Een paar dagen na mijn vorige bezoek aan het park ging ik opnieuw struinen om te kijken of er weer wat te beleven was. Het was een beetje heiig en dat maakte de bloemenweiden en slootjes erg fotogeniek. Ik speurde naar oranjetipjes die verscholen zaten tussen de bloemen omdat ze nog moesten opwarmen. Als ze eenmaal gaan vliegen dan is het bijna onmogelijk om ze nog lang in beeld te krijgen. Maar helaas, ik denk dat ze diep weggedoken waren in het struweel. De grassen hadden inmiddels een deel van het bloemenveld ingenomen. Ze vallen minder op dan het weelderig bloeiende fluitenkruid, maar ook grassen zijn in hun verscheidenheid mooi om te zien. Je moet er alleen iets gedetailleerder naar kijken. Maar liefst 8000 soorten telt de grassenfamilie, waarvan er ééntje zelf groeit op Antarctica, waardoor deze plantenfamilie vertegenwoordigers heeft op alle continenten. Grassen spelen - indirect - een belangrijke rol in onze voedselvoorziening omdat we het vlees en de melk van grazers consumeren. Maar niet alleen koeien, schapen en geiten eten gras. Ook een groot aantal insecten doet zich te goed aan de groene sprieten. Bij andere planten zien we vaak vaste relaties tussen één bepaalde insectensoort en één bepaalde plant. Dit heeft te maken met de 'wapenwedloop': planten produceren giftige stoffen om insectenvraat te voorkomen en sommige insecten kunnen zich hier tegen verweren door een hoge tolerantie voor een bepaald gif op te bouwen. Het is onmogelijk om tolerant te worden voor alle soorten gif, vandaar de specialisatie. Bij grassen ontbreken zulke giftige afweerstoffen. Zij zorgen op een andere manier dat ze er niet aan onder door gaan: het groeipunt zit vlak bij de grond en na begrazing of andere vraatschade (of onze grasmaaier) kan het gras snel weer aangroeien.
Rupsen van het hooibeestje
voeden zich met grassen
Meer dan honderd Nederlandse vlindersoorten hebben gras als voedselplant; 80 soorten nachtvlinders en 20 soorten dagvlinders uit de familie van de zandoogjes en dikkopjes. Grassen hebben weliswaar geen afweergif, maar ze zijn minder voedselrijk dan andere planten. Grasetende rupsen doen er twee tot drie keer zo lang over om zich te ontwikkelen als soorten die op 'giftige' planten opgroeien, ze hebben daar maanden voor nodig. Vlak voor de bloei is de voedingswaarde van gras op zijn dieptepunt; op dat moment vliegen de volwassen vlinders die zich voeden met nectar. Rupsen kun je vooral vinden in de nazomer en de herfst of de vroege lente. Bij sommige soorten komen de rupsen uit het ei in het najaar en groeien na een winterrust in het voorjaar door. Grassen die je nu (en in de film) kunt zien vallen bij de rupsen in de smaak: de vossenstaart (een pluim die lijkt op...jazeker) en kropaar (met verspreid staande trosjes). Het timoteegras groeit wat later dan de vossenstaart; dat gras heeft ook een pluim maar die is wat langer dan de vossenstaart en van boven plat. En oh ja: toen de zon wat hoger stond begonnen de vlinders te fladderen: koolwitjes èn oranjetipjes. Maar je moet goed kijken om ze te ontwaren als ze snel langs vliegen. Klik hier om de film te zien.
Johann Georg Sturm (Painter: Jacob Sturm) Fig. from book Deutschlands Flora in Abbildungen (1796)
Grassen komen op alle continenten voor, zelfs op Antarctica groeit een enkele soort. Deze plantenfamilie heeft dan ook de meeste soorten: zo'n 8000. En ze komen al een tijdje op aarde voor: in fossiele poep van dinosauriërs van zo'n 65 miljoen jaar geleden zijn al resten van grasachtigen te zien. De bloemetjes zijn, net als bij andere windbestuivers, klein maar talrijk. Er is veel stuifmeel voor nodig om de kleine bloemetjes te bereiken. Helaas voor de twee miljoen hooikoortspatiënten in ons land. Op de botanische tekening hiernaast zie je hoe die grassen er uit zien, op de tekening hieronder is dat nog eens in detail uitgelegd.
A ="volledig" aartje met een bloeiende bloem B = stamper C = helmhokjes D = onderste kelkkafje E = bovenste kelkkafje F = bovenste kroonkafje (palea) G = onderste kroonkafje (Lemma) H = stamper en overige bloemdelen in niet uiteengevouwen staat. Bron: wikimedia
Gras slaat zijn voedsel voornamelijk op in ondergrondse delen, daarom is het niet erg als het wordt afgegraasd door dieren. Dank zij die voorziening onder de grond kan het snel weer aangroeien. Grazende dieren helpen het gras zelfs door concurrerende gewassen op te eten, waardoor het gras alle ruimte heeft.
In mijn filmpje van deze week, zie je verschillende bloeiende grassen en de bladeren van riet (met regendruppels er op). Riet is een van de weinige waterminnende grassen en gedijt op matig tot voedselrijke plaatsen in brak of zoet water. In het midden Pleistoceen (126.000-781.000 jaar geleden) groeide het al in poeltjes en natte vennen in ons land. Riet heeft grote wortelstelsels met luchtkanalen en door die wortelpakketten groeien wateren dicht en verlanden. Op grotere schaal gebeurde dit 6000 jaar geleden in het westen en noorden van ons land. De strandwallen vormden toen inmiddels een gordel langs de kust. In de lagunes erachter mondden rivieren uit die het brakke zeewater langzaam verzoetten. Rietmoerassen ontstonden en vergingen en vormden rietveen. Dat is in feite een opeenstapeling van half vergane plantenresten in een waterlaag. Op de dode stengels groeide weer nieuw riet en uiteindelijk werd dit een dik pakket rietveen dat droger werd. Toen konden er ook bomen gaan groeien, zoals de els en hazelaar. De veenvorming ging door en er ontstond bosveen bovenop het rietveen. Zo hebben grassen de basis gelegd voor de lager gelegen provincies in ons land. Wil je meer weten over onze bodem en landschappen? Kijk dan eens rond op de interessante site van Geologie van Nederland.
E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken.
Bijna midzomernacht, nog een paar dagen te gaan. De zon gaat rond 22.00 uur onder en de grassen bloeien. Het aantal stuifmeelkorrels in een bloem kan in de miljoenen lopen. Van de grootste stuifmeelsoorten gaan er ca. 14.000 korrels in 1 gram, maar er zijn ontelbare soorten, waarvan ca. 300.000 korrels in 1 gram gaan. Stuifmeelkorrels zijn dus microscopisch klein en onzichtbaar voor het blote oog. Pollen van grassen worden door de wind verspreid en het kan gebeuren dat stuifmeelpollen uit verre landen zoals Oekraïne ons land bereiken. Sorry voor de hooikoortspatiënten, maar die ijle grasjes vormden wel een mooi decor voor de zonsondergang in het filmpje.