zaterdag 22 juni 2019

Smaragdlangsprietmotten op liefdespad

Foto: Andreas Eichler [CC BY-SA 4.0]
Smaragdlangsprietmot....dat is een hele mond vol voor een beestje van anderhalve centimeter. Deze langsprietmotten behoren tot de familie van de microlepidoptera ofwel 'kleine vlinders', een groep die vaak 'motten' worden genoemd. Het zijn dagactieve nachtvlinders, ook al zo'n raar begrip. In een blog uit 2017 heb ik al eens beschreven dat de indeling in dag- en nachtvlinders meer te maken heeft met uiterlijke kenmerken van de vlinder dan het vlieggedrag. Bij nachtvlinders ontbreken de knopjes aan het eind van de (in dit geval enorm lange) voelsprieten. Bij de mannetjes zijn die langer dan hun lijf en wit gekleurd. De beestjes vliegen van april-juni en zijn dan in grote groepen te vinden op bomen met grote bladeren. In Limburg zagen we ze op de bladeren van beuken en esdoorns. Mannetjes proberen met hun baltsdans vrouwtjes te interesseren om te paren, reden waarom ze ineens in wolken kunnen opstijgen. Hun metaalachtige vleugels (die hen de naam 'smaragd' heeft opgeleverd) glanzen dan prachtig in het zonlicht. De rupsen leven van afgevallen bladeren, daarom kom je deze soort in de veenweidegebieden van de randstad en noord-Nederland nauwelijks tegen. In bosrijke delen van ons land zijn ze vrij algemeen. In de Atlas voor de kleinere vlinders kun je een afbeelding van een pop van deze soort zien. Naast deze smaragdlangsprietmot leven nog 18 andere soorten langsprietmotten in Nederland. De geelbandlangsprietmot is er een die je ook regelmatig tegen kunt komen. Cees v/d Niet heeft ze onlangs parend op de foto gezet. Die foto kun je hier bekijken op zijn site Kijk op Natuur, samen met andere insecten uit de Nederlandse natuur.

In mijn filmpje van deze week (e-mailabonnees: klik hier) zie je de baltsdans van de smaragdlangsprietmot en het mooie Limburgse beukenbos bij Vijlen.


zaterdag 15 juni 2019

Kemphaan: een bijzondere verschijning

Kemphaan in broedkleed
Kemphanen waren in ons land vroeger, toen de landbouw nog kleinschalig was ingericht, vrij algemeen. Inmiddels zijn ze zo zeldzaam dat de broedpopulatie op slechts 15-30 paartjes wordt geschat. We hadden ze al eens gezien, door de telescoop in Zeeland en later nog eens op Texel. Maar nooit in broedkleed, als de mannetjes pronken met een prachtige verenkraag. Tot mijn verrassing kregen we die ineens te zien toen we nietsvermoedend een vogelhut aan het Lauwersmeer binnenstapten. Een lang gekoesterde wens ging daarmee in vervulling. De mannetjes zijn groter dan de beige vrouwtjes en ook variabel in het verenpak. De donker gekleurde zijn de onafhankelijke macho's, die actief een vrouwtje voor zich willen winnen. Ze nemen een dominante plaats in op het terrein (ook wel 'lek' genoemd) waar ze een vrouwtje proberen te verleiden. Licht gekleurde mannetjes zijn 'subdominant' en houden zich wat onopvallender op aan de randen van de 'lek'. Zij worden om die reden satellietmannetjes genoemd. Zodra ze echter de kans krijgen, paren ze vanuit hun minder opvallende positie met een vrouwtje, bijvoorbeeld als twee dominante mannetjes in gevecht raken. Een typisch geval van "als twee honden vechten om een been loopt de derde er mee heen".
Foto:  BS Thurner Hof, wikimedia
Satellietmannetje kemphaan
Maar het wordt nog gekker. Want er is nog een derde type mannetje, dat overigens vrij zeldzaam is. En dat mannetje ziet er uit als een vrouwtje! Hij heeft precies het verenkleed van een vrouwtje, maar wel het formaat van het mannetje. Door deze mimicry (dit betekent dat een dier een ander dier qua uiterlijk nabootst) kan hij zich onopvallend tussen de vrouwtjes begeven en zijn kans grijpen als de tijd rijp is. Bij deze als vrouw vermomde mannetjes zijn de testikels 2,5 zo groot als bij de andere mannetjes. Dit alles is in de jaren 70 van de vorige eeuw ontdekt en onderzocht door Friese onderzoekers: dr Theunis Piersma van de Universiteit Groningen en vogelringer Joop Jukema. Veel vogels lijken in de juveniele fase op vrouwtjes. De onopvallender kleuren die ze dan hebben vormen een goede camouflage. Later verandert hun verenkleed in de uitbundige kleuren van de mannetjes. Dat gebeurt bij deze specifieke kemphanen echter niet: ze zien er hun hele leven uit als vrouwtjes. Dat is vastgesteld door onderzoekers van de Canadese Simon Fraser University, die op basis van wilde kemphanen een fokprogramma hebben opgezet. Na dertig jaar fokken met de kemphanen kunnen ze concluderen dat de 'verklede' mannetjes inderdaad hetzelfde verenkleed behouden. De Friese onderzoekers hebben dit type mannetje 'faeder' (vader) genoemd. Dus kemphanenmannen komen in drie soorten: de onafhankelijke, de satellietmannetjes en de 'vaders'. Probeer maar uit te vinden wat er in het filmpje van deze week allemaal te zien is van die kemphanen. Daarnaast zie je nog een impressie van andere vogels langs het Lauwersmeer.

E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken.


zaterdag 8 juni 2019

Schuim op het strand

Zeeschuim wordt veroorzaakt door afstervende slijmalgen
In het voorjaar is er regelmatig schuim te zien op het strand, het ene jaar meer dan het andere. Dat is het gevolg van afgestorven algen die door de wind opgeklopt worden tot schuim. Het lichte spul wordt door de wind naar het strand geblazen. De Stichting Anemoon (ANalyse Educatie en Marien Oecologisch ONderzoek) legt het fenomeen helder uit: de algenbloei ontstaat als volgt: fosfaten en nitraten zijn voedingsstoffen die opgelost in het zeewater onontbeerlijke voedingsstoffen zijn voor o.a. microscopisch kleine eencellige algen. Het zijn de bouwstenen van eiwitten en het genetisch materiaal: het DNA. Phaeocystis, ook wel slijmalg genoemd, is een kolonievormende alg die in ons kustwater natuurlijk voorkomt. Zij is onder andere afhankelijk van de hoeveelheid beschikbare fosfaten en nitraten, maar ook van de stijgende zeewatertemperatuur en de hoeveelheid zonlicht. Gunstige concentraties van de voedingsstoffen en de zonnige dagen dragen sterk bij aan een enorme algenbloei. Op zulke momenten is het zeewater sterk vertroebeld door ontelbare olieachtige bolletjes waar honderden kleine Phaeocystis algencelletjes in opgesloten zitten. Het zicht onder water loopt dan terug van 2 meter naar 20-50 centimeter. De algenbloei is een belangrijk proces voor de mariene biodiversiteit. De algjes bouwen de organische voedingsstoffen op die geconsumeerd worden door het dierlijk plankton. Dat vormt de voedselbasis voor grotere dieren zoals zeepokken, garnalen, zakpijpen en neteldieren.
Zeeschuim zie je vooral in het voorjaar

De reden dat je dit fenomeen meestal in het voorjaar ziet, heeft te maken met de geringe hoeveelheid licht in de winter: dat is te weinig voor de algen. Intussen bouwt een voorraad stikstof en fosfaat op in de zee. In de lente komt er meer zonlicht en het water wordt warmer: ideale omstandigheden voor algen om snel te groeien op deze hoeveelheden stikstof en fosfaat. Wanneer de voedingsstoffen op zijn, sterven ze weer af en komen de schuimpartijen aanwaaien. In het algemeen is het schuim niet schadelijk voor de gezondheid.

Wij zagen het al weer een tijdje geleden op een winderige dag in Noordwijk. Het schuim was behoorlijk fotogeniek en 'wandelde' over het strand in de wind. Dat is te zien in het filmpje van deze week. E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken.


Soms neemt de schuimvorming grootse vormen aan, zoals te zien is in dit filmpje, opgenomen in Australië in 2013. 


zaterdag 1 juni 2019

Een nest vol zwaantjes

Vijf van de zes eieren zijn uitgekomen
Deze week twee (langere) filmpjes en minder woorden in mijn blog. De vorige week heb ik je in spanning achter gelaten over het lot van de pas geboren meerkoetjes. Zelf heb ik er ook bijna een week over gedaan eer ik duidelijkheid had. Op een mistige zaterdagochtend, 18 mei, besloot ik weer eens een tijdje te posten bij het zwanennest, want de 38 dagen broedtijd zaten er nu wel op. Het was frisjes voor de tijd van het jaar. Moeder zwaan zat minder rustig en hield haar vleugels enigszins uitgespreid over het nest. Was dat een teken dat er kleine zwaantjes beschermd moesten worden? Niet lang daarna kon ik een glimp opvangen van enkele zwanenkuikens die nieuwsgierig de wereld in keken. Vader zwaan postte op mijn 'normale' standplaats, dus ik moest het doen met een blik door de verrekijker en maximale zoom van mijn camera. Op het water was het een drukte van belang die morgen: de meerkoeten kwamen aanzwemmen, twee kuikens in hun kielzog! Blijkbaar hadden ze zich schuil gehouden tussen de oeverplanten of sloten in de omgeving. Een wilde eend gleed met een sliert van zes jongen voorbij. En twee futen waren pogingen aan het doen om een nest te bouwen, wat door de koeten niet in dank werd afgenomen. Inmiddels was vader zwaan te water gegaan, dus ik besloot om te kijken of ik op mijn vertrouwde plekje nog wat te zien kreeg. Ik stond er bijna drie kwartier zonder veel te bewegen. En net toen ik de moed op wilde geven, kreeg ik een prachtig schouwspel te zien: vijf van de zes zwaantjes waren uit het ei gekropen.

E-mailabonnees kunnen hier klikken voor het eerste filmpje van deze week. Lees vooral door onder het filmpje!


In eerste instantie vond ik dit een mooi eind van de zwanen-trilogie. Maar sommige kijkers op YouTube vroegen mij hoe het was afgelopen met dat zesde ei. Op een avond ben ik nog eens gaan kijken, en kon concluderen dat de familie compleet was. Ook de zes eendjes zwommen nog rond en de twee meerkoetjes zaten weer rustig op het nest. Het leven in dit kleine watertje zag er goed uit.

E-mailabonnees kunnen het tweede filmpje bekijken door hier te klikken



Film "Twaalf maanden natuur" in wordt op 14 juni vertoond in Nieuwkoop

Op 14 juni wordt mijn film 'Twaalf maanden natuur in het Groene Hart vertoond in Theater Kaleidoskoop in Nieuwkoop. Kijk voor meer informatie op de site van het theater.

zaterdag 25 mei 2019

Nestelende zwanen en meerkoeten, hoe het verder ging

Twee meerkoetkuikens zijn geboren
In mijn blog van 20 april schreef ik over de nestelende zwanen en meerkoeten die elkaar het leven in eerste instantie zuur maakten. De zwaan vond dat de meerkoeten in zijn vaarwater zaten en vernielde hun nest. Die lieten het er niet bij zitten en repareerden het. Na enkele dagen was de ruzie beslecht en zaten beide soorten te broeden. Meerkoeten hoeven maar een week of 3 à 3,5 te broeden, terwijl zwanen 38 dagen op de eieren zitten. Toen ik eens ging kijken hoe de zaak ervoor stond bij de nesten, verbaasde het mij dus niet dat de meerkoeten net jongen hadden gekregen. Twee rode koppies kwamen onder moeders veren uit als vader een lekker hapje kwam brengen. Dat kan een stukje waterplant zijn (dat is samen met gras het belangrijkste voedsel van de koeten), maar als ze nog jong zijn eten ze ook dierlijk voedsel voor de broodnodige eiwitten. Dan staan ook waterdiertjes op het menu. Aan de snaveltjes waren nog witte puntjes te zien; de zogenaamde ei-tand, die de kuikens gebruiken om uit het ei te breken. Na een paar dagen is die ei-tand verdwenen.
De zwanenvrouw zat nog op het nest en lag de meeste tijd te dutten. Manlief is er alleen voor de bewaking zoals je in mijn vorige blog kon lezen. Ook hij leek te dutten, maar zijn oog was niet gesloten en keek alert in de rondte naar potentieel gevaar. Mijn geduld werd aardig op de proef gesteld, maar na bijna een uur stond de vrouwtjeszwaan op van haar nest om de eieren te keren. Zes stuks lagen er in, het nest was daarmee voor dit legsel blijkbaar compleet. Deze week zou het spannend worden: op welke dag zouden de eieren uitkomen en zou ik de jonge zwaantjes kunnen filmen?
Zes eieren in het zwanennest
Ik besloot de dag erna nog even te gaan kijken, aan het einde van de middag omdat het licht dan beter op het meerkoetennest zou vallen. De zwaan was nog op het nest, maar het meerkoetennest was tot mijn schrik verlaten. Ik zag één volwassen meerkoet, maar geen kleintjes. In de gele treurwilg boven het nest zat een paar eksters ongelooflijk veel lawaai te maken. Ze zouden toch geen smakelijk hapje hebben gehad aan de jonge koetjes? Dat is hoe het werkt in de natuur, maar toch....
Elke ochtend passeerde ik het nest op weg naar mijn werk, maar van de meerkoetjes geen spoor. Het zou nog even duren eer ik meer te weten kwam over het lot van de kuikens. Daarover lees je in mijn blog van de volgende week.

E-mailabonnees kunnen hier klikken om de film van deze week te bekijken.






zaterdag 18 mei 2019

Flirtende vlinders hebben geen tijd om te eten

Het bont zandoogje kan overwinteren
als rups of als pop
Een wandeling in de buurt van het Limburgse plaatsje Holset voerde door een relatief jong berkenbos. Berken zijn echte pionierbomen, die kale vlaktes snel koloniseren. De bomen laten veel licht door, waardoor er veel ondergroei is. Dat zijn plekjes waar de hazelmuis en hazelworm zich thuis voelen, maar die soorten zijn verschrikkelijk moeilijk te spotten. In het lichte bos waren bonte zandoogjes aan het flirten. Bonte zandoogjes zien we gelukkig steeds vaker in Nederland. Wat betreft hun overwinteringsgedrag zijn dat best bijzondere vlinders. Zoals de meeste mensen wel weten maken vlinders een volledige gedaantewisseling door: uit het ei komen rupsen, vreetmachines die gedurende dit stadium 20x langer en duizenden keren zwaarder worden vergeleken met het moment dat ze als rups te voorschijn kwamen. Na het popstadium vliegen de vlinders uit. Hoe vlinders overwinteren is per soort genetisch vastgelegd: sommige soorten doen dat als vlinder (zoals de citroenvlinder en de dagpauwoog), andere als ei of als pop. De bonte zandoogjes kunnen flexibel overwinteren: als rups of als pop, dat is zeldzaam in de vlinderwereld. De overwinterende poppen komen eerder uit, omdat ze al een stadium verder zijn, en die bonte zandoogjes kunnen we dan al vroeg in het jaar tegen komen, op zijn vroegst in maart. De mannetjes gaan vervolgens posten op een uitstekende tak of andere plek waar hij goed gezien kan worden door de vrouwtjes. Als er een interessante partner langskomt vliegt het mannetje om het vrouwtje heen en scheidt geurstoffen (feromonen) af. Het vrouwtje kan op basis van de geur en het vlieggedrag zien of het mannetje van 'haar soort' is. Dan kan de paring plaatsvinden. In het filmpje van deze week, zie je dit flirtgedrag.

Geen tijd om te eten
Er is een onderzoeker die gedurende een periode van 8 jaar heeft bijgehouden hoe vlinders de dag doorbrengen. De meeste tijd (30%) vliegen de vlinders, gevolgd door drinken (26%) van nectar, sap van rottend fruit, mest of hars. Territoriaal gedrag (zitten, patrouilleren en vechten met concurrenten) neemt gemiddeld zo'n 20% van hun tijd in beslag, en zitten ook zo'n 19% (bijvoorbeeld om op te warmen). Met flirten en paren brengen ze 4% van hun tijd door, om tenslotte 1% van hun tijd te besteden aan eieren leggen. De tijdbesteding van de verschillende soorten vlinders kan afwijken van deze gemiddelden. Vlinders die er een territorium op na houden zijn daar vaak intensief mee bezig. Zo sterk zelfs dat ze nauwelijks aan eten toekomen. Specifieke gegevens van het bont zandoogje heb ik niet (het onderzoek is gedaan in een tijd dat de bont zandoogjes nog vrij zeldzaam waren), maar andere territoriale vlinders zoals het bruin zandoogje en de argusvlinder besteden zo rond de 50-55% van hun tijd aan territoriaal gedrag. Het bruin zandoogje kan maar een paar procent van de tijd aan voedsel zoeken besteden, de argusvlinder ongeveer 15%. Zulke vlinders hebben een kort leven...

Boompieper
Foto: xulescu_g [CC BY-SA 2.0]

We zagen in het bos tenslotte ook een boompieper, een soort die je echt moet zoeken in het oosten van ons land. Hij zat in een boom op een kapvlakte en steeg op in de lucht om te zingen, om vervolgens weer te landen op een tak. Lees meer over de boompieper op de site van de Vogelbescherming. Hij duikt even op in de film.

E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje van deze week te bekijken.


zaterdag 11 mei 2019

Lang leve de paardenbloem

Een paardenbloemplant produceert
veel zaad met hoge kiemkracht
Ik weet niet of alle gazonbezitters het eens zijn met de titel van dit blog, maar ik doel hier voornamelijk op de leeftijd van deze plant. Want een paardenbloem kan wel 15 jaar oud worden. Met een bladrozet van 20 à 30 cm doorsnee en een worteldiepte van 3 tot 4,5 meter is deze plant moeilijk te bestrijden. Schoffel je het rozet weg, dan ontspruiten er al snel nieuwe planten uit de wortel. De plant is winterhard tot een graad of -35 à -40 Celsius. Na de bloei vormt zich een bol met zaadpluis van zogenaamde 'nootjes' met een parachuutje eraan, die door de wind tientallen kilometers kunnen worden weggevoerd. De paardenbloem maakt er tussen de 54 en 172 per bloem, wat per plant kan oplopen tot zo'n 5000. En die hebben dan ook nog eens een kiemkracht van 90%. Kortom: een doorzetter van formaat.
Een paardenbloem kan 15 jaar worden

Hier valt als mens alleen nog van de nood een deugd te maken. Om te beginnen leveren de paardenbloemen in het vroege voorjaar nectar voor insecten, op een moment dat er nog niet veel te halen valt. Dat is pure winst voor onze bestuivers. De meeste delen van de plant zijn eetbaar (behalve de steel met het melksap). Ik heb wel eens paardenbloemen bereid met een pannenkoekbeslag, gebakken in een pan. Ik moet zeggen dat de poedersuiker het meest smaakvolle aan het geheel was :). In Groenland (dat lang niet zo groen is als de naam doet vermoeden) kregen we paardenbloemblad als salade opgediend, bij gebrek aan andere groente. De bladeren bevatten veel vitamine C. Het smaakte enigszins bitter, maar wel lekker.  Om van die bittere smaak af te komen kun je de bladeren even blancheren of roerbakken zoals spinazie. Ook wordt de rozet wel met aarde of een pot bedekt, de gele stelen die dan te voorschijn komen noemt men molsla en zijn in Frankrijk een delicatesse. Van de geroosterde wortels kan surrogaatkoffie worden gemaakt. De Britten brouwen zelfs bier van deze plant (Dandelion stout).
De Britten maken er bier van
De Russen maakten van paardenbloemen een echte productieplant voor.... rubber! In 1941 werd in de voormalige Sovjet Unie 67.000 hectare paardenbloemen geteeld voor de productie van rubber uit het melksap. Dat was overigens niet onze 'gewone' paardenbloem maar de variant Taraxacum koksghyz. Per hectare leverden de paardenbloemen 150 kg rubber. Ter vergelijking: de rubberboom in de tropen levert 2000 kg per hectare. Toch voorzag de Sovjet-productie in die tijd in 30% van de rubberbehoefte.
Tenslotte is de plant ook gewoon mooi om te zien. Op een ochtend zag ik bij zonsopgang een overhoekje met uitgebloeide paardenbloemen. Ik heb twee uur lang genoten van de opkomende zon, de nevel die boven de velden hing en het prachtige licht in het paardenbloempluis, dat helemaal vol hing met pareltjes dauw. Geniet mee in het filmpje van deze week (e-mailabonnees klik hier).



zaterdag 4 mei 2019

Kievitsbloemen en de aardappel

Kievitsbloemen zijn in het wild erg zeldzaam geworden
Planten zoals de dotterbloem en kievitsbloem zijn typische soorten van natte hooilanden. In de heemtuin van Leiderdorp waren de kievitsbloemen talrijk, dat is beslist niet elk jaar het geval. Dus ik had geluk toen ik er in april ging filmen. Met de zon achter de wijnrode klokjes kwam het blokjespatroon van de bloemblaadjes goed tot zijn recht. In het wild is de plant in ons land zeer zeldzaam, langs de Overijsselse Vecht en het Zwarte Water in Zwolle zijn ze nog te vinden. Wanneer de rivier overstroomt worden de zaden met het water meegevoerd. Dan begint het lange wachten, want het zaad doet er zo'n 5 tot 8 jaar over om een bloeiend bolletje te worden. Hommels zijn belangrijk voor de bestuiving van de plant, die daarvoor een 'landingsbaan' van ultraviolet licht uitstraalt. Ook door zelfbestuiving kan de plant zaad maken, maar een door hommels bestoven plant is fitter dan zo'n zelfbestuiver. Onderzoekers stelden vast dat bevruchte kievitsbloemen een maand langer leven. Waarschijnlijk is dat een hormonale kwestie: als een hommel de plant bestuift komt er een signaalstof vrij die de plant aanzet om nog niet af te sterven. En de plant blijft dan afweerstoffen aanmaken tegen ziektes. Kievitsbloemen zijn gevoelig voor een schimmel: Pythium. Maar dank zij de hommel kan deze schimmel bij het bolgewasje aanzienlijk minder schade aanrichten. Een mooie bijvangst van jaren onderzoek naar hommels en kievitsbloemen was dat dit ook lijkt te werken bij aardappels. Wanneer die bevrucht worden, treedt de gevreesde aardappelziekte fytoftora veel minder op. Maar dan moeten we wel weer aardappels gaan kweken die bloeien. De meeste aardappelplanten die nu op de akkers staan, bloeien niet meer. Omdat de bloei veel energie vraagt van de plant - en dus van de eetbare knol - worden aardappels geteeld met steriele planten.
Aardappelbloemen zijn minstens
even zeldzaam....
Toen ik dat las ging mij een licht op. Een aantal jaren geleden ben ik begonnen om wat groenten in mijn achtertuin te telen. Ik had ook wat pootaardappeltjes gekocht, die ik in grote containers en zakken opkweekte. De aardappels bloeiden met mooie wit/gele bloemetjes en we hadden een flinke aardappeloogst. De jaren erna zag ik tot mijn verbazing nooit meer bloemetjes aan de planten, en de oogst heeft die van het eerste jaar ook nooit meer geëvenaard. Misschien lag het geheim wel bij de bloemetjes en de hommels. Ik heb echter geen idee waar ik nog bloeiende aardappels kan kopen, want ik koop ze elk jaar bij dezelfde leverancier en die pootaardappels zijn blijkbaar veranderd in steriele exemplaren na de eerste aankoop in 2011.

In het filmpje van deze week zie je natuurlijk de kievitsbloemen, maar ook paarse schubwortel, waarover ik in maart 2017 al eens een blog schreef. Ook de witte sterretjes van het daslook straalden deze dag in de zon. E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te zien.

Tenslotte de hartelijke groeten aan het "KNNV-echtpaar" uit Den Haag, dat getuige was van het maken van dit filmpje!


Als extra'tje deze week nog een kort filmpje van wilde hyacintjes in het Alphense Bospark. Email-abonnees: klik hier.



zaterdag 27 april 2019

Bloesemsnoeper

Bloesem in bedauwd gras
De afgelopen weken bloeiden de bloesems uitbundig. In korte tijd ontloken de knoppen, maar door het warme weer was de bloesemtijd ook weer snel voorbij. In het filmpje van deze week zie je wit bloeiende bomen en daartussen een bloesemsnoeper: de houtduif eet de bloemetjes graag. Houtduiven worden vaak verward met stadsduiven ('de duiven op de dam'), maar dat is een andere soort. De houtduif, met zijn opvallende witte vlek in de nek, was vroeger een bosduif. De houtduiven leefden in bossen in de buurt van agrarische activiteiten, waar ze makkelijk 'een graantje konden meepikken'. Dat we ze inmiddels toch vaak in de stad kunnen zien heeft een paar oorzaken. De landbouwmethoden zijn steeds efficiënter geworden, waardoor er weinig restjes over blijven op de velden na de oogst. Er wordt minder zomergraan verbouwd en meer wintergraan en mais. Ook spelen kraaien een rol in dit verhaal. Deze zwarte vogels eten graag houtduiveneieren. De grote witte eieren vallen erg op in het slordige nest van takken, dus voor een kraai zijn ze makkelijk te vinden.
Foto: Donald Hobern, Copenhagen
[CC BY 2.0 ]
Op het platteland werden kraaien bejaagd, dus konden de houtduiven daar redelijk rustig broeden. Maar dat is niet meer het geval. Om die reden zoeken houtduiven vaker de stad op. Daar zitten ze op plekjes waar veel mensen zijn. De kraaien vermijden die drukte, zodat de kans dat de duiveneieren uitkomen groter is. 

Door onderzoek in Maastricht kwamen nog wat interessante zaken aan het licht. Volgens de tellingen zijn de voorjaarsbroedsels van de houtduiven maar weinig succesvol; slechts 10% van de eieren levert levensvatbare jongen. Als de ouders op zoek waren naar voedsel, sloegen de predatoren toe. In het najaar is er aanzienlijk meer broedsucces. De duiven hebben de graanakkers ontdekt die voor de korenwolven (Limburgs beschermde wilde hamster) zijn aangelegd. Ze vliegen rechtstreeks naar deze gedekte tafel en proppen hun krop vol met graan. Daarna zijn ze snel weer terug op het nest, dat zo beter beschermd kan worden. Hopelijk laten ze nog een beetje graan liggen voor de hamsters :). 

E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje van deze week te bekijken.