Posts tonen met het label Geleenbeek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Geleenbeek. Alle posts tonen

vrijdag 1 juli 2022

De idyllische Geleenbeek bij Ten Esschen

De tijd dat de Geleenbeek schuimend van de fosfaten zijn weg zocht door het Limburgse landschap ligt gelukkig ver achter ons. Het grootste deel van de vorige eeuw was dit water het afvalputje van de mijnen en de steden die langs de oever liggen. Het waterschap deed vooral zijn best om het zwaar vervuilde water snel af te voeren en kanaliseerde de Geleenbeek, het werd letterlijk in beton gegoten. Al met al was het een levenloos stroompje met weinig mooie oevers en een waterleven gelijk aan nul. Er wonen al meer dan 2000 jaar mensen langs de Geleenbeek en eeuwenlang gingen mens en natuur prima samen. In de 19e eeuw nog zwierf arts en botanicus August de Wever uit Nuth rond in de gebieden langs de beek en noteerde er bijzondere planten zoals orchideeën, wondklaver en echt bitterkruid. Helaas zag De Wever het landschap gedurende zijn leven (1874-1947) aftakelen. 

de Geleenbeek bij Ten Esschen

Begin deze eeuw kwam de kentering in het denken, en werd de Geleenbeek tussen Heerlen en Sittard flink aangepakt. Deze keer niet om de stroom in te dammen en te kanaliseren maar om het water weer zijn natuurlijke loop te laten nemen. Betonnen beddingen zijn verwijderd, kalkmoerassen werden opnieuw aangelegd en grindwinning in de monding van de Geleenbeek bij Stevensweert is beëindigd. Hoe de natuur er twintig jaar later voorstaat in en om de beek is opgetekend in een lijvig boekwerk van het natuurhistorisch genootschap Limburg: De Geleenbeek, beleef de natuur in verandering (2019). Het boek is overigens uitverkocht en er is nog geen zicht op een herdruk. Goed nieuws is dat de wandelkaartjes met routebeschrijvingen uit het boek, wel te downloaden zijn (klik hier). 

Jonge wilde eenden op het nest

We liepen in de meivakantie de noordelijke Terwormroute. Het beekje kabbelt nu door het bos en op het meer open terrein bloeien in juni honderden bloemen van de gevlekte orchis en de rietorchis, helaas waren we daarvoor net wat te vroeg. Op een nestje zaten jonge eenden op een kluitje te zonnen en te poetsen. In een ander stukje van de beek was een moedereend op pad met haar nog jonge kuikens. Ze waren druk in de weer met van alles om de beek te verkennen. Samen met de vogelzang was het zo een idyllisch plaatje. 

Bekijk het filmpje van deze week door hier te klikken



zaterdag 29 februari 2020

Lentetaferelen onder de maretak

Maretak ofwel mistletoe heeft kleverige witte besjes
Terwijl wind en regen voortjagen door het zwerk, moet ik voor mijn blogs putten uit materiaal dat ik de afgelopen weken maakte op gestolen momentjes in de paar uurtjes dat de zon zich even liet zien. Onder de Limburgse maretakken (misschien beter bekend onder de Engelse naam mistletoe) waren net na zonsopgang toch een paar lentesignalen te ontwaren. Op een valkenkast stond een mannetje torenvalk op de uitkijk en op een boom in de buurt zat het vrouwtje. Daar worden binnenkort vast aanstalten voor een nest gemaakt. In de Geleenbeek zwom een paartje wintertalingen. Ik weet niet of het dezelfde eendjes zijn die ik in mijn blog van 24 januari 2017 beschreef, maar dat zou zo maar kunnen. Toen noemde ik de maretak ook al even, maar daar zal ik nu iets meer over vertellen. Menigeen kent deze halfparasiet van de kerttraditie 'kissing under the mistletoe'. Die traditie is waarschijnlijk ontstaan doordat de plant in de winter geheel groen blijft. Dat is vrij uniek in hartje winter voor een niet-naaldboom. Men zag het als een symbool van vruchtbaarheid en daarom werden de groene takken in huis gehaald. Volgens sommige bronnen moet men even vaak kussen als er bessen aan de tak hangen. Zoals je op de foto ziet, kan dat nogal wat zoenen opleveren :).
In de natuur dienen de bessen als voedsel voor vogels zoals lijsters, kramsvogels en pestvogels. Die eten de witte bessen vooral aan het eind van de winter, als de door hen geprefereerde rode bessen van andere struiken en bomen al op zijn.
Pestvogels eten maretakbessen
De kleverige maretakbessen, die vrij snel na consumptie worden uitgepoept, hangen dan in de vorm van een parelsnoer uit het achterste van de vogel; besjes met stukjes slijm ertussen. Als zo'n 'parelsnoer' aan een tak blijft hangen, is de kiem gelegd voor een nieuwe plant. Zo is het ook te verklaren waarom zij vaak wortelen op de zijkant of zelfs de onderkant van een tak. Het kiemworteltje, dat altijd de tak weet te vinden omdat het van het licht afgroeit, dringt de schors binnen tot op het hout en zendt dan naar alle kanten wortels uit die onder de schors lopen. Uit deze ´schorswortels´ dringen zogenaamde ´zinkwortels´ door in de jonge houtlaag. De geelachtige groene stengels komen onmiddellijk uit de takken van de ´woonboom´ en vertakken zich vorkvormig. Hoewel ze vrij bros zijn kunnen ze toch weerstand bieden aan de winterstormen want hun bladeren zijn bij de voet altijd min of meer gedraaid. Hierdoor staan de bladdelen in verschillende richtingen en waait de wind in kleine luchtstromen langs de maretakbol.

Gebrek aan water is een probleem waarmee de maretak in de winter te kampen heeft. De gastheer kan in de winter nauwelijks water opnemen en afstaan aan de maretak. Dat lost de halfparasiet op met zijn leerachtige bladeren, die weinig water verdampen. En dat zorgt er ook voor dat een maretak zelfs in een verwarmde kamer lang groen blijft.
Tot slot een weetje voor de liefhebbers van Asterix en Obelix: de maretak is het belangrijkste ingrediënt van de toverdrank die druïde Panoramix bereidt en waar beide stripfiguren hun magische krachten aan ontlenen. Obelix is ooit in de ketel met toverdrank gevallen en heeft er voor zijn leven genoeg aan. Asterix moet regelmatig een shotje nemen als onderhoudsdosis.

Bekijk de maretakken aan de Limburgse populieren in het filmpje van deze week. E-mailabonnees klik hier.

maandag 10 september 2018

Ongewenste vreemdeling

Springbalsemien
Ooit werd-ie uit de Himalaya naar Europa gehaald vanwege zijn mooie bloemen. "Orchidee voor de armelui", werd hij wel genoemd. Nu is deze plant officieel benoemd tot ongewenste exoot en plaagsoort, maar bijen en hommels zijn er gek op, omdat de bloemen veel nectar leveren. Ik heb het over de springbalsemien, die ik onlangs tegenkwam toen ik in de vroege ochtend op pad was om de morgendauw te filmen. Op de plek waar ik deze eenjarige plant vond, stond een hele groep. Met stengels van 2,5 meter lang kijk je er niet snel overheen. In razend tempo koloniseert hij hele oevers, waardoor andere planten geen kans meer krijgen om te kiemen. Als de planten in de winter afsterven erodeert de kale grond. De verspreiding gaat razendsnel, één plant kan tussen 800 en 2500 zaden produceren. De zaaddozen komen bij het drogen onder spanning te staan en bij de minste aanraking slingeren ze de zaden tot 7 meter ver. Ik heb dat eens geprobeerd te filmen, maar zelfs met high speed ("slow motion") filmen gaat het te snel om de zaden te zien. Onder het filmpje van deze week, staat een korte opname van het openspringen van de zaaddozen, die op dat moment nog niet helemaal rijp/droog zijn. De high speed opnamen zijn in het filmpje nog met de helft tot een derde vertraagd. De plant groeit graag bij het water en zaden drijven naar nieuwe stukjes grond om te ontspruiten.
Geroosterde zaden van de springbalsemien
Een mooie manier om de verspreiding van deze plant wat te beperken is oogsten. De zaden kunnen gegeten worden in alle stadia van rijpheid (groen, wit en zwart). Ze smaken een beetje noot-achtig. Wij hebben ze kort geroosterd in een droge koekenpan en bij een visje gegeten. Het was erg lekker. Het oogsten was echter nog niet zo eenvoudig omdat de zaden alle kanten op springen. Wij klemden een zakje in onze handen en schoven dat over de zaaddoos heen. Zo kwam de rondvliegende buit in het zakje terecht. Mocht je springbalsemien tegenkomen in de natuur, dan weet je nu dat je je niet bezwaard hoeft te voelen om de zaden mee te nemen. Je zorgt er juist voor dat de biodiversiteit in stand blijft.
E-mail abonnees kunnen hier klikken om het filmpje te zien met de morgendauw en springbalsemien (let op de drinkende vlieg!). Om de springende zaden te zien kunnen e-mail abonnees op deze link klikken.

Het filmpje met morgendauw en springbalsemien:


Het filmpje met springende zaden:



dinsdag 24 januari 2017

Wintertalingen in het Geleenbeekdal

Afgelopen weekend was ik nog eens op mijn geboortegrond. Zondagochtend was het -5 graden en de lucht helder. Net voor zonsopgang stond ik in het dal van de Geleenbeek. Al snel zag ik wintertalingen die zich driftig zaten te poetsen. Wintertalingen zijn kleine eendjes en zo prachtig van kleur dat ze tot mijn favorieten horen. Omdat veel ander water bevroren was, kon ik ze in de snel stromende beek van redelijk dichtbij filmen.
Het mannetje herken je aan de kastanjebruine kop met een groene band erdoor. Op het achterlijf zie je zachtgeel en helder groen. Het vrouwtje is bruin, een camouflagekleed omdat ze een grondnest maakt. Maar ook haar herken je aan een heldergroene vlek op het achterlijf.  In Nederland broeden er zo'n 2000 paar, in de winter kunnen er wel 100.000 wintertalingen worden gezien als wintergasten of doortrekkers. Het is zeker de moeite waard om eens de waterkanten af te speuren als je een wandeling maakt. Daar houden de wintertalingen zich vaak op, om te grondelen of het wateroppervlak te filteren naar voedsel. In de broedtijd eten ze vooral dierlijk materiaal, in de winter zijn ze vegetariër.
De bomen langs de Geleenbeek hangen vol met maretak (foto boven), soms beter bekend onder de Engelse naam mistletoe. De witte besjes worden door vogels gegeten. De zaden zijn een beetje kleverig en om hun snavels schoon te maken wrijven de vogels langs de takken. Zo blijft het zaad van deze halfparasiet op een plekje achter waar dit makkelijk weer kan ontkiemen. In Zuid-Limburg is deze beschermde plant vrij algemeen, maar in de rest van Nederland niet.