Schorpioenvlieg

Schorpioenvlieg
Posts tonen met het label Veluwe. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Veluwe. Alle posts tonen

zondag 22 februari 2026

IJshaar, een wonder der natuur

Sneeuw bij Rhederoord

Afgelopen maandag vertrokken we voor een paar dagen naar de Veluwe. Bij aankomst keken we vanaf ons balkon uit over een besneeuwd landgoed. De winter was teruggekeerd! Lage temperaturen en een snijdende wind waren onze metgezellen tijdens het wandelen deze week. Maar elk nadeel heeft zijn voordeel. Tijdens een tripje naar de bossen rond Hoog Soeren waren we getuige van een zeldzaam natuurverschijnsel. 

Beukenbos bij Hoog Soeren

Tussen de beukenbladeren op de bosbodem zagen we takjes waaruit fragiele witte 'haartjes' ontsproten. Dit is het zogenaamde ijshaar en het vergt bijzondere omstandigheden om dit te laten groeien. Om haarijs te zien moet je op de juiste tijd op de juiste plaats zijn. Geen zon, geen wind, temperatuur net onder het vriespunt en een hoge luchtvochtigheid zijn nodig om ijshaar - dat ook wel haarijs, sneeuwbaard of baardijs wordt genoemd - te vormen. 

IJshaar

Het begint allemaal met bepaalde schimmels die zich in het hout bevinden. Het rozeblauwig waskorstje is zo'n schimmel maar ook andere soorten trilzwammen, zoals de gele en de zwarte trilzwam zijn in staat ijshaar te veroorzaken. Op het takje waarop ijshaar groeit zie je vaak de schimmel niet zitten, maar de myceliumdraden van deze zwammen bevinden zich in het hout en dat is de basis voor ijshaar. Daarom lijkt het of ijshaar 'uit het niets' verschijnt en kijk je ogenschijnlijk naar een 'gewoon' stukje hout.

Rozeblauwig waskorstje is een van de schimmels
waarop ijshaar kan groeien
Foto: Jerzy Opioła - CC BY-SA 4.0, Wikimedia

Maar dan, in een nacht dat de omstandigheden gunstig zijn, gebeurt een klein wondertje. Op de site van Nature Today las ik hoe dat in zijn werk gaat. In het hout, waarin het mycelium van de schimmel actief bezig is met het verteren van hout, komt warmte vrij. Dit proces gaat door tot circa -5 graden Celsius en het zorgt ervoor dat het hout niet bevriest. Naast warmte komt er bij dit proces ook water en koolstofdioxide vrij, dat naar buiten geperst wordt door de mergstralen van het hout. De mergstralen hebben een doorsnede van gemiddeld zo’n 0,012 millimeter. Haarfijn dus :). Het water bevriest direct bij het naar buiten treden. Zolang dit proces door blijft gaan, groeien de haren van onderaf. Die haren kunnen onder zeer gunstige omstandigheden wel 20 centimeter lang worden.

IJshaar

Een beetje zon of een zuchtje wind zorgt ervoor dat het ijshaar onmiddellijk wegsmelt of afbreekt. Als het te hard vriest of de luchtvochtigheid te laag is, dan daalt de stofwisseling van de schimmel en wordt er geen water geproduceerd. Op zo'n moment kunnen de ijsharen niet meer groeien. 
We zagen prachtige structuren: lange rechte haren, maar ook gekrulde die aan veertjes deden denken. Sommige takjes leken een schapenvachtje te hebben met poezelig lang en kort haar. 

IJshaar

Je kunt het beste in beukenbossen zoeken, daar heb je de grootste kans om ijshaar te vinden. Je ziet het vooral op dode takken waarvan de schors nog maar kortgeleden losgelaten heeft. Hoewel ijshaar al in 1833 is beschreven, was het ontstaan van dit fenomeen lang onduidelijk. Pas in 2005 werd ontdekt dat bepaalde schimmels nodig zijn om ijshaar te vormen. 

Helaas voor ijshaar gaan de temperaturen deze week stijgen. Dus je zult het met mijn foto's moeten doen. Aan de andere kant ben ik erg toe aan de lente, dus kom maar op met een zonnetje!

De komende week zijn er geen gunstige 'ijshaaromstandigheden' meer


zaterdag 7 september 2019

Hoornaars op de heide

Heideveld bij Otterlo op de Veluwe
Natuurliefhebbers keken er met spanning naar uit: zou de heide dit jaar weer bloeien of niet? In de droge zomer van 2018 sloeg de heide op de Posbank namelijk een jaartje over. Ook dit jaar viel er niet veel regen, maar een korte natte periode in het midden van de zomer was blijkbaar net genoeg voor de heidevelden op de Veluwe. Dit jaar kleurden ze gelukkig gewoon weer paars. Het hoogtepunt van de bloei is al weer voorbij, maar afgelopen weekend bracht ik twee heerlijke uurtjes door op een bloeiend heideveldje bij Otterlo. De zon kwam op en kleurde de mist boven het veld langzaam geel. Dauw parelde aan de grasjes en spinnenwebjes. Er was geen mens te zien en het was windstil. Echt genieten. Ik liep op mijn gemak een rondje. Bij een berk viel mijn oog op twee Atalanta's, die berkensap aan het opzuigen waren. Om mij heen zoemden hoornaars. Aan de andere kant van de boom verdrongen zij elkaar om van het sap te drinken. Zij knagen in deze tijd van het jaar gaten in de bast om het zoete boomvocht te bemachtigen. De rest van het jaar eten ze insecten, zoals vliegen, vlinders en rupsen. De vlinders en vliegen op de berkenstam leken zich niet bewust van dit gevaar; de hoornaars waren te druk bezig met het berkensap en de andere insecten probeerden er iets van mee te pikken.
Hoornaars zijn onze grootste wespen
Hoornaars horen tot de papierwespen. Ze maken nesten van houtpulp, met een papierachtige structuur. Het nest wordt elk jaar opnieuw gemaakt en groeit met de kolonie mee. Aan het einde van de zomer paren mannetjes met nieuwe koninginnen en alleen die laatsten overleven de winter. De rest van de kolonie gaat dood. In het voorjaar start zo'n koningin een nieuw nest. Oude nesten worden nooit opnieuw gebruikt. De behuizing zou in het begin van de nieuwe kolonie veel te groot zijn voor de kleine groep wespen: door al die ruimte krijgen de insecten het niet warm genoeg om te gaan vliegen. Heb je dus een wespennest in je buurt waar je veel last van hebt gehad, laat het dan in de winter rustig hangen, in het voorjaar zal het niet opnieuw bewoond worden. Als je het weghaalt hebt je kans dat er weer een nieuw nest komt, want blijkbaar was het een geschikt plekje. Naarmate de kolonie groeit komen er telkens laagjes houtpulp bij, en dan kan de temperatuur wel eens te hoog oplopen. Op zo'n moment gaan wespen bij de ingang met hun vleugels slaan als een levende ventilator en wordt er water aangevoerd voor de koeling. Van sommige wespensoorten kun je zo'n papiernest in een boom zien hangen. Hoornaars hangen hun nest het liefste in een boomholte of nestkast, dus dat blijft meestal verborgen. Met 3 cm lengte zijn hoornaars onze grootste wespen. Ze hebben een imagoprobleem want er doen allerlei verhalen de rondte over het gevaar van deze beestjes. Al met al steken ze wat minder snel dan gewone wespen, tenzij ze ernstig gehinderd worden. Een mens die niet allergisch is voor de steken zou tussen de 500 en 1000 keer gestoken moeten worden wil het fataal aflopen, dat is net zo veel als bij gewone wespen. Omdat hoornaars in kleine groepen leven, komt dit vrijwel nooit voor.

Bekijk ze in het filmpje van deze week (e-mailabonnees klik hier), te midden van het romantisch ogende heidelandschap.


Verschillende soorten wespen en hun nesten kun je zien op dit informatieblad. 


zaterdag 19 januari 2019

Een glimp van de appelvink

Appelvink. Animatie door: Assianir - Own work,
CC BY 4.0, https://commons.wikimedia.org
Tijdens ons uitje op de Veluwe, begin januari, hebben we een paar leuke vogelwaarnemingen gedaan. Een zwerm spreeuwen was aan het eten in een wei waarin ook halfwilde paarden graasden. Sierlijk vlogen ze samen van voederplek naar voederplek om tussen de sprieten insecten te zoeken en misschien wel paardenpoep uit te pluizen om iets eetbaars te vinden. In de beukenbossen werd duidelijk dat het een mastjaar is: de beukennootjes zijn volop aanwezig in de bomen en op de grond. Vinken doen zich er te goed aan, zij scharrelen graag over de grond. Ze vertrouwen daarbij op hun schutkleur, hetgeen menige vink het leven heeft gekost. Niet omdat ze door een ander dier te grazen werden genomen, maar door voorbijrazende auto's. Daar helpt een schutkleur niet tegen. Hoger in de bomen deden we een voor ons, bewoners van het polderland, bijzondere waarneming. Een groepje appelvinken deed zich in de top van de beukenbomen te goed aan de beukennootjes. Met de verrekijker konden we de mooie kleuren en de kenmerkende zwarte kinvlek goed zien. Het is me zelfs gelukt om enkele filmbeelden van deze beweeglijke vogels te maken, maar niet zo mooi als de animatie bij dit blog die afkomstig is van wikimedia. Je zult appelvinken weinig op de grond zien, daar komen ze alleen om te drinken of soms om gevallen zaden op te peuzelen. 
Kersenpit, gespleten door appelvink
Appelvinken hebben een enorme snavel waarmee ze een drukkracht van 40-50 kg kunnen genereren. Kersenpitten splijten ze zonder problemen precies doormidden. Kersen zijn hun lievelingsvoedsel. Je kunt ze dus vooral vinden in bosrijke gebieden met veel wilde kersenbomen. Ze komen graag terug op plekken waarvan ze weten dat er voedsel te vinden is. Geschat wordt dat er zo'n 12.000 paartjes in ons land verblijven. Een grote groep overwintert hier, maar een deel trekt weg en daar komen noordelijke gasten voor in de plaats. In de trektijd passen nog een kleine 40.000 appelvinken ons land, volgens Sovon Vogelonderzoek. Door hun verborgen gedrag, hoog in de bomen laten ze zich moeilijk spotten. Hun zang is ook niet erg opvallend. Dat kun je beluisteren in de onlangs beschikbaar gemaakte online xeno-canto databank van vogelgeluiden. In deze databank zijn vogelgeluiden uit de hele wereld opgenomen.

In het filmpje van deze week zie je de spreeuwen en de appelvink, begeleid door een paar mooie wolkenluchten. E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje van deze week te bekijken.


zaterdag 12 januari 2019

De terugkeer van de oeros

Sayaguesa rund op de Veluwe
Na de drukke feestdagen gingen we even uitwaaien op de Veluwe. Tijdens een wandeling in Otterlo stuitten we op de heidevelden van Oud Reemst/Planken Wambuis op een kudde Sayaguesa runderen. Net als andere 'grote grazers', wordt dit Spaanse ras ingezet in Nederlandse natuurgebieden om gebieden open te houden, zodat deze niet vergrassen en langzaam bos worden door welige groei van struiken en bomen. Sayaguesa's zijn een bedreigde soort, waarvan nog slechts enkele honderden dieren over zijn. Ze komen oorspronkelijk uit de Spaanse provincie Zamora, daarom worden ze ook wel Zamorana's genoemd. Die provincie ligt tegen de Noord-Oostelijke grens van Portugal aan. Vanwege hun rustige karakter  werden ze vooral als last- en trekdier gebruikt, maar daar hebben we inmiddels machines voor. Het zijn flinke runderen; mannetjes kunnen tot 1100 kg wegen, vrouwtjes zijn met (maximaal) 700 kilo een stuk lichter. De schofthoogte van beide seksen ligt tussen 1,55 en 1,60 meter bij de volwassen dieren. De Veluwse kudde graast er al een jaar of 12 en bestaat uit ongeveer 65 dieren. Niet alleen door hun formaat, maar ook door de diepzwarte kleur zien de dieren er imposant uit. Toch zijn ze erg rustig van aard en zullen ze niet snel aanvallen. Gelukkig maar, want de hoorns steken vervaarlijk uit. De kalfjes worden met een schutkleur geboren, met hun lichtbruine vacht vallen ze minder op in het landschap. Tussen de 3e en 6e maand verkleurt hun vacht naar zwart, eventueel met bruinrode accenten.

Van Sayaguesa naar oerrund
Tekening door ARK Natuurontwikkeling

De sayaguesa runderen spelen een belangrijke rol in een ander project: het fokken van een oerrund, dat zo veel mogelijk overeenkomt met de kolossale oerossen die tot 1627 door Europa struinden. De oeros-stieren waren wel 1,85 meter hoog en hadden hoorns van een meter lengte. Daarmee hielden ze wolven en beren op afstand, schepten ze sneeuw weg en konden ze takken naar beneden halen om malse blaadjes te eten. Eerder waagden de gebroeders Heck al eens een poging om zo'n oerrund te fokken door de Spaanse vechtstier, het Corsicaanse bergrund, de Schotse hooglander en het Hongaars stepperund met elkaar te kruisen. Maar de Heckrunderen staan genetisch niet dicht genoeg bij het Europese oerrund. Wetenschappers zijn in staat geweest om de genetische code van het oerrund te ontrafelen uit fossiele resten en botten en vergeleken deze code met bestaande rassen. Door zelfredzame runderrassen als Maremmana, Maronesa, Sayaguesa, Limia en Tudanca met elkaar te kruisen, komt het resultaat steeds dichter bij de toekomstige oeros, die Tauros is genoemd. Hoewel de eerste resultaten van het fokprogramma veelbelovend zijn, kan het nog wel 20 jaar duren eer we een populatie oerrunderen hebben. Op de tekening van ARK Natuurontwikkeling kun je alvast een indruk krijgen van deze 'nieuwe' oeros. 

In het filmpje van deze week zie je de sayaguesas op de Veluwse heide, inclusief een bruin kalfje dat door de ouders goed wordt beschermd. E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken.




woensdag 12 oktober 2016

Slang? Worm? Nee, hagedis!



Soms wordt een waarneming je in de schoot geworpen: je doet een leuke bijvangst terwijl je naar iets anders op zoek bent. We liepen op de Veluwe, met de boswachter waren we op weg naar bronstige edelherten. Plotseling schoot er iets uit de heidestruikjes en het dier bleef roerloos liggen op het pad. Lang, smal en glad. Een slang? Nee. Het was een hagedis met de verwarrende naam hazelworm. Dat is een hagedis zonder pootjes. Waardoor-ie op een worm lijkt, of een slang. Vroeger werd dit dier ook wel blindslang genoemd. Vanwege zijn kleine oogjes dacht men dat het diertje niet kon zien. Dat 'hazel' slaat op de kleur die aan hazelnoten doet denken. Met een prachtige metalige glans overigens. Dan is er nog de wetenschappelijke naam: Anguis fragilis. Dat betekent 'breekbare slang'. Want voor een slang is het niet bepaald gewoon dat hij zijn staart kan afwerpen. Maar we weten natuurlijk dat dat voor een hagedis niet ongewoon is. Het was trouwens niet zo raar dat men vroeger dacht dat de hazelworm een slang was. Want uiteindelijk zijn slangen ontstaan vanuit de soortengroep van hagedissen. Maar slangen zijn ten opzichte van die hagedissen veel meer veranderd dan de hazelworm. Onder andere de kop en ruggenwervels van de slang zijn heel anders dan bij de hagedissen. Afijn, een ingewikkeld verhaal dus. Het feit dat de hazelworm op een slang lijkt, leidt niet alleen voor verwarring maar heeft soms ernstiger gevolgen. Aangezien veel mensen bang voor slangen zijn, wordt zo'n hazelworm regelmatig gedood. De belangrijkste vijand van de hazelworm is dan ook de mens. Eigenlijk zouden we dit onschuldige beestje moeten koesteren, want hij is dol op slakken.
Langzaam schoof de hazelworm weer in het struikgewas en wij zetten onze tocht voort. In de verte klonk het geburl van edelherten en de zon verdween achter de horizon.



dinsdag 26 juli 2016

Vliegend hert - wie mooi wil zijn moet pijn lijden

Dit weekend ging een lang gekoesterde wens in vervulling. Op de Veluwe zagen we een prachtig mannetje van het vliegend hert, Nederlands grootste insect dat wel 9 centimeter lang kan worden. Of dat daadwerkelijk zo uitpakt, hangt vooral af van de voedselcondities en leefomstandigheden (temperatuur) van de larve. Het voedsel van de larve bestaat uit (eiken)hout dat door witrot of eikenrot is aangetast. Het insect komt dus voor in bossen waar dode bomen niet worden opgeruimd, maar langzaam kunnen vergaan. Het vrouwtje legt enkele tientallen eitjes tegen het hout in gangen die ze zelf gegraven heeft. Daaruit ontwikkelen zich larven die in gunstige omstandigheden 4 jaar onder de grond blijven en onder slechte voedselcondities wel acht jaar. Het vliegend hert kent, net als vlinders, een volledige gedaanteverwisseling. Als de larve een centimeter of 10 is, wordt er een cocon gevormd van aarde, zo groot als een kippenei. Na de verpopping komen de mannetjes te voorschijn met imposante kaken. Deze zijn, voor de paar weken dat zij nu nog leven, vooral bedoeld om vrouwtjes te imponeren en rivalen te verslaan. De kaken zijn in feite zo onhandig dat ze er nauwelijks mee kunnen bijten en ook vrijwel niet mee kunnen eten. Het vrouwtje heeft kleinere kaken maar kan daar mee eten en flink mee bijten. Vliegende herten zijn echte zoetekauwen en voeden zich met boomsappen. Het schijnt dat mannetjes niet alleen vrouwtjes voor zich winnen om te kunnen paren, maar ook om zich te laten voeden met plantensappen door diezelfde vrouwtjes. Simpelweg omdat ze het zelf niet kunnen. De naam van het beestje is afgeleid van de gewei-achtige kaken. In Nederland zijn nog maar enkele populaties van deze kever te vinden, voornamelijk op de Veluwe en zuid en midden Limburg. De soort is wettelijk beschermd, kijken mag, oppakken en verstoren niet! Meer informatie over dit insect vind je op de site van EIS Nederlands en Wikipedia.