Posts tonen met het label grote zilverreiger. Alle posts tonen
Posts tonen met het label grote zilverreiger. Alle posts tonen

woensdag 31 december 2025

Wintervogels luiden 2025 uit

IJs op sloten en ondiepe plassen

Eindelijk zijn er wat winterse dagen met nachtvorst en een dun laagje ijs. De winterzon lokte me op de één na laatste dag van het jaar naar buiten. Als er ijs ligt op de sloten, dan zijn vogels vaak wat beter zichtbaar. Ze zijn gedwongen om uit de beschutting te komen naar plekjes waar het water nog open is en ze zitten vaak in grote groepen bij elkaar. 

De afgelopen maanden kwam de trek van wintergasten naar ons land niet zo op gang, maar ik denk dat de Scandinavische storm Johannes toch wat vogels heeft doen besluiten om mildere oorden op te zoeken. Tijdens een rondwandeling in park Zegersloot zag ik namelijk voor het eerst dit jaar een flinke troep kramsvogels. Ik herkende de vogels aan hun 'tjekkende' roep. Ze deden zich te goed aan de laatste meidoornbessen die onze lokale vogels aan de struiken hadden laten hangen.

Kramsvogel

Net als de zanglijster heeft de kramsvogel een gespikkelde borst, maar de grijze rug, zwarte staart en kastanjebruine 'mantel' zijn heel kenmerkend voor deze soort. In het oosten en zuidoosten van ons land broeden ze in kleine aantallen. Die vogels gaan op de vleugels zodra het hier koud wordt; ze vertoeven dan langs de Rhône en Loire in Frankrijk. De kramsvogels die we hier 's winters zien komen uit Noord- en Oost-Europa. 

Tussen een paar takken bij een stukje open water zat een winterkoninkje. Door de naam zou je denken dat dit vogeltje nu op zijn best is. Maar niets is minder waar. Hij houdt namelijk helemaal niet van extreme kou en sneeuw. Deze vogels eten graag insecten en die zijn bijna niet te vinden in een strenge winter. Ze verliezen dan veel van hun vetreserves en kunnen uiteindelijk doodgaan. Dat er veel winterkoninkjes in Nederland zijn, is te danken aan ons gematigde klimaat. Waar komt hun naam dan vandaan?, vroeg ik me af. Ik denk dat niemand dat echt weet, dus is er een leuk verhaaltje bij verzonnen. De winterkoning dankt zijn naam aan een fabeltje: de vogels besloten ooit een wedstrijd te organiseren wie het hoogst kon vliegen. De winnaar zou de koning der vogels worden. Het winterkoninkje won op slinkse wijze: hij verstopte zich in de veren van een arend en toen die niet hoger kon, vloog hij nog een stukje verder. Daarom staat zijn staartje nog steeds fier omhoog. Dat verklaart de naam 'koning'. Dat 'winter' staat er volgens verschillende bronnen bij omdat het een van de weinige vogels is die in de winter zingen.

'Koning' door list en bedrog :)

Een andere vogel die ik wel eens betrap op een winterliedje is de roodborst. De meeste roodborsten die je nu ziet zijn wintergasten uit het hoge noorden. Onze zomerse roodborsten zijn vertrokken naar zuidelijker landen. Als die noordse gasten arriveren dan bezetten ze een territorium en zingen daarbij hun ijle liedje. Roodborsten zijn zo fel territoriaal dat ze alleen in de paartijd even een tweede vogel in hun territorium dulden. Ik zag er één tussen een wirwar van takken, zijn (of haar) rode borstje vlamde in de winterzon.

Roodborst

Wilde eenden zijn nu op hun mooist. Na de rui hebben de woerden (mannetjeseenden) een prachtige groene kop gekregen, die onder invloed van lichtval ook blauw(ig) kan ogen. De meeste paren zijn nu gevormd, hoewel ik nog enkele achtervolgingen zag van mannetjes die een concurrent verjoegen.

Hoe mooier de kop, hoe fitter de woerd

Na een drukke huwelijksmarkt in het najaar, lijkt nu de rust weergekeerd en rusten de eenden in groepen op het ijs.

Rustende wilde eenden

Natuurlijk moet zo'n mooi verenpak goed onderhouden worden. Deze eend maakte tijdens zijn bad een koprol: beentjes omhoog :).

Onder toeziend oog van een buurman neemt deze eend een bad

Voor vogels die van open water afhankelijk zijn voor hun eten, zijn vorstperiodes een harde tijd. Op dit moment zijn er nog voldoende wakken om eten in het water te vinden. Een volwassen reiger kwam net aangestapt vanaf de waterkant en had blijkbaar zijn maag gevuld. 

Deze volwassen reiger had net gevist bij een wak

Even verderop zag ik een juveniele blauwe reiger. Een eerstejaars blauwe reiger (juveniel) heeft een dof, grijs verenkleed met minder contrast, mist de lange, zwarte sierveren op de kop en heeft een minder opvallende tekening dan een volwassen vogel. Deze jonge vogel stond ingespannen naar een stukje gras te staren, op een manier zoals reigers meestal aan de waterkant staan.

Juveniele reiger op zoek naar prooi

Blauwe reigers eten alles wat zij in ondiep water (zoet, brak en zelfs zout) kunnen vinden: kleine en grotere vissoorten, rivierkreeft (tegenwoordig zijn dat allemaal exotische soorten), salamanders en kikkers. Soms eten ze ook mollen en muizen als ze deze te pakken kunnen krijgen. Ik vermoed dat deze vogel een muisje op het spoor was. Op een gegeven moment sloeg hij toe en slikte iets door. Maar dat ging zo snel dat mijn camera het bij de winterse lichtomstandigheden niet bij kon houden.

Welke prooi heeft de blauwe reiger te pakken?

In de polders hebben we de afgelopen weken ontzettend veel grote zilverreigers gezien, soms wel een stuk of 8 à 10 binnen één kilometer. Met hun ranke nek en slanke gestalte onderscheiden ze zich van de ook volop aanwezige knobbelzwanen. In Zegersloot stond er één te vissen. De grote zilverreiger is van oorsprong een vogel uit het oostelijke, mediterrane gebied. Inmiddels heeft deze hagelwitte reiger ook in Nederland zijn plekje gevonden, je ziet ze 's zomers vooral in de Oostvaardersplassen. In de winter komen daar grote aantallen wintergasten bij in de weidegebieden. Die vogels komen waarschijnlijk uit Oost- (Polen), Zuidoost- (Oostenrijk/Zwitserland) en Zuid-Europa (Frankrijk).

Grote zilverreiger

De grote zilverreiger dook op een gegeven moment naar een prooi. Of dat succesvol was, kon ik helaas niet zien. Het voedsel van deze reiger is divers: naast hun lievelingskostje vis, eten ze ook kikkers, muizen, kleine vogels en mollen. 

Duik naar een prooi

Met deze parade van wintervogels sluit ik het blogjaar 2025 af. Mijn blogs zijn bijna 40.000 keer gelezen in de afgelopen 12 maanden. Ik wil hierbij alle vaste lezers en toevallige bezoekers bedanken voor hun belangstelling en ik hoop dat jullie volgend jaar mijn blogs weer weten te vinden.

Goede jaarwisseling en de allerbeste wensen voor 2026!

vrijdag 30 december 2016

Naar het Harderbroek en het Veluwemeer


29 december; de randstad is in mist gehuld maar op het KNMI-kaartje staan zonnetjes in het oosten van het land. Een bezoek aan het Harderbroek, een natuurgebied in de Flevopolder bij Zeewolde, stond al een tijd op onze to do-lijst. Even checken op de weerapp: Zeewolde geeft zon vanaf het middaguur. Duizend kleine zwanen verblijven 's winters op de plas samen met tienduizenden eenden. Bovendien is er kans op een zeearend. We gooien de rugzak en wandelschoenen in de auto en rijden de grijze randstad uit. Bij Zeewolde is het nog mistig. We moeten een stukje omrijden om bij de parallelweg te komen die toegang geeft tot het Harderbroek. In die 2 km komt zowaar de zon te voorschijn. Maar in het Harderbroek is het helaas nog mistig. Op weg naar de vogelhut staan we ettelijke keren stil om bessen en takken met rijp en in ijs gestolde druppels te fotograferen. Op het water zien we een paar honderd kleine zwanen, maar het contrast met de mistige omgeving is zo laag dat de camera niet scherp stelt. Dan maar focussen op de vogels die wat dichter bij de schuilhut komen: een knobbelzwaan zet zijn vleugels op en showt er imposant mee. De veertjes bollen op in het beetje wind dat er waait. Vlak voor de kijkhut stapt een grote zilverreiger door het water. Je ziet zijn lange tenen regelmatig boven het water komen. Over vogelbenen/voeten/tenen leven veel misverstanden. Onder het verenkleed zie je het onderbeen en de voet van vogels, met daaraan de tenen. Het bovenbeen is meestal bedekt met veren. Het is dus niet zo dat vogels hun knieën naar achter buigen, ze hebben een vrij lange 'voet' die net zo dik is als hun been en die knik naar achteren is de enkel. Als je goed kijkt zie je in het filmpje de 'knie' van de zilverreiger net onder de buikveren. Kijk ook maar eens naar de tekening van het vogelskelet op Wikipedia. Drie slobeenden zwemmen al etend voorbij. Het is goed te zien waarom ze slobeend heten. Hun brede en platte snavel gaat als een stofzuiger door het water en zo slobberen ze kroos en waterdiertjes naar binnen. De drie in het filmpje doen dat mooi synchroon. Een nonnetje duikt op, het is een vrouwtje met een kastanjebruine kop en witte keel. Het verenkleed van het mannetje is veel opvallender en prachtig zwart/wit, maar die is nergens te bekennen. Nonnetjes staan op de rode lijst van bedreigde vogels. Ze broeden in boomholtes in het hoge noorden. Maar in de winter trekken ze graag naar het IJsselmeer.
We komen een vogelaar tegen die zich verbaast over de mist: 'hier 2 km vandaan schijnt de zon' zegt hij. Jaja dat weten we. Tijd om die zon maar weer eens op te zoeken. We koersen naar het Veluwemeer. Al snel zien we langs de weg vijf reeën en een troep ganzen. En aan de horizon: de zon. Op het Veluwemeer zitten duizenden eenden, meerkoeten en zwanen. Aalscholvers zitten met hun vleugels gespreid op de paaltjes langs de rand van het meer. Aalscholvers duiken naar voedsel en dat gaat beter als ze niet blijven drijven. Daarom persen ze lucht uit hun veren en laten zij hun verenpak nat worden waardoor ze weinig last hebben van opwaartse druk. Ten opzichte van vogels met een goed geïsoleerd verenpak kunnen zij zo veel dieper duiken. Maar zij moeten dan wel wat tijd besteden aan het drogen van hun verenpak; dat zitten ze op die paaltjes te doen. Terwijl de zon ondergaat horen we het zachte 'gezang' van de wilde en kleine zwanen op het meer. Meerkoeten scholen samen en de lucht kleurt roze. Het was weer een mooie dag.