woensdag 26 augustus 2026

Libellen hebben meer succes bij het jagen dan leeuwen of haaien

Soms maken we een meerdaags tripje met het doel om libellen en juffers te spotten in bijzondere natuurgebieden. Dat heeft tot op heden echter nog nooit echt goed uitgepakt. Het was altijd te nat, te koud of te winderig (of allemaal tegelijk) tijdens de hoogzomerdagen die we geboekt hadden. Ook nu zaten we net in die ene echte regenweek in Noord-Brabant om in de Kampina te zoeken naar libellen. Niets vloog, behalve wij als we de wind mee hadden op de fiets :). Op de laatste dag scheen er een mager zonnetje, de wind had maar kracht 2 en de temperatuur was aangenaam. We keken rond op landgoed Steenenburg, waar de ten onder gaande soldaten in de vijver herinnerden aan het failliete Land van Ooit. Niet alleen deze troep soldaten maar ook het pretpark had hier letterlijk zijn Waterloo gevonden.

Waterloo in de vijver van Landgoed Steenenburg

Ik heb het pretpark 25 jaar geleden bezocht met mijn schoonfamilie en tegelijk met ons arriveerden twaalf touringcars, volgepropt met leden van de Belgische Bond van Grote Gezinnen. Met 8-10 kinderen per gezin was het een levendige boel :). Nu staan de beelden in alle stilte in het water. In de knieholte van één soldaat zat een groen kikkertje op te warmen in de zon. Bij groene kikkers is altijd lastig te bepalen wat voor soort het precies is, zoals ik in dit blogje beschreef. 

Groene kikker

Er vlogen drie soorten libellen: de grote keizerlibel, de paardenbijter en heidelibellen, allemaal soorten die we 'thuis' ook kunnen zien. We liepen nog een rondje langs de eiken- en beukenlanen toen de volgende bui in alle hevigheid losbarstte. Toen was het weer gedaan met de libellen....

Steenrode en bruinrode heidelibellen kun je nu in vrijwel ons hele land zien, ook al doet de naam misschien anders vermoeden. Over deze soort kun je meer lezen in deze blog.
Ook de paardenbijter is een vrij algemene soort, hoewel deze helaas behoorlijk achteruit gaat in aantallen. Deze libel herken je aan de gele 'spijker' op achterlijfsegment 2 (onder het borststuk).

Paardenbijter

Het beestje kreeg de naam paardenbijter omdat de libel vaak dicht bij paarden en andere dieren vliegt om op vliegen, horzels en dazen te jagen. Van een afstand lijkt het daardoor alsof het dier het paard aanvalt of bijt. Maar dat is helemaal niet het geval.

In het boekje Terra Insecta las ik een paar interessante feiten over libellen. Leeuwen slagen in slechts één op de vier gevallen om een prooi te vangen. De grote witte haai heeft zo'n 300 tanden, maar zelfs dat helpt niet om elke prooi die hij wil te pakken: hij heeft slechts een slagingskans van 50%. Neem dan de libellen, zij grijpen hun beoogde prooi in maar liefst 95% van de gevallen. Yeah, insects rule :)! Libellen zijn dan ook oppermachtig in de lucht. De vier vleugels kunnen onafhankelijk van elkaar bewegen: elke vleugel wordt aangestuurd door een eigen set spieren. Je begrijpt dus waarom libellen zo'n body builder borststuk hebben. 
Die spieren kunnen zowel de vleugelslag als de richting bijsturen. Hierdoor zijn deze vliegkunstenaars in staat om vooruit, achteruit èn op en neer te vliegen en halen daarbij snelheden tot 50 kilometer per uur. Als het zo uitkomt hangen ze ook even stil in de lucht. 

Een andere factor in hun jachtsucces zijn hun sublieme ogen.

Facetogen van de steenrode heidelibel
(te herkennen aan de zwarte 'hangsnor' langs de neus)

Elk oog bestaat uit 30.000 (!) kleine oogjes, die naast kleur ook ultraviolet en gepolariseerd licht kunnen zien. De bolvorm zorgt voor zicht rondom. Hiermee zien ze ook elke fotograaf aankomen en dat maakt fotograferen zo lastig :), ik heb de libellen voor bovenstaande foto's dan ook heeeeel voorzichtig benaderd. 

In dat kleine koppie zitten hersens die alle info die door de ogen binnenkomt razendsnel kunnen verwerken. Wij mensen kunnen twintig beelden per seconde verwerken, dan zien we alles in een vloeiende lijn, zoals in een film. Een libel kan tot driehonderd beelden onderscheiden en elk beeld zien. Daarbij kan het insect enorm goed focussen op prooien en kan ze haar snelheid en richting aanpassen tot dit eindigt in een succesvolle jacht. 
En dat allemaal met een brein dat zo groot is als een rijstkorrel. Van de één miljoen zenuwcellen is 80% gericht op het verwerken van de beelden uit de ogen. 

Tsja, zo kijk ik letterlijk weer met andere ogen naar libellen. En ik ben blij dat wij niet op het menu staan van deze sierlijke vliegers, want dan maakten we weinig kans....

zondag 16 augustus 2026

Houtpantserjuffers: metallic beauty's in je tuin

Houtpantserjuffer, de vleugels staan in v-vorm in rust

Momenteel vliegen ze bij tientallen in mijn tuin. Kleine, ranke juffers met knisperende vleugels die tegen de avond een plekje zoeken om de nacht door te komen. Ze zitten in de heg, hangen aan de klimrozen en zoeken ook vaak de top van de bamboestokken bij de tomatenplanten op. Ik heb het over houtpantserjuffers, wat mij betreft een van de mooiste juffersoorten, met hun groene metallic lijf. Naarmate de herfst vordert worden ze donkerder en zelfs koperkleurig, want deze kleine libellen kun je tot in oktober of zelfs november tegenkomen. Normaal verschijnen ze zo massaal in september, maar dit jaar zijn ze er - in ieder geval in mijn tuin - veel vroeger bij. Ze komen in vrijwel het hele land voor, dus de kans dat je er een bij jou in buurt kunt zien is heel groot. 

Haar naam dankt de houtpantserjuffer aan het feit dat zij haar eieren afzet in de schors van bomen en struiken langs een oever. Andere juffers en libellen dippen hun eitjes met hun achterlijf in het water of zetten deze af op waterplanten.

De legboor van het houtpantservrouwtje heeft een speciale voorziening in de vorm van een zaagrand, waarmee zij door hout heen kan boren. Uit het eitje komt een prolarve, een tussenstadium tussen ei en echte larve, die op het droge kan overleven. De prolarve laat zich uit de boom of struik in het water vallen, waar de prolarvehuid onmiddellijk openscheurt en de larve tevoorschijn komt. Ook als de prolarve niet meteen in het water terechtkomt, kan ze enige uren overleven en zich al kruipend naar het water bewegen. Dus behalve mooi is deze juffer door dit gedrag ook heel bijzonder! 

Juffers hebben vijf ogen

De houtpantserjuffer heeft net als andere juffers vijf ogen. Twee vallen onmiddellijk op: de bruine facetogen aan de zijkant van de kop. Deze grote ogen bestaan uit duizenden kleine mini-oogjes. Ze geven de juffer een heel breed zicht op de omgeving. Op het voorhoofd hebben ze drie onopvallende oogjes (de zwarte/witte puntjes die in een driehoek staan), de zogenaamde ocelli. Deze kleine enkelvoudige oogjes meten licht en donker en helpen bij het sturen tijdens het vliegen. Op bovenstaande macrofoto kun je die goed zien.

Tenslotte is de houtpantserjuffer ook nog een buitenbeentje qua vleugelstand. De grote libellen strekken in rust hun vleugels zijwaarts en juffers leggen ze achter of boven hun lijf. De houtpantserjuffer zit daar een beetje tussenin met een v-vormige stand van de vleugels. 

Weidebeekjuffers strekken hun vleugels
in rust naast of boven hun lijf

Let de komende tijd eens op de houtpantserjuffers, ze zijn het bekijken waard. Deze bijna 5 centimeter grote insecten leven van vliegjes en muggen. Het is mooi als ze er daarvan wat verschalken want de muggen houden mij de laatste weken behoorlijk uit mijn slaap :(. 

vrijdag 14 augustus 2026

Een zonsverduistering en herinneringen eraan

Audun le Roman 1999

De zonsverduistering van 12 augustus 2026 riep een heleboel herinneringen op aan de eclips van 1999. Met een vriendengroep zijn we destijds naar Frankrijk afgereisd voor de ervaring van een volledige verduistering. Een vriend plande met militaire precisie de hele operatie; er werd verwacht dat 2 miljoen mensen naar Frankrijk af zouden reizen. De eclips van 11 augustus 1999 viel (ook) op een woensdag, dus dat betekende dat we een dag verlof moesten nemen. Op 10 augustus reden we na ons werk naar een vriendin in Maastricht waar de slaapzakken werden uitgerold en een paar uur later al weer werden ingepakt. Om 2 uur in de nacht vertrokken we richting Metz om eventuele files voor te zijn. Om 7 uur arriveerden we in het dorpje Audun le Roman en vroegen ons af of er al een bakker open zou zijn voor het ontbijt. Terwijl we overlegden zwaaide een raam open en een vrouw vroeg of ze ons kon helpen. In ons beste Frans legden we uit dat we nog een paar uur zoek moesten brengen voor de zonsverduistering en of er een bakker of café in het (kleine en tamelijk vervallen) dorp was. Dat was er niet, maar ze nodigde ons uit voor het ontbijt. Superaardig! Zo installeerden we ons aan de ontbijttafel van de familie Jantzen. Pa en ma waren al op. Niet lang daarna verschenen een zoon en een dochter, met een slaaphoofd, warrig haar en in een slaapshirt, vers uit bed. Geschokt keken ze naar het tafereel en vroegen hun moeder om uitleg. Dochter verdween schielijk weer naar boven, maar zoonlief had te veel trek en nam een stoel. Zonder verder een woord te zeggen propte hij zijn ontbijt naar binnen.

We keken nog wat in de omgeving rond om de tijd te doden en maakten ons zorgen over de bewolking die van geen wijken wist. Elke zonnestraal die doorkwam werd met vreugde begroet. We zochten een plek buiten het dorpje, met weids uitzicht rondom: landerijen, een vervallen boerenschuurtje en in de verte het dorp, er was geen mens te zien. Ik bracht mijn (analoge) camera in stelling. Ik zou pas over een week zien of de foto's wat geworden waren. 

Tegen de tijd dat het schouwspel begon, brak de bewolking en kregen we zicht op de verduistering. 

Eclips, Audun le Roman 1999

Ik schreef destijds dit verslag in mijn album: 
"Bijna half 1, het moment suprême nadert. Een zwarte schaduw komt aanrazen. Vlak voor de verduistering is het licht sprookjesachtig mysterieus. Hier staat iets groots te gebeuren. Het wordt kouder en de wolken trekken weg. Dan verdwijnt de zon, de hemel wordt zwartblauw en de corona is te zien; roze vonken spatten er van af. Alles is stil. Je krijgt voor één keer een blik in het heelal. Je bent nietig maar ook onderdeel van het universum. Dit gevoel maak je nooit meer mee."

Volledige eclips, 1999 Audun le Roman

Als ik het teruglees krijg ik alweer kippenvel. Een aantal foto's bleek achteraf wonderwel gelukt, zodat we tastbare herinneringen aan deze dag overhielden. Na de eclips vertrokken we richting huis en hebben zowat de hele route file gehad. Maar deze ervaring nam niemand ons meer af. We behoorden tot de groep gelukkigen, want veel mensen op andere zichtlocaties werden teleurgesteld: bij hen verdween de bewolking niet. Hun eclips ging letterlijk de mist in. 

Dat de gedeeltelijke verduistering van afgelopen woensdag het gevoel van 1999 niet zou kunnen evenaren had ik wel verwacht. Die laatste 10% bedekking maken het verschil. Maar de kans was te uniek om deze niet te grijpen. Te meer daar we op 10 minuten lopen van ons huis een prima uitzichtpunt hadden. Daar waren we dit keer zeker niet de enigen die het schouwspel wilden beleven.

Verduisteringsdrukte langs de Heimanswetering

Een kleine misrekening was dat we onze eclipsbrilletjes van 1999 niet meer konden gebruiken. Op de dag zelf kregen we een tip dat die brilletjes slechts 5 jaar gegarandeerd goed werken en toen was er natuurlijk nergens meer een brilletje te koop. 
We besloten te experimenteren met een vergiet, zoals in de media werd aangeraden en zagen zo indirect wat er gebeurde. 



De verduistering vele malen
geprojecteerd door een vergiet
 
Ik had deze keer een digitale camera mee, dus ik kon wel meteen bekijken of de foto's gelukt waren. Ondanks een extreem korte sluitertijd (die ik destijds met mijn analoge camera niet eens kon instellen) overstraalde het beetje zonlicht de verduistering. Maar het overjarige eclipsbrilletje kwam nog goed van pas. Door deze voor de cameralens te houden, werd de straling gedempt en kon ik deze foto maken op het hoogtepunt van de verduistering. 

Zonsverduistering 2026 Alphen aan den Rijn

Het licht verflauwde en het werd koeler, maar de effecten waren niet zo sterk als in 1999. Terwijl de maan de zon weer meer ruimte gaf, maakte ik nog één foto. Het was een mooie belevenis, vooral omdat er zoveel herinneringen naar boven kwamen aan die ene perfecte eclips van 1999. 

Zonsverduistering Alphen aan den Rijn 2026


zaterdag 8 augustus 2026

Doe eens een bermsafari!

Op bermsafari langs de Heimanswetering

Het zou weer een snikhete dag worden maar toen ik in alle vroegte wakker werd bewoog het slaapkamergordijn zacht op en neer door een koel briesje. Ik besloot op te staan om nog even te kunnen genieten van de relatieve koelte met een ochtendwandeling. In het park was weinig te beleven, behalve dat de futen een tweede nestje eieren hadden uitgebroed. Drie kleine kuikens zwommen in de vijver, dus in totaal heeft dit futenpaar in 2026 voor zes nakomelingen gezorgd, mooi! Ik liep naar de Heimanswetering waar kort geleden aan de oevers was gewerkt. Het strakke grasplantsoen tussen de stoep en de wetering had plaatsgemaakt voor een braakliggend veldje, dat inmiddels begroeit raakt. Ogenschijnlijk was er weinig te zien, maar toen ik goed keek, stonden er heeel veeel verschillende plantjes in de berm. Ik besloot ter plekke een bermsafari te doen en alle planten te registreren op waarneming.nl. 

Ogenschijnlijk weinig te beleven in deze berm

De meeste planten waren nog 'laag bij de gronds', dus ik moest enigszins door de knieën voor het beste resultaat, maar uiteindelijk kon ik 46 waarnemingen van 39 soorten noteren. Ik dacht aan mijn jeugd, toen ik opgroeide in een nieuwbouwwijk met tig van die braakliggende veldjes. Wat ik daar allemaal aan plantjes vond, klaprozen, kamille, akkerviooltjes, korenbloemen, klaver en wat al niet meer. Het kan dus nog steeds. Iets minder aanharken en maaien, daar vaart zo'n berm zonder verdere functie wel bij. 
Sommige planten groeiden net buiten de berm in het water, zoals de grote watereppe. Deze giftige plant vind je vooral in matig voedselrijke wateren in het Westen en Noorden van ons land. De bladeren boven en onder water zien er verschillend uit. 

Grote watereppe

Het is één van de waardplanten van een zeldzaam vlindertje: de eppedwergspanner. Er is jaarlijks één generatie die vliegt van eind mei tot in augustus. Rupsen kun je vinden van juni tot september en dit insect komt als pop de winter door. Het vlindertje is vooral waargenomen in het oosten van het land. Daar is de watereppe waar-ie zijn naam aan ontleent niet talrijk. Gelukkig kunnen de rupsen ook eten van berenklauw, engelwortel en torkruid.

Eppedwergspanner
Foto: M. Virtala, Copyrighted free use,
via Wikimedia Commons

Voor mij was één van de opvallendste soorten in de berm de basterdklaver. Hoewel dat plantje eruit ziet als een kruising tussen de rode en de witte klaver, is het toch een aparte ondersoort. Hanneke Waller heeft daar op stadsplanten.nl een goede uitleg over gegeven. De plant heette vroeger bastaardklaver, wat wel degelijk zo'n kruising suggereert. Nu heet-ie dus 'basterd', wat betekent dat er 'gelijkenis is met'.

Allereerst maar eens wat foto's. Van witte klaver zag ik vroeger op die braakliggende stukjes hele velden. 

Witte klaver
Van de bloemen maakte ik kransen en ik kon uren zoeken naar klavertjes vier, op mijn hurken zittend en elk blaadje afspeurend - toen was geduld nog heel gewoon :). Het was een ware prestatie om zo'n klavertje vier te vinden bij een plant die 'trifolium' (drie blaadjes) heet. In de zeldzame gevallen dat ik er een tegenkwam, droogde mijn moeder het exemplaar en plakte het in mijn fotoalbum. 

Een 62 jaar oud klavertje vier

Witte klaver wortelt op knopen zoals dat heet: de plant kruipt over de grond en de bloemen komen vanaf de liggende stengel omhoog. Ze vormen een 'tapijtje'. 

Witte klaver vormt tapijten
Foto: Algirdas, Wikimedia, CC BY-SA 3.0

Dan de rode klaver (die in mijn optiek eerder paars/lila is) en die kan variëren in kleur. Er zijn ook witte en vleeskleurige bloemen van de rode klaver. Bij twijfel kun je kijken naar de twee tegenover elkaar staande bladen vlak onder het bloemhoofdje. Dat heeft alleen de rode klaver.

Rode klaver

Op de blaadjes van de rode klaver zie je ook de kenmerkende lichte v-vormige vlek. 

Rode klaver met v-vormige vlek op de bladeren.

Tot slot komen we dan bij de basterdklaver. Allereerst valt de bloemkleur op: vaak wit met roze, maar dat verandert in de tijd. De bloemkroon is eerst wit, wordt later roze, en als de bloem verwelkt ontstaat er een vleeskleurige tot oranjebruine tint. Aangezien de bloemen van onderaf in bloei komen, zijn de bloemen in volle bloei twee- tot driekleurig. Basterdklaver wortelt niet - zoals witte klaver - op de knopen, maar de stengels staat rechtop. De bloemen steken hoger uit en langs de stengel zit blad, waardoor het lijkt of de hoofdjes op stelen met blad staan.

Basterdklaver

Zoals je op de foto's goed kunt zien ontbreken de twee blaadjes vlak bij het bloemhoofdje, dus dat is het onderscheid met de rode klaver. Ook mist de basterdklaver de v-vormige witte vlek op de bladeren. 


Al met al was het een productieve wandeling geworden. De klok stond op half 10 en de thermometer op 30 graden toen ik thuis kwam. De rest van de dag heb ik geschuild voor de hitte. 

woensdag 5 augustus 2026

Moestuinleed en slakkendodende vliegen

Met de moestuin is het niet zo voorspoedig gelopen dit jaar. We hadden de aarde in onze twee moestuinbakken weer eens opgehoogd met verse biogrond, dus we hadden hoge verwachtingen. De peulen en erwten in het vroege voorjaar deden het erg goed. Zoveel oogst hadden we nog nooit gehad! Ook de eetbare bloemen ontkiemden goed uit het zaad en eind mei konden we fleurige salades maken met goudsbloem, Oost-Indische kers, komkommerkruid en ander kleurrijks. 

Eetbare bloemen van de Oost-Indische kers

Krieltjes van onze aardappelplanten in potten konden ook nog geoogst worden. Maar daarna ging het grondig mis: de tomaten groeiden nauwelijks en alles wat ik in juni nog uitplantte werd opgegeten door de slakken. Slakkenkorrels is voor ons geen optie en biervallen hebben we wel geprobeerd maar met weinig succes. Dus de ene na de andere slakrop (sla-krop dus en niet slak-rop :)) en kruidenplantjes verdween gedurende de nacht in slakkenmagen. Ik had zelf drie courgetteplanten gezaaid: allemaal weg! Nog eentje gekocht in het tuincentrum en op een droge avond uitgeplant. Helaas was er 's ochtends geen spoor meer van te vinden. Droogbloemen en dropplant: bij het zien van een groene waas van opkomend groen maakte mijn hart een sprongetje. De blijdschap was echter van korte duur, want het groen werd elke nacht minder. Op de kale aarde nam de haagwinde het plekje over. Tsja, zo gaat dat met moestuinieren, het ene jaar zit het mee en het andere jaar tegen. 

Er zijn wel wat natuurlijke helpers maar die zijn niet elk jaar even actief. Egels en padden houden van slakken en zanglijsters lusten ze ook graag. Zanglijsters slaan het huisje stuk op een tegel en verorberen de slak. Helaas zijn deze dieren dit jaar grotendeels afwezig in onze tuin. 

Zanglijster verorbert een segrijnslak

Toevallig kreeg ik wel een nieuwe helper in het vizier. Ik had een zweefvlieg zien landen in de tuin en ging naar binnen om mijn telefoon te pakken voor een foto. Toen ik weer buiten kwam was het beestje gevlogen. Op het raam zag ik een ander insect en dacht: eens kijken wat dat voor vlieg is. Ik verwachtte niks bijzonders maar ObsIdentify vertelde mij dat het een bruine slakkendodende vlieg was. De specifieke soort was onbekend, want die bruine slakkendoders schijnen erg op elkaar te lijken en dan moet er een microscoop aan te pas komen om ze verder op naam te brengen. 

Bruine slakkendodende vlieg

De slakkendoders of slakkendodende vliegen hebben hun Nederlandse naam te danken aan hun larven. Deze consumeren namelijk (water)slakken, de vliegen zelf eten die niet: die leven van nectar en honingdauw. Ik had nog nooit van deze soort gehoord en daarin ben ik vast niet de enige. Door hun levenswijze vallen slakkendoders namelijk meestal niet op. Ze zitten verscholen tussen de  (moeras)planten, vaak ondersteboven tegen een stengel en nauwelijks bewegend. Het is daarom niet eenvoudig om ze te vinden, hoewel ze volop aanwezig kunnen zijn. Je kunt ze het beste opsporen met een sleepnet, tenzij je het geluk hebt dat er een poseert op je raam natuurlijk :). 

Er zijn 67 verschillende soorten slakkendodende vliegen in Nederland. Die kunnen er fraai getekend uitzien, zoals op onderstaande foto. Daarbij vergeleken is het door mij gevonden exemplaar maar een grijze muis. 

Enkele veel voorkomende slakkendodende vliegen:  1. rouwslakkendoder
2. bonte slakkendoder 3. gewone streepslakvlieg 4. gewone oeverslakvlieg
Uit: De Nederlandse slakkendoders (Sciomyzidae), Aat Barendregt, EIS Kenniscentrum Insecten

De larven zijn meedogenloze jagers. Afhankelijk van de soort gebruiken ze twee verschillende strategieën. Allereerst heb je de actieve jagers. Hun doelwit zijn slakken in het water of op het land. De larve kruipt actief op een slak en bijt direct. Het speeksel bevat een gif dat de slak verlamt. Vervolgens eet de larve de slak binnen een paar uur helemaal leeg. Eén enkele larve doodt en eet meerdere slakken tijdens haar groei.

Dan heb je nog de groep sluipmoordenaars. Zij richten zich meestal op landslakken. De jonge larve dringt ongemerkt de schelp van de slak binnen. Ze eet dan heel langzaam van de slak, zonder vitale organen te raken. De slak blijft dagenlang leven terwijl de larve in haar groeit, pas aan het einde van haar ontwikkeling doodt de larve de slak definitief.
Dat lijkt me geen fijne manier om aan je eind te komen. Maar stiekem hoop ik toch op de hulp van deze vliegen om de slakkenpopulatie in mijn tuin een beetje onder controle te houden......