vrijdag 20 juli 2018

Een grote futenfamilie

In mijn blog van 12 mei kon je lezen hoe de futen op het Paterswoldsemeer baltsten en aan een nest begonnen. Inmiddels kun je overal futen met kleintjes zien en ben ik wat dichter bij huis op zoek gegaan naar een futenfamilie om het gedrag van de jonkies te filmen. Tijdens een fietstocht zagen we dicht bij de oever van de Langeraarse Plas een gezinnetje met maar liefst 4 jonge fuutjes. De meeste futenfamilies zijn tegen deze tijd al uitgedund tot 1 of 2 juveniele vogels. Het was een mooie kans om een grote familie te filmen, dus een paar dagen later besloot ik er een ochtendje voor uit te trekken. Ik wilde vastleggen hoe de jonge fuutjes gevoerd werden, en dat gebeurt vooral in de ochtend en de namiddag. Vader of moeder namen regelmatig een duik en bleven dan zo'n 30 seconden onder water. Het was moeilijk te voorspellen waar de futen zouden opduiken, dus dat maakte het filmen lastig. Ze waren lang niet elke keer succesvol en kwamen regelmatig met een lege snavel aan de oppervlakte. De keren dat ze wel een visje vingen, waren de kleintjes er als de kippen bij. Het viel me op dat één fuutje gevoerd werd, de andere werden weggeduwd. Misschien moesten die leren om al voor zichzelf te zorgen, ze leken wat groter dan de benjamin van het stel.

Op de kop van de jonge futen zie je een rode plek. Ik dacht altijd dat dat veertjes waren, maar nu ik goed keek, zag ik dat het een kale plek was. En die blijkt heel belangrijk te zijn voor het voedergedrag. Naarmate de jonge vogel harder om voedsel bedelt, wordt de vlek roder. Zodra het fuutje gevoed is, kleurt de plek roze. Een handig signaal voor de ouders. Gary Nuechterlein heeft dat al in 1985 ontdekt, ik kom daar nu pas achter. Overigens spelen rode plekjes vaker een rol bij het voeden van jongen. De koppies van hele jong meerkoetjes schijnen ook om die reden rood te zijn. En onze Nederlandse Nobelprijswinnaar Niko Tinbergen toonde met experimenten aan dat jonge zilvermeeuwen aan voedsel komen door op het rode vlekje te tikken dat op de snavel van hun ouders zit. Dat tikken op de snavel is voor de ouders het signaal om voedsel op te braken. Het rode plekje wijst jonge zilvermeeuwtjes waar zij moeten pikken. Dus deze 'lippenstift' heeft een belangrijke functie.

In het filmpje is te zien dat de jonge fuutjes constant bedelden, na een paar uur filmen was ik het gepiep behoorlijk zat. Maar de futenouders hebben nog wel even te gaan, jonge futen worden ongeveer 10 weken gevoed door de volwassenen.

E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken.



zondag 15 juli 2018

Gefladder boven de akkerdistel

Ik ging op een zonnige ochtend op zoek naar vlinders. Het weitje dat ik in gedachten had lag nog in de schaduw toen ik arriveerde. Geen vlinder te bekennen dus. Even verderop trof ik een zonbeschenen veldje met akkerdistel aan, hier zoemden en fladderden insecten dat het een lieve lust was. De meeste distels hebben diepe bloempjes, waar een vlindertong voor nodig is om de nectar eruit te halen. Maar de akkerdistel heeft relatief kleine bloempjes en is daarom ook aantrekkelijk voor hommels, bijen en zweefvliegen. De mannelijke bloemhoofdjes zijn groter dan de vrouwelijke. Ze bevatten ook stuifmeel, iets dat de vrouwelijke bloemen niet te bieden hebben. Die adverteren dan weer met een vanillegeur om bestuivers naar hun bloemen te lokken en een drupje nectar op te halen. Als je de plant bekijkt dan merk je dat die er behoorlijk variabel uit kan zien: soms hebben ze sterk gekroesde en stekelige bladeren, soms zijn de bladeren juist wat vlakker en zijn er nauwelijks stekels te bekennen. Hoe de plant er uit ziet, hangt mede van de omgeving af. Als er kans is op vraat, bijvoorbeeld in een weiland, dan zal de plant investeren in stekelig krulblad om te voorkomen dat hij in een koeienmaag verdwijnt. Op een akker tussen cultuurgewassen is dat niet nodig, daar besteedt de akkerdistel zijn energie aan andere dingen.


De plant kan agrariërs (en menige tuinliefhebber) tot wanhoop brengen, want het is een taaie rakker die zich snel kan uitbreiden. De akkerdistel maakt op 20 tot 30 centimeter onder de grond een ver kruipend horizontaal wortelstelsel aan. Alsof dat nog niet genoeg is, ontspringen hieraan verticale wortels die twee meter de grond in boren. In Noord-Amerika zijn zelfs worteldieptes tot 7 meter vastgesteld. Wortelstukjes van 1 centimeter kunnen al weer tot een nieuwe plant leiden, elk jaar ploegen heeft dus één groot akkerdistelveld tot gevolg. De enige oplossing is om de plant met rust te laten; dan worden minder wortelknoppen gevormd en verdwijnt de plant. Dat is in een mooi rijmpje samengevat:

Distels breken is distels kweken
Distels maaien is distels zaaien
Distels trekken is distels stekken
Maar distels laten staan
Is distels kapot laten gaan.

Het enige dat je dan nodig hebt is een beetje geduld :). In het filmpje van deze week zie je de dagpauwoog, het groot koolwitje en landkaartjes van de zomergeneratie te midden van veel andere insecten op de akkerdistels. E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken.




dinsdag 10 juli 2018

Kannewasser of lampepoetser: de multifunctionele rietsigaar

Terwijl de natuur, landbouwgrond en tuinen dorsten naar regen, zijn de slootjes nog gevuld met voldoende water. Een filmpje van de waterkant dus, deze keer. Ik zag de gele plomp in verschillende stadia: van knop tot bloem en zaaddoos. Rond de bladeren en bloemen van deze plant waren roodoogjuffers bezig met het afzetten van eitjes. Het mannetje houdt zijn vrouwtje daarbij stevig vast in een zogenaamd tandem. In het laatste shot van de juffers zie je waarom: er zijn kapers op de kust die ook willen paren met het vrouwtje. Door het vrouwtje in de houdgreep te nemen, 'bewaakt' hij de ei-afzetting van zijn eitjes. Maar liefst 400 stuks zet zo'n vrouwtje af, en boort daarvoor telkens een gaatje in de waterplanten.
Grote lisdodde
In het filmpje zijn ook grote lisdodden te zien, rijzige planten van wel 2 meter hoog. De bladeren zijn smal en draaien (in lichte mate) spiraalsgewijs. De bloeiwijze bestaat uit twee dichtbloemige kolven die boven elkaar staan. Daaraan kun je meteen het onderscheid zien tussen de grote en de (slankere) kleine lisdodde. Bij de grote lisdodde sluiten die kolven op elkaar aan, bij de kleine lisdodde is tussen de twee bloemkolven een stukje stengel zichtbaar. Het onderste deel bevat de vrouwelijke bloemetjes, die zijn eerst groen en later bruin. Feitelijk staan er heel veel bloemetjes haaks op de stengel, zo dicht op elkaar dat het geheel de stengel omhult, alleen de stempels steken uit de massa.
Vrouwelijke bloempjes staan haaks op de stengel
Op de detailfoto kun je zien hoe dat eruit ziet. Daarboven staan dus de mannelijke bloemetjes, veel losser van structuur. Na de bloei valt dat bovenste deel snel af. Dat leidde tot het gezegde: 'na de bevruchting is het mannetje verdwenen en is het vrouwtje de sigaar' :). De vrouwelijke bloemen veranderen in zaden met veel vruchtpluis eraan in die bruine sigaren. Bij nat weer zwellen ze op, bij droogte krimpen ze en dan kan het vruchtpluis losraken en zich door de wind laten verspreiden. De lange haren zorgen dat de zaden op een briesje meeliften of dat de zaden blijven drijven op het water om een nieuw gebied te kunnen koloniseren.

Mannelijke bloemen
De vruchtwand scheurt open en het zaad zinkt om zich te nestelen in de zachte modderbodem. Ze behouden hun kiemkracht enige jaren, maar kunnen ook meteen gaan groeien. In één jaar kan zo'n plant uitgroeien tot een pol van wel 3 meter doorsnede. Na de bloei in de zomer zie je nog tot ver in de winter de rietsigaren staan. Zij zijn dan wel afgestorven, maar voorzien het wortelstelsel nog van zuurstof en zijn belangrijk voor het voortbestaan van de plant.

De lisdodde is een nuttige plant. Veel delen ervan kunnen gegeten worden, doe dat niet als de plant in vervuild water staat overigens.

Vruchtpluis
De witte binnenkant van de jonge scheuten en de jonge knoppen zijn geschikt voor consumptie. Het stuifmeel wordt gebruikt in koeken als een soort meel. Ook gedroogde wortels kunnen tot meel vermalen worden. De zaden zijn geschikt om te roosteren, het lijkt me wel een klusje om die te ontdoen van het pluis! Bijnamen zoals kannewasser en lampepoetser verraden dat de rietsigaren ook voor allerlei huishoudelijke klusjes werden ingezet, voordat de vaatwasser en de swiffer waren uitgevonden. Een hele mooie toepassing van het vruchtpluis vind ik de nestjes van de buidelmees, pluizige geweven mandjes die bungelen in een wilg. Ik heb ze nog nooit in het echt gezien, dat staat nog op mijn wensenlijstje.

Buidelmees bij het nest
Foto: Ralf Ottmann - wikimedia


E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te zien.






donderdag 5 juli 2018

Het strijkorkest van de bruine sprinkhaan


Tijdens het filmen in mijn tuin zag ik een sprinkhaan op het pad. Ik kon het beestje vrij dicht naderen, zodat ik er mooie close ups van kon maken vòòr het insect met een grote sprong in de rozemarijnstruik verdween. Het was een bruine sprinkhaan, die zijn vrij algemeen in Nederland en komen in veel tuinen voor. De sprinkhanen in ons land zijn onder te verdelen in twee soorten: de langsprieten en de kortsprieten. De krekels en sabelsprinkhanen behoren tot de orde van de langsprieten. Kijk maar eens naar het blogje dat ik vorig jaar oktober schreef over de struiksprinkhaan. Dan zie je dat de antennes een stuk langer zijn dan van de bruine sprinkhaan op de foto hiernaast. Die valt onder de kortsprieten, die ook weer twee orden kent: de doornsprinkhanen en de veldsprinkhanen. De bruine is een veldsprinkhaan. Sabelsprinkhanen maken geluid door de vleugels over elkaar te strijken, hun gehoororgaan zit in de voorpoot. Bij de veldsprinkhanen werkt dat anders: ze hebben een rasp op hun dij, die ze langs de vleugelrand strijken.
Op de foto rechts zie je dat raspje bij de linkerpoot. Veldsprinkhanen horen met een orgaan in het achterlijf. Met de roepzang maakt het mannetje zijn aanwezigheid bekend en laat hij aan vrouwtjes weten dat hij paringsbereid is. Vrouwtjes beantwoorden de roep en zo ontstaat er een 'dialoog'. Na de paring zet het vrouwtje de eitjes af. Veldsprinkhanen missen de legboor die je misschien kent van de sabelsprinkhanen. Ze kunnen echter de segmenten van het achterlijf uit elkaar schuiven om de eitjes dieper in de grond af te zetten. Nadat de eieren zijn gelegd kan het vrouwtje door middel van een baltszang door het mannetje opnieuw worden aangezet tot paring. De veldsprinkhanen leven overigens van grassen en zijn ook op open terreinen waar te nemen. Via deze link kun je een gratis sprinkhanenzoekkaart downloaden. Zingen is trouwens een riskante bezigheid omdat je je aanwezigheid kenbaar maakt aan soorten die jou als lekker hapje beschouwen. Daarom is de bruine sprinkhaan goed gecamoufleerd. In de rest van de tuin was het echter een feest van geur en kleur. Dat kun je zien in het filmpje van deze week.


E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken.



donderdag 28 juni 2018

Maskerbijen en andere bezoekers van de braam

Het gaat al een tijdje niet goed met onze bijen. Voor wie alle publiciteit gemist heeft: een recent Duits onderzoek laat zien dat we maar liefst 2/3 minder insecten hebben dan 10 jaar geleden. In aantallen dus. We hebben minder muggen in onze slaapkamer, minder insecten tegen de voorruit als we op de snelweg rijden, maar ook minder voedsel voor vogels en minder bestuivers voor ons voedsel. Oorzaken worden gezocht in het gebruik van bepaalde pesticiden (zoals roundup) en verlies van bloemrijke weiden en overhoekjes. Als individu kun je er wat aan doen door zelf geen roundup te gebruiken (hoe erg is een beetje gras tussen je tegels???) en veel bloeiende bloemen in je tuin of balkon te plaatsen. Ik ben eens een tijdje gaan filmen bij onze braam en zag dat zo'n enkele struik al best verschil kan maken. Wat kwamen daar veel verschillende insecten op af: bijen, hommels, zweefvliegen en zelfs een runderdaas. Die laatste bracht me trouwens aardig in verwarring want in een poging om hem op naam te brengen bleef ik maar zoeken bij de zweefvliegen. Dazen eten immers bloed, dacht ik. Hun snuit bevat een aantal mesjes waarmee ze je huid als het ware opensnijden om het bloed op te kunnen zuigen. Maar dat blijken alleen de vrouwtjes te doen (net als bij muggen trouwens), zij hebben het bloed nodig om eitjes tot ontwikkeling te brengen. Mannetjesdazen eten stuifmeel en dat zie je de grijze runderdaas in het filmpje dan ook doen: hij dept het van de bramenbladeren op.

Waar dazen vrij forse vliegen zijn van wel 2 centimeter groot, zag ik juist ook heel kleine bezoekers op de bramenbloemetjes. De foto is een schermprint uit het filmpje, dus niet superscherp. Wat je echter goed ziet bij het bijtje dat komt aanvliegen is het gele 'masker' op het voorhoofd. Dit zijn maskerbijtjes: kale, glimmende zwarte bijtjes, ergens tussen de 4 en 9 mm groot. Bijen gebruiken in het algemeen speciale haren om stuifmeel te verzamelen. De kale maskerbijen kunnen dat dus niet. Ze verzamelen stuifmeel en nectar in een keelzakje ofwel krop. Ze hebben speciale borstels aan kun kaken om het stuifmeel naar binnen te schuiven vanuit de bloem of vanuit hun voorpoten. Nectar verzamelen ze met hun tong, dat kan alleen bij ondiepe bloemen, waar de nectar aan de oppervlakte ligt. Soms blazen ze een belletje nectar uit en na een minuut slikken ze het weer in. Waarschijnlijk doen ze dat om de nectar iets te laten indampen, zodat er meer zoetigheid en minder water in zit. Ik heb dat zelf niet gezien, want de bijtjes vlogen als een razende rond de bramenbloemetjes. Ik had al moeite genoeg om ze op de film te krijgen. Maskerbijen nestelen in holle stengels (onder andere van de braam), maar maken ook graag gebruik van bijenhotels. Hun nestelgedrag lijkt een beetje op dat van de rosse metselbij, die ik vorig jaar augustus al eens in een blog beschreef. Ze metselen hun broedcellen echter niet dicht met modder maar met een vliesje van eiwithoudende vloeistof dat ze vanuit klieren uit hun borststuk via hun mond naar buiten brengen. Het voedsel dat ze voor hun nageslacht achterlaten is de gelei van nectar en stuifmeel die uit hun krop komt. Je kunt in dit hoofdstuk van Gasten van Bijenhotels alles nog eens in detail nalezen.

In het filmpje zie je verschillende insecten op de braam. Ik heb, met hulp van de (gratis) Basisgids Hommels en het forum van waarneming.nl zo veel mogelijk soorten op naam proberen te brengen. Mocht je nog iets zien dat niet klopt, laat het me dan weten!

E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te zien.



vrijdag 22 juni 2018

Hoe populair is de brandnetel?

Rups van een atalanta op grote brandnetel
Juni is een 'stille' maand. De meeste vogels zijn gestopt met zingen en door het dichte gebladerte zijn ze ook moeilijker te zien. Maar intussen vliegen ze af en aan om hun kleintjes te voorzien van voedsel. Ook zaadeters voeden hun nakomelingen met insecten omdat ze snel groeien van zo'n eiwitrijk dieet, dus menige rups verdwijnt in het keelgat van jonge vogeltjes. Een kort struintochtje leverde dan ook vooral 'kleine' waarnemingen op: insecten (zoals de grasbloemwants op de grasstengel in het filmpje), bloeiend kleefkruid met zijn witte bloemetjes die niet groter zijn dan enkele millimeters en brandnetels die op het punt staan om te gaan bloeien. Beide planten houden van een vochtige, voedselrijke omgeving. De brandnetel is bij uitstek een stikstofminnende plant. Van de jonge scheuten kun je heerlijke soep maken, maar daarvoor is het nu al te laat in het jaar. Na de bloei worden ze taai en bitter. Maar voor veel dieren is de brandnetel een waardevolle plant. Nachtegalen broeden erin en bosrietzangers vlechten een prachtig nestje tussen de stengels, kijk maar eens naar de foto op deze site. Verder is de grote brandnetel de voornaamste of enige voedselplant voor menige vlindersoort. De atalanta en kleine vos zetten er hun eitjes op af, net als de dagpauwoog en het landkaartje. Over die laatste vlinder schreef ik vorig jaar juli al eens een blogje. Ook nachtvlinders weten de brandnetel te vinden: de bruine snuituil, brandnetelmot en het brandnetelkapje, een motje met een 'brilletje' op.
Brandnetelkapje. Foto: Patrick Clement
from West Midlands, England, wikimedia
De naam van de gladde brandnetelkever en de viervlek-, gekamde- en groene brandnetelsnuittor geven ook een relatie met de brandnetel aan. Verschillende insecten vormen gallen op de plant, en je kunt de roestzwam op de bladeren vinden. Op de stengels groeien ook nog 2-4 mm witte schimmels met de naam brandnetelklokje. De brandnetel is bij veel mensen niet favoriet vanwege de brandharen, die bij aanraking de huid doorboren en het stofje histamine inspuiten. Histamine is de stof die ook bij insectenbeten jeuk veroorzaakt. Maar bij dieren en andere organismen is de plant dus best populair.
Brandnetelklokje, Foto: Tatiana Bulyonkova, wikimedia


E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken. 


vrijdag 15 juni 2018

Grassen hielpen ons land te maken

Johann Georg Sturm (Painter: Jacob Sturm)
Fig. from book Deutschlands Flora in Abbildungen (1796)
Grassen komen op alle continenten voor, zelfs op Antarctica groeit een enkele soort. Deze plantenfamilie heeft dan ook de meeste soorten: zo'n 8000. En ze komen al een tijdje op aarde voor: in fossiele poep van dinosauriërs van zo'n 65 miljoen jaar geleden zijn al resten van grasachtigen te zien. De bloemetjes zijn, net als bij andere windbestuivers, klein maar talrijk. Er is veel stuifmeel voor nodig om de kleine bloemetjes te bereiken. Helaas voor de twee miljoen hooikoortspatiënten in ons land. Op de botanische tekening hiernaast zie je hoe die grassen er uit zien, op de tekening hieronder is dat nog eens in detail uitgelegd.


A ="volledig" aartje met een bloeiende bloem
B = stamper C = helmhokjes
D = onderste kelkkafje E = bovenste kelkkafje
F = bovenste kroonkafje (palea)
G = onderste kroonkafje (Lemma)
H = stamper en overige bloemdelen in
niet uiteengevouwen staat. Bron: wikimedia
Gras slaat zijn voedsel voornamelijk op in ondergrondse delen, daarom is het niet erg als het wordt afgegraasd door dieren. Dank zij die voorziening onder de grond kan het snel weer aangroeien. Grazende dieren helpen het gras zelfs door concurrerende gewassen op te eten, waardoor het gras alle ruimte heeft.

In mijn filmpje van deze week, zie je verschillende bloeiende grassen en de bladeren van riet (met regendruppels er op). Riet is een van de weinige waterminnende grassen en gedijt op matig tot voedselrijke plaatsen in brak of zoet water. In het midden Pleistoceen (126.000-781.000 jaar geleden) groeide het al in poeltjes en natte vennen in ons land. Riet heeft grote wortelstelsels met luchtkanalen en door die wortelpakketten groeien wateren dicht en verlanden. Op grotere schaal gebeurde dit 6000 jaar geleden in het westen en noorden van ons land. De strandwallen vormden toen inmiddels een gordel langs de kust. In de lagunes erachter mondden rivieren uit die het brakke zeewater langzaam verzoetten. Rietmoerassen ontstonden en vergingen en vormden rietveen. Dat is in feite een opeenstapeling van half vergane plantenresten in een waterlaag. Op de dode stengels groeide weer nieuw riet en uiteindelijk werd dit een dik pakket rietveen dat droger werd. Toen konden er ook bomen gaan groeien, zoals de els en hazelaar. De veenvorming ging door en er ontstond bosveen bovenop het rietveen. Zo hebben grassen de basis gelegd voor de lager gelegen provincies in ons land. Wil je meer weten over onze bodem en landschappen? Kijk dan eens rond op de interessante site van Geologie van Nederland.

E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken.






 
  

zaterdag 9 juni 2018

Juweeltje in de bomen

Een laatste filmpje van ons bezoek aan de kop van Drenthe in de meivakantie. Zoals jullie in eerdere blogjes konden lezen, stond ons vakantiehuis aan (of eigenlijk dreef het in) het Paterswoldsemeer. Achter het huis was een stukje bostuin met een watertje er door. Dit slootje met weelderige oeverbegroeiing was blijkbaar precies de goede biotoop voor de smaragdlibel. Na een paar dagen liet de zon zich zien en waren de buien verleden tijd. Elke dag zagen we smaragdlibellen die zich in de bomen boven het water aan het opwarmen waren. Voor ons een geweldige waarneming, want in het westen van het land (en Friesland en Groningen) komt deze soort nauwelijks voor. Maar hier konden we er volop van genieten. Eind april sluipen zo'n beetje de eerste exemplaren uit. Ze zijn nog te zien tot eind juli, maar de piek ligt in mei tot begin juni. De larven die eind april omhoog kruipen uit het water hebben dan twee of drie winters in de sloot doorgebracht. 
De meesten zoeken een plekje op een meter hoogte boven het water, maar sommigen zoeken het hoger op en klimmen de boom in of leggen tientallen meters horizontaal af. Van een schuurtje of boothuis direct aan het water maken ze ook graag gebruik. Als ze eenmaal uit hun larvenhuidje zijn gebarsten moet het lichaam nog worden opgepompt tot libellenformaat. De libel is dan heel kwetsbaar want hij of zij kan nog niet vliegen en vormt een makkelijke prooi. Eenmaal geslachtsrijp vliegen de mannetjes zich echter een slag in de rondte, ze patrouilleren vlak langs de oevervegetatie en kort boven het water. Komen ze een vrouwtje tegen, dan wordt die meteen gegrepen voor een paring. Het vrouwtje zet de eitjes later in haar eentje af, vaak als het wat minder mooi weer is, zodat ze met rust gelaten wordt door andere paarlustige mannetjes. Ze dipt met haar achterlijf de eieren in klompjes van 20 tot 30 eitjes in het water. De eitjes zwellen op en zinken naar de bodem. Met het uitkomen van nieuwe larven is de cyclus rond.

E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken.


Deel de link!

Lees je mijn blog en bekijk je mijn filmpjes met plezier? En ken je mensen die dit ook graag zouden lezen? Deel dan de link van dit blog met andere belangstellenden. Bedankt voor de genomen moeite.


zondag 3 juni 2018

Klein grut op Texel

Deze keer weinig tekst maar een wat langer filmpje om te genieten van jonge vogels, lammetjes en kalfjes op Texel. De namen van de vogels zijn in het filmpje vermeld. Het was bijzonder om zilverplevieren in zomerkleed tegen te komen, met hun pikzwarte borst. Ze broeden hier niet maar zijn op weg naar hun noordelijke broedgebied in de toendra's van Rusland. Ze maken een tussenstop op onze wadden om zeepieren, wadslakjes en garnalen te eten op slikplaten, strandjes en grasland. Je ziet ze vanzelf opduiken in het filmpje.

E-mailabonnees kunnen hier klikken om naar het filmpje te gaan.
Als je het filmpje rechtstreeks op YouTube bekijkt (via bovenstaande link), vergeet dan niet de resolutie op HD1080 in te stellen voor het beste resultaat. Dat kan door op het radertje rechtsonder te klikken en te kiezen voor 1080p. Zie onderstaande plaatjes.