Schorpioenvlieg

Schorpioenvlieg
Posts tonen met het label ree. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ree. Alle posts tonen

vrijdag 7 februari 2025

Het gewei van de ree

De temperatuur was die nacht even onder het nulpunt geweest; eindelijk kreeg ik een beetje wintergevoel. De zon kwam op in een roze waas van mist. Na het ontbijt trokken we er snel op uit voor een korte wandeling in Voornes Duin. De velden waren wit berijpt en door de lage zonnestand zag het er sprookjesachtig uit. Bij het eerste uitkijkpunt op de route, Vogelwei, hoopte ik op een ree. Twee hardlopers kwamen net al pratend van het uitkijkpunt, dus ik schatte de kansen laag in. We keken uit over een winters landschap met een bevroren waterplasje en een weide.

Uitzicht over de Vogelwei

Een andere wandelaar kwam naar boven lopen, keek even rond en verdween weer; zo op het oog leek er niks te zien. Reeën houden van bosranden waar ze al snoepend van verschillende soorten groen hun maag vol eten. Van 'n eenzijdig dieet krijgen ze diarree. Tijd om de verrekijker erbij te pakken en de bosrand af te speuren dus. Ik meende in de verte een wit kontje te zien. Dit witte achterste van een ree wordt de spiegel genoemd. In de winter is de spiegel groter dan in de zomer en bij gevaar zetten de reeën de haren ervan op. De spiegel wordt daardoor groter en het dier waarschuwt op die manier andere reeën om op hun hoede te zijn. 

Inderdaad stond er een ree bij de bosrand, die ik kon fotograferen met een flinke zoomfactor. Zo te zien was het een vrouwtje, want ze had geen gewei. Ook aan de spiegel kun je mannetjes en vrouwtjes onderscheiden, want die van vrouwtjes is hartvormig en heeft een wit kwastje onderaan. Bij de bokken ontbreekt dat kwastje en de spiegel is niervormig. Maar deze ree stond inmiddels dwars, dus van de spiegel konden we niet veel zien. 

Een reegeit aan de bosrand

We liepen om het veld heen en zagen nog even dat er een tweede ree stond, maar ze waren snel weg toen er een groepje kwebbelende hardlopers langskwam. 

Het volgende uitkijkpunt zag uit over het Breede Water. Dit duinmeer is ontstaan door het afsluiten van de duinenrij. In het voorjaar broeden hier meer dan 2000 aalscholvers in de bomen op het eiland. We zagen wel nesten, maar er was nog geen aalscholver te zien. Het was sowieso rustig met watervogels.

Uitzicht over het Breede Water

We bleven genieten van het berijpte landschap in het duin.


Maar naarmate de zon hoger klom, kwam er meer groen te voorschijn. Speurend naar dieren keken we links en rechts. We hadden geluk: we zagen nog een ree. Een mannetje dit keer. De spiegel was niervorming en het dier had een gewei. Althans, er was er een in de maak. 

Reebok met bastgewei

Het was de eerste keer dat ik een ree zag met een bastgewei. Na de paartijd verliezen de bokken in het najaar hun gewei. De hoeveelheid testosteron neemt dan af en het benige materiaal aan het uiteinde van de rozenstokken lost op. Op een dag valt zo'n geweistang dan gewoon van zijn kop (het zijn er twee en ze vallen niet per sé tegelijk af).

Aan onderstaande reeënschedel, die mijn man ooit vond in de Amsterdamse Waterleidingduinen, kun je goed zien hoe het gewei op de benige uitgroeisels van de schedel (de rozenstokken) zit.

Reeënschedel met afgesleten geweistangen

De geweistangen op deze schedel zijn afgesleten en afgegeten, want bijvoorbeeld muizen knagen er graag aan om eiwitten uit de botten binnen te krijgen. 

Een afgeworpen geweistang hebben we ook wel eens gevonden:

Afgeworpen geweistang van een ree

Meteen na het afwerpen van de stangen begint het nieuwe gewei te groeien met fluweelachtige huid erom heen. Dat noemen we de basthuid, die bloedvaatjes en zenuwen heeft. Het voedt het groeiende gewei en beschermt het ook. Het gewei is tussen maart en mei volgroeid. Dan wordt de basthuid afgeschuurd door tegen boomstammetjes aan te vegen. De witte stangen zijn poreus en nemen sappen uit de stam op, waardoor ze donker kleuren. op dat moment is de reebok klaar voor de bronsttijd. Reeën paren in de zomer: in juli en augustus. Uniek voor de ree is de verlengde draagtijd. Na de paring ontwikkelt het embryo zich niet meteen. Het wordt tijdens de winter ingekapseld in de baarmoeder (dit wordt uitgestelde dracht genoemd) en begint pas weer te groeien rond eind december. Zo zorgen reeën ervoor dat hun kleintje niet in de winter geboren wordt, maar in het voorjaar. 

Terwijl de reebok verder knabbelde aan het duingroen, werd het voor ons ook tijd om een lunchadres op te zoeken na deze prachtige ochtendwandeling. 

zaterdag 20 mei 2017

Het Limburgs Heuvellandschap - Het Bunderbos

Het Bunderbos ligt tussen Elsloo en Bunde, oostelijk van het Maasdal. Vroeger maakte het deel uit van een oerbos dat zich uitstrekte tot in België en Duitsland, maar daar is niet meer dan 144 ha van over. Doorsneden door een spoorlijn en vlak langs de A2 lijkt de ligging niet heel gunstig. Toch zijn er in dit bronnenbos veel bijzondere planten en dieren te vinden. Wat zoogdieren betreft kun je hier de ree, das, vos, steenmarter, bunzing, eekhoorn en de rosse woelmuis tegenkomen. Ook vind je er diverse soorten salamanders (waaronder de vuursalamander), kikkers, padden en de hazelworm. Wat in het voorjaar misschien wel het meest tot de verbeelding spreekt zijn de planten. Stinzenplanten zoals bosanemoon en daslook vormen enorme bloeiende tapijten op de bosbodem. De bosanemonen waren nagenoeg uitgebloeid bij ons bezoek, maar de daslook oogde sprookjesachtig. Een zeldzame plant die je in dit bos kunt zien is de eenbes. Deze plant gedijt goed in kalkrijk bos langs beekjes en bij bronnen. Het Bunderbos voldoet aan al deze eisen. Vier grote bladeren omkransen de bloem waar later een blauwe bes verschijnt. De hele plant is overigens giftig. Op het verspreidingskaartje zie je dat de eenbes maar op enkele plaatsen in ons land voorkomt.
In het filmpje zie je een impressie van onze wandeling door het Bunderbos. Het derde en laatste deel over het Limburgs Heuvelland schrijf ik in een volgend blog. Dat gaat over het plateau van Crapoel en het Gulpdal.

dinsdag 14 februari 2017

In het leger

Vossenleger
Op de lagere school leerde ik al dat konijnen holen hebben en hazen 'slechts' een leger: een kuiltje in de grond waar ze rusten. Dat kuiltje is meestal niet dieper dan 10 centimeter. De omvang is ongeveer 20x25 cm. Ze drukken hun achterlijf in het diepste deel van de kom en vertrouwen verder op hun schutkleur. Als kind vond ik dat heel zielig, want waar de konijnen in knusse holletjes konden vertoeven bij regen en kou, lagen die hazen daar nat te worden.... Jonge haasjes worden al met een vachtje geboren, ze zijn 'completer' dan jonge konijntjes die in een beschermde omgeving (het kraamhol of wentel) het levenslicht zien. De draagtijd van een haas is dan ook zo'n 10 dagen langer dan van een konijn.
Niet alleen hazen hebben legers. Ook tal van andere dieren gebruiken zo'n kuiltje om te rusten. In de Harz kwamen we deze 'troon' tegen, een leger van een vos boven op een boomstronk. Een vossenleger is vooral te herkennen aan de vossenharen die erin liggen. Vossenharen voelen zacht, een beetje zijdeachtig, aan. In de winter zijn ze twee keer zo lang als in de zomer: 6 versus 3 cm. Ze zijn geelbeige met een zwarte punt.
Vossen liggen meestal opgerold in hun leger van ongeveer 50x30 cm.

Reeën krabben in de bladlaag een plekje open om te rusten en hun voedsel te verwerken. In de winter leven de reeën in groepjes en dan liggen meerdere legers bij elkaar. In de Harz vonden we een plek met vier legers langs een houtkade. Bij de legers vonden we reeënprenten (pootafdrukken) en poep; meestal ontlasten ze zich voor dat ze weer op pad gaan. Hieronder zie je drie van deze legers.
 






















In de legers vind je vaak reeënharen en die herken je aan het golfpatroon, zoals je op deze foto ziet.

  

vrijdag 28 oktober 2016

Boom ontmaskert ree



Reeën zijn kieskeurige eters. Ze eten een stukje blad hier, een boomknop daar. Je ziet ze meestal ook niet lang stilstaan, ze zijn continue op zoek naar de meest verse knoppen en de meest malse blaadjes. Ze eten precies die delen die voor een boom of plant het belangrijkste zijn: knoppen en jonge scheuten. Door dat geknabbel van de ree loopt de boom een groeiachterstand op. En soms overleeft zo'n struikje het niet. Maar de bomen 'vechten' terug. Bomen (het onderzoek is gedaan bij beuk en esdoorn) kunnen namelijk het speeksel van reeën herkennen. Na deze waarschuwing maakt de boom extra tannines aan die de blaadjes voor reeën minder lekker maken. Bovendien worden groeihormonen geproduceerd zodat de boom snel nieuwe uitlopers maakt. De onderzoekers stelden vast dat het echt alleen werkt met reeënspeeksel. Als ik een stukje van een blad zou trekken, of andere dieren eten van de boom, dan maakt de boom de wond wel dicht, maar komen er geen extra tannines en groeihormonen.





woensdag 9 maart 2016

Reeën, maar niet in het Groene Hart


 

Volgens de laatste schattingen zijn er zo’n 100.000 reeën in Nederland. Op elke 170 mensen leeft er dus één ree in ons land. Maar in het Groene Hart gaat dat niet op. Op de verspreidingskaart, gemaakt door de Zoogdiervereniging, zien we de dat reeën in het Groene Hart nauwelijks voorkomen. Wegen met geluidsschermen vormen onoverkomelijke barrières, maar meer nog past de vegetatie in het Groene Hart niet in het dieet van de ree. Een ree is een kieskeurige knabbelaar. Ze houden van een gevarieerd landschap waar ze kunnen snoepen van verschillende kruiden in het grasland, knapperige en sappige boomknoppen, braamblad, eikels en andere zaden. Een ree zul je niet heel lang stil zien staan, ze verplaatsen zich constant om allerlei soorten voedsel tot zich te nemen. In het Groene Hart vinden ze dat niet. Dat landschap wordt gedomineerd door één soort gras: raaigras. En hun maag is niet ingesteld op zo’n eenzijdig dieet. Ze krijgen er zelfs diarree van. Daarnaast vinden ze in de weidse polder ook te weinig dekking. Reeën herkauwen hun voedsel en hebben rust nodig. Meerdere keren per dag liggen ze rustig onder een boom of in de dekking van struikgewas. Zulke rustplaatsen herken je aan een ovale plek kale aarde waar de reeën bladeren hebben weg geschraapt.  Soms vind je er nog haren in. Die hebben, als je goed kijkt, een miniem gegolfd patroon. Om reeën te spotten zijn we naar de Amsterdamse Waterleidingduinen gegaan.
Maar ook daar wordt de ree een zeldzaamheid. Ze worden verdrongen door de talrijk aanwezige damherten met hun grote voedselbehoefte. Maar we hadden geluk, we zagen drie reegeiten fourageren in het bos en later konden we waarnemen hoe ze gingen rusten tussen de verdorde varens. Een dag met een gouden randje! Op de site van de Zoogdiervereniging vind je meer informatie over de ree. Er is overigens nogal eens discussie over 'de ree' vs. 'het ree' (dat laatste is vooral jagersterminologie). Volgens Van Dale mag het allebei.