vrijdag 22 oktober 2021

Wingerd, vuurdoorn en een vuurwants

Een aantal jaren geleden moest onze haag van veldesdoorn eruit omdat hij aan alle kanten 1 meter van onze stadstuin innam. We wilden er iets voor terug planten dat mooi was voor ons en ook iets opleverde voor de dieren in onze tuin, maar dat niet zo breed zou uitgroeien. Het werd een combinatie van wilde wingerd, klimop en vuurdoorn. Klimop is het hele jaar groen en biedt schuilgelegenheid aan insecten en vogels. De bloemetjes bloeien vrij laat in het jaar en leveren dan nectar aan de laatste rondvliegende insecten. De zwarte bessen vormen in de winter een lekker hapje voor vogels. Ook de wingerd is een goede leverancier van nectar en stuifmeel, ook al zijn de bloemetjes klein. Een bij haalt per bloem per dag 1 à 2 mg nectar binnen. De vruchten zijn kleine blauwe zoetige besjes, die een lekkernij zijn voor vele vogels (mensen kunnen ze beter niet eten). In het najaar is deze plant voor ons 'eyecandy' (letterlijk oogsnoep ofwel een genot om te zien) zoals de Engelsen dat zo mooi uitdrukken. De bladeren verkleuren van groen, naar geel en via oranje naar karmijnrood. Geweldig om te zien, onze eigen 'Indian summer' in de achtertuin. Wingerd hoort tot de wijnstokfamilie en komt oorspronkelijk voor in het zuiden van Canada en noorden van de VS. De soort is in Europa ingevoerd maar komt hier inmiddels ook op veel plaatsen in verwilderde vorm voor. Met hechtschijfjes 'kleven' de ranken aan muren, de groeisnelheid is groot maar de plant is makkelijk te snoeien en te verwijderen waar hij niet gewenst is. 

Wingerd en de bessen van vuurdoorn

Vuurdoorns hebben ook heel wat te bieden in de tuin. De plant hoort bij de rozenfamilie; ze hebben dan ook flinke doorns. Die stekelige takken zijn een prima natuurlijke bescherming tegen klimmende katten voor broedende vogels. In het voorjaar is de struik getooid met witte bloemschermen en vliegen de insecten af en aan. In de winter worden de besjes door vogels gegeten. Wij hebben een variëteit met gelige bessen en een met rode bessen. De soort met oranje bessen is het meest bekend. 

Op hemelsleutel, een laat bloeiende vetplant, zag ik een vuurwants. In de zomer worden de eitjes van deze soort afgezet en na een aantal larvenstadia vervellen ze in september tot de volgroeide wants. Deze genoot dus pas kort van zijn volwassen leven. De winter overleven ze in groepen onder de grond of tussen bladeren. Ze leven voornamelijk van planten: met hun snuit zuigen ze het sap uit de stengel. 

Vuurwants op hemelsleutel in de herfstzon

Het tweede deel van hun wetenschappelijke naam Pyrrhocoris apterus betekent: zonder vleugels. Dat klopt niet want ze hebben wel degelijk vleugels maar meestal kunnen ze er niet mee vliegen omdat ze te kort zijn. Over die vleugels las ik op wikipedia deze aardige feitjes: 

"Er komen verschillende vleugelvormen voor, zoals langgevleugelde exemplaren die zowel goed ontwikkelde voorvleugels hebben als vliezige achtervleugels, waarmee ze goed kunnen vliegen. Dit wordt wel macropteer genoemd maar komt bij de vuurwants zelden voor. De meeste exemplaren zijn kortgevleugeld of brachypteer, deze wantsen hebben geen membraan aan de achterzijde van de voorvleugels. Er komen daarnaast ook combinaties voor van exemplaren met lange voorvleugels en korte achtervleugels en vice versa. Ten slotte komen er soms exemplaren voor die ongelijke vleugels hebben, wat maar weinig voorkomt bij de insecten. Uit onderzoek naar de reden achter kort- of langvleugeligheid bij de vuurwants komen verschillende oorzaken naar voren. Als de nimf zich ontwikkelt bij een hoge omgevingstemperatuur en een hoge lichtintensiteit is de kans groter dat het volwassen exemplaar langgevleugeld is. Ook heeft de wants meer kans lange vleugels te ontwikkelen als de nimf in een omgeving opgroeit met veel soortgenoten waarbij de dieren actiever zijn. In het laboratoriumonderzoek wordt verfrommeld papier gebruikt als surrogaat voor de strooisellaag, en opmerkelijk is dat zelfs het gebruikte papier kan invloed hebben op de ontwikkeling van de vleugels. Bij gebruik van advertentiepaginas van het tijdschrift Nature komen normaal ontwikkelde wantsen tevoorschijn, als papier van Scientific American wordt gebruikt treden vergroeiingen op. Ook uit ander laboratoriumonderzoek is bekend dat de nimfen van de vuurwants reageren op stoffen uit papier."

Bekijk de herfsttaferelen in onze tuin door hier te klikken


Wil je meer weten over herfstkleuren? Lees dan mijn eerdere blog hierover door hier te klikken


vrijdag 15 oktober 2021

Helmgras beschermt ons land

Vandaag het laatste Texelfilmpje van onze vakantie in augustus. Als je naar de mensen op het strand kijkt, kon het net zo goed recent gemaakt zijn, want die avond was het fris en winderig en mensen gingen goed ingepakt het strand op. Op één badgast na die zich in de golven waagde maar daar blijkbaar iets angstaanjagends zag waardoor hij pijlsnel het water weer verliet. Op de duinenrij wuifde het helmgras onder indrukwekkende wolkenluchten. Tijd om dat plantje eens in het zonnetje te zetten want helm is een belangrijke bondgenoot in onze strijd tegen het water. 

Het grijsgroene gras groeit in pollen op jonge duinen. De lange wortelstokken van de plant dringen diep in de bodem door en houden zo het zand vast. Per jaar kan helmgras een meter stuifzand aan: het groeit razendsnel mee en blijft er boven uit steken. Met die vorming van duinen helpt helm om het zeewater uit ons land te houden. Helm kan zoute wind en zand goed verdragen. Het stuivende zand helpt de plant tegen insecten die het op helmsprieten voorzien hebben. Als een duin eenmaal 'vastligt' door de vele begroeiing vreten insecten de helmplanten aan en wordt de plant minder sterk. Andere planten grijpen dan meer en meer hun kans om te groeien en de helm te verdringen. Je zou denken dat helmgras door zijn groeiplaats zout water kan verdragen. Dat is echter niet zo. Er moet een bel zoet water in het opkomende duintje zitten om helm te laten groeien. De plant beschermt zich tegen zout water door een symbiotische relatie met een speciale schimmel op zijn wortels, die de water- en zouttoevoer naar de plant regelt. De bladeren kunnen wel tegen zout water; als een pol bij overstroming losraakt kan hij op een andere plek weer wortel schieten als hij aanspoelt, mits daar wel zoet water in de grond zit. Om te gedijen in de harde weercondities van felle zon en droogte op het strand hebben de bladeren nog een slimme voorziening: ze zijn in de lengte gegroefd en rollen zich bij droogte op om minder water te verdampen. De beharing helpt om verdamping verder te bemoeilijken. Bij vochtig weer strekken de bladeren zich dan opnieuw in de breedte uit. 

Om ons land te beschermen tegen de zee wordt helm massaal aangeplant. In het verleden werden Texel en het losse eiland Eierland aan elkaar vastgemaakt met behulp van helm. In de 17e eeuw wierp men een zanddijk tussen de twee eilanden op en zodra hier zoet (regen)water in was gekomen werd deze beplant met helm. Er waren trouwens ooit plannen om op deze manier alle Waddeneilanden aan elkaar te 'rijgen' (en vervolgens de Waddenzee in te polderen). Maar het unieke karakter van de eilanden en de Waddenzee heeft het toch gewonnen van deze landhonger. 

Je kunt het filmpje van deze week bekijken door hier te klikken



 

vrijdag 8 oktober 2021

Distels en de distelvink

In de bloementuin van ons vakantiehuis op Texel bloeiden kamille en klaprozen maar ook een hele berg aan akkerdistels. Het hoogtepunt van de bloei was voorbij, de lichtpaarse bloemhoofdjes trokken nog wel wat bijen en hommels aan die zich te goed deden aan de nectar, maar er waren ook al vogels die interesse toonden in de zaden. Waar de zaden van de paardenbloemen zich makkelijk door de wind laten verspreiden vanuit hun luchtige 'bol', zit het vruchtpluis van de distels zo op elkaar gepakt dat de wind er geen vat op krijgt. De distel heeft dus een hulpje nodig en de distelvink, beter bekend onder de naam putter, is voor de plant een welkome gast. Natuurlijk verdwijnen er daarbij wel zaden in de vogelmaag, maar even zovele zaden raken los en worden door de wind meegenomen. Als ze een muur, heg, schutting of ander obstakel raken vallen ze neer om te kiemen. In dit geval was dat obstakel een berg aarde in de aangelegde tuin. Het zaad ontkiemt nog voor de winter valt en in het eerste jaar stelt de distel zijn plekje veilig: hij verankert zich met een stevige wortel in de grond en maakt een rozet van bladeren om andere planten uit de buurt te houden. Het tweede jaar groeit de plant uit en bloeit deze om daarna af te sterven. Het is een zogenaamde tweejarige plant. 

Putter eet zaden van de akkerdistel

In de tuin deden de putters zich te goed aan de zaden. Volwassen vogels met een kleurrijk verenkleed en jonkies die nog niet zo'n mooi getekend koppie hadden. Over de kleuren van de putters zegt de overlevering dat er bij de schepping van de vogels prachtige kleuren werden uitgedeeld, maar dat één vogelsoort werd overgeslagen. Dat was de putter. Verslagen keek de vogel rond en zag dat en links en rechts nog restjes verf waren. Na enig smeken werden de restjes over zijn lijfje verdeeld: zwart op de kop, staart en slagpennen, rood op de kruin en langs de wangen, groengrijs langs de vleugels en wit op de kop. Een likje bruingrauw op de borst maakte het kleurenpalet af. Ondanks de felle kleuren zijn de vogeltjes overigens goed gecamoufleerd, ik hoor ze altijd eerder dan dat ik ze zie. Ze maken een gezellig babbelend geluid. Hoe de vogel aan de naam distelvink komt, is door bovenstaand verhaal verklaard. Waar de naam putter vandaan komt kun je lezen in een eerdere blog

Bekijk de puttertjes, jong spreeuwen met een bruine, nog niet gespikkelde kop en zomerbloemen in het filmpje door hier te klikken.



vrijdag 1 oktober 2021

Net zoveel schapen als inwoners

In het voorjaar zijn er meer schapen dan inwoners op Texel

Texel is van oudsher een schapeneiland; er wonen 14.000 mensen en even zoveel schapen. In het voorjaar zijn er meer schapen dan inwoners want dan komen er duizenden lammetjes bij. Dat is trouwens weinig vergeleken met 1850; op het hoogtepunt van de schapenhouderij stapten er zo'n 40.000 schaapjes rond op het eiland. 

In 2009 kocht ik het boek 'De Texelaar' zoals het schapenras wordt genoemd, het boek verscheen ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van het Texels Schapenstamboek. Texel was in vroeger tijden met zijn kwelders en brak water niet erg geschikt voor landbouw en voor koeien was aanvankelijk te weinig zoet water beschikbaar. Schapen daarentegen hebben genoeg aan brak water en deze wollige dieren zijn tevreden met zoutminnende planten. De schrale, droge gronden van het eiland werden dus het domein van de schapenhouderij. De Texelse schapen waren met weinig tevreden en erg gezond. Daarom kwamen boeren van elders de Texelaars graag kopen. Want als die gedijen op zulke arme grond, dan doen ze het op de vette gronden van de polders nog beter. Ook wolhandelaren zijn erg in hun nopjes met de Texelaar. Op Texel lopen namelijk allemaal schapen van hetzelfde ras, die geven wol van dezelfde soort en kwaliteit, waar in andere gebieden een ratjetoe aan rassen en kruisingen niet bepaald uniforme wol oplevert. Vanuit Engeland was er eveneens belangstelling: de Texelse schapen hebben vlees met minder vet en met een fijnere structuur vergeleken met Engels schapenvlees. In 1865 maakten meer dan 52.000 schapen de oversteek naar het Verenigd Koninkrijk, naar verluidt tegen 'hooge vleeschprijzen'.  

In de duinen en kwelders werden vanouds schapen gehouden, dat was uitgestrekt en weinig overzichtelijk terrein. De duinboeren weidden op grote percelen van wel 1300  tot 2000 hectare en in zo'n gebied liepen tussen de 1250 en 2500 schapen. Het in de gaten houden de kudde was moeilijk maar noodzakelijk: het gebied wilde nog wel eens overstromen en dan moesten de schaapjes op het droge worden gebracht. De boeren gingen met paarden langs de schapen en één boerderij had een ingebouwde uitkijkpost die uitkeek over de kwelder met grazende schapen. Tellen was helemaal een moeizaam karwij. Om een beetje overzicht te houden werd bij iedere 50 schapen een zwart schaap gedaan. Door de zwarte schapen te tellen en met 50 te vermenigvuldigen kreeg men een idee van het totaal. Dus dat is de betekenis van het zwarte schaap. 

In natuurgebied De Bol werd tijdens ons verblijf een groep schapen geweid, daar was ook één zwart schaap bij. Misschien waren het in totaal wel rond de 50 viervoeters. Ik heb daar tijdens onze vakantie niet op gelet. Het was mooi om te zien hoe de groep zich verplaatste, volgens het gezegde 'als er één schaap over de dam is, volgen er meer'. Achterblijvers spoedden zich richting de kudde als het gat met de kopgroep te groot werd. Ze joegen de vogels op die in het gebied verbleven om te ruien of tijdens hoog water op het wad. 

Bekijk de Texelaars en de vogels onder steeds wisselende wolkenluchten in het filmpje van deze week door hier te klikken



vrijdag 24 september 2021

De lepelaar en de Herbst-lichaampjes

Op Texel zien we altijd wel een aantal lepelaars en het lijkt ook of het er elk jaar meer worden. Gelukkig gaat het goed met deze mooie grote vogel met zijn opvallende snavel. In de jaren 70 waren er niet meer dan 215 broedparen, verspreid over drie gebieden: Texel, het Naardermeer en het Zwanenwater. In 2019 kwamen de tellingen uit op 3800 paar en zijn de lepelaars in grote delen van ons land te zien. Natuurlijk in de natte gebieden zoals (nog steeds) de Wadden, het IJsselmeergebied en de Zeeuwse Delta. Maar ook in en om grote steden kunnen we deze vogel inmiddels aantreffen. Bij Sovon werden broedpopulaties gemeld aan de randen van Rotterdam, Delft, Leiden en Haarlem. De vogels gebruiken daar regelmatig bomen met nesten die eerst door blauwe reigers zijn gebruikt. Ze zoeken voedsel in de polderslootjes in de buurt van de stad. Van de lepelaars bij Haarlem en in Voorne Putten maakte ik eerder de filmpjes bij deze blogs.

De aantallen lepelaars nemen toe in ons land

Intrigerend is de grote snavel van de lepelaar met zijn specifieke vorm. Ik heb eens opgezocht hoe de kleintjes uit het ei komen, want een eierschaal doorpikken met zo'n stomp geval lijkt me niet handig. Welnu dat blijkt ook niet het geval te zijn: de kuikens kruipen uit het ei met spitse roze snaveltjes. De vorm en kleur van de snavel verandert vervolgens in een afgeplat rond uiteinde en krijgt tegen de tijd dat de lepelaar volwassen is de kleuren zwart met geel aan de snavelpunt. Lepelaars fourageren al 'maaiend' door het water en eten voornamelijk stekelbaarzen, maar verorberen ook larven, waterinsecten, bloedzuigers, wormen, slakken en kikkervisjes. De snavel heeft zijn speciale vorm vooral om te 'voelen'. Vogelsnavels zijn van hoorn en dat is ongevoelig. Ze hebben dus andere manieren nodig om hun voedsel te ontdekken. Bekende mechanismen die vogels en zoogdieren gebruiken om voedsel op te sporen zijn door te luisteren, kijken, ruiken, proeven en het waarnemen van trillingen, temperatuurverschillen of elektromagnetische velden. De lepelaar maakt gebruik van drukverschillen, bijv. als een visje de snavel binnenzwemt, en heeft daarvoor zogenaamde Herbst-lichaampjes in zijn snavel. Bekijk een tekening om te zien hoe dit in zijn werk gaat door op deze link te klikken

Met de Herbst-lichaampjes heeft de lepelaar
voedsel ontdekt en hij slikt het door

Ik filmde de lepelaars in en om het haventje van De Cocksdorp op Texel. Je ziet ze 'maaien' door het water en hebben regelmatig beet. Dan komt de snavel even boven het water uit om de prooi door te slikken. Het was eb en een paar Duitse toeristen probeerden het wadlopen uit. Ze hebben het niet makkelijk :).
Bekijk de film door hier te klikken









vrijdag 17 september 2021

De Bol op Texel

Als we op Texel zijn, nemen we als het eb is graag een kijkje op de Waddenzee vanaf de dijk bij de dorpjes Oost en Oosterend. Honderden vogels doen zich dan te goed aan de beestjes in het slib. Als je je omdraait kijk je uit over De Bol, een natuurgebied met de molen aan de rand. 

Natuurgebied De Bol bij zonsopkomst

Deze zomer logeerden we in een pas gereed gekomen huis aan de andere kant van De Bol en keken uit over dit natuurgebied dat zijn naam ontleent aan de duintjes die er ooit waren. Lang geleden bestond het huidige eiland uit twee delen: Texel en Het Eijerland. Het Anegat was het zeegat tussen de twee stukken land. Oosterend lag aan zee en de mensen leefden er van de oestervisserij. Meer en meer delen van het eiland werd ingedijkt en ingepolderd, wegens landhonger maar ook om een minder lange kustlijn te hoeven beveiligen tegen de macht van de zee. In de polder Het Noorden ontstond De Bol en de sterntjes en andere vogelsoorten broedden hier in aantallen die we ons tegenwoordig niet meer voor kunnen stellen. Zo'n honderd jaar geleden verdwenen de duintjes bij een rigoreuze ontginning en op een deel van het land werd 'geboerd'. Zo kenden wij het gebied op dit eiland.

Vanuit ons huis konden we de zon zien opgaan boven De Bol

De laatste paar jaar is daar echter verandering in gekomen, dank zij Harry Vlek. Wij ontmoetten de eigenaar van ons huis toen we tussen twee wandelingen even 'thuis' kwamen lunchen. Hij vertelde ons over de afgelopen vijf jaar, waarin de terugkeer van de Bol naar één aansluitend natuurgebied vorm heeft gekregen. Harry heeft de boerderij van de familie De Vlaming opgekocht en met dit geld zijn zij elders op het eiland biologisch gaan boeren. Harry had de boerderij willen laten restaureren en verbouwen, maar daar stak de gemeenteraad een stokje voor. Een nieuw pand neerzetten stuitte niet op bezwaren en daar maakt ons vakantiehuis deel van uit. De boerengrond op De Bol is onder beheer gekomen van Natuurmonumenten en Harry heeft de bemeste grond laten afplaggen om hem minder voedselrijk te maken. Hierbij kwamen overigens nog heel wat oesterschelpen naar boven uit het oorspronkelijke zeegat. Er kwamen ook zaden aan de oppervlakte te liggen en Harry vertelde dat er nu al zeldzame plantjes groeien die lange tijd op Texel verdwenen waren. Hij verwacht dat er binnen een paar jaar een zee van orchideeën gaat bloeien. We hebben vele uren genoten van de vogels in het gebied, zo maar te zien vanaf ons terras. En dan is augustus nog niet eens de beste vogelmaand.... Of er ooit zoveel sterns zullen gaan broeden als weleer is nog even afwachten. In de film van deze week zie je een sfeerimpressie van de zonsopkomst boven De Bol en de vele ganzen die er nacht hebben doorgebracht. Het licht op de wadden is altijd bijzonder, zelfs als er in de loop van de dag regen over het land trekt. Bekijk het filmpje door hier te klikken


vrijdag 10 september 2021

Een goed jaar voor de heidevelden

Na de paarse pracht van lamsoor in de Slufter op Texel kleurden ook andere delen van Nederland paars. 2021 is een goed jaar voor de heivelden. 

Struikheide

Struikheide komt in bijna heel Europa voor, maar alleen rondom de Noordzee, Golf van Biskaye en in sommige bergstreken vormt het plantje heidevelden. Nederland en Noord-Duitsland vormen de kerngebieden waar stuikheide groeit. Nederland is nog steeds kampioen heidevelden, we hebben er een groter oppervlak van dan de ons omringende landen samen. Toch is er nog maar één tiende over van wat het vroeger was. Het ideale klimaat voor het plantje is vochtig met koele zomers, zachte winters en regenval die gelijkmatig verspreid over het jaar valt. Zulk weer hebben we in jaren niet gehad! Maar dit jaar voldeed de zomer aan alle eisen van het paarse spul, met als gevolg dat de velden mooi in bloei stonden. In het groene hart is er weinig heide, behalve een klein plukje in de duinen bij de Zilk. We besloten om een afwisselende wandeling te maken door de Kaapse Bossen bij Doorn. De bloei was nog niet op het hoogtepunt en het stukje heide op de route was klein. Toch konden we al genieten van die vele paarse bloemetjes die samen op een takje zitten. De kleine groene kroonblaadjes regelen het opengaan van die mini-bloemetjes. Ze zwellen op en duwen daarmee de paarse bloempjes open. Dat gebeurt niet gelijkmatig: aan één kant is er meer zwelling. Het bloemetje wordt op die manier een beetje scheef geduwd en beschermt als een dakje de meeldraden en de stamper. Op een heideveld is het leven trouwens hard. Er heerst een microklimaat met grote temperatuurswisselingen. De heidestruikjes houden 's nachts nauwelijks warmte vast. In sommige heidegebieden kan het wel voorkomen dat er acht maanden van het jaar sprake is van nachtvorst. Dat is niet alleen zwaar voor de plantjes maar ook voor de dieren die in en rond de heide leven.

Boven de heidestruikjes in de Kaapse Bossen fladderde een blauw vlindertje. Ik hoopte op een heideblauwtje, want die zijn tamelijk zeldzaam. 'Helaas' was het een boomblauwtje, 'n veel voorkomend lid van de blauwtjesfamilie die je ook in tuinen veel ziet. En eentje die makkelijk te herkennen is. Geen ingewikkelde tekening van witte, oranje en zwarte stippen. Maar een subtiel blauwgrijze achtergrond met kleine zwarte stipjes. In het tegenlicht was het een beauty!

Boomblauwtje
Een verslag van onze wandeling, waarbij we ook al heel wat paddenstoelen tegenkwamen kun je zien in het filmpje door hier te klikken. Volgende week weer een blogje over Texel. 



vrijdag 3 september 2021

Lamsoor en een waakzame tureluur in de Slufter

Een struintocht door de Slufter is een van onze vaste activiteiten bij een bezoek aan Texel. De hele week hielden we de weersvoorspellingen in het oog, want ik wilde graag de bloeiende lamsoor gaan filmen. Een beetje zon voor mooi licht en niet te veel wind voor een stabiele camera stond voor die dag op mijn verlanglijstje. De zonne-uren waren schaars die week, maar op één dag was er hoop. We moesten er wel vroeg voor op, want tegen 09.00 uur zou de lucht al weer betrekken. Na een snel ontbijt keken we tegen 07.00 uur vanuit het duin uit over de Slufter. In het zachte licht kleurden de plakkaten lamsoor prachtig paars. Er was geen mens te zien. 
Paarse lamsoor tussen grijze zeealsem. Zeealsem is in Nederland vrij zeldzaam

Lamsoor is een zoutminnende plant, die voorkomt in gebieden die af en toe door zeewater worden overstroomd. Aan de onderkant van het blad zitten zoutklieren, die het overtollige zout uit de plant halen. Op elke cm² zitten ongeveer zeshonderd zoutkliertjes. De gekweekte vorm van deze plant is populair als droogbloem. Helaas neemt de omvang van de lamsoorvelden in de Slufter af: in ongeveer 15 jaar tijd is de oppervlakte gehalveerd. Dat is ook jammer voor de insecten, die graag nectar zuigen uit deze plant. Later op die dag kregen we bij de lunch lamsoor te eten. Dat was echter niet dezelfde soort die we in de Slufter gezien hadden. Die is namelijk oneetbaar. Wat bij de groenteboer te koop is als lamsoor, is eigenlijk zeeaster. Na flink wat opnamen te hebben gemaakt van dit mooie paarse plantje, liepen we verder richting het strand waar duizenden vogels zaten. Met name de (juveniele) grote sterns die af en toe in groten getale opvlogen waren mooi om te zien. 

Waakzame tureluur

Plotseling werden we opgeschrikt door de alarmroep van een tureluur. Vanaf een paaltje riep deze elegante steltloper voortdurend tuuuu-tuuu-tuuu. De vogel waarschuwde zijn of haar jongen om zich koest te houden. Die kunnen gerust 30 meter verder tussen de planten zitten, maar de tureluur neemt geen risico. Het zijn sowieso zeer zorgzame ouders waarover diverse verhalen de ronde doen. Zo meldde een Engelse onderzoeker dat een moeder-tureluur haar jongen over een stenen muurtje tilde. Ze leidde haar pasgeboren jonkies weg van het nest naar een plaats honderden meters verderop, waar veel voedsel te vinden was. Volgens de Engelsman nam de moeder haar jongen tussen de poten en zo wipte of vloog ze over onoverkoombare barrières. Andere onderzoekers dachten het hunne van dit verhaal, maar ook een Nederlandse onderzoeker had een bijzondere ervaring: “Ik tilde een vrouwtje van haar nest om de jongen te ringen en er wáren geen jongen!” Toen hij de oudervogel bekeek merkte hij dat drie donsballetjes zaten ‘vastgekleefd’ aan de borstveren, vlak boven de ingetrokken poten. 
Een tureluurnest is niet meer dan een kuiltje in het gras, maar het ligt zeker niet open en bloot: het heeft een grasdak en overdekte ‘inlooppaadjes’ van enkele meters lang. Op het nest zittend trekt het vrouwtje net zo lang alle omringende grassprieten over zich heen tot alleen een expert de pol als een nest herkent aan de graspuntjes die door veelvuldig aanpikken geel zijn geworden. Je zult begrijpen dat wij de kleintjes van deze tureluur ter plekke niet gezien hebben. Na een paar filmshots zijn we snel doorgelopen om deze prachtige vogeltjes weer rust te gunnen. 

Bekijk het filmverslag van ons Slufterbezoek door hier te klikken





vrijdag 27 augustus 2021

Doorgeschoten sla en een 'seedhunter'

De zomer was koud, nat en winderig en de oogst van mijn moestuin was wisselend. De echte warmteminnende soorten zoals tomaten hebben een zeer matige oogst opgeleverd. Courgettes schoten echter wel flink uit de grond; de regen maakte dat ze flink groeiden en een tip over paardenmest leverde voldoende voeding op. De truc is om de paardenmest aan de rand van een grote pot tussen de aarde te mengen. In het midden komt een plantgat met alleen biologische potgrond. Als die uitgeput is qua voedingsstoffen is de paardenmest voldoende verteerd en opgenomen door de grond om de voeding over te nemen. Dus al met al had ik daar weinig omkijken naar. De sla staat inmiddels torenhoog, aan het eind van de doorgeschoten kroppen bloeien kleine gele bloemetjes. Die leveren straks kleine zaadjes met flink wat pluis eraan. Misschien vormen ze het begin van de moestuin voor volgend jaar. In het blad Landleven las ik een interessant verhaal over slazaden. 'Seedhunter' Chris Kik verzamelt zaden van wilde groenten in het kader van de voedselzekerheid. Hiermee wordt bedoeld dat we eigenschappen van wilde planten kunnen gebruiken om onze bestaande soorten te verbeteren. 

Kompassla
Afbeelding: Alice Chodura - Mentz, A. & Ostenfeld, C. H. (1917-23)
Billeder af Nordens Flora. 1. Band. G. E. C. Gad’s Forlag,
Kopenhagen. Tafel 45. (als Lactuca scariola), wikimedia

Zo zoekt Chris kompassla en gifsla, die - net als mijn sla uit de tuin - bloeien met kleine gele bloemen. Vanuit die soorten is door eeuwen van ontwikkeling onze consumptiesla ontstaan, want de bittere smaak van kompassla en meer nog bij de gifsla moest er eerst worden uitgekruist. Maar de kompassla is bijvoorbeeld veel beter resistent tegen valse meeldauw en gifsla verweert zich kranig tegen bladluis.

Gifsla
Afbeelding: Brandt, Wilhelm; Gürke, M.; Köhler, F. E.; Pabst, G.;
Schellenberg, G.; Vogtherr, Max. -
flickr.com/photos/biodivlibrary/6972243378, wikimedia

Door de wilde en cultuursla te kruisen kunnen die aspecten worden overgebracht op onze eikenbladsla en andere soorten. Zo wordt ook bekeken wat wilde soorten kunnen betekenen om droogte, hitte of zout te kunnen weerstaan. Op die manier kan er een betere productie worden behaald en meer mensen worden gevoed. Het Centrum van Genetische Bronnen Nederland heeft inmiddels een zaadarchief opgebouwd van meer dan 2500 slasoorten uit de hele wereld. 

Het filmpje van deze week heeft niks met groenten of sla te maken, het is gefilmd op een plek waar nauwelijks iets groeit. Tijdens onze vakantie op Texel waren we 's avonds op een zeer winderig strand om de zonsondergang te zien. In no time waren mijn cameralens en zonnebril beslagen met zoutspray vanuit zee. Ik moest na elke opname de lens schoonmaken, anders werd het soft focus. Als je de wind over het strand ziet jagen dan heb ik geluk gehad dat het zand niet in mijn camera is geraakt. Afijn, misschien zal hier ooit sla groeien als het zeeeeer zoutresistent is gekweekt :). De komende weken meer filmpjes van Texel, voor de film van deze week kun je hier klikken




vrijdag 16 juli 2021

Fijne zomer!

Constance Spry rozen in mijn tuin

Met een zomers filmpje uit mijn tuin las ik een pauze in op mijn blog. Eind augustus pak ik de draad weer op en hoop je opnieuw te verrassen met mooie filmpjes en leuke weetjes over de natuur. E-mailabonnees ontvangen dan mijn nieuwste blog weer in hun mailbox. Ben je nog geen abonnee, meld je dan gratis aan of check mijn blog eind augustus voor updates.

Ik wens jullie een fijne zomer, ondanks alle water- en coronaperikelen. Geniet van de natuur, dat kan ook heel dicht bij huis, zoals je in het filmpje kunt zien door hier te klikken.