Schorpioenvlieg

Schorpioenvlieg
Posts tonen met het label houtpantserjuffer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label houtpantserjuffer. Alle posts tonen

zondag 16 augustus 2026

Houtpantserjuffers: metallic beauty's in je tuin

Houtpantserjuffer, de vleugels staan in v-vorm in rust

Momenteel vliegen ze bij tientallen in mijn tuin. Kleine, ranke juffers met knisperende vleugels die tegen de avond een plekje zoeken om de nacht door te komen. Ze zitten in de heg, hangen aan de klimrozen en zoeken ook vaak de top van de bamboestokken bij de tomatenplanten op. Ik heb het over houtpantserjuffers, wat mij betreft een van de mooiste juffersoorten, met hun groene metallic lijf. Naarmate de herfst vordert worden ze donkerder en zelfs koperkleurig, want deze kleine libellen kun je tot in oktober of zelfs november tegenkomen. Normaal verschijnen ze zo massaal in september, maar dit jaar zijn ze er - in ieder geval in mijn tuin - veel vroeger bij. Ze komen in vrijwel het hele land voor, dus de kans dat je er een bij jou in buurt kunt zien is heel groot. 

Haar naam dankt de houtpantserjuffer aan het feit dat zij haar eieren afzet in de schors van bomen en struiken langs een oever. Andere juffers en libellen dippen hun eitjes met hun achterlijf in het water of zetten deze af op waterplanten.

De legboor van het houtpantservrouwtje heeft een speciale voorziening in de vorm van een zaagrand, waarmee zij door hout heen kan boren. Uit het eitje komt een prolarve, een tussenstadium tussen ei en echte larve, die op het droge kan overleven. De prolarve laat zich uit de boom of struik in het water vallen, waar de prolarvehuid onmiddellijk openscheurt en de larve tevoorschijn komt. Ook als de prolarve niet meteen in het water terechtkomt, kan ze enige uren overleven en zich al kruipend naar het water bewegen. Dus behalve mooi is deze juffer door dit gedrag ook heel bijzonder! 

Juffers hebben vijf ogen

De houtpantserjuffer heeft net als andere juffers vijf ogen. Twee vallen onmiddellijk op: de bruine facetogen aan de zijkant van de kop. Deze grote ogen bestaan uit duizenden kleine mini-oogjes. Ze geven de juffer een heel breed zicht op de omgeving. Op het voorhoofd hebben ze drie onopvallende oogjes (de zwarte/witte puntjes die in een driehoek staan), de zogenaamde ocelli. Deze kleine enkelvoudige oogjes meten licht en donker en helpen bij het sturen tijdens het vliegen. Op bovenstaande macrofoto kun je die goed zien.

Tenslotte is de houtpantserjuffer ook nog een buitenbeentje qua vleugelstand. De grote libellen strekken in rust hun vleugels zijwaarts en juffers leggen ze achter of boven hun lijf. De houtpantserjuffer zit daar een beetje tussenin met een v-vormige stand van de vleugels. 

Weidebeekjuffers strekken hun vleugels
in rust naast of boven hun lijf

Let de komende tijd eens op de houtpantserjuffers, ze zijn het bekijken waard. Deze bijna 5 centimeter grote insecten leven van vliegjes en muggen. Het is mooi als ze er daarvan wat verschalken want de muggen houden mij de laatste weken behoorlijk uit mijn slaap :(. 

zaterdag 26 augustus 2017

Damherten raken hun basthuid kwijt

In de Amsterdamse Waterleidingduinen zijn de geweien van de damherten volgroeid. De fluwelige basthuid raakt nu los. De herten krijgen jeuk en 'vegen' hun geweien om de basthuid te verwijderen, voor elk hoekje van het gewei is er een aparte stronk, tak of boom. Het bloed uit de open geschuurde huid trekt vliegen aan, waar de dieren veel last van hebben. Behalve damherten, waren er ook libellen, vlinders en paddenstoelen te zien. De grote parasolzwammen, met een hoed die wel 40 cm in doorsnede kan zijn, zie je niet snel over het hoofd. Een impressie zie je in het filmpje.



dinsdag 16 augustus 2016

Een verhaal over poep





Ik filmde in de tuin deze houtpantserjuffer, het ranke lijfje mooi in het tegenlicht met als achtergrond de blauwe lucht. Een kort shotje, niet echt met een doel, ik vond het gewoon mooi. Toen ik het filmpje op de computer bekeek, zag ik tot mijn verbazing dat ik net de paar seconden in beeld had waarop deze juffer zich ontlastte. Dat had ik nooit eerder gezien en er eigenlijk ook niet eerder over nagedacht. Maar ja, waar gegeten wordt moeten reststoffen afgescheiden worden en zo ziet dat er dus uit bij libellen en juffers. Ik heb met moeite één plaatje op internet gevonden waarop een libel poepte en dat zag er vergelijkbaar uit.
De poep in het andere filmpje is niet te missen, een beetje vloeibaar. Hier zijn twee diersoorten druk bezig om de poep te verwerken. De boomblauwtjes (vlinders) zuigen de poep op. De mineralen zijn voor hen een welkome aanvulling op hun suikerrijke dieet. Waarom ze net dat stukje poep moeten hebben waar ook de mestkever mee bezig is, is me niet duidelijk. Mestkevers gebruiker de poep als voedsel voor hun larven. Dat is trouwens altijd poep van dieren die van planten leven. Mestkevers laten hun voedsel in feite voorkauwen (en voor-verteren) door andere dieren. Soms zie je op het pad hoe de kevers een hoop paardenmest langzaam in brokken verdelen en in balletjes met hun achterpoten naar geschikte nestplaatsen rollen. In een zelf gegraven nestkamer laten ze de poep achter, samen met een eitje. Op voedselarme plaatsen, zoals heide, zorgen ze zo voor het verrijken van de grond. Zonder dit soort 'poepopruimers' zou het een behoorlijk zootje worden in de natuur. Meer verhalen over poep en hun opruimers vind je in dit artikel uit het dagblad Trouw.