Posts tonen met het label Reeuwijkse Plassen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Reeuwijkse Plassen. Alle posts tonen

woensdag 10 januari 2024

IJspegels van boomvocht

Allereerst wens ik alle lezers en abonnees van mijn blog een mooi, gezond en hopelijk vredig(er) 2024. Met veel mooie natuurervaringen natuurlijk!

Reeuwijkse Plassen

Afgelopen maandag was het weer eens tijd voor ons jaarlijkse winterbezoek aan de Reeuwijkse Plassen. Hiervan heb ik in de afgelopen jaren regelmatig verslag gedaan in deze blogjes. In de nacht van zondag op maandag had het voor het eerst gevroren. Sloten waren dichtgevroren, maar nog lang niet overal. Toch was het op de plas al weer een drukte van belang met duizenden smienten en overige eenden. Dat is altijd een indrukwekkend gezicht. Om dat te ervaren kun je de filmpjes bij de eerdere blogjes bekijken. Wij hebben deze keer echter nog een ander interessant fenomeen waargenomen. Langs de Lecksdijk staat een flinke rij knotwilgen. Bij zeker 15% van die bomen zagen we ijspegels uit de schors komen. Er was vocht uit de stam gedropen en dit was zelfs bij de matige vorst van -1 graad Celsius tot een indrukwekkende pegel gevormd.

Een nieuw verschijnsel voor mij. Ik doe navraag bij Naturalis

Het vocht kwam uit scheuren in de schors en de pegel had een beigebruine kleur. Echt verklaren konden we dit verschijnsel niet. Thuis gekomen probeerde ik op internet meer aan de weet te komen over deze 'boompegels', maar ik kon niets vinden. Vervolgens probeerde ik uit te vinden waar je natuurvragen kunt stellen en ik kwam erachter dat Naturalis zo'n service heeft. Ik stuurde hen maandagavond een mail en kreeg woensdagochtend al antwoord van een informatiespecialist. Zij liet me weten dat ze een paar jaar geleden een vergelijkbare vraag hadden gekregen. Zelfs de Naturalis-specialist, houtanatoom Pieter Baas, wist het antwoord niet onmiddellijk. Hij heeft toen geïnformeerd bij (internationale) collega's over het fenomeen van de bloedende knotwilgen. 

Met internationale hulp wordt het verschijnsel ontrafeld

"Peter Gasson uit Kew Gardens (UK) stuurde hem een link over "rotting willows", informatie die helaas niet meer online staat, maar het heeft ermee te maken dat een wilg als gevolg van knotten makkelijk een bacteriële aantasting van het hout kan oplopen. Daar zal de wilg niet snel aan doodgaan, maar hij gaat wel over tot slijmproductie die door groeven in de bast naar buiten kan treden. Dat slijm kan onder winterse omstandigheden bevriezen en gekleurde pegels vormen. Met een beetje vorst kun je dus meerdere knotwilgen met slijmpegels tegenkomen", zo werd mij verteld door de informatiespecialist van Naturalis. 

Het raadsel is opgelost!
Zo heb ik weer wat geleerd en jullie ook :). Mocht je nog een winterwandeling kunnen maken tijdens deze (korte) vorstperiode, let dan eens extra op knotwilgen. Zie je deze pegels ook? Laat het me weten via de reactiemogelijkheid onder deze blog. 

Overigens is mijn blog rond oud en nieuw de 100.000 views gepasseerd (en we naderen de 500ste blog; dit is nummer 490). Een mijlpaal waar ik binnenkort een winactie aan koppel! Dus houd mijn blog in de gaten (of abonneer je op automatische e-mails als er een nieuwe blog verschijnt). 



vrijdag 21 januari 2022

Oog in oog met de torenvalk

Mijn wens is om nog eens de Reeuwijkse Plassen vast te leggen bij een mooie zonsopgang in de winter, wanneer veel watervogels de plassen bevolken. Dat was nog steeds niet gelukt, maar op basis van de weersvoorspelling besloten we het er nog maar eens op te wagen. In het donker vertrokken we richting Reeuwijk. Achter ons was de lucht helder, maar in het oosten hing een dikke laag bewolking die onder invloed van de wind voortjoeg in het zwerk. Ik legde de blauwgrijze wolkenmassa vast in de hoop dat de zon er doorheen zou breken, maar dat was ijdele hoop.... De zon deed af en toe haar best maar meer dan wat flauwe zonnestralen en een paar 'gouden' momentjes leverde het niet op. Op de plassen dobberden flinke aantallen smienten, tafeleenden en kuifeenden, maar minder dan andere jaren. Toen bezochten we de plassen in een periode van vorst; als de sloten bevroren zijn trekken de vogels naar dieper water, zoals de Reeuwijkse Plassen waar het water open blijft. Ook in de weilanden zagen we minder ganzen dan anders. Een mooie waarneming betrof een torenvalkje op een hek in het weiland. Het was een mannetje; die onderscheiden zich van de vrouwtjes door een leigrijze kop en staart, het verenkleed van de vrouwtjes kenmerkt zich door uitsluitend bruine tinten. Hij zat er erg op zijn gemak en leek geen haast te hebben. Misschien hij zijn dagelijkse rantsoen van vijf muizen vandaag al te pakken of zat hij moed te verzamelen om op jacht te gaan.

Torenvalken eten het liefst (veld)muizen 
en hebben er gemiddeld vijf per dag nodig
Tekening: Jos Zwarts, CC BY-SA 4.0, wikimedia

Hij keek ons met een priemende, geïnteresseerde blik aan, maar ik kon de camera laten snorren zonder hem te verjagen. In verhouding tot de kop zijn de ogen heel groot, ze zijn zijwaarts gericht voor een breed blikveld. Omdat de ogen zo groot zijn dat er bijna geen spieren meer bij kunnen in de oogkas zitten de ogen klem in de kas en bewegen ze niet. Wij kunnen naar links en rechts kijken door onze ogen te bewegen, vogels moeten daarvoor hun (wendbare) kop draaien. Het oog van de torenvalk is erg bol, hierdoor zien ze een kleiner deel van de omgeving, maar wel ontzettend gedetailleerd. 

Torenvalk, man te herkennen
aan de grijze kop en staart

Net als bij mensen hebben vogels staafjes (voor het zien van licht en donker) en kegeltjes (voor het zien van kleuren) in hun ogen. De kegeltjes van vogels zien ook ultraviolet licht, dat voor mensenogen onzichtbaar is. Muizenurine reflecteert UV-licht, dus dat is voor torenvalken een mooi middel om hun prooien op te sporen. Muizen zijn gewoontedieren: ze nemen altijd dezelfde paadjes en markeren die met urine. Enkele momenten per dag komen ze uit hun holletjes en dan zijn ze even actief boven de grond. In de winter komen ze minder vaak naar 'boven' dan in de zomer, vaak alleen om zich te ontlasten. Dus dan is het geduldige wachten van een torenvalk een slimme strategie. Hoe feller het UV-licht (dat de valken zien zoals wij rood en paars zien), hoe dichterbij is het muisje. Het torenvalkje speurde niet naar de grond maar nam de omgeving in zich op. We lieten hem lekker zitten en maakten het wandelrondje langs de plassen af. Aan het eind zagen we nog een poetsende brilduiker. Over dit mooie eendje schreef ik al eens eerder een blog (klik hier). 

Bekijk het filmpje met Hollandse wolkenpartijen, de torenvalk en overwinterende eenden door hier te klikken




zaterdag 6 februari 2021

Brandganzen en klimaatverandering

Baltsende brilduiker

Elk jaar wandelen we in de tweede helft van januari een rondje om de Reeuwijkse Plassen. Deze keer op een maandag, zo vroeg mogelijk, om andere wandelaars te ontlopen. Dat laatste lukte niet helemaal, maar het was minder druk dan het op een zondag zou zijn geweest. De Reeuwijkse Plassen zijn vooral in de winter een pleisterplaats voor duizenden watervogels. Zeker als omliggende sloten zijn bevroren kunnen zich hier enorme aantallen vogels ophouden. Zo ook deze dag: enorme aantallen smienten, flink wat knobbelzwanen, een stuk of wat brilduikers (waarvan er eentje zijn mooie baltsgedrag liet zien) en meer ganzen dan we ooit eerder op de Plassen hadden waargenomen. Niet alleen op het water, maar ook op de naastgelegen weilanden zagen we grauwe ganzen, kolganzen (met een witte verenrand bij de snavel) en de prachtige zwart/wit/grijze brandganzen. Die elegante soort is mijn favoriet onder de ganzen. In de winter zijn brandganzen in grote aantallen (rond de 800.000) in Nederland te vinden, we zien ze vaak op Texel en in Zeeland. Een kleine groep van ongeveer 20.000 broedt in ons land, maar de meeste overwinteraars vertrekken naar broedgebieden rond de Barentszzee als de sneeuw daar gesmolten is. 

Illustratie Jos Zwarts CC BY-SA 4.0, wikimedia

Daarmee krijgen ze echter te maken met een probleem: klimaatverandering gaat drie keer sneller in het hoge noorden vergeleken met de rest van de wereld. Het voorjaar begint er steeds eerder, en daardoor kunnen trekvogels uit het zuiden te laat aankomen op de toendra. Ze missen dan de voedselpiek: de meeste insecten of de beste kwaliteit gras, belangrijk voor hun kuikens om snel te kunnen opgroeien. De Nederlandse onderzoeker Thomas Lameris is gepromoveerd op dit onderwerp en deed veel studie naar de brandganzen. In feite moeten de vogels eerder vertrekken uit hun overwinteringsgebieden om een succesvol broedseizoen te hebben. Maar hoe moeten ze weten wanneer ze kunnen vertrekken; ze hebben geen weerapp om te zien of er nog sneeuw ligt in het broedgebied. En ze kunnen ook weer niet te vroeg vertrekken, want voor de lange vlucht naar Siberië moeten ze voldoende opgevet zijn. Uit het onderzoek van Thomas blijkt dat de brandganzen vanaf een bepaald vast moment gaan opvetten. Dat moment wordt bepaald door de daglengte; en die verandert niet mee met het klimaat....

Op een gegeven moment vertrekken de opgevette ganzen richting Duitsland en volgen de kust van Denemarken, Zuid Zweden en vliegen om Finland heen naar de Barendszzee. Op hun trek belanden ze telkens in een gebied waar op dat moment het jonge gras in goede conditie is. Althans, dat was vroeger zo. Nu merken de ganzen steeds vaker dat het beste gras al weer weg is. Op zo'n moment blijven ze korter in de rustgebieden onderweg en vliegen sneller door naar het noorden. Gek genoeg gaan ze daar dan niet meteen broeden, maar zorgen ze eerst dat hun lichaamsconditie weer optimaal wordt door flink te grazen: inhalen wat ze onderweg hebben gemist. Dus een vroeg voorjaar leidt tot minder broedsucces omdat het beste voedsel op is voor de kuikens komen. 

Van brandganzen die in de jaren 90 in Nederland zijn gaan broeden weten we dat ze dat in de loop van die dertig jaar 2 maanden vroeger zijn gaan doen. Daarmee lopen ze echter nog steeds achter de feiten (lees het beste gras) aan. 

Bekijk de vele watervogels in het filmpje door hier te klikken.



woensdag 3 juni 2020

De wedloop tussen de kleine karekiet en de koekoek

Kleine karekiet
Met Hemelvaart zijn we gaan 'dauwtrappen' bij de Reeuwijkse Plassen. In de Reeuwijkse Hout parelden de waterdruppels op de alom tegenwoordige grassen en mist steeg op uit de sloten. Overal om ons heen klonk vogelzang. Toen we wat meer in het open moerasgebied kwamen, hoorden we vooral de rietvogels: rietzanger, kleine karekiet en in een boomtop kraste de grasmus zijn lied. Bij ons tripje naar de Wijde Aa lukte het niet om de kleine karekieten in beeld te krijgen, maar op deze dag had ik geluk. In de wat bredere rietkragen lieten ze zich makkelijker spotten. Op twee plaatsen langs de plassen zong koekoeken. Die wilden aan hun vrouwtjes laten weten dat er hier genoeg karekietennestjes zijn om een ei in te leggen. De kleine karekiet is een belangrijke waardvogel voor deze broedparasiet. Koekoekvrouwtjes die in een karekietnestje ter wereld zijn gekomen zullen op hun beurt een ei in zo'n nestje leggen.
Eieren van koekoek (groot) en kleine karekiet
Bron: By Chiswick Chap - Own work, wikimedia
Hiervoor wacht het vrouwtje tot de karekiet enkele eieren heeft gelegd. Op het moment dat de karekieten even niet bij het nestje zijn (ze beginnen pas met broeden als het legsel compleet is), daalt ze neer op het nest, legt bliksemsnel een ei en eet één karekiet-ei op, zodat het aantal eieren in het nestje niet verandert. Het koekoeksei is iets groter dan dat van de karekiet maar lijkt er verder qua kleur en tekening veel op. Toch is het de vraag hoe het komt dat de karekieten een vreemd ei in hun nestje tolereren. Dat is het gevolg van een lange wedloop. Al meer dan een eeuw geleden werd vastgesteld dat slecht lijkende eieren door de karekieten werden afgestoten. Koekoeken die minder goed nagebootste eieren leggen sterven op die manier uit. Dat afstoten gebeurt op twee manieren: het vreemde ei wordt uit het nest gegooid, of het hele nest wordt verlaten. In dat laatste geval ontmantelen ze het nest om het op korte afstand weer op te bouwen òf ze bouwen een tweede nest bovenop het eerste. Het oude legsel wordt gewoonweg bedolven onder de bodem van het nieuwe. Door in hun territorium te blijven, en in het laatste geval dus op de exacte locatie, hopen de karekieten waarschijnlijk dat de koekoek blijft denken dat dit nestje al 'voorzien' is van een koekoeksei.
Koekoek (man)
Hoewel het lekker makkelijk lijkt om je kroost te laten opvoeden door anderen, hebben koekoekvrouwtjes heus niet altijd succes. Uit Engels onderzoek blijkt dat in ongeveer 5% van de karekietennestjes een koekoeksei wordt gelegd. Een aantal karekietnestjes is gewoonweg onvoldoende bereikbaar voor de koekoek. Want om in de gaten te houden wanneer een nestje voldoende eieren heeft om er een eigen ei in te leggen, moet de koekoek gebruik maken van een uitkijkpost, bijv. een hoge boom. Van de karekietnesten binnen een straal van 5 meter rond zo'n uitkijkpost 'ontvangt' één op de vijf een koekoeksei. Tussen de 5 en 10 meter is dat nog maar één op de tien en verder dan 20 meter van de boom wordt er maar in één op de honderd nesten een koekoeksei gelegd. De kleine karekiet kan dus het beste broeden in uitgestrekte rietvelden zonder bomen, daar is de kans op een cadeautje van de koekoek het kleinst. En als de koekoek er in slaagt om een ei te dumpen in zo'n nestje, is er altijd nog de kans dat de karekieten het door hebben en zich ontdoen van het ei. Bekijk en beluister veel verschillende vogels (onder andere ook een krooneend en Indische gans met kleintjes) en hun uitbundige zang in de film door hier te klikken.


zaterdag 1 februari 2020

Baltsende brilduikers

Brilduikers
Bron: wikimedia, Richard Crossley -
The Crossley ID Guide Britain and Ireland
Midden januari maakten we onze traditionele wandeling rond de Reeuwijkse Plassen, waar tienduizenden en soms honderdduizenden vogels overwinteren. Toevallig waren we er vorig jaar precies op dezelfde dag, maar zoveel vogels als in 2019 waren er dit jaar niet. Toch viel er wat bijzonders te beleven. Al jaren kijk ik er naar uit om het baltsgedrag van brilduikers vast te leggen om aan jullie te laten zien. Maar brilduikers zijn niet dik gezaaid in Nederland en behoorlijk schuw. In een bepaalde hoek van de plas zagen we er altijd drie of vier, maar zodra we stopten met lopen maakten ze zich uit de voeten. Eén keer had ik door de verrekijker een baltsend mannetje gezien, maar het was zelfs voor de telelens te ver weg. Op deze dag had ik meer geluk. In de bekende hoek hield zich een groep van wel 13 brilduikers op. Waarschijnlijk hadden ze het zo druk met elkaar imponeren dat ze wat minder voorzichtig waren dan anders, waardoor ik ze - nog steeds wel van een afstand - kon filmen. De mannetjes hebben subtiele streepjes op hun witte lijf en een donkergroene kop, die er door het bewolkte weer eerder zwart uitzag. Het 'brilletje' in de vorm van witte vlekken achter de snavel was niet te missen. Vrouwtjes zijn grijsbruin met een kastanjebruine kop. In het Engels heten de vogels 'goldeneye', naar hun goudgele ogen. Honderdtien jaar geleden beschreef Charles W. Townsend het baltsgedrag van de brilduiker in een wetenschappelijk artikel als volgt: één of meerdere mannetjes zwemmen ongeduldig rond een vrouwtje. Hun kopveren zijn opgezet, zodat hun hoofd groot lijkt en hun nek slank. Het hoofd wordt vooruitgestoken, vlak boven het water dat ze soms aanraken.

Baltsende brilduikers
Illustratie Jos Zwart - wikimedia
Dan richt hij zich plotseling op, steekt de snavel omhoog en maakt een raspend geluid (beluister dit op de site van de Vogelbescherming). Om vervolgens zijn achterhoofd met een snelle beweging op zijn romp te leggen. Bij het terugveren van de nek trappelt hij zijn oranje poten soms boven het water uit. Het vrouwtje antwoordt af en toe door haar hoofd ook boven het water te brengen of haar snavel omhoog te steken. De kop achteroverleggen doet ze niet, als je dat ziet kun je te maken hebben met een onvolwassen mannetje, die een verenkleed heeft dat veel op een vrouwtje lijkt. In mijn filmpje van deze week (e-mailabonnees klik hier) kun je zien dat het baltsgedrag sinds 1910 niet veranderd is. In de loop van februari trekken de vogels naar het noorden om te gaan broeden. Wil je ze voor die tijd nog zien, kijk dan op waarneming.nl of er brilduikers bij jou in de buurt waargenomen zijn. In het zoekscherm kun je onder de knop 'filter' jouw provincie kiezen.

  

zaterdag 2 februari 2019

70.000 smienten en 1 geoorde fuut

Smient vrouw en man,
foto: Alpsdake via wikimedia.org
Wanneer het flink vriest en veel oppervlaktewater is bevroren, is het onze traditie om een rondje Reeuwijkse Plassen te lopen. Plas Broekvelden (in de volksmond: de surfplas) bij Reeuwijk is relatief diep ten opzichte van het water er omheen en blijft dus lang open. Tienduizenden vogels verzamelen zich dan hier op het water voor rust en voedsel. En deze dag waren dat er nòg meer dan anders. Vogelliefhebbers spraken ons aan en raakten niet uitgepraat waardoor ons rondje nog trager verliep dan anders en we het laatste stuk in het donker moesten afleggen. Vogelteller Kees gaf op waarneming.nl voor deze dag het fenomenale aantal van 70.000 smienten en wij denken dat het totale aantal vogels die dag de 100.000 wel eens kon naderen. Smienten zijn kleurige eenden (vooral de mannetjes dan) die nauwelijks in Nederland broeden, maar in de winter massaal ons land bezoeken, er zijn er dan ongeveer 1 miljoen. Dat is meer dan de helft van de Noordwest Europese populatie. De broedsuccessen van de soort in het hoge noorden lijken af te nemen, daarom staat de smient op de rode lijst als gevoelig. Dan is bescherming nodig. Maar aan de andere kant eten de smienten in de winter veel gras van de boeren. Tot het begin van deze eeuw werden om die reden jaarlijks 50.000 smienten afgeschoten. Inmiddels wordt dat gelukkig anders opgelost. Er zijn maar liefst 44 smientenopvanggebieden aangewezen in Nederland. En aan boeren wordt jaarlijks voor 600.000 euro aan landbouwschade uitgekeerd. Behalve door hun kleuren (de goudgele band op de kastanjekleurige kop van het mannetje is erg mooi), vallen ze ook op door hun fluitende geluid. Ze worden daarom ook wel fluiteenden genoemd.

Geoorde futen,
By Richard Crossley - The Crossley ID Guide Britain and Ireland,
CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org
Tussen die tienduizenden smienten zijn we ook op zoek gegaan naar bijzonderheden. We zagen een vrouwtje van de brilduiker, die in het Engels heel treffend 'goldeneye' (gouden oog) worden genoemd. Er volgt nog een blog met meer informatie over deze soort. Ook een dodaars is een mooie waarneming, maar erg blij werden we van een geoorde fuut. In de winter zie je dat 'geoorde' er niet zo aan af, maar in de zomer heeft-ie prachtige gouden pluimen rond zijn knalrode oog. Het winterkleed is zwart/wit en tamelijk onopvallend. De soort is vrij schuw en moeilijk waar te nemen. In de zomer hebben we wel eens een paartje door de telescoop gezien in de Groene Jonker, een plas/dras gebied bij Nieuwkoop/Noorden. Dat is precies het soort water waar de geoorde fuut van houdt: ondiep met veel dekking om een drijfnest te bouwen op een verborgen plekje. Die voorzieningen worden in oostelijk Europa, waar de meeste geoorde futen leven, steeds minder, waardoor de geoorde futen 'onze' kant op komen. Er zijn nu in Nederland rond de 500 broedparen en de winterpopulatie wordt geschat op 1000-1500 geoorde fuutjes. Zelf voor fanatieke vogelaars is deze soort er één voor op het verlanglijstje. Op internet vond ik een lijst van 'de 400-topvogelaars-die-de-geoorde-fuut-in-Nederland-hebben-gezien'. Op bijgaande compositiefoto zie je de geoorde fuut in verschillende 'kleden'.

In de film van deze week, de tienduizenden vogels op de Reeuwijkse Plassen, en ook een paar korte shots van de geoorde fuut in winterkleed. E-mailabonnees, klik hier om het filmpje te bekijken.

dinsdag 5 december 2017

Heeeel veeeeel vogels

Foto: Vkulikov, wikimedia
Jullie hebben nog één filmpje uit Spanje van mij te goed. Zoals je kon zien op de verspreidingskaartjes van de wolven en lynxen liggen hun leefgebieden een behoorlijk eindje uit elkaar. De flinke reis van de Picos naar de provincie Andalusië hebben we onderbroken om twee mooie vogelgebieden te bezoeken. Rond het kleine plaatsje Villafáfilla zijn uitgestrekte landbouwgebieden te vinden, waar grote trappen op zoek gaan naar restjes graan. De mannetjes zijn met een lichaamsgewicht tot 16 kilo de zwaarste vogels die nog kunnen vliegen. In de lagunes zagen we kraanvogels, maar omdat de meertjes door de al maanden aanhoudende droogte bijna geen water meer bevatten, waren ze te ver weg om te filmen. Op nog geen 5 minuten rijden van Alcázar de San Juan, een onooglijk oord met een hotel aan een winkelboulevard, is een prachtig wetland te vinden. De lagunes waren druk bevolkt met ooievaars (vast een deel van 'onze' ooievaars die er overwinteren), steltkluten (die we in Nederland maar mondjesmaat zien), wat kemphanen en andere kleine steltlopertjes. Naast de ooievaars, sprongen de vele flamingo's in het oog. De Europese flamingo is wittig roze, met wat donkerder roze op de vleugels. Het is echt een soort van de zuidelijke streken, hoewel ze bij ons in Zeeland ook wel eens gezien worden. Er kwam juist een grote groep aanvliegen toen we achter het kijkscherm stonden. Bekijk ze op je gemak in het filmpje.


Wat grote aantallen vogels betreft, kunnen we er in Nederland natuurlijk ook wat van. Gisteren was het eindelijk weer eens droog. We liepen een rondje rond de Reeuwijkse Plassen en zagen er duizenden eenden, ganzen en een troepje brilduikers op het water. De middag eindigde met een spectaculaire zonsondergang. Deze tweede film is dus gewoon gemaakt op Nederlandse bodem.




maandag 5 december 2016

Duizenden eenden en ganzen

Wanneer de slootjes en andere ondiepe wateren bevroren raken, verzamelen eenden en ganzen zich op plekken met dieper water dat niet zo snel dichtvriest. Vandaag zochten we daarom de Reeuwijkse Plassen op. Dit natuurgebied is 600 hectare groot en speciaal voor wintergasten als kolgans, kleine zwaan, slobeend, smient en krakeend aangewezen als Natura 2000-gebied. In tijden van vorst kunnen hier wel 100.000 vogels worden gezien! De polders bieden voedsel en het water zorgt voor rust en bescherming tijdens de nacht. We zagen duizenden smienten, de mannetjes zijn goed te herkennen aan de bruine kop met een goudgele 'veeg' erover. Het fluitende geluid dat je in de film hoort, is van deze vogels. Ze worden om die reden ook wel fluiteenden genoemd. Krakeenden zag ik een tiental jaren geleden maar af en toe, maar de laatste tijd zijn ze steeds meer aanwezig. Het zijn wat kleinere eenden, met een subtiel verenkleed. De mannetjeskrakeend herken je aan het zwarte kontje. De nijlganzen poetsten hun verenkleed en produceerden een geluid dat leek op een slecht startende motor. Op de weilanden lieten de grauwe ganzen en kolganzen (met een stukje wit langs de snavel) zich in grote aantallen zien. Ook fazanten zochten er eten. Tussen de bruine vrouwtjesfazanten liep een watersnip. Meestal zitten die vlak bij het water. Maar daar is de grond al bevroren, vandaar dat ze nu op wat hoger gelegen stukjes hun eten moeten zoeken. Tegen zonsondergang zochten steeds meer vogels het water op; een spectaculair gezicht. Natuurlijk heb ik alles weer vastgelegd in een filmpje.