zaterdag 4 april 2020

Vechten zonder dat er klappen vallen

Imponerende knobbelzwaan
Enige weken geleden was ik in de polder van Aarlandenveen waar ik de grutto's en wulpen filmde aan het begin van de lente. Diezelfde ochtend speelde zich daar nog een mooi tafereel af, nu bij de knobbelzwanen. Ze zaten er in een grote groep aan het eind van een sloot. Volwassen zwanen, helemaal wit met een oranje snavel, en wat jongere exemplaren, soms nog een beetje grijzig en met een roze snavel. Een deel van die groep zal wegtrekken om te broeden in Noord-Europa of Rusland, enkelen zullen blijven om te broeden in deze polder. Een (jong) paartje boog de hals sierlijk naar elkaar toe; het begin van de liefdesdans. Even verderop waren drie volwassen zwanen ook aan een dans bezig. Eentje die ik nog nooit eerder had gezien: twee zwanen cirkelden rond elkaar in een synchroon ballet, of misschien moet ik zeggen als in een 18e-eeuwse Quadrille. Ik dacht eerst dat het ging om een balts, maar beide zwanen hadden een dikke knobbel, een teken dat het allebei mannetjes waren. Ook nummer drie, die in de buurt zwom maar zich wat afzijdig hield was een mannetje. De veren van de vleugels waren opgezet, de borst stak fier vooruit; dat doen zwanen om tegenstanders te imponeren. De lange nek lag naar achteren op het lijf. Zo beschermen zwanen hun fragiele nek als ze een gevecht verwachten om een territorium. Want daarbij kan het er nogal heftig aan toe gaan, zwanen kunnen elkaar daarbij tot bloedens toe verwonden. Dit was dus bepaald geen liefdesfeestje. Het kostte redelijk wat moeite om meer informatie te vinden over dit gedrag. Uiteindelijk vond ik op een Engelse site een verklaring voor deze 'rotation display' (ronddraaigedrag noem ik het maar even, vrij vertaald).  Het is een zeldzame vorm van niet-gewelddadig territoriaal gedrag. Het wordt het meest gezien aan de territoriumgrens tussen twee volwassen zwanen. Tijdens deze vertoning zwemmen beide naburige zwanen dicht bij elkaar en nemen een dreigende houding aan terwijl ze ter plaatse tegelijkertijd 360 graden draaien. Dit wordt enkele minuten volgehouden, waarbij geen van de zwanen de ander aanvalt of ontwijkt. Het wordt gebruikt bij het handhaven en reguleren van territoriumgrenzen tussen twee aangrenzende territoria. Hier werd dus gevochten zonder dat er klappen vielen, maar het signaal was voor beide partijen duidelijk: tot hier en niet verder mannetje! Ook na het ronddraaigedrag bleven de zwanen imponeren met hun vleugels en borst. Tijdens het zwemmen stuwden ze het water met hun borst flink vooruit alsof ze wilden zeggen: hier zwemt niet zo maar iemand, maar een zwaan die zijn territorium zal verdedigen. Bekijk het gedrag in het filmpje van deze week. Voor de beste resolutie kun je het filmpje beter op mijn YouTubekanaal bekijken; dus zowel op mijn blog als in de e-mail raad ik je aan te klikken op deze link. Draai het radertje bij instellingen op 1080HD.


zaterdag 28 maart 2020

Een doddig aarsje - What's in a name

Dodaars in zomerkleed
Foto: By Charles J Sharp
sharpphotography, CC BY-SA 4.0, wikimedia
Het heeft lang geduurd eer ik het dodaarsje aan jullie kon voorstellen. Onze kleinste fuut is een schuw watervogeltje dat vaak niet meer dan 5 seconden boven water zwemt en dan weer onderduikt. Al weer enige weken geleden is het met veel geduld dan toch eens gelukt. Vele stukjes film met alleen waterkringen of belletjes zijn in de prullenbak beland, maar in enkele shots kun je het doddige vogeltje dan toch aanschouwen. Dodaars niet zo'n voor de hand liggende naam, daarom ben ik eens in de vogelnamen gedoken. Henk Blok en Herman ter Stege hebben daar als hobbyende vogelliefhebbers een studie naar gedaan. De wetenschappelijke naam van alle futen is Podicipedidae. Dit betekent aarspotigen, ook wel aarsvoetigen. Aars betekent achterwerk en de poten van alle futen zitten daar dichtbij. Zo kunnen ze op en onder water uitstekend 'uit de voeten', maar lopen op het land is een stuk moeilijker. De wetenschappelijke naam van de dodaars is Tachybaptus ruficollis, dat betekent roodbruinhalzige snelle duiker. Dat 'snelle duiker' kunnen we hier in Nederland wel vaststellen, maar dat 'roodbruinhalzige' zien we minder vaak. Dat is namelijk de kleur van het zomerkleed en de meeste dodaarsjes overwinteren alleen in Nederland. Dan is hun verenkleed een stuk soberder.

Donzig achterwerk
De naam dodaars is gelinkt aan het donzige achterwerk (dod = dot = pluk), dat is in de film goed te zien. Lokaal zijn er nog allerlei varianten op die naam. Hier in het Reeuwijkse Plassengebied wordt de vogel ook wel aangeduid met Dodde(gatje), Fladdergatje of Paddegatje. In Zeeuws Vlaanderen vinden ze het achterwerk op grassprietjes lijken, vandaar de naam Vasje of Vazzetje, dat graszode betekent. De Friezen hebben hun lokale namen juist weer gebaseerd op de meer algemene futennaam: Arsevoet, Earsfutteltsje, Earsfuttel(er) (dit betekent aarsdribbelaar). Ook de volksnaam Poot in ‘t Gatje geeft aan dat dit te maken heeft met de ver naar achteren staande poten. De Limburgers noemen het beestje Duikertje.
'Poot in 't Gatje'
By Baldamus, Blasius, Naumann,
Sturm, - wikimedia

Hagelzakje
In de 18e eeuw werd de gelooide huid van de vogels door jagers gebruikt om er een zakje voor de hagel van de jachtpatronen van te maken. De (Noord/Zuid)Hollandse naam Hagelzakje verwijst hier naar, evenals Kleine Aegelzak uit Zeeland en de naam Lerenkontje. Dat is ook het geval met de naam Pookske. Deze benaming is afgeleid van het Brabantse woord pook, dat o.a. zak, buik of lijf betekent. De Friese naam Lytse Hjerringslynder (‘kleine haringsnoeper’) moet niet al te letterlijk worden genomen. De vogel voedt zich voornamelijk met kleine visjes, insecten en larven. Daar is-ie vast op naar zoek in de film van deze week. Laat je oog vallen op dit snelle duikertje zou ik zeggen. Andere vogels in de film laten hun oog op jou vallen, zoals het smaragdgroene oog van de aalscholver, de gele ogen van de kuifeend die een beetje scheel lijkt te kijken en het priemende oog van een waakzame broedende reiger. E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te zien.


zaterdag 21 maart 2020

Voedsel voor de grutto en wulp op de eerste lentedag

Grutto te midden van twee scholeksters 
Ondanks alles virusellende maakt de natuur zich op voor het grootste spektakel van het jaar: de lente. Boven de groene vlaktes van de polder hoorde ik in de vroege ochtend het gejodel van de wulp en het gruttoooo-grutto van de gelijknamige vogel. Hèt signaal dat de lente is begonnen. Ook scholeksters en futen waren al in voorjaarsstemming. Al die weidevogels moeten natuurlijk eten en daarvoor gaan ze (onder andere) op zoek naar een van de 'gewoonste' dieren: regenwormen. Wie kent ze niet? Iedereen is er wel eens eentje tegengekomen bij het wroeten in de aarde. We besteden er niet vaak aandacht aan, maar ze zijn erg belangrijk. Niet alleen omdat ze voedsel vormen voor tal van vogels, maar ook omdat ze de bodem gezond houden en dood organisch materiaal recyclen. De inwoners van de Faeröer-eilanden hebben zelfs een postzegel aan dit nietige diertje gewijd.
Postzegel van de Faeroër-eilanden
Bron: wikimedia
Regenwormen eten rottende planten, kleine dode dieren en schimmels. Voor aan hun lichaam hebben ze een soort mond waarmee ze dit spul, samen met fijne minerale deeltjes uit de grond naar binnen werken en ze verwerken dit in hun krop. Ze nemen er voedingstoffen uit op, maar het meeste wordt vermalen tot een soort pasta die ze aan het eind van hun lichaam weer uitscheiden. Feitelijk bestaat hun lichaam uit niet meer dan een mond, lange darm en het uiteinde waar de pasta hun lichaam verlaat. Uit onderzoek weten we dat die pasta enorm rijk is aan stoffen die planten gebruiken om te groeien: de uitwerpselen hebben vijf keer zoveel stikstof, zeven keer zoveel fosfaat en elf keer zoveel kalium als de grond er om heen. Een wonder dat zo'n beestje dat voor elkaar krijgt. Eén worm kan wel 4,5 kilo 'wonderpasta' per jaar produceren. In ecologisch gezonde weilanden zitten zo'n 2 tot 3 miljoen regenwormen per hectare, ze wegen samen meer dan 1000 kilo. Dat is vaak meer gewicht dan de koeien en ander vee dat de boer heeft rondlopen. Of er in de weilanden die ik gefilmd heb net zo veel wormen zitten als in bovengenoemd voorbeeld weet ik niet. Ik weet wel dat de boeren er de weidevogels een warm hart toedragen en aan agrarisch natuurbeheer doen. En de wulpen streken er in grote groepen neer om voedsel te zoeken, dus er zal vast wel iets te vinden zijn. Bekijk ze in het filmpje van deze week. E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te zien).




zaterdag 14 maart 2020

Slimme aanpassingen in vogelkoppies

Nu de winter langzaam overgaat in de lente, gebeurt er weer wat in de natuur. De eerste bloemen bloeien, na de sneeuwklokjes zie ik nu overal het gele klein hoefblad met zijn ronde bloemhoofdjes en de eveneens gele sterretjes van het speenkruid. De blauwe reigers en ooievaars zijn al bezig met hun nesten en spechtenroffels klinken alom. Vorige week heb ik aandacht besteed aan ooievaarsnesten en vorig jaar wijdde ik een blog aan de nestelende blauwe reigers. Vandaag wil ik daarom stilstaan bij slimme aanpassingen van sommige vogels.

De ogen van de reiger zijn beter dan de duurste cameralens

Blauwe reiger
De blauwe reiger vangt zijn diner door doodstil te wachten en op het juiste moment bliksemsnel toe te slaan. Hij wordt daarbij geholpen door zijn uitstekende gezichtsvermogen, dat drie keer gedetailleerder is dan dat van ons, met een zeer goede diepte-waarneming. De ogen hebben een ingebouwde "zoomlens" waardoor de vogel onmiddellijk kan schakelen tussen telescopisch en macrozicht, dat waarschijnlijk even goed of beter is dan onze duurste cameralenzen. Als wij mensen in dezelfde situatie zouden verkeren als de reiger, zouden de meesten van ons verhongeren. Starend in het water zouden we niks zien door de schittering, de beweging van het oppervlak en onze eigen weerspiegeling. Zelfs als we een vis konden zien, zouden we de exacte locatie moeilijk kunnen beoordelen omdat het gebroken licht onze kijkhoek zou verstoren. De reiger heeft een ingebouwd polarisatiefilter om de schittering en reflecties uit het water te filteren. Vogels die heimelijk van boven het water vissen, moeten voor de lichtbreking corrigeren, vooral wanneer de vissen onder een hoek worden waargenomen. Ze zijn succesvoller in het vangen van vis wanneer er onder een scherpe hoek een prooi wordt geslagen, waarschijnlijk omdat de prooivissen de vogel vanuit die hoek niet kunnen zien. Een andere theorie is dat reigers werken met zo’n scherpe aanvalshoek omdat het verschil tussen de schijnbare en echte prooidiepte dan het kleinst is.
Grote bonte specht
Jos Zwarts - CC BY-SA 4.0,
wikimedia

Een roffelende specht krijgt geen hoofdpijn
De grote bonte specht in de film van deze week probeert vrouwtjes te attenderen op zijn aanwezigheid door te roffelen op een dode boomstam. Spechten doen dat met een snelheid van zeven meter per seconde.  Wanneer wij mensen met dezelfde snelheid als de specht tegen een boom aan zouden rammen, is de kans groot dat dat ons – letterlijke en figuurlijk – de kop kost; onze hersenen botsen tegen de schedel met alle gevolgen van dien. Maar de spechten lijkt het niet te deren, hun relatief kleine hersens zitten heel stevig in de schedel zodat ze geen kant op kunnen. Daarnaast hebben ze nauwelijks vocht rondom de hersenen die de schokgolven door kunnen geven. Een andere aanpassing is de vorm van de hersenen: die van de specht zijn heel glad waardoor schokgolven ook weer minder grip hebben dan bij onze kronkelige grijze cellen. Tenslotte spant de specht vlak voor de roffel zijn spieren, zodat de beenderen de schok opvangen en langs de hersenen leiden. Poolse onderzoekers hebben overigens vastgesteld dat spechten allemaal hun eigen roffel hebben!
Bekijk de dieren in het filmpje van deze week en bedenk welke slimme aanpassingen er zitten in die vogelkoppies! (E-mailabonnees klik hier).


zaterdag 7 maart 2020

Klepperende ooievaars

Ooievaars zingen niet maar klepperen
De dag begon zonnig en er was niet te veel wind. Tijd om de polders weer eens per fiets te verkennen. Er stuk of 40 kleine zwanen graasden langs de Mattenkade. Een paar knobbelzwanen er tussen en op de achtergrond een zilverreiger en een roofvogel. We konden het niet precies zien, maar het leek een slechtvalk. In ieder geval was er kort daarvoor veel onrust onder de kleine vogels, zoals kieviten, geweest. Een paartje ooievaars verklaarde elkaar de liefde. Ze hebben geen stem, dus moeten ze op een andere manier communiceren. Dat doen ze door te klepperen en hun hoofd in hun nek te leggen. De prachtige lange borstveren zijn op zo'n moment goed te zien. In maart of april wordt begonnen met de nestbouw, in veel gevallen betekent dit dat zij een nest van vorig jaar opknappen. In Nederland zijn dat vaak nesten op palen, maar ook nesten op daken en schoorstenen, waarop de mens een karrenwiel of andere bodemplaat heeft gelegd. Op eigen houtje worden nesten gebouwd op fabriekspijpen, in bomen (o.a. in reigerkolonies) en zelfs op voedersilo's, hijskranen en lichtmasten. Sinds enkele jaren worden ook masten van hoogspanningsleidingen bezet. Alles wat minimaal 6 meter hoog is komt in aanmerking als er goede aanvliegmogelijkheden zijn. De basis van een nest bestaat uit tot enkele centimeters dikke takken die in elkaar gevlochten worden. De binnenzijde wordt bekleed met aarde, ruige mest, paardenmest, twijgen, grassen of andere kruiden en ander zacht materiaal. De doorsnede van het nest is zo'n 80 tot 150 cm en de hoogte kan na jarenlange bewoning 1 tot 2 meter bedragen. De nesten kunnen een behoorlijke omvang krijgen en honderden kilo's zwaar worden, zeker als ze nat zijn. Soms waaien ze bij hevige storm van hun platform. Man en vrouw hebben elk hun aandeel in de bouw en plegen het hele broedseizoen door onderhoud. De bouw van een nieuw nest neemt ongeveer 8 dagen in beslag. De ooievaars zijn meestal niet de enige bewoners. Als 'onderhuurders' is een scala aan vogelsoorten bekend, waaronder torenvalk, spreeuw, huismus, ringmus en winterkoning. Op 1 maart is de 2020-editie van beleef de lente van start gegaan, hier kun je het wel een wee van (onder andere) nestelende ooievaars volgen. Klik hier voor de link naar de site.
Wij vervolgden onze fietstocht want er was zwaar weer op komst. Het ene moment was het nog zonnig en op het andere moment kwam een dreigende lucht op ons af. De zon piepte er nog op sommige plaatsen doorheen, hetgeen er spectaculair uitzag. Gelukkig waren we voor de bui binnen.
In het filmpje zie je de kleine zwanen, ooievaars en regenwolken, e-mailabonnees klik hier.


zaterdag 29 februari 2020

Lentetaferelen onder de maretak

Maretak ofwel mistletoe heeft kleverige witte besjes
Terwijl wind en regen voortjagen door het zwerk, moet ik voor mijn blogs putten uit materiaal dat ik de afgelopen weken maakte op gestolen momentjes in de paar uurtjes dat de zon zich even liet zien. Onder de Limburgse maretakken (misschien beter bekend onder de Engelse naam mistletoe) waren net na zonsopgang toch een paar lentesignalen te ontwaren. Op een valkenkast stond een mannetje torenvalk op de uitkijk en op een boom in de buurt zat het vrouwtje. Daar worden binnenkort vast aanstalten voor een nest gemaakt. In de Geleenbeek zwom een paartje wintertalingen. Ik weet niet of het dezelfde eendjes zijn die ik in mijn blog van 24 januari 2017 beschreef, maar dat zou zo maar kunnen. Toen noemde ik de maretak ook al even, maar daar zal ik nu iets meer over vertellen. Menigeen kent deze halfparasiet van de kerttraditie 'kissing under the mistletoe'. Die traditie is waarschijnlijk ontstaan doordat de plant in de winter geheel groen blijft. Dat is vrij uniek in hartje winter voor een niet-naaldboom. Men zag het als een symbool van vruchtbaarheid en daarom werden de groene takken in huis gehaald. Volgens sommige bronnen moet men even vaak kussen als er bessen aan de tak hangen. Zoals je op de foto ziet, kan dat nogal wat zoenen opleveren :).
In de natuur dienen de bessen als voedsel voor vogels zoals lijsters, kramsvogels en pestvogels. Die eten de witte bessen vooral aan het eind van de winter, als de door hen geprefereerde rode bessen van andere struiken en bomen al op zijn.
Pestvogels eten maretakbessen
De kleverige maretakbessen, die vrij snel na consumptie worden uitgepoept, hangen dan in de vorm van een parelsnoer uit het achterste van de vogel; besjes met stukjes slijm ertussen. Als zo'n 'parelsnoer' aan een tak blijft hangen, is de kiem gelegd voor een nieuwe plant. Zo is het ook te verklaren waarom zij vaak wortelen op de zijkant of zelfs de onderkant van een tak. Het kiemworteltje, dat altijd de tak weet te vinden omdat het van het licht afgroeit, dringt de schors binnen tot op het hout en zendt dan naar alle kanten wortels uit die onder de schors lopen. Uit deze ´schorswortels´ dringen zogenaamde ´zinkwortels´ door in de jonge houtlaag. De geelachtige groene stengels komen onmiddellijk uit de takken van de ´woonboom´ en vertakken zich vorkvormig. Hoewel ze vrij bros zijn kunnen ze toch weerstand bieden aan de winterstormen want hun bladeren zijn bij de voet altijd min of meer gedraaid. Hierdoor staan de bladdelen in verschillende richtingen en waait de wind in kleine luchtstromen langs de maretakbol.

Gebrek aan water is een probleem waarmee de maretak in de winter te kampen heeft. De gastheer kan in de winter nauwelijks water opnemen en afstaan aan de maretak. Dat lost de halfparasiet op met zijn leerachtige bladeren, die weinig water verdampen. En dat zorgt er ook voor dat een maretak zelfs in een verwarmde kamer lang groen blijft.
Tot slot een weetje voor de liefhebbers van Asterix en Obelix: de maretak is het belangrijkste ingrediënt van de toverdrank die druïde Panoramix bereidt en waar beide stripfiguren hun magische krachten aan ontlenen. Obelix is ooit in de ketel met toverdrank gevallen en heeft er voor zijn leven genoeg aan. Asterix moet regelmatig een shotje nemen als onderhoudsdosis.

Bekijk de maretakken aan de Limburgse populieren in het filmpje van deze week. E-mailabonnees klik hier.

zaterdag 22 februari 2020

Overwinterende wulpen

Wulp op een postzegel van Wit-Rusland, bron wikimedia
In de winter kunnen er wel 100.000 wulpen in de Waddenzee verblijven. Een klein aantal daarvan zagen we tijdens ons verblijf op Texel, begin januari. Hoewel het aantal broedende wulpen in Nederland afneemt (momenteel rond de 2000 broedparen), is de trend onder de overwinteraars gunstiger. Tot wel 200.000 wulpen zijn in de winter te vinden in de kustgebieden. De in Nederland broedende wulpen maken hun nesten in Noord-Brabant en het oosten van het land. In het najaar trekken ze weg, naar Engeland en Zuid-Europa. Vanuit Rusland komen dan de overwinteraars onze kant op. De wulp is onze grootste steltloper. De mannetjes zijn kleiner (50 cm) dan de vrouwtjes (60 cm), die tot een kilo kunnen wegen. De spanwijdte van de vleugels is iets meer dan een meter. Het meest opvallend aan de wulp is de lange, naar beneden gebogen snavel. "Bij de wulp wijst de snavel naar zijn gulp" is een ezelsbruggetje om de wulp van de grutto (met een rechte snavel) te onderscheiden.
Postzegel uit Azerbeidjan
bron wikimedia
Bij de vrouwtjes kan de snavel wel meer dan 16 cm lang zijn, bij mannetjes haalt-ie net geen 14 cm. Bij de geboorte is de snavel 2 cm lang; in minder dan twee maanden groeit die naar bijna 10 cm. De snavel is belangrijk bij het zoeken naar voedsel. Wulpen eten voornamelijk klein spul. In het binnenland consumeren ze insecten, spinnen, regenwormen, slakjes, kleine visjes en kikkers, soms staat er een muis of jong vogeltje op het menu.  Langs het strand worden krabbetjes, wadpieren, schelpdieren en garnalen verschalkt. Ze eten zo'n 300-400 gram van deze kleine prooien per dag, dus dat is flink werken geblazen.
Postzegel uit Kazachstan,
bron wikimedia
Hoewel wulpen wel 9 cm diep kunnen boren met hun snavel, vinden ze in de zomer het meeste voedsel in de bovenste 3 cm van de bodem. In de winter daalt de biomassa van dieren op het wad, ze sterven af en garnalen en krabben trekken naar open zee om de kou te vermijden. Prooien zoals wadpieren en schelpdieren verschuilen zich dieper in het zand. Vrouwtjes hebben dan merkbaar voordeel van hun langere snavel bij hun grondboringen. De wulpen met wat kortere snavels zoeken om die reden 's winters vaak hun heil in het grasland.
Wulpen worden vaak verward met regenwulpen. Die laatste soort is kleiner, met een duidelijk kortere snavel. Waar de wulpen een egalere bruine kop hebben, laten de regenwulpen een donkere kruin en oogstreep zien. Hoewel de wulp een mooi getekend verenkleed heeft, vind ik de zang het allermooiste aan deze vogel. Helaas is de balts en het bijbehorende geluid steeds minder te horen hier in de polders in het westen. Maar de trillende, vrolijke zang van een wulp maakt mijn lentedag helemaal goed, als ik een keer het geluk heb om het te horen. Beluister het geluid op de site van de Vogelbescherming, kijk onder geluid bij 'balts'.
In het filmpje van deze week zie je overwinterende wulpen op Texel (e-mailabonnees klik hier).


zaterdag 15 februari 2020

Lentesignalen en de linde

De kroon van de linde is omgekeerd hartvormig
Als de kortste dagen van het jaar achter ons liggen, is de zang van de zanglijster het eerste lentesignaal. Ik hoorde hem toen ik in alle vroegte bij het Stammenderbos in Limburg was en ondanks het geruis van de snelweg lukte het aardig om het geluid vast te leggen. Ook de bloei van de hazelaarkatjes geeft aan dat er weer beweging zit in sommige bomen en struiken. Op het plateau van Doenrade sprong een solitaire linde in het oog, de zon kwam achter de boom op, zodat je de contouren goed kon zien. De bladeren van de linde zijn een omgekeerd (en enigszins scheef) hartje en ook de boomkruin heeft een omgekeerde hartvorm. De linde heeft 400 familieleden, die vooral in de tropen voorkomen, zoals jute. In Nederland zijn maar twee soorten linden inheems, dat zijn de winter- en zomerlinde. Andere lindesoorten, zoals bijvoorbeeld de zilverlinde zijn aangeplante sierbomen.
Het lindeblad is hartvormig
met een 'scheve bladvoet'
Na de laatste IJstijd verschenen zo'n 8500 jaar geleden winterlinden in Nederland. In het iets warmere zuiden van ons land kwam ook de zomerlinde voor, met name in het Limburgse lössgebied. Daar waren mooie oerbossen met linden te vinden. Ongeveer 5000 jaar geleden gingen die bossen hard achteruit. De inwoners rooiden bos voor landbouwgrond en bevoordeelden de eik die met zijn eikels waardevol voedsel voor de varkens leverde. De lindebast werd afgescheurd om touw, matten, vloerbedekking en papier te maken. Dat overleefde zo'n boom niet. Ondanks het feit dat linden vanuit de wortels nieuwe loten kunnen aanmaken was deze roofbouw te heftig om er bovenop te krabbelen. Een linde heeft een voedselrijke bodem nodig waardoor het herstel van de bossen te langzaam ging. Op de door landbouw uitgeputte gronden kan de boom nauwelijks groeien. Beuken namen in de bossen de plaats van de linden over.
Daar waar de linden in de buurt van bebouwing groeiden werden ze echter gekoesterd. De linde gold vaak als heilige boom, eronder werd recht gesproken, vergaderd, feest gevierd en getrouwd. Op de lijst van monumentale bomen in Nederland neemt de linde een belangrijke plaats in. Ik heb de linde in het filmpje van deze week eens opgezocht in het landelijk register, de boom heeft de status 'monumentaal' en is ergens tussen 1890 en 1900 geplant. Hij is regelmatig geknot, wat je ook kunt zien aan de dikke takkenknoesten tussen het dunnere hout in de kroon. De boom is 10 meter hoog en meet 340 cm in omtrek. In vijf jaar tijd is de omtrek met 20 cm toegenomen. De conditie van de boom is 'goed' volgens de gegevens. Dat is mooi want linden kunnen wel 700 jaar worden, dus dan kan deze nog een tijdje mee.... Verschillende vlinderrupsen leven van het lindeblad, zoals de lindepijlstaart waarover ik in mei 2018 al eens een blog schreef.
Bekijk en beluister de eerste lentesignalen en de monumentale linde in het filmpje van deze week (e-mailabonnees klik hier).


zaterdag 8 februari 2020

Vrije vogels en een bloedrode lucht

Vrije vogels - screenshot uit het filmpje

Op vrijdagavond check ik het weerbericht voor zaterdagochtend. Zou er tussen alle bewolking en regen door nog een sprankje zon zijn bij zonsopkomst? Soms wordt het niks maar op een winderige zaterdag in januari waren de kansen gunstig. Ik besloot mijn geluk nog eens te beproeven in de polders bij Aarlanderveen, waar de horizon zichtbaar is en waar je echte weidsheid kunt ervaren. De dag begon met een bloedrode hemel. Terwijl ik filmde stopte een boer zijn trekker om even te praten over de prachtige lucht. Boven de Nieuwkoopse Plassen stegen ganzen en andere vogels op die de nacht op het water hadden doorgebracht, een spectaculair gezicht, terwijl aan de andere kant de vliegtuigen van Schiphol passeerden. Ik dacht aan de hoeveelheden kerosine die deze ‘kunstvogels’ gebruiken en hoe wonderlijk het is dat vogels überhaupt kunnen vliegen met zo weinig middelen: spieren en een hoopje veren. Om omhoog te komen en snelheid te maken, gebruiken ze hun slagveren, ook wel vliegveren genoemd. De veren in de punt van de vleugels kunnen in verschillende standen gezet worden, zo kan de vogel draaien en van richting veranderen. Vogels worden geholpen door de bouw van hun vleugels om in de lucht te blijven. Gedurende het vliegen gaat de lucht zowel onder als boven langs de vleugel. De bovenkant van een vleugel is boller dan de onderkant. De lucht gaat aan de onderkant dus sneller langs de vleugel dan aan de bovenkant. Zo ontstaat er luchtdrukverschil. Dit verschil vormt een opwaartse kracht die groter is dan de zwaartekracht.
Sterke borstspieren zijn een voorwaarde om de vleugels goed te kunnen bewegen. En om gewicht te sparen zijn de veren en botten hol van binnen. Ik vind hier en daar wel eens een vogelbotje en sta dan versteld van hun lichte gewicht.

Vogels landen voor hun eerste maaltijd van de dag - screenshot uit het filmpje

De poldervogels daalden af in de weilanden, om de eerste maaltijd van de dag te nuttigen. Een al te volle maag is een probleem bij het vliegen, daarom poepen en plassen vogels hun maaltijd zo snel mogelijk weer uit. Als je wel eens in een weiland hebt gelopen waar ganzen gegeten hebben, dan zijn de grote hoeveelheden uitwerpselen je vast wel opgevallen. Bekijk de vogelvluchten in het filmpje van deze week (e-mailabonnees klik hier).



zaterdag 1 februari 2020

Baltsende brilduikers

Brilduikers
Bron: wikimedia, Richard Crossley -
The Crossley ID Guide Britain and Ireland
Midden januari maakten we onze traditionele wandeling rond de Reeuwijkse Plassen, waar tienduizenden en soms honderdduizenden vogels overwinteren. Toevallig waren we er vorig jaar precies op dezelfde dag, maar zoveel vogels als in 2019 waren er dit jaar niet. Toch viel er wat bijzonders te beleven. Al jaren kijk ik er naar uit om het baltsgedrag van brilduikers vast te leggen om aan jullie te laten zien. Maar brilduikers zijn niet dik gezaaid in Nederland en behoorlijk schuw. In een bepaalde hoek van de plas zagen we er altijd drie of vier, maar zodra we stopten met lopen maakten ze zich uit de voeten. Eén keer had ik door de verrekijker een baltsend mannetje gezien, maar het was zelfs voor de telelens te ver weg. Op deze dag had ik meer geluk. In de bekende hoek hield zich een groep van wel 13 brilduikers op. Waarschijnlijk hadden ze het zo druk met elkaar imponeren dat ze wat minder voorzichtig waren dan anders, waardoor ik ze - nog steeds wel van een afstand - kon filmen. De mannetjes hebben subtiele streepjes op hun witte lijf en een donkergroene kop, die er door het bewolkte weer eerder zwart uitzag. Het 'brilletje' in de vorm van witte vlekken achter de snavel was niet te missen. Vrouwtjes zijn grijsbruin met een kastanjebruine kop. In het Engels heten de vogels 'goldeneye', naar hun goudgele ogen. Honderdtien jaar geleden beschreef Charles W. Townsend het baltsgedrag van de brilduiker in een wetenschappelijk artikel als volgt: één of meerdere mannetjes zwemmen ongeduldig rond een vrouwtje. Hun kopveren zijn opgezet, zodat hun hoofd groot lijkt en hun nek slank. Het hoofd wordt vooruitgestoken, vlak boven het water dat ze soms aanraken.

Baltsende brilduikers
Illustratie Jos Zwart - wikimedia
Dan richt hij zich plotseling op, steekt de snavel omhoog en maakt een raspend geluid (beluister dit op de site van de Vogelbescherming). Om vervolgens zijn achterhoofd met een snelle beweging op zijn romp te leggen. Bij het terugveren van de nek trappelt hij zijn oranje poten soms boven het water uit. Het vrouwtje antwoordt af en toe door haar hoofd ook boven het water te brengen of haar snavel omhoog te steken. De kop achteroverleggen doet ze niet, als je dat ziet kun je te maken hebben met een onvolwassen mannetje, die een verenkleed heeft dat veel op een vrouwtje lijkt. In mijn filmpje van deze week (e-mailabonnees klik hier) kun je zien dat het baltsgedrag sinds 1910 niet veranderd is. In de loop van februari trekken de vogels naar het noorden om te gaan broeden. Wil je ze voor die tijd nog zien, kijk dan op waarneming.nl of er brilduikers bij jou in de buurt waargenomen zijn. In het zoekscherm kun je onder de knop 'filter' jouw provincie kiezen.