Schorpioenvlieg

Schorpioenvlieg
Posts tonen met het label blauwe reiger. Alle posts tonen
Posts tonen met het label blauwe reiger. Alle posts tonen

zaterdag 20 juni 2026

De blauwe reiger weet wel raad met een invasieve rivierkreeft

Het terrein van futen en grauwe ganzen

In een van de laatste dagen van de meteorologische lente liep ik nog eens een rondje door het park om te kijken hoe het met de kuikens van de futen, ganzen en wilde eend was. Van het laatste wilde eendje was geen spoor meer te bekennen. Het nest was dus volledig mislukt. Het vrouwtje zwom nu samen met een woerd, wellicht gaan ze een tweede poging wagen. De broedsels van de grauwe ganzen en futen waren met respectievelijk vijf en drie jongen nog compleet. De jonge fuutjes doken zelf naar voedsel, maar bedelden soms ook om een makkelijk hapje. Uitrusten hoorde er ook bij, en dan vielen de strekoefeningen met de poten op :). 

Op het gras langs de vijver lagen de grauwe gansjes (inmiddels niet echt klein meer) op een kluitje in een wolk van dons. De volwassen veren staken al duidelijk af tussen het fluffy spul. Later zag ik ze op de andere oever in gevecht met een populierentak. Blijkbaar vinden ze die blaadjes erg lekker!

Verdroogde grassen kondigen de zomer aan

Op deze windstille ochtend viel ook al duidelijk op dat de grassen over hun hoogtepunt heen waren. Ze bloeiden nog maar werden ook al bruingeel: de verdroging die onmiskenbaar de zomer aankondigt. In tegenlicht waren de grasjes en andere planten zeer fotogeniek.

Brandnetel en vossenstaart in tegenlicht

Een blauwe reiger stond doodstil bij de kleine poel, loerend op een prooi. Ik bracht mijn camera in stelling en begon met filmen. Het duurde twee minuten eer hij resultaat had. Geen vis deze keer maar een Amerikaanse rivierkreeft. Ik keek met verbazing hoe de reiger die kreeft met scharen en al naar binnenwerkte!

Reiger op jacht

Helaas hebben de Amerikaanse rivierkreeften ook dit kleine poeltje al gekoloniseerd. Sinds 2016 staat deze soort op de lijst van invasieve exoten die zorgwekkend zijn voor de Europese Unie. Dit betekent onder andere dat levende exemplaren van deze soort niet langer in de Europese Unie mogen worden gehouden, ingevoerd, vervoerd, gecommercialiseerd, gekweekt, gebruikt, uitgewisseld noch vrijgelaten in de natuur. Overigens is het een verzamelnaam voor meerdere soorten rivierkreeften, die allemaal van het Amerikaanse continent afkomstig zijn. Op deze site kun je zien welke soorten dat zijn. 

De Amerikaanse rivierkreeften eten waterplanten, woelen de bodem om en verzwakken oevers. Hierdoor wordt het water troebel en verdwijnen leefgebieden van vissen, amfibieën en insecten met alle gevolgen van dien. Op de site van Zuid-Hollands Landschap las ik wat concrete voorbeelden hiervan.

  • In de Krimpenerwaard verdween in Polder de Nesse de krabbenscheer, en daarmee ook soorten die daarvan afhankelijk zijn, zoals de groene glazenmaker (een libellensoort).
  • Rond Haastrecht gingen amfibieënpoelen van ‘honderden klompen dril met eitjes’ naar nul; regionale uitsterving van beschermde soorten is hier een serieus scenario.
  • In diverse Natura 2000-gebieden in Vijfherenlanden zoals polder Achthoven en langs de Diefdijk valt voortplanting van bijvoorbeeld de bedreigde kamsalamander stil doordat waterplanten (waarin eitjes worden afgezet) verdwijnen en larven worden opgegeten.

Rode Amerikaanse rivierkreeft
Foto: Luc Hoogenstein - Own work, CC BY-SA 4.0, Wikimedia

Volgens een artikel op nos.nl zijn er inmiddels miljarden exotische rivierkreeften in Nederland, die de inheemse Europese rivierkreeft verdrongen hebben. Vijf jaar geleden al werden in een maand tijd ruim 11.000 rode Amerikaanse rivierkreeften gevangen in de Proosdijvijver in Ede. Onderzoekers rekenden erop dat ze er 2000-4000 zouden aantreffen. Dat was dus een behoorlijke onderschatting. En met die 11.000 kreeften was de vijver nog niet leeg. Er werd een vervolgactie gepland om te kunnen inschatten hoeveel er nog aanwezig waren. 

Aan het eind van mijn wandelrondje was de blauwe reiger nog steeds aan het vissen. En weer had hij - met een beetje geduld - een kreeft te pakken. Het is een kleine pleister op de wonde dat zo toch een minieme bijdrage wordt geleverd aan de bestrijding van deze biotoopverwoestende rivierkreeft. 

Een videoverslag van mijn waarnemingen kun je zien in dit filmpje. 




woensdag 31 december 2025

Wintervogels luiden 2025 uit

IJs op sloten en ondiepe plassen

Eindelijk zijn er wat winterse dagen met nachtvorst en een dun laagje ijs. De winterzon lokte me op de één na laatste dag van het jaar naar buiten. Als er ijs ligt op de sloten, dan zijn vogels vaak wat beter zichtbaar. Ze zijn gedwongen om uit de beschutting te komen naar plekjes waar het water nog open is en ze zitten vaak in grote groepen bij elkaar. 

De afgelopen maanden kwam de trek van wintergasten naar ons land niet zo op gang, maar ik denk dat de Scandinavische storm Johannes toch wat vogels heeft doen besluiten om mildere oorden op te zoeken. Tijdens een rondwandeling in park Zegersloot zag ik namelijk voor het eerst dit jaar een flinke troep kramsvogels. Ik herkende de vogels aan hun 'tjekkende' roep. Ze deden zich te goed aan de laatste meidoornbessen die onze lokale vogels aan de struiken hadden laten hangen.

Kramsvogel

Net als de zanglijster heeft de kramsvogel een gespikkelde borst, maar de grijze rug, zwarte staart en kastanjebruine 'mantel' zijn heel kenmerkend voor deze soort. In het oosten en zuidoosten van ons land broeden ze in kleine aantallen. Die vogels gaan op de vleugels zodra het hier koud wordt; ze vertoeven dan langs de Rhône en Loire in Frankrijk. De kramsvogels die we hier 's winters zien komen uit Noord- en Oost-Europa. 

Tussen een paar takken bij een stukje open water zat een winterkoninkje. Door de naam zou je denken dat dit vogeltje nu op zijn best is. Maar niets is minder waar. Hij houdt namelijk helemaal niet van extreme kou en sneeuw. Deze vogels eten graag insecten en die zijn bijna niet te vinden in een strenge winter. Ze verliezen dan veel van hun vetreserves en kunnen uiteindelijk doodgaan. Dat er veel winterkoninkjes in Nederland zijn, is te danken aan ons gematigde klimaat. Waar komt hun naam dan vandaan?, vroeg ik me af. Ik denk dat niemand dat echt weet, dus is er een leuk verhaaltje bij verzonnen. De winterkoning dankt zijn naam aan een fabeltje: de vogels besloten ooit een wedstrijd te organiseren wie het hoogst kon vliegen. De winnaar zou de koning der vogels worden. Het winterkoninkje won op slinkse wijze: hij verstopte zich in de veren van een arend en toen die niet hoger kon, vloog hij nog een stukje verder. Daarom staat zijn staartje nog steeds fier omhoog. Dat verklaart de naam 'koning'. Dat 'winter' staat er volgens verschillende bronnen bij omdat het een van de weinige vogels is die in de winter zingen.

'Koning' door list en bedrog :)

Een andere vogel die ik wel eens betrap op een winterliedje is de roodborst. De meeste roodborsten die je nu ziet zijn wintergasten uit het hoge noorden. Onze zomerse roodborsten zijn vertrokken naar zuidelijker landen. Als die noordse gasten arriveren dan bezetten ze een territorium en zingen daarbij hun ijle liedje. Roodborsten zijn zo fel territoriaal dat ze alleen in de paartijd even een tweede vogel in hun territorium dulden. Ik zag er één tussen een wirwar van takken, zijn (of haar) rode borstje vlamde in de winterzon.

Roodborst

Wilde eenden zijn nu op hun mooist. Na de rui hebben de woerden (mannetjeseenden) een prachtige groene kop gekregen, die onder invloed van lichtval ook blauw(ig) kan ogen. De meeste paren zijn nu gevormd, hoewel ik nog enkele achtervolgingen zag van mannetjes die een concurrent verjoegen.

Hoe mooier de kop, hoe fitter de woerd

Na een drukke huwelijksmarkt in het najaar, lijkt nu de rust weergekeerd en rusten de eenden in groepen op het ijs.

Rustende wilde eenden

Natuurlijk moet zo'n mooi verenpak goed onderhouden worden. Deze eend maakte tijdens zijn bad een koprol: beentjes omhoog :).

Onder toeziend oog van een buurman neemt deze eend een bad

Voor vogels die van open water afhankelijk zijn voor hun eten, zijn vorstperiodes een harde tijd. Op dit moment zijn er nog voldoende wakken om eten in het water te vinden. Een volwassen reiger kwam net aangestapt vanaf de waterkant en had blijkbaar zijn maag gevuld. 

Deze volwassen reiger had net gevist bij een wak

Even verderop zag ik een juveniele blauwe reiger. Een eerstejaars blauwe reiger (juveniel) heeft een dof, grijs verenkleed met minder contrast, mist de lange, zwarte sierveren op de kop en heeft een minder opvallende tekening dan een volwassen vogel. Deze jonge vogel stond ingespannen naar een stukje gras te staren, op een manier zoals reigers meestal aan de waterkant staan.

Juveniele reiger op zoek naar prooi

Blauwe reigers eten alles wat zij in ondiep water (zoet, brak en zelfs zout) kunnen vinden: kleine en grotere vissoorten, rivierkreeft (tegenwoordig zijn dat allemaal exotische soorten), salamanders en kikkers. Soms eten ze ook mollen en muizen als ze deze te pakken kunnen krijgen. Ik vermoed dat deze vogel een muisje op het spoor was. Op een gegeven moment sloeg hij toe en slikte iets door. Maar dat ging zo snel dat mijn camera het bij de winterse lichtomstandigheden niet bij kon houden.

Welke prooi heeft de blauwe reiger te pakken?

In de polders hebben we de afgelopen weken ontzettend veel grote zilverreigers gezien, soms wel een stuk of 8 à 10 binnen één kilometer. Met hun ranke nek en slanke gestalte onderscheiden ze zich van de ook volop aanwezige knobbelzwanen. In Zegersloot stond er één te vissen. De grote zilverreiger is van oorsprong een vogel uit het oostelijke, mediterrane gebied. Inmiddels heeft deze hagelwitte reiger ook in Nederland zijn plekje gevonden, je ziet ze 's zomers vooral in de Oostvaardersplassen. In de winter komen daar grote aantallen wintergasten bij in de weidegebieden. Die vogels komen waarschijnlijk uit Oost- (Polen), Zuidoost- (Oostenrijk/Zwitserland) en Zuid-Europa (Frankrijk).

Grote zilverreiger

De grote zilverreiger dook op een gegeven moment naar een prooi. Of dat succesvol was, kon ik helaas niet zien. Het voedsel van deze reiger is divers: naast hun lievelingskostje vis, eten ze ook kikkers, muizen, kleine vogels en mollen. 

Duik naar een prooi

Met deze parade van wintervogels sluit ik het blogjaar 2025 af. Mijn blogs zijn bijna 40.000 keer gelezen in de afgelopen 12 maanden. Ik wil hierbij alle vaste lezers en toevallige bezoekers bedanken voor hun belangstelling en ik hoop dat jullie volgend jaar mijn blogs weer weten te vinden.

Goede jaarwisseling en de allerbeste wensen voor 2026!

zaterdag 3 oktober 2020

Hoe de putter aan zijn naam komt

In de nazomer wandelden we een rondje over het landgoed Ingendael, in de vroege ochtend, voordat het te warm zou worden. Veel planten waren al uitgebloeid en hadden zaad in de aanbieding waar putters gretig gebruik van maakten om hun maagjes te vullen. Ze buitelden aan de slappe stengels en een jonkie werd helemaal bedolven onder het vruchtpluis van een akkerdistel. 

Putter

Ik was blij dat ze hier in alle vrijheid rondvlogen, want helaas worden er ook putters in kooitjes gehouden en de zogenaamde putterkooien worden op marktplaats nog aangeboden. Al in de Romeinse tijd werden deze kleurrijke vogeltjes met hun welluidende zang achter tralies gezet. Ergens in de eerste helft van de 19e eeuw werd vermeld dat de putters vooral tijdens de trek werden gevangen onder slagnetten. Het feit dat erbij geschreven staat dat 'het vleesch goed van smaak is', doet vermoeden dat de beestjes niet alleen in kooitjes verdwenen maar ook in de pan. Maar waarom heten de vogels puttertjes? Dat heeft te maken met het gemak waarmee de vogels kunstjes kunnen leren. Ze moesten werken voor hun eten en drinken. En daar komen die puttenkooien in beeld. Aan de zijkant van de kooi was een uitbouw met een gat aan de onderkant. Naast het gat hing een klein emmertje of vingerhoedje aan een kettinkje, dat reikte tot in een waterreservoir. De putter moest zijn drinken met snavel en pootjes naar boven takelen met het kettinkje. Aan de andere kant was er een soortgelijke constructie met een hellingbaan, waarover het puttertje een wagentje/sleetje met voer zijn kant op kon trekken. Vooral de Nederlandse vogelhouders lieten de putters werken voor de kost. Veel putterkooien waren rijk versierd en duur, het bezit ervan duidde op een zekere welstand. In de duurste varianten waren het emmertje en sleetje van zilver gemaakt. 

Putterkooi, foto Henk van Rijswijk

Misschien hielp het om de verveling in de kooitjes te verdrijven, maar ik zie de putters liever in het vrije veld. Je kunt de rest van onze wandeling in het filmpje zien; langs de bosrand met de Geul en over de bloemenweide waar we nog een paartje roodborsttapuit tegenkwamen. Het zijn typische vogels van open, droge terreinen met veel planten en een enkele struik. Rond deze tijd trekken ze naar Zuid-Europa of Noord-Afrika om in februari weer terug te keren naar ons land. Klik hier om het filmpje te bekijken. Let op: ook deze keer is er een bonusfilmpje; wederom een verslag vanuit mijn stadsparkje, daarover hieronder meer. 



In het stadspark zag ik op een ochtend een volwassen blauwe reiger in prachtig licht. Hij stond te azen op een visje in de sloot. Ik zag niks anders dan de reflectie van huizen in het water, maar de reiger had toch een succesvolle jacht. Hoe dat kan, heb ik al eens uitgelegd in mijn blog van 14 maart van dit jaar. Bekijk het parkfilmpje door hier te klikken; door de rust van het kabbelende water en andere beweging is het een echt zenfilmpje geworden :). 



zaterdag 14 maart 2020

Slimme aanpassingen in vogelkoppies

Nu de winter langzaam overgaat in de lente, gebeurt er weer wat in de natuur. De eerste bloemen bloeien, na de sneeuwklokjes zie ik nu overal het gele klein hoefblad met zijn ronde bloemhoofdjes en de eveneens gele sterretjes van het speenkruid. De blauwe reigers en ooievaars zijn al bezig met hun nesten en spechtenroffels klinken alom. Vorige week heb ik aandacht besteed aan ooievaarsnesten en vorig jaar wijdde ik een blog aan de nestelende blauwe reigers. Vandaag wil ik daarom stilstaan bij slimme aanpassingen van sommige vogels.

De ogen van de reiger zijn beter dan de duurste cameralens

Blauwe reiger
De blauwe reiger vangt zijn diner door doodstil te wachten en op het juiste moment bliksemsnel toe te slaan. Hij wordt daarbij geholpen door zijn uitstekende gezichtsvermogen, dat drie keer gedetailleerder is dan dat van ons, met een zeer goede diepte-waarneming. De ogen hebben een ingebouwde "zoomlens" waardoor de vogel onmiddellijk kan schakelen tussen telescopisch en macrozicht, dat waarschijnlijk even goed of beter is dan onze duurste cameralenzen. Als wij mensen in dezelfde situatie zouden verkeren als de reiger, zouden de meesten van ons verhongeren. Starend in het water zouden we niks zien door de schittering, de beweging van het oppervlak en onze eigen weerspiegeling. Zelfs als we een vis konden zien, zouden we de exacte locatie moeilijk kunnen beoordelen omdat het gebroken licht onze kijkhoek zou verstoren. De reiger heeft een ingebouwd polarisatiefilter om de schittering en reflecties uit het water te filteren. Vogels die heimelijk van boven het water vissen, moeten voor de lichtbreking corrigeren, vooral wanneer de vissen onder een hoek worden waargenomen. Ze zijn succesvoller in het vangen van vis wanneer er onder een scherpe hoek een prooi wordt geslagen, waarschijnlijk omdat de prooivissen de vogel vanuit die hoek niet kunnen zien. Een andere theorie is dat reigers werken met zo’n scherpe aanvalshoek omdat het verschil tussen de schijnbare en echte prooidiepte dan het kleinst is.
Grote bonte specht
Jos Zwarts - CC BY-SA 4.0,
wikimedia

Een roffelende specht krijgt geen hoofdpijn
De grote bonte specht in de film van deze week probeert vrouwtjes te attenderen op zijn aanwezigheid door te roffelen op een dode boomstam. Spechten doen dat met een snelheid van zeven meter per seconde.  Wanneer wij mensen met dezelfde snelheid als de specht tegen een boom aan zouden rammen, is de kans groot dat dat ons – letterlijke en figuurlijk – de kop kost; onze hersenen botsen tegen de schedel met alle gevolgen van dien. Maar de spechten lijkt het niet te deren, hun relatief kleine hersens zitten heel stevig in de schedel zodat ze geen kant op kunnen. Daarnaast hebben ze nauwelijks vocht rondom de hersenen die de schokgolven door kunnen geven. Een andere aanpassing is de vorm van de hersenen: die van de specht zijn heel glad waardoor schokgolven ook weer minder grip hebben dan bij onze kronkelige grijze cellen. Tenslotte spant de specht vlak voor de roffel zijn spieren, zodat de beenderen de schok opvangen en langs de hersenen leiden. Poolse onderzoekers hebben overigens vastgesteld dat spechten allemaal hun eigen roffel hebben!
Bekijk de dieren in het filmpje van deze week en bedenk welke slimme aanpassingen er zitten in die vogelkoppies! (E-mailabonnees klik hier).


zaterdag 9 maart 2019

Blauwe reigers in hun nesten

Blauwe reiger op het nest
Blauwe reigers nestelen in kolonies hoog in de bomen. Vooral elzenbomen vinden ze fijn, omdat die bovenin vertakken, hetgeen een prima platform voor een nest oplevert. Omdat ze zo hoog in de bomen zitten, verscholen achter takken en - momenteel - bloeiende elzenkatjes zijn ze moeilijk te filmen vanaf de grond. Al enkele jaren ga ik trouw eind februari/begin maart naar het Gouwebos in Boskoop om een kans te wagen. Het ene jaar ben ik te vroeg, dan zit er nog maar een enkeling op het nest, het andere jaar is de kolonie nauwelijks bevolkt. Dit jaar zat het mee, de reigers waren net begonnen om de nesten te bezetten en te bouwen of te verbeteren, waarom zou je immers dubbel werk doen als er nog een nest van vorig jaar geclaimd kan worden. De bestaande nesten zijn als eerste bezet door de reigers die daar vorig jaar al gebroed hebben, zij maken de nesten ieder jaar wat groter. Nieuwe paartjes moeten zelf wat in elkaar knutselen uit het niets, die zag ik met zijn tweeën bij een dunne laag takjes zitten. Het duurt nog even eer ze een starterswoning in deze Vinex-wijk hebben. Voor de reigers, die meestal doodstil langs de waterkant staan om een vis te verrassen met een snelle uithaal van hun scherpe snavel, is het leven hoog in de bomen niet gemakkelijk. Onhandig bewegen ze zich, met hun gewicht van rond de 2 kilo, over de dunne takken om te proberen er eentje los te trekken voor de bouw van het nest.
Duttende blauwe reiger met zwarte kuifveren
Hun snavel is rood/oranje in deze tijd van het jaar en ze hebben hun beste verenpak aangetrokken, met langere borstveren en mooie witte en zwarte kuifveren. In de film van deze week zie je die wapperen in de wind. Op de foto van de duttende reiger steken ze fier omhoog. In februari wordt vaak al gepaard en na een krappe maand komen de jongen uit het ei. Deze kuikens, vanwege hun warrige haardos ook wel 'punkers' genoemd, wegen dan maar 30 gram. Een halve kilo vis moeten de ouders elke dag zien te verzamelen om 4-6 jongen te voeden. Na 40 dagen zijn die dan net zo zwaar als hun ouders. In april of mei kunnen ze zelf vliegen. In Nederland zijn er zo'n 11.000 broedparen van blauwe reigers, verspreid over een kleine 500 kolonies. In de meeste kolonies zijn tussen de 15 en 20 nesten te vinden, maar de Friese kolonies hebben gemiddeld 30 nesten. Zuid-Holland telt met 107 stuks de meeste kolonies van alle provincies. Limburg en Flevoland moeten het ieder doen met maar 10 kolonies.

E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje met reigers op hun nesten te bekijken.



zaterdag 10 februari 2018

Er hangt iets in de lucht....

De maanden december en januari zijn donker en stil in de natuur. Begin februari verandert er iets. De dagen zijn al merkbaar langer. Er zijn subtiele signalen dat de hormonen weer beginnen te stromen. Als ik wakker word, al is het nog donker, hoor ik de wat schorre zang van de zanglijster door het open raam. Een paar dagen later hoor ik het 'piepende wieltje', zoals de zang van de heggenmus wel wordt genoemd. Ik zie nu ineens twéé heggenmussen in mijn tuin, die elkaar achterna zitten. Een mannetjeshuismus fladdert met zijn vleugels en probeert luid tjilpend een vrouwtje te verleiden. En op sommige dagen tinkelt het zilveren belletje van de pimpelmees. Op een zonnige middag trek ik er op uit. Het heeft vannacht flink gevroren. De wilde eenden zie ik in paren en niet meer in groepjes. De mannetjes zijn in prachtkleed, hun groene kop is fel van kleur en helder glanzend. De krakeenden baltsen nog en verschillende mannetjes verzamelen zich rond een vrouwtje in de hoop haar gunst te winnen.
Hazelaarkatjes zijn er altijd wel vroeg bij, deze winter bloeiden de eerste al voor de kerst. Nu bungelen ze als een gouden belofte in de wind. Het is even zoeken naar de piepkleine roze vrouwelijke bloempjes, maar die zijn zeker ook het bekijken waard. Ik hoor de eerste spechtenroffel. Maar natuurlijk verstopt die grote bonte specht zich weer aan de andere kant van de boom zodat ik hem niet kan zien. Ergens verderop klinkt een tweede roffel. Ja, ondanks de lage temperatuur hangt er echt voorjaar in de lucht.




Het winterlicht is prachtig en laat de eerste blaadjes van de vlier opgloeien tussen het grijze hout. Als een van de weinige soorten (misschien wel de enige) heeft deze struik geen beschermend hoesje om zijn knoppen. De hele winter steken de kleine blaadjes een beetje uit. Als het erg koud wordt, maakt de struik extra suikers aan in de blaadjes, als een soort antivries. Het groen kleurt dan paars door de anthocyanen in het blad. Even verderop grazen Galloway koeien. Ze hebben gezelschap van eksters en wel drie of vier blauwe reigers. Geduldig wachten de reigers op regenwormen die naar boven komen door het gestamp van de koeien. En misschien schrikt er ook een muis op door al dat gegraas. Dat vinden reigers ook een lekker hapje. Er zullen best nog winterse dagen komen, maar de lente ligt echt in het verschiet.


E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken.