zaterdag 19 oktober 2019

Ganzenvoet: spinazie van de polder

Bloeiende melganzenvoet
Foto: Rasbak - Eigen werk,
CC BY-SA 3.0 wikimedia
Het najaar kent vele gouden momentjes als de zon opkomt bij heldere hemel na een koude nacht. In de polder steeg damp op uit de slootjes en de schapen en koeien staken mooi af tegen het goud gekleurde gras toen ik bij zonsopgang in de polder vertoefde. In de film van vorige week zag je ganzen, deze week zie je - behalve die mooie zonsopgang - ganzenvoet. En dan bedoel ik niet de pootjes van de vogels, maar een plant die zich goed kan handhaven op zeer voedselrijke grond en zelfs resistent is geworden tegen sommige chemische bestrijdingsmiddelen. Een echte 'overlever' dus. De plant valt misschien niet meteen op met zijn groene bloemtrosjes maar kan talrijk aanwezig zijn. Een flinke plant maakt tienduizenden zaden. Eenmaal ondergeploegd behouden ze tientallen jaren hun kiemkracht. Boeren zijn niet blij met deze plant op hun akker want ze concurreren sterk met de voedselplanten en zijn gastheer voor veel virussen die ze over kunnen dragen op de cultuurgewassen. Melganzevoet is waardplant voor diverse virussoorten, zoals het streepmozaïekvirus in gerst, de vergelingsziekte in bieten, het aardappelmozaïekvirus en het aardappel X-virus. Dat laatste tast planten van nachtschaden aan, zoals tomaten en paprika, die daardoor geen vruchten maken en afsterven. Ook is melganzevoet waardplant van diverse aaltjessoorten, zoals het stengelaaltje, het bietencysteaaltje, het chrysantenbladaaltje en verschillende wortelknobbelaaltjessoorten. Toch is de plant ook nuttig voor de mens. De zaden werden vroeger vermalen tot meel. Daarvoor werd ganzenvoet geteeld op akkers. Dat leverde dan zo'n 4500 kg zaad op per hectare. Even omgerekend naar zaadjes van 0,7 gram waren dat bijna 6,5 miljard zaden! De bladeren kun je eten als spinazie. Ze zijn dan een bron van essentiële voedingsstoffen zoals vitamine C en aminozuren. Vinken houden trouwens ook van de zaden. Al met al heb ik een beetje dubbel gevoel bij de plant. Bekijk 'm in de film van deze week (e-mailabonnees klik hier).


zaterdag 12 oktober 2019

Eerst flinke trek en dan op trek

Oktober is de piekmaand in de vogeltrek
Oktober is de piekmaand in de vogeltrek. Boven Nederland kun je dan honderdduizenden vogels waarnemen die vanuit het noorden naar zuidelijke landen trekken. Ze reizen in feite hun voedsel achterna, want als de dagen kouder worden vliegen er geen insecten meer. Veel vogels trekken trouwens 's nachts, dus dan kun je ze alleen horen. De afgelopen weken hoorde ik in de schemering het gakken van de ganzen, voor mij in de polder een typisch nazomergeluid. Ze strijken hier massaal neer om bij te tanken of om er de winter door te brengen op de graslanden.
Vogels hebben verschillende strategieën voor de trek. Sommige vogels zorgen voor een bescheiden vetreserve en maken op hun reis diverse tussenstops om bij te tanken. Ze vliegen enkele honderden kilometers naar een geschikte plaats om te eten, bijvoorbeeld een moeras of drasland en trekken dan weer verder. Zij doen wat langer over de reis omdat ze meestal enkele dagen bijtanken voor ze verder vliegen. In het najaar maakt dat niet zo veel uit, maar in het voorjaar verliezen ze daarmee kostbare tijd in de strijd om de beste nestplekken.
Andere soorten vreten zich moddervet en leggen soms duizenden kilometers achter elkaar af. Die vogels eten zoveel dat ze voor de trek twee keer zo zwaar zijn als normaal. Om zoveel te kunnen eten wordt hun lichaam aangepast: door veranderingen in de hormonen krijgen ze enorme trek en wordt hun maag maar liefst twee keer zo groot. En als ze gaan vliegen wordt de maag juist heel klein, want die hebben ze even helemaal niet nodig en een kleinere maag scheelt in het gewicht. Al dat eten wordt opgeslagen in vet, dat veel energie geeft en weinig afvalstoffen. Via het bloed gaat de energie uit dat vet rechtstreeks naar de spieren.

In de polders rond de molenviergang in Aarlanderveen verzamelden zich de afgelopen weken veel ganzen en zag ik ook wat andere vogels. Op het hekje bij een van de molens zat een vogel die ik niet zo snel kon thuisbrengen. Na wat zoekwerk in mijn vogelboek denk ik dat het een mannetje gekraagde roodstaart is, in herfstkleed. Mocht ik mij vergissen, laat het dan weten in een bericht onder deze blog. Bekijk deze vogel, een jong puttertje op de distels en de vele ganzen te midden van het typisch Nederlandse polderlandschap in het filmpje van deze week. E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken.


zaterdag 5 oktober 2019

De herfst doet haar intrede

De halsbandparkiet hoort thuis in Afrika en India
September was dit jaar een maand met grote contrasten, van zonnige dagen waarin de temperatuur boven de 25 graden uitkwam tot stormachtig weer met grote hoeveelheden regen. Het filmpje van deze week maakte ik op een zonnige dag. Ik begon te filmen net na zonsopgang; het was vrijwel onbewolkt en er was nagenoeg geen wind. Boven het water steeg een vleugje mist op en de spinnenwebben parelden in het zonlicht. De kornoeljebladeren begonnen al te kleuren en lichtten op met felle rode en gele kleuren. In de wilgen schreeuwden halsbandparkieten terwijl ze loom leken te genieten van het ochtendlicht. Een groep van een stuk of zes dieren zat bij elkaar. Deze vogels zijn letterlijk een exotische verschijning: ze komen oorspronkelijk voor in Afrika ten zuiden van de Sahara en India plus de omliggende landen. Waarschijnlijk zijn er ooit kooivogels losgelaten in ons land en die hebben zich met succes vermeerderd. Inmiddels zijn de beestjes in de Randstad een vrij algemene verschijning en rukken ze ook in andere delen van ons land op. In Nederland zijn er al meer dan 10.000. Na een aantal jaren waarin de populatie met wel 20% groeide, lijken de aantallen in de Randstad de laatste jaren te stabiliseren. Ze leven voornamelijk van fruit en zaden, maar ook boomknoppen en jonge scheuten staan op het menu. Omdat de halsbandparkieten nog niet wijd verbreid zijn buiten het stedelijk gebied, is de schade die zij aanrichten in (fruit)boomgaarden op dit moment nog te overzien. Maar dat kan in de toekomst veranderen. De vogels eten in het gebied van herkomst ook mais, op den duur wordt vraatschade verwacht in maispercelen in ons land.
Halsbandparkieten nestelen in boomholten. Die maken ze niet zelf, maar ze kraken een spechtennest of een hol van een andere boombroeder. Indien nodig hollen ze dat nog een beetje verder uit. Daarin leggen ze drie à vier eieren, vaak al vroeg in het seizoen (februari-maart). Na ruim drie weken broeden komen de jonge vogels uit het ei. Ze blijven dan nog 6 weken in het nest terwijl de ouders voedsel aandragen. Ook als ze uitgevlogen zijn kunnen de jonkies nog twee weken op de zorg van de ouders rekenen.
In het park tegenover ons huis verzamelt zich aan het einde van de dag een groep van tientallen parkieten. Hun luidruchtige gekrijs irriteert me dan behoorlijk. Maar fotogeniek zijn ze wel.....
Je ziet ze aan het eind van de film van deze week. E-mail abonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken.


zaterdag 28 september 2019

Kruisspinnen in de stadsjungle

Kruisspin
Ik had de tuin een paar weken niet bijgehouden en de boel begon behoorlijk te woekeren. Maar zoals Johan Cruijff al zei: 'Elk nadeel heb se voordeel'. Ik besloot de jungleachtige sfeer vast te leggen op film. Een geluidsfragment uit het Amazonewoud versterkt de oerwoudsuggestie, als zijn de wildste dieren die ik heb gefilmd gewone kruisspinnen. Het was mij al eens opgevallen dat die witte kruisjes op het spinnenlijf behoorlijk variabel zijn, de ene keer zijn ze groter en beter zichtbaar dan de andere keer. In feite worden die kruisjes gevormd door afvalstoffen in het lichaam van de spin die zichtbaar worden door de transparante huid. Dat is een heel ingewikkeld verhaal, dat ik hier eenvoudig probeer samen te vatten. Het technische verhaal kun je lezen op Nature Today. Bij ons mensen (en andere zoogdieren) breekt de lever gevaarlijke afvalstoffen af tot een in water oplosbare stof en de nieren voeren dat vocht af. Bij gebrek aan die twee organen moeten spinnen hun giftige afvalstoffen (ammonium) op een andere manier verwerken. Uitstulpingen van de darmen nemen bij de kruisspin de functie van de lever over. En buisjes in het achterlijf functioneren als nieren. Die uitstulpingen en buisjes zetten de ammonium om in guanine. Dat is echter niet oplosbaar in water en het kristalliseert gemakkelijk. Een deel van de guanine wordt uitgescheiden, maar een ander deel blijft achter in de darmuitstulpingen. Daar drukken de guaninekristallen tegen de spinnenhuid waardoor wij het kruisvormige teken zien op hun lijf, samen met andere witte vlekjes. Zo blijven insecten me altijd weer verbazen.

Laat je verrassen door de Nederlandse jungle in het filmpje van deze week. E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken.



zaterdag 21 september 2019

Een nieuwe film met bomen in de hoofdrol

Bomen zijn overal om ons heen
Mijn nieuwste filmproject is een educatieve natuurfilm over bomen, met Nederlands gesproken tekst. Bomen zijn overal om ons heen, maar in het algemeen besteden we er weinig aandacht aan. Dat is onterecht! Over bomen en de planten en dieren die in en rond bomen leven is veel te vertellen. Zo veel dat de film maar liefst 1,5 uur duurt. Bomen zijn het waard om eens in de belangstelling te staan.

Om zoveel mogelijk mensen kennis te laten maken met de fascinerende wereld van bomen, stel ik de film - onder voorwaarden - gratis ter beschikking aan natuurverenigingen en scholen.
Klik op deze link voor meer informatie over de film en de gebruiksvoorwaarden.

Bekijk hieronder vast een voorproefje van de film (e-mailabonnees klik hier).


zaterdag 14 september 2019

Op de grote stille heide

Tijdens een heel koude periode in de laatste ijstijd, zo'n 18.000 jaar geleden werd dekzand door de poolwinden vanuit de Noordzeebodem naar ons land geblazen. Onder andere op de Veluwe kunnen we nog stuifzanden tegen komen, zoals in het gebied de Pollen in Nationaal Park de Hoge Veluwe. Deze zandgronden zijn zeer voedselarm, slechts enkele dennen en wat korstmossen houden het hier uit. Daar maakte ik onderstaand filmpje (e-mailabonnees klik hier en lees dan verder onder het witte vlak). 


De eerste planten die zandvlaktes koloniseren zijn heideplantjes. Om te overleven op zulke voedselarme grond werken ze samen met een speciale schimmel. Die schimmel levert stikstof aan de heide en krijgt er voedingsstoffen voor terug. De heideplantjes kunnen op die manier goed concurreren met grassen die geen schimmel hebben die hen een handje helpt met de voedselvoorziening. Met hun wortels houden de heideplantjes bovendien het zand vast, waardoor het minder gaat stuiven. Wanneer de plantenresten van de heide vergaan vormen ze humus en verrijken zo de bodem. Dat is de eerste fase in de zogenaamde successie, waarbij nieuwe soorten een kans krijgen. Successie is een ecologisch proces waarbij een merkbare verandering in de soortensamenstelling binnen een habitat plaatsvindt. Deze verandering vindt plaats binnen een bepaalde tijdspanne waarna een stabiele levensgemeenschap gevormd wordt. Levensgemeenschappen volgen elkaar dan in een bepaalde volgorde op. Als er wordt uitgegaan van een kaal gebied, zonder planten, begint de successie met een aantal pionierssoorten zoals heide, waarna, naarmate de successie vordert, het systeem complexer wordt. Uiteindelijk eindigt elke successie als bos, tenzij de mens ingrijpt, of er bijvoorbeeld door weers- of waterinvloeden (bosbranden, overstromingen) ingrijpende veranderingen plaatsvinden. 
De heidevelden die we nu kennen zijn cultuurlandschap: ze worden door de mens in stand gehouden. Men laat er schapen grazen om de grassen en bomen tussen de heide op te laten eten. Of de voedselrijke bovenlaag wordt afgeplagd zodat er weer een voedselarme bodem ontstaat. Tijdens een wandeling bij Loenen kwamen we op 'de grote stille heide' een kudde schapen tegen. Aan het eind van de middag dreef de herder ze terug naar de schaapskooi. Een schaapskooi is een zogenaamde potstal en dient als onderkomen voor schapen die de heide begrazen. Boeren op de arme zandgronden gebruikten zo'n potstal vroeger om mest te verzamelen voor hun akkers. In de stal werden heideplaggen gelegd. Hierop poepten de schapen en met hun poten vermengden ze de uitwerpselen met de plaggen. Die stalmest werd uitgespreid over de akkers en was zeer vruchtbaar. 
Bekijk de heide en de schaapskudde in het tweede filmpje van deze week (e-mailabonnees klik hier).

zaterdag 7 september 2019

Hoornaars op de heide

Heideveld bij Otterlo op de Veluwe
Natuurliefhebbers keken er met spanning naar uit: zou de heide dit jaar weer bloeien of niet? In de droge zomer van 2018 sloeg de heide op de Posbank namelijk een jaartje over. Ook dit jaar viel er niet veel regen, maar een korte natte periode in het midden van de zomer was blijkbaar net genoeg voor de heidevelden op de Veluwe. Dit jaar kleurden ze gelukkig gewoon weer paars. Het hoogtepunt van de bloei is al weer voorbij, maar afgelopen weekend bracht ik twee heerlijke uurtjes door op een bloeiend heideveldje bij Otterlo. De zon kwam op en kleurde de mist boven het veld langzaam geel. Dauw parelde aan de grasjes en spinnenwebjes. Er was geen mens te zien en het was windstil. Echt genieten. Ik liep op mijn gemak een rondje. Bij een berk viel mijn oog op twee Atalanta's, die berkensap aan het opzuigen waren. Om mij heen zoemden hoornaars. Aan de andere kant van de boom verdrongen zij elkaar om van het sap te drinken. Zij knagen in deze tijd van het jaar gaten in de bast om het zoete boomvocht te bemachtigen. De rest van het jaar eten ze insecten, zoals vliegen, vlinders en rupsen. De vlinders en vliegen op de berkenstam leken zich niet bewust van dit gevaar; de hoornaars waren te druk bezig met het berkensap en de andere insecten probeerden er iets van mee te pikken.
Hoornaars zijn onze grootste wespen
Hoornaars horen tot de papierwespen. Ze maken nesten van houtpulp, met een papierachtige structuur. Het nest wordt elk jaar opnieuw gemaakt en groeit met de kolonie mee. Aan het einde van de zomer paren mannetjes met nieuwe koninginnen en alleen die laatsten overleven de winter. De rest van de kolonie gaat dood. In het voorjaar start zo'n koningin een nieuw nest. Oude nesten worden nooit opnieuw gebruikt. De behuizing zou in het begin van de nieuwe kolonie veel te groot zijn voor de kleine groep wespen: door al die ruimte krijgen de insecten het niet warm genoeg om te gaan vliegen. Heb je dus een wespennest in je buurt waar je veel last van hebt gehad, laat het dan in de winter rustig hangen, in het voorjaar zal het niet opnieuw bewoond worden. Als je het weghaalt hebt je kans dat er weer een nieuw nest komt, want blijkbaar was het een geschikt plekje. Naarmate de kolonie groeit komen er telkens laagjes houtpulp bij, en dan kan de temperatuur wel eens te hoog oplopen. Op zo'n moment gaan wespen bij de ingang met hun vleugels slaan als een levende ventilator en wordt er water aangevoerd voor de koeling. Van sommige wespensoorten kun je zo'n papiernest in een boom zien hangen. Hoornaars hangen hun nest het liefste in een boomholte of nestkast, dus dat blijft meestal verborgen. Met 3 cm lengte zijn hoornaars onze grootste wespen. Ze hebben een imagoprobleem want er doen allerlei verhalen de rondte over het gevaar van deze beestjes. Al met al steken ze wat minder snel dan gewone wespen, tenzij ze ernstig gehinderd worden. Een mens die niet allergisch is voor de steken zou tussen de 500 en 1000 keer gestoken moeten worden wil het fataal aflopen, dat is net zo veel als bij gewone wespen. Omdat hoornaars in kleine groepen leven, komt dit vrijwel nooit voor.

Bekijk ze in het filmpje van deze week (e-mailabonnees klik hier), te midden van het romantisch ogende heidelandschap.


Verschillende soorten wespen en hun nesten kun je zien op dit informatieblad


zaterdag 31 augustus 2019

Agrimonie en Kaardebol

Agrimonie
Publiek domein,
https://commons.wikimedia.org
Vanuit het Limburgse plaatsje Houthem wandelden we langs Chateau St. Gerlach naar landgoed Ingendael. Het Geuldal is daar bijzonder bloemenrijk en de konikpaarden houden de boel een beetje open. Helaas was het een koele en bewolkte dag, waardoor we niet konden genieten van de vlinders die er op zonniger dagen rondfladderen, zoals de koninginnenpage. Wat bijen en vliegen en een enkel soldaatje (kever) is alles wat we te zien kregen. In de film van deze week spelen bloemen dus de hoofdrol. Twee typische soorten van kalkrijke bodems licht ik er even uit. De plant met de gele bloemetjes op lange stengels moest ik zelf ook even opzoeken. Het bleek de agrimonie te zijn. Je verwacht het misschien niet, maar deze plant hoort bij de rozenfamilie. Dat is een grote plantenfamilie van wel 3000 soorten en die lijken niet altijd op elkaar. Natuurlijk horen de rozen er toe die we kennen uit de tuin of de natuur (bijvoorbeeld de hondsroos of de egelantier). Maar ook veel fruitsoorten behoren tot de rozenfamilie: appel, peer, kers, pruim, abrikoos, perzik, braam, framboos en aardbei om er een paar te noemen. Struiken als sleedoorn en meidoorn behoren tot de rozen, evenals een aantal kleinere planten zoals moerasspirea, nagelkruid en de agrimonie dus. De wetenschappelijke naam van de plant luidt Agrimonia eupatoria. Hiermee lijkt de plant vernoemd te zijn naar de Pontische koning Mithridates VI Eupator, die bekend stond om zijn kruidenkennis. Het woord Agrimonia wordt wel in verband gebracht met het oud-Griekse Argemone, dat 'vlek op het oog' betekent, omdat de plant heilzaam zou zijn voor de ogen. Verder werd de plant gebruikt om leverziekten te genezen of bij slangebeten. Ook gaat het verhaal dat als je met agrimonie-thee gorgelt, je luider gaat spreken en zingen. Ik zou er maar niet mee experimenteren!
Je ziet de agrimonie aan het begin van de film.
Grote kaardebol, By Curtis
https://www.biodiversitylibrary.org,
 https://commons.wikimedia.org/

Aan het eind van de film valt de grote kaardebol op. Het ei-ronde bloemhoofd heeft kleine lila bloemetjes. Die beginnen te bloeien in het midden van de bol. Dat zie je bij de eerste kaardebol in het filmpje. Vervolgens deelt de bloemband zich op in twee ringen, eentje schuift naar boven op en de andere naar beneden. Bij de tweede bol in de film zie je hoe dat er uit ziet. De zaden van de plant zijn populair bij puttertjes.

E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te zien.


zaterdag 24 augustus 2019

Waterhoentjes in science fiction decor

Waterhoentje
Eén van de redenen waarom ik niet hou van science fictionfilms is omdat er in die films meestal geen sprietje groen te bekennen is. De omgeving ziet er uit als de ergste woestijn op aarde. In de Geul kwam ik twee nesten van waterhoentjes tegen in zo'n zelfde omgeving. De Geul stroomt op dat punt het stadje Valkenburg in en aan de rand van de woonwijk was er een nieuwe kademuur opgetrokken. Al het groen had moeten wijken voor de aanleg van de muur. Dat is in de verste verte niet de natuurlijke omgeving voor waterhoentjes. Hun enorme tenen zijn bedoeld om op waterplanten te lopen, zoals de grote bladeren van de waterlelie of de gele plomp. Maar hier zag ik ouder en kind(eren) in een science fiction decor. Het pas geboren waterhoentje dribbelde over de keien en bedelde bij vader of moeder om voedsel. Je ziet dat zijn tenen enorm zijn, ondanks zijn kleine lijfje. Nu zijn die tenen nog zwart, later kleuren die geelgroen zoals je bij de oudervogel ziet. De vleugeltjes zijn nog minuscuul! Het duurt nog bijna 50 dagen eer het kleintje kan vliegen. 
De laatste jaren krijgen we de waterhoentjes wat vaker te zien en zijn ze niet meer zo schuw. Toen ik mijn natuurgidsenopleiding deed, in 2003/2004, had ik grote moeite om er een voor de lens te krijgen. Zodra ik er eentje zag, had de vogel mij ook in de gaten en verstopte zich tussen het riet of dook onder. In zo'n geval trekt de waterhoen zich langs een rietstengel naar beneden en steekt af en toe een snavelpuntje boven water om lucht te happen. Dan valt er weinig te fotograferen :). Inmiddels zijn ze een vrij algemene verschijning geworden. Toch loont het om de vogel eens goed te bekijken, want het verenkleed heeft allerlei subtiele grijs/bruine kleuren en de snavel van de volwassen vogels is felrood met geel. Waterhoentjes voeden zich met waterplanten, grassen, insecten, spinnen, kikkervisjes en af en toe ook eieren van andere vogels. Ze maken meerdere nesten per jaar, waarin vier tot negen eieren gelegd worden. Kom je een nest tegen met meer eieren, dan is er sprake van een zogenaamd 'dumpnest' waarin andere vrouwtjes hun eieren 'te vondeling' hebben gelegd. Als het eerste ei gelegd is, beginnen de ouders meteen met broeden. Zodra het eerste jong uit het ei komt gaat vader met de nieuweling op pad, moeder broedt de rest van de eieren uit.

E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje van deze week te zien.




zaterdag 17 augustus 2019

Het zinkviooltje gedijt op zware metalen

Zinkviooltje
Al in de Romeinse tijd werd in de buurt van het Belgische La Calamine erts van lood en zink gewonnen. De bloeitijd van de mijnen, net over de grens van Zuid-Limburg, was tussen 1820 en 1880; meer dan 1000 mensen werkten destijds in de groeves. Toen in 1938 de laatste zinkmijn uitgeput raakte, was er ongeveer 2 miljoen ton zinkerts uit de grond gehaald. De zinkmijnen zijn inmiddels gesloten, maar er ligt nog veel afval. Daardoor kun je in dit gebied bijzondere planten tegen komen: de zogenaamde zinkflora. Het zinkviooltje, de zinkblaassilene en andere planten van het zinkplantenverbond groeien er in een reservaat bij de verlaten mijnen. Andere planten zouden snel doodgaan met zoveel zware metalen in de bodem, maar een paar soorten gedijen erop. Deze planten zijn uniek in de wereld en komen alleen rond deze zinkmijnen in Wallonië en langs de Geul in Limburg voor. Want het water van de Geul nam de metalen (en zaden) mee en bij overstromingen kwamen ze in de Limburgse bodem terecht. Zo werd in 1830 het eerste zinkviooltje in Nederland ontdekt. In 1911 schreef natuurvorser Eli Heimans dat er langs de Geul duizenden van deze viooltjes bloeiden, samen met de zinkblaassilene en zinkboerenkers.
Zinkblaassilene

We besloten eens een kijkje te nemen in dit bijzondere gebied, en maakten vanuit Kelmis (B) een bijzonder afwisselende wandeling uit het boekje "De Geul van bron tot monding" van Olaf op den Kamp. Stiekem hoopte ik niet alleen het zinkviooltje aan te treffen, maar ook de zilveren maan en andere parelmoervlinders, die deze viooltjes als waardplant hebben. Helaas gooide het weer roet in het eten: het was te koud. Er waren geen insecten te zien. Zinkplanten hebben van nature een hogere behoefte aan zink dan andere planten. Maar ook daaraan zit een grens. Om te overleven op een grond die zo vervuild is met zink, wordt het zinkviooltje geholpen door een schimmel, die zorgt dat de wortels van het viooltje niet te veel zink opnemen. Het Engels gras dat hier groeit heeft een ander trucje: die plant scheidt de zware metalen uit via bladopeningen. De zinkboerenkers verzamelt de metalen in bepaalde afvalblaadjes en raakt ze zo kwijt.
Grasklokjes en zinkblaassilene

Het grasklokje is geen echte zinkplant, maar heeft van nature een bepaalde afweer tegen deze metalen. Deze soort zagen we massaal, samen met de zinkblaassilene, langs een voormalige spoorweg (inmiddels een wandelpad) waarlangs de ertsen werden vervoerd.

In het filmpje van deze week (e-mailabonnees klik hier) kun je deze planten zien, samen met het landschap dat wordt doorsneden door de riviertjes de Geul en de Hohn.