Posts tonen met het label houtduif. Alle posts tonen
Posts tonen met het label houtduif. Alle posts tonen

zondag 7 december 2025

Hoe zit dat precies met die duivenkrop?

In mijn vorige blog beschreef ik het foerageergedrag van onder andere kauwtjes en houtduiven. Beide soorten zochten voedsel onder de eikenbomen in het Alphense Weteringpark. De houtduiven slokten eikels in één keer naar binnen, de kauwtjes pikten wat in de rondte zonder dat ik precies zag wat ze aten. Na nog was leeswerk weet ik inmiddels dat de bek en slokdarm van de houtduif heel elastisch zijn, waardoor ze de eikels in hun geheel kunnen opeten. Zo'n elastieken slokdarm missen de kauwtjes (en andere vogelsoorten). Als zij een eikel willen eten, dan moeten ze hem in kleine stukjes lospikken en naar binnen werken. Afijn, dat was een duidelijke verklaring waarom de kauwtjes geen eikels doorslikten.

Houtduiven hebben een zeer flexibele bek en slokdarm

Het verhaal van die zestig eikels in de krop van één duif liet me echter ook niet los. En toen mijn man nog wat kritische vragen begon te stellen begreep ik dat nader onderzoek nodig was. Waar zit die krop precies?, vroeg hij. Hoe groot is-ie en wat is de functie van die krop eigenlijk? Ik stond grotendeels met mijn mond vol tanden. In een eerdere blog beschreef ik al eens hoe duiven voedsel produceren voor hun kroost in de krop. Deze duivenmelk is tamelijk uniek binnen het vogelrijk. Maar goed, daarmee waren de vragen nog niet beantwoord. 

Eerst dus maar eens uitzoeken waar de krop precies zit. Al snel vond ik via Wikimedia onderstaand plaatje uit een biologieboek uit 1901. Zo'n 125 jaar geleden (en waarschijnlijk al veel eerder) wist men waar de duivenkrop zit en ik leer het nu pas :).

Door Shipley, A. E. - Zoology;
an elementary text-book (1901), Wikimedia

De krop (nummer 4, voor zover je dit kunt lezen), zit na de slokdarm. Het is in feite een verwijd gedeelte van die slokdarm, waar het voedsel een tijdje kan worden bewaard. Behalve 'voorraadkast' is de krop ook belangrijk om het voedsel voor te weken.

Hoe gaat dat precies in zijn werk? Tilduivenbond Ons Belang heeft dat op hun site gedetailleerd beschreven. Voedsel komt door de snavel in de keelholte, waar speeksel wordt toegevoegd; daarin bevinden zich stoffen die een begin maken met de afbraak van koolhydraten in de eikel of ander voedsel. Via de slokdarm komt de eikel in de krop waar hij in het opgenomen water wordt geweekt. Eikel voor eikel gaat het voedsel naar de kliermaag. Een eikel is door het voorweken op dat moment nog groter dan toen de duif hem inslikte. In de kliermaag gaan verteringssappen (enzymen) aan het werk om de de boel verder afbreken, maar de eikel is nog steeds als zodanig herkenbaar. Een tweede maag, de spiermaag, zorgt voor het vergruizen van de eikel. Die spiermaag is een geribbelde buis met een harde keratinelaag. Toch kan die maag het niet alleen af. Om het voedsel letterlijk klein te krijgen eten houtduiven kleine scherpe steentjes die in de spiermaag meewerken tot de eikel een dunne brij is geworden die naar de darmen gaat. 

Zou het zaad van de meidoorn houtduifbestendig zijn?

Je kunt je voorstellen dat een duif in het algemeen geen goede zaadverspreider is. Bessen verstoppen hun zaden in een zoet omhulsel met het idee dat het vruchtvlees voor de vogel is en het zaad weer uitgepoept wordt (op een plek ver van de moederplant). Maar als je in de vergruizer bent geweest als zaadje is er niet veel van je over..... Toch hebben sommige planten zaden die de duivenmaag in zijn geheel doorstaan en ook nog kunnen kiemen. 

Uiteindelijk bleef het me intrigeren hoe zo'n gevulde krop met eikels en zaden eruit ziet. Ik heb een plaatje gezocht op Wikimedia dat een indruk geeft hoe volgestouwd zo'n krop kan zijn. Als je weer eens een houtduif ziet die zit te rusten op een tak, weet dan, dat zijn magen een flinke voedselvoorraad aan het verstouwen zijn! 

Foto: Theambivert20, CC BY-SA 4.0 Wikimedia

Ik hoop tenslotte dat dit verhaal jullie niet te zwaar op de maag ligt :). 

donderdag 27 november 2025

Alle troepen verzamelen

We naderen het einde van november..... Afgelopen weekend hadden we al een kort voorproefje van de winter. Toen ik vrijdag Den Haag binnen reed was de weg bedekt met natte sneeuwblubber en ik benijdde de voorzichtig manoeuvrerende fietsers niet. Maandag liep het kwik weer op naar 7 graden. Maar toch is er iets veranderd. De bomen zijn grotendeels kaal en het riet kleurt goudgeel in het winterzonnetje. Hoe dan ook komen er gure tijden aan.

De takken zijn kaal en het riet is verdord

Tijdens een kort wandelingetje in het park zag ik hoe de vogels zich aan het voorbereiden zijn op de winter. Dat komt grotendeels neer op 'pakken wat je pakken kan' (in twee opzichten waarover later meer :)). Allereerst viel mij een meerkoet op die rond een dode vis zwom. De koet probeerde dit aas te eten; de vis was te groot om op te tillen, dus hij of zij moest er stukjes uit pikken. Natuurlijk verdween de vis dan door de druk van de snavel onder water. En floepte vervolgens een stukje verderop weer naar het oppervlak. Meerkoeten eten vooral waterplanten en gras. Wanneer er jongen zijn worden ook waterdieren, zoals slakken en visjes, gevoerd en gegeten. Maar dat is meestal klein spul. Dat deze meerkoet zich aan een grote (dode) vis waagde was bijzonder. ik heb het in ieder geval nooit eerder gezien. 

Meerkoet probeert een vis te verschalken (de witte 'vlek' naast de koet)

Onder de eikenbomen waren twee vogelsoorten de laatste eikels aan het verschalken. Een paar weken geleden werd met veel bombarie, bladblazers en veegwagens de eerste hoeveelheid herfstbladeren weggehaald. Inmiddels ligt de grond onder de bomen weer vol met blad en blijkbaar zitten er nog genoeg eikels tussen voor een strooptocht. 
Allereerst zag ik de houtduiven hun krop volproppen. De houtduif in het midden van de foto slokt net een eikel naar binnen. Die rechts onder de boomstam heeft er één in zijn krop, kijk maar naar de dikke keel. In De Gelderlander las ik dat er ooit een houtduif is aangetroffen met 60 (!) eikels in zijn krop. Dat is natuurlijk niet gemiddeld en klinkt bijna als een 'broodje aap'-verhaal. Op een online duivenmarktplaats las ik deze tekst: "het is onvoorstelbaar hoeveel eikels houtduiven kunnen eten, ik schoot er in de jaren 80 een met 26 in de krop, het was in een droog jaar, de eikels waren niet erg groot, de smaak van deze duiven was perfect." Dus de duif at in dit geval wat maar de jager ook.... 

Een andere reactie op deze site luidde: "Over de eikels, ik geef ze nu ook weer aan mijn kweekduiven. Houtduiven eten ze zelfs heel op en kijk eens hoe ze glanzen in de winter. Mijn devies, haal zoveel mogelijk uit de natuur, kijk naar de vogels om je heen wat ze tot zich nemen. Hier kun je een heleboel van leren en gebruiken. Succes.". 

Houtduiven eten eikels

Niet alleen de houtduiven maar ook een troep kauwtjes was druk aan het foerageren tussen de eikenbladeren. Wat zij daar oppikten kon ik niet precies zien. 

Kauwtjes zoeken eensgezind voedsel tussen de eikenbladeren

Kauwtjes eten eikels, maar geven de voorkeur aan het foerageren in open terrein (zoals gazons) voor insecten, zaden en afval. Het zijn echte opportunisten die pakken wat ze te pakken krijgen; blijkbaar was het vandaag de moeite waard om tussen de bladeren te zoeken. 

Scharrelende kauwtjes

Tenslotte was er nog een grote groep vogels in het park. Die waren niet bezig met voedsel zoeken; ze wilden iets anders te pakken krijgen. Voor de wilde eenden is het nu tijd om een partner te zoeken. Vorig jaar schreef ik begin december al eens een blog over de scheve verhoudingen tussen de mannetjes en vrouwtjes van wilde eenden (grofweg 2 op 1). Nou, dat is nog steeds zo. Een troepje eenden kwam uit het water en ze maakten haast. Het bleek dat een stuk of zeven mannetjes hun best deden om in de gunst te komen van één van de drie vrouwtjes. Dat mislukte want de vrouwtjes vlogen op. De woerden (mannetjes) gingen er meteen achteraan.

Welk mannetje zullen de vrouwtjes kiezen? In dit geval: nog geen :)

In de sloot zag ik veel eenden, die ik kon verdelen in twee groepen. De ongepaarde mannetjes groepten samen bij vrouwtjes om hun kans om een stel te vormen zo groot mogelijk te maken.

De woerden houden de vrouwtjes in de gaten

Er waren echter ook al paartjes te zien. Het mannetje van zo'n stel gedroeg zich rustig en pronkte met zijn prachtige broedkleed; de kop glanzend blauw of groen, afhankelijk hoe het licht valt.

Eenmaal een paartje, dan kunnen ze het rustig aan doen

Waar de andere mannetjes voortdurend alert moeten zijn om 'aan de vrouw te komen', kon dit mannetje het zich permitteren om een bad te nemen. 

Even badderen

Aan het eind van de wandeling zag ik een kokmeeuw die al trappelend zijn kostje bij elkaar zocht, hopend op regenwormen die door de trillingen naar de oppervlakte van het gras komen. Bekijk hiervan een filmpje in deze blog.
Hij had geen gezelschap, maar ook geen concurrentie. Dus misschien lukte het juist deze vogel wel het allerbeste om te pakken wat hij pakken kon!

Kokmeeuwen hebben 's zomers een bruine kop
 en in de winter de bruine vlekjes
die ook wel 'koptelefoontjes' worden genoemd.


zaterdag 10 april 2021

Twee houtduiven die het goed met elkaar kunnen vinden

Vorig jaar schreef ik al eens over het paar- en nestgedrag van de houtduif. In het park leven heel wat paartjes van deze soort. Dus is het nu een drukte van belang met het afbakenen van de territoria. Het mannetje maakt vanuit een hoge positie een glijvlucht, die soms gepaard gaat het luidruchtig vleugelgeklapper. Vrouwtjes inspecteren de territoria en strijken af en toe neer op een tak in de buurt van een mannetje. Het mannetje buigt dan voor het vrouwtje, zoals je in het filmpje van bovengenoemde blog kon zien. Dit heeft dezelfde functie als het kokmeeuwgedrag dat ik onlangs beschreef: kokmeeuwen draaien hun donkere kop weg om minder agressief over te komen op een vrouwtje. En zo is de buiging voor het duivenvrouwtje ook bedoeld. Het mannetje begint op een afstandje en tussen de buigingen door probeert hij haar steeds verder te naderen. De paarvorming is dan nog niet meteen een feit. Het proces kan zo maar een tijdje stilgelegd worden als het ineens weer een tijdje koud weer is. 

Verliefde houtduiven

Maar deze dag in het park was een zonnige dag met een lentetemperatuurtje. Daarom kon ik getuige zijn van de volgende fase in de verlovingstijd van de houtduifjes: het 'minnekozen'. Eerst zag ik ze trouwens synchroon bewegen waarbij de hun vleugels leken te verzorgen en hun hoofd in hun nek legden, dat ging in een behoorlijk tempo. Daarna kroelden ze met hun snavel in elkaars nek. Tussendoor was er een korte pauze om de veren glad te strijken en dan begon het schouwspel opnieuw. Aan het eind bogen ze tegelijkertijd, alsof ze hadden ontdekt dat ze publiek hadden :). Tijdens de razendsnelle paring die uiteindelijk volgde stond de camera net even uit..... 

Bekijk het grappige schouwspel in het filmpje van deze week door hier te klikken.

Ook de gaaien waren weer op liefdespad, daaraan wijdde ik vorig jaar deze blog



zaterdag 9 mei 2020

Houtduif buigt voor zijn vrouwtje

Houtduiven zijn te herkennen
aan de witte nekvlek
Tijdens een van mijn eerdere verkenningen in het park zag ik halsbandparkieten zich te goed doen aan de nectar in de kersenbloemetjes. In de kersenboom voor mijn huis zag ik ook houtduiven (te herkennen aan hun witte nekvlek) snoepen van de zoete lekkernij. Op een ochtend zaten ze met een aantal in een jonge rode beuk waar ze de net uitgekomen bladeren verorberden. Maar er gebeurde nog wat, want een mannetje zette zijn borst vooruit en maakte wel een tiental buigingen voor een vrouwtje. Niet dat ze er veel aandacht aan leek te schenken, maar misschien bekeek ze het wel vanuit haar ooghoeken :). Het buigen en het koeren is typisch baltsgedrag dat alle duiven vertonen. Het koeren verschilt per duivensoort: de houtduif roept roekoekoe koekoe. In principe zijn de stelletjes langdurig samen, maar slippertjes komen regelmatig voor. In het park zitten veel duiven en ik zie ze ook met regelmaat een baltsvlucht uitvoeren. Dat heb ik helaas (nog) niet op film vast kunnen leggen. Het mannetje zit een tijd in een hoge boom (dan is mijn geduld al op :)). Plotseling krijgt hij de geest en stijgt met luid vleugelgeklap op, alsof hij wil zeggen: ziet iedereen mij duidelijk, aandacht, aandacht! Na een paar flinke vleugelklappen op het hoogste punt daalt hij in zweefvlucht af naar een andere boom. Zo pendelde de betreffende houtduif tussen een treurwilg langs de rand van de vijver naar een boom op het eilandje in het water. Wanneer de duivin wil paren duwt ze haar snavel tegen de keel van het mannetje (dat ook wel doffer wordt genoemd) en die beantwoordt dat gedrag. 
De doffer buigt voor de duivin tijdens de balts
Zo minnekozen ze regelmatig met elkaar. Dit gedrag schijnt de eisprong op gang te brengen. Het mannetje bepaalt de nestlocatie, dat kan een oud nest zijn dat een beetje wordt opgelapt of er wordt een nieuw nest gebouwd. Dat is meestal een slordig bouwwerk van takken. Zo slordig gemaakt dat er met regelmaat een ei uit valt, dat is dan verloren. Een week voor de eieren gelegd worden, zit het vrouwtje stevig op het nest. Noem het proefbroeden of misschien is het bedoeld om het nest een beetje in vorm te duwen, het is niet duidelijk waarom het vrouwtje dat doet. Na deze week worden twee eieren gelegd, één per dag. Broeden doen man en vrouw in twee diensten. De doffer heeft een baan van 9 tot 4, dan is het vrouwtje aan de beurt. Als de jonge duiven na 2 1/2 week uit het ei kruipen worden ze gevoed met duivenmelk. Enkele dagen voordat de eieren uitkomen wordt de binnenwand van de krop van de duif dikker. Dit wordt bepaald door het hormoon prolactine, hetzelfde hormoon dat bij zoogdieren voor de melkproductie zorgt. Als de jongen geboren zijn, laat deze laag los. Het is dan een kaasachtige substantie die door de jongen uit de krop kan worden gepikt. Zowel vrouwtjes als mannetjes geven duivenmelk. Deze aanpassing is vrij uniek binnen het vogelrijk maar komt ook voor bij flamingo's en mannelijke keizerspinguïns. Het goedje bevat meer vet en eiwitten dan koemelk en zorgt ervoor dat duiven een groot deel van het jaar kunnen broeden omdat ze minder afhankelijk zijn van ander voedselaanbod. Je ziet de houtduiven in het filmpje, maar ook koolmezen (met het zwarte kapje) en pimpelmezen (met het blauwe kapje) die het hoogste lied zingen in het broedseizoen. De koolmees verzamelt mos voor een nestje dat in holen of nestkastjes wordt gemaakt. Klik hier om het filmpje te bekijken. 


zaterdag 27 april 2019

Bloesemsnoeper

Bloesem in bedauwd gras
De afgelopen weken bloeiden de bloesems uitbundig. In korte tijd ontloken de knoppen, maar door het warme weer was de bloesemtijd ook weer snel voorbij. In het filmpje van deze week zie je wit bloeiende bomen en daartussen een bloesemsnoeper: de houtduif eet de bloemetjes graag. Houtduiven worden vaak verward met stadsduiven ('de duiven op de dam'), maar dat is een andere soort. De houtduif, met zijn opvallende witte vlek in de nek, was vroeger een bosduif. De houtduiven leefden in bossen in de buurt van agrarische activiteiten, waar ze makkelijk 'een graantje konden meepikken'. Dat we ze inmiddels toch vaak in de stad kunnen zien heeft een paar oorzaken. De landbouwmethoden zijn steeds efficiënter geworden, waardoor er weinig restjes over blijven op de velden na de oogst. Er wordt minder zomergraan verbouwd en meer wintergraan en mais. Ook spelen kraaien een rol in dit verhaal. Deze zwarte vogels eten graag houtduiveneieren. De grote witte eieren vallen erg op in het slordige nest van takken, dus voor een kraai zijn ze makkelijk te vinden.
Foto: Donald Hobern, Copenhagen
[CC BY 2.0 ]
Op het platteland werden kraaien bejaagd, dus konden de houtduiven daar redelijk rustig broeden. Maar dat is niet meer het geval. Om die reden zoeken houtduiven vaker de stad op. Daar zitten ze op plekjes waar veel mensen zijn. De kraaien vermijden die drukte, zodat de kans dat de duiveneieren uitkomen groter is. 

Door onderzoek in Maastricht kwamen nog wat interessante zaken aan het licht. Volgens de tellingen zijn de voorjaarsbroedsels van de houtduiven maar weinig succesvol; slechts 10% van de eieren levert levensvatbare jongen. Als de ouders op zoek waren naar voedsel, sloegen de predatoren toe. In het najaar is er aanzienlijk meer broedsucces. De duiven hebben de graanakkers ontdekt die voor de korenwolven (Limburgs beschermde wilde hamster) zijn aangelegd. Ze vliegen rechtstreeks naar deze gedekte tafel en proppen hun krop vol met graan. Daarna zijn ze snel weer terug op het nest, dat zo beter beschermd kan worden. Hopelijk laten ze nog een beetje graan liggen voor de hamsters :). 

E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje van deze week te bekijken.