Posts tonen met het label grote bonte specht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label grote bonte specht. Alle posts tonen

dinsdag 27 januari 2026

Vijf vogelgeluiden die je in februari al kunt horen

Zonnige koude dagen en druilerige milde dagen wisselen elkaar af. Persoonlijk heb ik liever zon en vorst dan zo'n grijze dag met temperaturen boven nul, want de winter lijkt op zulke dagen extra lang te duren. In de middag zie ik al weer een streepje zon in onze tuin op het noorden. Dat is een teken dat de dagen merkbaar lengen en dat de lente in het verschiet ligt. Nu is ook de tijd om je oren te spitsen want een vijftal vogels kun je in deze tijd van het jaar al horen zingen. Ik heb de uitleg deze keer geïllustreerd met de prachtige tekeningen van Jos Zwarts, die je kunt bekijken en downloaden op Wikimedia. 

Zanglijster
Tekening Jos Zwarts, zie link bovenin dit blog

Een van de vroegste zangers in het jaar is de zanglijster. Vlak na oud en nieuw is-ie al vaak te horen. Dit jaar werd de eerste waarneming gerapporteerd op 15 januari. Ooit meenden we een nieuwe vogelsoort te hebben ontdekt voor onze lijst, want we herkenden de zang niet. Toen we de opname aan een vogelexpert lieten horen merkte hij droogjes op: "dat is een zanglijster die nog niet helemaal bij stem is". Ook vogels moeten dus blijkbaar hun keel smeren om in het voorjaar goed voor de dag te komen. Je hoort de vogel zingen in onderstaand filmpje, je hoort de zanglijster vanaf 4 minuut 19.

Eerdere blogs over de zanglijster vind je via deze link


 

Een andere vogel die er altijd vroeg bij is, is de heggenmus (geen familie van die tjilpers in je tuin).

Heggenmus
Tekening: Jos Zwarts, zie link bovenin dit blog

Ik kon geen informatie vinden over de eerste waarneming van zijn zang in dit jaar, maar ik heb 'm zelf al gehoord en ook op onze voedertafel gezien. 

Zijn heldere zang, een riedeltje dat hij steeds herhaalt, hoor je in onderstaand filmpje vanaf 11 seconden.

Meer informatie over de heggenmus lees je in deze blogs.


Twee mezen die je vooral op zonnige, voorjaarsachtige dagen kunt horen, zijn de koolmees en de pimpelmees. 

Koolmees
Tekening: Jos Zwarts, zie link bovenin het blog

De koolmees met zijn zwarte petje en dito 'stropdas' (bij vrouwtjes is die streep smaller) zingt zijn pompende liedje meteen aan het begin van dit filmpje.


Als je nu een nestkastje ophangt kun je misschien in de lente getuige zijn van koolmeesjes die druk bezig zijn met broeden en het voeren van hun nageslacht. Wij hebben dat menigmaal mogen aanschouwen en één keer is het (met veel geduld!) gelukt om dat ook te filmen. Dat kun je mee beleven in het filmpje bij dit blogje

De pimpelmees is kleiner dan de koolmees en heeft een verenpak met prachtige azuurblauwe kleurtjes. 

Pimpelmees
Tekening: Jos Zwarts, zie link bovenin het blog

Het ijle belletje van dit vogeltje klinkt helder tussen de kale bomen, zoals je in bijgaand filmpje hoort vanaf 1 minuut 46.


De blauwe veertjes van de pimpelmezen reflecteren UV-licht, dat de vogels kunnen zien (maar mensen niet). Hierdoor ervaart de partner het petje als nog stralender blauw. Meer over de verleidingskunsten en pimpelvrouwtjes die het niet zo nauw nemen met de echtelijke trouw lees je in dit blog.  

Tenslotte is februari de maand waarin je geroffel kunt horen. Grote bonte spechten zitten elkaar achterna en op boomtakken en -stammen wordt flink geroffeld om de verleidingskunsten kracht bij te zetten.

Grote bonte specht
Tekening: Jos Zwarts, zie link bovenin het blog

In februari is dat op veel plaatsen te horen, maar sommige spechten zijn er vroeg bij. De eerste roffel werd dit jaar al op 8 januari gemeld. Bekijk en beluister de roffelende specht in het filmpje bij 4 minuut 40.


Meer blogs over de grote bonte specht vind je hier.

Hoor jij één van deze vogels de komende dagen? Ik vind het leuk als je dit laat weten onder dit blog; welke vogel heb je gehoord en waar?

zondag 24 augustus 2025

Als de heide bloeit...

Struikheide

In september 2021 schreef ik een blog over de toen rijk bloeiende heide, met de vermelding dat er in Zuid-Holland alleen in de Zilk een plukje heide groeit. Ik kreeg daarop een reactie van een trouwe bloglezer dat er nòg een heideveldje is in onze provincie. Het ligt goed verstopt en is beperkt toegankelijk. Achter landgoed Ockenburgh in Den Haag mogen dagelijks niet meer dan 75 mensen het Natura 2000 gebied Solleveld betreden. Ik nam mij voor daar eens te gaan kijken. Ik herinner me dat we dit een paar jaar geleden van plan waren, maar op de ochtend dat we wilden gaan waren de kaartjes al uitverkocht. Dan raakt zoiets in het slop en voor je het weet zijn we vier jaar verder. In augustus waren we in Drenthe en zagen heide die nog nèt niet op zijn top was qua bloei. Terug in de randstad besloten we dat het nu tijd werd om Solleveld eens op te zoeken in de hoop op een mooi paars veld. Wijs geworden door de eerdere ervaring besloten we op tijd kaartjes te kopen. Op vrijdagavond was het weekend al volgeboekt maar voor onze vrije maandag konden we nog een ticket bemachtigen. Eenmaal op landgoed Ockenburgh was het even een zoekplaatje waar we precies naar toe moesten. Er staan geen bordjes; we moesten het doen met het globale plattegrondje op de site. Maar toen we het eenmaal hadden gevonden zagen we een paar prachtige stukjes heide in volle bloei. 

Heide in Solleveld

Solleveld is een kwetsbaar natuurgebied dat beheerd wordt door Dunea. Zij zorgen ook voor de drinkwaterwinning in het gebied middels een aantal infiltratieplassen. De natuur wordt er al 50 jaar gemonitord (samen met een paar andere duingebieden in Zuid-Holland). Als je hier meer over wilt weten kun je het magazine Holland's Duinen gratis online lezen via deze link

Tot en met 1 september zijn delen van het gebied nog afgesloten i.v.m. het broedseizoen. Maar voor de heide was het niet slim om zolang te wachten. We konden dus maar een beperkt deel van het gebied bekijken. Alleen al de heide maakte het de moeite waard. Het is bovendien de plek in Nederland waar eiken het dichtst bij de zee groeien.

In Solleveld groeien eikenbomen het dichtst bij zee

Ondanks de kleine oppervlakte en het relatief frisse weer (we misten het gezoem van insecten boven de naar nectar geurende heide) was er toch van alles te zien. Tussen de heide bloeiden teunisbloemen: het felle geel van de bloemkelken contrasteerde mooi met de paarse struikjes. Teunisbloemen komen oorspronkelijk uit Noord- en Zuid-Amerika, maar zijn inmiddels ingeburgerd in ons land. Het geslacht is verwant aan het wilgenroosje (met paarsroze bloemen). Teunisbloemen zijn nachtbloeiers en openen de bloemen 's avonds in de schemering. Dat gaat razendsnel: van knop tot bloem in een paar minuten. Ze verwelken de volgende dag maar 's avonds gaan al weer nieuwe bloemen open. Een plant kan op die manier wekenlang bloeien en ze trekt veel nachtvlinders aan. 

Teunisbloemen bloeien kort maar de bloemen volgen elkaar snel op.
Deze bloeiende bloemen halen de avond niet.

In de eiken zagen we niet alleen de steeds dikker en groener wordende eikels maar ook een logé: de knikkergalwesp. Deze verraadde zijn aanwezigheid door harde bruine balletjes in de zomereik. De galwesp legt haar eitje in de bladoksels, waarna de boom met bepaalde stoffen geprikkeld wordt tot het vormen van groene bolvormige gallen. Hierin zit het eitje en later de larve van de wesp. De gal biedt zowel voedsel als bescherming aan de larve. Eind augustus- begin september kruipt de galwesp door een op een houtworm lijkend gaatje uit de inmiddels hard en bruin geworden gal. De gal kan na het verlaten van de galwesp aan de boom blijven zitten. Deze galnoten zijn rijk aan looizuur en vormen de basis voor ijzergallusinkt, een historische zwarte inkt die werd gemaakt door het extract van de galnoten te mengen met ijzersulfaat en een bindmiddel zoals Arabische gom. Op de foto zie je in de bovenste gal het uitsluipgaatje van de galwesp.

Knikkergallen

Bij een plas zagen we een aalscholverkolonie waar de nesten inmiddels niet meer gevuld waren met jonge vogels. De aalscholvers zaten te rusten of gingen op zoek naar vis op in het water. Toen we er langs liepen rook het meer naar vis dan in de Scheveningse haven :). Onder de nesten maar ook op ander struikgewas zagen we de witte uitwerpselen van deze vogels, die zo zuur zijn dat de bomen er van dood gaan.

Aalscholvers
  
Witte uitwerpselen van aalscholvers

In het gebied staan ook wat naaldbomen. Van één vogel zagen we eerst een vraatspoor voor we 'm live zagen. Uit de dennenappels op deze foto heeft een specht de zaden gegeten. Hij klemt ze tussen twee takken en pikt er nogal slordig op los. De leeggegeten kegels liggen op een hoopje onder de boom.

Spechtensmidse

Even verderop zat de 'dader'. Aanvankelijk verstopte de vogel zich achter de stam van de den, maar na een tijd doodstil wachten liet-ie zich zien. Zijn rode petje betekende dat we te maken hadden met een jonge grote bonte specht. Grote bonte spechten hebben altijd een rode stuitvlek. Mannetjes hebben daarnaast een rode nekvlek en vrouwtjes niet. Alleen de jonkies hebben (dus tijdelijk) een rode vlek op de kop, waardoor je ze eventueel kunt verwarren met de middelste bonte specht, die altijd een rode pet heeft (maar er verder toch anders uitziet). 

Jonge grote bonte specht

Terwijl we terug liepen langs de heide zag ik een bloemetje dat ik lange tijd niet heb gezien. Ik herinner me dat we met de onderwijzer van de 5e klas (tegenwoordig is dat groep 7) naar buiten gingen tijdens de biologieles. Hij vroeg wie er wist hoe dat plantje heette. Dat wist ik wel want we noemden dat bloempje in de volksmond 'pispotje'. Hij glimlachte en zei: ik denk dat de officiële naam anders is. En dat is zo: de plant staat te boek als de akkerwinde. Het is familie van de grotere haagwinde met witte pispotjes (zo worden ze ook tegenwoordig nog genoemd zag ik op internet), die in mijn tuin woekert en die ik niet wegkrijg :(.

Akkerwinde tussen struikheide

Op een oude eikenstam zagen we nog een zwavelzwam. Dat herinnerde mij eraan dat als de heide bloeit de herfst in aantocht is....

Zwavelzwam


woensdag 17 februari 2021

Boomkruipers, spechten en mensen onderzoeken hout

Het weer is de laatste weken grillig. Toen ik - begin februari - voor deze blog het park in liep, leek het of de lente zowat ging beginnen. Er was weliswaar nachtvorst geweest, maar de vogels hadden duidelijk het voorjaar in hun bol. Toen had ik nog geen een idee dat er een winterweek met strenge vorst ging komen. Ondanks de hinder in het verkeer hebben we daar ook veel lol aan beleefd en heb ik flink wat sneeuwfilmpjes gemaakt. Daarom deze extra editie over begin februari, zodat je zaterdag het eerste sneeuwfilmpje kunt zien. Dat wordt ook raar, want uitgerekend in het weekend wordt het erg warm voor de tijd van het jaar. 

Grote bonte spechten roffelen al vanaf februari

Die dag begin februari zaten grote bonte spechten elkaar achterna in de populieren, een stuk of vijf spechten vlogen van boom naar boom en voor het eerst in dit seizoen klonken om mij heen spechtenroffels. In de hoge bomen was het nog knap lastig om de beestjes in beeld te krijgen; je hoort de roffels wel op een bepaalde plek maar dan zijn de grote bonte spechten toch minder groot dan je zou hopen :). Op een gegeven moment kreeg ik er een in het vizier. Een vrouwtje (zonder rode kopvlek zoals de mannetjes) had een dode tak ontdekt en roffelde er op los. Tussendoor peuterde ze een lekker hapje uit een spleet. Niet alleen de spechten waren druk met het onderzoeken van hout op voedsel en geschikte roffeltakken. Ook boomkruipers waren heel actief en flirterig. Eentje ging vlak voor me op een stam zitten en onderzocht de bemoste plekjes op verscholen insectjes; het roze tongetje flitste snel uit en in de snavel. 

Ook mensen onderzoeken hout; om te kijken of een boom niet ziek is en nog stevig staat of om te beoordelen of een boom al kaprijp is en goede planken zal opleveren. Onlangs las ik over een heel bijzonder onderzoek: aan de hand van DNA kan onderzocht worden waar antieke planken vandaan komen, bijvoorbeeld uit oude gebouwen of scheepswrakken. De regio waar hout van zulke monumenten vandaan komt wordt vanouds in kaart gebracht aan de hand van jaarringonderzoek. Er is een soort database van de ontwikkeling van jaarringen in bomen in bepaalde landen op de verschillende continenten. Voor kleine stukjes hout, bijvoorbeeld in gebruiksvoorwerpen, is die methode minder geschikt omdat de jaarringen daarin moeilijk te onderscheiden zijn. Nu is daar (a)DNA onderzoek bij gekomen (de (a) staat voor ancient = oud). Hierbij wordt gekeken naar de genetische ouders van de bomen.

Sinds de middeleeuwen is hout een belangrijk bouwmateriaal voor de alsmaar groeiende bevolking in Europa. Aanvankelijk bouwde men met hout uit de omgeving, maar als dat op raakte haalde men dat hout uit andere streken. Drijvend in rivieren of per boot werden de stammen aangevoerd, zelfs van andere continenten. Eikenhout was daarbij het meest populair. Onderzoekers hebben met de (a)DNA-methode eens uitgezocht waar hout voor bepaalde oude gebouwen vandaan kwamen: een 17e eeuws houten huis in Denemarken (plaatjes A en B in onderstaand figuur), een 650 jaar oude kerkdeur uit Riga (Letland) (plaatje C) en een 700 jaar oud scheepswrak dat in de Oostzee voor de kust van Noord-Duitsland is gevonden (plaatje D). Op onderstaand plaatje kun je zien waar het hout vermoedelijk vandaan kwam. Het gele blokje is de plek van het houten monument, de groene cirkels geven aan waar het hout vandaan komt en de driehoekjes zijn de genetische voorouders. 

Zo zijn we weer een stapje verder in het ontrafelen van raadsels. Binnenkort gaan de spechten weer op onderzoek uit: nu om een geschikte boom te vinden voor het uithakken van een nest. Dat doen ze ieder jaar opnieuw. Meneer specht hakt het uit en daar heeft-ie drie weken voor nodig. Spechten hebben overigens ook een slaaphol. Wie denkt dat de vogels daar lekker knus op een hoopje gaan liggen heeft het mis: de specht slaapt hangend aan de wand onder het vlieggat. In de winter slaapt de specht meer dan in de zomer, want hij gaat op een vaste tijd voor zonsondergang naar 'bed'. 
Bekijk de lentebodes in de film door hier te klikken




zaterdag 14 maart 2020

Slimme aanpassingen in vogelkoppies

Nu de winter langzaam overgaat in de lente, gebeurt er weer wat in de natuur. De eerste bloemen bloeien, na de sneeuwklokjes zie ik nu overal het gele klein hoefblad met zijn ronde bloemhoofdjes en de eveneens gele sterretjes van het speenkruid. De blauwe reigers en ooievaars zijn al bezig met hun nesten en spechtenroffels klinken alom. Vorige week heb ik aandacht besteed aan ooievaarsnesten en vorig jaar wijdde ik een blog aan de nestelende blauwe reigers. Vandaag wil ik daarom stilstaan bij slimme aanpassingen van sommige vogels.

De ogen van de reiger zijn beter dan de duurste cameralens

Blauwe reiger
De blauwe reiger vangt zijn diner door doodstil te wachten en op het juiste moment bliksemsnel toe te slaan. Hij wordt daarbij geholpen door zijn uitstekende gezichtsvermogen, dat drie keer gedetailleerder is dan dat van ons, met een zeer goede diepte-waarneming. De ogen hebben een ingebouwde "zoomlens" waardoor de vogel onmiddellijk kan schakelen tussen telescopisch en macrozicht, dat waarschijnlijk even goed of beter is dan onze duurste cameralenzen. Als wij mensen in dezelfde situatie zouden verkeren als de reiger, zouden de meesten van ons verhongeren. Starend in het water zouden we niks zien door de schittering, de beweging van het oppervlak en onze eigen weerspiegeling. Zelfs als we een vis konden zien, zouden we de exacte locatie moeilijk kunnen beoordelen omdat het gebroken licht onze kijkhoek zou verstoren. De reiger heeft een ingebouwd polarisatiefilter om de schittering en reflecties uit het water te filteren. Vogels die heimelijk van boven het water vissen, moeten voor de lichtbreking corrigeren, vooral wanneer de vissen onder een hoek worden waargenomen. Ze zijn succesvoller in het vangen van vis wanneer er onder een scherpe hoek een prooi wordt geslagen, waarschijnlijk omdat de prooivissen de vogel vanuit die hoek niet kunnen zien. Een andere theorie is dat reigers werken met zo’n scherpe aanvalshoek omdat het verschil tussen de schijnbare en echte prooidiepte dan het kleinst is.
Grote bonte specht
Jos Zwarts - CC BY-SA 4.0,
wikimedia

Een roffelende specht krijgt geen hoofdpijn
De grote bonte specht in de film van deze week probeert vrouwtjes te attenderen op zijn aanwezigheid door te roffelen op een dode boomstam. Spechten doen dat met een snelheid van zeven meter per seconde.  Wanneer wij mensen met dezelfde snelheid als de specht tegen een boom aan zouden rammen, is de kans groot dat dat ons – letterlijke en figuurlijk – de kop kost; onze hersenen botsen tegen de schedel met alle gevolgen van dien. Maar de spechten lijkt het niet te deren, hun relatief kleine hersens zitten heel stevig in de schedel zodat ze geen kant op kunnen. Daarnaast hebben ze nauwelijks vocht rondom de hersenen die de schokgolven door kunnen geven. Een andere aanpassing is de vorm van de hersenen: die van de specht zijn heel glad waardoor schokgolven ook weer minder grip hebben dan bij onze kronkelige grijze cellen. Tenslotte spant de specht vlak voor de roffel zijn spieren, zodat de beenderen de schok opvangen en langs de hersenen leiden. Poolse onderzoekers hebben overigens vastgesteld dat spechten allemaal hun eigen roffel hebben!
Bekijk de dieren in het filmpje van deze week en bedenk welke slimme aanpassingen er zitten in die vogelkoppies! (E-mailabonnees klik hier).


dinsdag 12 december 2017

Een grote bonte specht op bezoek

Tijdens onze wandelingen in natuurgebieden komen we vaak grote bonte spechten tegen. In een golvende vlucht, waarbij ze af en toe de vleugels tegen het lichaam vouwen, verplaatsen ze zich van boom naar boom. Regelmatig horen we dan ook hun specifieke contactroep. Naaldbomen zijn favoriet en, eenmaal geland, zitten ze hoog in de boom en vaak verscholen tussen het groen. Bovendien gaan ze meestal aan de achterkant van de stam zitten, en draaien ze weg als we rond de stam lopen. Grote bonte spechten bekijken is dus meestal verrekijkerwerk. De vogel leeft van insecten(larven), in de winter aangevuld met plantaardig voedsel, meestal zaden van naaldbomen. Een week of wat geleden, kregen we een mannetje grote bonte specht echter van dichtbij te zien. De eikenhouten pergola in onze tuin heeft spleten waar zich blijkbaar voldoende insectjes bevinden om deze mooie vogel naar onze tuin te lokken. In feite dienden de palen van de pergola als een soort 'kunstboom'. Net als bij gewone bomen kroop de specht van beneden naar boven en kon je zijn tong in de spleten zien verdwijnen. Spechten hebben voor zulke acties een extreem lange tong, die rond de schedel ligt, verbonden met speciale botten en spieren. Kijk maar eens naar de scan van de spechtenkop in dit artikel. De punt van de tong is kleverig, waardoor de insecten er aan blijven plakken. De tong kan wel 13 centimeter buiten de snavel uitkomen. In mijn filmpje zie je de tong even uit de snavel flitsen, maar in dit geval is het maar een paar centimeter. Nadat de specht onze 'kunstbomen' had afgezocht, ontdekte hij (een mannetje heeft een rode vlek op het achterhoofd en vrouwtjes niet) een nieuwe voedselbron: de pindakaaspot. Let trouwens ook eens op de poten van de specht. Waar bij de meeste vogels drie tenen naar voren wijzen en één naar achter, is dat bij de specht twee om twee. In de biologie heeft dat zygodactyl, ofwel gepaarde tenen. De huid van de poten is behoorlijk dik, waarschijnlijk een bescherming tegen insectenbeten. Behalve de specht, kwamen er meer vogels af op onze voederplaatsen, je ziet in het filmpje verder ruziënde spreeuwen, pimpel- en koolmezen, een roodborst en een merel.