vrijdag 24 september 2021

De lepelaar en de Herbst-lichaampjes

Op Texel zien we altijd wel een aantal lepelaars en het lijkt ook of het er elk jaar meer worden. Gelukkig gaat het goed met deze mooie grote vogel met zijn opvallende snavel. In de jaren 70 waren er niet meer dan 215 broedparen, verspreid over drie gebieden: Texel, het Naardermeer en het Zwanenwater. In 2019 kwamen de tellingen uit op 3800 paar en zijn de lepelaars in grote delen van ons land te zien. Natuurlijk in de natte gebieden zoals (nog steeds) de Wadden, het IJsselmeergebied en de Zeeuwse Delta. Maar ook in en om grote steden kunnen we deze vogel inmiddels aantreffen. Bij Sovon werden broedpopulaties gemeld aan de randen van Rotterdam, Delft, Leiden en Haarlem. De vogels gebruiken daar regelmatig bomen met nesten die eerst door blauwe reigers zijn gebruikt. Ze zoeken voedsel in de polderslootjes in de buurt van de stad. Van de lepelaars bij Haarlem en in Voorne Putten maakte ik eerder de filmpjes bij deze blogs.

De aantallen lepelaars nemen toe in ons land

Intrigerend is de grote snavel van de lepelaar met zijn specifieke vorm. Ik heb eens opgezocht hoe de kleintjes uit het ei komen, want een eierschaal doorpikken met zo'n stomp geval lijkt me niet handig. Welnu dat blijkt ook niet het geval te zijn: de kuikens kruipen uit het ei met spitse roze snaveltjes. De vorm en kleur van de snavel verandert vervolgens in een afgeplat rond uiteinde en krijgt tegen de tijd dat de lepelaar volwassen is de kleuren zwart met geel aan de snavelpunt. Lepelaars fourageren al 'maaiend' door het water en eten voornamelijk stekelbaarzen, maar verorberen ook larven, waterinsecten, bloedzuigers, wormen, slakken en kikkervisjes. De snavel heeft zijn speciale vorm vooral om te 'voelen'. Vogelsnavels zijn van hoorn en dat is ongevoelig. Ze hebben dus andere manieren nodig om hun voedsel te ontdekken. Bekende mechanismen die vogels en zoogdieren gebruiken om voedsel op te sporen zijn door te luisteren, kijken, ruiken, proeven en het waarnemen van trillingen, temperatuurverschillen of elektromagnetische velden. De lepelaar maakt gebruik van drukverschillen, bijv. als een visje de snavel binnenzwemt, en heeft daarvoor zogenaamde Herbst-lichaampjes in zijn snavel. Bekijk een tekening om te zien hoe dit in zijn werk gaat door op deze link te klikken

Met de Herbst-lichaampjes heeft de lepelaar
voedsel ontdekt en hij slikt het door

Ik filmde de lepelaars in en om het haventje van De Cocksdorp op Texel. Je ziet ze 'maaien' door het water en hebben regelmatig beet. Dan komt de snavel even boven het water uit om de prooi door te slikken. Het was eb en een paar Duitse toeristen probeerden het wadlopen uit. Ze hebben het niet makkelijk :).
Bekijk de film door hier te klikken









vrijdag 17 september 2021

De Bol op Texel

Als we op Texel zijn, nemen we als het eb is graag een kijkje op de Waddenzee vanaf de dijk bij de dorpjes Oost en Oosterend. Honderden vogels doen zich dan te goed aan de beestjes in het slib. Als je je omdraait kijk je uit over De Bol, een natuurgebied met de molen aan de rand. 

Natuurgebied De Bol bij zonsopkomst

Deze zomer logeerden we in een pas gereed gekomen huis aan de andere kant van De Bol en keken uit over dit natuurgebied dat zijn naam ontleent aan de duintjes die er ooit waren. Lang geleden bestond het huidige eiland uit twee delen: Texel en Het Eijerland. Het Anegat was het zeegat tussen de twee stukken land. Oosterend lag aan zee en de mensen leefden er van de oestervisserij. Meer en meer delen van het eiland werd ingedijkt en ingepolderd, wegens landhonger maar ook om een minder lange kustlijn te hoeven beveiligen tegen de macht van de zee. In de polder Het Noorden ontstond De Bol en de sterntjes en andere vogelsoorten broedden hier in aantallen die we ons tegenwoordig niet meer voor kunnen stellen. Zo'n honderd jaar geleden verdwenen de duintjes bij een rigoreuze ontginning en op een deel van het land werd 'geboerd'. Zo kenden wij het gebied op dit eiland.

Vanuit ons huis konden we de zon zien opgaan boven De Bol

De laatste paar jaar is daar echter verandering in gekomen, dank zij Harry Vlek. Wij ontmoetten de eigenaar van ons huis toen we tussen twee wandelingen even 'thuis' kwamen lunchen. Hij vertelde ons over de afgelopen vijf jaar, waarin de terugkeer van de Bol naar één aansluitend natuurgebied vorm heeft gekregen. Harry heeft de boerderij van de familie De Vlaming opgekocht en met dit geld zijn zij elders op het eiland biologisch gaan boeren. Harry had de boerderij willen laten restaureren en verbouwen, maar daar stak de gemeenteraad een stokje voor. Een nieuw pand neerzetten stuitte niet op bezwaren en daar maakt ons vakantiehuis deel van uit. De boerengrond op De Bol is onder beheer gekomen van Natuurmonumenten en Harry heeft de bemeste grond laten afplaggen om hem minder voedselrijk te maken. Hierbij kwamen overigens nog heel wat oesterschelpen naar boven uit het oorspronkelijke zeegat. Er kwamen ook zaden aan de oppervlakte te liggen en Harry vertelde dat er nu al zeldzame plantjes groeien die lange tijd op Texel verdwenen waren. Hij verwacht dat er binnen een paar jaar een zee van orchideeën gaat bloeien. We hebben vele uren genoten van de vogels in het gebied, zo maar te zien vanaf ons terras. En dan is augustus nog niet eens de beste vogelmaand.... Of er ooit zoveel sterns zullen gaan broeden als weleer is nog even afwachten. In de film van deze week zie je een sfeerimpressie van de zonsopkomst boven De Bol en de vele ganzen die er nacht hebben doorgebracht. Het licht op de wadden als altijd bijzonder, zelfs als er in de loop van de dag regen over het land trekt. Bekijk het filmpje door hier te klikken


vrijdag 10 september 2021

Een goed jaar voor de heidevelden

Na de paarse pracht van lamsoor in de Slufter op Texel kleurden ook andere delen van Nederland paars. 2021 is een goed jaar voor de heivelden. 

Struikheide

Struikheide komt in bijna heel Europa voor, maar alleen rondom de Noordzee, Golf van Biskaye en in sommige bergstreken vormt het plantje heidevelden. Nederland en Noord-Duitsland vormen de kerngebieden waar stuikheide groeit. Nederland is nog steeds kampioen heidevelden, we hebben er een groter oppervlak van dan de ons omringende landen samen. Toch is er nog maar één tiende over van wat het vroeger was. Het ideale klimaat voor het plantje is vochtig met koele zomers, zachte winters en regenval die gelijkmatig verspreid over het jaar valt. Zulk weer hebben we in jaren niet gehad! Maar dit jaar voldeed de zomer aan alle eisen van het paarse spul, met als gevolg dat de velden mooi in bloei stonden. In het groene hart is er weinig heide, behalve een klein plukje in de duinen bij de Zilk. We besloten om een afwisselende wandeling te maken door de Kaapse Bossen bij Doorn. De bloei was nog niet op het hoogtepunt en het stukje heide op de route was klein. Toch konden we al genieten van die vele paarse bloemetjes die samen op een takje zitten. De kleine groene kroonblaadjes regelen het opengaan van die mini-bloemetjes. Ze zwellen op en duwen daarmee de paarse bloempjes open. Dat gebeurt niet gelijkmatig: aan één kant is er meer zwelling. Het bloemetje wordt op die manier een beetje scheef geduwd en beschermt als een dakje de meeldraden en de stamper. Op een heideveld is het leven trouwens hard. Er heerst een microklimaat met grote temperatuurswisselingen. De heidestruikjes houden 's nachts nauwelijks warmte vast. In sommige heidegebieden kan het wel voorkomen dat er acht maanden van het jaar sprake is van nachtvorst. Dat is niet alleen zwaar voor de plantjes maar ook voor de dieren die in en rond de heide leven.

Boven de heidestruikjes in de Kaapse Bossen fladderde een blauw vlindertje. Ik hoopte op een heideblauwtje, want die zijn tamelijk zeldzaam. 'Helaas' was het een boomblauwtje, 'n veel voorkomend lid van de blauwtjesfamilie die je ook in tuinen veel ziet. En eentje die makkelijk te herkennen is. Geen ingewikkelde tekening van witte, oranje en zwarte stippen. Maar een subtiel blauwgrijze achtergrond met kleine zwarte stipjes. In het tegenlicht was het een beauty!

Boomblauwtje
Een verslag van onze wandeling, waarbij we ook al heel wat paddenstoelen tegenkwamen kun je zien in het filmpje door hier te klikken. Volgende week weer een blogje over Texel. 



vrijdag 3 september 2021

Lamsoor en een waakzame tureluur in de Slufter

Een struintocht door de Slufter is een van onze vaste activiteiten bij een bezoek aan Texel. De hele week hielden we de weersvoorspellingen in het oog, want ik wilde graag de bloeiende lamsoor gaan filmen. Een beetje zon voor mooi licht en niet te veel wind voor een stabiele camera stond voor die dag op mijn verlanglijstje. De zonne-uren waren schaars die week, maar op één dag was er hoop. We moesten er wel vroeg voor op, want tegen 09.00 uur zou de lucht al weer betrekken. Na een snel ontbijt keken we tegen 07.00 uur vanuit het duin uit over de Slufter. In het zachte licht kleurden de plakkaten lamsoor prachtig paars. Er was geen mens te zien. 
Paarse lamsoor tussen grijze zeealsem. Zeealsem is in Nederland vrij zeldzaam

Lamsoor is een zoutminnende plant, die voorkomt in gebieden die af en toe door zeewater worden overstroomd. Aan de onderkant van het blad zitten zoutklieren, die het overtollige zout uit de plant halen. Op elke cm² zitten ongeveer zeshonderd zoutkliertjes. De gekweekte vorm van deze plant is populair als droogbloem. Helaas neemt de omvang van de lamsoorvelden in de Slufter af: in ongeveer 15 jaar tijd is de oppervlakte gehalveerd. Dat is ook jammer voor de insecten, die graag nectar zuigen uit deze plant. Later op die dag kregen we bij de lunch lamsoor te eten. Dat was echter niet dezelfde soort die we in de Slufter gezien hadden. Die is namelijk oneetbaar. Wat bij de groenteboer te koop is als lamsoor, is eigenlijk zeeaster. Na flink wat opnamen te hebben gemaakt van dit mooie paarse plantje, liepen we verder richting het strand waar duizenden vogels zaten. Met name de (juveniele) grote sterns die af en toe in groten getale opvlogen waren mooi om te zien. 

Waakzame tureluur

Plotseling werden we opgeschrikt door de alarmroep van een tureluur. Vanaf een paaltje riep deze elegante steltloper voortdurend tuuuu-tuuu-tuuu. De vogel waarschuwde zijn of haar jongen om zich koest te houden. Die kunnen gerust 30 meter verder tussen de planten zitten, maar de tureluur neemt geen risico. Het zijn sowieso zeer zorgzame ouders waarover diverse verhalen de ronde doen. Zo meldde een Engelse onderzoeker dat een moeder-tureluur haar jongen over een stenen muurtje tilde. Ze leidde haar pasgeboren jonkies weg van het nest naar een plaats honderden meters verderop, waar veel voedsel te vinden was. Volgens de Engelsman nam de moeder haar jongen tussen de poten en zo wipte of vloog ze over onoverkoombare barrières. Andere onderzoekers dachten het hunne van dit verhaal, maar ook een Nederlandse onderzoeker had een bijzondere ervaring: “Ik tilde een vrouwtje van haar nest om de jongen te ringen en er wáren geen jongen!” Toen hij de oudervogel bekeek merkte hij dat drie donsballetjes zaten ‘vastgekleefd’ aan de borstveren, vlak boven de ingetrokken poten. 
Een tureluurnest is niet meer dan een kuiltje in het gras, maar het ligt zeker niet open en bloot: het heeft een grasdak en overdekte ‘inlooppaadjes’ van enkele meters lang. Op het nest zittend trekt het vrouwtje net zo lang alle omringende grassprieten over zich heen tot alleen een expert de pol als een nest herkent aan de graspuntjes die door veelvuldig aanpikken geel zijn geworden. Je zult begrijpen dat wij de kleintjes van deze tureluur ter plekke niet gezien hebben. Na een paar filmshots zijn we snel doorgelopen om deze prachtige vogeltjes weer rust te gunnen. 

Bekijk het filmverslag van ons Slufterbezoek door hier te klikken





vrijdag 27 augustus 2021

Doorgeschoten sla en een 'seedhunter'

De zomer was koud, nat en winderig en de oogst van mijn moestuin was wisselend. De echte warmteminnende soorten zoals tomaten hebben een zeer matige oogst opgeleverd. Courgettes schoten echter wel flink uit de grond; de regen maakte dat ze flink groeiden en een tip over paardenmest leverde voldoende voeding op. De truc is om de paardenmest aan de rand van een grote pot tussen de aarde te mengen. In het midden komt een plantgat met alleen biologische potgrond. Als die uitgeput is qua voedingsstoffen is de paardenmest voldoende verteerd en opgenomen door de grond om de voeding over te nemen. Dus al met al had ik daar weinig omkijken naar. De sla staat inmiddels torenhoog, aan het eind van de doorgeschoten kroppen bloeien kleine gele bloemetjes. Die leveren straks kleine zaadjes met flink wat pluis eraan. Misschien vormen ze het begin van de moestuin voor volgend jaar. In het blad Landleven las ik een interessant verhaal over slazaden. 'Seedhunter' Chris Kik verzamelt zaden van wilde groenten in het kader van de voedselzekerheid. Hiermee wordt bedoeld dat we eigenschappen van wilde planten kunnen gebruiken om onze bestaande soorten te verbeteren. 

Kompassla
Afbeelding: Alice Chodura - Mentz, A. & Ostenfeld, C. H. (1917-23)
Billeder af Nordens Flora. 1. Band. G. E. C. Gad’s Forlag,
Kopenhagen. Tafel 45. (als Lactuca scariola), wikimedia

Zo zoekt Chris kompassla en gifsla, die - net als mijn sla uit de tuin - bloeien met kleine gele bloemen. Vanuit die soorten is door eeuwen van ontwikkeling onze consumptiesla ontstaan, want de bittere smaak van kompassla en meer nog bij de gifsla moest er eerst worden uitgekruist. Maar de kompassla is bijvoorbeeld veel beter resistent tegen valse meeldauw en gifsla verweert zich kranig tegen bladluis.

Gifsla
Afbeelding: Brandt, Wilhelm; Gürke, M.; Köhler, F. E.; Pabst, G.;
Schellenberg, G.; Vogtherr, Max. -
flickr.com/photos/biodivlibrary/6972243378, wikimedia

Door de wilde en cultuursla te kruisen kunnen die aspecten worden overgebracht op onze eikenbladsla en andere soorten. Zo wordt ook bekeken wat wilde soorten kunnen betekenen om droogte, hitte of zout te kunnen weerstaan. Op die manier kan er een betere productie worden behaald en meer mensen worden gevoed. Het Centrum van Genetische Bronnen Nederland heeft inmiddels een zaadarchief opgebouwd van meer dan 2500 slasoorten uit de hele wereld. 

Het filmpje van deze week heeft niks met groenten of sla te maken, het is gefilmd op een plek waar nauwelijks iets groeit. Tijdens onze vakantie op Texel waren we 's avonds op een zeer winderig strand om de zonsondergang te zien. In no time waren mijn cameralens en zonnebril beslagen met zoutspray vanuit zee. Ik moest na elke opname de lens schoonmaken, anders werd het soft focus. Als je de wind over het strand ziet jagen dan heb ik geluk gehad dat het zand niet in mijn camera is geraakt. Afijn, misschien zal hier ooit sla groeien als het zeeeeer zoutresistent is gekweekt :). De komende weken meer filmpjes van Texel, voor de film van deze week kun je hier klikken




vrijdag 16 juli 2021

Fijne zomer!

Constance Spry rozen in mijn tuin

Met een zomers filmpje uit mijn tuin las ik een pauze in op mijn blog. Eind augustus pak ik de draad weer op en hoop je opnieuw te verrassen met mooie filmpjes en leuke weetjes over de natuur. E-mailabonnees ontvangen dan mijn nieuwste blog weer in hun mailbox. Ben je nog geen abonnee, meld je dan gratis aan of check mijn blog eind augustus voor updates.

Ik wens jullie een fijne zomer, ondanks alle water- en coronaperikelen. Geniet van de natuur, dat kan ook heel dicht bij huis, zoals je in het filmpje kunt zien door hier te klikken.





vrijdag 9 juli 2021

De boterbloem gebruikt water voor bestuiving

Boterbloem

Als kind dwaalde ik vele uren door de velden en in de zomer was bloemen plukken mijn favoriete bezigheid. Soms werd dat een troep: lekkende melk uit de stelen van paardenbloemen en klaprozen heeft op menig jurkje bruine vlekken achtergelaten. De botergele glanzende bloemhoofdjes van de boterbloem vond ik ook onweerstaanbaar plukmateriaal. Er waren hele velden vol, koeien en paarden graasden langs de boterbloemen omdat ze een scherpe smaak hebben, dus er bleef genoeg over om te plukken. Mijn moeder heeft menig vaasje gevuld met mijn veldboeketten, die dan helaas snel verlepten. Buiten in de wei of berm kun je er langer van genieten :). De gele (kroon)bladeren hebben een glanzend waterafstotend oppervlak. Sommige soorten zijn afhankelijk van insecten voor de bestuiving, andere varianten van de boterbloemen doen dat op een andere manier. Ik zal je uitleggen hoe dat zit. De meest voorkomende boterbloem, die we in akkers en bermen tegenkomen en in allerlei grondsoorten kan groeien, is de scherpe boterbloem. Ze staat in de top 40 van meest voorkomende Nederlandse planten. De scherpe boterbloem is aangewezen op insecten voor het bestuiven, alleen na kruisbestuiving (als stuifmeel van een andere plant op de stempel terecht komt) kunnen ze zaad maken. Bij regenweer buigen de (niet gegroefde en daardoor buigzame) bloemstelen om, zodat het stuifmeel beschermd wordt en de bloemen een slaapstand innemen. Insecten schuilen graag onder dit natuurlijke afdakje tot de bui over is. Scherpe boterbloemen leveren ook wat nectar, maar insecten komen met name voor het stuifmeel. Bij andere soorten boterbloemen gaat de bestuiving niet met hulp van kleine gevleugelde beestjes maar door middel van water. Deze soorten laten hun bloemen bij regenweer rechtop en open staan. Een regendruppel die in de bloem valt, glijdt via het waterafstotende oppervlak naar het hart van de bloem. Die druppel vormt een 'bel' over de meeldraden en stampers. Het eveneens waterafstotende stuifmeel gaat op het oppervlak van de druppel drijven. Als de zon weer tevoorschijn komt, verdampt het water en blijft het stuifmeel op de stempels achter, waardoor bevruchting plaatsvindt. Het zaadvormingsproces is bij die soorten op deze manier beter gegarandeerd dan via bestuiving met insecten. Met deze blik heb ik als kind nooit naar de boterbloemen gekeken, ze zijn dus niet alleen mooi maar ook fascinerend! Hoewel het hoogtepunt van hun bloei voorbij is, kun je ze nog overal tegenkomen. Boterbloemen kunnen bloeien tot de winter invalt. Bekijk ze in het filmpje van deze week, samen met een koetennest gebouwd bij een gedumpte kerstboom, door hier te klikken

Sommige e-mailabonnees hebben bij follow.it nog niet bevestigd dat ze de mails willen blijven ontvangen. Klik in het grijze scherm even op akkoord om te zorgen dat je niet afgemeld wordt. Heb je je rechtstreeks via mijn site aangemeld, dan is deze mededeling voor jou niet van toepassing. 


vrijdag 2 juli 2021

De prachtige zang van de spreeuw

Spreeuw in bedauwd gras

Onlangs liep mijn man een rondje door het park en hoorde een grutto roepen in de bosjes. Dat is natuurlijk niet de plek om een grutto te verwachten; die vind je in het open veld van de polder. Een grutto heeft liever geen boom in het zicht want daar kan een roofvogel zitten azen op zijn jonkies voor het dagelijkse maal. Het bleek een spreeuw te zijn die het gruttogeluid perfect nadeed. Spreeuwen zijn verwant aan beo's - een vogelfamilie uit Azië - die bekend zijn als imiterende en sprekende vogels. Ze werden door zeelui om die reden meegenomen naar onze streken. Maar voor de beo's hun intrede deden hield men in de Middeleeuwen al spreeuwen in kooitjes vanwege hun zang en imitatiekunst. Extra zielig is dat men dacht dat de vogels beter zouden zingen als hun tong los werd gesneden, waardoor de spreeuwentongetjes op allerlei manieren verminkt werden. Maar de tong speelt helemaal geen rol bij vogelzang. Vogels hebben geen stembanden maar een zogenaamde syrinx bestaande uit meerdere snel vibrerende membranen en kraakbeen. Lijsters en sommige andere vogels kunnen die membranen onafhankelijk van elkaar laten trillen zodat ze verschillende wijsjes tegelijk kunnen zingen. Om te fluiten hoeven ze niet - zoals wij mensen - de lippen te tuiten (die ze ook niet hebben natuurlijk). Ik zag op een windstille lentedag in mei spreeuwen foerageren in het natte gras. Een spreeuw had een worm in zijn snavel maar floot er toch een prachtig deuntje bij. Een mooi bewijs dat die snavel geen rol speelt bij het produceren van geluid. Ik weet niet of de vogel een partner wilde verleiden met de combinatie van een snack en een ochtendconcert, want hij hipte achter een soortgenoot aan. Uiteindelijk besloot hij het ontbijt zelf te nuttigen en zette zijn zang voort. Deze beperkte zich tot het 'gewone' gebabbel en gezang dat echter ook de moeite waard is. Met hun imitatiegedrag kunnen ze mensen op een dwaalspoor brengen, niet alleen met een gruttogeluid in de bosjes maar ook op andere terreinen; letterlijk en figuurlijk. In het centraal station van Rotterdam bevindt zich een grote spreeuwenpopulatie die de treingeluiden feilloos imiteert. Ik stel me menige gestreste reiziger voor die in paniek raakt bij het sissende geluid van sluitende treindeuren. Maar dan bewegen de deuren niet en blijkt een spreeuw een 'geintje' uit te halen. Een ander verhaal speelt zich af op het voetbalveld waar een spreeuw het scheidsrechtersfluitje nadeed met alle gevolgen van dien. De lijst van andere dieren die ze imiteren is lang: buizerd, fitis, boomklever, bosuil, fazant, goudvink, wulp, scholekster en grauwe gans. We moeten ze maar koesteren, die spreeuwen, want hun aantallen nemen af. Ze behoren in ieder geval tot mijn favorieten. Bekijk ze samen met voedselzoekende kauwtjes en beelden van een mooie lentedag in mei in het filmpje door hier te klikken.



vrijdag 25 juni 2021

Het roodborstje heeft een oogkompas

Zoals jullie regelmatig ervaren let ik (ook) op wetenschappelijk natuurnieuws omdat er nog steeds fascinerende ontdekkingen worden gedaan. Vanmorgen las ik een artikel in de Volkskrant waarvan ik de inhoud graag met jullie wil delen. Onderzoekers van de Universiteiten van Oxford en Oldenburg hebben een ontdekking gedaan die weer een tipje van de sluier oplicht over het trekgedrag van vogels. Hiervoor bestudeerden ze roodborstjes. 

In het oog van dit vogeltje zit een kompaseiwit
De onderzoekers haalden een bepaald eiwit (cryptochroom-4) uit het roodborstoog om te testen wat er gebeurt als het molecuul in aanraking komt met lichtstralen en een magneetveld. Hieruit bleek dat dit bepaalde eiwit een chemische reactie ondergaat onder invloed van de krachten in een magneetveld. Het werkt hierdoor als een soort kompas. Door middel van proeven toonden ze aan dat dit niet alleen in het laboratorium gebeurt, maar dat de reactie ook ontstaat door het magneetveld van de aarde zelf. Ze gaan er van uit dat dit molecuul heel belangrijk is bij het waarnemen van het aardmagnetisch veld. De wetenschappers deden dezelfde testen bij duiven en kippen, vogels die in het algemeen niet ver trekken. Het kompaseiwit in de ogen van deze vogels was minder gevoelig voor magnetische velden. De onderzoekers vermoeden dat roodborstjes die magnetische gevoeligheid van het eiwit evolutionair hebben ontwikkeld omdat ze meestal in het donker vliegen tijdens de trek. De vogeltjes met hun oranje borstje weten geen precieze locatie tijdens het vliegen, maar kunnen wel een perfecte route uitzoeken naar warmere en koudere gebieden. 

Volgende week weer een blog met een filmpje, dan vertel ik meer over de imitatiezang van de spreeuw. 


vrijdag 18 juni 2021

What's in a name: plantjes met opvallende namen

Bonte gele dovenetel

Aan het eind van de koude meimaand werd dan toch alles groen en lieten ook de planten zich eindelijk zien. In het filmpje van deze week zie je er vier met een 'rare' naam: look-zonder-look, paardenbloem, fluitenkruid en gele dovenetel. Om met die laatste te beginnen: wat is eigenlijk een 'dove' netel? Ook andere netels (zoals brandnetels) kunnen immers niet horen. De naam dovenetel komt van de oude betekenis doof = niet werkend, gedoofd. De bladeren en stengels lijken sterk op die van de brandnetel, maar hebben geen netels met mierenzuur. Dovenetels groeien in dezelfde stikstofrijke, redelijk natte omgeving als brandnetels, bijvoorbeeld in bermen en bosranden. De gelijkenis tussen de twee is daarom een geval van mimicry (nabootsing). De meeste dieren die kennisgemaakt hebben met de brandnetel, zullen de dovenetel met rust laten waardoor hij minder van vraatschade te duchten heeft. Er zijn witte, paarse en gele dovenetels. De gele is het zeldzaamst: ze komt vooral in Zuid-Limburg voor en is zeldzaam in de rest van Limburg, Brabant, Gelderland en kleiige delen van Zeeuw-Vlaanderen. In de andere delen van ons land is ze nauwelijks te vinden. Er is ook een ondersoort die zich kenmerkt door grote witte vlekken op de bladeren. Deze bonte gele dovenetel wordt veel als tuinplant en stinsenplant aangetroffen. Die variant kwam ik tegen in het stadspark, de plantjes vormden een hele mat onder de bomen. 

Ook paardenbloemen komen vaak op één plek in groten getale voor. De plant is heel gewoon en over de naam had ik eigenlijk nooit eerder nagedacht. Tot het begin van de 20ste eeuw was er geen officiële Nederlandse naam voor deze plant. In elke streek heette ze anders; er zijn 86 geregistreerde volksnamen voor de huidige paardenbloem. In Drenthe heet ze hondstong, de Groningers kennen haar als hondenbloem. In Limburg en België noemen ze de plant pissebloem. In 1906 heeft een commissie van de KNNV bepaald dat de plant paardenbloem zou gaan heten. De betekenis is vermoedelijk 'nutteloze of waardeloze bloem'. Daarmee doe je de plant wel tekort, lees mijn eerdere blogje er maar eens op na. 

Look-zonder-look
Look-zonder-look heeft een duidelijke knoflookgeur, als je het blad kneust kun je dat ruiken, maar ook de wortels en zelfs de zaden verspreiden die knoflooklucht. Toch hoort de plant niet bij de uienfamilie. Ze hebben geen ui aan de basis van de stengel, maar een penwortel. Dus wel de geur, maar geen familieband, vandaar de naam look-zonder-look.

Tenslotte zie je in de film ook fluitenkruid. Een kruid dat niet kan fluiten :). Maar met een beetje moeite kun je er wel een fluitje van knutselen dat echt werkt. Bekijk dat maar eens in dit filmpje. Verwissel het fluitenkruid echter niet met giftige varianten van deze familie zoals de (reuzen)berenklauw. Dus check wel even of je de juiste plant hebt gebruikt voor je een deuntje blaast. Bekijk deze planten in het filmpje van deze week, waarin de kleuren groen, geel en wit centraal staan, door hier te klikken