zaterdag 13 juli 2019

Link naar de ganzenfilm

Voor E-mailabonnees bleek de link naar de ganzenfilm niet juist te werken in de blog van 13 juli.
Daarom hierbij de juiste link
De link is ook aangepast in de blog.

Grauwe ganzen en witte ganzen

Boerenganzen stammen af van de grauwe gans
Als je ze naast elkaar ziet, kun je bijna niet geloven dat ze een gemeenschappelijke voorouder hebben: de spierwitte boerengans en de voornamelijk bruin gekleurde grauwe gans. De enige overeenkomst zijn de oranje snavel en poten. Beide soorten heten in wetenschappelijke termen 'Anser anser', maar bij de witte gans staat er nog 'domesticus' achter. In Egypte is er archeologisch bewijs gevonden dan zo'n 4000 jaar geleden grauwe ganzen gedomesticeerd werden. Dat wil zeggen dat ze door mensen tam zijn gemaakt om als vee te houden.
Grauwe gans
Door selectie zijn er twee soorten ontstaan: de witte gans, die vooral voor het vlees gehouden werd en een bruine variant die veel eieren leverde. Behalve voor eieren en vlees werden de ganzen gefokt voor het dons en voor de bewaking, want ganzen gakken luidruchtig als een vreemdeling op het erf komt. Tegenwoordig worden niet veel ganzen meer gehouden op boerenerven, veel voormalige boerenganzen leven nu in het vrije veld. Daar kruisen ze regelmatig met de grauwe gans, wat allerlei kleurvariaties oplevert. Af en toe paren ze met andere ganzensoorten zoals de  Canadese gans, Indische gans of de brandgans.
Kruising tussen de boerengans en grauwe gans
Foto: W. Bulach wikimedia
Geschat wordt dat er zo'n 12.000 boerenganzen in Nederland zijn. Ze zijn meestal plaatstrouw, op een plek waar ze kunnen grazen en waar water in de buurt is. Ganzen hebben een partner voor het leven, ze tonen tekenen van rouw na het verlies van hun maatje. Het zijn echte groepsdieren en ze zullen elkaar herkennen ook als een gans is weggeweest en na enige tijd weer terugkomt. Ik zag een groep boerenganzen en grauwe ganzen bij de Boschmolenplas in het Limburgse plaatsje Heel. Ik filmde ze bij het ochtendgloren, maar tijdens de zonsondergang was de groep nog fotogenieker. Geniet er van in het filmpje van deze week (e-mailabonnees, klik hier).


zaterdag 6 juli 2019

Honderden hazenpootjes en geen dier te bekennen


Hazenpootjes groeien in grote groepen op matig voedselrijke zandgrond
Een uur na zonsopgang werd het al behoorlijk warm. Muggen dansten sloom in het gouden ochtendlicht en damp steeg op uit het ven. In het bloemrijke hooiland ernaast kleurden de grassen al geel. Na de langste dag kun je in zo'n biotoop een opvallende klaversoort tegenkomen: het hazenpootje. Dit plantje houdt van zure, kalkarme zandgrond en staat vaak op plaatsen waar de grond op een of andere manier omgewoeld wordt, bijvoorbeeld door betreding van vee, of in bewerkte bermen en akkers. Als je het hazenpootje in de duinen tegenkomt zijn dit vaak oude duinen waar de kalk al in de loop van de jaren is uitgespoeld. Dat het hazenpootje zich kan handhaven op de relatief voedselarme zandgronden komt doordat het plantje, net als andere klaversoorten, haar eigen voedsel produceert. Aan de tot 50 cm lange wortels bevinden zich kleine wortelknolletjes met bacteriën die stikstof binden en zo de plant van nitraat voorzien. Om die reden kun je hazenpootjes zaaien als groenbemester in je moestuin, het maakt je grond voedselrijker voor je groenten. De bloemetjes van het hazenpootje zijn vrij nietig en bijna niet als zodanig herkenbaar. De bloemhoofdjes zien er eerder uit als een wilgenkatje.
De bloemetjes van het
hazenpootje zijn klein
Het zijn dus bepaald geen 'uithangborden' voor de bestuivers. De gewone viltbij, donkere zijdebij en de klaverdikpoot zijn bijensoorten die het hazenpootje bestuiven. Maar de plant kan ook door zelfbestuiving zaad vormen. Uiteindelijk groeien er peulen met zaad, die als ze droog zijn door de wind worden weggeblazen.
De rupsen van het icarusblauwtje eten o.a. hazenpootjes
De rupsen van het Icarusblauwtje leven van klaversoorten zoals het hazenpootje. De rups die je in de film van deze week ziet is trouwens niet van het Icarusblauwtje. Het is de rups van de Sint Jacobsvlinder, die zich te goed doet aan het giftige Jacobskruiskruid. Het gif van deze plant slaat hij op in zijn lijf en wordt daarmee zelf ook giftig. De geel/zwarte signaalkleuren op zijn lijf waarschuwen vogels dat dit geen 'lekker hapje' is. De rupsen van het icarusblauwtje zijn niet giftig en dus meer gebaat bij een schutkleur. Ze zijn dan ook effen groen.

E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje van deze week te bekijken.


Dit is mijn driehonderdste blog! In de linkerkolom kun je oude blogs lezen door in de alfabetische lijst (labels) te zoeken naar de plant of het dier van je keuze. E-mailabonnees kunnen hier klikken om naar de homepage van mijn blog te gaan. 



zaterdag 29 juni 2019

Meevaren op moeders rug

In eerdere blogs schreef ik al eens over het drijfnest van de fuut en het voeren van juveniele fuutjes. Tijdens ons tripje naar het Lauwersmeer zagen we niet alleen de fraaie kemphanen maar ook een meer algemene verschijning: een paartje futen met jongen. De kleintjes waren nog jong en schattig en deinden graag mee op de rug van moeder. Het kan trouwens ook de vader geweest zijn want het broeden en de broedzorg worden bij futen netjes over de twee geslachten verdeeld. Futen leggen in het algemeen 3-4 eieren. In dit geval waren het er vier geweest, want zoveel koppies staken er uit het verenpak van de ouder. De eieren zijn eerst wit met een groenige of blauwe waas, maar ze verkleuren al snel naar bruin door inwerking van de natte waterplanten op het nest. In de zeldzame gevallen dat de broedende fuut het nest voor korte tijd verlaat worden de eieren ook afgedekt met waterplanten. De eieren worden met tussenpozen van 2 dagen gelegd, dus met zo'n nestje van 4 is de fuut een weekje zoet. Soms wordt meteen begonnen met broeden als het eerste ei gelegd is, maar het kan ook zijn dat de futen daarmee wachten tot het laatste ei gelegd is. Alle eieren moeten zo'n 29 dagen bebroed worden, dus als de futen bij het eerste ei al beginnen met broeden is het eerste kuiken al een week oud als de laatste uit het ei kruipt. Zoals gezegd, broeden man en vrouw om en om. In de tijden dat niet gebroed wordt, kan er gerust en gegeten worden. Dat gebeurt meestal in de buurt van het nest zodat er een oogje in het zeil kan worden gehouden.
Na een krap maandje broeden komen de kuikens binnen een uur uit het ei. Zodra het jong droog is, klimt het op de rug van de broedende fuut en de kleintjes blijven daar 2-3 weken totdat ze voortdurend zelf op het water kunnen blijven. De andere ouder brengt voortdurend voedsel om de hongerige kuikens te voorzien van visjes en insecten. Je ziet in het filmpje dat die prooien meestal klein zijn, maar dat het oudste jong ook al een behoorlijke paling (?) kan wegwerken.
Naarmate de jongen ouder worden, dwingt de ouder ze om zelfstandiger te worden door ze van de rug in het water te schudden. Dat zie je in het filmpje van deze week ook gebeuren. De jongen zijn het daar niet mee eens en klampen zich stevig vast of proberen zo snel mogelijk weer op de rug van de oudervogel te klimmen. Een vermakelijk gezicht! Na 4-6 weken splitst de familie zich in twee groepen, waarbij elke ouder twee jongen zal verzorgen, de twee familie-eenheden gaan dan steeds meer hun eigen weg.

E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje van deze week te zien.


zaterdag 22 juni 2019

Smaragdlangsprietmotten op liefdespad

Foto: Andreas Eichler [CC BY-SA 4.0]
Smaragdlangsprietmot....dat is een hele mond vol voor een beestje van anderhalve centimeter. Deze langsprietmotten behoren tot de familie van de microlepidoptera ofwel 'kleine vlinders', een groep die vaak 'motten' worden genoemd. Het zijn dagactieve nachtvlinders, ook al zo'n raar begrip. In een blog uit 2017 heb ik al eens beschreven dat de indeling in dag- en nachtvlinders meer te maken heeft met uiterlijke kenmerken van de vlinder dan het vlieggedrag. Bij nachtvlinders ontbreken de knopjes aan het eind van de (in dit geval enorm lange) voelsprieten. Bij de mannetjes zijn die langer dan hun lijf en wit gekleurd. De beestjes vliegen van april-juni en zijn dan in grote groepen te vinden op bomen met grote bladeren. In Limburg zagen we ze op de bladeren van beuken en esdoorns. Mannetjes proberen met hun baltsdans vrouwtjes te interesseren om te paren, reden waarom ze ineens in wolken kunnen opstijgen. Hun metaalachtige vleugels (die hen de naam 'smaragd' heeft opgeleverd) glanzen dan prachtig in het zonlicht. De rupsen leven van afgevallen bladeren, daarom kom je deze soort in de veenweidegebieden van de randstad en noord-Nederland nauwelijks tegen. In bosrijke delen van ons land zijn ze vrij algemeen. In de Atlas voor de kleinere vlinders kun je een afbeelding van een pop van deze soort zien. Naast deze smaragdlangsprietmot leven nog 18 andere soorten langsprietmotten in Nederland. De geelbandlangsprietmot is er een die je ook regelmatig tegen kunt komen. Cees v/d Niet heeft ze onlangs parend op de foto gezet. Die foto kun je hier bekijken op zijn site Kijk op Natuur, samen met andere insecten uit de Nederlandse natuur.

In mijn filmpje van deze week (e-mailabonnees: klik hier) zie je de baltsdans van de smaragdlangsprietmot en het mooie Limburgse beukenbos bij Vijlen.


zaterdag 15 juni 2019

Kemphaan: een bijzondere verschijning

Kemphaan in broedkleed
Kemphanen waren in ons land vroeger, toen de landbouw nog kleinschalig was ingericht, vrij algemeen. Inmiddels zijn ze zo zeldzaam dat de broedpopulatie op slechts 15-30 paartjes wordt geschat. We hadden ze al eens gezien, door de telescoop in Zeeland en later nog eens op Texel. Maar nooit in broedkleed, als de mannetjes pronken met een prachtige verenkraag. Tot mijn verrassing kregen we die ineens te zien toen we nietsvermoedend een vogelhut aan het Lauwersmeer binnenstapten. Een lang gekoesterde wens ging daarmee in vervulling. De mannetjes zijn groter dan de beige vrouwtjes en ook variabel in het verenpak. De donker gekleurde zijn de onafhankelijke macho's, die actief een vrouwtje voor zich willen winnen. Ze nemen een dominante plaats in op het terrein (ook wel 'lek' genoemd) waar ze een vrouwtje proberen te verleiden. Licht gekleurde mannetjes zijn 'subdominant' en houden zich wat onopvallender op aan de randen van de 'lek'. Zij worden om die reden satellietmannetjes genoemd. Zodra ze echter de kans krijgen, paren ze vanuit hun minder opvallende positie met een vrouwtje, bijvoorbeeld als twee dominante mannetjes in gevecht raken. Een typisch geval van "als twee honden vechten om een been loopt de derde er mee heen".
Foto:  BS Thurner Hof, wikimedia
Satellietmannetje kemphaan
Maar het wordt nog gekker. Want er is nog een derde type mannetje, dat overigens vrij zeldzaam is. En dat mannetje ziet er uit als een vrouwtje! Hij heeft precies het verenkleed van een vrouwtje, maar wel het formaat van het mannetje. Door deze mimicry (dit betekent dat een dier een ander dier qua uiterlijk nabootst) kan hij zich onopvallend tussen de vrouwtjes begeven en zijn kans grijpen als de tijd rijp is. Bij deze als vrouw vermomde mannetjes zijn de testikels 2,5 zo groot als bij de andere mannetjes. Dit alles is in de jaren 70 van de vorige eeuw ontdekt en onderzocht door Friese onderzoekers: dr Theunis Piersma van de Universiteit Groningen en vogelringer Joop Jukema. Veel vogels lijken in de juveniele fase op vrouwtjes. De onopvallender kleuren die ze dan hebben vormen een goede camouflage. Later verandert hun verenkleed in de uitbundige kleuren van de mannetjes. Dat gebeurt bij deze specifieke kemphanen echter niet: ze zien er hun hele leven uit als vrouwtjes. Dat is vastgesteld door onderzoekers van de Canadese Simon Fraser University, die op basis van wilde kemphanen een fokprogramma hebben opgezet. Na dertig jaar fokken met de kemphanen kunnen ze concluderen dat de 'verklede' mannetjes inderdaad hetzelfde verenkleed behouden. De Friese onderzoekers hebben dit type mannetje 'faeder' (vader) genoemd. Dus kemphanenmannen komen in drie soorten: de onafhankelijke, de satellietmannetjes en de 'vaders'. Probeer maar uit te vinden wat er in het filmpje van deze week allemaal te zien is van die kemphanen. Daarnaast zie je nog een impressie van andere vogels langs het Lauwersmeer.

E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken.


zaterdag 8 juni 2019

Schuim op het strand

Zeeschuim wordt veroorzaakt door afstervende slijmalgen
In het voorjaar is er regelmatig schuim te zien op het strand, het ene jaar meer dan het andere. Dat is het gevolg van afgestorven algen die door de wind opgeklopt worden tot schuim. Het lichte spul wordt door de wind naar het strand geblazen. De Stichting Anemoon (ANalyse Educatie en Marien Oecologisch ONderzoek) legt het fenomeen helder uit: de algenbloei ontstaat als volgt: fosfaten en nitraten zijn voedingsstoffen die opgelost in het zeewater onontbeerlijke voedingsstoffen zijn voor o.a. microscopisch kleine eencellige algen. Het zijn de bouwstenen van eiwitten en het genetisch materiaal: het DNA. Phaeocystis, ook wel slijmalg genoemd, is een kolonievormende alg die in ons kustwater natuurlijk voorkomt. Zij is onder andere afhankelijk van de hoeveelheid beschikbare fosfaten en nitraten, maar ook van de stijgende zeewatertemperatuur en de hoeveelheid zonlicht. Gunstige concentraties van de voedingsstoffen en de zonnige dagen dragen sterk bij aan een enorme algenbloei. Op zulke momenten is het zeewater sterk vertroebeld door ontelbare olieachtige bolletjes waar honderden kleine Phaeocystis algencelletjes in opgesloten zitten. Het zicht onder water loopt dan terug van 2 meter naar 20-50 centimeter. De algenbloei is een belangrijk proces voor de mariene biodiversiteit. De algjes bouwen de organische voedingsstoffen op die geconsumeerd worden door het dierlijk plankton. Dat vormt de voedselbasis voor grotere dieren zoals zeepokken, garnalen, zakpijpen en neteldieren.
Zeeschuim zie je vooral in het voorjaar

De reden dat je dit fenomeen meestal in het voorjaar ziet, heeft te maken met de geringe hoeveelheid licht in de winter: dat is te weinig voor de algen. Intussen bouwt een voorraad stikstof en fosfaat op in de zee. In de lente komt er meer zonlicht en het water wordt warmer: ideale omstandigheden voor algen om snel te groeien op deze hoeveelheden stikstof en fosfaat. Wanneer de voedingsstoffen op zijn, sterven ze weer af en komen de schuimpartijen aanwaaien. In het algemeen is het schuim niet schadelijk voor de gezondheid.

Wij zagen het al weer een tijdje geleden op een winderige dag in Noordwijk. Het schuim was behoorlijk fotogeniek en 'wandelde' over het strand in de wind. Dat is te zien in het filmpje van deze week. E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken.


Soms neemt de schuimvorming grootse vormen aan, zoals te zien is in dit filmpje, opgenomen in Australië in 2013. 


zaterdag 1 juni 2019

Een nest vol zwaantjes

Vijf van de zes eieren zijn uitgekomen
Deze week twee (langere) filmpjes en minder woorden in mijn blog. De vorige week heb ik je in spanning achter gelaten over het lot van de pas geboren meerkoetjes. Zelf heb ik er ook bijna een week over gedaan eer ik duidelijkheid had. Op een mistige zaterdagochtend, 18 mei, besloot ik weer eens een tijdje te posten bij het zwanennest, want de 38 dagen broedtijd zaten er nu wel op. Het was frisjes voor de tijd van het jaar. Moeder zwaan zat minder rustig en hield haar vleugels enigszins uitgespreid over het nest. Was dat een teken dat er kleine zwaantjes beschermd moesten worden? Niet lang daarna kon ik een glimp opvangen van enkele zwanenkuikens die nieuwsgierig de wereld in keken. Vader zwaan postte op mijn 'normale' standplaats, dus ik moest het doen met een blik door de verrekijker en maximale zoom van mijn camera. Op het water was het een drukte van belang die morgen: de meerkoeten kwamen aanzwemmen, twee kuikens in hun kielzog! Blijkbaar hadden ze zich schuil gehouden tussen de oeverplanten of sloten in de omgeving. Een wilde eend gleed met een sliert van zes jongen voorbij. En twee futen waren pogingen aan het doen om een nest te bouwen, wat door de koeten niet in dank werd afgenomen. Inmiddels was vader zwaan te water gegaan, dus ik besloot om te kijken of ik op mijn vertrouwde plekje nog wat te zien kreeg. Ik stond er bijna drie kwartier zonder veel te bewegen. En net toen ik de moed op wilde geven, kreeg ik een prachtig schouwspel te zien: vijf van de zes zwaantjes waren uit het ei gekropen.

E-mailabonnees kunnen hier klikken voor het eerste filmpje van deze week. Lees vooral door onder het filmpje!


In eerste instantie vond ik dit een mooi eind van de zwanen-trilogie. Maar sommige kijkers op YouTube vroegen mij hoe het was afgelopen met dat zesde ei. Op een avond ben ik nog eens gaan kijken, en kon concluderen dat de familie compleet was. Ook de zes eendjes zwommen nog rond en de twee meerkoetjes zaten weer rustig op het nest. Het leven in dit kleine watertje zag er goed uit.

E-mailabonnees kunnen het tweede filmpje bekijken door hier te klikken



Film "Twaalf maanden natuur" in wordt op 14 juni vertoond in Nieuwkoop

Op 14 juni wordt mijn film 'Twaalf maanden natuur in het Groene Hart vertoond in Theater Kaleidoskoop in Nieuwkoop. Kijk voor meer informatie op de site van het theater.

zaterdag 25 mei 2019

Nestelende zwanen en meerkoeten, hoe het verder ging

Twee meerkoetkuikens zijn geboren
In mijn blog van 20 april schreef ik over de nestelende zwanen en meerkoeten die elkaar het leven in eerste instantie zuur maakten. De zwaan vond dat de meerkoeten in zijn vaarwater zaten en vernielde hun nest. Die lieten het er niet bij zitten en repareerden het. Na enkele dagen was de ruzie beslecht en zaten beide soorten te broeden. Meerkoeten hoeven maar een week of 3 à 3,5 te broeden, terwijl zwanen 38 dagen op de eieren zitten. Toen ik eens ging kijken hoe de zaak ervoor stond bij de nesten, verbaasde het mij dus niet dat de meerkoeten net jongen hadden gekregen. Twee rode koppies kwamen onder moeders veren uit als vader een lekker hapje kwam brengen. Dat kan een stukje waterplant zijn (dat is samen met gras het belangrijkste voedsel van de koeten), maar als ze nog jong zijn eten ze ook dierlijk voedsel voor de broodnodige eiwitten. Dan staan ook waterdiertjes op het menu. Aan de snaveltjes waren nog witte puntjes te zien; de zogenaamde ei-tand, die de kuikens gebruiken om uit het ei te breken. Na een paar dagen is die ei-tand verdwenen.
De zwanenvrouw zat nog op het nest en lag de meeste tijd te dutten. Manlief is er alleen voor de bewaking zoals je in mijn vorige blog kon lezen. Ook hij leek te dutten, maar zijn oog was niet gesloten en keek alert in de rondte naar potentieel gevaar. Mijn geduld werd aardig op de proef gesteld, maar na bijna een uur stond de vrouwtjeszwaan op van haar nest om de eieren te keren. Zes stuks lagen er in, het nest was daarmee voor dit legsel blijkbaar compleet. Deze week zou het spannend worden: op welke dag zouden de eieren uitkomen en zou ik de jonge zwaantjes kunnen filmen?
Zes eieren in het zwanennest
Ik besloot de dag erna nog even te gaan kijken, aan het einde van de middag omdat het licht dan beter op het meerkoetennest zou vallen. De zwaan was nog op het nest, maar het meerkoetennest was tot mijn schrik verlaten. Ik zag één volwassen meerkoet, maar geen kleintjes. In de gele treurwilg boven het nest zat een paar eksters ongelooflijk veel lawaai te maken. Ze zouden toch geen smakelijk hapje hebben gehad aan de jonge koetjes? Dat is hoe het werkt in de natuur, maar toch....
Elke ochtend passeerde ik het nest op weg naar mijn werk, maar van de meerkoetjes geen spoor. Het zou nog even duren eer ik meer te weten kwam over het lot van de kuikens. Daarover lees je in mijn blog van de volgende week.

E-mailabonnees kunnen hier klikken om de film van deze week te bekijken.