zaterdag 23 maart 2019

Een glanzend verenpak

Veer van een houtsnip
In de winter hebben vogels hun verenpak vervangen (lees mijn eerdere blog hierover), zodat de veren voor de broedtijd in optimale conditie zijn. Want behalve om te vliegen, dienen de veren om de vogels warm te houden en een partner te veroveren. Veren zijn uitsteeksels uit de huid, net als schubben en haren en ze zijn gemaakt van keratine. Door hun specifieke structuur kunnen veren de relatief zware vogels in de lucht houden. Met 'insectenvleugels' zouden vogels niet kunnen opstijgen. Veren zijn 'niet van gisteren'; 150 miljoen jaar geleden koos een vogelachtige dinosauriër al het luchtruim. Hoe het kwam dat  vogels vanuit kleine donsveren de sterke slagpennen hebben ontwikkeld die nodig zijn om te vliegen, is wetenschappelijk nog niet goed vastgesteld. Er zijn meerdere theorieën over. Eén theorie is dat de dieren gingen rennen terwijl ze met hun vleugels sloegen, om nèt een beetje sneller vooruit te komen dan hun belagers. En misschien kregen de dino's met de mooiste en sterkste veren ook de beste partners. De tweede theorie begint niet op de grond maar in de bomen. Om roofdieren te ontwijken lieten dieren die in bomen leefden zich naar beneden vallen, met sterke veren konden ze hun vlucht beter controleren. Ook een staaltje van 'survival of the fittest'. 

De oerveer, 150 miljoen jaar oud
Foto: H. Raab (User:Vesta)
[CC BY-SA 3.0 ]
Fossielen van de eerste veren bij toeval ontdekt
Soms worden ontdekkingen bij toeval gedaan. Alois Senefelder uit Beieren vond eind 18e eeuw de lithografie (steendruk) uit. Hiervoor had bij splijtbare en goed te polijsten steen nodig. Het kalksteen dat in zijn omgeving te vinden was, was hiervoor uitermate geschikt. Dit kalksteen is ontstaan in de Jura, 150 miljoen jaar geleden, en komt in de Fränkische Alb aan de oppervlakte. Omdat het gesteente zich heel langzaam had gevormd op de zuurstofloze bodem van een lagune, waren dieren niet vergaan maar in dit gesteente heel gaaf bewaard gebleven. Bij het splijten van de steenplaten voor de lithografie, kwamen er dan ook prachtige vondsten te voorschijn: er werden veren en skeletten van vogels gevonden! Zulke tere delen fossilleren heel moeilijk en zijn uiterst zeldzaam. In 1861 werd de 'oerveer' in zo'n steenplaat ontdekt, je ziet 'm hiernaast afgebeeld. Deze losse veer werd jarenlang toegeschreven aan de eerste vliegende dinosauriër: de Archaeopteryx (wat overigens 'oerveer' betekent). In recent onderzoek met behulp van laser-stimulated fluorescence, waarmee de fijnste details van fossielen kunnen worden bekeken, is nu vast komen te staan dat deze veer verschilt van de andere veren van onze oervogel. Dus wellicht vloog er nog iets anders rond, zo 'n 150 miljoen jaar geleden. Een raadsel dat nog opgelost moet worden.....!

Bekijk verschillende vogels met hun stralende broedkleed in het filmpje van deze week (e-mail abonnees kunnen hier klikken). 

zaterdag 16 maart 2019

Als de lente komt dan breng ik jou.....

....geen tulpen uit Amsterdam, zoals het bekende liedje luidt, maar deze keer wel een blog met allerlei echte lentesignalen. Onze nationale vogel, de grutto is teruggekeerd uit Afrika. In de wetlands zijn ze in groepen aan het opvetten, voor ze naar de weilanden gaan om te nestelen. Onze eerste twee grutto's van dit jaar zagen we in het Zaans Rietveld, Alphen aan den Rijn. Ook een elegant klutenpaartje was hier aan het fourageren. Een duo scholeksters nam er nog even zijn gemak van en een flinke groep hazen 'rammelde' door de grasakkers. Als je daar meer over wilt weten, lees dan mijn blog 'rammeltijd'
E-mailabonnees kunnen het filmpje bekijken door hier te klikken. Lees vooral verder onder het filmpje, want er is meer voorjaarsnieuws!



Mannelijke bloemen van de taxus
Ook bij de planten kun je zien dat er wat gebeurt: groene blaadjes komen te voorschijn en sommige bomen zijn klaar voor de voortplanting: de elzen bloeiden de afgelopen tijd overvloedig. Ook de taxus is nu bezig met het verspreiden van pollen voor de bevruchting. In tegenstelling tot de elzen merken de hooikoortslijders daar weinig van want de grote hoeveelheden stuifmeel van de taxus zijn 'weinig allergeen' zoals dat heet. Zoals bij alle windbestuivers zijn de bloemen van de taxus klein. De mannelijke bloemen vallen nog wel op door hun hoeveelheid: de goudkleurige bloemetjes zitten in de lange rijen aan de groene takken met smalle blaadjes. In het filmpje zie je dat er af en toe een 'pufje' stuifmeel de lucht in wordt gestuurd (let bij het tweede taxusshot in het filmpje op de linkerkant). Taxus is een tweehuizige soort, zoals dat heet. Aan een mannelijke plant zul je geen vrouwelijke bloempjes vinden, want die hebben een 'ander huis'. Ik ging dus op zoek naar een andere taxusboom, waar die mannelijke bloemen duidelijk afwezig waren.
Vrouwelijke kegeltjes van de taxus
De vrouwelijke kegeltjes zijn klein (een paar mm) en groen. Handig bij het zoeken is dat ze meestal aan het eind van de takken zitten. Dat is natuurlijk ook met een reden: zo hebben ze grotere kans om het stuifmeel op te vangen, dat van een andere taxus langs moet waaien. Op een gegeven moment komt er uit het rode puntje van het vrouwelijke kegeltje (zie foto) een druppeltje kleverig vocht. Daar moet stuifmeel op landen om de bevruchting te laten plaatsvinden. Het kegeltje zelf zal uiteindelijk uitgroeien tot het welbekende rode besje dat van boven open is. In die van groen naar rood gekleurde kegelschaal is het (zeer giftige) zaad te vinden, dat door vogels overigens probleemloos gegeten kan worden omdat ze het onverteerd weer uitpoepen.

Een al wat verder uitgegroeide vrouwelijke taxuskegel
Bekijk de taxus en andere lentedetails in het tweede filmpje van deze week door hier te klikken




zaterdag 9 maart 2019

Blauwe reigers in hun nesten

Blauwe reiger op het nest
Blauwe reigers nestelen in kolonies hoog in de bomen. Vooral elzenbomen vinden ze fijn, omdat die bovenin vertakken, hetgeen een prima platform voor een nest oplevert. Omdat ze zo hoog in de bomen zitten, verscholen achter takken en - momenteel - bloeiende elzenkatjes zijn ze moeilijk te filmen vanaf de grond. Al enkele jaren ga ik trouw eind februari/begin maart naar het Gouwebos in Boskoop om een kans te wagen. Het ene jaar ben ik te vroeg, dan zit er nog maar een enkeling op het nest, het andere jaar is de kolonie nauwelijks bevolkt. Dit jaar zat het mee, de reigers waren net begonnen om de nesten te bezetten en te bouwen of te verbeteren, waarom zou je immers dubbel werk doen als er nog een nest van vorig jaar geclaimd kan worden. De bestaande nesten zijn als eerste bezet door de reigers die daar vorig jaar al gebroed hebben, zij maken de nesten ieder jaar wat groter. Nieuwe paartjes moeten zelf wat in elkaar knutselen uit het niets, die zag ik met zijn tweeën bij een dunne laag takjes zitten. Het duurt nog even eer ze een starterswoning in deze Vinex-wijk hebben. Voor de reigers, die meestal doodstil langs de waterkant staan om een vis te verrassen met een snelle uithaal van hun scherpe snavel, is het leven hoog in de bomen niet gemakkelijk. Onhandig bewegen ze zich, met hun gewicht van rond de 2 kilo, over de dunne takken om te proberen er eentje los te trekken voor de bouw van het nest.
Duttende blauwe reiger met zwarte kuifveren
Hun snavel is rood/oranje in deze tijd van het jaar en ze hebben hun beste verenpak aangetrokken, met langere borstveren en mooie witte en zwarte kuifveren. In de film van deze week zie je die wapperen in de wind. Op de foto van de duttende reiger steken ze fier omhoog. In februari wordt vaak al gepaard en na een krappe maand komen de jongen uit het ei. Deze kuikens, vanwege hun warrige haardos ook wel 'punkers' genoemd, wegen dan maar 30 gram. Een halve kilo vis moeten de ouders elke dag zien te verzamelen om 4-6 jongen te voeden. Na 40 dagen zijn die dan net zo zwaar als hun ouders. In april of mei kunnen ze zelf vliegen. In Nederland zijn er zo'n 11.000 broedparen van blauwe reigers, verspreid over een kleine 500 kolonies. In de meeste kolonies zijn tussen de 15 en 20 nesten te vinden, maar de Friese kolonies hebben gemiddeld 30 nesten. Zuid-Holland telt met 107 stuks de meeste kolonies van alle provincies. Limburg en Flevoland moeten het ieder doen met maar 10 kolonies.

E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje met reigers op hun nesten te bekijken.



zaterdag 2 maart 2019

Meerkoeten in het paarseizoen: van vriend naar rivaal

Meerkoet op liefdespad
Kort geleden nog graasden ze rustig in groepen van meer dan honderd dieren bij elkaar. Maar met het stijgen van de temperaturen slaan niet alleen de hormonen, maar ook de meerkoeten zelf op hol. Concurrenten worden niet langer gedoogd in de strijd om een vrouwtje. Vorige week kon ik die taferelen vastleggen in de sloten rondom het park voor ons huis. De mannetjes bolden hun veren op en paradeerden over het gras om vrouwtjes te verleiden. Omdat de verschillen tussen m/v gering zijn bij koeten (de mannetjes zijn iets lichter qua gewicht en hebben een iets bredere witte bles op het voorhoofd), was het soms niet duidelijk of er gejaagd werd op een vrouwtje of dat er juist een concurrent verjaagd werd. Uiteindelijk kon ik een paring op film vastleggen, dat ging er in mijn ogen niet heel liefdevol aan toe overigens. Zoals je in de film kunt zien, rennen de koeten liever dan dat ze vliegen. Je zou dus verwachten dat deze mollige vogels geen grote afstanden afleggen. Dat is echter een misverstand. Een deel van onze meerkoeten vertrekt in het najaar naar het zuiden van Europa. En een aantal van die rustig grazende 'winterkoeten', zijn uit Rusland of Oost-Europa komen vliegen naar onze graslanden. Grappig genoeg zijn ze op beide locaties 'plaatstrouw', dat wil zeggen dat ze voor de zomer en winter telkens naar dezelfde plaats terugkeren. Dat weten we door geringde vogels te volgen. Zo komt er al zeven jaar lang een in Polen geringde meerkoet naar een parkje in Zwolle. Voor de meerkoet is het wel zo handig dat-ie dan meteen weet waar hij voedsel kan vinden en een nest kan bouwen.
Meerkoetennest
Afijn, binnenkort zullen de meerkoeten in de sloten bij mijn huis wel gaan nestelen. Een meerkoetennest is een centimeter of 20 in doorsnee en vaak met halmen verankerd aan de vegetatie. Meerkoeten leggen zes tot tien eieren en hebben meerdere nesten per jaar. Tachtig procent van de kleintjes haalt hun eerste verjaardag niet. Van de 20% die overblijft overleeft slechts de helft het tweede jaar. Voor de meerkoeten is zo'n nest dus een hele investering, de kleintjes worden nog één tot anderhalve maand verzorgd nadat ze geboren zijn en uiteindelijk wordt maar 1 op de 10 kuikens ouder dan 2 jaar. Maar hebben ze eenmaal deze barrière genomen, dan kunnen ze maximaal 18 jaar worden en vele nestjes groot brengen.

E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje van de meerkoeten te zien. Er is deze week een extra filmpje, dus kijk ook nog even naar het blogje hieronder over wilgenkatjes. 




Wilgenkatjes in de avondzon

Wilgenkatjes. 
Als extra'tje deze week een kort sfeerfilmpje met wilgenkatjes in de hoofdrol. Vorig jaar in maart schreef ik al eens een blog over hun thermojasjes.

Dit keer een paar weetjes over de wilg:

  • Repen van de bast kun je gebruiken als touw, het blijft zeker een jaar goed, dus ideaal voor het opbinden van planten. Gebruik hiervoor vers gesneden takken en trek de bast er in smalle repen af. 
  • Bomen verdampen veel water. Omdat de wilg goed tegen natte voeten kan, werd deze boom veelvuldig aangeplant in drassige gebieden, die als het ware 'droog gepompt' werden door de wilgen.
  • De Duitser Felix Hoffman maakte een chemische variant van salicylzuur, dat van nature in wilgen voorkomt. De chemische variant kennen we als Aspirine en is minder slecht voor de maag dan de natuurlijke stof. Overigens presenteerde meneer Hoffman ook heroïne als middel tegen droge hoest en tbc, maar daar is geen medicijn van op de markt gekomen :).   
  • Je kunt je eigen wilg kweken door een wilgentak in de grond te steken. In vochtige grond maakt hij binnen enkele weken wortels. Heb je een 'paastak' over? Kweek dan je eigen kronkelwilg en volgend jaar hoef je er geen te kopen. 
E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje over de wilgenkatjes te bekijken. 


zaterdag 23 februari 2019

IJstijden en de hazelaar

Bloeiende hazelaar met mannelijke katjes
en roze vrouwelijke bloempjes
De afgelopen weken hebben we diverse ijstijden beleefd. Een paar nachten flinke vorst en de eerste ijstijd van deze winter was een feit. Er kon nog net een marathon op natuurijs worden geschaatst en toen zette de dooi al weer in. Niet lang daarna was er sprake van een andere ijstijd: de temperaturen waren met een graad of 16-17 C een record voor midden februari. De terrasjes zaten vol en er werd menig ijsje geconsumeerd. Intussen bloeide de hazelaar met zijn gele katjes en piepkleine roze bloempjes tussen het verder nog kale hout. Een taaie rakker is die hazelaar, die soms al met kerstmis bloeit, vorst en ijs lijken de struik niet te deren.
Een kleine 50 miljoen jaar geleden waren de eerste hazelaars al op de wereld te vinden, in de VS en Canada. Dat weten we omdat er fossiele resten van de bloemen gevonden zijn. In Nederland doken de eerste exemplaren zo'n 30 miljoen jaar geleden op. De aarde warmde op en koelde af tijdens vele ijstijden. In het Midden-Pleistoceen (126.000 - 781.000 jaar geleden) trad gemiddeld elke 100.000 jaar een ijstijd op. Het klimaat in de perioden tussen de ijstijden leek op het klimaat van nu. Ons landje had ook al ongeveer dezelfde kustlijn als tegenwoordig, hoewel de gletsjers in de ijstijden ons land tot de Veluwe en Utrecht bedekten. In de tussentijden (interglacialen) ontstonden bossen met eik en hazelaar. De fauna was van een heel andere aard: ons land werd bevolkt door bosolifanten, nijlpaarden en neushoorns, maar ook dieren die momenteel nog in Nederland voorkomen zoals herten en everzwijnen waren er te vinden. De eerste mensen, de homo erectus, struinden hier rond. Van de hazelaar zijn grote hoeveelheden fossiele pollenkorrels in ons land gevonden. Nou produceert de hazelaar er ook behoorlijk wat: zo'n 600 miljoen stuifmeelkorrels per struik. En ze blijven ook lang goed als ze zuurstofarm worden opgeborgen, bijvoorbeeld in afzettingen op de bodem van meren.
Hazelnoten, aangevreten door verschillende dieren
Niet alleen pollen maar ook hazelnoten uit het Pleistoceen zijn teruggevonden; in kleilagen in Limburgse rivieren. Daaraan konden wetenschappers zien dat de hazelnoten honderdduizenden jaren geleden ongeveer even groot waren als nu.
Wanneer het klimaat veranderende door een ijstijd, verdween de hazelaar tijdelijk uit ons land, in die tijden beheersten naaldbomen zoals den en spar het bosgebied. In kleine gebieden in de bergen van Zuid-Europa waren de omstandigheden goed genoeg voor de hazelaars, waar ze wisten te overleven. Zo'n 7000 jaar geleden was de laatste ijstijd achter de rug en met het warmer wordende klimaat, keerde de hazelaar voorgoed terug. Hoe het kwam dat de hazelaar dat behoorlijk snel kon doen, is nog niet precies vastgesteld. Wellicht hebben dieren de hazelnoten verspreid, maar het kan ook zijn dat de noten over het water naar ons land zijn gedreven. In ieder geval kunnen wij iedere winter genieten van bloeiende hazelaars, en in het najaar staan de noten op het menu van veel soorten vogels en de eekhoorn.

Het filmpje van deze week is gemaakt tijdens onze eigen 'mini-ijstijd' :) rond 20 januari. De hazelaar stond er toen al mooi bij. Volgende week de andere 'ijstijd', een filmpje met volop lentesignalen.
E-mailabonnees kunnen het filmpje 'below zero' bekijken door hier te klikken.


zaterdag 16 februari 2019

Medicijnen op de bosbodem

Geweizwam
Deze week laat ik jullie nog een filmpje zien dat ik maakte tijdens ons tripje naar de Veluwezoom in het begin van dit jaar. Je ziet hierin allerlei paddenstoelen opduiken, samen met een paar andere waarnemingen op of net boven de bosbodem. In paddenstoelennamen ben ik niet erg goed, dus die staan er niet bij. Ik las op NatureToday dat zelfs ervaren mycologen (paddenstoelendeskundigen) tegenwoordig knettergek worden van de veranderingen in de wetenschappelijke benamingen van al die zwammen. Want door DNA-onderzoek blijkt dat sommige schimmelsoorten meer of minder verwantschap hebben met andere dan vroeger werd gedacht. Dus worden de wetenschappelijke namen om de haverklap aangepast. Afijn, in onze tijd weten we in ieder geval wat paddenstoelen zijn: geen plant (want geen bladgroen) en geen dier (ze bewegen niet), maar een eigen categorie van schimmels. Vòòr onze jaartelling begreep men er helemaal niks van: gisteren was er nog niks te zien en ineens stond daar een paddenstoel. Homerus (800 v Chr.) verklaarde het als 'een samenkomst van hemel en aarde'. Plinius de Oudere dacht, samen met enkele andere geleerden, in de eerste eeuw na Christus dat paddenstoelen ontstaan bij blikseminslag. Bij gebrek aan andere verklaringen, geloofde men deze theorie tot in de 18e eeuw. Inmiddels weten we wel beter: het geheim van paddenstoelen zit onder de grond, waar een wijd vertakt mycelium af en toe 'bloeit' met paddenstoelen.

Elfenbankje

De wetenschap staat niet stil
Niet alleen hebben wetenschappers het ontstaan en de voortplanting van paddenstoelen ontrafeld, er is ook onderzoek gedaan naar hun medicinale kwaliteiten. In het Verre Oosten doet men dat trouwens al eeuwenlang. Inmiddels is er ontdekt dat veel paddenstoelen een rol kunnen spelen bij het behandelen van kanker. Sommige soorten worden ingezet in aanvulling op chemotherapie en bestraling omdat ze bijeffecten van die behandelingen (misselijkheid en bloedarmoede) tegen kunnen gaan. Andere paddenstoelensoorten hebben kankerremmende eigenschappen. Onder die soorten zitten voor ons hele gewone en algemene soorten zoals elfenbankjes en tonderzwammen, maar ook champignons,  russula's en de geschubde inktzwam. Meer hierover kun je lezen op NatureToday.
In het filmpje van deze week zie je verder nog wat vogels scharrelen tussen de bladeren, op zoek naar beukennootjes, en een vuurgoudhaantje, die door de witte oogstreep is te onderscheiden van zijn familielid het goudhaantje, waarover ik eerder een blog schreef. Ook over het boomschuim schreef ik al eerder.

E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken.


zaterdag 9 februari 2019

Kramsvogel op strooptocht

Kramsvogels leven in groepen
Foto: Jerzystrzelecki
Een paar sneeuwdagen zorgden de afgelopen twee weken voor wat lichte toetsen in het grauwe winterweer. De tuin was voller met vogels dan anders, ze maakten gretig gebruik van de feeders en toonden voor het eerst interesse in de sierappeltjes die met honderden in het boompje bungelden. Het valt me op dat de appeltjes altijd blijven hangen tot de vorst er over heen is geweest. Dan worden ze blijkbaar smakelijker, of zachter (of allebei). Naast de gebruikelijke mussen, merels en vinken, dook ook een heggenmus op. Twee dagen eerder had ik zijn zang al gehoord, een teken dat de lente er aan komt, al kan dan nog even duren. Deze keer hadden we een bijzondere gast: een kramsvogel deed zich te goed aan de sierappeltjes. Waar vier merels elkaars aanwezigheid duldden (dat is lang niet altijd het geval), was de kramsvogel gedecideerd in zijn gedrag: dit was zijn/haar plek en de merels moesten hun heil maar elders zoeken. De merels deden dat, een teken dat de kramsvogel toch hoger in de hiërarchie staat, hoewel beide lijstersoorten ongeveer even groot zijn.
Sierappeltjes
Voor mij was het een mooie gelegenheid om de kramsvogel eens van dichtbij te bekijken en te filmen, want meestal zijn deze vogels schuw en snel verstoord. In Salland filmde ik ze al eens op afstand, maar toen ik dichterbij kwam waren de vogels gevlogen. In het Sallandse filmpje zie je dat ze met een groep zijn, dat is typerend voor kramsvogels in vergelijking met andere lijsters zoals merels en zanglijsters. Vorig jaar februari zag een waarnemer in Drenthe een groep van maar liefst 20.000 vogels! 's Zomers eten kramsvogels vooral dierlijk voedsel zoals slakken, wormen, insecten en spinnen. In de herfst en winter staan lijsterbessen en vruchten van meidoorn, vuurdoorn, hulst en hondsroos op het menu. Als die op zijn eten ze in de late winter ook wel appels, koolrapen, graan en zaden. In zeer barre tijden zoeken ze zelfs weekdieren langs de kust of in moerassen.
Kramsvogel in onze tuin

Limburgse appels: niet voor de Russen maar voor de kramsvogels
Een mooi verhaal over appeletende kramsvogels las ik op de site van Sovon vogelonderzoek. In januari 2015 kwamen meer dan 10.000 kramsvogels af op de appels in Zuid-Limburg die vanwege de Russische boycot niet geoogst waren. De Russen boycotten destijds Nederlands fruit als reactie op westerse boycotmaatregelen richting Rusland wegens spanningen in de Oekraïne. Veel fruittelers in plaatsen als Valkenburg, Sibbe, Eys en Margraten konden hun appels niet meer verkopen en lieten ze in de boomgaard achter. Die gift werd in dank aanvaard door de kramsvogels, die overigens waarschijnlijk vanuit Rusland naar ons land waren gekomen om te overwinteren. Dus misschien aten Russische vogels de appels die voor Russische consumenten bedoeld waren.
In mijn tuin zaten geen 10.000 kramsvogels, ik moest het doen met één exemplaar. Een geringde vogel, maar helaas kon ik de ringgegevens niet aflezen. Ik zal dus nooit weten of dit (ook) een Russische toerist was. In ieder geval is de sierappelboom inmiddels volledig kaal gegeten, dus voorlopig geen gasten meer voor de appeltjes.....
E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje van deze week te bekijken.


zaterdag 2 februari 2019

70.000 smienten en 1 geoorde fuut

Smient vrouw en man,
foto: Alpsdake via wikimedia.org
Wanneer het flink vriest en veel oppervlaktewater is bevroren, is het onze traditie om een rondje Reeuwijkse Plassen te lopen. Plas Broekvelden (in de volksmond: de surfplas) bij Reeuwijk is relatief diep ten opzichte van het water er omheen en blijft dus lang open. Tienduizenden vogels verzamelen zich dan hier op het water voor rust en voedsel. En deze dag waren dat er nòg meer dan anders. Vogelliefhebbers spraken ons aan en raakten niet uitgepraat waardoor ons rondje nog trager verliep dan anders en we het laatste stuk in het donker moesten afleggen. Vogelteller Kees gaf op waarneming.nl voor deze dag het fenomenale aantal van 70.000 smienten en wij denken dat het totale aantal vogels die dag de 100.000 wel eens kon naderen. Smienten zijn kleurige eenden (vooral de mannetjes dan) die nauwelijks in Nederland broeden, maar in de winter massaal ons land bezoeken, er zijn er dan ongeveer 1 miljoen. Dat is meer dan de helft van de Noordwest Europese populatie. De broedsuccessen van de soort in het hoge noorden lijken af te nemen, daarom staat de smient op de rode lijst als gevoelig. Dan is bescherming nodig. Maar aan de andere kant eten de smienten in de winter veel gras van de boeren. Tot het begin van deze eeuw werden om die reden jaarlijks 50.000 smienten afgeschoten. Inmiddels wordt dat gelukkig anders opgelost. Er zijn maar liefst 44 smientenopvanggebieden aangewezen in Nederland. En aan boeren wordt jaarlijks voor 600.000 euro aan landbouwschade uitgekeerd. Behalve door hun kleuren (de goudgele band op de kastanjekleurige kop van het mannetje is erg mooi), vallen ze ook op door hun fluitende geluid. Ze worden daarom ook wel fluiteenden genoemd.

Geoorde futen,
By Richard Crossley - The Crossley ID Guide Britain and Ireland,
CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org
Tussen die tienduizenden smienten zijn we ook op zoek gegaan naar bijzonderheden. We zagen een vrouwtje van de brilduiker, die in het Engels heel treffend 'goldeneye' (gouden oog) worden genoemd. Er volgt nog een blog met meer informatie over deze soort. Ook een dodaars is een mooie waarneming, maar erg blij werden we van een geoorde fuut. In de winter zie je dat 'geoorde' er niet zo aan af, maar in de zomer heeft-ie prachtige gouden pluimen rond zijn knalrode oog. Het winterkleed is zwart/wit en tamelijk onopvallend. De soort is vrij schuw en moeilijk waar te nemen. In de zomer hebben we wel eens een paartje door de telescoop gezien in de Groene Jonker, een plas/dras gebied bij Nieuwkoop/Noorden. Dat is precies het soort water waar de geoorde fuut van houdt: ondiep met veel dekking om een drijfnest te bouwen op een verborgen plekje. Die voorzieningen worden in oostelijk Europa, waar de meeste geoorde futen leven, steeds minder, waardoor de geoorde futen 'onze' kant op komen. Er zijn nu in Nederland rond de 500 broedparen en de winterpopulatie wordt geschat op 1000-1500 geoorde fuutjes. Zelf voor fanatieke vogelaars is deze soort er één voor op het verlanglijstje. Op internet vond ik een lijst van 'de 400-topvogelaars-die-de-geoorde-fuut-in-Nederland-hebben-gezien'. Op bijgaande compositiefoto zie je de geoorde fuut in verschillende 'kleden'.

In de film van deze week, de tienduizenden vogels op de Reeuwijkse Plassen, en ook een paar korte shots van de geoorde fuut in winterkleed. E-mailabonnees, klik hier om het filmpje te bekijken.

zaterdag 26 januari 2019

Beloning voor vroege vogels

Direct na zonsopgang, Amsterdamse Waterleidingduinen
Vroeg opstaan loont, dat zagen we afgelopen zondag weer eens, toen we voor zonsopgang naar de Amsterdamse Waterleidingduinen vertrokken. Daar aangekomen begon de zon aan zijn dagelijkse reis langs de hemel en verlichtte het landschap met zijn gouden licht. In de lange schaduwen was de rijp en bevroren hagel ijzig blauw. Twee damherten ademden wolkjes waterdamp uit, die door het tegenlicht goudgeel kleurden. De eerste tien minuten in het gebied waren meteen een topper, zoals je in de film van deze week ziet. Even verderop konden we een tijd lang een torenvalkje observeren, die op haar gemak in de boom zat te spieden naar iets voedszaams, het verenkleed flink opgezet tegen de kou. In de jacht naar voedsel heeft de torenvalk vier 'wapens'. Allereerst het zeer scherpe zicht, prooien zoals een veldmuis kan de valk op 100 meter afstand zien. Heeft-ie eenmaal een prooi in het vizier, dan stoot de torenvalk naar beneden, vanuit de lucht - waar je 'm vaak ziet 'hangen' als de vogel 'bidt' - of vanaf een paaltje of boomtak, de zogenaamde valpaal.
Biddende torenvalk.
Foto: Andreas Trepte [CC BY-SA 2.5] 
Wikimedia Commons
Overigens is dat 'bidden' een rare term, die eigenlijk verkeerd is vertaald uit het Engels. Daar noemen ze dit gedrag 'preying' ofwel azen op een prooi (prey). Wie dat in Nederland ooit opgevat heeft als praying (bidden) is me niet duidelijk, maar de term 'bidden' is voor dit gedrag nu helemaal ingeburgerd. In mijn filmpje 'mistige dagen' kun je een biddende valk zien. Afijn, terug naar de vier wapens. Naast het scherpe zicht en de stootduik, zijn daar ook zijn scherpe snavel en klauwen. Een inkeping aan de snavel, de zogenaamde 'valkentand' zorgt ervoor dat er een hefboomwerking ontstaat. Pezen van slachtoffers worden daarmee in één keer doorgesneden. De klauwen, drie tenen naar voren en één naar achteren, vormen een klem waaruit geen enkele prooi kan ontsnappen. Maar dan moet er dus wel een prooi in het vizier zijn, en daar leek het deze morgen niet op. Verderop liepen we genietend verder door het bos, waar we nog een roodborstje tegenkwamen. Bekijk onze heerlijke wandeling in het filmpje van deze week (e-mailabonnees, klik hier).