In mijn jeugd waren ze niet weg te denken uit graanvelden, nu zie je ze alleen nog bij uitzondering: de felle rood/oranje bloemen van de klaproos. Ze vormden meestal een trio met de blauwe korenbloemen en gele ganzenbloemen. Al die planten zijn trouwens van oorsprong niet Nederlands. Ze zijn meegelift met het eerste zaaigraan dat landbouwers 7500 jaar geleden meebrachten uit Zuid-Oost Europa. Klaprozen kiemen op voedselarme grond die bewerkt wordt. Na de Eerste Wereldoorlog bloeiden ze in Engeland massaal op de puinhopen van gebombardeerde steden. Daarom dragen Engelsen vaak een (namaak)klaproos in hun knoopsgat bij herdenkingen van deze oorlog.
De zaden kunnen rustig tientallen jaren in de grond zitten. Daar wachten ze tot de omstandigheden om te kiemen goed zijn. De zaadjes groeien in de mooie groene zaadbollen die je in het filmpje ziet. De zaden rijpen en de bol en de stengel verdroogt. Als de stengel niet meer flexibel is, 'rammelt' de wind de zaden uit de doos, die kleine gaatjes aan de bovenkant heeft. Als een zoutvaatje strooit de plant er zo met enige regelmaat een aantal uit. Per zaadbol zijn er ongeveer 100-150 zaadjes.
De bloem geeft geen nectar, dus vlinders hebben er niks aan. Maar bijen, zweefvliegen en hommels lusten graag het stuifmeel van de plant.
Blijft natuurlijk de vraag hoe deze mooie bloem aan zijn naam komt: als je een bloemblaadje tot een zakje vouwt en er op slaat, hoor je een klap.
In Limburg kwam ik nog een tarweveld tegen waar, in ieder geval langs de randen, nog wat klaprozen en korenbloemen bloeiden. Een stukje jeugdsentiment in het filmpje van deze week.
E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken.
Akkeronkruiden waren in mijn jeugd de gewoonste zaak van de wereld. Tussen het graan groeiden altijd wel klaprozen en korenbloemen. Nu zijn zeker de hemelsblauwe korenbloemen een zeldzame verschijning geworden. De korenbloem kent een grillige geschiedenis. Na de laatste ijstijd (zo'n 10.000 jaar geleden) was er in Nederland een boomloze steppe-toendra en de korenbloem was daarin heel algemeen. Naarmate de temperaturen opliepen, ontwikkelde zich meer bos. Dat is niet het landschap waar de korenbloem zich thuis voelt. Maar....de plant maakte een comeback na tientallen eeuwen van afwezigheid. En wel met de granen die in de middeleeuwen vanuit zuidoostelijker gebieden werden geïntroduceerd in Nederland. Met haar lange stengel en smalle bladeren paste de korenbloem makkelijk tussen de graanhalmen. Toenemende bemesting van de graanakkers en het beter opschonen van het zaad (waarbij andere zaden dan granen eruit gehaald worden) hebben geleid tot een sterke vermindering van de akkerbloemen sinds de jaren 70 van de vorige eeuw.
Zo zag een graanakker er vroeger uit.
Deze foto heb ik gemaakt in de heemtuin Leiderdorp
Ook het dichter op elkaar planten van de granen hielp daarbij niet. Voor de boeren levert dat wel een grotere oogst per vierkante meter op natuurlijk. Overigens wordt bij het kweken tegenwoordig de voorkeur gegeven aan kortere graanstengels, zodat de wind minder schade kan aanrichten en het graan minder snel 'platslaat'. Af en toe kom ik de prachtige korenbloem nog tegen in bloeiende bermen, vaak zijn ze ingezaaid. Maar hopelijk verspreiden deze hemelsblauwe bloemen zich over enige tijd weer zelf. In het filmpje zie je niet alleen de korenbloem, maar tal van andere wilde bloemen bloeien in de Ridderbuurt/Alphen aan den Rijn. Geniet ervan, zo hoort een zomerweide eruit te zien! Niet alleen voor ons, maar ook (of vooral) voor bijen, vlinders en andere insecten die op die manier gemakkelijker aan voedsel kunnen komen. Bermen, onbenutte plekjes op bedrijventerreinen, een hoekje in je tuin - alle kleine beetjes helpen. Lees hoe je dat kunt doen op bijenlandschap.nl. Als je al veel bijen in je tuin hebt, kun je met deze gratis zoekkaart kijken om welke soorten het gaat. Zie je in het filmpje trouwens die insecten zo mooi boven elkaar vliegen (boven de paarse bloem)? Dat zijn zweefvliegen. Het vrouwtje zit te eten op de bloem en die zweefvliegen erboven zijn allemaal mannetjes die met haar willen paren.