Schorpioenvlieg

Schorpioenvlieg
Posts tonen met het label damhert. Alle posts tonen
Posts tonen met het label damhert. Alle posts tonen

zaterdag 25 oktober 2025

Damhertenbronst en paddenstoelen in de Amsterdamse Waterleidingduinen

De weersverwachting voor de herfstvakantie zag er nat uit, maar vorige week zaterdag (en woensdag) waren een uitzondering op de regel. De parkeerplaatsen van de Amsterdamse Waterleidingduinen stonden bomvol, waarschijnlijk door een combinatie van drie dingen: het gunstige weer, de start van de  herfstvakantie en de damhertenbronst. In deze periode laten vooral de mannetjesherten zich goed zien. Ze moeten een territorium afbakenen en verdedigen en daarnaast zoveel mogelijk hindes zien te interesseren voor hun harem. Alleen zo kunnen ze hun genen doorgeven aan een nieuwe generatie damherten (via deze link kun je alle blogs lezen die ik heb geschreven over damherten, inclusief filmpjes van de bronst waarin je ook het burlen kunt horen). 

Voor we de eerste herten hoorden burlen sprongen de verse paddenstoelen al in het oog. Porseleinzwammen beginnen hun groei als kleine grijze bolletjes (kijk onderaan bij de steel van de rechterpaddenstoel) op levende beuken die het al zwaar hebben, of op dode beukenstronken. Vrij vlug pompen ze hun vruchtlichaam op met een glanzend doorschijnende hoed die kan wedijveren met Chinees porselein. Lang duurt dit niet, ze worden al snel bruin en slijmerig. Maar vandaag waren ze op hun hoogtepunt. 

Porseleinzwammen

In een donker maar door de zon beschenen hoekje lichtten gewone zwavelkopjes op. Dat is een van de meest algemeen voorkomende opruimers van dood hout in bossen en parken. De smaak is erg bitter en dat is maar goed ook. Want als je de paddenstoel eet kan dat leiden tot misselijkheid, diarree en zelfs tijdelijke blindheid en verlamming. De plaatjes aan de onderkant van de hoed zijn eerst geel, ze verkleuren van groen naar olijfbruin als de sporen rijp zijn. Maar dat laatste gebeurt niet bij alle exemplaren. Sommige zwavelkopjes zijn steriel en maken geen sporen. Dan blijven de plaatjes geel. 

Gewone zwavelkop

We naderden inmiddels het kerngebied waar de bronst zich afspeelt. We hoorden geburl (bij damherten heet dit eigenlijk 'knorren') maar we zagen niet meer dan schimmen tussen de bomen. Het eerste hert dat we goed in beeld kregen was eentje die zijn dorst kwam lessen in één van de kanalen. Tijdens de bronst eten mannetjes nauwelijks tot niet, omdat ze hun plek en harem moeten bewaken. Ze vallen dan ook vele kilo's af in een paar weken tijd. Maar een slokje water ging er wel in. Op onderstaande foto kun je ook goed zien dat de nek van de mannetjesherten in deze periode heel dik is. Tijdens de bronst neemt het testosterongehalte bij mannelijke herten sterk toe. Dit leidt tot een aanzienlijke zwelling van de nek, ook wel een "speknek" genoemd, en een grotere adamsappel. De dikke nek, samen met het gewei, is een visueel signaal van kracht dat herten gebruiken om vrouwtjes te imponeren en andere mannetjes af te schrikken. 

Drinkend damhert

Even verderop waren we getuige van een ontmoeting tussen twee herten. Natuurlijk hoopten we op een gevecht, maar het bleef bij dreigen en aftasten. Uiteindelijk dropen ze beide in een andere richting af. 

Twee damherten die niet tot een gevecht kwamen

Eén hert vertrok burlend. Het burlen een uiting van dominantie: het benadrukt de kracht van de mannetjes en hun drang om de grootste harem te verzamelen. De diepe burlgeluiden dienen als een soort lokroep om vrouwtjes te trekken, met als uiteindelijk doel succesvolle voortplanting. Het geluid waarschuwt andere mannetjes juist om uit de buurt te blijven. Dit voorkomt mogelijk gevechten, maar kan ook een directe uitdaging zijn om een gevecht aan te gaan. Door te burlen bakenen de mannetjes hun territorium af en informeren ze andere herten dat dit hun gebied is. 

Burlend damhert

De damherten maken een bronstkuil door met hun hoeven in het zand te schrapen. Ze urineren in de kuil en wentelen zich in het zand met de urine om de geur aan zich te hechten en zo goed mogelijk te verspreiden. We roken de penetrante lucht regelmatig, want rond het bos bij het Vliegermonument zagen we talloze bronstkuilen met herten. 

Damhert in bronstkuil

De meeste herten hadden hun territoriumstrijd al gestreden en lagen nu te rusten in hun kuil. De echte actie komt tijdens de nacht, dan komen de hindes uit het bos te voorschijn om zich te laten dekken. 

Rustend damhert in afwachting van een actieve nacht

Ook dit weekend kun je nog gaan kijken naar bronstverschijnselen, want de bronst duurt meestal tot eind oktober. De met oranje plaatjes gemarkeerde wandelroute brengt je bij het Vliegermonument. Hier zul je zeker bronstkuilen en herten zien. 

Bruinrode heidelibel op een parasolzwam

Niet alleen de herten rustten lekker uit, maar ook een bruinrode heidelibel. Dit insect had een parasolzwam als rustplaats gekozen. Ik denk dat we wel meer dan vijftig exemplaren van de parasolzwammen hebben gezien, sommige zo groot als een pannenkoek. 
Het was weer een heerlijke herfstwandeling. Na afloop konden we zelfs nog lunchen op een terras, uit de wind in het zonnetje!






dinsdag 15 oktober 2024

Oktobertip: damhertenbronst

Vanuit de ingang Oranjekom volg je de oranje route naar het bronstgebied

Er komt mooi herfstweer aan, dus geef ik je in deze blog een wandeltip. In de Amsterdamse Waterleidingduinen zijn de damherten nu in de ban van de voortplanting. Struinend door de duinen kun je hier getuige van zijn: de mannetjes burlen en maken bronstkuilen die ze rijkelijk besproeien met hun urine. Ze proberen zo veel mogelijk hindes voor hun harem te winnen en zo hun genen door te geven. Wij namen vast een voorproefje op 7 oktober en we zagen en hoorden dat de bronst al begonnen was. In de bossen hoorden we het burlen (klik hier voor een audio-opname) en de herten lagen niet ver van het pad om hun territorium en bronstkuil te bewaken. De route met oranje gemarkeerde paaltjes voert je vanuit ingang Oranjekom/Oase richting het vliegermonument. Dat is de hotspot tijdens de bronst. Vanaf de wandelpaden kun je hier al het een en ander zien. In de Waterleidingduinen mag je buiten de paden lopen, maar tijdens de bronst is het wel de bedoeling dat je de herten niet verstoort in hun gedrag. De bronsttijd kost hen al veel energie. Dus geniet van het schouwspel op redelijke afstand. Zoals gezegd, de herten zijn vaak goed zichtbaar vanaf het pad.

Tijdens de bronst zijn de herten goed zichtbaar, zelfs vanaf het pad

Op onderstaande foto zie je dat dit hert zijn bronstkuil naast het pad heeft gemaakt. 

Damhert bij bronstkuil. Foto: Andy de Bruin

In de loop van de jaren heb ik een aantal blogs en filmpjes over de damherten in de Waterleidingduinen gemaakt. Via deze link kun je die bekijken. Specifiek over de bronst maakte ik 9 jaar geleden dit filmpje.

Het is echt een aanrader om dit zelf allemaal eens te bekijken. Veel wandel- en natuurplezier!

Voor abonnees: lukt het doorklikken vanuit follow.it niet makkelijk, bezoek dan mijn blog door even 'natuurnotities' te googlen. Of tik in: https://natuurnotitiesmoniquesmulders.blogspot.com/



vrijdag 7 januari 2022

Herkauwende damherten en een 'kip van het bos'

Na de kerstdagen hadden we even zin om naar buiten te gaan. Volgens de weerapp zou de mist tegen het middaguur optrekken en regen was pas in de avond voorspeld. We besloten nog eens naar de Amsterdamse Waterleidingduinen te gaan. We waren niet de enige, maar we konden nog één van de laatste parkeerplekjes bij de ingang Panneland bemachtigen. De mist was - in tegenstelling tot de voorspelling - nog niet opgetrokken en gaf een mysterieuze sfeer aan het bos. Op een van de bomen groeide een verse zwavelzwam. Voor de eik was dat niet zo'n goed nieuws, want dit is een parasitaire soort. Zodra er ergens een gaatje in de schors van de boom komt kunnen sporen van de zwavelzwam zich daar nestelen. De schimmel gaat groeien en groeit in het kernhout. Dat is dood hout maar belangrijk voor de stevigheid van de boom. Omdat de sapstroom van een boom zich in het spinthout bevinden en niet in het kernhout, kan de boom het nog wel enige tijd uitzingen. Op de langere termijn ontstaat er bruinrot in de boom en zullen er takken uitschuren omdat deze niet sterk genoeg meer zijn. De gewone zwavelzwam is eetbaar en wordt door de Engelsen ook wel 'chicken of the woods' (kip van het bos) genoemd. Dat heeft niks met de vorm of kleur van de paddenstoel te maken, maar met de smaak. 

Gewone zwavelzwam, chicken of the woods

Vanuit het druk bezochte bos liepen we verder de duinen in. We zien er vaak vogels die de winter op het water in dit gebied komen doorbrengen zoals wilde zwanen, zaagbekken en brilduikers. Vandaag was het erg rustig op de kanalen; er dreven hier en daar alleen gewone soorten zoals meerkoeten, wilde eenden en kuifeenden. De damherten, en dan met name de mannetjes met hun mooie geweien waren echter alom tegenwoordig. Ze waren druk met eten, en sommige herten lagen rustig te herkauwen tegen de hellingen van de duinen. Van de biologieles vroeger kon ik me nog vaag iets herinneren over de vier magen van een herkauwer. Maar hoe dat precies werkt wist ik niet meer. Dus daar ben ik weer eens ingedoken. Het begint natuurlijk allemaal met het voedsel van de dieren. Damherten eten uitsluitend plantaardig voedsel. Ze voeden zich met grassen, biezen en kruiden, aangevuld met jonge (boom)bladeren, dennen- en sparrennaalden, bessen, eikels, beukennoten, granen, wortelen en 's winters schors, hulst en heide. Plantaardig voedsel, met name de houtachtige delen daarin, zijn moeilijk te verteren. Als wij mensen gras zouden eten dan kregen we krampen, verstopping of diarree maar zouden uiteindelijk de grasprop weer uitpoepen zonder dat het ons voedingswaarde oplevert. Ook voor dieren is het verteren van gras een uitdaging, maar zij maken gebruik van hulptroepen: in drie van hun vier speciale magen, vooral in de enorme pens, leven miljarden bacteriën en eencellige diertjes (samen wel 10 miljard per cc!), die al die ruwe celstof bevattende plantendelen wél kunnen verteren. Een tweede probleem van het eten van gras door mensen is de slijtage van onze tanden: gras bevat veel silica, een schuurmiddel dat snel tanden afslijt. Grazende dieren hebben tanden die zijn aangepast om voortdurend te groeien, waardoor de versleten tandoppervlakken snel worden vervangen. Waarschijnlijk hadden onze verre voorouders wel steviger tanden en een ander darmstelsel waardoor ze grassen beter konden verteren. 

Herkauwend damhert

Afijn, dat herkauwen, hoe werkt dat precies? Herkauwers hebben vier zogeheten "magen": de pens, de netmaag, de boekmaag en de lebmaag. De eerste drie zijn voormagen, de lebmaag is de echte maag. Een herkauwer kauwt het eten eerst oppervlakkig, waarna het in de netmaag en de pens terechtkomt. Dit vertraagt de passage van het voedsel door het maag-darmkanaal, waardoor het voedsel in de netmaag/pens tijd krijgt om langer 'voor te verteren'. In de netmaag en pens leven bacteriën, die de (voor zoogdieren normaal gesproken niet goed verteerbare) cellulose uit de celwanden van planten afbreken tot glucose. De gevormde glucose (suikers) eten de bacteriën zelf op; in dat proces komen vetzuren en eiwitten vrij die weer nuttig zijn voor de herkauwer. 

Na 20 tot 45 minuten gaan het grofvezelige materiaal als spijsbrokken terug naar de mond, waar het fijngemalen en vermengd wordt met speeksel. Dit duurt 50 tot 70 seconden per spijsbrok. Bij terugkeer in de magen gaan de fijndelige materialen via de netmaag naar de boekmaag. De netmaag heeft aan de binnenzijde een netvormige structuur, de boekmaag heeft aan de binnenzijde bladen zoals in een boek. Tussen de bladen van de boekmaag worden de spijsbrokken uitgeperst. Deze vloeistof gaat als eerste naar de lebmaag, waarna langzaam de spijsbrok volgt. De maagsappen werken hier op de voedselbrij in voor de verdere vertering.

Vier magen van herkauwers: m=slokdarm, v=pens, n=netmaag,
b=boekmaag, l=lebmaag, i=twaalfvingerige darm. Bron: wikimedia

Vloeibaar voedsel dat niet herkauwd wordt, gaat direct naar de lebmaag. Omdat jonge dieren alleen melk drinken voor hun voedselvoorziening, hebben ze een grote lebmaag, die 75 tot 80% van de totale maaginhoud beslaat. De eerste drie magen worden nog niet gebruikt en zijn nog niet uitgegroeid. Langzaam worden deze drie magen groter en kan het jonge dier wat vast voedsel gaan eten. Uiteindelijk is de pens uitgegroeid tot ongeveer 75% van de totale maaginhoud.

De herten in het duin krijgen met hun voedsel van gras en bladeren veel zand binnen. Hoe tandenknarsend gaan zij door het leven? Iedereen die wel eens een hap zand op het strand binnenkreeg weet dat dat geen pretje is, dat bovendien enorm schuurt aan de tanden. Niet bepaald iets om lekker nog eens te herkauwen. Ook daar heeft de natuur een oplossing voor: de stukjes zand en gruis gaan niet naar de bovenste magen (waar het voedsel dat herkauwd wordt in terecht komt). Kleine stukjes zoals de zandkorrels gaan meteen door naar de lagere magen en worden dan meteen in de spijsvertering opgenomen. 

Inmiddels was de mist naadloos overgegaan in regen. De weerapp had ons verkeerd voorgelicht. Maar we waren lekker buiten geweest en druipnat maar voldaan keerden we huiswaarts.
Bekijk het filmpje van damherten in de mist door hier te klikken (vergeet niet de resolutie met het radertje op 4K te zetten).






zaterdag 2 november 2019

Vechten voor het grootste harem

Damherten tijdens de bronst
Als de edelhertenbronst er op zit, begint in oktober de damhertenbronst. Na een week van overvloedige regen gingen we aan het begin van de bronsttijd op pad. We liepen de Amsterdamse Waterleidingduinen in bij zonsopkomst (de nacht is er - terecht - voor de dieren). Aanvankelijk oogde de mist grijs, maar naarmate de zon hoger steeg kreeg deze een oranjegele gloed. In het bos zagen we herten die al een bronstkuil hadden gemaakt en het stonk overweldigend naar de urine en sperma die ze er in sproeien om een signaal naar de vrouwtjes af te geven: hier staat een viriele man die barst van de testosteron. Ze wentelen zich regelmatig in deze kuil zodat ze het heerlijke parfum ook met zich meedragen. Als extra markering schuren de herten langs bomen rond de kuil, hoewel niet alle kuilen onder een boom lagen. Er waren ook mannetjes die nog op zoek waren naar een territorium ofwel 'lek'. Die jonge herten waren niet overal welkom. Op het open veld namen de mannetjes elkaar de maat: wie liet zich meteen afschrikken en met wie moest het gevecht aangegaan worden? Uiteindelijk gingen twee mannetjes de confrontatie aan, terwijl de hindes er om heen rustig door graasden. Zodra het pleit beslecht was, zouden ze misschien nota nemen van de winnaar. Of misschien ook niet. Damhertengevechten zijn niet zo spectaculair als die van edelherten. Het gaat er redelijk tam aan toe. Toch is het mooi om te zien hoe ze voorover gebogen hun schoffelvormige gewei gebruiken in de strijd. Uiteindelijk wil een mannetje met zoveel mogelijk hindes paren. Hij drijft ze bijeen en bewaakt de uiteinden van zijn territorium door langs de randen te patrouilleren. De bronst duurt tot begin november. De hindes zijn 230 dagen zwanger en de kalfjes worden tussen mei en juli geboren. Per moeder is dat meestal één kalf, dat 4,5 kilo weegt. Na zo'n anderhalf jaar zijn die zelf geslachtsrijp. Maar de meeste mannetjes zijn dan nog niet in staat om een lek en een bijbehorend harem te veroveren. Die moeten zich eerst omhoog werken in de rangorde.
Bekijk de bronstverschijnselen in de film van deze week (e-mail abonnees, klik hier).


zaterdag 26 januari 2019

Beloning voor vroege vogels

Direct na zonsopgang, Amsterdamse Waterleidingduinen
Vroeg opstaan loont, dat zagen we afgelopen zondag weer eens, toen we voor zonsopgang naar de Amsterdamse Waterleidingduinen vertrokken. Daar aangekomen begon de zon aan zijn dagelijkse reis langs de hemel en verlichtte het landschap met zijn gouden licht. In de lange schaduwen was de rijp en bevroren hagel ijzig blauw. Twee damherten ademden wolkjes waterdamp uit, die door het tegenlicht goudgeel kleurden. De eerste tien minuten in het gebied waren meteen een topper, zoals je in de film van deze week ziet. Even verderop konden we een tijd lang een torenvalkje observeren, die op haar gemak in de boom zat te spieden naar iets voedszaams, het verenkleed flink opgezet tegen de kou. In de jacht naar voedsel heeft de torenvalk vier 'wapens'. Allereerst het zeer scherpe zicht, prooien zoals een veldmuis kan de valk op 100 meter afstand zien. Heeft-ie eenmaal een prooi in het vizier, dan stoot de torenvalk naar beneden, vanuit de lucht - waar je 'm vaak ziet 'hangen' als de vogel 'bidt' - of vanaf een paaltje of boomtak, de zogenaamde valpaal.
Biddende torenvalk.
Foto: Andreas Trepte [CC BY-SA 2.5] 
Wikimedia Commons
Overigens is dat 'bidden' een rare term, die eigenlijk verkeerd is vertaald uit het Engels. Daar noemen ze dit gedrag 'preying' ofwel azen op een prooi (prey). Wie dat in Nederland ooit opgevat heeft als praying (bidden) is me niet duidelijk, maar de term 'bidden' is voor dit gedrag nu helemaal ingeburgerd. In mijn filmpje 'mistige dagen' kun je een biddende valk zien. Afijn, terug naar de vier wapens. Naast het scherpe zicht en de stootduik, zijn daar ook zijn scherpe snavel en klauwen. Een inkeping aan de snavel, de zogenaamde 'valkentand' zorgt ervoor dat er een hefboomwerking ontstaat. Pezen van slachtoffers worden daarmee in één keer doorgesneden. De klauwen, drie tenen naar voren en één naar achteren, vormen een klem waaruit geen enkele prooi kan ontsnappen. Maar dan moet er dus wel een prooi in het vizier zijn, en daar leek het deze morgen niet op. Verderop liepen we genietend verder door het bos, waar we nog een roodborstje tegenkwamen. Bekijk onze heerlijke wandeling in het filmpje van deze week (e-mailabonnees, klik hier).


zaterdag 26 augustus 2017

Damherten raken hun basthuid kwijt

In de Amsterdamse Waterleidingduinen zijn de geweien van de damherten volgroeid. De fluwelige basthuid raakt nu los. De herten krijgen jeuk en 'vegen' hun geweien om de basthuid te verwijderen, voor elk hoekje van het gewei is er een aparte stronk, tak of boom. Het bloed uit de open geschuurde huid trekt vliegen aan, waar de dieren veel last van hebben. Behalve damherten, waren er ook libellen, vlinders en paddenstoelen te zien. De grote parasolzwammen, met een hoed die wel 40 cm in doorsnede kan zijn, zie je niet snel over het hoofd. Een impressie zie je in het filmpje.



zondag 2 juli 2017

In het hol van de mierenleeuw

Mierenleeuwlarve, Roesel von Rosenhof ("Formicaleo")
Regelmatig blader ik in natuurboeken en zo lees ik over intrigerende dieren die ik wel eens 'live' aan het werk zou willen zien. De mierenleeuw, een piepklein insect is er zo een. Via een tip kon ik 'm opsporen in de Amsterdamse Waterleidingduinen. De manier waarop de larve van de mierenleeuw prooien vangt is heel bijzonder. Maar eerst iets over het beestje zelf. Twee van de tweeduizend soorten mierenleeuwen komen voor in Nederland. Uit eitjes worden de larven geboren, je ziet er zo eentje op de tekening hiernaast. In dit larvale stadium leven ze tussen de 1 en 3 jaar in het zand, mede afhankelijk van de voedselsituatie. Na drie vervellingen en even zoveel groeispurts vindt een verpopping plaats, waarbij - net als bij vlinders - het beestje totaal van gedaante verandert. Het popstadium speelt zich af in een mooi rond zandballetje. Nadat de larve zich heeft ingesponnen in de cocon is het spinsel nog even kleverig waardoor de zandkorrels er makkelijk aan vast plakken. Een mooie camouflage.

Roesel von Rosenhof
Het vliegende insect dat uit de pop komt lijkt een beetje op een juffer, het hoort echter niet bij de libellen maar bij de netvleugeligen. In zijn uiteindelijke gedaante leeft het insect maar kort en is voortplanting het voornaamste doel. Terug naar het larvenstadium, waarin de mierenleeuw leeft van dierlijk voedsel. Mieren, de naam doet het al vermoeden, spelen daarin een belangrijke rol. Die maken ze buit in een zelf gegraven vangtrechtertje in mul zand. Dat maken ze met hun achterlijf. Het kuiltje is een paar centimeter groot. Van het diertje zelf is niks te zien, dat zit verborgen onder het zand. Alleen de relatief grote kaken steken er soms uit. Dan is het wachten geblazen tot zich een nietsvermoedende prooi aandient. Dat hoeft niet per sé een mier te zijn trouwens, andere kleine diertjes worden ook gegeten. Als zo'n prooi langs het trechtertje loopt rollen er wat zandkorrels naar beneden. Dat is het signaal voor de mierenleeuw om in actie te komen! Hij gooit een regen van zandkorreltjes naar de prooi waardoor deze zijn grip verliest en in het kuiltje terecht komt. Grijpklaar voor de sterke kaken van de mierenleeuw. Onmiddellijk wordt er een verlammend gif ingespoten en vervolgens wordt de prooi leeggezogen. Om het hol niet te bevuilen wordt de lege prooi weggeslingerd uit het kuiltje. Klaar voor de volgende aanval. En als die een tijdje op zich laat wachten is dat ook geen punt, want de mierenleeuw kan wel 8 maanden overleven zonder te eten. Je begrijpt inmiddels dat ik dit graag eens zelf wilde zien. Op de aangegeven plek gingen we op zoek. In mul zand zitten veel kuiltjes dus het was nog even goed opletten. Omdat de truc van de 'zandregen' niet werkt met nat zand, vind je de holletjes een beetje beschut, zodat de grond droog blijft. Uiteindelijk zagen we ze vlak naast het wandelpad onder wat stammetjes, meerdere kuiltjes in elkaars nabijheid. Er gebeurde niet veel en we vroeger ons af of we wel naar de juiste kuiltjes stonden te staren. Tot er een rups passeerde... Wat zich daarna afspeelde kun je in het filmpje zien. Wil je meer weten over de mierenleeuw, kijk dan op Wikipedia.


Ook de rest van de middag hebben we ons prima vermaakt, want we zagen een eikenpage (in de film net na de mierenleeuw), een vlinder die hoog in de toppen van eiken leeft en daardoor moeilijk waar te nemen is. Je ziet heel even het prachtige blauw oplichten als de eikenpage haar vleugels spreidt. De vlinder leek een vleugel te missen waardoor ze niet meer kon vliegen. Op verschillende plaatsen kwamen we jonge damhertjes tegen. Eéntje was heel kort ervoor geboren; de moeder at net de placenta op (je ziet dat tussen de takken door) en het hertje stond voor het eerst wankel op zijn of haar pootjes. Prachtig om te zien. Ik heb maar even uitgezoomd om aan te geven dat we op behoorlijke afstand stonden, want op zo'n moment verdienen moeder en kind alle rust.

woensdag 12 oktober 2016

Damhertenbronst in volle gang

De edelhertenbronst zit er nagenoeg op. De dominante herten hebben zo veel mogelijk hindes gedekt en de resultaten daarvan zien we in mei/juni volgend jaar; dan worden de nieuwe kalfjes geboren die twee jaar bij de moeder zullen blijven. De damhertenbronst vindt wat later plaats en die bereikt midden oktober het hoogtepunt. De volwassen en sterke mannetjes hebben gevochten om een goed territorium. Daar hebben ze een bronstkuil gemaakt door met hun voorpoten de bovenste laag aarde weg te schrapen. Ze voorzien zo'n kuil van hun eigen 'parfum' door in de kuil te urineren. Ze woelen er nog eens lekker doorheen om de geur in hun vacht op te nemen en deze zo goed mogelijk te verspreiden. Met speciale geurklieren markeren ze bovendien takken van struiken om te laten weten: dit is mijn terrein. Door te showen met hun gewei en flink te knorren (zo heet het burlen bij damherten) laten ze rivalen zien hoe sterk ze zijn en aan vrouwtjes tonen ze zo dat ze fit en gezond zijn. 'Ik ben de ideale vader voor je nageslacht', adverteren ze hiermee. Het hert drijft zoveel mogelijk hindes bij elkaar in zijn territorium. In de paar uur dat een hinde vruchtbaar is, zoekt ze het mannetje op bij zijn bronstkuil en vindt de paring plaats. In het filmpje kun je de verschillende aspecten van de bronst bekijken.

maandag 11 juli 2016

De geweicyclus van het damhert

Tijdens mijn sporenlezingen merk ik dat sommige bezoekers verbaasd zijn wanneer ik vertel dat herten elk jaar hun gewei verliezen en volledig vernieuwen. Eigenlijk kan ik me die verbazing wel voorstellen, want het vergt veel energie om zo'n gewei te maken. Geweien variëren in vorm en grootte, afhankelijk van de leeftijd en fitheid van het hert en ook afhankelijk van de hoeveelheid kalk die ze met hun voedsel binnenkrijgen. In het eerste jaar groeit er alleen een spiesgewei, daarna vormt zich bij edelherten een gewei met takken en bij damherten een schoffelvormig gewei. Damherten werpen in mei hun gewei af. Uit de zogenaamde rozenstokken vloeit dan bloed, maar daar groeit weer huid overheen. Twee weken later is het nieuwe gewei al zichtbaar, het steekt boven de rozenstokken uit en is volledig bedekt met fluweelachtige huid, die we 'bast' noemen. Zo'n gewei in opbouw heet dan ook het bastgewei.
Bloedvaten in die basthuid voeren voedsel en zuurstof aan voor de beengroei. In augustus is het gewei volgroeid, de bast laat nu los, dat is een wat bloederig tafereel. Herten vegen hun geweien schoon aan takken en langs stammen van bomen. Begin september zijn de geweistangen kaal en hard. Het pronken kan beginnen: nu is het tijd om de hindes te imponeren voor de bronsttijd die er aan komt. En tijdens de bronst kan er een robbertje mee worden gevochten om rivalen uit het territorium te verjagen. Wil je meer weten over de jaarcyclus van (dam)herten, de hertenbronst en sporen van grotere zoogdieren? Vergeet dan niet om je tijdig aan te melden voor de IVN-lezing op 11 oktober en de bijbehorende bronstexcursie naar de Amsterdamse Waterleidingduinen op 15 oktober, die ik samen met Maria Chardon verzorg. Aan de excursie kunnen maximaal 20 mensen deelnemen. Aanmelden kan via een mail naar: aanmelden@ivn-alphenaandenrijn.nl. Kijk voor meer informatie op mijn lezingenpagina. De lezing en excursie maken deel uit van een herfstcursus, meer informatie daarover vind je via deze link. 



maandag 4 juli 2016

Zomer in de Amsterdamse Waterleidingduinen

Vandaag was het dan toch eindelijk een zomerse dag, die we hebben gebruikt om weer eens lekker in de Amsterdamse Waterleidingduinen rond te struinen. De vogelzang is verstomd, maar nu zijn er allerlei andere mooie waarnemingen te doen. Zoals de harkwesp. Die graaft in razend tempo (het is niet versneld in de film) nestgangen die zich na 10 centimeter verbreden tot een nestkamer. Het aparte aan deze soort is dat de moeder haar larve tijdens de groei blijft voeden. Zij vangt daarvoor 40-50 vliegen en de grootte van de prooi wordt aangepast aan de grootte (en honger) van de nakomeling. Na ieder bezoek wordt het nest weer gesloten. Dit is zoveel werk, dat deze wesp maar één nest onderhoudt. Zo blijf ik me verbazen over het insectenleven. Even verderop vloog een vogel op. Pas toen we doorliepen zagen we dat er nog meer vogels in het gras zaten, die zich muisstil hielden. Het waren jonge boomleeuweriken en volgens mijn vogelboek vertrouwen die op hun schutkleur wanneer er gevaar dreigt. Ze vliegen dus niet meteen weg zoals de meeste andere vogels.
In veel bomen hangen al zaden en vooral bij de eiken waren de St-Jansloten goed te zien. Dit zijn nieuwe uitlopers, frisgroen van kleur, die bomen aanmaken na de langste dag. Op die manier compenseert de boom voor eventuele rupsenvraat in het voorjaar.
De jonge hertjes die de afgelopen weken zijn geboren, blijven niet meer de hele dag verstopt tussen de struiken liggen, maar lopen al met moeder mee. Ze worden nog wel gezoogd en wanneer moeder in de buurt aan het grazen is, rusten ze uit op een plekje tussen de planten of verborgen in het lange gras. In onderstaande film een impressie van de planten en dieren die vandaag hebben gezien.