zaterdag 27 juni 2026

Gevlochten fuikhoren: terug van (lang) weg geweest

Met het weer van de afgelopen week is het nauwelijks meer voor te stellen maar toen we op Texel waren met Hemelvaart was het fris en regenachtig. Om een bui te ontwijken doken we de Texelse kringloopwinkel StruunTX in. Het is een van de netste en meest overzichtelijke kringloopwinkels die ik heb bezocht. Een hoekje dat mij bijzonder aansprak is dat waar spulletjes lagen die vrijwilligers hadden gemaakt met producten uit de kringloopwinkel. Zo tikte ik een leuk schelpenverzamelzakje op de kop.

Schelpenverzamelzakje

Van stof dat bedrukt was met afbeeldingen van schelpen had iemand (met plastic gevoerde) zakjes gemaakt. Superhandig, want hoe vaak heb ik natte en zanderige jaszakken gehad als ik schelpen langs de vloedlijn verzamelde. Nog leuker was dat in elk zakje enkele schelpjes zaten die overeenkwamen met de bedrukking op de voorzijde, die per exemplaar verschilde. In mijn zakje vond ik fuikhorens, de schelpen van een zeeslak die ik eigenlijk nooit tegenkwam toen ik als kind aanspoelsels zocht tijdens vakanties in Zeeland. 

Nog even schelpen zoeken voor de volgende bui valt

Het was onze laatste dag en na de lunch liepen we bij Paal 9 nog even langs het strand om het zakje verder te vullen. Ik zocht in het droge zand vlak bij de strandhuisjes en ontwaarde zowaar een gave gevlochten fuikhoren, tussen de andere aangespoelde schelpen. Dat vond ik best bijzonder omdat dit de eerste was die ik ooit vond. Feitelijk had ik er die ochtend pas kennis mee gemaakt :). 

Met een goed gevuld schelpenzakje stapte ik op de boot naar huis

Toen ik wat informatie opzocht over de fuikhorens op de site van Nature Today werd me duidelijk hoe het kwam dat ik ze vroeger niet zag en nu ineens wel. De fuikhorens zijn terug van weggeweest! En dat moeten we op een enorme tijdschaal bekijken. De fuikhorens waren rijkelijk te vinden op de plek van de Noordzee in het Eemien, een geologisch tijdperk dat duurde van 128.000 tot 116.000 jaar geleden. Het Eemien is een warmere periode tussen de twee laatste ijstijden (het Saalien en het Weichselien). De zeespiegel was toen een stuk hoger dan nu en in juli was de gemiddelde zeewatertemperatuur rond de 18,5 °C. In dat relatief warme water leefden twee fuikhorens, de gevlochten en de grofgeribde fuikhoren in grote aantallen. In de warme zee vormden de slakken een opruimploeg die in het water van de kuststrook efficiënt viskadavers en ander afval opruimde. Zulke hulptroepen waren zeer welkom, want in warmere klimaten gaat afval snel rotten met alle stankoverlast van dien. De slakken hebben een goed 'reukvermogen' en kunnen hun prooi op zowat dertig meter afstand waarnemen. Eenmaal ontdekt, duiken de slakken in groepen op het aas en scheuren ze met hun rasptong (radula) stukjes prooi af en ruimen zo de zeebodem op.

(Sub)fossiele schelp van de grofgeribde fuikhoren

Tijdens het Weichselien veranderde de situatie drastisch. Tijdens die allerlaatste ijstijd was veel oceaanwater bevroren in de poolkappen en stond de zeespiegel wereldwijd tot zo’n 130 meter lager: de Noordzee stond grotendeels droog. De slakken gingen dood en de schelpen van de fuikhorens verdwenen onder het zand. Omdat ze niet erg diep lagen spoelen ze, nu er weer water in de Noordzee zit, regelmatig aan. Die (sub)fossiele schelpen herken je aan de donkere kleur, zoals op de foto hierboven. 
Maar dat is nog niet het hele verhaal.

Recente schelp van de gevlochten fuikhoren, gevonden in mei 2026

In het begin van de vorige eeuw werden de grofgeribde fuikhorens weer waargenomen in ons land, maar de gevlochten fuikhorens lieten zich nog niet zien. Daar kwam pas eind jaren tachtig verandering in. Toen trokken de gevlochten fuikhorens opeens massaal vanuit Normandië en Bretagne onze kant op en werden ze binnen een paar jaar algemeen. Dat verklaart dus waarom ik die schelpjes in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw niet meer vond en nu weer wel.  

De gevlochten fuikhoren houdt van zout water, dus alleen van deze soort kun je 'verse' schelpen aantreffen op het strand. De grofgeribde fuikhoren leeft in Zeeland in de wat minder zoute binnenwateren. Schelpen van deze slak die je op het strand vindt zijn de fossielen uit het Eemien. 
Hun naam ontlenen de beestjes aan hun huisjes, die lijken op van wilgentenen gevlochten visfuiken. Maar dan mini natuurlijk :). 

Gelukkig dat deze vuilnismannetjes van de zee, zoals ze ook wel genoemd worden, onze wateren weer hebben gevonden!

zaterdag 20 juni 2026

De blauwe reiger weet wel raad met een invasieve rivierkreeft

Het terrein van futen en grauwe ganzen

In een van de laatste dagen van de meteorologische lente liep ik nog eens een rondje door het park om te kijken hoe het met de kuikens van de futen, ganzen en wilde eend was. Van het laatste wilde eendje was geen spoor meer te bekennen. Het nest was dus volledig mislukt. Het vrouwtje zwom nu samen met een woerd, wellicht gaan ze een tweede poging wagen. De broedsels van de grauwe ganzen en futen waren met respectievelijk vijf en drie jongen nog compleet. De jonge fuutjes doken zelf naar voedsel, maar bedelden soms ook om een makkelijk hapje. Uitrusten hoorde er ook bij, en dan vielen de strekoefeningen met de poten op :). 

Op het gras langs de vijver lagen de grauwe gansjes (inmiddels niet echt klein meer) op een kluitje in een wolk van dons. De volwassen veren staken al duidelijk af tussen het fluffy spul. Later zag ik ze op de andere oever in gevecht met een populierentak. Blijkbaar vinden ze die blaadjes erg lekker!

Verdroogde grassen kondigen de zomer aan

Op deze windstille ochtend viel ook al duidelijk op dat de grassen over hun hoogtepunt heen waren. Ze bloeiden nog maar werden ook al bruingeel: de verdroging die onmiskenbaar de zomer aankondigt. In tegenlicht waren de grasjes en andere planten zeer fotogeniek.

Brandnetel en vossenstaart in tegenlicht

Een blauwe reiger stond doodstil bij de kleine poel, loerend op een prooi. Ik bracht mijn camera in stelling en begon met filmen. Het duurde twee minuten eer hij resultaat had. Geen vis deze keer maar een Amerikaanse rivierkreeft. Ik keek met verbazing hoe de reiger die kreeft met scharen en al naar binnenwerkte!

Reiger op jacht

Helaas hebben de Amerikaanse rivierkreeften ook dit kleine poeltje al gekoloniseerd. Sinds 2016 staat deze soort op de lijst van invasieve exoten die zorgwekkend zijn voor de Europese Unie. Dit betekent onder andere dat levende exemplaren van deze soort niet langer in de Europese Unie mogen worden gehouden, ingevoerd, vervoerd, gecommercialiseerd, gekweekt, gebruikt, uitgewisseld noch vrijgelaten in de natuur. Overigens is het een verzamelnaam voor meerdere soorten rivierkreeften, die allemaal van het Amerikaanse continent afkomstig zijn. Op deze site kun je zien welke soorten dat zijn. 

De Amerikaanse rivierkreeften eten waterplanten, woelen de bodem om en verzwakken oevers. Hierdoor wordt het water troebel en verdwijnen leefgebieden van vissen, amfibieën en insecten met alle gevolgen van dien. Op de site van Zuid-Hollands Landschap las ik wat concrete voorbeelden hiervan.

  • In de Krimpenerwaard verdween in Polder de Nesse de krabbenscheer, en daarmee ook soorten die daarvan afhankelijk zijn, zoals de groene glazenmaker (een libellensoort).
  • Rond Haastrecht gingen amfibieënpoelen van ‘honderden klompen dril met eitjes’ naar nul; regionale uitsterving van beschermde soorten is hier een serieus scenario.
  • In diverse Natura 2000-gebieden in Vijfherenlanden zoals polder Achthoven en langs de Diefdijk valt voortplanting van bijvoorbeeld de bedreigde kamsalamander stil doordat waterplanten (waarin eitjes worden afgezet) verdwijnen en larven worden opgegeten.

Rode Amerikaanse rivierkreeft
Foto: Luc Hoogenstein - Own work, CC BY-SA 4.0, Wikimedia

Volgens een artikel op nos.nl zijn er inmiddels miljarden exotische rivierkreeften in Nederland, die de inheemse Europese rivierkreeft verdrongen hebben. Vijf jaar geleden al werden in een maand tijd ruim 11.000 rode Amerikaanse rivierkreeften gevangen in de Proosdijvijver in Ede. Onderzoekers rekenden erop dat ze er 2000-4000 zouden aantreffen. Dat was dus een behoorlijke onderschatting. En met die 11.000 kreeften was de vijver nog niet leeg. Er werd een vervolgactie gepland om te kunnen inschatten hoeveel er nog aanwezig waren. 

Aan het eind van mijn wandelrondje was de blauwe reiger nog steeds aan het vissen. En weer had hij - met een beetje geduld - een kreeft te pakken. Het is een kleine pleister op de wonde dat zo toch een minieme bijdrage wordt geleverd aan de bestrijding van deze biotoopverwoestende rivierkreeft. 

Een videoverslag van mijn waarnemingen kun je zien in dit filmpje




woensdag 17 juni 2026

De handige hommelhulpjes van het Vingerhoedskruid

Vingerhoedskruid in de Amsterdamse Waterleidingduinen

In de Amsterdamse Waterleidingduinen zag ik langs het Van der Vlietkanaal flink wat bloeiend vingerhoedskruid. Het was meer dan me in andere jaren was opgevallen, blijkbaar waren de duizenden zaadjes die zo'n plant aanmaakt op de juiste plekken terechtgekomen voor ontkieming. De bloeistengels kunnen wel twee meter hoog worden en de paars en roze bloemen vind ik prachtig om te zien. Het is een plant van kijken en niet aanraken want alles aan de plant is behoorlijk giftig. De naam nodigt er wel een beetje toe uit om een bloem om je vinger te schuiven, want die hebben inderdaad de vorm van een vingerhoedje. Maar dat is dus niet verstandig. De digoxine en digitoxine (digitaline) in de plant hebben invloed op de hartwerking. Daarvoor werd de plant vroeger wel als medicijn gebruikt, maar de dosering komt heel nauw. Neem je te veel, dan ligt nierfalen, vergiftiging en verwardheid op de loer. Ook voor dieren is de plant giftig, dus de herten in de duinen zullen er niet van knabbelen.  

Dit alles lijkt hommels niet te deren. Zij zijn dol op de plant wegens de overvloedige nectar en het ruim aanwezige stuifmeel. 

Een akkerhommel (rechtsmidden) op weg
naar een "vingerhoedje"

De opvallende donkerrode vlekjes met een witte rand aan de binnenkant van de bloem wijzen de hommels de weg en laat ze zo diep mogelijk in de bloem kruipen. Naast dit zogenaamde honingmerk als landingsbaan, viel me ook op dat de bloemen aan de binnenkant lange haren hebben. Die werken als een soort trapje. Hommels (en bijen) hebben zo grip om omhoog te klauteren in de neerhangende bloemen. 

Fijne haartjes in de bloem

De bloemkelken zijn vooral geschikt voor insecten met een lange tong, want daarmee kunnen ze goed bij de nectar. De akkerhommel is zo'n kampioen met een tonglengte van maar liefst 8,6 millimeter. Dat is ongeveer de helft van de lichaamslengte van de werksters. 
Wanneer de akkerhommel de tong niet gebruikt, zit deze netjes opgevouwen in een soort schede onder haar lichaam. Zodra ze een geschikte bloem vindt, pompt de hommel haar lichaamsvloeistof (hemolymfe) krachtig naar de kop en de tongbasis. Hierdoor wordt de tong als het ware door hydraulische druk naar buiten gestuwd. Tegelijkertijd gebruikt de hommel speciale spiertjes in haar kop om de tongdelen nauwkeurig te richten en te ontrollen. De tong is opgebouwd uit verschillende holle buisjes en is voorzien van fijne, borstelige haartjes. Zodra de tong volledig is uitgerold en in de bloem is geduwd, werkt de tong als een rietje. Door ritmische bewegingen van spieren in haar kop en keel zuigt ze de nectar naar binnen.

Dankzij die lange tong kan de hommel ook gemakkelijk nectar uit andere diepe bloemkelken en moeilijk bereikbare bloemen halen, zoals smeerwortel, witte dovenetel, bonen en erwten. Dankzij deze tong is de soort een uitstekende bestuiver en kan hij voedsel verzamelen uit meer dan 270 verschillende plantensoorten.

Vingerhoedskruid

Zo heb ik weer eens één van de vele grote en kleine wondertjes in de natuur ontdekt!  

woensdag 10 juni 2026

Baltsende Kokmeeuwen

Wat natuur betreft ben ik een 'allesvreter', maar zoals je misschien hebt afgeleid uit de voorgaande 600 blogs :), vind ik ecologie (samenhang van organismen) en ethologie (gedragsleer) het meest interessant van alles. Wat dat laatste betreft lees ik graag de onderzoeken van Niko Tinbergen (1907-1988), onze Nederlandse etholoog, die zelfs een Nobelprijs won met zijn werk. Hij heeft zich vooral verdiept in het gedrag van meeuwen. Over Niko's onderzoek rond de functie van de donkere kop bij kokmeeuwen schreef ik als eens deze blog

Tijdens ons tripje naar Texel zag ik baltsgedrag van kokmeeuwen dat ik met de filmcamera kon vastleggen. Dat was een mooie toevalstreffer. Het waren trouwens de enige bruikbare beelden van die paar dagen, want het waaide enorm hard. De vogels zaten ver weg, dus ik moest de telelens ver uitschuiven. Pal op de wind danste en trilde de lens zodat de meeste beelden een weergave leken van het uitzicht van een schip in zware storm.... Maar deze beelden kon ik maken vanuit een vogelhut, waar je alsnog de wind hoorde suizen overigens. De beelden van de broedkolonie heb ik vanuit de auto gemaakt.

Niko Tinbergen had geconcludeerd uit zijn onderzoek dat de donkere kokmeeuwenkop vooral bedoeld is om vijanden af te schrikken en om te dreigen. Dat gebeurt niet alleen bij concurrenten, maar ook tussen mannetjes en vrouwtjes. Hij schreef daar in zijn boek In 't Vrije Veld het volgende over: 

"Voor het mannetje vormde het wijfje enerzijds een begerenswaardige seksuele partner, maar anderzijds evenzeer een meeuw die zijn territorium binnendrong. Het wijfje op haar beurt voelde zich duidelijk aangetrokken tot het mannetje, maar bleef desondanks op haar hoede en met recht, want meestal reageerde een dergelijk mannetje aanvankelijk op haar aanwezigheid door naar haar te pikken. Kennelijk verkeerden beide vogels in een ‘motivatie-conflict’: hun seksuele gedrag had tevens een vijandig karakter; bij het mannetje lag het accent daarvan vooral op het aanvalsgedrag, bij het wijfje op de vluchtreactie. Als wij de opeenvolgende confrontaties tussen dergelijke partners-in-spe bleven volgen, bemerkten wij dat de bezoeken van het wijfje langer werden; zij durfde het mannetje zelfs te naderen en nam eveneens de naar voren gerichte houding aan. Dergelijke, aan de paarvorming voorafgaande voorwaartse bewegingen verschilden echter enigszins van die welke rivaliserende mannetjes ten opzichte van elkaar vertonen; mannetje en wijfje stonden gewoonlijk evenwijdig naast elkaar en beiden staken hun snavels behoorlijk uit."

Uit: In 't Vrije Veld - Niko Tinbergen

Op een gegeven moment wordt de vrede getekend en dan draaien de kokmeeuwen hun donkere koppen van elkaar weg. Deze fase hadden de Texelse kokmeeuwen al achter de rug, want ze begonnen een kleine variétéshow. Ze liepen zijwaarts en plaatsten hun pootjes gekruist als echte artiesten. Eén meeuw hield de hals hoog gestrekt, de andere meeuw liep meer ineengedoken. 

Baltsende kokmeeuwen, screenshot uit mijn filmpje

Op een gegeven moment begon de ineengedoken meeuw te bedelen en braakte de 'langnek' voedsel op. Daarom denk ik dat de 'uitgestrekte' meeuw het mannetje was. Het vrouwtje liet zich het voedsel goed smaken en het mannetje pikte er ook iets van mee.  

Het mannetje braakt voedsel op

Over dit dansje en het opbraken van het voedsel vond ik niks terug in de onderzoeksverslagen van Niko Tinbergen. Bekijk het filmpje van de baltsende kokmeeuwen hier.


Wat ik wel nog interessant vond was dat hij onderzocht heeft waarom andere meeuwensoorten witte koppen hebben. Als zo'n donkere kop een efficiënt middel is om concurrenten op afstand te houden, dan zouden meer meeuwen dat moeten hebben, zou je denken. Uit aquariumexperimenten bleek, dat een witte kop beter is als je als meeuw op zoek bent naar een vismaaltijd. Als er een donkere kop boven de visbak verscheen, vluchtten de vissen sneller dan wanneer er witte kop boven werd gehangen. Ze waren op het idee voor dit onderzoek gekomen door een publicatie van K.W. Craik in Nature. Hij beschreef hoe, gedurende de Tweede Wereldoorlog, de operaties van vliegtuigen die onderzeeboten moesten opsporen, plotseling veel meer succes opleverden als de toestellen wit geschilderd werden. De onderzeeërs konden de witte vliegtuigen slechter waarnemen. Dit bleek dus ook voor vissende meeuwen op te gaan. 
Het menu van kokmeeuwen bevat veel meer wormen, insectenlarven en kleine mariene kreeftachtigen dan dat van de echte duikers onder de meeuwen. Deze prooidieren hebben een veel slechter gezichtsvermogen en zijn veel minder beweeglijk dan vissen. Daarom kunnen kokmeeuwen zich een donkere kop permitteren.

We keken vanuit de auto nog bij een meeuwenkolonie. Ik was aan het filmen toen mijn man opmerkte dat er een kokmeeuwenkuiken werd gepakt door een zilvermeeuw. De kolonie was in paniek. Dat kreeg ik maar een beetje mee, want dit spektakel speelde zich voor mij helaas af achter de buitenspiegel van de auto :(. De grootste nestrovers voor de kokmeeuwen zijn zilvermeeuwen, kraaien en de kokmeeuwen zelf, die rustig een buurkuikentje oppikken. Ook vossen kunnen er wat van, maar die leven niet op Texel. 

Dat brengt me bij het laatste item van vandaag. Ik kreeg een update van gids Pam over het nest in Waal en Burg. Afgelopen zaterdag liep ze weer een excursie en de kraai groeit voorspoedig op. Ook deze keer was er van de ouderkraaien geen spoor. Hiermee is binnenkort weer een vijand van de kokmeeuwen gereed om op jacht te gaan. Maar zo werkt het voedselweb nu eenmaal èn eindig ik waarmee ik deze blog begon: wat is ecologie toch interessant :).

De kraai in Waal en Burg is binnenkort vliegvlug
(meestal is dat 30-36 dagen nadat-ie uit het ei is gekropen)
Foto: Pam Lindeboom