Als de edelhertenbronst er op zit, begint in oktober de damhertenbronst. Na een week van overvloedige regen gingen we aan het begin van de bronsttijd op pad. We liepen de Amsterdamse Waterleidingduinen in bij zonsopkomst (de nacht is er - terecht - voor de dieren). Aanvankelijk oogde de mist grijs, maar naarmate de zon hoger steeg kreeg deze een oranjegele gloed. In het bos zagen we herten die al een bronstkuil hadden gemaakt en het stonk overweldigend naar de urine en sperma die ze er in sproeien om een signaal naar de vrouwtjes af te geven: hier staat een viriele man die barst van de testosteron. Ze wentelen zich regelmatig in deze kuil zodat ze het heerlijke parfum ook met zich meedragen. Als extra markering schuren de herten langs bomen rond de kuil, hoewel niet alle kuilen onder een boom lagen. Er waren ook mannetjes die nog op zoek waren naar een territorium ofwel 'lek'. Die jonge herten waren niet overal welkom. Op het open veld namen de mannetjes elkaar de maat: wie liet zich meteen afschrikken en met wie moest het gevecht aangegaan worden? Uiteindelijk gingen twee mannetjes de confrontatie aan, terwijl de hindes er om heen rustig door graasden. Zodra het pleit beslecht was, zouden ze misschien nota nemen van de winnaar. Of misschien ook niet. Damhertengevechten zijn niet zo spectaculair als die van edelherten. Het gaat er redelijk tam aan toe. Toch is het mooi om te zien hoe ze voorover gebogen hun schoffelvormige gewei gebruiken in de strijd. Uiteindelijk wil een mannetje met zoveel mogelijk hindes paren. Hij drijft ze bijeen en bewaakt de uiteinden van zijn territorium door langs de randen te patrouilleren. De bronst duurt tot begin november. De hindes zijn 230 dagen zwanger en de kalfjes worden tussen mei en juli geboren. Per moeder is dat meestal één kalf, dat 4,5 kilo weegt. Na zo'n anderhalf jaar zijn die zelf geslachtsrijp. Maar de meeste mannetjes zijn dan nog niet in staat om een lek en een bijbehorend harem te veroveren. Die moeten zich eerst omhoog werken in de rangorde.
Bekijk de bronstverschijnselen in de film van deze week (e-mail abonnees, klik hier).
Mierenleeuwlarve, Roesel von Rosenhof ("Formicaleo")
Regelmatig blader ik in natuurboeken en zo lees ik over intrigerende dieren die ik wel eens 'live' aan het werk zou willen zien. De mierenleeuw, een piepklein insect is er zo een. Via een tip kon ik 'm opsporen in de Amsterdamse Waterleidingduinen. De manier waarop de larve van de mierenleeuw prooien vangt is heel bijzonder. Maar eerst iets over het beestje zelf. Twee van de tweeduizend soorten mierenleeuwen komen voor in Nederland. Uit eitjes worden de larven geboren, je ziet er zo eentje op de tekening hiernaast. In dit larvale stadium leven ze tussen de 1 en 3 jaar in het zand, mede afhankelijk van de voedselsituatie. Na drie vervellingen en even zoveel groeispurts vindt een verpopping plaats, waarbij - net als bij vlinders - het beestje totaal van gedaante verandert. Het popstadium speelt zich af in een mooi rond zandballetje. Nadat de larve zich heeft ingesponnen in de cocon is het spinsel nog even kleverig waardoor de zandkorrels er makkelijk aan vast plakken. Een mooie camouflage.
Roesel von Rosenhof
Het vliegende insect dat uit de pop komt lijkt een beetje op een juffer, het hoort echter niet bij de libellen maar bij de netvleugeligen. In zijn uiteindelijke gedaante leeft het insect maar kort en is voortplanting het voornaamste doel. Terug naar het larvenstadium, waarin de mierenleeuw leeft van dierlijk voedsel. Mieren, de naam doet het al vermoeden, spelen daarin een belangrijke rol. Die maken ze buit in een zelf gegraven vangtrechtertje in mul zand. Dat maken ze met hun achterlijf. Het kuiltje is een paar centimeter groot. Van het diertje zelf is niks te zien, dat zit verborgen onder het zand. Alleen de relatief grote kaken steken er soms uit. Dan is het wachten geblazen tot zich een nietsvermoedende prooi aandient. Dat hoeft niet per sé een mier te zijn trouwens, andere kleine diertjes worden ook gegeten. Als zo'n prooi langs het trechtertje loopt rollen er wat zandkorrels naar beneden. Dat is het signaal voor de mierenleeuw om in actie te komen! Hij gooit een regen van zandkorreltjes naar de prooi waardoor deze zijn grip verliest en in het kuiltje terecht komt. Grijpklaar voor de sterke kaken van de mierenleeuw. Onmiddellijk wordt er een verlammend gif ingespoten en vervolgens wordt de prooi leeggezogen. Om het hol niet te bevuilen wordt de lege prooi weggeslingerd uit het kuiltje. Klaar voor de volgende aanval. En als die een tijdje op zich laat wachten is dat ook geen punt, want de mierenleeuw kan wel 8 maanden overleven zonder te eten. Je begrijpt inmiddels dat ik dit graag eens zelf wilde zien. Op de aangegeven plek gingen we op zoek. In mul zand zitten veel kuiltjes dus het was nog even goed opletten. Omdat de truc van de 'zandregen' niet werkt met nat zand, vind je de holletjes een beetje beschut, zodat de grond droog blijft. Uiteindelijk zagen we ze vlak naast het wandelpad onder wat stammetjes, meerdere kuiltjes in elkaars nabijheid. Er gebeurde niet veel en we vroeger ons af of we wel naar de juiste kuiltjes stonden te staren. Tot er een rups passeerde... Wat zich daarna afspeelde kun je in het filmpje zien. Wil je meer weten over de mierenleeuw, kijk dan op Wikipedia.
Ook de rest van de middag hebben we ons prima vermaakt, want we zagen een eikenpage (in de film net na de mierenleeuw), een vlinder die hoog in de toppen van eiken leeft en daardoor moeilijk waar te nemen is. Je ziet heel even het prachtige blauw oplichten als de eikenpage haar vleugels spreidt. De vlinder leek een vleugel te missen waardoor ze niet meer kon vliegen. Op verschillende plaatsen kwamen we jonge damhertjes tegen. Eéntje was heel kort ervoor geboren; de moeder at net de placenta op (je ziet dat tussen de takken door) en het hertje stond voor het eerst wankel op zijn of haar pootjes. Prachtig om te zien. Ik heb maar even uitgezoomd om aan te geven dat we op behoorlijke afstand stonden, want op zo'n moment verdienen moeder en kind alle rust.
De edelhertenbronst zit er nagenoeg op. De dominante herten hebben zo veel mogelijk hindes gedekt en de resultaten daarvan zien we in mei/juni volgend jaar; dan worden de nieuwe kalfjes geboren die twee jaar bij de moeder zullen blijven. De damhertenbronst vindt wat later plaats en die bereikt midden oktober het hoogtepunt. De volwassen en sterke mannetjes hebben gevochten om een goed territorium. Daar hebben ze een bronstkuil gemaakt door met hun voorpoten de bovenste laag aarde weg te schrapen. Ze voorzien zo'n kuil van hun eigen 'parfum' door in de kuil te urineren. Ze woelen er nog eens lekker doorheen om de geur in hun vacht op te nemen en deze zo goed mogelijk te verspreiden. Met speciale geurklieren markeren ze bovendien takken van struiken om te laten weten: dit is mijn terrein. Door te showen met hun gewei en flink te knorren (zo heet het burlen bij damherten) laten ze rivalen zien hoe sterk ze zijn en aan vrouwtjes tonen ze zo dat ze fit en gezond zijn. 'Ik ben de ideale vader voor je nageslacht', adverteren ze hiermee. Het hert drijft zoveel mogelijk hindes bij elkaar in zijn territorium. In de paar uur dat een hinde vruchtbaar is, zoekt ze het mannetje op bij zijn bronstkuil en vindt de paring plaats. In het filmpje kun je de verschillende aspecten van de bronst bekijken.
Tijdens mijn sporenlezingen merk ik dat sommige bezoekers verbaasd zijn wanneer ik vertel dat herten elk jaar hun gewei verliezen en volledig vernieuwen. Eigenlijk kan ik me die verbazing wel voorstellen, want het vergt veel energie om zo'n gewei te maken. Geweien variëren in vorm en grootte, afhankelijk van de leeftijd en fitheid van het hert en ook afhankelijk van de hoeveelheid kalk die ze met hun voedsel binnenkrijgen. In het eerste jaar groeit er alleen een spiesgewei, daarna vormt zich bij edelherten een gewei met takken en bij damherten een schoffelvormig gewei. Damherten werpen in mei hun gewei af. Uit de zogenaamde rozenstokken vloeit dan bloed, maar daar groeit weer huid overheen. Twee weken later is het nieuwe gewei al zichtbaar, het steekt boven de rozenstokken uit en is volledig bedekt met fluweelachtige huid, die we 'bast' noemen. Zo'n gewei in opbouw heet dan ook het bastgewei.
Bloedvaten in die basthuid voeren voedsel en zuurstof aan voor de beengroei. In augustus is het gewei volgroeid, de bast laat nu los, dat is een wat bloederig tafereel. Herten vegen hun geweien schoon aan takken en langs stammen van bomen. Begin september zijn de geweistangen kaal en hard. Het pronken kan beginnen: nu is het tijd om de hindes te imponeren voor de bronsttijd die er aan komt. En tijdens de bronst kan er een robbertje mee worden gevochten om rivalen uit het territorium te verjagen. Wil je meer weten over de jaarcyclus van (dam)herten, de hertenbronst en sporen van grotere zoogdieren? Vergeet dan niet om je tijdig aan te melden voor de IVN-lezing op 11 oktober en de bijbehorende bronstexcursie naar de Amsterdamse Waterleidingduinen op 15 oktober, die ik samen met Maria Chardon verzorg. Aan de excursie kunnen maximaal 20 mensen deelnemen. Aanmelden kan via een mail naar: aanmelden@ivn-alphenaandenrijn.nl. Kijk voor meer informatie op mijn lezingenpagina. De lezing en excursie maken deel uit van een herfstcursus, meer informatie daarover vind je via deze link.