Schorpioenvlieg

Schorpioenvlieg
Posts tonen met het label eik. Alle posts tonen
Posts tonen met het label eik. Alle posts tonen

woensdag 22 april 2026

Bloemetjes die boven je hoofd groeien

Raapzaad kleurt bermen en taluds

De noordenwind is nog behoorlijk fris, maar de zonnewarmte zorgt op dit moment voor een explosie van groei en bloei. Bermen en taluds kleuren goudgeel door de raapzaadbloemen. In combinatie met de blauwe lucht levert dat een spetterend voorjaarsbeeld op. Die gele bloemen springen meteen in het oog, maar daarnaast zijn er nog miljarden bloemen aan het bloeien waar bijna niemand naar omkijkt. Daarom vandaag een oproep om eens te letten op de bloemen die boven je hoofd groeien: tussen het gebladerte van de bomen. Tip: klik op de foto's in het blog om ze in een betere resolutie te zien

Veldesdoorn bloemen

Het zijn niet zulke opvallende verschijningen maar de groene tuiltjes van de veldesdoornbloemen zien er uit als een kanten omlijsting van de takken. Veldesdoorn is éénhuizig, dat wil zeggen dat de mannelijke en vrouwelijke bloemen aan één plant zitten. Interessant aan deze struik is dat de bloemen zowel mannelijk (alleen meeldraden), vrouwelijk (alleen een stamper) als tweeslachtig (zowel meeldraden als stampers in één bloem) kunnen zijn. Op de bodem van het bloemetje ligt een ringetje nectar, dat graag opgesnoept wordt door insecten in deze tijd van het jaar. De veldesdoorn komt van nature voor in Limburg, maar is in veel bossen en plantsoenen aangeplant dus je kunt 'm overal tegenkomen.

Een geïmporteerde boom is de gewone esdoorn. Die komt oorspronkelijk voor in Zuid- en Midden-Europa. Waarschijnlijk zijn er in late Middeleeuwen exemplaren naar Noordwest-Europa gebracht. Ook deze boom vind je veel in parken en groene buurten. Waar bij de veldesdoorn de bloemetjes omhoog wijzen, bungelen die van de gewone esdoorn aan een trosje omlaag. In één tros kunnen mannelijke, vrouwelijke en steriele bloemen voorkomen. 

Gewone esdoorn

Bij de eik springen de bungelende mannelijke katjes het meest in het oog. Eiken zijn rond hun veertigste jaar voortplantingsrijp en gaan dan enorme hoeveelheden eikels dragen. Daarvoor is natuurlijk eerst bestuiving nodig. De katjes hebben minuscule bloemetjes - honderdduizenden per boom - en die vallen op omdat ze in een katje bij elkaar zitten. 

Eikenkatjes

Om een eikel te produceren zijn ook vrouwelijke bloempjes nodig. Net als bij de hazelaar zijn de vrouwelijke bloempjes van de eik piepklein. Na bestuiving groeien hieruit de eikels. 

Vrouwelijke eikenbloempjes
Foto: Dimìtar Nàydenov - Own work, CC BY-SA 4.0, Wikimedia

De bloei van de eik is niet elk jaar hetzelfde. Gemiddeld bloeit een eik om de 2 tot 5 jaar overvloedig. In zo'n "mastjaar" kan een volgroeide boom honderdduizenden tot miljoenen bloemen produceren om uiteindelijk duizenden eikels te kunnen vormen. In zo'n mastjaar kunnen alleen al op de Veluwe een kleine vijf miljoen kilo eikels uit de bomen vallen, zoals ik eerder in deze blog beschreef. 

Ook de beuk heeft mastjaren en zogenaamde beurtjaren waarin er minder bloei en dus beukennootjes worden geproduceerd. Ik zag bij de beuken onlangs flink wat 'kwastjes' tussen de bladeren hangen. Hier komen straks de mannelijke bloemetjes uit.

Beuk met bungelende mannelijke bloempjes

Mannelijke beukenbloemetjes met meeldraden
Foto: Rasbak - Own work, CC BY-SA 3.0, Wikimedia

De vrouwelijke bloempjes staan wat meer verstopt en zitten dichter op de steel. Zij moeten het stuifmeel opvangen dat de kwastjes al wapperend in de wind hebben vrijgegeven.  

Vrouwelijk bloempje van de beuk
Foto: Stefan.lefnaer - Own work, CC BY-SA 4.0, Wikimedia

Ga de komende dagen eens wandelen met je neus omhoog en je blik gericht op de boomtakken. Hopelijk vind je dan deze verborgen schatten tussen het gebladerte. Op laaghangende takken kun je met een loepje aan de slag, maar dat levert ongetwijfeld vragen op van passanten :). De boom vindt het vast niet erg als je in dat geval een bloemetje meeneemt om thuis te bestuderen. Op miljoenen bloemen wordt er ééntje niet gemist. 

dinsdag 3 december 2024

Populaire eikels

De afgelopen weken zag ik enorme aantallen wilde eenden in het park. Ieder najaar is het volgens mij een 'datingplek' van woerden (mannetjes) en wijfjes van deze eendensoort (ik maakte er een paar jaar geleden al eens dit filmpje over). De aantallen zijn niet echt gelijk verdeeld. Op één dag telde ik 137 mannetjeseenden en 70 vrouwtjes. Pakweg 2 op 1 dus. Maar ruim 200 eenden bij elkaar was een mooi gezicht. 

Veel wilde eenden in het park

Behalve in het water, zag ik de eenden ook regelmatig op het gras. Onderstaand zie je de foto op basis waarvan ik de telling heb verricht (en er was nog een tweede foto van de andere kant van het pad). Hier was het niet primair de huwelijksmarkt die een rol speelde. De eenden rukten op naar het perceel met de eikenbomen om deze voedselbron aan te boren. Ze waren echter schrikachtig en elke wandelaar en fietser (waarvan er veel langskomen in zo'n ieniemienie stadspark) drong hen terug naar de waterkant.

Ruim 200 wilde eenden

Daarnaast telde ik die dag 35 kauwtjes, 37 houtduiven, 2 eksters en 2 gaaien die zich te goed deden aan de eikels. Vandaag zag ik zelfs tegen de 100 houtduiven foerageren en ook het aantal kauwtjes was beduidend hoger dan de vorige keer. De vogels zijn zich duidelijk aan het voorbereiden op de schralere tijden van de winter. En eikels zijn dan eersteklas eten. Ze bevatten grote hoeveelheden eiwitten, koolhydraten en vet. Daarnaast zitten er mineralen in zoals calcium, kalium en fosfor en nog een aantal vitamines. 

Hier hebben vogels gewroet om eikels te verschalken

Zo'n superfood zou ook wel interessant zijn voor menselijke consumptie. Maar door de hoeveelheid tannine ofwel looizuur zou dat ons niet goed bekomen. Geen idee trouwens hoe het kan dat sommige dieren (herten, varkens, vogels) daar geen last van hebben. Misselijkheid, verstopping en leverschade kunnen ontstaan als je de eikels zou eten zonder de tannine uit te spoelen. Paarden en koeien kunnen er overigens ook slecht tegen. Ik las in een artikel op Historiek dat eikels vroeger wel op het menu van mensen stonden. In een zoetwatermoeras bij Doggerland (waar nu de Rotterdamse Yangtsehaven ligt) woonden in de middensteentijd jagers-verzamelaars. Die plek ligt nu 20 meter onder de waterspiegel, en dat heeft ervoor gezorgd dat zaden, stuifmeel en botten goed bewaard zijn gebleven. Archeologen hebben hier verkoolde eikels gevonden uit die periode. Gedacht wordt dat de steentijdmensen de eikels poften boven vuur om ze eetbaar te maken. Misschien hebben deze eikels iets te lang op het vuur gelegen en zijn ze onbruikbaar geworden, waardoor ze de tand des tijds hebben doorstaan. Een andere methode om de tannine uit eikels te verwijderen is door langdurig spoelen in water. Een bijzondere manier om eikels eetbaar te maken komt van de Shasta die leefden in Californië (US): zij begroeven de eikels in hun geheel in de modder en lieten ze daar een paar weken liggen. De Chinook, een volk uit het Noordwesten van de Verenigde Staten, hadden hier een interessante variant op. Zij begroeven de eikels in een kuil bij de deur van hun huis en bedekten ze met een laag gras en aarde. Gedurende vijf of zes maanden verzamelden ze de urine van alle huisgenoten en goten deze in de kuil. Daarna waren de eikels klaar voor consumptie. De Europese kolonisten gaven deze delicatesse de naam ‘Chinook olives’. 

Aangevreten eikel

Op zich vormen eikels dus een (eiwit)rijke voedingsbron die ruim voorhanden is. Een hectare eikenbos levert zo 1000 kilo eikels op. Het parkje is ongeveer één hectare groot, maar niet volledig beplant met eiken. Ik schat dat er toch wel zo'n 500 kilo kan liggen. 
Na het pellen en spoelen van de eikels werden de boomzaden in de steentijd en bronstijd vermalen tot meel waarvan pap werd gekookt. Middensteentijders hadden nog geen aardewerk of metalen pannen. Zij mengden het meel met water in een dicht gevlochten mand of houten bak tot een dikke pap. Daar werd een goed voorverwarmde kooksteen doorheen geroerd. De hete steen roosterde de eikels, waardoor ze heel lekker gaan ruiken en smaken.

Er gaan stemmen op om de eikel te herwaarderen als menselijk voedsel omdat het een alternatieve bron is van eiwitten in plaats van vlees. De Belg Ben Brumage maakt zich hier met zijn 'Project Acorn' hard voor. Hij vond traditionele recepten uit verschillende landen: eikelcouscous uit Algerije, eikeltofu uit Zuid-Korea, eikelbrood uit Iran, eikelkoekjes uit Griekenland en eikelkaas uit Amerika. Ook denkt hij aan het maken van eikelburgers. Dus wie weet wat je binnenkort op je bord krijgt!

Eiken: ons voedsel ligt op straat :)

zaterdag 5 september 2020

Het eken van de eik

Eikels, bladeren en schors van de eik bevatten veel looizuur
In het park begon de hitte en droogte in augustus zijn tol te eisen. Het gras werd geler en bij sommige bomen verkleurden de bladeren alsof het al herfst was. Een halsbandparkiet zat een beetje verdwaasd in de kersenboom met slap hangende blaadjes. Nog niet zo lang geleden was de boom het middelpunt van de 'kersenparty' geweest. Nu hing er zo op het oog geen vrucht meer in de boom. Ik dwaalde rond om de signalen van hitte en droogte vast te leggen. Het viel me op dat de eikels er stevig en gezond uitzagen, hoewel het blad van de eiken wat was aangetast. Een houtpantserjuffer streek neer op een blad en paste mooi bij het kleurenpalet van de boom. Eikenbomen bevatten veel tannine ofwel looizuur, één van de redenen waarom eikels voor mensen niet direct eetbaar zijn. Voor veel dieren is dat echter geen probleem en varkens, zwijnen en herten laten zich deze boomzaden goed smaken. Het woord looizuur roept associaties op met leer looien. Tegenwoordig is dat een kunstmatig chemisch proces maar in vroeger tijden speelde de eik een belangrijke rol bij het looien van leer. Als je de huid van een dier probeert te bewaren zonder bewerking leidt dat tot bederf en rotting omdat de huid uit eiwitten bestaat. Om het proces van bederf te stoppen worden looistoffen toegevoegd die een chemisch proces aangaan met de huid waardoor rottingsbacteriën er geen vat meer op hebben. Ook zorgen die stoffen er voor dat het leer buigzaam en soepel wordt. Hoe precies ontdekt is dat eikenschors kon helpen bij het leerlooien is niet bekend, waarschijnlijk is het proces met vallen en opstaan tot stand gekomen. Om aan voldoende eikenschors te komen was er een beroepsgroep die zich hiermee bezighield: de eekschillers (eek is een streeknaam voor eik). In het voorjaar, als de sapstroom van de eik op gang kwam, werden eikenstammen gekapt en ontdaan van bast en schors. Overigens groeiden de eiken weer opnieuw uit met meerdere stammen zodat men elk jaar kon oogsten van het eikenhakhout. In de eek- of schorsmolen werd de schors vermalen. Het malen van schors was een stoffig werk waarbij huid-irriterende stoffen vrijkwamen. 


De Hooydonkse watermolen in Nederwetten
deed ooit dienst als schorsmolen
Foto: Wammes Waggel - wikimedia

Eekschillers leefden vooral op de arme zandgronden, zoals de Veluwe, waar het leven hard was. Veel mensen moesten hun kostje bij elkaar scharrelen met losse klussen bij boeren aangevuld met bosbessen plukken, sprokkelhout verkopen, varens en mossen verhandelen, eikels en dennenappels verzamelen of stroperij. In het voorjaar kon met het eekschillen in korte tijd relatief veel geld verdiend worden. Voor het looiproces was veel schors nodig en de kwaliteit ervan varieerde per gebied. In bepaalde streken had men viermaal het gewicht van het leer nodig, ongeveer 90 kg voor 22 kg leer. In andere streken was er 100 kg schors nodig voor 45 kg leer (dat is iets meer dan vier koeienhuiden). Het looien van een huid nam een jaar in beslag. Allereerst moest alle bloed en haren verwijderd worden en dan begon het looiproces met de eikenschors. Hiervoor werden zo'n 15 huiden per keer in houten tonnen gelegd. Telkens laagje voor laagje huiden en (vochtig gemaakte) eikenschors. Sommige lagen bestonden uit ruwe snippers schors, maar soms ook tot poederstof vermalen eek. Dat laatste looide krachtiger, maar er was ook meer eikenschors voor nodig, dus men koos voor een combinatie van kracht en besparing. De gaatjes werden opgevuld met looivloeistof van eerdere processen. Per ton ging er zo'n dertig liter water overheen, alles werd goed aangestampt (met trappelende voeten) en met stenen verzwaard zodat de looistof kon doordringen in alle hoeken van de huiden. Het vullen van zo'n ton nam een uur of twee in beslag. In de loop van het jaar werden de tonnen drie keer van schors ververst, tot het leer gereed was voor verdere verwerking. Hendrik Demiddele heeft een hele studie gemaakt van het leerlooien in de middeleeuwen. Als je daar meer over wilt weten, klik dan hier. In het filmpje van deze week zie je zomerbeelden in het park tijdens de hittegolf die inmiddels al weer een paar weken achter ons ligt. Klik hier om het filmpje te bekijken. 


woensdag 18 mei 2016

Pollentelling

Gisteren meldde ik dat er de afgelopen tijd hoge pollenconcentraties in de lucht zaten door de massale bloei van bomen, met name eik, beuk en den. Wat ik niet wist, is dat het LUMC er een heuse pollentelling op nahoudt. Op basis van luchtmonsters stellen ze het aantal en soort pollen per dag vast. Dit doen ze met behulp van een soort stofzuiger op het dak van het ziekenhuis. Via een opening wordt continue een bepaalde hoeveelheid lucht binnengezogen; de pollen blijven kleven op een strip die rond een trommel is vastgemaakt. De trommel maakt precies één rondje per week. De vastgeplakte pollen worden geanalyseerd en een overzicht verwerkt. Bekijk het overzicht van de afgelopen week via deze link. Op basis van deze informatie wordt de hooikoortsvoorspelling afgegeven.


In onderstaande grafiek (ook van het Leids Universitair Medisch Centrum) zijn de pollenconcentraties vergeleken met andere jaren. Het is duidelijk dat de afgelopen weken de pollenconcentratie hoger is dan de voorgaande jaren. Maar 2006 was een uitschieter die we nog niet evenaren.