Schorpioenvlieg

Schorpioenvlieg
Posts tonen met het label Diersporen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Diersporen. Alle posts tonen

maandag 5 januari 2026

Sporen in de sneeuw

Sneeuwvlokjes vallen

Het is al weer bijna vijf jaar geleden dat we een beetje sneeuw van betekenis hadden. Ik herinner me die februari in 2021 vooral van de glibberige ritten naar het zuiden omdat het mijn moeders laatste weken waren. 

Zaterdagochtend werden we wakker met uitzicht op een besneeuwd park. De temperatuur lag een paar graden boven nul, dus de dooi was ook al een feit. Kleine sneeuwbuitjes en forse hagelbuien wisselden elkaar af. Toch trokken we onze wandelschoenen aan, want wie weet hoe snel de sneeuw weer zou verdwijnen.

Felle buitjes onderweg

In de sneeuw wandelen is altijd een unieke kans om diersporen te zien die anders verborgen blijven. Nu liepen we niet in een bijzonder natuurgebied, maar een rondje door de polder. Dus geen marters of wolvensporen te bekennen :). Het eerste spoor dat je meestal ziet als je de deur uitstapt zijn hondensporen. 

Hondensporen

Kenmerkend voor hondensporen is dat het achterste teenkussen heel dicht tussen de voorste teenkussens staat. Je ziet bij sommige prenten ook afdrukken van de nagels. Dat zul je bij katten nooit zien want die trekken hun nagels in als ze lopen (om te zorgen dat ze scherp blijven). Kattenprenten zijn ook veel ronder dan die van honden.

In het park tegenover ons huis zagen we dat een flinke groep wilde eenden op zoek was geweest naar voedsel buiten de sloot. In het besneeuwde gras was een wirwar van eendenvoetjes zichtbaar. De voeten van de eend zijn altijd naar binnen gericht bij het lopen en je kunt de zwemvliezen ook goed zien in de afdrukken.


Onder een rij elzen was een vuilgele strook in de sneeuw. Hoewel we op diverse plaatsen gele urinesporen van honden hadden gezien, was dit iets anders. Hier lag stuifmeel op het witte tapijt. Elzen en hazelaars bloeien elk jaar vroeger. Door de relatief hoge temperaturen in december waren deze bomen al eind vorig jaar uitgelopen. 

Stuifmeel uit de elzen

Els

We verlieten de bebouwde kom langs een bedrijventerrein. Tussen de opslagruimtes zagen we een hazenspoor. Ongetwijfeld was de haas uit de polder ernaast gekomen. Had-ie door de sneeuw niet gezien dat de polder hier ophield? Of zou hij beschutting hebben gezocht. We konden het spoor een tijdje volgen: de haas was naar deuren gelopen en uiteindelijk weer in de polder verdwenen.

Hazenspoor

Een haas springt 'haasje over' en zet eerst zijn voorpoten neer (achter elkaar) om vervolgens te landen met de achterpoten (min of meer naast elkaar). De haas van het spoor op de foto liep dus van je weg, richting de bandensporen. 

We keken uit over de weidsheid van de polder en genoten van dit Hollandse plaatje.

Hollandse winter

Intussen zagen we een volmaakt meerkoetenspoor. Of eigenlijk twee. Je herkent meerkoetenprenten aan de brede tenen met de zwemlobben eraan. Meerkoeten hebben geen zwemvliezen. Ze zetten hun poten bijna in een rechte lijn achter elkaar. Hier hebben dus twee koeten gezellig samen gelopen.

Meerkoetensporen
  
Even verderop zagen we een meerkoetenspoor dat wat gedooid was, dan lijkt zo'n spoor ineens een stuk breder. Ernaast stonden afdrukjes van drie tenen met een zwemvlies ertussen. Deze prenten waren te klein voor eendenpootjes. Naast deze koet heeft een meeuwtje gelopen, waarschijnlijk een kokmeeuw, aan het formaat te zien.


Af en toe keken we achterom, de lucht was dreigend donker van een nieuwe sneeuwbui. Maar er zat een wetering zonder brug tussen ons wandelpad en ons huis, we hadden nog vier kilometer te gaan :).


Geniet van de (sporen in de) sneeuw maar rij voorzichtig!

Wil je meer weten over diersporen? Ik heb een boekje geschreven voor beginnende spoorzoekers met de titel Speuren naar sporen. Kijk op mijn site voor meer informatie.

zaterdag 5 oktober 2024

Hoe wordt een schelp geboren?

Half september konden we genieten van een mooi nazomerweekend. We besloten naar Noordwijk te gaan, voor een wandeling, lekkere lunch en dan nog even relaxen in het zand. Er waren veel schelpen aangespoeld, voornamelijk Amerikaansen zwaardschedes en half geknotte strandschelpen, met hier en daar een kokkel ertussen. Ook de schildjes van krabben zagen we veelvuldig en een zilvermeeuw zocht ze allemaal na op restjes voedsel. De vogel slikte de krabbenlijfjes compleet in, erop vertrouwend dat zijn maag het schild wel klein zou krijgen (letterlijk). 

Massa's aangespoelde schelpen

Kijkend naar die massa schelpen kwam er een vraag in mij op. Hoe worden schelpen eigenlijk geboren? Natuurlijk is een schelp niet meer dan een omhulsel dat een weekdier beschermt. Dus de vraag is eigenlijk verkeerd gesteld. "Hoe worden weekdieren geboren en hoe ontstaat de schelp?" is een betere formulering. In mijn tuin vind ik regelmatig een groepje half-doorschijnende witte bolletjes van een paar millimeter groot. Dat zijn slakkeneitjes. Slakken worden geboren met een piepklein huisje dat met de slak meegroeit. Zo blijkt het bij schelpen niet te gaan. 

De conceptie van schelpen vindt in het water plaats: eitjes en sperma worden in grote hoeveelheden in het water afgezet. Waar ze elkaar treffen kunnen ze versmelten en zo ontstaat er een larve. Die zweeft nog een tijdje rond en kan zo nieuwe gebieden koloniseren. Het schelpje ontstaat pas na enkele dagen of zelfs weken. Dit is onder andere afhankelijk van de soort en de watertemperatuur. Om de schelp te maken hebben weekdieren kalkklieren in speciale huidplooien, die mantelranden worden genoemd. Als ze eenmaal een schelpje hebben, worden de weekdieren zwaarder en zakken ze naar de bodem. Daar blijven ze dan de rest van hun leven. Op de schelp worden telkens nieuwe laagjes afgezet, zo groeit die mee met het formaat van het weekdier. De kleur, tekening en vorm van de schelp worden bepaald door de mantelranden. In warme periodes groeit een schelp sneller dan in koude, net als bij een boom kun je groeiringen zien.

Aan de ringen kun je zien wanneer een schelp sneller of langzamer is gegroeid

Tweekleppigen zoals kokkels en mossels bouwen hun schelp in tweevoud. Ze metselen tegelijkertijd twee min of meer spiegelbeeldige kleppen. Bij de top zitten die aan elkaar vast met een band en ze kunnen stevig dichtgetrokken worden met sluitspieren. Zo is het weekdier beschermd tegen vijanden en uitdroging, mocht de schelp aanspoelen op het strand. Dat helpt niet 100% overigens, want meeuwen slikken niet alleen krabben compleet in, maar ook schelpen. Het maagzuur vergruist de schelp en dat komt met braakballen weer naar buiten. Op onderstaande foto's zie je daarvan het resultaat.

Braakbal met mosselresten
linksboven in het zilvermeeuwnest

Verdroogde meeuwenbraakbal met mosselresten

Schelpen bestaan uit drie lagen. De stevigheid is te danken aan de middelste laag (porseleinlaag), die het dikste is. Vanbinnen krijgt dat porselein vaak een glad afgewerkte voering van parelmoer en vanbuiten een dunne opperhuid, die van lege kleppen kan afbladderen. Dat laatste gebeurt vrij snel als lege schelpen aanspoelen op het strand.


zaterdag 20 januari 2024

Ranstijd voor de vossen

In Alphen aan den Rijn is afgelopen week maar een beetje sneeuw gevallen. Zeker niet de hoeveelheid die door familie en vrienden in Limburg gerapporteerd werd :). Voor mijn werk moest ik afgelopen donderdag in Haarlem zijn en ik zag dat daar een dikker laagje van dat witte fluffy spul lag. Op zaterdagochtend besloten we ons geluk te beproeven in de Amsterdamse Waterleidingduinen, hier konden we nog een echte sneeuwwandeling maken!

In de Amsterdamse Waterleidingduinen lag nog genoeg sneeuw voor een witte winterwandeling

Sneeuw maakt het leven in de winter wat lichter - als je tenminste niet over supergladde wegen door een flinke bui naar je werk hoeft te glibberen. En natuurlijk wordt de spoorzoeker in mij weer wakker, want in de sneeuw kun je veel meer sporen zien dan op een verhard pad of het gras. 

We zagen veel hertensporen en ook de sporen van een konijn, die zijn achterpoten voor de voorpoten plaatst omdat hij "haasje over" springt. 

Afdrukken van damhertenhoefjes in de sneeuw,
de achterpoot wordt deels over de afdruk
van de voorpoot geplaatst

Prenten van konijnenpoten. De twee
(grotere) bovenste afdrukken zijn van de achterpoten

Op een gegeven moment hoorden we een opvallend geluid. Gezien de tijd van het jaar dacht ik meteen aan vossen. Het is nu de paartijd van deze mooie dieren en daarbij maken ze geluid om hun territorium af te bakenen en het andere geslacht aan te trekken. We waren erg verrast om dit zo te horen. We slopen iets naderbij om het geluid op te nemen. Dit is redelijk gelukt, en je kunt dit geluid horen in een filmpje door hier te klikken. Misschien moet je het volume op je apparaat wat hoger zetten. Het geluid klinkt wat onheilspellend, en dan hebben we nog niet de meest sinistere geluiden gehoord. Daarvoor kun je de vossenkreten in dit National Geographicfilmpje beluisteren. Wie wel eens naar de detective Midsomer Murders kijkt, weet dat daar in de nachtelijke uren ook vaak een schreeuwende vos wordt opgevoerd om de suspense te vergroten. Dank zij de sneeuw konden we de loopsporen van de vossen (we zagen de sporen van een grote en een wat kleinere vos) makkelijk ontdekken. 


Zoveel sporen hadden we van dit dier nog nooit bij elkaar gezien. Ze hebben hier echt een territorium. In het filmpje kun je zien dat ik een van de sporen volg. Het hield op bij een kanaal met een richel ongeveer één meter voor de waterkant. Wellicht hebben ze daar ergens een hol. De vos(sen) zelf hebben we niet gezien. In 2013 hadden we dat geluk wel. Op 28 januari zagen we een vos in zijn prachtige paarkleed, dik en mooi oranjebruin.

Ook in 2013 lag er wat sneeuw in januari

Tijdens de paartijd zijn vossen op hun mooist

In december en januari gaan de rekels (mannetjes) op zoek naar een vrouwtje (moertje), het keffen/schreeuwen hoort daar bij. Het mannetje is alleen in deze maanden vruchtbaar, het vrouwtje gedurende drie weken. Het moertje maakt in die weken geluid om een mannetje te lokken. Na de paring worden zo'n twee maanden later de jongen geboren in een hol onder de grond. Dat hol wordt de rest van het jaar niet of minder gebruikt. De vossen schuilen dan op andere plekken, zoals bijvoorbeeld dit leger. Bij de geboorte zijn de oogjes van de jongen gesloten, het duurt twee weken eer die open gaan. Het moertje zoogt de jongen en de rekel zorgt dat zij genoeg te eten heeft. Na zes weken komen de kleintjes buiten het hol en gaan dan over op vast voedsel. We hebben ooit in het struikgewas een aantal jonge vosjes zien spelen, dat was een geweldige waarneming die we helaas niet konden filmen of fotograferen. In het begin jagen de vosjes nog niet zelf, maar de oudervos brengt een prooi mee die de jonge vossen op een eigen plekje gaan opeten. 

Jonge vosjes. Foto "Mike" Michael L. Baird, wikimedia

Al met al hebben we weer een aantal mooie waarnemingen gedaan op deze winterse dag!

Vossensporen naast mensensporen

Bekijk ook eens het filmpje dat ik een aantal jaren geleden maakte over vossensporen, door hier te klikken. Wil je meer weten over sporen dan is mijn boekje Speuren naar Sporen een mooie introductie in het onderwerp. Meer informatie via deze link of kijk op de pagina 'boeken' in mijn blog.

PS Ik ben de winactie niet vergeten, maar hiervoor moet ik op zoek naar plantjes die nu even onder de sneeuw verborgen zijn. 

dinsdag 14 februari 2017

Flitswinter


Dit weekend beleefden we een flitswinter. Zaterdag begon het te sneeuwen, zondag lag er (in delen van het land) een aardig pak sneeuw en op maandag deed de dooi al weer zijn werk. Dat steekt schril af bij de winter van 2009/2010 toen gemiddeld 42 dagen met een sneeuwdek werden geteld, met uitschieters in het noordoosten tot 55 dagen! Over de jaren gezien ligt er in een gemiddelde winter 13 dagen een sneeuwdek, maar de laatste jaren halen we dat aantal al lang niet meer. Reden genoeg dus om er meteen met de camera op uit te gaan. Dit filmpje legt het weekend vast van zaterdagochtend tot zondagavond. Van het eerste laagje dunne sneeuw waarop de kinderen meteen al met een sleetje de dijk af roetsjten, tot een mooie avondstemming met de smeltende sneeuw. In latere blogs kom ik nog eens terug op dit sneeuwweekend met een filmpje over de besneeuwde Amsterdamse Waterleidingduinen en de vogels in mijn wintertuin. Dit filmpje is gemaakt in Alphen aan den Rijn, het Bentwoud (Boskoop) en langs de houtkade van het Spookverlaat in Koudekerk aan de Rijn. Sneeuw nodigt uit tot spoorzoeken. Let in het filmpje maar eens op hoe de vogels lopen en wat voor soort poten ze hebben. Bij de meeste soorten heb ik ook de loopsporen vastgelegd. Een minicursus spoorzoeken dus.

zondag 5 februari 2017

De eekhoorn en zijn nesten


Eekhoorns houden van bosrijke omgeving, dat is de reden dat ze in het westen van Nederland dun gezaaid of afwezig zijn. Ik heb altijd wel een lijstje met dingen die ik graag 'live' in de natuur wil zien. Op dat lijstje stond al jaren: een eekhoornnest. Ik had er wel vaak over gelezen en toen ik deze 'voetbal' van takken, bladeren en mos in de boom zag, dicht bij de stam, wist ik het meteen. Dit was dus zo'n eekhoornnest. Zulke nesten vind je meestal op 5-6 meter hoogte. Deze eekhoorn had een loofboom gekozen voor het nest, waardoor ik het nu goed kon zien. Veel nesten worden echter in naaldbomen gemaakt, waar ze het hele jaar verborgen zijn. In de sneeuw kunnen richting de boom prenten (pootafdrukken) staan, die bij de stam ineens ophouden. Daar is de snelle rakker de boom in geklommen. De voorvoeten met vier tenen zijn een stuk kleiner dan de achterpoten die vijf tenen hebben. Doordat eekhoorns meestal in sprongengalop lopen, zetten ze de grotere achterpoten voor de kleinere achterpoten neer (een soort haasje over dus). De eekhoorn die het spoor op de foto maakte, sprong dus naar rechts.
Het bouwen van zo'n eekhoornnest begint met het leggen van een platform van grovere takken. Om het werk te vergemakkelijken wordt soms een oud vogelnest als basis gebruikt. Naarmate het nest vordert voegt de eekhoorn kleinere takken en bladeren toe. Om takjes te verzamelen rent de eenhoorn door de boom en breekt geschikte formaten af. Ook kan bast of een tak van een naaldboom, met de naalden er nog aan, in het nest verwerkt worden. Af en toe duikt de eekhoorn in het nest om de maat te testen en met zijn lichaam een geschikte holte te maken. Als de buitenkant klaar is, wordt het nest gevoerd met mos, droog gras, veren en andere zachte dingen. Schapenwol, reepjes van papieren zakdoekjes en een bolletje breiwol werden door onderzoekers ook in de nesten aangetroffen. Om zo'n winternest te maken is een eekhoorn minimaal een dag bezig en soms wel een dag of vijf. Jonge eekhoorns moeten dat echt leren, want de eerste nesten zien er vaak slordig uit en soms maakt zo'n jonkie een vrije val omdat hij door de bodem van zijn eerste probeersel valt.
Het nest wordt gebruikt om uit te rusten en warm te blijven in de winter, maar ook om te baren en jonge eekhoorns groot te brengen. Komende maand worden de eerste eekhoornjongen geboren, want de paringen vinden al in januari plaats. Overigens maakt een eekhoorn meerdere nesten, waarin telkens een paar dagen wordt doorgebracht. Moeder laat een van haar stevige nesten vaak aan een jonkie na, zodat deze alvast een goede start kan maken. Ook in de zomer heeft een eekhoorn meerdere nesten, die zijn dan wel wat minder dik gestoffeerd. Toen ik dit hele 'nestproces' nog eens nazocht in het boek 'Squirrels' van Jessica Holm, viel mijn oog op de pagina met voedsel, waar ik wat opmerkelijke dingen tegenkwam. Eekhoorns eten het hele jaar zaden uit dennenkegels en ook teren ze op de voorraad die ze in het najaar aanleggen van zaden zoals hazelnoten, eikels en veldesdoorn. Dat was mij bekend. In de barre wintermaanden eten ze ook wel bast van bomen en schimmels op rottend hout. In het vroege voorjaar staan katjes van hazelaar en els op het menu. Bloemen, zoals van de sleedoorn en de eik, boomknoppen en jonge scheuten zijn populair in april en mei. Tegen de zomer worden rupsen niet versmaad en wordt bast van bomen gestript om het zoete sap eronder te bemachtigen. Al met al heeft de eekhoorn een veel gevarieerder menu dan ik had gedacht.

Eekhoorn, foto van Wikimedia

dinsdag 30 augustus 2016

Pad en meer op het tuinpad



Eerst diende het spoor zich aan: voor de keukendeur lag een poepje te glanzen, iets minder dan een centimeter in doorsnede en een centimeter of vier lang. Ik dacht eerst aan een egelpoepje maar daarvoor was het te groot, te bruin en te egaal. Afijn, de gedachte aan dat egelpoepje was dus meer 'wishful thinking', want ik wil graag een egeltje in de tuin. Padden hebben relatief grote uitwerpselen en zij voorzien deze van een grijszwart, dun 'modderlaagje'. Dat schijnt - als ze vers zijn - ook naar modder te ruiken, maar dat heb ik niet uitgeprobeerd. Binnenin vinden we de sporen van het paddendieet: insectenresten. Padden zijn dol op mieren, maar ook kevers, spinnen en wormen staan op het menu. Een aantal jaren geleden heb ik een etende pad kunnen bekijken toen in mijn tuin mieren uitvlogen. Het was een waar feestmaal voor het beestje. Zijn kleverige tong flitste keer op keer naar buiten om een mier op te pikken. Ik had toen nog geen filmcamera en het geheel speelde zich af in de schemering, dus de foto is niet scherp. Maar je krijgt een idee hoe het eruit ziet. Het duurde een paar dagen eer de pad-van-het-poepje zich in levende lijve aandiende. Ook hij (of zij) zat voor de keukendeur. Hij liet zich geduldig fotograferen voordat hij wegwandelde.

 

dinsdag 16 augustus 2016

De voorraadkast van de grauwe klauwier



De grauwe klauwier is te herkennen aan zijn zwarte oogmasker en grijze kap. Vroeger was deze trekvogel nog heel algemeen in Nederland, maar door schaalvergroting in ons landschap moeten we het nu doen met een paar honderd broedparen. Het filmpje heb ik in Estland gemaakt, in Nederland heb ik de grauwe klauwier nog nooit gespot. Toch heb ik hier zijn aanwezigheid opgemerkt, door een spoor waaraan hij zijn naam dankt. De naam 'klauwier' slaat op de gewoonte van de vogel om een voorraadje prooidieren op te hangen aan de doornen van stekelige struiken. Of aan de vervanging daarvan: prikkeldraad. Zelfs in de polder kwam ik tot voor kort dit soort gespietste prooien wel tegen. Maar de voorraadkast op onderstaande foto vonden we in natuurgebied Kempen-Broek. Daar voelt de grauwe klauwier zich thuis in het kleinschalige, gevarieerde landschap. De vogel zit graag, zoals in het filmpje, op een uitkijkpost, zoals een boomtop of boven in een struik. Soms wipt hij daarbij met zijn staart, maar deed dat net even niet toen ik aan het filmen was.



donderdag 18 februari 2016

Lezingen

Zaaddozen van de kardinaalsmuts
Dit jaar verzorg ik, meestal samen met Maria Chardon, vier lezingen. Kijk op de lezingenpagina voor meer informatie!