De dag begon zonnig en er was niet te veel wind. Tijd om de polders weer eens per fiets te verkennen. Er stuk of 40 kleine zwanen graasden langs de Mattenkade. Een paar knobbelzwanen er tussen en op de achtergrond een zilverreiger en een roofvogel. We konden het niet precies zien, maar het leek een slechtvalk. In ieder geval was er kort daarvoor veel onrust onder de kleine vogels, zoals kieviten, geweest. Een paartje ooievaars verklaarde elkaar de liefde. Ze hebben geen stem, dus moeten ze op een andere manier communiceren. Dat doen ze door te klepperen en hun hoofd in hun nek te leggen. De prachtige lange borstveren zijn op zo'n moment goed te zien. In maart of april wordt begonnen met de nestbouw, in veel gevallen betekent dit dat zij een nest van vorig jaar opknappen. In Nederland zijn dat vaak nesten op palen, maar ook nesten op daken en schoorstenen, waarop de mens een karrenwiel of andere bodemplaat heeft gelegd. Op eigen houtje worden nesten gebouwd op fabriekspijpen, in bomen (o.a. in reigerkolonies) en zelfs op voedersilo's, hijskranen en lichtmasten. Sinds enkele jaren worden ook masten van hoogspanningsleidingen bezet. Alles wat minimaal 6 meter hoog is komt in aanmerking als er goede aanvliegmogelijkheden zijn. De basis van een nest bestaat uit tot enkele centimeters dikke takken die in elkaar gevlochten worden. De binnenzijde wordt bekleed met aarde, ruige mest, paardenmest, twijgen, grassen of andere kruiden en ander zacht materiaal. De doorsnede van het nest is zo'n 80 tot 150 cm en de hoogte kan na jarenlange bewoning 1 tot 2 meter bedragen. De nesten kunnen een behoorlijke omvang krijgen en honderden kilo's zwaar worden, zeker als ze nat zijn. Soms waaien ze bij hevige storm van hun platform. Man en vrouw hebben elk hun aandeel in de bouw en plegen het hele broedseizoen door onderhoud. De bouw van een nieuw nest neemt ongeveer 8 dagen in beslag. De ooievaars zijn meestal niet de enige bewoners. Als 'onderhuurders' is een scala aan vogelsoorten bekend, waaronder torenvalk, spreeuw, huismus, ringmus en winterkoning. Op 1 maart is de 2020-editie van beleef de lente van start gegaan, hier kun je het wel een wee van (onder andere) nestelende ooievaars volgen. Klik hier voor de link naar de site.
Wij vervolgden onze fietstocht want er was zwaar weer op komst. Het ene moment was het nog zonnig en op het andere moment kwam een dreigende lucht op ons af. De zon piepte er nog op sommige plaatsen doorheen, hetgeen er spectaculair uitzag. Gelukkig waren we voor de bui binnen.
In het filmpje zie je de kleine zwanen, ooievaars en regenwolken, e-mailabonnees klik hier.
Zoals in een eerdere blog beloofd, vandaag nog een stukje over mijn waarnemingen van vorige week maandag. Toen ik op 20 januari de Wijde Aa filmde in het vroege ochtendlicht had ik het wak opgemerkt met honderden vogels en zwanen erin. Toen dacht ik dat het om wilde zwanen ging. Het was ver weg en ik had geen verrekijker bij me. Op maandag 23 januari was ik er opnieuw, nu bepakt en bezakt met camera, statief èn verrekijker en zo ontdekte ik dat het om kleine zwanen ging, die zich massaal ophouden in het wak. De knobbelzwaan met een oranje snavel, die iedereen vast wel eens heeft gezien als was het maar in een parkvijver, komt in Nederland jaar rond voor. Kleine en wilde zwanen zien we alleen in de winter. Zij broeden in het arctisch gebied, in het noorden van Scandinavië en Rusland. Van de wilde zwaan zijn overigens enkele Nederlandse broedgevallen bekend, maar van de kleine zwaan niet. In de winter zijn er in ons land zo'n 2500 wilde zwanen (met uitschieters tot 7000) en wel 10.000 kleine zwanen. In totaal wordt de wereldpopulatie op 15.000 kleine zwanen geschat, dus 2/3 daarvan overwintert in ons kikkerlandje. Behalve het formaat (de wilde zwaan is groter) kun je twee zwanensoorten uit elkaar houden door goed naar de snavel te kijken. Die zijn bij beide soorten weliswaar geel met zwart, maar er zijn toch kleine verschillen. De wilde zwaan heeft meer geel op de snavel en dit gele stuk loopt in een punt. Bij kleine zwanen is het geel veel minder aanwezig en het loopt niet in een punt. In onderstaand filmpje zie je een wilde zwaan. Het geluid hoort trouwens bij een troepje ganzen dat in de buurt was.
Afijn, de groep op de Wijde Aa (Woubrugge, Zuid-Holland), bestond dus uit kleine zwanen. Volgens een vogelteller brachten afgelopen week zo'n 280 kleine zwanen de nacht door op dit water, samen met een stuk of 1000 eenden. De kleine zwanen komen rond oktober naar ons land en zoeken eerst de grotere open wateren op, zoals het Veluwemeer waar ik enige tijd geleden al eens een blog aan wijdde. Later zoeken ze de weilanden op om het eiwitrijke gras te eten. In februari of maart vliegen ze terug naar hun broedgebieden. De ochtend dat ik de kleine zwanen op de Wijde Aa filmde was mistig, maar het licht was bijzonder sfeervol. En de eerste schaatsers waagden zich toen al op het ijs.... Inmiddels is er van al dan moois weinig over, want vorst heeft plaats gemaakt voor dooi, regen en grijze lucht.
De laatste week blijven zich steeds mooie foto en filmmomenten voordoen. Op weg naar mijn werk passeer ik Hoogmade en daar kun je typisch polderlandschap zien: uitgestrekte weilanden, molens en water. Afgelopen vrijdag had ik mijn camera in mijn tas gestopt toen ik tegen zonsopgang in de auto stapte. Ter hoogte van Hoogmade was de lucht zo prachtig van kleur dat ik het niet kon nalaten om even te gaan filmen. Toen viel me op dat aan de ene kant van de weg moderne windmolens te zien zijn die windenergie opwekken en aan de andere kant de traditionele molens, die zorgen dat de polder bemalen wordt. Ze houden het waterpeil zo laag dat we droge voeten houden. Het blijft natuurlijk een raar fenomeen dat we op sommige plekken omhoog moeten lopen naar het water, terwijl iedereen weet dat water altijd het laagste punt opzoekt. Bovenop de dijk kon ik een blik werpen op de Wijde Aa, die bijna helemaal bevroren was. Kleine zwanen en honderden eenden zaten samengepakt in het wak dat er nog was. Veel tijd kon ik er echter niet aan besteden, dus afgelopen maandag ben ik nog eens terug gegaan. Daarover schrijf ik volgende week nog een blog.
De rode molen in het filmpje is een zogenaamde wipmolen, het oudste type poldermolen in Nederland. Meer over dit type molen lees je op Wikipedia.