Posts tonen met het label futenkuikens meeliften. Alle posts tonen
Posts tonen met het label futenkuikens meeliften. Alle posts tonen

zaterdag 2 mei 2026

Hoeveel eendjes zijn er nog over?

Afgelopen zaterdag kwamen we om 20.30 uur thuis en het viel me op hoe mooi het licht scheen op de uitgebloeide pluizenbollen van de paardenbloemen in de berm. Door wegomleggingen en blokkades hadden we er een flinke rit opzitten, dus ik had geen puf meer om mijn camera te pakken. Zondagavond was het licht ook erg mooi èn het was nagenoeg windstil: erop uit dan maar! Het was vrij rustig op straat en lome vogelzang klonk in alle groene hoekjes. Het paardenbloemenpluis werd ook deze avond fraai belicht. Veel van de tweehonderd gele lintbloempjes die elke paardenbloem heeft waren uitgegroeid tot een zaadje. Omdat elke plant meerdere bloemen heeft, kan één plant wel 5000 zaden per jaar produceren. Op onderstaande foto staan 33 stengels waar nog zaadpluizen aan zitten. Dus hier alleen al zie je ruim zesduizend zaden! Voor de bestuiving hebben de paardenbloemen geen insecten nodig. Hoe dat zit wordt onderzocht door Yannick Woudstra. 

"Paardenbloemen zijn klonaal", vertelt onderzoeker Woudstra. "Ze produceren zaad zonder bestuiving." De zaden die de paardenbloem maakt, zijn klonen van de eigen plant. "Ze hebben dus ook geen stuifmeel nodig om de zaden te produceren", aldus Woudstra. Ondanks dat de plant het niet nodig heeft, maakt de paardenbloem toch stuifmeel aan. "Dat is eigenlijk best wel gek, want ze gebruiken het helemaal niet", legt Woudstra uit op de site van Vroege Vogels. 

Het kost de plant alleen maar extra energie, die ze dus beter aan andere zaken zou kunnen besteden. Insecten zijn echter maar wat blij met deze energiebron in een tijd dat er nog niet veel ander bloeiend spul te vinden is. Zo zijn paardenbloemen dus dienstbaar aan het grotere geheel :). 

Paardenbloemenpluis

Langs de sloot zag ik een drinkende duif en een waterhoen die door een caleidoscoop van kronkelende rietstengels zwom. Niet letterlijk natuurlijk, maar zo oogde de reflectie in het water. Een broedende meerkoet keek toe. 

Caleidoscopische reflecties

De zon zakte steeds lager en het licht werd geler. De belichting van de pas uitgekomen meidoornbloemetjes was een kleine fotosessie waard. De witte bloempjes met de roze meeldraden waren omgeven door het frisse limoengroen van de bladeren. 

Meidoorn in april

Toen ik bij de vijver kwam was het gepiep van de jonge futen nog te horen. Ze waren flink gegroeid sinds de vorige keer dat ik ze filmde (zoals je kunt zien in dit blogje). Ze pasten niet meer allemaal op de rug van vader of moeder en de oudste twee leken daar ook geen behoefte aan te hebben. Het jongste kuiken liet zich ondanks de toegenomen omvang nog lekker rondvaren door één van de ouders. Op een gegeven moment kwam ook de eendenmoeder aangelopen die je zag op de foto van dat eerdere blog. Ik vroeg me toen af hoeveel kleine eendjes er over zouden blijven van de acht die toen achter haar aan zwommen. Nou, de harde werkelijkheid is dat ze er nog maar twee bij zich had. 

Opgroeiende futenkuikens: nog één meelifter

Een paartje grauwe ganzen vertoefde ook langs de oever. Op een gegeven moment kwamen er kleine gansjes onder het verenkleed van een oudervogel vandaan. Het gezinnetje ging samen grazen. Moeder eend verdween naar de overkant van de vijver en de futen dobberden loom op het water. Merel en zwartkop zongen hun laatste lied voor zonsondergang. Tijd om op huis aan te gaan.

Bekijk mijn avondlijke observaties in het filmpje.



zaterdag 25 april 2026

Kleine fuutjes: veilig achterop

Pinguïndans van futen

Aan het einde van een wandelrondje door het park hoorde ik in de sloot achter het riet het hoge gepiep van futenkuikens. Ik had de futen eerder zien baltsen door middel van het schudden van hun kop maar wist niet dat ze al een nest hadden gemaakt en eieren hadden uitgebroed. Het baltsritueel van futen is een mooi gezicht. Behalve het kopschudden kunnen ze ook de zogenaamde pinguïndans doen. Hierbij halen beide vogels wier op van de bodem en stijgen hoog op uit het water. Al watertrappelend strekken ze hun lijf en nek zo ver als maar mogelijk is. Ik had dat nog nooit 'live' gezien, tot we onlangs een fietstochtje maakten langs de bollenvelden. In een slootje zagen we futen kopschudden en we stapten even af om de balts te bekijken. Op een gegeven moment begonnen de fuutjes wier op te duiken. Ik pakte snel mijn camera, maar het was nog een heel gezoek om de vogels te lokaliseren door de lens. De foto's zijn niet geweldig maar ze geven een indruk van die mooie pinguïndans.


Afijn, ik hoorde dus die kuikens piepen in het park en liep over het bruggetje naar een plek waar ik het gezinnetje kon zien. Drie jonkies liftten mee op de rug van vader of moeder. De zon was net verdwenen achter een dik wolkendek, maar ik besloot om toch even mijn camera op te halen. Door het matige licht en de sterke zoom die ik nodig had, zouden de beelden niet optimaal worden, maar dit tafereel was erg leuk om vast te leggen. 

Veilig achterop

Zo'n meeliftoptie is tamelijk bijzonder in het vogelrijk. Behalve van futen ken ik het alleen van zwanen. Voor de kleintjes heeft dit allerlei voordelen. Jonge fuutjes in hun gestreepte pyjamakleed zijn een makkelijke prooi voor roofvissen zoals snoeken en vogels zoals meeuwen en reigers. Op de rug van een ouder zitten ze veilig.

De kuikens koelen snel af in het koude water, want hun temperatuurregeling is nog niet helemaal ontwikkeld. Tussen moeders veren zitten ze warm en droog. Bovendien besparen ze energie omdat ze niet hoeven te zwemmen. 
De ouders duiken diep naar vis. De jonkies op de rug 'duiken' gewoon mee en kunnen niet verdrinken en verdwalen tijdens zo'n tochtje onder water. 


Je zou denken dat dit ook een handige bescherming zou zijn voor jonkies van andere watervogels zoals wilde eenden. Maar die hebben een andere overlevingsstrategie: zij zoeken het meer in aantallen. Waar een fuut slechts 3-4 eieren legt, heeft een wilde eend een groot nest van soms wel twaalf eieren. Eenden calculeren de verliezen in, als het ware. Het verenkleed van jonge eendjes is direct na het uitkomen beter bestand tegen water. Ze kunnen bovendien meteen goed zwemmen en zelf voedsel zoeken. En moeder kan tijdens het foerageren een oogje in het zeil houden omdat ze haar eten aan de oppervlakte vindt. Ze hoeft niet te duiken. 

Ik heb een tijdje staan filmen want de kleine fuutjes haalden allerlei capriolen uit. Twee begonnen een gevecht op moeders (of vaders) rug en de kleinste van het stel deed telkens verwoede pogingen om weer op de rug van de ouderfuut te klimmen. Je kunt het meebeleven door mijn filmpje te bekijken.


Een paar dagen later zag ik deze wilde eendenmoeder zwemmen met acht kleintjes in haar kielzog. Ze scharrelden vrolijk rond en ik moest onwillekeurig denken aan de afvalrace... Hoeveel kuikens zouden er over een week nog zijn?