Schorpioenvlieg

Schorpioenvlieg
Posts tonen met het label bleek nestzwammetje. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bleek nestzwammetje. Alle posts tonen

zaterdag 31 oktober 2026

Paddenstoelenparade: nestzwammetjes (met een katapult)

Gestreept nestzwammetje

Nestzwammetjes zijn over het algemeen heel klein en tamelijk onopvallend. Ondanks dat ik de locatie wist, moest ik erg goed zoeken tussen het houtstrooisel om ze te vinden. Uiteindelijk vond ik in het Bentwoud twee soorten: het gestreepte en 't gele nestzwammetje. Er zijn nog twee andere redelijk algemene nestzwammetjes in Nederland: het bleek nestzwammetje (dat ik eerder op de Veluwe vond) en het mestnestzwammetje, die heb ik nog nooit 'live' gezien. Die laatste is ook het zeldzaamst en komt vooral voor in de duinen. 

Geel nestzwammetje

De nestzwammetjes behoren tot de opruimers (saprofyten), die zorgen dat het bos niet omkomt in zijn eigen afval. Nestzwammetjes groeien voornamelijk op houtsnippers, takken, dode plantenstengels (zoals helmgras in de duinen) en strooisel. Dit materiaal is dankzij stoffen zoals cellulose en lignine (houtstof) enorm taai en voor de meeste organismen onverteerbaar. Schimmels, waaronder de nestzwammetjes, beschikken over speciale enzymen waarmee ze deze complexe verbindingen wél kunnen afbreken. Dat is natuurlijk al een wonder op zich. Maar de nestzwammetjes hebben meer bijzonderheden in petto.

Waar nestzwammetjes hun naam aan ontlenen zie je snel genoeg: het zijn nestjes met een soort eitjes erin. Het gestreept nestzwammetje begint als een knopje met een bruin behaard dekseltje. Dat knopje wordt maximaal één centimeter hoog. Tegen de tijd dat de sporen bijna rijp zijn, klapt het bruine dekseltje eraf en komt er een wit vliesje tevoorschijn. Als dat vervolgens openscheurt, zie je ineens een aantal ‘eitjes’ liggen in een gestreept nestje. Bij het gele nestzwammetje zitten er goudgele schubjes op het gesloten nestje, zoals je kunt zien op deze foto.

In die 'eitjes' zitten de sporen van deze paddenstoeltjes. En er zijn regendruppels nodig om deze te lanceren. 

Gestreept nestzwammetje

De wanden van de bekertjes (de 'nestjes') hebben een heel specifieke hoek van zo'n 60 tot 70 graden. Wanneer een zware regendruppel met volle snelheid precies op de rand of op de bodem van de beker valt, wordt de neerwaartse kracht van de druppel door de schuine wanden direct omgezet in een opwaartse en zijwaartse druk. Door de klap van de regendruppel wordt het water onder de 'eitjes' (de peridiolen) gedrukt, waardoor ze met een snelheid van 1 tot 5 meter per seconde uit de beker worden gekatapulteerd. Overigens moet er wel al een beetje water in het zwammetje staan voor het beste resultaat. 
Uit onderzoek blijkt dat het gestreept nestzwammetje van alle Nederlandse soorten het verste kan schieten: een 'eitje' komt gemiddeld 1,25 meter ver. Dat is vastgesteld met high speed camera's die 3000-6000 beelden per seconde maakten. Het mestnestzwammetje heeft de hoogste schietsnelheid van 3,6 meter per seconde. Het bleek nestzwammetje is tamelijk traag, met 1,6 meter per seconde. De 'eitjes' komen dan ook niet ver: maar 23 centimeter. 

Bleek nestzwammetje

Aan de onderkant van elk eitje zit een microscopisch klein, elastisch koordje (het funiculus), dat strak opgerold in een soort hulsje zit. Zodra het eitje uit het nest wordt geschoten, scheurt dit hulsje open en wikkelt het koordje zich razendsnel af. Aan het uiteinde van dit koordje zit een extreem kleverig knopje (het hapteron). Als het vliegende eitje onderweg een stengel, grasspriet of takje raakt, blijft het kleverige uiteinde direct aan de plant plakken, zoals je in onderstaande animatie ziet.
Door de voorwaartse snelheid die het eitje nog heeft, werkt het koordje vervolgens als een soort lasso: het eitje slingert met een rotvaart om de tak of spriet heen en wikkelt zich er muurvast omheen.





Als het eitje uitdroogt, barst het open om de sporen aan de wind mee te geven. Mochten konijnen of reeën de blaadjes of sprietjes mét de vastgeketende eitjes intussen opeten, dan is er nog geen man overboord. De sporen overleven de reis door het spijsverteringskanaal en worden kilometers verderop in een kant-en-klare hoop vruchtbare mest weer uitgepoept.

Via deze link kun je zien waar de vier nestzwammetjes in Nederland voorkomen (klik op de namen in de linkerkolom om dit per nestzwammetje te zien). Er is vast wel een soort bij jou in de buurt te vinden! Pas op voor voorbijvliegende sporeneitjes in dat geval :). 


dinsdag 5 november 2024

Een parade van bijzondere paddenstoelen

Het mooie weer houdt aan en dankzij de windstilte blijven de blaadjes lang aan de bomen hangen.

Met windstil weer kun je nog lang genieten van herfstkleuren

Vandaag wordt het merendeel van deze blog gevuld met paddenstoelen die er niet traditioneel uitzien, als in: steel met een hoed. Voor twee soorten maak ik een uitzondering.

De violette gordijnzwam is geen algemene verschijning in Nederland; ik ben hem nooit eerder tegengekomen. Ze komt vooral voor op arme zandgronden in het oosten van het land en leeft daar in symbiose met eiken en dennen op een dikke humuslaag. Wij zagen hem in een Veluws bos. 

Violette gordijnzwam

Gordijnzwammen vormen het grootste geslacht binnen plaatjeszwammen (meer dan 2.000 soorten). Met ongeveer 300 soorten zijn de gordijnzwammen het meeste soortenrijke paddenstoelengeslacht van Nederland en België. Gordijnzwammen hebben een roestbruine sporenprint. Ik meen op bovenstaande foto deze verkleuring op de steel te zien.

Een gemeenschappelijk kenmerk van alle soorten in dit geslacht is dat jonge exemplaren een gordijn hebben tussen de hoed en de steel.  De meeste vezels van het gordijn laten nauwelijks sporen achter als de paddenstoel groeit. Bij het volwassen exemplaar dat ik vond was het 'gordijn' al weg. Ik was wel benieuwd hoe dit eruit ziet, dus heb ik een plaatje op Wikimedia gezocht:

Foto: natureluvr01 - Cortinarius violaceus, Wikimedia
Het 'gordijn' onder de hoed van de jonge paddenstoel

Een andere paddenstoel die ik nooit eerder heb gezien is de spechtinktzwam. Wie het verenkleed van de grote bonte specht kent, weet waar deze naam op slaat. De witte schubjes op de bruine hoed doen denken aan de vleugelveren van de specht. Ook de spechtinktzwam is niet zo'n algemene soort, dus prachtig dat we de kans hadden om 'm te bewonderen op een groenstrook midden in Ermelo. Wij zagen twee exemplaren, tamelijk verspreid. Ze staan meestal alleen onder beuken. Net als bij andere inktzwammen vervloeit de hoed tot een inktachtige substantie waarmee de sporen op de grond of langslopende dieren druipen. 

Spechtinktzwam, een prachtig paddenstoeltje

Grote bonte specht
Foto: hedera.baltica from Wrocław, Poland - Wikimedia

Tijdens onze herfstwandelingen roken we menigmaal de weeïge stank van de stinkzwam, maar hoe we ook speurden, we zagen 'm niet. Gisteren hadden we 'm dan toch eindelijk in het vizier. De groenbruine slijmerige substantie met de sporen was al helemaal door vliegen 'weggewerkt'. De grote stinkzwam komt met behulp van een eiertand uit een 3–6 cm grote knol die in de volksmond met heksen- of duivelsei wordt aangeduid. Daaruit strekt zich in enkele uren de 10–20 cm lange poreuze en holle steel. De hoed van de paddenstoel is dan met een groene slijmerige sporenlaag (gleba) bedekt die een zeer penetrante aasgeur verspreidt, zelfs tegen de wind in te ruiken. De stank trekt vliegen en kevers als de oranje aaskever aan die voor de verspreiding van de sporen zorgen. De schone hoed is wit tot lichtgeel en heeft een kleine opening aan de top. De zwam lijkt dan wel op morieljes. 
Op Vroege Vogels zag ik deze timelapse van de groei van de stinkzwam. 

Grote stinkzwam

Een andere mooie vondst is de gekraagde aardster. Deze komt wijd verspreid voor in ons land, behalve in de polders/weidegebieden. Toch zie ik 'm niet vaak. De aardster begint uivormig ondergronds, maar bij rijping splijt de buitenwand in diverse slippen waardoor de binnenkant iets omhoog wordt getild. In het bolletje zitten de sporen. Wanneer de paddenstoel is verdroogd zorgen regendruppels ervoor dat de sporen uit het bolletje naar buiten wolken. Enigszins toepasselijk in deze tijd: mij doen de dikke witte slippen altijd denken aan marsepein :).

Gekraagde aardster

Dan zijn er nog zwammen die klein en sprieterig groeien. Het geweizwammetje is vrij algemeen en kun je op dood hout in parken zien. De geweizwam is een kleine zwam tot 7 cm hoog. Aan de bovenkant komen vaak vertakkingen voor, waardoor de gelijkenis met een gewei ontstaat. In hun jeugd zijn ze bedekt met een wit poeder. Dit zijn de sporen die in de ongeslachtelijke fase worden voortgebracht. Later in gaan ze over tot de geslachtelijke fase. De kleur verandert dan naar zwart en de sporen zitten niet meer aan de buitenkant. Deze soort behoort tot de zakjeszwammen.

Geweizwammetjes op een boomstronkje,
de beige/witte zwam eronder is de grijze buisjeszwam

Ongeveer net zo klein, maar met een ander uiterlijk en behorend tot een andere familie (gek genoeg niet de koraalzwammen :)) is het kleverig koraalzwammetje. Deze leeft als saprofyt (houtopruimer) op stammen van naaldbomen. De vertakkingen voelen rubberachtig aan en zijn makkelijk te buigen zonder dat ze afbreken. Dit in tegenstelling tot de koraalzwammen, waarbij de vertakkingen meestal erg broos zijn. 
Door zijn felle kleuren is hij nauwelijks te missen. Het vruchtlichaam is 4-8 cm hoog. Als het door gras of mos moet groeien kan het zelfs 15 cm hoog worden.

Kleverig koraalzwammetje

Dan vonden we nog de rechte koraalzwam. Dit is een schimmel die behoort tot de steeltjeszwammen. Het vruchtlichaam is meervoudig vertakt en doet denken aan koraal. De rechte koraalzwam komt voor op plantenresten, takken, houtsnippers en stronken van loofbomen en naaldbomen. De vorm die op loofhout groeit, is doorgaans meer oranje en minder bossig dan die op naaldhout. Het komt vooral voor op beuken, iepen en eiken. Voor zover ik het kon achterhalen is dit wel een echte koraalzwam. 

Rechte koraalzwam

De grote sponszwam komt voor op zandgrond in open bossen aan de voet van boomstammen en op stompen van naaldbomen, vooral op grove den. Verder komt ze voor op larix, fijnspar en douglasspar. De paddenstoelen zijn van juli tot december te vinden, maar vooral in september en oktober. Ze zijn eetbaar en kunnen uitgroeien tot echte joekels van wel 40 cm breed en 2-5 kilo zwaar! Voor deze soort moet je in het oosten van het land zijn. 

Grote sponszwam

Om bij het naaldhout te blijven: op dennenkegels vonden we deze piepkleine paddenstoeltjes. De vruchtlichamen van de muizenstaartzwam zijn tussen de 0,5 en 2 cm groot. Ook op sparrenkegels kun je ze vinden. Het zijn saprofyten, dus ze breken de kegels af. 

Muizenstaartzwam

Tot slot nog een nestje om mee af te sluiten. Het bleek nestzwammetje (ook een saprofyt) heeft een paar eitjes in het nestje liggen. Die 'eitjes' bevatten de sporen. Eerst zitten de eitjes met een wit draadje aan de binnenkant van de beker of aan elkaar vast. Later raken ze los en worden door de regen uitgespoeld. De eitjes hebben een stevig omhulsel met daarin sporen. Die verstuiven zoals bij stuifzwammen.

Bleek nestzwammetje

Zo dat was het voor deze keer. Hopelijk inspireert deze blog je om naar buiten te gaan, op zoek naar bijzondere verschijningen uit het zwammenrijk. 

In gemengd naald/loofbos kun je veel paddenstoelen vinden