Schorpioenvlieg

Schorpioenvlieg
Posts tonen met het label huismus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label huismus. Alle posts tonen

maandag 14 september 2026

Hoe gaat het met de huismussen in Nederland?

Met de titel bedoel ik vogels en niet de mensen die met een kop chocolademelk wegzakken in een gemakkelijke stoel nu de herfst nadert :). In 2016 schreef ik een Ode aan de mus, de tsjilpers die mij in groepen opvrolijken op donkere dagen. Kort geleden zat er nog eens een kluitje jonge mussen in onze tuin. Superleuk, maar ik had die mussen ook lange tijd gemist. Ik vroeg me af hoe het eigenlijk gaat met de huismussen in ons land. 

Jonge mussen in de avondzon in onze tuin

Sinds twee jaar doe ik in mijn wijk de MUS-telling van Sovon. Dat MUS staat voor Meetnet Urbane Soorten, dus het slaat niet direct op de mus als vogel. Maar binnen zo'n MUS-telling kun je wel mussen tellen, als je begrijpt wat ik bedoel... In de lente moet ik op twaalf door de computer aangewezen vaste punten in mijn postcodegebied alle vogels tellen. Op ieder punt precies vijf minuten; dat wordt getimed in een handige app waar ik ook de soorten en aantallen kan invoeren. Ik moet dit in totaal drie keer per voorjaar doen, twee keer in de vroege ochtend en één keer 's avonds. Het tijdbeslag valt dus mee, en als je de stadsvogels en hun geluiden een beetje kent is het prima te doen. Heb je zin om mee te doen, kijk dan even op de Sovonsite via bovengenoemde link of jouw postcodegebied nog een teller nodig heeft. 

Afijn, ik besloot eens te kijken hoeveel mussen ik geteld heb in mijn wijk tijdens die tellingen. Globaal herinner ik me dat ik huismussen erg weinig tegenkwam en slechts bij twee van de twaalf telpunten.

Weinig mussen tijdens de MUS-tellingen

In 2025 heb ik tijdens drie metingen totaal 9 huismussen geteld (respectievelijk 0, 6 en 3 in de verschillende tellingen), in 2026 telde ik er 8 (respectievelijk 1, 7 en 0). In onze tuin zagen we eind augustus op één avond 20 mussen, die gezellig in de klimroos zaten te zonnen en te poetsen. Dat is dus meer dan het totaal van die zes tellingen in twee jaar! 

Een deel van die twintig mussen in de klimroos

Sovon gebruikt de gegevens van alle MUS-tellers onder andere om trendgegevens te achterhalen: gaan vogelsoorten in aantal en verspreiding vooruit of achteruit. 2024 was het jaar van de huismus en daarvoor heeft Sovon in 2023 een voorstudie gepubliceerd. Daaraan heb ik dus nog geen steentje bijgedragen, want toen was ik nog niet gestart met tellen. Maar het kan mijn wijkcijfers wel in perspectief plaatsen. Gaat het overal zo slecht met de huismus?

In de samenvatting van het rapport lees ik meteen het goede en het slechte nieuws:
"De Huismus (Passer domesticus) is met een landelijke broedpopulatie van naar schatting 600.000 tot 1 miljoen paren een van de talrijkste broedvogels in Nederland en komt in bijna het hele land voor. Toch is de Huismus sinds 1980 met meer dan 60% afgenomen. Ook op Europees niveau is in de periode 1980-2021 de broedpopulatie van de Huismus met 64% afgenomen" (Reinartz R., Roodbergen M., Alefs P., Schoppers J., Wortel M. 2023. Voorstudie Jaar van de Huismus. Sovon-rapport 2023/74. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen). 

De mus is de meest voorkomende broedvogel in Nederland, maar verderop in het rapport lees ik dat dit ook komt omdat de merelaantallen sterk achteruit zijn gegaan door besmettingen met het usutuvirus. Dus de mus ging niet vooruit, maar de merel als voormalige nummer 1 ging achteruit, en zo schoof de mus een plaatsje op in de rangorde. 

Als ik kijk naar de trends per provincie dan komt mijn provincie Zuid-Holland er niet goed af, het aantal mussen is hier op de lange termijn afgenomen. Het goede nieuws is dat er een stijging te zien is in Drenthe en Noord-Holland. Voor de korte termijn is de mussenpopulatie in de meeste provincies stabiel.


Maar hoe kunnen we de trend keren en zorgen voor meer mussen? Dan moeten we eerst kijken naar de oorzaken van de afname. Minder groen in de steden leidt tot minder voedsel en minder schuilmogelijkheden. Onze huizen worden 'dichtgespijkerd' om te isoleren en hiermee verdwijnt er nestgelegenheid voor de musjes, die het liefst broeden in gaten en holen onder dakpannen. Pesticidegebruik in achtertuinen betekent dat de musjes vergiftigd worden als ze plantenzaden eten of insecten verschalken die stuifmeel en nectar van bespoten planten hebben opgepikt. 
Sperwers en huiskatten pakken regelmatig een huismusje en dat doet ook geen goed. Tenslotte zijn er meer parasieten en ziekteverwekkers waar de musjes onder lijden.

Op het platteland zijn er ook verschillende redenen waarom de mussen minder te eten hebben: de omschakeling van graan naar maïs, het verlies van stoppelvelden, het gebruik van herbiciden en efficiënter oogsten. Dat leidt deels tot minder verspilling, maar de mussen kunnen geen 'graantje meer meepikken'. 

Poetsende mus in mijn onbespoten tuin vol met zaden
van planten en aangewaaid 'onkruid'

Wat kun je zelf doen om mussen te helpen? 

Zorg voor een groene tuin, met weinig verharding. Plant zoveel mogelijk onbespoten inheemse planten die zaden produceren voor de mussen. In het voorjaar hebben mussen insecten nodig voor hun jongen. Die inheemse planten bloeien dan en trekken insecten aan voor de bestuiving. Primadeluxe voor de mussen dus. 
Geef de paardenbloemen in je gazon een kans, mussen zijn dol op de zaden! Een open plekje met zanderige bodem is ideaal voor een mussenzandbad. Hiermee kunnen ze parasieten te lijf gaan en letterlijk van zich afschudden. En heb je een kat? Bind die dan een belletje aan zodat de musjes tijdig gealarmeerd worden en kunnen vluchten.

Om het gebrek aan nestgelegenheid op te lossen kun je mussenkasten ophangen. Mussen zijn koloniebroeders, dus mussenkasten combineren meerdere 'woningen'. Ik heb er één met drie kastjes-in-een. Daar broedt meestal één koolmezenpaartje in. Een paar straten van ons huis zijn namelijk woningen waar de mussen onder de dakpannen kunnen broeden. Dat vinden ze nog net een stukje fijner. 

Kijk zo voor de winter nog eens kritisch naar je tuin. Het is nu een goed moment om nieuwe bloemen en struiken te planten. Hopelijk heb je met een paar aanpassingen volgend jaar ook twintig mussen in je tuin. En woon je in mijn postcodegebied, dan ga ik volgend jaar jouw mussen meetellen!

zaterdag 9 februari 2019

Kramsvogel op strooptocht

Kramsvogels leven in groepen
Foto: Jerzystrzelecki
Een paar sneeuwdagen zorgden de afgelopen twee weken voor wat lichte toetsen in het grauwe winterweer. De tuin was voller met vogels dan anders, ze maakten gretig gebruik van de feeders en toonden voor het eerst interesse in de sierappeltjes die met honderden in het boompje bungelden. Het valt me op dat de appeltjes altijd blijven hangen tot de vorst er over heen is geweest. Dan worden ze blijkbaar smakelijker, of zachter (of allebei). Naast de gebruikelijke mussen, merels en vinken, dook ook een heggenmus op. Twee dagen eerder had ik zijn zang al gehoord, een teken dat de lente er aan komt, al kan dan nog even duren. Deze keer hadden we een bijzondere gast: een kramsvogel deed zich te goed aan de sierappeltjes. Waar vier merels elkaars aanwezigheid duldden (dat is lang niet altijd het geval), was de kramsvogel gedecideerd in zijn gedrag: dit was zijn/haar plek en de merels moesten hun heil maar elders zoeken. De merels deden dat, een teken dat de kramsvogel toch hoger in de hiërarchie staat, hoewel beide lijstersoorten ongeveer even groot zijn.
Sierappeltjes
Voor mij was het een mooie gelegenheid om de kramsvogel eens van dichtbij te bekijken en te filmen, want meestal zijn deze vogels schuw en snel verstoord. In Salland filmde ik ze al eens op afstand, maar toen ik dichterbij kwam waren de vogels gevlogen. In het Sallandse filmpje zie je dat ze met een groep zijn, dat is typerend voor kramsvogels in vergelijking met andere lijsters zoals merels en zanglijsters. Vorig jaar februari zag een waarnemer in Drenthe een groep van maar liefst 20.000 vogels! 's Zomers eten kramsvogels vooral dierlijk voedsel zoals slakken, wormen, insecten en spinnen. In de herfst en winter staan lijsterbessen en vruchten van meidoorn, vuurdoorn, hulst en hondsroos op het menu. Als die op zijn eten ze in de late winter ook wel appels, koolrapen, graan en zaden. In zeer barre tijden zoeken ze zelfs weekdieren langs de kust of in moerassen.
Kramsvogel in onze tuin

Limburgse appels: niet voor de Russen maar voor de kramsvogels
Een mooi verhaal over appeletende kramsvogels las ik op de site van Sovon vogelonderzoek. In januari 2015 kwamen meer dan 10.000 kramsvogels af op de appels in Zuid-Limburg die vanwege de Russische boycot niet geoogst waren. De Russen boycotten destijds Nederlands fruit als reactie op westerse boycotmaatregelen richting Rusland wegens spanningen in de Oekraïne. Veel fruittelers in plaatsen als Valkenburg, Sibbe, Eys en Margraten konden hun appels niet meer verkopen en lieten ze in de boomgaard achter. Die gift werd in dank aanvaard door de kramsvogels, die overigens waarschijnlijk vanuit Rusland naar ons land waren gekomen om te overwinteren. Dus misschien aten Russische vogels de appels die voor Russische consumenten bedoeld waren.
In mijn tuin zaten geen 10.000 kramsvogels, ik moest het doen met één exemplaar. Een geringde vogel, maar helaas kon ik de ringgegevens niet aflezen. Ik zal dus nooit weten of dit (ook) een Russische toerist was. In ieder geval is de sierappelboom inmiddels volledig kaal gegeten, dus voorlopig geen gasten meer voor de appeltjes.....
E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje van deze week te bekijken.


donderdag 15 december 2016

Ode aan de mus



Wat maakt me vrolijk op een mistige decemberdag? Het tsjilpen van een groep mussen! Al meer dan 10.000 jaar leven deze vogeltjes in de nabijheid van mensen. Hun belangrijkste voedsel zijn graszaden en granen. Daarvoor vliegen ze niet verder dan enkele kilometers van hun geboorteplek. Mussen houden zich op in ruigten met planten zoals ganzenvoet, varkensgras en vogelmuur. Graanakkers en graanopslag zijn ook zeer welkome voedingsbronnen. Vanaf november bungelt er aan mijn pergola daarom een voederbuis met onkruidzaden. De mussen hebben zich dan al een tijdje niet laten zien in mijn tuin. Na de broedtijd vertrokken ze naar voedselgebieden buiten de stad, om te ruien en een graantje mee te pikken van de oogst. Tussen augustus en november keren ze terug naar hun nestgebied, waar de nestplekken alweer verdeeld worden. Mussen zijn sociale broeders; je vindt veel nesten bij elkaar. Er wordt gesjanst over en weer en soms leidt dat in september nog tot een nieuw nestje. In de winter concentreren de mussengroepen zich op het vinden van goede fourageerplekken. Zo komen ze dus bij mijn voederbuis terecht. Meestal duurt het even eer ze door hebben dat er voedsel te vinden is, maar dan vliegen de kilo's zaad er doorheen. Ze vechten om de beste plekjes en eten gulzig en slordig van de zaden. Als beloning krijg ik regelmatig een opwekkend tsjilpconcert van ze. Naar hun fourageergedrag zijn allerlei studies gedaan. In groepjes eten de mussen variërend van 2-30 minuten (vaak tussen de 2-10 minuten). Op een bepaald moment vliegen enkele mussen op en meteen volgt de groep. Ze verschansen zich in een boom of heg en het is even rustig. Dan hipt één van de mussen naar de top van de boom of struik en begint te tsjilpen. Al snel valt het koor in. Volgens de boeken is dat het sein om naar een volgend voedergebied te vertrekken. In de praktijk van mijn tuin vallen ze dan gewoon opnieuw aan op de zaden in de voederbuis. Om vervolgens weer in de struiken te duiken. Zo kan ik meerdere keren van hun tsjilpconcert genieten. Een echte win/winsituatie!