Posts tonen met het label ooievaar. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ooievaar. Alle posts tonen

dinsdag 26 april 2022

Parende ooievaars

Deze week een extra blog om van te genieten op je vrije Koningsdag. Onlangs was ik in alle vroegte in de polder, de zon was nog net niet op en de volle maan prijkte nog aan de hemel, die wel al een beetje roze kleurde. Hoog op de nestpaal zag ik het koppie van een ooievaar boven de nestrand uitsteken in het pastelkleurige ochtendlicht. Toen de zon opkwam leek het alsof het nest verlaten was, maar al snel kwam een ooievaar aanvliegen, het witte verenkleed was roomgeel in het licht van de stijgende zon. Opvallend waren ook de snavel en poten, die extra mooi rood zijn in deze tijd van het jaar. De ooievaar poetste zich, er is nauwelijks verschil tussen de geslachten, dus het is moeilijk om te zien is het een man of vrouw is, behalve bij de paring. Plots bleek de andere ooievaar van het stel toch nog in het nest aanwezig te zijn, sierlijk kwam hij (bleek later) omhoog en niet veel later kwam het tot een paring. Tijdens de eerste twee weken dat een paar op het nest is, schijnt dat met grote regelmaat te gebeuren, dag of nacht maakt daarbij niet uit. Vaak pikt het mannetje voor de paring eerst op de kop van het vrouwtje, maar dat zag ik niet gebeuren. Hij klom op haar rug en plantte zijn tenen boven haar vleugels. Wat ik opvallend vond was dat het mannetje het vrouwtje veelvuldig in haar borstveren pikte, maar dat schijnt bij het paargedrag te horen. Een echte reden daarvoor heb ik nergens kunnen achterhalen. 

Parende ooievaars op het nest

Zo'n takkennest ziet er vrij spartaans uit, maar de binnenkant is wel degelijk bekleed met zacht materiaal. Tegen de tijd dat de eieren gelegd worden, gaan de ooievaars vaker op het nest liggen en schikken het zachte nestmateriaal om zich. Hierdoor sluit de nestkom beter aan op het vogellijf en blijven de eieren straks beter op temperatuur. 

Jonge ooievaars (herkenbaar aan de donkere snavel en poten)
op het nest met zacht nestmateriaal (mos)
Foto: Toudidel - Own work, CC BY-SA 3.0, wikimedia

Bij een grote vogel als een ooievaar verwacht je wellicht een groot ei, maar het is slechts een slag groter dan een kippenei. Twee tot vijf eieren worden om de dag gelegd, er blijft dan continue één ooievaar op het nest. Vanaf het tweede ei wordt er echt gebroed. Vader en moeder nemen daarbij ieder hun verantwoordelijkheid en wisselen elkaar om de drie uur af. Elke 30-45 minuten worden de eieren gekeerd en het zachte nestmateriaal verschikt. De broedtijd is een ruime maand. 

Bekijk de parende ooievaars in het filmpje door hier te klikken



zaterdag 1 mei 2021

Wat eten ooievaars?

Op een paar mooie dagen na is het voorjaar overwegend (te) koud. Het ontluiken van planten en boombladeren en -bloemen vordert langzaam, maar de meeste vogels trekken zich er niet veel van aan. De tjiftjaf is gearriveerd uit zijn winterblijf in Zuid-Europa of Noord-Afrika en de zanglijster gaf tijdens mijn ochtendbezoek aan het park een mooi lenteconcert. Op het grasveld bij de speeltuin foerageerden twee ooievaars; een zonder en een met ring (waarvan het steeds maar niet lukt om 'm af te lezen). Het traditionele beeld is (althans bij mij) dat ooievaars vooral kikkers eten, zoals te zien op deze prent van een ooievaarsnest.
Eten ooievaars alleen kikkers?
Door John Gould - Scan on Oiseaux.net,
https://commons.wikimedia.org

Maar in het park zag ik ze voornamelijk regenwormen verschalken. Tijd om eens op te zoeken hoe het echt zit met het ooievaarsvoedsel. En dan blijkt dat kikkers niet zo'n groot aandeel hebben in het menu. Dat heeft te maken met de manier van voedsel zoeken door de ooievaars: ze stappen rustig rond en eten wat hen 'voor de snavel komt'. Een kikker springt snel weg en dan laten ooievaars ze schieten; ze jagen er niet achteraan. Die tamelijk gemakzuchtige manier van voedsel zoeken valt extra op als je ze ziet lopen op een grasakker waar de boer aan het maaien is: veel potentiële prooien: muizen, kikkers en vogelkuikens zijn dan 'verhakseld' tot hapklare brokken die niet meer kunnen vluchten. De tragiek van deze kleine dieren is een voordeel voor de ooievaar. Tijdens de 'gewone' voedseljacht eet de ooievaar voornamelijk regenwormen, dat is het stapelvoedsel zoals dat heet. In hun braakballen tref je dan ook vaak zand aan, dat in de maag van de regenworm zat toen deze door de ooievaar gegeten werd. Ook slakken, kevers en emelten worden graag gegeten en muizen en mollen worden niet overgeslagen. Op internet kwam ik een foto tegen van een ooievaar met een konijn in zijn bek! Als je een ooievaar langs de waterkant ziet staan is-ie niet op zoek naar een visje. Daar is zijn gladde snavel niet geschikt voor; de vis zou onmiddellijk ontsnappen (reigers hebben een gekartelde snavelrand om de vis vast te houden). Ooievaars zijn langs de waterkant op zoek naar dezelfde prooien als in het open veld. Onze woonplaats wordt aan alle kanten omgeven door grasland. Waarom komen die ooievaars dan toch naar een stadsparkje om te eten zou je zeggen? Dat is omdat ze in kort gemaaid gras hun prooien beter kunnen zien! In het park sluipt er een ekster achteraan om te kijken of er voor hem ook nog een makkelijk hapje overschiet. Bekijk het in het filmpje van deze week door hier te klikken






zaterdag 14 maart 2020

Slimme aanpassingen in vogelkoppies

Nu de winter langzaam overgaat in de lente, gebeurt er weer wat in de natuur. De eerste bloemen bloeien, na de sneeuwklokjes zie ik nu overal het gele klein hoefblad met zijn ronde bloemhoofdjes en de eveneens gele sterretjes van het speenkruid. De blauwe reigers en ooievaars zijn al bezig met hun nesten en spechtenroffels klinken alom. Vorige week heb ik aandacht besteed aan ooievaarsnesten en vorig jaar wijdde ik een blog aan de nestelende blauwe reigers. Vandaag wil ik daarom stilstaan bij slimme aanpassingen van sommige vogels.

De ogen van de reiger zijn beter dan de duurste cameralens

Blauwe reiger
De blauwe reiger vangt zijn diner door doodstil te wachten en op het juiste moment bliksemsnel toe te slaan. Hij wordt daarbij geholpen door zijn uitstekende gezichtsvermogen, dat drie keer gedetailleerder is dan dat van ons, met een zeer goede diepte-waarneming. De ogen hebben een ingebouwde "zoomlens" waardoor de vogel onmiddellijk kan schakelen tussen telescopisch en macrozicht, dat waarschijnlijk even goed of beter is dan onze duurste cameralenzen. Als wij mensen in dezelfde situatie zouden verkeren als de reiger, zouden de meesten van ons verhongeren. Starend in het water zouden we niks zien door de schittering, de beweging van het oppervlak en onze eigen weerspiegeling. Zelfs als we een vis konden zien, zouden we de exacte locatie moeilijk kunnen beoordelen omdat het gebroken licht onze kijkhoek zou verstoren. De reiger heeft een ingebouwd polarisatiefilter om de schittering en reflecties uit het water te filteren. Vogels die heimelijk van boven het water vissen, moeten voor de lichtbreking corrigeren, vooral wanneer de vissen onder een hoek worden waargenomen. Ze zijn succesvoller in het vangen van vis wanneer er onder een scherpe hoek een prooi wordt geslagen, waarschijnlijk omdat de prooivissen de vogel vanuit die hoek niet kunnen zien. Een andere theorie is dat reigers werken met zo’n scherpe aanvalshoek omdat het verschil tussen de schijnbare en echte prooidiepte dan het kleinst is.
Grote bonte specht
Jos Zwarts - CC BY-SA 4.0,
wikimedia

Een roffelende specht krijgt geen hoofdpijn
De grote bonte specht in de film van deze week probeert vrouwtjes te attenderen op zijn aanwezigheid door te roffelen op een dode boomstam. Spechten doen dat met een snelheid van zeven meter per seconde.  Wanneer wij mensen met dezelfde snelheid als de specht tegen een boom aan zouden rammen, is de kans groot dat dat ons – letterlijke en figuurlijk – de kop kost; onze hersenen botsen tegen de schedel met alle gevolgen van dien. Maar de spechten lijkt het niet te deren, hun relatief kleine hersens zitten heel stevig in de schedel zodat ze geen kant op kunnen. Daarnaast hebben ze nauwelijks vocht rondom de hersenen die de schokgolven door kunnen geven. Een andere aanpassing is de vorm van de hersenen: die van de specht zijn heel glad waardoor schokgolven ook weer minder grip hebben dan bij onze kronkelige grijze cellen. Tenslotte spant de specht vlak voor de roffel zijn spieren, zodat de beenderen de schok opvangen en langs de hersenen leiden. Poolse onderzoekers hebben overigens vastgesteld dat spechten allemaal hun eigen roffel hebben!
Bekijk de dieren in het filmpje van deze week en bedenk welke slimme aanpassingen er zitten in die vogelkoppies! (E-mailabonnees klik hier).


zaterdag 7 maart 2020

Klepperende ooievaars

Ooievaars zingen niet maar klepperen
De dag begon zonnig en er was niet te veel wind. Tijd om de polders weer eens per fiets te verkennen. Er stuk of 40 kleine zwanen graasden langs de Mattenkade. Een paar knobbelzwanen er tussen en op de achtergrond een zilverreiger en een roofvogel. We konden het niet precies zien, maar het leek een slechtvalk. In ieder geval was er kort daarvoor veel onrust onder de kleine vogels, zoals kieviten, geweest. Een paartje ooievaars verklaarde elkaar de liefde. Ze hebben geen stem, dus moeten ze op een andere manier communiceren. Dat doen ze door te klepperen en hun hoofd in hun nek te leggen. De prachtige lange borstveren zijn op zo'n moment goed te zien. In maart of april wordt begonnen met de nestbouw, in veel gevallen betekent dit dat zij een nest van vorig jaar opknappen. In Nederland zijn dat vaak nesten op palen, maar ook nesten op daken en schoorstenen, waarop de mens een karrenwiel of andere bodemplaat heeft gelegd. Op eigen houtje worden nesten gebouwd op fabriekspijpen, in bomen (o.a. in reigerkolonies) en zelfs op voedersilo's, hijskranen en lichtmasten. Sinds enkele jaren worden ook masten van hoogspanningsleidingen bezet. Alles wat minimaal 6 meter hoog is komt in aanmerking als er goede aanvliegmogelijkheden zijn. De basis van een nest bestaat uit tot enkele centimeters dikke takken die in elkaar gevlochten worden. De binnenzijde wordt bekleed met aarde, ruige mest, paardenmest, twijgen, grassen of andere kruiden en ander zacht materiaal. De doorsnede van het nest is zo'n 80 tot 150 cm en de hoogte kan na jarenlange bewoning 1 tot 2 meter bedragen. De nesten kunnen een behoorlijke omvang krijgen en honderden kilo's zwaar worden, zeker als ze nat zijn. Soms waaien ze bij hevige storm van hun platform. Man en vrouw hebben elk hun aandeel in de bouw en plegen het hele broedseizoen door onderhoud. De bouw van een nieuw nest neemt ongeveer 8 dagen in beslag. De ooievaars zijn meestal niet de enige bewoners. Als 'onderhuurders' is een scala aan vogelsoorten bekend, waaronder torenvalk, spreeuw, huismus, ringmus en winterkoning. Op 1 maart is de 2020-editie van beleef de lente van start gegaan, hier kun je het wel een wee van (onder andere) nestelende ooievaars volgen. Klik hier voor de link naar de site.
Wij vervolgden onze fietstocht want er was zwaar weer op komst. Het ene moment was het nog zonnig en op het andere moment kwam een dreigende lucht op ons af. De zon piepte er nog op sommige plaatsen doorheen, hetgeen er spectaculair uitzag. Gelukkig waren we voor de bui binnen.
In het filmpje zie je de kleine zwanen, ooievaars en regenwolken, e-mailabonnees klik hier.


dinsdag 5 december 2017

Heeeel veeeeel vogels

Foto: Vkulikov, wikimedia
Jullie hebben nog één filmpje uit Spanje van mij te goed. Zoals je kon zien op de verspreidingskaartjes van de wolven en lynxen liggen hun leefgebieden een behoorlijk eindje uit elkaar. De flinke reis van de Picos naar de provincie Andalusië hebben we onderbroken om twee mooie vogelgebieden te bezoeken. Rond het kleine plaatsje Villafáfilla zijn uitgestrekte landbouwgebieden te vinden, waar grote trappen op zoek gaan naar restjes graan. De mannetjes zijn met een lichaamsgewicht tot 16 kilo de zwaarste vogels die nog kunnen vliegen. In de lagunes zagen we kraanvogels, maar omdat de meertjes door de al maanden aanhoudende droogte bijna geen water meer bevatten, waren ze te ver weg om te filmen. Op nog geen 5 minuten rijden van Alcázar de San Juan, een onooglijk oord met een hotel aan een winkelboulevard, is een prachtig wetland te vinden. De lagunes waren druk bevolkt met ooievaars (vast een deel van 'onze' ooievaars die er overwinteren), steltkluten (die we in Nederland maar mondjesmaat zien), wat kemphanen en andere kleine steltlopertjes. Naast de ooievaars, sprongen de vele flamingo's in het oog. De Europese flamingo is wittig roze, met wat donkerder roze op de vleugels. Het is echt een soort van de zuidelijke streken, hoewel ze bij ons in Zeeland ook wel eens gezien worden. Er kwam juist een grote groep aanvliegen toen we achter het kijkscherm stonden. Bekijk ze op je gemak in het filmpje.


Wat grote aantallen vogels betreft, kunnen we er in Nederland natuurlijk ook wat van. Gisteren was het eindelijk weer eens droog. We liepen een rondje rond de Reeuwijkse Plassen en zagen er duizenden eenden, ganzen en een troepje brilduikers op het water. De middag eindigde met een spectaculaire zonsondergang. Deze tweede film is dus gewoon gemaakt op Nederlandse bodem.




woensdag 18 januari 2017

Blue Monday

Afgelopen maandag was het de zogenaamde Blue Monday. Dat is in 2005 bedacht door de Britse psycholoog Cliff Arnall. De donkere dagen van januari, de eerste goede voornemens alweer mislukt en de vakanties nog ver weg. Volgens de psycholoog is dat voldoende aanleiding voor een winterdip maar daarvan is niks wetenschappelijk bewezen. De Blue Monday was ook niet zo donker want de zon scheen. Niet overal, af en toe dreef er een flinke mistbank langs. Bij ons huis was de lucht strak blauw maar toen we de straat uit reden bleek dat we het eerstvolgende dorp in de polder niet konden zien wegens de mist. We wilden eigenlijk naar de Nieuwkoopse Plassen, maar besloten het dichter bij huis te zoeken. Bij de Zegerplas wisselden zon en mist elkaar af, hetgeen leidde tot feeërieke beelden. Ik zag er een overwinterende ooievaar en vroeg mij af hoeveel er daarvan nog zijn in Nederland. Ooievaars brengen normaal de winter door in Afrika. Maar sinds een herintroductieproject eind vorige eeuw (het ging al jaren slecht met de broedpopulatie) blijft een aantal ooievaars 's winters in Nederland. Ik zie ze vaak op lantaarnpalen langs de A4 zitten, en vraag me af waarom ze daar precies zitten; vanwege de warmte van de lampen misschien? Soms zitten er wel 10-12 ooievaars op die palen. Vanuit de 0-stand waren er in 1995 weer zo'n 275 broedparen en dat aantal is langzamerhand toegenomen naar zo'n 900 nesten in 2014. De jong geboren ooievaars vertrekken naar Afrika, maar de ooievaars die gefokt zijn bij de ooievaarstations blijven voor de winter in Nederland, aanvankelijk ook omdat ze vanuit de stations nog werden bijgevoerd. Dat bijvoeren is overigens al jaren geleden gestopt. Elk jaar worden in januari de overwinterende ooievaars geteld. Vorig jaar waren dat er rond de 750. Dit jaar lijkt de telling te stokken op 500 exemplaren. Er is dus sprake van een daling. De cijfers zijn echter nog niet definitief omdat niet alle tellingen binnen zijn. Het zou mooi zijn als de ooievaars hun natuurlijke trekgedrag weer gaan vertonen. Maar dat betekent dan geen ooievaars meer op een mistige winterdag.... De Stichting Ooievaars Research & Knowhow (STORK) houdt het wel en wee van de ooievaars in de gaten. Op hun site lees je meer over de geschiedenis van het herintroductieproject. Tegen verzendkosten (4 postzegels) kun je een brochure van 20 pagina's over de ooievaar bestellen.
Bekijk onze Blue Monday, de ooievaar en andere vogels in het filmpje.