Posts tonen met het label nijlgans. Alle posts tonen
Posts tonen met het label nijlgans. Alle posts tonen

vrijdag 4 juni 2021

Volop vogels

In alle vroegte klonk de harde zang van een van de kleinste vogeltjes van ons land, de winterkoning, boven alles uit. Zelfs het gesnater van de grauwe ganzen werd bijna overstemd door het 'blaasbalgje' zoals dit kleine bruine vogeltje ook wel wordt genoemd. Drie ganzen hielden zich op bij de rand van de vijver en nadat ze te water waren gegaan vond er zowaar een paring plaats. Ik liep langs de achterkant van het park, langs een opgespoten terrein waar meeuwen bij elkaar troepten op het zand. Hun luide gekrijs en 'gelach' was overal te horen. Voor de ouders nijlgans was dit blijkbaar een alarmerend geluid: waakzaam als ze zijn sommeerden ze hun kleine grut richting de waterkant en zwommen langs het gele raapzaad. Toen de kust (toch) veilig leek, kwamen ze weer aan wal om hun voedselzoektocht te vervolgen. Hoog boven hen zong de merel in een nog kale es. Merels waren oorspronkelijk zeer schuwe bosvogels, maar zij leerden dat een menselijke omgeving hun broedsucces kon vergroten. Ze zijn dan ook in menige (groene) tuin te vinden. Ze zijn flink territoriaal; in onze tuin duldt de merel geen enkel ander mannetje in zijn nabijheid en hij zingt vanuit de hulstboom van de buren een mooi, maar ook waarschuwend lied: hier ben ik de baas. Merels maken met hun zang duidelijk hoe ze zich voelen. Gaande van zacht contact met elkaar houden tot een luide, paniekerige alarmkreet bij potentieel gevaar zoals de vele katten uit de buurt die tot mijn verdriet regelmatig onze tuin bezoeken (en niet zelden een 'herinnering' achterlaten tussen mijn tuinplantjes en groenten). Herhaaldelijk repeteren verbetert hun zang aanzienlijk. Oudere merels zijn dan ook betere zangers. Met een ruim repertoire en minder herhalingen dan jongere merels, die pas aan het begin van hun zangcarrière staan. Je kan een merel individueel herkennen aan zijn manier van zingen. Zelf herkennen ze zo ook hun vaste buurmannen aan hun lied. Die zullen daardoor minder snel aangevallen worden, dan vogels die een nieuwe, onbekende zang laten horen.

Mannetjesmerel: zwart pak, oranje snavel

Vrouwelijke merels zijn bruin en mannelijke merels hebben een zwart verenpak met een opvallende oranje snavel. De kleurstoffen voor zijn snavel, carotenoïden, haalt hij uit zijn voedsel. Die stoffen zijn ook belangrijk voor zijn immuunsysteem. Hoe feller de snavel is gekleurd, des te gezonder is het mannetje. En gezonde mannetjes zijn in trek bij vrouwtjes, dus het bepaalt zijn kansen op de huwelijksmarkt. Ook een net verenpak stelt de merel bijzonder op prijs. Soms zie je ze met hun vleugels gespreid (en open snavel vanwege de hitte) in het zonnetje zitten. Parasieten gaan van de hitte op de loop waardoor de merel de indringers in de kuif kan pikken. Natuurlijk moeten merels hun veren ook regelmatig vervangen. Tijdens de rui is de huid van de vogels makkelijk bereikbaar voor steekmuggen die een gemeen virus kunnen overbrengen: het usutu-virus. Zo'n geïnfecteerde merel oogt bol en lusteloos. 

Ik vervolgde mijn ronde door het park, zag nog een jagende reiger en hoorde nogmaals het gesnater van de grauwe ganzen toen het tijd werd om thuis een ontbijtje te gaan verorberen, ik kon het zachte zoemen van de sinaasappelpers al horen :). Klik hier om het filmpje van deze week te zien. 



woensdag 12 mei 2021

En toen waren er kleine nijlgansjes

De dag begon behoorlijk mistig, maar een uurtje na zonsopgang kleurde de zon de grauwe wereld naar een zacht oranje tint. In de vroege ochtend zijn er nog weinig mensen in het park en daar maakten de ooievaar, meeuw en fazant nog even gebruik van om ongestoord over het gras te lopen. Terwijl de zon hoger klom beroerde ze de frisse nieuwe bladeren; lentegroen is wat mij betreft de mooiste kleur groen die er is. 

Veldesdoorn; lentegroen is de mooiste kleur

Terwijl ik stond te filmen vertelde een wandelaar me dat de nijlganzen waren gezien met kleintjes. Naar verluid waren het er zeven, maar inmiddels was de familie gereduceerd tot vier kuikens. Ik besloot polshoogte te nemen en zag de nijlganzen inderdaad met vier donsbolletjes langs de waterkant lopen. Het was nogal druk op het fietspad en ook de honderuitlaters liepen af en aan. Ik stond nog op flinke afstand toen moeder gans besloot dat de drukte te veel van het goede was; ze riep de kuikens op om onder haar veren te kruipen. Vader gans ging op de wieken, geen idee waar naar toe. Ik naderde de ganzen maar kwam niet te dichtbij. Het wachten begon. De mevrouw die me tipte had haar wandelrondje gemaakt en vroeg of ik de kuikens al gespot had; 'als je maar lang genoeg wacht komen ze wel weer te voorschijn'. Het was best fris om stil te staan, ondanks mijn plekje in de zon. Op een gegeven moment piepte er een koppie tussen moeders veren uit. 

Nijlgans met jong
Schattig hoe het beestje in de rondte keek. Als snel was dat moment voorbij en werd mijn geduld weer op de proef gesteld. Een nieuwe poging: een kuiken keek op en kroop onder het verenkleed uit, liep naar moeders borst en verdween daar weer in de beschutting. Inmiddels keerde vader terug en nam de tijd om ochtendtoilet te maken. In de omgeving was de rust weergekeerd, 'n enkele wandelaar of fietser passeerde nog maar. Moeder gans besloot dat het zo wel weer kon en de kleintjes kropen één voor één onder het verendek uit. Ze deden zich meteen tegoed aan het gras en pikten in de rondte. Om aan hun voedselbehoefte te voldoen moeten ze zowat de hele dag eten. De kuikens van nijlganzen zijn nestvlieders, dat wil zeggen dat ze na de geboorte het nest meteen verlaten en op hun eigen pootjes kunnen staan. Ze kunnen dan nog niet vliegen en zijn dus nog wel kwetsbaar. Na twee tot twee-en-een-halve maand zijn ze vliegvlug en kunnen ze hun vleugels uitslaan.  
Bekijk het filmpje van deze extra Hemelvaarteditie door hier te klikken



zaterdag 13 maart 2021

Nijlgans: exotische vogel die in de winter kan broeden

Ongeveer vijfenvijftig jaar geleden broedden de eerste nijlganzen in Nederland. In Engeland waren deze vogels een paar eeuwen daarvoor ingevoerd als siervogel. Ontsnapte dieren bevolkten Noordwest-Europa met onder andere een broedgeval in Den Haag. Later vestigde zich een groepje in Groningen en die twee populaties zorgen voor verdere verspreiding in de lage landen. Momenteel zijn er rond de 40.000 nijlganzen in Nederland. 

Nijlganzen in hun oorspronkelijke habitat: Afrika,
hier gefotografeerd in Limpopo, Zuid-Afrika
Foto: Bernard Dupont from France - CC BY-SA 2.0, https://commons.wikimedia.org

De soort komt oorspronkelijk uit Afrika, ze leven langs de Nijl en verder in heel Afrika ten zuiden van de Sahara. Ze broeden daar als de omstandigheden gunstig zijn, dat komt vooral neer op de regentijd. In Nederland is het broedseizoen langer, ze brengen per jaar meerdere legsels groot en broeden tot midden in de winter. Soms kom je nijlganskuikens tegen in de sneeuw! De piek van het broedseizoen ligt echter tussen eind maart en mei. In het park was een paartje nijlganzen zich aan het poetsen terwijl de zon opkwam. In deze tijd van het jaar zijn ze ook erg luidruchtig. Ik zag ze in de weken ervoor al met regelmaat achter elkaar aan vliegen. Dus daar zal vast een nest van komen. Wat nesten betreft is de soort nogal gemakzuchtig: het liefst betrekken ze een bestaand pandje in de vorm van een boomholte, een oud reiger- of ooievaarsnest. In bossen 'kraken' ze regelmatig nesten van buizerds en haviken. Ook willen ze nog wel eens op de grond broeden onder een struik of boom bij het water. Een aparte waarneming deed vogelaar Jan van Dijk in 1995. Hij monitorde een slechtvalkenkast die op 50 meter hoogte aan de elektriciteitscentrale Harculo bij Zwolle hing. Met slechtvalken wilde het daar niet zo vlotten, maar er hadden wel al duiven in de kast gebroed. Tot zijn verbazing trof hij op een dag een broedende nijlgans met tien eieren aan in dit penthouse op 50 meter boven de grond.

 

Nijlganskuikens
Foto: Tristram at Picasa Web Albums
CC BY 3.0, https://commons.wikimedia.org
Dat zou spannend worden, want nijlganskuikens kunnen nog niet vliegen als ze het nest verlaten. Hij hield de kast goed in de gaten. Op 10 juli waren er negen jongen uit de eieren gekropen en die zaten op het vliegbord bij de kast. Ruim een uur later waagde het eerste jong de sprong en binnen een half uur was het beestje gevolgd door zes broertjes en zusjes. Een daarvan was gewond aan zijn kop en heeft het niet gered, maar de andere zes liepen al vrolijk achter vader aan. De twee achterblijvers leken te worden vergeten, maar ook deze konden uiteindelijk bij de groep worden gevoegd. Het troepje steekt twee wallen en een dijk over (met gras van 30 cm hoog) en bereiken veilig en wel het water. In het najaar werd de familie nog compleet en wel gespot door Jan van Dijk. Ik ben benieuwd of de nijlganzen in (de buurt van) het park gaan broeden en of ze dan ook zulke spannende capriolen uithalen. Bekijk ze, samen met een grauwe gans en een soepgans, in het filmpje van deze week door hier te klikken



zondag 7 oktober 2018

Opmars in ganzenpas

Grauwe ganzen strijken neer voor
de nacht op de Wijde Aa (Z-H)
In het donker van de nacht hoor ik ze over ons huis vliegen: grote groepen gakkende ganzen. Langzaam stromen ook de overwinteraars vanuit Noord- en Oost-Europa, Spitsbergen en Siberië weer ons land binnen, op het hoogtepunt van de winter zijn ze met z'n 2 miljoenen. Ik reed vorige week naar huis van mijn werk. Het was een warme dag geweest voor de tijd van het jaar. Langs de Wijde Aa zag ik vanaf de weg een grote groep nijlganzen zitten. Met volop zon en wat wolkjes aan de einder bedacht ik dat het wel eens een mooie zonsondergang kon worden, daar boven het water. Thuisgekomen pakte ik mijn camera en statief en vertrok onmiddellijk weer richting het water. Naast de parkeerplaats graasden koeien in het avondlicht. Spinnendraden dansten op het beetje wind dat er was. De nijlganzen zaten er nog, ze waren waakzaam toen ik uitstapte, maar vlogen niet op. Deze van oorsprong exotische vogels, hebben met grote broedsuccessen in de laatste 20 jaar een flinke populatie gevormd. Van enkele ontsnapte vogels naar zo'n 12.000 exemplaren nu.
Nijlganzen soezen in het avondlicht
De vogels hebben zich vermeerderd vanuit Den Haag en Groningen, waar de nijlganzen blijkens de statistieken zijn ontsnapt. 

Boven het water van de Wijde Aa was het een drukte van belang van grauwe ganzen. Ook deze soort heeft een opmerkelijke groei doorgemaakt, eigenlijk is er sprake van een comeback. Door bejaging en verlies van het leefgebied (moerassen) was de vogel uit ons land verdwenen. In de jaren 70 van de vorige eeuw zijn ze opnieuw uitgezet in Friesland en het Deltagebied. Maar de echte sprong voorwaarts kwam met de spontane vestiging van grauwe ganzen in de Oostvaardersplassen. Gemiddeld zijn er nu zo'n 200.000 grauwe ganzen in Nederland, met een piek in de winter van ruim 400.000 vogels. Terwijl de zon onderging, kon ik een mooie ganzenvlucht filmen tegen de oranjerode lucht. Ze vlogen langs de molens en boven de verlichte voetbalvelden van Hoogmade. In een volgebouwd land is er blijkbaar toch nog plek voor deze gasten. 
E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken.