Posts tonen met het label boomblauwtje. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boomblauwtje. Alle posts tonen

zaterdag 11 juli 2026

Maak dit weekend een kwartiertje vrij om vlinders te tellen!

Vanuit mijn terras zag ik een boomblauwtje eitjes leggen op de kattenstaart. Dit mooie grijsblauwe vlindertjes kun je door vrijwel het hele land zien. Ze vliegen van midden maart-begin juni en half juni- begin oktober in twee of drie, elkaar overlappende generaties. De eitjes worden afgezet bij de bloemknoppen of de jonge vruchten. Hierdoor verschilt de keuze van de waardplant tussen de verschillende generaties: in het voorjaar worden de eitjes vooral afgezet op sporkehout en hulst. In de zomer met name op klimop, struikhei en grote kattenstaart. De buren hebben een hulstboom in de tuin, en wij hebben klimop en kattenstaart. Zo kan ik zowel de voorjaarsgeneratie als de zomervlinders in mijn tuin zien vliegen. 

Foto uit mijn boek The art of food

De eitjes zijn wit en erg klein, maar met de macrolens lukte het een aantal jaar geleden om ze scherp in beeld te krijgen. Ik kon gericht zoeken omdat ik de vlinder een ei had zien afzetten. 

Het eitje van een boomblauwtje

Ook nu weer zag ik het boomblauwtje druk in de weer. Op elke bloeistengel waarvan de bloemetjes al een beetje open waren, werd een eitje afgezet. De jonge rupsen maken een klein rond gaatje in de bloemknop of vrucht en voeden zich met de inhoud. Van enkele planten kan de rups in het laatste stadium ook de bladeren eten, zoals van sporkehout. Bepaalde mierensoorten treden op als beschermers van de rupsen. In dank daarvoor likken de mieren een zoete stof op die de rups uitscheidt. Kort voor de verpopping verlaat de rups de waardplant en loopt, soms nog twee dagen, over de bodem voordat hij zich inspint om zich te verpoppen. De pop bevindt zich meestal tussen de bladeren in de strooisellaag of in schorsspleten. De soort overwintert als pop. In april kun je deze vrolijke fladderaars al weer zien als echte lentebodes.

Dit alles herinnerde mij eraan dat dit weekend de tuinvlindertelling plaatsvindt. Het wordt prima vlinderweer, dus als je een kwartiertje over hebt, tel dan mee. Zo kan de vlinderstand goed gemonitord worden en kunnen er waar nodig maatregelen worden genomen om de leefomstandigheden van deze tere insecten te verbeteren. Kijk voor alle informatie op de site van de Vlinderstichting

Om je vast in de stemming te brengen, onderstaand nog een paar vlinderfoto's.

Icarusblauwtje

Icarusblauwtje (man)

Pimpernelblauwtje

Atalanta

Tel ze dit weekend! Namens de vlinders: hartelijk dank. 


vrijdag 10 september 2021

Een goed jaar voor de heidevelden

Na de paarse pracht van lamsoor in de Slufter op Texel kleurden ook andere delen van Nederland paars. 2021 is een goed jaar voor de heivelden. 

Struikheide

Struikheide komt in bijna heel Europa voor, maar alleen rondom de Noordzee, Golf van Biskaye en in sommige bergstreken vormt het plantje heidevelden. Nederland en Noord-Duitsland vormen de kerngebieden waar stuikheide groeit. Nederland is nog steeds kampioen heidevelden, we hebben er een groter oppervlak van dan de ons omringende landen samen. Toch is er nog maar één tiende over van wat het vroeger was. Het ideale klimaat voor het plantje is vochtig met koele zomers, zachte winters en regenval die gelijkmatig verspreid over het jaar valt. Zulk weer hebben we in jaren niet gehad! Maar dit jaar voldeed de zomer aan alle eisen van het paarse spul, met als gevolg dat de velden mooi in bloei stonden. In het groene hart is er weinig heide, behalve een klein plukje in de duinen bij de Zilk. We besloten om een afwisselende wandeling te maken door de Kaapse Bossen bij Doorn. De bloei was nog niet op het hoogtepunt en het stukje heide op de route was klein. Toch konden we al genieten van die vele paarse bloemetjes die samen op een takje zitten. De kleine groene kroonblaadjes regelen het opengaan van die mini-bloemetjes. Ze zwellen op en duwen daarmee de paarse bloempjes open. Dat gebeurt niet gelijkmatig: aan één kant is er meer zwelling. Het bloemetje wordt op die manier een beetje scheef geduwd en beschermt als een dakje de meeldraden en de stamper. Op een heideveld is het leven trouwens hard. Er heerst een microklimaat met grote temperatuurswisselingen. De heidestruikjes houden 's nachts nauwelijks warmte vast. In sommige heidegebieden kan het wel voorkomen dat er acht maanden van het jaar sprake is van nachtvorst. Dat is niet alleen zwaar voor de plantjes maar ook voor de dieren die in en rond de heide leven.

Boven de heidestruikjes in de Kaapse Bossen fladderde een blauw vlindertje. Ik hoopte op een heideblauwtje, want die zijn tamelijk zeldzaam. 'Helaas' was het een boomblauwtje, 'n veel voorkomend lid van de blauwtjesfamilie die je ook in tuinen veel ziet. En eentje die makkelijk te herkennen is. Geen ingewikkelde tekening van witte, oranje en zwarte stippen. Maar een subtiel blauwgrijze achtergrond met kleine zwarte stipjes. In het tegenlicht was het een beauty!

Boomblauwtje
Een verslag van onze wandeling, waarbij we ook al heel wat paddenstoelen tegenkwamen kun je zien in het filmpje door hier te klikken. Volgende week weer een blogje over Texel. 



woensdag 13 mei 2020

Wolzwever: een wollige parasiet

De wolzwever is een broedparasiet
Zoals je wel gemerkt hebt loopt de natuur in mijn blog een beetje achter bij de werkelijkheid. Dat komt omdat de lenteverschijnselen zich in een korte hebben voorgedaan. Het bleef lang koud maar rond Pasen werd het ineens warm voor de tijd van het jaar en in twee weken liepen bladeren van bomen snel uit en stonden bloemenweides in bloei. Ik heb het allemaal vastgelegd, maar zelfs met twee blogs per week kan ik het niet bijbenen. In de film van deze week zie je dat de populieren hun bladeren ontwikkelen. Ze hebben dan nog een oranje/gele gloed die bijna herfstachtig aandoet. In een boomtop zat een houtduif op het nest, geen idee of er al eieren waren of dat dit het 'proefbroeden' was waarover ik vorige keer schreef. Het fluitenkruid en look-zonder-look kwamen in bloei. Met name die laatste plant trok allerlei zweefvliegen aan èn een zwevend insect dat wel een vlieg is maar geen zweefvlieg. De wolzwevers met hun wollige lijf en lange zuigsnuit vormen een aparte familie. Hij leunt met zijn lange poten op de bloem terwijl zijn vleugels bewegen als die van een kolibrie, soms wel 300 keer per seconde. Af en toe gaat het wat minder snel en dan kun je de donkere kleur op de vleugels goed onderscheiden. Het beestje heeft zich vermomd als hommel of bij, zo denken vijanden dat het insect gevaarlijk is en laten 'm links liggen. Maar de wolzwever heeft geen angel en kan niet steken. Toch is het geen onschuldig beestje; het is een broedparasiet, die het zandbijen behoorlijk moeilijk kan maken.
Wolzwevers vormen een aparte
soort binnen de vliegenfamilie
Na de paring oriënteert het vrouwtje zich vliegend op een nest van een zandbij waarbij zij stil kan staan als een zweefvlieg. Vanaf korte afstand, 2 à 3 cm, wordt een ei in de nestopening ‘geschoten’ met het achterlijf. Even daarvoor heeft ze haar rijpe eitjes met zand bepoederd zodat ze minder kleverig worden. Ze heeft daarvoor een speciaal structuurtje aan het achterlijf. Wolzwevers kunnen een paar duizend eieren produceren. Dus er moet flink 'geschoten' worden en het doel zal ook wel eens worden gemist. De larven die uit het ei kruipen hebben eerst vijf schijnpoten en zijn zeer actief en beweeglijk. Zij zoeken in het nest een broedcel op en doen zich te goed aan de opgeslagen nectar en stuifmeel. Ze vervellen naar een tweede stadium en gaan opnieuw op jacht om een broedcel te veroveren. Na vervelling naar het derde stadium kan de larve niet meer bewegen omdat de poten ontbreken, nu dient de gastheer tot voedsel: de wolzweverlarve eet de bijenlarve op. In het voorjaar vindt de verpopping plaats. De pop heeft een kroon van harde, tandachtige doorns en boort daarmee met roterende bewegingen een uitweg door de cocon- en/of de nestwanden om als volwassen vlieg te kunnen uitvliegen. Bekijk 'm op je gemak in het filmpje van deze week. Aan het eind zie je trouwens nog een boomblauwtje: het eerste blauwe vlindertje dat je in het voorjaar kunt zien. Het is makkelijk te herkennen aan de grijzige onderkant met zwarte stipjes. Blauwtjes die later in het jaar vliegen zijn niet zo makkelijk te onderscheiden. Klik hier om de film te bekijken.



dinsdag 16 augustus 2016

Een verhaal over poep





Ik filmde in de tuin deze houtpantserjuffer, het ranke lijfje mooi in het tegenlicht met als achtergrond de blauwe lucht. Een kort shotje, niet echt met een doel, ik vond het gewoon mooi. Toen ik het filmpje op de computer bekeek, zag ik tot mijn verbazing dat ik net de paar seconden in beeld had waarop deze juffer zich ontlastte. Dat had ik nooit eerder gezien en er eigenlijk ook niet eerder over nagedacht. Maar ja, waar gegeten wordt moeten reststoffen afgescheiden worden en zo ziet dat er dus uit bij libellen en juffers. Ik heb met moeite één plaatje op internet gevonden waarop een libel poepte en dat zag er vergelijkbaar uit.
De poep in het andere filmpje is niet te missen, een beetje vloeibaar. Hier zijn twee diersoorten druk bezig om de poep te verwerken. De boomblauwtjes (vlinders) zuigen de poep op. De mineralen zijn voor hen een welkome aanvulling op hun suikerrijke dieet. Waarom ze net dat stukje poep moeten hebben waar ook de mestkever mee bezig is, is me niet duidelijk. Mestkevers gebruiker de poep als voedsel voor hun larven. Dat is trouwens altijd poep van dieren die van planten leven. Mestkevers laten hun voedsel in feite voorkauwen (en voor-verteren) door andere dieren. Soms zie je op het pad hoe de kevers een hoop paardenmest langzaam in brokken verdelen en in balletjes met hun achterpoten naar geschikte nestplaatsen rollen. In een zelf gegraven nestkamer laten ze de poep achter, samen met een eitje. Op voedselarme plaatsen, zoals heide, zorgen ze zo voor het verrijken van de grond. Zonder dit soort 'poepopruimers' zou het een behoorlijk zootje worden in de natuur. Meer verhalen over poep en hun opruimers vind je in dit artikel uit het dagblad Trouw.