze trouwens alleen uit zelfverdediging, een wesp zal niet zo snel 'zo maar' aanvallen. 
Mannelijke wespen hebben geen gifangel en kunnen dus niet "steken" zoals vrouwtjes (werksters/koninginnen) dat doen. Ze missen het aangepaste legboor-orgaan dat als angel dient. Mannetjes kunnen echter wel verdedigend optreden door met hun scherpe genitaliën (penisstekels) te prikken, dat kan alsnog onprettig aanvoelen. 

Achterlijf

Bij werksters en koninginnen komt de angel uit het onderste deel van het achterlijf. Anders dan bij bijen hebben wespen geen weerhaakjes aan de angel. Ze kunnen de angel dus onbeschadigd intrekken en er een volgende keer weer mee steken. 

Na het maken van de foto's besloot ik het binoculair nog even te laten staan om te kijken of ik nog iets gemist had in de observatie. En ja, aan het vooraangezicht van de kop kun je zien of je te maken hebt met een werkster, mannetje (dar) of een koningin. Dus nog maar een foto gemaakt van de kop, ingeklemd tussen twee watjes om het dode diertje in de juiste positie te krijgen :).

Vergelijk de foto maar eens met de onderstaande plaatjes, gemaakt door Josef Dvorak voor de wespenstichting. Kun jij zien wat ik voor wesp gevonden heb? Laat het me weten in het commentaar! Kom je er niet uit, laat het dan ook weten met een berichtje, dan help ik je aan het antwoord :). 



Dar (m)


Zo dat was een heel betoog naar aanleiding van een gevonden wesp! Succes met het raadsel :).