Schorpioenvlieg

Schorpioenvlieg
Posts tonen met het label boomblauwtje. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boomblauwtje. Alle posts tonen

woensdag 2 september 2026

Ik word gek van die Blauwtjes!

Icarusblauwtje (man)

Blauwtjes zijn supermooie vlinders, ze lijken met hun blauwe kleur een stukje hemel op aarde te brengen. MAAR.... wat zijn ze moeilijk uit elkaar te houden. In de Veldgids Dagvlinders (KNNV) zijn maar liefst 60 pagina's gewijd aan deze vlinderfamilie. In de introductie van deze soort staat beschreven: "Er zijn grofweg twee groepen blauwtjes: die met mannetjes met een blauwe bovenkant en die met mannetjes met een bruine of zwarte bovenkant. Voor de 'blauwe blauwtjes' is de tint van de vleugels vooral voor geoefende waarnemers een goed hulpmiddel om de soortnaam te bepalen. Bij de 'bruine blauwtjes' moet het vlekkenpatroon op de onderkant van de vleugels gebruikt worden om de vlinder op naam te brengen'. 

Nou ja, dan krijg ik al vlekken voor mijn ogen, alsof die beestjes rustig gaan poseren om jou die kleur of vlekjes eens rustig te laten bestuderen! En dan zijn de vrouwtjesblauwtjes nog vaak bruin ook.... Ik heb alle soorten blauwtjes uit de veldgids op een rij gezet. Als ze in Nederland voorkomen heb ik er een (N) achter gezet. Veel blauwtjes zijn doortrekker, dwaalgast of zeldzaam/bedreigd in geïsoleerde populaties, vaak ik het zuidelijkste puntje van Limburg of in delen van Brabant en Drenthe. Als ze algemeen voorkomen in ons land heb ik de naam vetgedrukt.

Welke blauwtjes zijn er? Tijgerblauwtje (N), Klein tijgerblauwtje, Geraniumblauwtje (N), Dwergblauwtje (N), Staartblauwtje (N), Boomblauwtje (N), Klein tijmblauwtje, Vetkruidblauwtje, Bloemenblauwtje, Tijmblauwtje, Pimpernelblauwtje (N), Donker pimpernelblauwtje (N), Gentiaanblauwtje (N), Berggentiaanblauwtje, Veenbesblauwtje (N), Kroonkruidblauwtje, Heideblauwtje (N), Vals heideblauwtje, Vals bruin blauwtje, Bruin blauwtje (N), Klaverblauwtje (N), Turkooisblauwtje, Wikkeblauwtje, Icarusblauwtje (N), Esparcetteblauwtje, Getand blauwtje, Adonisblauwtje, Bleek blauwtje (N), Witstreepblauwtje, Zwart blauwtje.

Om blauwtjes op naam te brengen moet je vlekjes bestuderen!
Ik heb op basis van een foto de vlekjes van een
Icarusblauwtje zou nauwkeurig mogelijk nageschilderd

Van de dertig blauwtjes zijn er dus eigenlijk maar twee in het hele land te zien. Dat maakt de stress al weer wat minder, want die twee soorten kun je vrij makkelijk uit elkaar houden. 

Op de zilvergrijze onderkant van de vleugels van het boomblauwtje staan kleine zwarte stipjes. De bovenkant van de vleugels is blauw, zowel bij de mannetjes als de vrouwtjes, maar de vrouwtjes hebben een vrij brede zwarte rand aan de buitenrand. Dat is meestal moeilijk waar te nemen, want in rust zie ik ze zelden met opengeklapte vleugels. 

Boomblauwtje

Dat ziet er aanzienlijk anders uit dan de oranje en witgerande zwarte stippen van het icarusblauwtje (op de tekening hierboven en de foto hieronder). 

Icarusvlinder

De mannetjes hebben die mooie hemelsblauwe kleur (eerste foto in dit blog). Vrouwtjes zijn bruin, soms met een blauwe vleug, maar niet altijd.

Icarusvrouwtje met blauwe vleug

En dan begint het gedonder, want hoe onderscheid je een icarusvrouwtje van een bruin blauwtje (man en vrouw daarvan zijn allebei bruin - het vrouwtje is iets lichter)? Bij het bruine blauwtje lopen de oranje stipjes op de bovenkant van de vleugels helemaal door tot aan de top (dat is niet het geval bij het icarusvrouwtje, vergelijk de foto's maar eens). 

Bruin blauwtje

Ook aan de onderzijde is er verschil in het stippenpatroon. Dat is echt priegelwerk om naar te kijken: je moet hierbij focussen op de eerste drie zwarte stippen op de ondervleugel. Daarvan staan er twee schuin boven elkaar en rechts daarvan (op enige afstand) nog een stip. Dat is de zogenaamde hockeystick-vorm. Als je de drie stippen van het icarusblauwtje bekijkt staan deze volledig horizontaal en op gelijke afstand van elkaar. Ik neem aan dat je inmiddels de titel van mijn blog he-le-maal begrijpt!

Bruin blauwtje onderzijde

Bruine blauwtjes vliegen in ons land in Zuid-Limburg en langs de grote rivieren. Hier kun je ook heideblauwtjes vinden, die overigens ook rondfladderen op de heidevelden in het Noorden van ons land. Om deze te spotten zijn we een keer voor dag en dauw ons hotel uitgegaan naar de Delleboersterheide (Friesland). We hebben daar alle pijpenstrootjes en andere plantjes langs het pad afgezocht in de hoop een heideblauwtje te vinden dat nog moest opwarmen. Dan blijven ze nog even lekker stilzitten namelijk en zijn ze beter te fotograferen. En onze inspanning werd beloond....!

Heideblauwtje

Als volleerde blauwtjesherkenner (hahaha) let je nu op de hockeystick (geen!), drie stipjes op regelmatige afstand (niet!), dus dit is in ieder geval geen icarus- of bruin blauwtje. Onderscheidend voor het heideblauwtje zijn de grote ronde stippen en de tekening langs de rand die groter en duidelijker pijlvormig is dan bij de eerder genoemde soorten. De bovenzijde van de vleugels van het mannetje zijn helderblauw met een brede zwarte rand en witte 'franjes', vrouwtjes zijn bruingekleurd met eveneens bruine franje. 

Heidevlinder man

Als je nu nog aan het lezen bent, dan ben je een echte doorzetter. Dus ik bespreek nog even een paar zeldzamere soorten blauwtjes, speciaal voor de 'die-hards'. Jaren geleden waren we een paar dagen bij de Meinweg in midden-Limburg. Toen ons tripje erop zat besloten we langs Posterholt te rijden, waar een van de laatste populaties van het donker pimpernelblauwtje te vinden was. Hier geen gezeur over oranje stippen want dit blauwtje is te herkennen aan de kaneelkleurige onderkant van de vleugels met een rijtje kleine zwarte stipjes. De mannetjes zijn aan de bovenkant bruin met blauwe bestuiving, de vrouwtjes bruin.

Donker pimpernelblauwtje

Het is een kieskeurig vlindertje en voor de voortplanting zijn twee factoren van belang: de aanwezigheid van de voedselplant grote pimpernel (de bloem op de foto) waarbij bovendien een nest van (moeras)steekmieren te vinden is. Omdat deze mieren maar enkele meters van het nest vandaan gaan, selecteert het vrouwtje planten die dichtbij een mierennest groeien. Jonge rupsen eten van de zaden van de pimpernel. Na de derde vervelling laat de rups zich op de grond vallen en wacht tot hij wordt meegenomen door een steekmier. Na vijf tot vijftien minuten krijgt de mier een druppel zoetigheid als beloning. De rups richt zich op, de mier pakt hem en gaat met de rups tussen zijn kaken naar het nest. De rups eet kleine mierenlarven en eitjes en overwintert tussen de mierenlarven. In het nest vindt ook de verpopping plaats. 

Helaas ging het een jaar of twee later grondig mis met dit bijzondere plekje. Door een misverstand werd de berm te vroeg gemaaid en verdwenen alle pimpernellen. Daarmee waren ook de pimpernelblauwtjes ten dode opgeschreven. Alleen in het puntje van Zuid-Limburg zie ik nog en klein stipje staan als verspreidingsgebied.

Twee andere blauwtjes hebben we gezien in Noord-Spanje. We hadden een dag een privégids gehuurd die ons meenam de bergen in. In een idyllische bergweide vonden we het bleek blauwtje, dat bij voorkeur op kalkgraslanden leeft. Ik ga je even niet meer vermoeien met stipjes op de onderkant van de vleugels :), want aan de blauwe kleur van onderstaand mannetje zie je waar het insect zijn naam aan dankt.

Bleek blauwtje (man) - Noord-Spanje

Het laatste blauwtje dat ik aan je voorstel is het turkooisblauwtje, ook een kalkgrasvlinder. Helaas is het al een beetje een afgevlogen exemplaar, waardoor de stippen minder goed zichtbaar zijn. In ieder geval zijn de stippen op de bovenste vleugel groter dan die op de ondervleugel.


Heb ik nog wat te wensen, wat blauwtjes betreft? Ja, ik zou graag het gentiaanblauwtje eens willen zien, die in het oosten van Nederland nog wel voorkomt. Al was het ook maar vanwege die prachtige gentiaan als waardplant. De onderkant van die vlindervleugels lijken wel wat op die van de donkere pimpernelvlinder. Maar je raadt het vast al: DE STIPJES STAAN ANDERS *&%#! 

zaterdag 11 juli 2026

Maak dit weekend een kwartiertje vrij om vlinders te tellen!

Vanuit mijn terras zag ik een boomblauwtje eitjes leggen op de kattenstaart. Dit mooie grijsblauwe vlindertjes kun je door vrijwel het hele land zien. Ze vliegen van midden maart-begin juni en half juni- begin oktober in twee of drie, elkaar overlappende generaties. De eitjes worden afgezet bij de bloemknoppen of de jonge vruchten. Hierdoor verschilt de keuze van de waardplant tussen de verschillende generaties: in het voorjaar worden de eitjes vooral afgezet op sporkehout en hulst. In de zomer met name op klimop, struikhei en grote kattenstaart. De buren hebben een hulstboom in de tuin, en wij hebben klimop en kattenstaart. Zo kan ik zowel de voorjaarsgeneratie als de zomervlinders in mijn tuin zien vliegen. 

Foto uit mijn boek The art of food

De eitjes zijn wit en erg klein, maar met de macrolens lukte het een aantal jaar geleden om ze scherp in beeld te krijgen. Ik kon gericht zoeken omdat ik de vlinder een ei had zien afzetten. 

Het eitje van een boomblauwtje

Ook nu weer zag ik het boomblauwtje druk in de weer. Op elke bloeistengel waarvan de bloemetjes al een beetje open waren, werd een eitje afgezet. De jonge rupsen maken een klein rond gaatje in de bloemknop of vrucht en voeden zich met de inhoud. Van enkele planten kan de rups in het laatste stadium ook de bladeren eten, zoals van sporkehout. Bepaalde mierensoorten treden op als beschermers van de rupsen. In dank daarvoor likken de mieren een zoete stof op die de rups uitscheidt. Kort voor de verpopping verlaat de rups de waardplant en loopt, soms nog twee dagen, over de bodem voordat hij zich inspint om zich te verpoppen. De pop bevindt zich meestal tussen de bladeren in de strooisellaag of in schorsspleten. De soort overwintert als pop. In april kun je deze vrolijke fladderaars al weer zien als echte lentebodes.

Dit alles herinnerde mij eraan dat dit weekend de tuinvlindertelling plaatsvindt. Het wordt prima vlinderweer, dus als je een kwartiertje over hebt, tel dan mee. Zo kan de vlinderstand goed gemonitord worden en kunnen er waar nodig maatregelen worden genomen om de leefomstandigheden van deze tere insecten te verbeteren. Kijk voor alle informatie op de site van de Vlinderstichting. 

Om je vast in de stemming te brengen, onderstaand nog een paar vlinderfoto's.

Icarusblauwtje

Icarusblauwtje (man)

Pimpernelblauwtje

Atalanta

Tel ze dit weekend! Namens de vlinders: hartelijk dank. 


vrijdag 10 september 2021

Een goed jaar voor de heidevelden

Na de paarse pracht van lamsoor in de Slufter op Texel kleurden ook andere delen van Nederland paars. 2021 is een goed jaar voor de heivelden. 

Struikheide

Struikheide komt in bijna heel Europa voor, maar alleen rondom de Noordzee, Golf van Biskaye en in sommige bergstreken vormt het plantje heidevelden. Nederland en Noord-Duitsland vormen de kerngebieden waar stuikheide groeit. Nederland is nog steeds kampioen heidevelden, we hebben er een groter oppervlak van dan de ons omringende landen samen. Toch is er nog maar één tiende over van wat het vroeger was. Het ideale klimaat voor het plantje is vochtig met koele zomers, zachte winters en regenval die gelijkmatig verspreid over het jaar valt. Zulk weer hebben we in jaren niet gehad! Maar dit jaar voldeed de zomer aan alle eisen van het paarse spul, met als gevolg dat de velden mooi in bloei stonden. In het groene hart is er weinig heide, behalve een klein plukje in de duinen bij de Zilk. We besloten om een afwisselende wandeling te maken door de Kaapse Bossen bij Doorn. De bloei was nog niet op het hoogtepunt en het stukje heide op de route was klein. Toch konden we al genieten van die vele paarse bloemetjes die samen op een takje zitten. De kleine groene kroonblaadjes regelen het opengaan van die mini-bloemetjes. Ze zwellen op en duwen daarmee de paarse bloempjes open. Dat gebeurt niet gelijkmatig: aan één kant is er meer zwelling. Het bloemetje wordt op die manier een beetje scheef geduwd en beschermt als een dakje de meeldraden en de stamper. Op een heideveld is het leven trouwens hard. Er heerst een microklimaat met grote temperatuurswisselingen. De heidestruikjes houden 's nachts nauwelijks warmte vast. In sommige heidegebieden kan het wel voorkomen dat er acht maanden van het jaar sprake is van nachtvorst. Dat is niet alleen zwaar voor de plantjes maar ook voor de dieren die in en rond de heide leven.

Boven de heidestruikjes in de Kaapse Bossen fladderde een blauw vlindertje. Ik hoopte op een heideblauwtje, want die zijn tamelijk zeldzaam. 'Helaas' was het een boomblauwtje, 'n veel voorkomend lid van de blauwtjesfamilie die je ook in tuinen veel ziet. En eentje die makkelijk te herkennen is. Geen ingewikkelde tekening van witte, oranje en zwarte stippen. Maar een subtiel blauwgrijze achtergrond met kleine zwarte stipjes. In het tegenlicht was het een beauty!

Boomblauwtje
Een verslag van onze wandeling, waarbij we ook al heel wat paddenstoelen tegenkwamen kun je zien in het filmpje door hier te klikken. Volgende week weer een blogje over Texel. 



woensdag 13 mei 2020

Wolzwever: een wollige parasiet

De wolzwever is een broedparasiet
Zoals je wel gemerkt hebt loopt de natuur in mijn blog een beetje achter bij de werkelijkheid. Dat komt omdat de lenteverschijnselen zich in een korte hebben voorgedaan. Het bleef lang koud maar rond Pasen werd het ineens warm voor de tijd van het jaar en in twee weken liepen bladeren van bomen snel uit en stonden bloemenweides in bloei. Ik heb het allemaal vastgelegd, maar zelfs met twee blogs per week kan ik het niet bijbenen. In de film van deze week zie je dat de populieren hun bladeren ontwikkelen. Ze hebben dan nog een oranje/gele gloed die bijna herfstachtig aandoet. In een boomtop zat een houtduif op het nest, geen idee of er al eieren waren of dat dit het 'proefbroeden' was waarover ik vorige keer schreef. Het fluitenkruid en look-zonder-look kwamen in bloei. Met name die laatste plant trok allerlei zweefvliegen aan èn een zwevend insect dat wel een vlieg is maar geen zweefvlieg. De wolzwevers met hun wollige lijf en lange zuigsnuit vormen een aparte familie. Hij leunt met zijn lange poten op de bloem terwijl zijn vleugels bewegen als die van een kolibrie, soms wel 300 keer per seconde. Af en toe gaat het wat minder snel en dan kun je de donkere kleur op de vleugels goed onderscheiden. Het beestje heeft zich vermomd als hommel of bij, zo denken vijanden dat het insect gevaarlijk is en laten 'm links liggen. Maar de wolzwever heeft geen angel en kan niet steken. Toch is het geen onschuldig beestje; het is een broedparasiet, die het zandbijen behoorlijk moeilijk kan maken.
Wolzwevers vormen een aparte
soort binnen de vliegenfamilie
Na de paring oriënteert het vrouwtje zich vliegend op een nest van een zandbij waarbij zij stil kan staan als een zweefvlieg. Vanaf korte afstand, 2 à 3 cm, wordt een ei in de nestopening ‘geschoten’ met het achterlijf. Even daarvoor heeft ze haar rijpe eitjes met zand bepoederd zodat ze minder kleverig worden. Ze heeft daarvoor een speciaal structuurtje aan het achterlijf. Wolzwevers kunnen een paar duizend eieren produceren. Dus er moet flink 'geschoten' worden en het doel zal ook wel eens worden gemist. De larven die uit het ei kruipen hebben eerst vijf schijnpoten en zijn zeer actief en beweeglijk. Zij zoeken in het nest een broedcel op en doen zich te goed aan de opgeslagen nectar en stuifmeel. Ze vervellen naar een tweede stadium en gaan opnieuw op jacht om een broedcel te veroveren. Na vervelling naar het derde stadium kan de larve niet meer bewegen omdat de poten ontbreken, nu dient de gastheer tot voedsel: de wolzweverlarve eet de bijenlarve op. In het voorjaar vindt de verpopping plaats. De pop heeft een kroon van harde, tandachtige doorns en boort daarmee met roterende bewegingen een uitweg door de cocon- en/of de nestwanden om als volwassen vlieg te kunnen uitvliegen. Bekijk 'm op je gemak in het filmpje van deze week. Aan het eind zie je trouwens nog een boomblauwtje: het eerste blauwe vlindertje dat je in het voorjaar kunt zien. Het is makkelijk te herkennen aan de grijzige onderkant met zwarte stipjes. Blauwtjes die later in het jaar vliegen zijn niet zo makkelijk te onderscheiden. Klik hier om de film te bekijken.



dinsdag 16 augustus 2016

Een verhaal over poep





Ik filmde in de tuin deze houtpantserjuffer, het ranke lijfje mooi in het tegenlicht met als achtergrond de blauwe lucht. Een kort shotje, niet echt met een doel, ik vond het gewoon mooi. Toen ik het filmpje op de computer bekeek, zag ik tot mijn verbazing dat ik net de paar seconden in beeld had waarop deze juffer zich ontlastte. Dat had ik nooit eerder gezien en er eigenlijk ook niet eerder over nagedacht. Maar ja, waar gegeten wordt moeten reststoffen afgescheiden worden en zo ziet dat er dus uit bij libellen en juffers. Ik heb met moeite één plaatje op internet gevonden waarop een libel poepte en dat zag er vergelijkbaar uit.
De poep in het andere filmpje is niet te missen, een beetje vloeibaar. Hier zijn twee diersoorten druk bezig om de poep te verwerken. De boomblauwtjes (vlinders) zuigen de poep op. De mineralen zijn voor hen een welkome aanvulling op hun suikerrijke dieet. Waarom ze net dat stukje poep moeten hebben waar ook de mestkever mee bezig is, is me niet duidelijk. Mestkevers gebruiker de poep als voedsel voor hun larven. Dat is trouwens altijd poep van dieren die van planten leven. Mestkevers laten hun voedsel in feite voorkauwen (en voor-verteren) door andere dieren. Soms zie je op het pad hoe de kevers een hoop paardenmest langzaam in brokken verdelen en in balletjes met hun achterpoten naar geschikte nestplaatsen rollen. In een zelf gegraven nestkamer laten ze de poep achter, samen met een eitje. Op voedselarme plaatsen, zoals heide, zorgen ze zo voor het verrijken van de grond. Zonder dit soort 'poepopruimers' zou het een behoorlijk zootje worden in de natuur. Meer verhalen over poep en hun opruimers vind je in dit artikel uit het dagblad Trouw.