zaterdag 14 september 2019

Op de grote stille heide

Tijdens een heel koude periode in de laatste ijstijd, zo'n 18.000 jaar geleden werd dekzand door de poolwinden vanuit de Noordzeebodem naar ons land geblazen. Onder andere op de Veluwe kunnen we nog stuifzanden tegen komen, zoals in het gebied de Pollen in Nationaal Park de Hoge Veluwe. Deze zandgronden zijn zeer voedselarm, slechts enkele dennen en wat korstmossen houden het hier uit. Daar maakte ik onderstaand filmpje (e-mailabonnees klik hier en lees dan verder onder het witte vlak). 


De eerste planten die zandvlaktes koloniseren zijn heideplantjes. Om te overleven op zulke voedselarme grond werken ze samen met een speciale schimmel. Die schimmel levert stikstof aan de heide en krijgt er voedingsstoffen voor terug. De heideplantjes kunnen op die manier goed concurreren met grassen die geen schimmel hebben die hen een handje helpt met de voedselvoorziening. Met hun wortels houden de heideplantjes bovendien het zand vast, waardoor het minder gaat stuiven. Wanneer de plantenresten van de heide vergaan vormen ze humus en verrijken zo de bodem. Dat is de eerste fase in de zogenaamde successie, waarbij nieuwe soorten een kans krijgen. Successie is een ecologisch proces waarbij een merkbare verandering in de soortensamenstelling binnen een habitat plaatsvindt. Deze verandering vindt plaats binnen een bepaalde tijdspanne waarna een stabiele levensgemeenschap gevormd wordt. Levensgemeenschappen volgen elkaar dan in een bepaalde volgorde op. Als er wordt uitgegaan van een kaal gebied, zonder planten, begint de successie met een aantal pionierssoorten zoals heide, waarna, naarmate de successie vordert, het systeem complexer wordt. Uiteindelijk eindigt elke successie als bos, tenzij de mens ingrijpt, of er bijvoorbeeld door weers- of waterinvloeden (bosbranden, overstromingen) ingrijpende veranderingen plaatsvinden. 
De heidevelden die we nu kennen zijn cultuurlandschap: ze worden door de mens in stand gehouden. Men laat er schapen grazen om de grassen en bomen tussen de heide op te laten eten. Of de voedselrijke bovenlaag wordt afgeplagd zodat er weer een voedselarme bodem ontstaat. Tijdens een wandeling bij Loenen kwamen we op 'de grote stille heide' een kudde schapen tegen. Aan het eind van de middag dreef de herder ze terug naar de schaapskooi. Een schaapskooi is een zogenaamde potstal en dient als onderkomen voor schapen die de heide begrazen. Boeren op de arme zandgronden gebruikten zo'n potstal vroeger om mest te verzamelen voor hun akkers. In de stal werden heideplaggen gelegd. Hierop poepten de schapen en met hun poten vermengden ze de uitwerpselen met de plaggen. Die stalmest werd uitgespreid over de akkers en was zeer vruchtbaar. 
Bekijk de heide en de schaapskudde in het tweede filmpje van deze week (e-mailabonnees klik hier).

zaterdag 7 september 2019

Hoornaars op de heide

Heideveld bij Otterlo op de Veluwe
Natuurliefhebbers keken er met spanning naar uit: zou de heide dit jaar weer bloeien of niet? In de droge zomer van 2018 sloeg de heide op de Posbank namelijk een jaartje over. Ook dit jaar viel er niet veel regen, maar een korte natte periode in het midden van de zomer was blijkbaar net genoeg voor de heidevelden op de Veluwe. Dit jaar kleurden ze gelukkig gewoon weer paars. Het hoogtepunt van de bloei is al weer voorbij, maar afgelopen weekend bracht ik twee heerlijke uurtjes door op een bloeiend heideveldje bij Otterlo. De zon kwam op en kleurde de mist boven het veld langzaam geel. Dauw parelde aan de grasjes en spinnenwebjes. Er was geen mens te zien en het was windstil. Echt genieten. Ik liep op mijn gemak een rondje. Bij een berk viel mijn oog op twee Atalanta's, die berkensap aan het opzuigen waren. Om mij heen zoemden hoornaars. Aan de andere kant van de boom verdrongen zij elkaar om van het sap te drinken. Zij knagen in deze tijd van het jaar gaten in de bast om het zoete boomvocht te bemachtigen. De rest van het jaar eten ze insecten, zoals vliegen, vlinders en rupsen. De vlinders en vliegen op de berkenstam leken zich niet bewust van dit gevaar; de hoornaars waren te druk bezig met het berkensap en de andere insecten probeerden er iets van mee te pikken.
Hoornaars zijn onze grootste wespen
Hoornaars horen tot de papierwespen. Ze maken nesten van houtpulp, met een papierachtige structuur. Het nest wordt elk jaar opnieuw gemaakt en groeit met de kolonie mee. Aan het einde van de zomer paren mannetjes met nieuwe koninginnen en alleen die laatsten overleven de winter. De rest van de kolonie gaat dood. In het voorjaar start zo'n koningin een nieuw nest. Oude nesten worden nooit opnieuw gebruikt. De behuizing zou in het begin van de nieuwe kolonie veel te groot zijn voor de kleine groep wespen: door al die ruimte krijgen de insecten het niet warm genoeg om te gaan vliegen. Heb je dus een wespennest in je buurt waar je veel last van hebt gehad, laat het dan in de winter rustig hangen, in het voorjaar zal het niet opnieuw bewoond worden. Als je het weghaalt hebt je kans dat er weer een nieuw nest komt, want blijkbaar was het een geschikt plekje. Naarmate de kolonie groeit komen er telkens laagjes houtpulp bij, en dan kan de temperatuur wel eens te hoog oplopen. Op zo'n moment gaan wespen bij de ingang met hun vleugels slaan als een levende ventilator en wordt er water aangevoerd voor de koeling. Van sommige wespensoorten kun je zo'n papiernest in een boom zien hangen. Hoornaars hangen hun nest het liefste in een boomholte of nestkast, dus dat blijft meestal verborgen. Met 3 cm lengte zijn hoornaars onze grootste wespen. Ze hebben een imagoprobleem want er doen allerlei verhalen de rondte over het gevaar van deze beestjes. Al met al steken ze wat minder snel dan gewone wespen, tenzij ze ernstig gehinderd worden. Een mens die niet allergisch is voor de steken zou tussen de 500 en 1000 keer gestoken moeten worden wil het fataal aflopen, dat is net zo veel als bij gewone wespen. Omdat hoornaars in kleine groepen leven, komt dit vrijwel nooit voor.

Bekijk ze in het filmpje van deze week (e-mailabonnees klik hier), te midden van het romantisch ogende heidelandschap.


Verschillende soorten wespen en hun nesten kun je zien op dit informatieblad


zaterdag 31 augustus 2019

Agrimonie en Kaardebol

Agrimonie
Publiek domein,
https://commons.wikimedia.org
Vanuit het Limburgse plaatsje Houthem wandelden we langs Chateau St. Gerlach naar landgoed Ingendael. Het Geuldal is daar bijzonder bloemenrijk en de konikpaarden houden de boel een beetje open. Helaas was het een koele en bewolkte dag, waardoor we niet konden genieten van de vlinders die er op zonniger dagen rondfladderen, zoals de koninginnenpage. Wat bijen en vliegen en een enkel soldaatje (kever) is alles wat we te zien kregen. In de film van deze week spelen bloemen dus de hoofdrol. Twee typische soorten van kalkrijke bodems licht ik er even uit. De plant met de gele bloemetjes op lange stengels moest ik zelf ook even opzoeken. Het bleek de agrimonie te zijn. Je verwacht het misschien niet, maar deze plant hoort bij de rozenfamilie. Dat is een grote plantenfamilie van wel 3000 soorten en die lijken niet altijd op elkaar. Natuurlijk horen de rozen er toe die we kennen uit de tuin of de natuur (bijvoorbeeld de hondsroos of de egelantier). Maar ook veel fruitsoorten behoren tot de rozenfamilie: appel, peer, kers, pruim, abrikoos, perzik, braam, framboos en aardbei om er een paar te noemen. Struiken als sleedoorn en meidoorn behoren tot de rozen, evenals een aantal kleinere planten zoals moerasspirea, nagelkruid en de agrimonie dus. De wetenschappelijke naam van de plant luidt Agrimonia eupatoria. Hiermee lijkt de plant vernoemd te zijn naar de Pontische koning Mithridates VI Eupator, die bekend stond om zijn kruidenkennis. Het woord Agrimonia wordt wel in verband gebracht met het oud-Griekse Argemone, dat 'vlek op het oog' betekent, omdat de plant heilzaam zou zijn voor de ogen. Verder werd de plant gebruikt om leverziekten te genezen of bij slangebeten. Ook gaat het verhaal dat als je met agrimonie-thee gorgelt, je luider gaat spreken en zingen. Ik zou er maar niet mee experimenteren!
Je ziet de agrimonie aan het begin van de film.
Grote kaardebol, By Curtis
https://www.biodiversitylibrary.org,
 https://commons.wikimedia.org/

Aan het eind van de film valt de grote kaardebol op. Het ei-ronde bloemhoofd heeft kleine lila bloemetjes. Die beginnen te bloeien in het midden van de bol. Dat zie je bij de eerste kaardebol in het filmpje. Vervolgens deelt de bloemband zich op in twee ringen, eentje schuift naar boven op en de andere naar beneden. Bij de tweede bol in de film zie je hoe dat er uit ziet. De zaden van de plant zijn populair bij puttertjes.

E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te zien.


zaterdag 24 augustus 2019

Waterhoentjes in science fiction decor

Waterhoentje
Eén van de redenen waarom ik niet hou van science fictionfilms is omdat er in die films meestal geen sprietje groen te bekennen is. De omgeving ziet er uit als de ergste woestijn op aarde. In de Geul kwam ik twee nesten van waterhoentjes tegen in zo'n zelfde omgeving. De Geul stroomt op dat punt het stadje Valkenburg in en aan de rand van de woonwijk was er een nieuwe kademuur opgetrokken. Al het groen had moeten wijken voor de aanleg van de muur. Dat is in de verste verte niet de natuurlijke omgeving voor waterhoentjes. Hun enorme tenen zijn bedoeld om op waterplanten te lopen, zoals de grote bladeren van de waterlelie of de gele plomp. Maar hier zag ik ouder en kind(eren) in een science fiction decor. Het pas geboren waterhoentje dribbelde over de keien en bedelde bij vader of moeder om voedsel. Je ziet dat zijn tenen enorm zijn, ondanks zijn kleine lijfje. Nu zijn die tenen nog zwart, later kleuren die geelgroen zoals je bij de oudervogel ziet. De vleugeltjes zijn nog minuscuul! Het duurt nog bijna 50 dagen eer het kleintje kan vliegen. 
De laatste jaren krijgen we de waterhoentjes wat vaker te zien en zijn ze niet meer zo schuw. Toen ik mijn natuurgidsenopleiding deed, in 2003/2004, had ik grote moeite om er een voor de lens te krijgen. Zodra ik er eentje zag, had de vogel mij ook in de gaten en verstopte zich tussen het riet of dook onder. In zo'n geval trekt de waterhoen zich langs een rietstengel naar beneden en steekt af en toe een snavelpuntje boven water om lucht te happen. Dan valt er weinig te fotograferen :). Inmiddels zijn ze een vrij algemene verschijning geworden. Toch loont het om de vogel eens goed te bekijken, want het verenkleed heeft allerlei subtiele grijs/bruine kleuren en de snavel van de volwassen vogels is felrood met geel. Waterhoentjes voeden zich met waterplanten, grassen, insecten, spinnen, kikkervisjes en af en toe ook eieren van andere vogels. Ze maken meerdere nesten per jaar, waarin vier tot negen eieren gelegd worden. Kom je een nest tegen met meer eieren, dan is er sprake van een zogenaamd 'dumpnest' waarin andere vrouwtjes hun eieren 'te vondeling' hebben gelegd. Als het eerste ei gelegd is, beginnen de ouders meteen met broeden. Zodra het eerste jong uit het ei komt gaat vader met de nieuweling op pad, moeder broedt de rest van de eieren uit.

E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje van deze week te zien.




zaterdag 17 augustus 2019

Het zinkviooltje gedijt op zware metalen

Zinkviooltje
Al in de Romeinse tijd werd in de buurt van het Belgische La Calamine erts van lood en zink gewonnen. De bloeitijd van de mijnen, net over de grens van Zuid-Limburg, was tussen 1820 en 1880; meer dan 1000 mensen werkten destijds in de groeves. Toen in 1938 de laatste zinkmijn uitgeput raakte, was er ongeveer 2 miljoen ton zinkerts uit de grond gehaald. De zinkmijnen zijn inmiddels gesloten, maar er ligt nog veel afval. Daardoor kun je in dit gebied bijzondere planten tegen komen: de zogenaamde zinkflora. Het zinkviooltje, de zinkblaassilene en andere planten van het zinkplantenverbond groeien er in een reservaat bij de verlaten mijnen. Andere planten zouden snel doodgaan met zoveel zware metalen in de bodem, maar een paar soorten gedijen erop. Deze planten zijn uniek in de wereld en komen alleen rond deze zinkmijnen in Wallonië en langs de Geul in Limburg voor. Want het water van de Geul nam de metalen (en zaden) mee en bij overstromingen kwamen ze in de Limburgse bodem terecht. Zo werd in 1830 het eerste zinkviooltje in Nederland ontdekt. In 1911 schreef natuurvorser Eli Heimans dat er langs de Geul duizenden van deze viooltjes bloeiden, samen met de zinkblaassilene en zinkboerenkers.
Zinkblaassilene

We besloten eens een kijkje te nemen in dit bijzondere gebied, en maakten vanuit Kelmis (B) een bijzonder afwisselende wandeling uit het boekje "De Geul van bron tot monding" van Olaf op den Kamp. Stiekem hoopte ik niet alleen het zinkviooltje aan te treffen, maar ook de zilveren maan en andere parelmoervlinders, die deze viooltjes als waardplant hebben. Helaas gooide het weer roet in het eten: het was te koud. Er waren geen insecten te zien. Zinkplanten hebben van nature een hogere behoefte aan zink dan andere planten. Maar ook daaraan zit een grens. Om te overleven op een grond die zo vervuild is met zink, wordt het zinkviooltje geholpen door een schimmel, die zorgt dat de wortels van het viooltje niet te veel zink opnemen. Het Engels gras dat hier groeit heeft een ander trucje: die plant scheidt de zware metalen uit via bladopeningen. De zinkboerenkers verzamelt de metalen in bepaalde afvalblaadjes en raakt ze zo kwijt.
Grasklokjes en zinkblaassilene

Het grasklokje is geen echte zinkplant, maar heeft van nature een bepaalde afweer tegen deze metalen. Deze soort zagen we massaal, samen met de zinkblaassilene, langs een voormalige spoorweg (inmiddels een wandelpad) waarlangs de ertsen werden vervoerd.

In het filmpje van deze week (e-mailabonnees klik hier) kun je deze planten zien, samen met het landschap dat wordt doorsneden door de riviertjes de Geul en de Hohn.


zaterdag 10 augustus 2019

Klaprozen in een graanveld

In mijn jeugd waren ze niet weg te denken uit graanvelden, nu zie je ze alleen nog bij uitzondering: de felle rood/oranje bloemen van de klaproos. Ze vormden meestal een trio met de blauwe korenbloemen en gele ganzenbloemen. Al die planten zijn trouwens van oorsprong niet Nederlands. Ze zijn meegelift met het eerste zaaigraan dat landbouwers 7500 jaar geleden meebrachten uit Zuid-Oost Europa. Klaprozen kiemen op voedselarme grond die bewerkt wordt. Na de Eerste Wereldoorlog bloeiden ze in Engeland massaal op de puinhopen van gebombardeerde steden. Daarom dragen Engelsen vaak een (namaak)klaproos in hun knoopsgat bij herdenkingen van deze oorlog.
De zaden kunnen rustig tientallen jaren in de grond zitten. Daar wachten ze tot de omstandigheden om te kiemen goed zijn. De zaadjes groeien in de mooie groene zaadbollen die je in het filmpje ziet. De zaden rijpen en de bol en de stengel verdroogt. Als de stengel niet meer flexibel is, 'rammelt' de wind de zaden uit de doos, die kleine gaatjes aan de bovenkant heeft. Als een zoutvaatje strooit de plant er zo met enige regelmaat een aantal uit. Per zaadbol zijn er ongeveer 100-150 zaadjes.
De bloem geeft geen nectar, dus vlinders hebben er niks aan. Maar bijen, zweefvliegen en hommels lusten graag het stuifmeel van de plant.
Blijft natuurlijk de vraag hoe deze mooie bloem aan zijn naam komt: als je een bloemblaadje tot een zakje vouwt en er op slaat, hoor je een klap.
In Limburg kwam ik nog een tarweveld tegen waar, in ieder geval langs de randen, nog wat klaprozen en korenbloemen bloeiden. Een stukje jeugdsentiment in het filmpje van deze week.

E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken.


zaterdag 3 augustus 2019

Bevers in de Geul

Bevers eten plantaardig materiaal
Bevers zijn vooral 's nachts actief. Omdat ze leven van plantaardig voedsel, moeten ze heel wat tijd besteden aan eten zoeken, zo'n 12 uur per etmaal. In de zomer zijn de nachten daarvoor te kort. Dat betekent dat ze ook al in de schemering actief zijn. Juni en juli zijn dan ook de beste maanden om bevers in actie te zien. Via waarneming.nl had ik gezien dat er regelmatig beverwaarnemingen werden gedaan in Valkenburg, op de plek waar de Geul het stadje in stroomt. Iets na 20 uur waren we paraat en zagen vrijwel meteen na aankomst een bever eten van het struikgewas. In de zomer voeden bevers zich bij voorkeur met (water)planten. Dikke bomen knagen ze eigenlijk alleen in de winter om, om de boom te ontdoen van zijn bast. Dat is hun voornaamste voedsel in schaarse tijden. Toch lagen er nu ook een paar omgeknaagde wilgentakken over het water, een deel van de bast was al opgegeten.
Bever in de Geul (Limburg)
De wilgentakken, die vlak bij het beverhol leken te liggen, waren populair bij de hele beverfamilie. We zijn in totaal vier keer gaan kijken, twee keer in de avondschemering en twee keer net na zonsopgang. Dan konden we de bevers ongeveer 1-1,5 uur zien. Rond half 8 in de ochtend verdwenen ze één voor één in de burcht. Al met al telden we vijf dieren. Mannelijke en vrouwelijke bevers zijn moeilijk van elkaar te onderscheiden, de geslachtsorganen liggen inwendig en beide geslachten zijn ongeveer even groot. Maar nu was de moeder te herkennen aan de opgezwollen tepels: ze had jongen te zogen. We zagen ook de vader (in de film komt hij met een verse plant aanzwemmen) en twee jongen van dit jaar. Er leek ook nog een bever van twee jaar in de burcht te wonen. Dat is vrij gebruikelijk bij bevers. Al met al was het een onderhoudend en soms ook vermakelijk schouwspel om de bevers bezig te zien. Het was duidelijk dat ze in het water het meest op hun plaats zijn. Ze zwemmen dan met neus, ogen en oren boven de waterlijn. Zo kunnen ze alle zintuigen blijven gebruiken. Omdat de bast van de wilgentakken waar ze makkelijk bij konden al opgegeten was, moesten ze nu capriolen uithalen om bij de hogere takken te komen. Dan konden ze niet altijd hun evenwicht bewaren......

In het eerste deel van de film zie je op de planten langs de oever weidebeekjuffers en bosbeekjuffers.
E-mailabonnees kunnen hier klikken om de film van deze week te zien.


zaterdag 27 juli 2019

Nieuw leven

De eerste stapjes
Het is al weer een tijdje geleden dat ik een bijzonder tafereel kon aanschouwen; een Gallowaykalfje werd geboren in Park Zegersloot en ik was er bij. Ik stond kersenbloesem te filmen toen een wandelende mevrouw mij vroeg of ik ook dieren filmde. Ik dacht eerst dat ze haar hond bedoelde, maar al snel werd duidelijk dat het om een barende Gallowaykoe ging, die de kudde had verlaten en tussen het dorre gras een kalfje ter wereld bracht. Ik snelde er naar toe en zag de koe persen. Eén van de groenbeheerders van het gebied was toevallig ook in de buurt en keek mee. Ik vroeg of ik dichter bij mocht komen, en dat was goed. Nog steeds van een veilige afstand kon ik het moment meemaken dat het kalfje het levenslicht zag. Zo'n kalfje weegt dan een kilo of 25. Moeder moest even bijkomen van de bevalling, maar snel daarna begon ze het jong schoon te likken. Het pas geboren stiertje probeerde op de wankele pootjes te staan, maar dat viel niet mee. Vele malen startte ik mijn camera om de eerste stapjes vast te leggen en bijna even vaak kon ik hem onverrichterzake weer uitzetten. Na meer dan een uur kon het kalfje staan, moeder loeide goedkeurend. De pasgeborene ging op zoek gaan naar melk bij zijn moeder. Ik besloot het stel verder met rust te laten. Een paar dagen later ben ik nog eens terug gegaan: moeder en zoon maakten het goed en graasden vredig met de kudde. Ook vader was in de buurt met zijn indrukwekkende 900 kilo. Over een aantal jaar zal dit stiertje er ook zo imposant uit zien. Door zijn lange, golvende zwarte vacht kan hij 's winters buiten blijven en strenge vorst doorstaan. Als hij gespeend is, zal hij zich gaan voeden met grove takken van bramen, bomen en struiken. Op die manier houdt hij het landschap open en gevarieerd. Galloways hebben een gemoedelijk karakter maar het zijn geen huisdieren. Het is belangrijk dat de dieren zelfredzaam blijven, dus haal ze niet aan en voer ze niet. Bekijk ze van een afstand, of in mijn filmpje van deze week :).

E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken.


zaterdag 20 juli 2019

Huiszwaluwen bouwen hun nesten

Zwaluwen verzamelen modder voor hun nest
2018 was het jaar van de huiszwaluw en toen schreef ik al eens een blog over de moddernesten van deze sierlijke vogels. De jongen piepten met hun kopjes toen al uit het nest en zaten geduldig te wachten tot ze eten kregen. Dit jaar zag ik de vogels eind mei in de weer met modder om de nesten te bouwen, dat was een mooi gezicht. Het was een drukte van belang en het prrrt prrrrt van de huiszwaluwen was overal te horen. In het filmpje zie je verschillende stadia van het nest, iets dat je op de nestfotokaart van Sovon nog eens op je gemak kunt lezen. Je kunt de kaart bekijken via deze link. Huiszwaluwen zijn zwart/wit, de witte stuit en korte gevorkte staart zijn belangrijke herkenningspunten. Boerenzwaluwen hebben een veel langere staart en een rood keeltje (de 'boerenzakdoek' zoals men wel zegt). Oeverzwaluwen zijn bruin en nestelen niet in gemetselde moddernesten, zij graven een nestgang in steile wanden langs water. De huiszwaluwen broedden oorspronkelijk op rotswanden. Onze huizen zijn een vervanging daarvoor. Voor het metselen van hun nesten hebben de vogels graag een witte ondergrond: dat weerkaatst het zonlicht en houdt de nesten koel. De witte kleur schijnt ook insectenwerend te zijn.
Deze zwaluw moet nog even doorwerken
De huiszwaluwen komen in april naar ons land, vanuit zuidelijk Afrika. Ze zijn de Sahara overgestoken met hun lijfjes die minder dan 20 gram wegen - er hoeft maar één postzegel op :). Per zomer brengen ze twee nestjes groot van ieder 4-5 eieren. Die eieren wegen nog geen 2 gram per stuk (gemiddeld 1,7 gram!). Omdat de eieren in een vrijwel afgesloten nest liggen, hoeven ze geen schutkleur te hebben; ze zijn helderwit. Na twee weken broeden komen de jonge vogels uit het ei. Ze blijven dan nog 3-4 weken in het nest, afhankelijk van het weer.
Bekijk de drukte bij het maken van de nestjes in het filmpje van deze week (e-mailabonnees kunnen hier klikken om het te zien).


zaterdag 13 juli 2019

Grauwe ganzen en witte ganzen

Boerenganzen stammen af van de grauwe gans
Als je ze naast elkaar ziet, kun je bijna niet geloven dat ze een gemeenschappelijke voorouder hebben: de spierwitte boerengans en de voornamelijk bruin gekleurde grauwe gans. De enige overeenkomst zijn de oranje snavel en poten. Beide soorten heten in wetenschappelijke termen 'Anser anser', maar bij de witte gans staat er nog 'domesticus' achter. In Egypte is er archeologisch bewijs gevonden dan zo'n 4000 jaar geleden grauwe ganzen gedomesticeerd werden. Dat wil zeggen dat ze door mensen tam zijn gemaakt om als vee te houden.
Grauwe gans
Door selectie zijn er twee soorten ontstaan: de witte gans, die vooral voor het vlees gehouden werd en een bruine variant die veel eieren leverde. Behalve voor eieren en vlees werden de ganzen gefokt voor het dons en voor de bewaking, want ganzen gakken luidruchtig als een vreemdeling op het erf komt. Tegenwoordig worden niet veel ganzen meer gehouden op boerenerven, veel voormalige boerenganzen leven nu in het vrije veld. Daar kruisen ze regelmatig met de grauwe gans, wat allerlei kleurvariaties oplevert. Af en toe paren ze met andere ganzensoorten zoals de  Canadese gans, Indische gans of de brandgans.
Kruising tussen de boerengans en grauwe gans
Foto: W. Bulach wikimedia
Geschat wordt dat er zo'n 12.000 boerenganzen in Nederland zijn. Ze zijn meestal plaatstrouw, op een plek waar ze kunnen grazen en waar water in de buurt is. Ganzen hebben een partner voor het leven, ze tonen tekenen van rouw na het verlies van hun maatje. Het zijn echte groepsdieren en ze zullen elkaar herkennen ook als een gans is weggeweest en na enige tijd weer terugkomt. Ik zag een groep boerenganzen en grauwe ganzen bij de Boschmolenplas in het Limburgse plaatsje Heel. Ik filmde ze bij het ochtendgloren, maar tijdens de zonsondergang was de groep nog fotogenieker. Geniet er van in het filmpje van deze week (e-mailabonnees, klik hier).


zaterdag 6 juli 2019

Honderden hazenpootjes en geen dier te bekennen


Hazenpootjes groeien in grote groepen op matig voedselrijke zandgrond
Een uur na zonsopgang werd het al behoorlijk warm. Muggen dansten sloom in het gouden ochtendlicht en damp steeg op uit het ven. In het bloemrijke hooiland ernaast kleurden de grassen al geel. Na de langste dag kun je in zo'n biotoop een opvallende klaversoort tegenkomen: het hazenpootje. Dit plantje houdt van zure, kalkarme zandgrond en staat vaak op plaatsen waar de grond op een of andere manier omgewoeld wordt, bijvoorbeeld door betreding van vee, of in bewerkte bermen en akkers. Als je het hazenpootje in de duinen tegenkomt zijn dit vaak oude duinen waar de kalk al in de loop van de jaren is uitgespoeld. Dat het hazenpootje zich kan handhaven op de relatief voedselarme zandgronden komt doordat het plantje, net als andere klaversoorten, haar eigen voedsel produceert. Aan de tot 50 cm lange wortels bevinden zich kleine wortelknolletjes met bacteriën die stikstof binden en zo de plant van nitraat voorzien. Om die reden kun je hazenpootjes zaaien als groenbemester in je moestuin, het maakt je grond voedselrijker voor je groenten. De bloemetjes van het hazenpootje zijn vrij nietig en bijna niet als zodanig herkenbaar. De bloemhoofdjes zien er eerder uit als een wilgenkatje.
De bloemetjes van het
hazenpootje zijn klein
Het zijn dus bepaald geen 'uithangborden' voor de bestuivers. De gewone viltbij, donkere zijdebij en de klaverdikpoot zijn bijensoorten die het hazenpootje bestuiven. Maar de plant kan ook door zelfbestuiving zaad vormen. Uiteindelijk groeien er peulen met zaad, die als ze droog zijn door de wind worden weggeblazen.
De rupsen van het icarusblauwtje eten o.a. hazenpootjes
De rupsen van het Icarusblauwtje leven van klaversoorten zoals het hazenpootje. De rups die je in de film van deze week ziet is trouwens niet van het Icarusblauwtje. Het is de rups van de Sint Jacobsvlinder, die zich te goed doet aan het giftige Jacobskruiskruid. Het gif van deze plant slaat hij op in zijn lijf en wordt daarmee zelf ook giftig. De geel/zwarte signaalkleuren op zijn lijf waarschuwen vogels dat dit geen 'lekker hapje' is. De rupsen van het icarusblauwtje zijn niet giftig en dus meer gebaat bij een schutkleur. Ze zijn dan ook effen groen.

E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje van deze week te bekijken.


Dit is mijn driehonderdste blog! In de linkerkolom kun je oude blogs lezen door in de alfabetische lijst (labels) te zoeken naar de plant of het dier van je keuze. E-mailabonnees kunnen hier klikken om naar de homepage van mijn blog te gaan. 



zaterdag 29 juni 2019

Meevaren op moeders rug

In eerdere blogs schreef ik al eens over het drijfnest van de fuut en het voeren van juveniele fuutjes. Tijdens ons tripje naar het Lauwersmeer zagen we niet alleen de fraaie kemphanen maar ook een meer algemene verschijning: een paartje futen met jongen. De kleintjes waren nog jong en schattig en deinden graag mee op de rug van moeder. Het kan trouwens ook de vader geweest zijn want het broeden en de broedzorg worden bij futen netjes over de twee geslachten verdeeld. Futen leggen in het algemeen 3-4 eieren. In dit geval waren het er vier geweest, want zoveel koppies staken er uit het verenpak van de ouder. De eieren zijn eerst wit met een groenige of blauwe waas, maar ze verkleuren al snel naar bruin door inwerking van de natte waterplanten op het nest. In de zeldzame gevallen dat de broedende fuut het nest voor korte tijd verlaat worden de eieren ook afgedekt met waterplanten. De eieren worden met tussenpozen van 2 dagen gelegd, dus met zo'n nestje van 4 is de fuut een weekje zoet. Soms wordt meteen begonnen met broeden als het eerste ei gelegd is, maar het kan ook zijn dat de futen daarmee wachten tot het laatste ei gelegd is. Alle eieren moeten zo'n 29 dagen bebroed worden, dus als de futen bij het eerste ei al beginnen met broeden is het eerste kuiken al een week oud als de laatste uit het ei kruipt. Zoals gezegd, broeden man en vrouw om en om. In de tijden dat niet gebroed wordt, kan er gerust en gegeten worden. Dat gebeurt meestal in de buurt van het nest zodat er een oogje in het zeil kan worden gehouden.
Na een krap maandje broeden komen de kuikens binnen een uur uit het ei. Zodra het jong droog is, klimt het op de rug van de broedende fuut en de kleintjes blijven daar 2-3 weken totdat ze voortdurend zelf op het water kunnen blijven. De andere ouder brengt voortdurend voedsel om de hongerige kuikens te voorzien van visjes en insecten. Je ziet in het filmpje dat die prooien meestal klein zijn, maar dat het oudste jong ook al een behoorlijke paling (?) kan wegwerken.
Naarmate de jongen ouder worden, dwingt de ouder ze om zelfstandiger te worden door ze van de rug in het water te schudden. Dat zie je in het filmpje van deze week ook gebeuren. De jongen zijn het daar niet mee eens en klampen zich stevig vast of proberen zo snel mogelijk weer op de rug van de oudervogel te klimmen. Een vermakelijk gezicht! Na 4-6 weken splitst de familie zich in twee groepen, waarbij elke ouder twee jongen zal verzorgen, de twee familie-eenheden gaan dan steeds meer hun eigen weg.

E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje van deze week te zien.


zaterdag 22 juni 2019

Smaragdlangsprietmotten op liefdespad

Foto: Andreas Eichler [CC BY-SA 4.0]
Smaragdlangsprietmot....dat is een hele mond vol voor een beestje van anderhalve centimeter. Deze langsprietmotten behoren tot de familie van de microlepidoptera ofwel 'kleine vlinders', een groep die vaak 'motten' worden genoemd. Het zijn dagactieve nachtvlinders, ook al zo'n raar begrip. In een blog uit 2017 heb ik al eens beschreven dat de indeling in dag- en nachtvlinders meer te maken heeft met uiterlijke kenmerken van de vlinder dan het vlieggedrag. Bij nachtvlinders ontbreken de knopjes aan het eind van de (in dit geval enorm lange) voelsprieten. Bij de mannetjes zijn die langer dan hun lijf en wit gekleurd. De beestjes vliegen van april-juni en zijn dan in grote groepen te vinden op bomen met grote bladeren. In Limburg zagen we ze op de bladeren van beuken en esdoorns. Mannetjes proberen met hun baltsdans vrouwtjes te interesseren om te paren, reden waarom ze ineens in wolken kunnen opstijgen. Hun metaalachtige vleugels (die hen de naam 'smaragd' heeft opgeleverd) glanzen dan prachtig in het zonlicht. De rupsen leven van afgevallen bladeren, daarom kom je deze soort in de veenweidegebieden van de randstad en noord-Nederland nauwelijks tegen. In bosrijke delen van ons land zijn ze vrij algemeen. In de Atlas voor de kleinere vlinders kun je een afbeelding van een pop van deze soort zien. Naast deze smaragdlangsprietmot leven nog 18 andere soorten langsprietmotten in Nederland. De geelbandlangsprietmot is er een die je ook regelmatig tegen kunt komen. Cees v/d Niet heeft ze onlangs parend op de foto gezet. Die foto kun je hier bekijken op zijn site Kijk op Natuur, samen met andere insecten uit de Nederlandse natuur.

In mijn filmpje van deze week (e-mailabonnees: klik hier) zie je de baltsdans van de smaragdlangsprietmot en het mooie Limburgse beukenbos bij Vijlen.


zaterdag 15 juni 2019

Kemphaan: een bijzondere verschijning

Kemphaan in broedkleed
Kemphanen waren in ons land vroeger, toen de landbouw nog kleinschalig was ingericht, vrij algemeen. Inmiddels zijn ze zo zeldzaam dat de broedpopulatie op slechts 15-30 paartjes wordt geschat. We hadden ze al eens gezien, door de telescoop in Zeeland en later nog eens op Texel. Maar nooit in broedkleed, als de mannetjes pronken met een prachtige verenkraag. Tot mijn verrassing kregen we die ineens te zien toen we nietsvermoedend een vogelhut aan het Lauwersmeer binnenstapten. Een lang gekoesterde wens ging daarmee in vervulling. De mannetjes zijn groter dan de beige vrouwtjes en ook variabel in het verenpak. De donker gekleurde zijn de onafhankelijke macho's, die actief een vrouwtje voor zich willen winnen. Ze nemen een dominante plaats in op het terrein (ook wel 'lek' genoemd) waar ze een vrouwtje proberen te verleiden. Licht gekleurde mannetjes zijn 'subdominant' en houden zich wat onopvallender op aan de randen van de 'lek'. Zij worden om die reden satellietmannetjes genoemd. Zodra ze echter de kans krijgen, paren ze vanuit hun minder opvallende positie met een vrouwtje, bijvoorbeeld als twee dominante mannetjes in gevecht raken. Een typisch geval van "als twee honden vechten om een been loopt de derde er mee heen".
Foto:  BS Thurner Hof, wikimedia
Satellietmannetje kemphaan
Maar het wordt nog gekker. Want er is nog een derde type mannetje, dat overigens vrij zeldzaam is. En dat mannetje ziet er uit als een vrouwtje! Hij heeft precies het verenkleed van een vrouwtje, maar wel het formaat van het mannetje. Door deze mimicry (dit betekent dat een dier een ander dier qua uiterlijk nabootst) kan hij zich onopvallend tussen de vrouwtjes begeven en zijn kans grijpen als de tijd rijp is. Bij deze als vrouw vermomde mannetjes zijn de testikels 2,5 zo groot als bij de andere mannetjes. Dit alles is in de jaren 70 van de vorige eeuw ontdekt en onderzocht door Friese onderzoekers: dr Theunis Piersma van de Universiteit Groningen en vogelringer Joop Jukema. Veel vogels lijken in de juveniele fase op vrouwtjes. De onopvallender kleuren die ze dan hebben vormen een goede camouflage. Later verandert hun verenkleed in de uitbundige kleuren van de mannetjes. Dat gebeurt bij deze specifieke kemphanen echter niet: ze zien er hun hele leven uit als vrouwtjes. Dat is vastgesteld door onderzoekers van de Canadese Simon Fraser University, die op basis van wilde kemphanen een fokprogramma hebben opgezet. Na dertig jaar fokken met de kemphanen kunnen ze concluderen dat de 'verklede' mannetjes inderdaad hetzelfde verenkleed behouden. De Friese onderzoekers hebben dit type mannetje 'faeder' (vader) genoemd. Dus kemphanenmannen komen in drie soorten: de onafhankelijke, de satellietmannetjes en de 'vaders'. Probeer maar uit te vinden wat er in het filmpje van deze week allemaal te zien is van die kemphanen. Daarnaast zie je nog een impressie van andere vogels langs het Lauwersmeer.

E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken.


zaterdag 8 juni 2019

Schuim op het strand

Zeeschuim wordt veroorzaakt door afstervende slijmalgen
In het voorjaar is er regelmatig schuim te zien op het strand, het ene jaar meer dan het andere. Dat is het gevolg van afgestorven algen die door de wind opgeklopt worden tot schuim. Het lichte spul wordt door de wind naar het strand geblazen. De Stichting Anemoon (ANalyse Educatie en Marien Oecologisch ONderzoek) legt het fenomeen helder uit: de algenbloei ontstaat als volgt: fosfaten en nitraten zijn voedingsstoffen die opgelost in het zeewater onontbeerlijke voedingsstoffen zijn voor o.a. microscopisch kleine eencellige algen. Het zijn de bouwstenen van eiwitten en het genetisch materiaal: het DNA. Phaeocystis, ook wel slijmalg genoemd, is een kolonievormende alg die in ons kustwater natuurlijk voorkomt. Zij is onder andere afhankelijk van de hoeveelheid beschikbare fosfaten en nitraten, maar ook van de stijgende zeewatertemperatuur en de hoeveelheid zonlicht. Gunstige concentraties van de voedingsstoffen en de zonnige dagen dragen sterk bij aan een enorme algenbloei. Op zulke momenten is het zeewater sterk vertroebeld door ontelbare olieachtige bolletjes waar honderden kleine Phaeocystis algencelletjes in opgesloten zitten. Het zicht onder water loopt dan terug van 2 meter naar 20-50 centimeter. De algenbloei is een belangrijk proces voor de mariene biodiversiteit. De algjes bouwen de organische voedingsstoffen op die geconsumeerd worden door het dierlijk plankton. Dat vormt de voedselbasis voor grotere dieren zoals zeepokken, garnalen, zakpijpen en neteldieren.
Zeeschuim zie je vooral in het voorjaar

De reden dat je dit fenomeen meestal in het voorjaar ziet, heeft te maken met de geringe hoeveelheid licht in de winter: dat is te weinig voor de algen. Intussen bouwt een voorraad stikstof en fosfaat op in de zee. In de lente komt er meer zonlicht en het water wordt warmer: ideale omstandigheden voor algen om snel te groeien op deze hoeveelheden stikstof en fosfaat. Wanneer de voedingsstoffen op zijn, sterven ze weer af en komen de schuimpartijen aanwaaien. In het algemeen is het schuim niet schadelijk voor de gezondheid.

Wij zagen het al weer een tijdje geleden op een winderige dag in Noordwijk. Het schuim was behoorlijk fotogeniek en 'wandelde' over het strand in de wind. Dat is te zien in het filmpje van deze week. E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken.


Soms neemt de schuimvorming grootse vormen aan, zoals te zien is in dit filmpje, opgenomen in Australië in 2013. 


zaterdag 1 juni 2019

Een nest vol zwaantjes

Vijf van de zes eieren zijn uitgekomen
Deze week twee (langere) filmpjes en minder woorden in mijn blog. De vorige week heb ik je in spanning achter gelaten over het lot van de pas geboren meerkoetjes. Zelf heb ik er ook bijna een week over gedaan eer ik duidelijkheid had. Op een mistige zaterdagochtend, 18 mei, besloot ik weer eens een tijdje te posten bij het zwanennest, want de 38 dagen broedtijd zaten er nu wel op. Het was frisjes voor de tijd van het jaar. Moeder zwaan zat minder rustig en hield haar vleugels enigszins uitgespreid over het nest. Was dat een teken dat er kleine zwaantjes beschermd moesten worden? Niet lang daarna kon ik een glimp opvangen van enkele zwanenkuikens die nieuwsgierig de wereld in keken. Vader zwaan postte op mijn 'normale' standplaats, dus ik moest het doen met een blik door de verrekijker en maximale zoom van mijn camera. Op het water was het een drukte van belang die morgen: de meerkoeten kwamen aanzwemmen, twee kuikens in hun kielzog! Blijkbaar hadden ze zich schuil gehouden tussen de oeverplanten of sloten in de omgeving. Een wilde eend gleed met een sliert van zes jongen voorbij. En twee futen waren pogingen aan het doen om een nest te bouwen, wat door de koeten niet in dank werd afgenomen. Inmiddels was vader zwaan te water gegaan, dus ik besloot om te kijken of ik op mijn vertrouwde plekje nog wat te zien kreeg. Ik stond er bijna drie kwartier zonder veel te bewegen. En net toen ik de moed op wilde geven, kreeg ik een prachtig schouwspel te zien: vijf van de zes zwaantjes waren uit het ei gekropen.

E-mailabonnees kunnen hier klikken voor het eerste filmpje van deze week. Lees vooral door onder het filmpje!


In eerste instantie vond ik dit een mooi eind van de zwanen-trilogie. Maar sommige kijkers op YouTube vroegen mij hoe het was afgelopen met dat zesde ei. Op een avond ben ik nog eens gaan kijken, en kon concluderen dat de familie compleet was. Ook de zes eendjes zwommen nog rond en de twee meerkoetjes zaten weer rustig op het nest. Het leven in dit kleine watertje zag er goed uit.

E-mailabonnees kunnen het tweede filmpje bekijken door hier te klikken



Film "Twaalf maanden natuur" in wordt op 14 juni vertoond in Nieuwkoop

Op 14 juni wordt mijn film 'Twaalf maanden natuur in het Groene Hart vertoond in Theater Kaleidoskoop in Nieuwkoop. Kijk voor meer informatie op de site van het theater.

zaterdag 25 mei 2019

Nestelende zwanen en meerkoeten, hoe het verder ging

Twee meerkoetkuikens zijn geboren
In mijn blog van 20 april schreef ik over de nestelende zwanen en meerkoeten die elkaar het leven in eerste instantie zuur maakten. De zwaan vond dat de meerkoeten in zijn vaarwater zaten en vernielde hun nest. Die lieten het er niet bij zitten en repareerden het. Na enkele dagen was de ruzie beslecht en zaten beide soorten te broeden. Meerkoeten hoeven maar een week of 3 à 3,5 te broeden, terwijl zwanen 38 dagen op de eieren zitten. Toen ik eens ging kijken hoe de zaak ervoor stond bij de nesten, verbaasde het mij dus niet dat de meerkoeten net jongen hadden gekregen. Twee rode koppies kwamen onder moeders veren uit als vader een lekker hapje kwam brengen. Dat kan een stukje waterplant zijn (dat is samen met gras het belangrijkste voedsel van de koeten), maar als ze nog jong zijn eten ze ook dierlijk voedsel voor de broodnodige eiwitten. Dan staan ook waterdiertjes op het menu. Aan de snaveltjes waren nog witte puntjes te zien; de zogenaamde ei-tand, die de kuikens gebruiken om uit het ei te breken. Na een paar dagen is die ei-tand verdwenen.
De zwanenvrouw zat nog op het nest en lag de meeste tijd te dutten. Manlief is er alleen voor de bewaking zoals je in mijn vorige blog kon lezen. Ook hij leek te dutten, maar zijn oog was niet gesloten en keek alert in de rondte naar potentieel gevaar. Mijn geduld werd aardig op de proef gesteld, maar na bijna een uur stond de vrouwtjeszwaan op van haar nest om de eieren te keren. Zes stuks lagen er in, het nest was daarmee voor dit legsel blijkbaar compleet. Deze week zou het spannend worden: op welke dag zouden de eieren uitkomen en zou ik de jonge zwaantjes kunnen filmen?
Zes eieren in het zwanennest
Ik besloot de dag erna nog even te gaan kijken, aan het einde van de middag omdat het licht dan beter op het meerkoetennest zou vallen. De zwaan was nog op het nest, maar het meerkoetennest was tot mijn schrik verlaten. Ik zag één volwassen meerkoet, maar geen kleintjes. In de gele treurwilg boven het nest zat een paar eksters ongelooflijk veel lawaai te maken. Ze zouden toch geen smakelijk hapje hebben gehad aan de jonge koetjes? Dat is hoe het werkt in de natuur, maar toch....
Elke ochtend passeerde ik het nest op weg naar mijn werk, maar van de meerkoetjes geen spoor. Het zou nog even duren eer ik meer te weten kwam over het lot van de kuikens. Daarover lees je in mijn blog van de volgende week.

E-mailabonnees kunnen hier klikken om de film van deze week te bekijken.






zaterdag 18 mei 2019

Flirtende vlinders hebben geen tijd om te eten

Het bont zandoogje kan overwinteren
als rups of als pop
Een wandeling in de buurt van het Limburgse plaatsje Holset voerde door een relatief jong berkenbos. Berken zijn echte pionierbomen, die kale vlaktes snel koloniseren. De bomen laten veel licht door, waardoor er veel ondergroei is. Dat zijn plekjes waar de hazelmuis en hazelworm zich thuis voelen, maar die soorten zijn verschrikkelijk moeilijk te spotten. In het lichte bos waren bonte zandoogjes aan het flirten. Bonte zandoogjes zien we gelukkig steeds vaker in Nederland. Wat betreft hun overwinteringsgedrag zijn dat best bijzondere vlinders. Zoals de meeste mensen wel weten maken vlinders een volledige gedaantewisseling door: uit het ei komen rupsen, vreetmachines die gedurende dit stadium 20x langer en duizenden keren zwaarder worden vergeleken met het moment dat ze als rups te voorschijn kwamen. Na het popstadium vliegen de vlinders uit. Hoe vlinders overwinteren is per soort genetisch vastgelegd: sommige soorten doen dat als vlinder (zoals de citroenvlinder en de dagpauwoog), andere als ei of als pop. De bonte zandoogjes kunnen flexibel overwinteren: als rups of als pop, dat is zeldzaam in de vlinderwereld. De overwinterende poppen komen eerder uit, omdat ze al een stadium verder zijn, en die bonte zandoogjes kunnen we dan al vroeg in het jaar tegen komen, op zijn vroegst in maart. De mannetjes gaan vervolgens posten op een uitstekende tak of andere plek waar hij goed gezien kan worden door de vrouwtjes. Als er een interessante partner langskomt vliegt het mannetje om het vrouwtje heen en scheidt geurstoffen (feromonen) af. Het vrouwtje kan op basis van de geur en het vlieggedrag zien of het mannetje van 'haar soort' is. Dan kan de paring plaatsvinden. In het filmpje van deze week, zie je dit flirtgedrag.

Geen tijd om te eten
Er is een onderzoeker die gedurende een periode van 8 jaar heeft bijgehouden hoe vlinders de dag doorbrengen. De meeste tijd (30%) vliegen de vlinders, gevolgd door drinken (26%) van nectar, sap van rottend fruit, mest of hars. Territoriaal gedrag (zitten, patrouilleren en vechten met concurrenten) neemt gemiddeld zo'n 20% van hun tijd in beslag, en zitten ook zo'n 19% (bijvoorbeeld om op te warmen). Met flirten en paren brengen ze 4% van hun tijd door, om tenslotte 1% van hun tijd te besteden aan eieren leggen. De tijdbesteding van de verschillende soorten vlinders kan afwijken van deze gemiddelden. Vlinders die er een territorium op na houden zijn daar vaak intensief mee bezig. Zo sterk zelfs dat ze nauwelijks aan eten toekomen. Specifieke gegevens van het bont zandoogje heb ik niet (het onderzoek is gedaan in een tijd dat de bont zandoogjes nog vrij zeldzaam waren), maar andere territoriale vlinders zoals het bruin zandoogje en de argusvlinder besteden zo rond de 50-55% van hun tijd aan territoriaal gedrag. Het bruin zandoogje kan maar een paar procent van de tijd aan voedsel zoeken besteden, de argusvlinder ongeveer 15%. Zulke vlinders hebben een kort leven...

Boompieper
Foto: xulescu_g [CC BY-SA 2.0]

We zagen in het bos tenslotte ook een boompieper, een soort die je echt moet zoeken in het oosten van ons land. Hij zat in een boom op een kapvlakte en steeg op in de lucht om te zingen, om vervolgens weer te landen op een tak. Lees meer over de boompieper op de site van de Vogelbescherming. Hij duikt even op in de film.

E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje van deze week te bekijken.


zaterdag 11 mei 2019

Lang leve de paardenbloem

Een paardenbloemplant produceert
veel zaad met hoge kiemkracht
Ik weet niet of alle gazonbezitters het eens zijn met de titel van dit blog, maar ik doel hier voornamelijk op de leeftijd van deze plant. Want een paardenbloem kan wel 15 jaar oud worden. Met een bladrozet van 20 à 30 cm doorsnee en een worteldiepte van 3 tot 4,5 meter is deze plant moeilijk te bestrijden. Schoffel je het rozet weg, dan ontspruiten er al snel nieuwe planten uit de wortel. De plant is winterhard tot een graad of -35 à -40 Celsius. Na de bloei vormt zich een bol met zaadpluis van zogenaamde 'nootjes' met een parachuutje eraan, die door de wind tientallen kilometers kunnen worden weggevoerd. De paardenbloem maakt er tussen de 54 en 172 per bloem, wat per plant kan oplopen tot zo'n 5000. En die hebben dan ook nog eens een kiemkracht van 90%. Kortom: een doorzetter van formaat.
Een paardenbloem kan 15 jaar worden

Hier valt als mens alleen nog van de nood een deugd te maken. Om te beginnen leveren de paardenbloemen in het vroege voorjaar nectar voor insecten, op een moment dat er nog niet veel te halen valt. Dat is pure winst voor onze bestuivers. De meeste delen van de plant zijn eetbaar (behalve de steel met het melksap). Ik heb wel eens paardenbloemen bereid met een pannenkoekbeslag, gebakken in een pan. Ik moet zeggen dat de poedersuiker het meest smaakvolle aan het geheel was :). In Groenland (dat lang niet zo groen is als de naam doet vermoeden) kregen we paardenbloemblad als salade opgediend, bij gebrek aan andere groente. De bladeren bevatten veel vitamine C. Het smaakte enigszins bitter, maar wel lekker.  Om van die bittere smaak af te komen kun je de bladeren even blancheren of roerbakken zoals spinazie. Ook wordt de rozet wel met aarde of een pot bedekt, de gele stelen die dan te voorschijn komen noemt men molsla en zijn in Frankrijk een delicatesse. Van de geroosterde wortels kan surrogaatkoffie worden gemaakt. De Britten brouwen zelfs bier van deze plant (Dandelion stout).
De Britten maken er bier van
De Russen maakten van paardenbloemen een echte productieplant voor.... rubber! In 1941 werd in de voormalige Sovjet Unie 67.000 hectare paardenbloemen geteeld voor de productie van rubber uit het melksap. Dat was overigens niet onze 'gewone' paardenbloem maar de variant Taraxacum koksghyz. Per hectare leverden de paardenbloemen 150 kg rubber. Ter vergelijking: de rubberboom in de tropen levert 2000 kg per hectare. Toch voorzag de Sovjet-productie in die tijd in 30% van de rubberbehoefte.
Tenslotte is de plant ook gewoon mooi om te zien. Op een ochtend zag ik bij zonsopgang een overhoekje met uitgebloeide paardenbloemen. Ik heb twee uur lang genoten van de opkomende zon, de nevel die boven de velden hing en het prachtige licht in het paardenbloempluis, dat helemaal vol hing met pareltjes dauw. Geniet mee in het filmpje van deze week (e-mailabonnees klik hier).



zaterdag 4 mei 2019

Kievitsbloemen en de aardappel

Kievitsbloemen zijn in het wild erg zeldzaam geworden
Planten zoals de dotterbloem en kievitsbloem zijn typische soorten van natte hooilanden. In de heemtuin van Leiderdorp waren de kievitsbloemen talrijk, dat is beslist niet elk jaar het geval. Dus ik had geluk toen ik er in april ging filmen. Met de zon achter de wijnrode klokjes kwam het blokjespatroon van de bloemblaadjes goed tot zijn recht. In het wild is de plant in ons land zeer zeldzaam, langs de Overijsselse Vecht en het Zwarte Water in Zwolle zijn ze nog te vinden. Wanneer de rivier overstroomt worden de zaden met het water meegevoerd. Dan begint het lange wachten, want het zaad doet er zo'n 5 tot 8 jaar over om een bloeiend bolletje te worden. Hommels zijn belangrijk voor de bestuiving van de plant, die daarvoor een 'landingsbaan' van ultraviolet licht uitstraalt. Ook door zelfbestuiving kan de plant zaad maken, maar een door hommels bestoven plant is fitter dan zo'n zelfbestuiver. Onderzoekers stelden vast dat bevruchte kievitsbloemen een maand langer leven. Waarschijnlijk is dat een hormonale kwestie: als een hommel de plant bestuift komt er een signaalstof vrij die de plant aanzet om nog niet af te sterven. En de plant blijft dan afweerstoffen aanmaken tegen ziektes. Kievitsbloemen zijn gevoelig voor een schimmel: Pythium. Maar dank zij de hommel kan deze schimmel bij het bolgewasje aanzienlijk minder schade aanrichten. Een mooie bijvangst van jaren onderzoek naar hommels en kievitsbloemen was dat dit ook lijkt te werken bij aardappels. Wanneer die bevrucht worden, treedt de gevreesde aardappelziekte fytoftora veel minder op. Maar dan moeten we wel weer aardappels gaan kweken die bloeien. De meeste aardappelplanten die nu op de akkers staan, bloeien niet meer. Omdat de bloei veel energie vraagt van de plant - en dus van de eetbare knol - worden aardappels geteeld met steriele planten.
Aardappelbloemen zijn minstens
even zeldzaam....
Toen ik dat las ging mij een licht op. Een aantal jaren geleden ben ik begonnen om wat groenten in mijn achtertuin te telen. Ik had ook wat pootaardappeltjes gekocht, die ik in grote containers en zakken opkweekte. De aardappels bloeiden met mooie wit/gele bloemetjes en we hadden een flinke aardappeloogst. De jaren erna zag ik tot mijn verbazing nooit meer bloemetjes aan de planten, en de oogst heeft die van het eerste jaar ook nooit meer geëvenaard. Misschien lag het geheim wel bij de bloemetjes en de hommels. Ik heb echter geen idee waar ik nog bloeiende aardappels kan kopen, want ik koop ze elk jaar bij dezelfde leverancier en die pootaardappels zijn blijkbaar veranderd in steriele exemplaren na de eerste aankoop in 2011.

In het filmpje van deze week zie je natuurlijk de kievitsbloemen, maar ook paarse schubwortel, waarover ik in maart 2017 al eens een blog schreef. Ook de witte sterretjes van het daslook straalden deze dag in de zon. E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te zien.

Tenslotte de hartelijke groeten aan het "KNNV-echtpaar" uit Den Haag, dat getuige was van het maken van dit filmpje!


Als extra'tje deze week nog een kort filmpje van wilde hyacintjes in het Alphense Bospark. Email-abonnees: klik hier.



zaterdag 27 april 2019

Bloesemsnoeper

Bloesem in bedauwd gras
De afgelopen weken bloeiden de bloesems uitbundig. In korte tijd ontloken de knoppen, maar door het warme weer was de bloesemtijd ook weer snel voorbij. In het filmpje van deze week zie je wit bloeiende bomen en daartussen een bloesemsnoeper: de houtduif eet de bloemetjes graag. Houtduiven worden vaak verward met stadsduiven ('de duiven op de dam'), maar dat is een andere soort. De houtduif, met zijn opvallende witte vlek in de nek, was vroeger een bosduif. De houtduiven leefden in bossen in de buurt van agrarische activiteiten, waar ze makkelijk 'een graantje konden meepikken'. Dat we ze inmiddels toch vaak in de stad kunnen zien heeft een paar oorzaken. De landbouwmethoden zijn steeds efficiënter geworden, waardoor er weinig restjes over blijven op de velden na de oogst. Er wordt minder zomergraan verbouwd en meer wintergraan en mais. Ook spelen kraaien een rol in dit verhaal. Deze zwarte vogels eten graag houtduiveneieren. De grote witte eieren vallen erg op in het slordige nest van takken, dus voor een kraai zijn ze makkelijk te vinden.
Foto: Donald Hobern, Copenhagen
[CC BY 2.0 ]
Op het platteland werden kraaien bejaagd, dus konden de houtduiven daar redelijk rustig broeden. Maar dat is niet meer het geval. Om die reden zoeken houtduiven vaker de stad op. Daar zitten ze op plekjes waar veel mensen zijn. De kraaien vermijden die drukte, zodat de kans dat de duiveneieren uitkomen groter is. 

Door onderzoek in Maastricht kwamen nog wat interessante zaken aan het licht. Volgens de tellingen zijn de voorjaarsbroedsels van de houtduiven maar weinig succesvol; slechts 10% van de eieren levert levensvatbare jongen. Als de ouders op zoek waren naar voedsel, sloegen de predatoren toe. In het najaar is er aanzienlijk meer broedsucces. De duiven hebben de graanakkers ontdekt die voor de korenwolven (Limburgs beschermde wilde hamster) zijn aangelegd. Ze vliegen rechtstreeks naar deze gedekte tafel en proppen hun krop vol met graan. Daarna zijn ze snel weer terug op het nest, dat zo beter beschermd kan worden. Hopelijk laten ze nog een beetje graan liggen voor de hamsters :). 

E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje van deze week te bekijken. 


zaterdag 20 april 2019

Knobbelzwaan is even geen goede buurman

Vrouwtje knobbelzwaan herschikt de eieren in het nest
Ik had geen wekker gezet maar werd toch vroeg wakker op de zondagochtend. Het was nevelig, in de lucht hing de belofte van een mooie lentedag, dus nam ik mijn camera en wandelde de deur uit. Aan de rand van onze wijk is een uitgestrekte polder. Dit plekje had een knobbelzwanenechtpaar uitgekozen om te gaan broeden. Aan het grote nest werd nog gewerkt, maar de basis was al klaar. Het mannetje, herkenbaar aan de iets dikkere nek en de grotere zwarte knobbel bij de aanzet van de oranje snavel, was druk bezig om nestmateriaal te verzamelen. Het vrouwtje had al een paar eieren gelegd zag ik toen ze even opstond: twee, misschien drie grijsgroene eieren lagen op het nest. Een paar meter ernaast was een meerkoet driftig bezig om ook een nestje te bouwen; er werden takjes en waterplanten aangesleept. Op een gegeven moment zwom de mannetjeszwaan statig naar het nest van de meerkoet, het beestje zelf dreef even verderop in het water. Vakkundig en snel ontmantelde de zwaan het koetennest. De takken werden niet voor het eigen nest gebruikt, dus om het materiaal zelf was het de zwaan niet te doen. Blijkbaar vond hij het koetennest iets te dicht bij zijn vrijstaande villa liggen. De meerkoet keek van een afstandje toe, maar leek niet erg gealarmeerd. Op een gegeven moment vond de zwaan het welletjes. Hij zwom naar een sloot verderop en met lange aanloop steeg hij op. De meerkoet keerde terug om met zijn partner het nest te herstellen.
Zwanennest aan de rand van de polder
Intussen zat het knobbelzwaanvrouwtje op het nest en herschikte hier en daar wat nestmateriaal. Zij broedt de 3-8 eieren alleen uit, zonder hulp van het mannetje. Hij brengt haar zelfs geen voedsel, met als gevolg dat ze een paar kilo gewicht verliest in de 38 dagen dat ze continue op de eieren zit. Manlief blijft in de buurt om het nest te beschermen, maar verder reikt zijn taak niet. Na het broeden gaat de vrouwtjeszwaan ruien en kan ze tijdelijk niet vliegen. Als het verenkleed van het vrouwtje weer op orde is, gaat vader zwaan in de rui. Zo is er altijd iemand vliegvlug om de jongen te verdedigen. Grappig genoeg ruien de dieren tegelijk wanneer er geen nageslacht is geboren. Hoe de natuur dat regelt is niet bekend. De jongen zijn variabel van kleur, soms ook binnen één legsel. Witte donzige zwaantjes zijn van oorsprong Pools, de grijze jongen zijn Hollands. Zij vormen nog een maand of 8 à 10 een gezin na de geboorte, maar vader stuurt deze pubers weg tegen de tijd dat er weer gepaard gaat worden. Tussen hun tweede en derde jaar zoeken ze een partner, die ze niet in alle gevallen hun hele leven trouw blijven, hoewel dat wel vaak gedacht wordt. Uit Engels onderzoek blijkt dat tegen de tijd dat op hun vierde jaar het eerste legsel geproduceerd wordt, ongeveer een kwart van de zwanen al een andere partner heeft.
Bekijk de activiteiten van de zwanen en de meerkoeten in het filmpje van deze week (e-mailabonnees kunnen hier klikken om naar het filmpje te gaan).


En hoe liep het af met de meerkoeten? Een paar dagen later zag ik ze zitten naast en op een compleet nest, op de plek waar ze zondag hun bouwactiviteiten begonnen waren. De aanhouder wint!