Schorpioenvlieg

Schorpioenvlieg
Posts tonen met het label fuut. Alle posts tonen
Posts tonen met het label fuut. Alle posts tonen

zaterdag 20 juni 2026

De blauwe reiger weet wel raad met een invasieve rivierkreeft

Het terrein van futen en grauwe ganzen

In een van de laatste dagen van de meteorologische lente liep ik nog eens een rondje door het park om te kijken hoe het met de kuikens van de futen, ganzen en wilde eend was. Van het laatste wilde eendje was geen spoor meer te bekennen. Het nest was dus volledig mislukt. Het vrouwtje zwom nu samen met een woerd, wellicht gaan ze een tweede poging wagen. De broedsels van de grauwe ganzen en futen waren met respectievelijk vijf en drie jongen nog compleet. De jonge fuutjes doken zelf naar voedsel, maar bedelden soms ook om een makkelijk hapje. Uitrusten hoorde er ook bij, en dan vielen de strekoefeningen met de poten op :). 

Op het gras langs de vijver lagen de grauwe gansjes (inmiddels niet echt klein meer) op een kluitje in een wolk van dons. De volwassen veren staken al duidelijk af tussen het fluffy spul. Later zag ik ze op de andere oever in gevecht met een populierentak. Blijkbaar vinden ze die blaadjes erg lekker!

Verdroogde grassen kondigen de zomer aan

Op deze windstille ochtend viel ook al duidelijk op dat de grassen over hun hoogtepunt heen waren. Ze bloeiden nog maar werden ook al bruingeel: de verdroging die onmiskenbaar de zomer aankondigt. In tegenlicht waren de grasjes en andere planten zeer fotogeniek.

Brandnetel en vossenstaart in tegenlicht

Een blauwe reiger stond doodstil bij de kleine poel, loerend op een prooi. Ik bracht mijn camera in stelling en begon met filmen. Het duurde twee minuten eer hij resultaat had. Geen vis deze keer maar een Amerikaanse rivierkreeft. Ik keek met verbazing hoe de reiger die kreeft met scharen en al naar binnenwerkte!

Reiger op jacht

Helaas hebben de Amerikaanse rivierkreeften ook dit kleine poeltje al gekoloniseerd. Sinds 2016 staat deze soort op de lijst van invasieve exoten die zorgwekkend zijn voor de Europese Unie. Dit betekent onder andere dat levende exemplaren van deze soort niet langer in de Europese Unie mogen worden gehouden, ingevoerd, vervoerd, gecommercialiseerd, gekweekt, gebruikt, uitgewisseld noch vrijgelaten in de natuur. Overigens is het een verzamelnaam voor meerdere soorten rivierkreeften, die allemaal van het Amerikaanse continent afkomstig zijn. Op deze site kun je zien welke soorten dat zijn. 

De Amerikaanse rivierkreeften eten waterplanten, woelen de bodem om en verzwakken oevers. Hierdoor wordt het water troebel en verdwijnen leefgebieden van vissen, amfibieën en insecten met alle gevolgen van dien. Op de site van Zuid-Hollands Landschap las ik wat concrete voorbeelden hiervan.

  • In de Krimpenerwaard verdween in Polder de Nesse de krabbenscheer, en daarmee ook soorten die daarvan afhankelijk zijn, zoals de groene glazenmaker (een libellensoort).
  • Rond Haastrecht gingen amfibieënpoelen van ‘honderden klompen dril met eitjes’ naar nul; regionale uitsterving van beschermde soorten is hier een serieus scenario.
  • In diverse Natura 2000-gebieden in Vijfherenlanden zoals polder Achthoven en langs de Diefdijk valt voortplanting van bijvoorbeeld de bedreigde kamsalamander stil doordat waterplanten (waarin eitjes worden afgezet) verdwijnen en larven worden opgegeten.

Rode Amerikaanse rivierkreeft
Foto: Luc Hoogenstein - Own work, CC BY-SA 4.0, Wikimedia

Volgens een artikel op nos.nl zijn er inmiddels miljarden exotische rivierkreeften in Nederland, die de inheemse Europese rivierkreeft verdrongen hebben. Vijf jaar geleden al werden in een maand tijd ruim 11.000 rode Amerikaanse rivierkreeften gevangen in de Proosdijvijver in Ede. Onderzoekers rekenden erop dat ze er 2000-4000 zouden aantreffen. Dat was dus een behoorlijke onderschatting. En met die 11.000 kreeften was de vijver nog niet leeg. Er werd een vervolgactie gepland om te kunnen inschatten hoeveel er nog aanwezig waren. 

Aan het eind van mijn wandelrondje was de blauwe reiger nog steeds aan het vissen. En weer had hij - met een beetje geduld - een kreeft te pakken. Het is een kleine pleister op de wonde dat zo toch een minieme bijdrage wordt geleverd aan de bestrijding van deze biotoopverwoestende rivierkreeft. 

Een videoverslag van mijn waarnemingen kun je zien in dit filmpje. 




zaterdag 16 mei 2026

En toen was er nog maar 1

Na een half doorwaakte nacht werd ik ook nog eens vroeg wakker. Ik hoorde vogelzang, maar de zon was nog niet op. Toen de eerste zonnestralen door de gordijnen piepten besloot ik maar op te staan en van het nadeel een voordeel te maken. Ik kleedde me snel aan om het mooie ochtendlicht niet te missen en ging er met de camera op uit. De nacht was vrij koud geweest; uit de slootjes steeg waterdamp omhoog. Zo in het tegenlicht was dat prachtig om te zien.

Ochtendstemming

Het duurde nog even tot de ochtendspits op gang zou komen met haastige fietsers en passerende auto's en bussen. Op het gras parelden dauwdruppeltjes en een merelpaartje was er op zoek naar voedsel. Zij waren de rust zelve, in tegenstelling tot de kittige spreeuwen en drukke kauwtjes. Achter mij in het riet zongen maar liefst drie karekieten. Hun territoria lagen blijkbaar erg dicht bij elkaar!

Toen ik de vijver naderde klonk het luide gepiep van de kleine futen. Met drie kleine vogels was die kinderschare nog compleet. Ook de ganzen hadden nog vijf kuikens. Ik zag ze grazend en zwemmend met hun inmiddels al weer gegroeide nakomelingen. Het jonge eendje had zijn laatste broertje of zusje verloren. Eenzaam zwom het beestje achter moeder aan. In 2020 schreef ik naar aanleiding van het Jaar van de wilde eend dit blogje. Uit onderzoek was gebleken dat het met het aantal eieren van de wilde eend wel snor zit, maar dat het in de kuikenfase vaak mis gaat. Dat is hier maar weer eens aangetoond, helaas.

Ik vervolgde mijn tocht langs meer bloemrijke delen van het park. Een heel veld met fluitenkruid in tegenlicht is een prachtig gezicht, maar voor de natuur is meer variatie eigenlijk beter. Hoe voedselrijker de bodem, hoe eenzijdiger de begroeiing. Gek genoeg zijn schrale landjes veel soortenrijker. Dat op voedselrijke bodem minder plantensoorten groeien dan op voedselarme grond, komt door een fenomeen dat ecologen competitieve uitsluiting noemen. Op een rijke bodem krijgen een paar snelle groeiers de overhand, die vervolgens alle andere, kwetsbaardere soorten verdringen. De snelle groeiers worden erg groot en dicht. Hierdoor nemen ze al het licht in beslag. Kleinere, minder competitieve planten, zoals orchideeën, krijgen geen zonlicht meer en sterven af. Op een voedselarme bodem moeten planten zich aanpassen en specialiseren om te overleven. Dit zorgt ervoor dat veel verschillende soorten, die allemaal een andere manier van overleven hebben ontwikkeld, naast elkaar kunnen bestaan.

Fluitenkruid

Tussen het fluitenkruid stonden wat grassen. Hun fijne haartjes en bloeiwijzen glinsterden in de zon; de planten kregen een zilveren randje. Zo ontdekte ik zachte dravik, dat de toevoeging 'zachte' dankt aan het feit dat de hele plant behaard is. Die haren geven het gras een grijsgroene kleur. Akkerbouwers zijn niet zo'n fan van deze grassoort, omdat ze zich snel uitbreidt en concurreert met granen. Met een wortellengte van 50-100 centimeter zitten ze ook bepaald goed verankerd.... Deze plant weet zich te handhaven op veel grondsoorten. Op voedselrijke grond wordt ze tot wel één meter hoog. Op voedselarme grond kan het zijn dat de plant niet hoger wordt dan vijf centimeter, met maar één aartje. Hier in het park is de grond redelijk voedselrijk, aan de hoogte van de dravik te zien. 

Zachte dravik is helemaal behaard

Grote vossenstaart was al flink in bloei. Dit gras kan wel 1.20 meter hoog worden. Het houdt van (flink) wat voedsel in de bodem, maar gedijt ook op minder voedselrijke grond. De soort dankt zijn naam aan de pluim, die aan een vossenstaart doet denken. Voor mensen met hooikoorts is deze plant een nachtmerrie. De grote vossenstaart is een van de belangrijkste grassen die het hooikoortsseizoen opent. De plant produceert sterk allergeen stuifmeel, waardoor mensen met een graspollenallergie al eind maart klachten kunnen ervaren. 

Grote vossenstaart heeft sterk allergeen stuifmeel

De goede kant van de vossenstaart is dat dit de waardplant (voedselplant voor de rupsen) van mooie vlindersoorten is. Dat is dan vooral op wat voedselarmere gronden, waar je deze vlindertjes tegen kunt komen.

Grote vossenstaart is waardplant voor de rupsen van deze vlinders
Bron: https://www.ecopedia.be

Bekijk het filmpje voor een update over de jonge vogels en andere mooie mei-momenten.


zaterdag 2 mei 2026

Hoeveel eendjes zijn er nog over?

Afgelopen zaterdag kwamen we om 20.30 uur thuis en het viel me op hoe mooi het licht scheen op de uitgebloeide pluizenbollen van de paardenbloemen in de berm. Door wegomleggingen en blokkades hadden we er een flinke rit opzitten, dus ik had geen puf meer om mijn camera te pakken. Zondagavond was het licht ook erg mooi èn het was nagenoeg windstil: erop uit dan maar! Het was vrij rustig op straat en lome vogelzang klonk in alle groene hoekjes. Het paardenbloemenpluis werd ook deze avond fraai belicht. Veel van de tweehonderd gele lintbloempjes die elke paardenbloem heeft waren uitgegroeid tot een zaadje. Omdat elke plant meerdere bloemen heeft, kan één plant wel 5000 zaden per jaar produceren. Op onderstaande foto staan 33 stengels waar nog zaadpluizen aan zitten. Dus hier alleen al zie je ruim zesduizend zaden! Voor de bestuiving hebben de paardenbloemen geen insecten nodig. Hoe dat zit wordt onderzocht door Yannick Woudstra. 

"Paardenbloemen zijn klonaal", vertelt onderzoeker Woudstra. "Ze produceren zaad zonder bestuiving." De zaden die de paardenbloem maakt, zijn klonen van de eigen plant. "Ze hebben dus ook geen stuifmeel nodig om de zaden te produceren", aldus Woudstra. Ondanks dat de plant het niet nodig heeft, maakt de paardenbloem toch stuifmeel aan. "Dat is eigenlijk best wel gek, want ze gebruiken het helemaal niet", legt Woudstra uit op de site van Vroege Vogels. 

Het kost de plant alleen maar extra energie, die ze dus beter aan andere zaken zou kunnen besteden. Insecten zijn echter maar wat blij met deze energiebron in een tijd dat er nog niet veel ander bloeiend spul te vinden is. Zo zijn paardenbloemen dus dienstbaar aan het grotere geheel :). 

Paardenbloemenpluis

Langs de sloot zag ik een drinkende duif en een waterhoen die door een caleidoscoop van kronkelende rietstengels zwom. Niet letterlijk natuurlijk, maar zo oogde de reflectie in het water. Een broedende meerkoet keek toe. 

Caleidoscopische reflecties

De zon zakte steeds lager en het licht werd geler. De belichting van de pas uitgekomen meidoornbloemetjes was een kleine fotosessie waard. De witte bloempjes met de roze meeldraden waren omgeven door het frisse limoengroen van de bladeren. 

Meidoorn in april

Toen ik bij de vijver kwam was het gepiep van de jonge futen nog te horen. Ze waren flink gegroeid sinds de vorige keer dat ik ze filmde (zoals je kunt zien in dit blogje). Ze pasten niet meer allemaal op de rug van vader of moeder en de oudste twee leken daar ook geen behoefte aan te hebben. Het jongste kuiken liet zich ondanks de toegenomen omvang nog lekker rondvaren door één van de ouders. Op een gegeven moment kwam ook de eendenmoeder aangelopen die je zag op de foto van dat eerdere blog. Ik vroeg me toen af hoeveel kleine eendjes er over zouden blijven van de acht die toen achter haar aan zwommen. Nou, de harde werkelijkheid is dat ze er nog maar twee bij zich had. 

Opgroeiende futenkuikens: nog één meelifter

Een paartje grauwe ganzen vertoefde ook langs de oever. Op een gegeven moment kwamen er kleine gansjes onder het verenkleed van een oudervogel vandaan. Het gezinnetje ging samen grazen. Moeder eend verdween naar de overkant van de vijver en de futen dobberden loom op het water. Merel en zwartkop zongen hun laatste lied voor zonsondergang. Tijd om op huis aan te gaan.

Bekijk mijn avondlijke observaties in het filmpje.



zaterdag 25 april 2026

Kleine fuutjes: veilig achterop

Pinguïndans van futen

Aan het einde van een wandelrondje door het park hoorde ik in de sloot achter het riet het hoge gepiep van futenkuikens. Ik had de futen eerder zien baltsen door middel van het schudden van hun kop maar wist niet dat ze al een nest hadden gemaakt en eieren hadden uitgebroed. Het baltsritueel van futen is een mooi gezicht. Behalve het kopschudden kunnen ze ook de zogenaamde pinguïndans doen. Hierbij halen beide vogels wier op van de bodem en stijgen hoog op uit het water. Al watertrappelend strekken ze hun lijf en nek zo ver als maar mogelijk is. Ik had dat nog nooit 'live' gezien, tot we onlangs een fietstochtje maakten langs de bollenvelden. In een slootje zagen we futen kopschudden en we stapten even af om de balts te bekijken. Op een gegeven moment begonnen de fuutjes wier op te duiken. Ik pakte snel mijn camera, maar het was nog een heel gezoek om de vogels te lokaliseren door de lens. De foto's zijn niet geweldig maar ze geven een indruk van die mooie pinguïndans.


Afijn, ik hoorde dus die kuikens piepen in het park en liep over het bruggetje naar een plek waar ik het gezinnetje kon zien. Drie jonkies liftten mee op de rug van vader of moeder. De zon was net verdwenen achter een dik wolkendek, maar ik besloot om toch even mijn camera op te halen. Door het matige licht en de sterke zoom die ik nodig had, zouden de beelden niet optimaal worden, maar dit tafereel was erg leuk om vast te leggen. 

Veilig achterop

Zo'n meeliftoptie is tamelijk bijzonder in het vogelrijk. Behalve van futen ken ik het alleen van zwanen. Voor de kleintjes heeft dit allerlei voordelen. Jonge fuutjes in hun gestreepte pyjamakleed zijn een makkelijke prooi voor roofvissen zoals snoeken en vogels zoals meeuwen en reigers. Op de rug van een ouder zitten ze veilig.

De kuikens koelen snel af in het koude water, want hun temperatuurregeling is nog niet helemaal ontwikkeld. Tussen moeders veren zitten ze warm en droog. Bovendien besparen ze energie omdat ze niet hoeven te zwemmen. 
De ouders duiken diep naar vis. De jonkies op de rug 'duiken' gewoon mee en kunnen niet verdrinken en verdwalen tijdens zo'n tochtje onder water. 


Je zou denken dat dit ook een handige bescherming zou zijn voor jonkies van andere watervogels zoals wilde eenden. Maar die hebben een andere overlevingsstrategie: zij zoeken het meer in aantallen. Waar een fuut slechts 3-4 eieren legt, heeft een wilde eend een groot nest van soms wel twaalf eieren. Eenden calculeren de verliezen in, als het ware. Het verenkleed van jonge eendjes is direct na het uitkomen beter bestand tegen water. Ze kunnen bovendien meteen goed zwemmen en zelf voedsel zoeken. En moeder kan tijdens het foerageren een oogje in het zeil houden omdat ze haar eten aan de oppervlakte vindt. Ze hoeft niet te duiken. 

Ik heb een tijdje staan filmen want de kleine fuutjes haalden allerlei capriolen uit. Twee begonnen een gevecht op moeders (of vaders) rug en de kleinste van het stel deed telkens verwoede pogingen om weer op de rug van de ouderfuut te klimmen. Je kunt het meebeleven door mijn filmpje te bekijken.


Een paar dagen later zag ik deze wilde eendenmoeder zwemmen met acht kleintjes in haar kielzog. Ze scharrelden vrolijk rond en ik moest onwillekeurig denken aan de afvalrace... Hoeveel kuikens zouden er over een week nog zijn?



woensdag 5 maart 2025

De lente barst los!

Na een lange en zeer sombere winter hebben we nu echt heerlijk voorjaarsweer: zonnig en weinig wind. En 's ochtends een beetje rijp en mist voor de sfeer :). Rondstruinend in het Kromme Aargebied merkte ik dat de zon al behoorlijk krachtig is. Dat hebben de vogels ook door en ze zijn razendsnel aan het baltsen, paren en nestelen. In krap twee uur zag ik een hele parade aan lenteverschijnselen. Langs het veenriviertje zaten twee blauwe reigers op hun nest. Blauwe reigers zijn koloniebroeders, maar de kolonie hier moet nog groeien. Ik zag maar twee nesten. Of het tweede nest ook bezet is kon ik niet ontdekken. In de Kromme Aar vormden twee futen al een paar. Een derde fuut probeerde naderbij te komen, maar dat stond het stelletje niet toe. Een van de fuutjes bracht een takje naar het nest in aanbouw en nodigde de andere partij uit tot paring door de bestijghouding aan te nemen. Toen dat niet werkte probeerde de fuut nog de invitatiehouding (plat op het nest liggend). Maar ook die vlieger ging niet op. Meer over het paringsritueel van de futen kun je lezen in deze blog.

Fuut neemt de bestijghouding aan om de partner naar het nest te lokken

Twee wilde eenden zaten knus tegen elkaar aan in de zon. Hun verenkleed is nu op zijn mooist. Aan de verschillende snavelkleuren kun je man en vrouw altijd van elkaar onderscheiden, ook als de mannetjes in de rui zijn en in dit zogenaamde eclipskleed veel op vrouwtjes lijken. De mannen hebben een geel/groene snavel en de snavel van de vrouwtjes is oranje met bruine vlekken. 

Even verderop werd het gekrijs van halsbandparkieten steeds luider. Ik zag een paartje kroelen en uiteindelijk ook paren. De paring is een van de weinige momenten van de parkieten die ik nog niet eerder in beeld had. Bekijk dit filmpje van ongeveer 10 minuten dat ik maakte over het leven van de halsbandparkieten als je wilt zien hoe ze gedurende de vier seizoenen leven. Ze broeden in holen en zullen daarbij graag gebruik maken van de dode bomen in het heempark.

Halsbandparkieten klaar voor de paring

De hoge wilgen langs de Kromme Aar worden niet alleen gewaardeerd door de nestelende blauwe reigers en parende parkieten. Een duo aalscholvers had hier ook domicilie gekozen. Ze hadden net gevist en nu lieten ze hun verenpak drogen in de lentezon. Aalscholvers kunnen diep duiken omdat hun veren minder vettig zijn dan die van andere watervogels. Omdat ze het waterafstotende vetlaagje missen moeten ze met hun vleugels gespreid de veren laten drogen na het zwemmen. Nu ik het filmde viel me op dat de vleugels behoorlijk zijn; hun spanwijdte is 130-160 centimeter!

Aalscholver droogt zijn veren na het vissen

In het drassige gebied naast het riviertje huizen momenteel drie kwakken, waaronder een juveniel. Ik was al eens eerder gaan kijken, maar toen verscholen ze zich tussen de takken van de in het water staande wilgen. Nu zat er een te zonnen op een dwarsliggende boomstam. Nog altijd een eind weg, maar toch kon ik hem redelijk filmen. In 2017 zat er ook al eens een kwak in het gebied; die trok toen kijkers uit de verre omtrek. Ik schreef er deze blog over.

Verder kwam ik nog een ooievaar tegen die zijn nestplaats al had ingenomen, een buizerd die even op zijn gemak in een boom zat en ik hoorde tal van kleine zangvogels die hun lentelied lieten horen. Een roodborst keek nieuwsgierig over een takje wat die rare snuiter allemaal met haar camera aan het doen was. Dat zie je in het filmpje van deze week door hier te klikken. 


zaterdag 13 juni 2020

Beroering in en om een futennest

Invitatiehouding van de fuut
Het observeren van diergedrag vind ik één van de leukste dingen om te doen. In het plasje aan de rand van de polder wordt het steeds drukker, naast de broedende zwanen en één of twee meerkoetpaartjes heeft nu ook een stel futen er hun territorium gekozen. En dat allemaal in een klein stukje water. Burenruzies zijn daarom aan de orde van de dag. In de dampende mist kon ik soms nauwelijks zien wat er gebeurde, maar de meerkoet maakte zich druk over de futen en haalde naar ze uit. Na enig geharrewar keerde de rust terug. De futen bouwden aan hun nest van wier en takjes. De keuze voor de plek van zo'n nest wordt met wederzijdse instemming bepaald. Vaak neemt één van het stel het voortouw en doet een voorstel door plat op het water te gaan liggen met de hals gestrekt vooruit en de snavel wijzend in de richting van de potentiële nestplaats. De andere fuut 'antwoordt' hier op door wier op te duiken en dit op de betreffende plek te laten vallen. Kopschudden hoort ook bij dit ritueel en het plukje wier wordt vaak door de andere partner weer opgepakt om de bouwintentie te bevestigen. Het bouwen van een nest kan tussen de twee en acht dagen in beslag nemen. Als het platform klaar is en beide futen kan dragen, wordt door de meest gemotiveerde fuut (m/v) begonnen met uitnodigen tot de paring. Dit gebeurt door middel van de invitatiehouding en/of de bestijghouding.
Bestijghouding om te partner te verleiden tot paring
Bij de invitatiehouding ligt de fuut met de nek gestrekt en de kraag platgedrukt op het platform.  Bij een bestijghouding rijst de fuut juist op van het nest met het lichaam voorover gebogen. De kop is naar het platform gericht, terwijl de kraag is gespreid. In deze boogpositie wordt enige malen snel met de vleugels getrild, waardoor soms het wit op de binnenvleugel te zien is. Hiermee wil de fuut de andere partij naar het nest lokken en deze houding wordt dan ook aangenomen als de partner het nest nadert. Dat kun je - ondanks de mistflarden - in het filmpje goed zien. De reactie van de uitgenodigde fuut kan variëren van onverschilligheid tot het daadwerkelijke bestijgen. De partnerfuut had echter nog geen interesse en ging onverstoord verder met bouwen. Wanneer de paring te lang uitblijft laten de futen het nest vaak in de steek. Rond de tijd dat mijn maag begon te knorren voor een ontbijt was alles rustig op het plasje. Zowel de futen als de meerkoeten en zwanen lagen te soezen in de steeds hoger rijzende zon. Wat later op de dag was ik wederom getuige van een botsing tussen meerkoeten en een van de futen. Een meerkoetgezin zwom het territorium van de fuut binnen. De fuut voerde een torpedo-aanval uit. Dat is een schijnaanval waarbij de dreigende fuut onder water verdwijnt en de ander dreigt te torpederen. In plaats van naar de opponent toe te zwemmen komt hij op ongeveer dezelfde plaats weer boven. De meerkoeten vielen aan en namen het zekere voor het onzekere want deze vorm van dreigen kan gemakkelijk overgaan in een werkelijke aanval onder water. En een klein meerkoetje maakt weinig kans tegen zo'n vlijmscherpe dolk-snavel. De fuut wilde op zijn of haar beurt niet vluchten voor de koeten en nam de kathouding aan. Hierbij worden de vleugels vrijwel loodrecht op het lichaam gespreid. De kop met ingetrokken nek wordt laag boven het water gehouden en alle veren worden opgezet. Al met al een prachtig schouwspel dat je kunt meebeleven in het filmpje door hier te klikken.


zaterdag 21 maart 2020

Voedsel voor de grutto en wulp op de eerste lentedag

Grutto te midden van twee scholeksters 
Ondanks alles virusellende maakt de natuur zich op voor het grootste spektakel van het jaar: de lente. Boven de groene vlaktes van de polder hoorde ik in de vroege ochtend het gejodel van de wulp en het gruttoooo-grutto van de gelijknamige vogel. Hèt signaal dat de lente is begonnen. Ook scholeksters en futen waren al in voorjaarsstemming. Al die weidevogels moeten natuurlijk eten en daarvoor gaan ze (onder andere) op zoek naar een van de 'gewoonste' dieren: regenwormen. Wie kent ze niet? Iedereen is er wel eens eentje tegengekomen bij het wroeten in de aarde. We besteden er niet vaak aandacht aan, maar ze zijn erg belangrijk. Niet alleen omdat ze voedsel vormen voor tal van vogels, maar ook omdat ze de bodem gezond houden en dood organisch materiaal recyclen. De inwoners van de Faeröer-eilanden hebben zelfs een postzegel aan dit nietige diertje gewijd.
Postzegel van de Faeroër-eilanden
Bron: wikimedia
Regenwormen eten rottende planten, kleine dode dieren en schimmels. Voor aan hun lichaam hebben ze een soort mond waarmee ze dit spul, samen met fijne minerale deeltjes uit de grond naar binnen werken en ze verwerken dit in hun krop. Ze nemen er voedingstoffen uit op, maar het meeste wordt vermalen tot een soort pasta die ze aan het eind van hun lichaam weer uitscheiden. Feitelijk bestaat hun lichaam uit niet meer dan een mond, lange darm en het uiteinde waar de pasta hun lichaam verlaat. Uit onderzoek weten we dat die pasta enorm rijk is aan stoffen die planten gebruiken om te groeien: de uitwerpselen hebben vijf keer zoveel stikstof, zeven keer zoveel fosfaat en elf keer zoveel kalium als de grond er om heen. Een wonder dat zo'n beestje dat voor elkaar krijgt. Eén worm kan wel 4,5 kilo 'wonderpasta' per jaar produceren. In ecologisch gezonde weilanden zitten zo'n 2 tot 3 miljoen regenwormen per hectare, ze wegen samen meer dan 1000 kilo. Dat is vaak meer gewicht dan de koeien en ander vee dat de boer heeft rondlopen. Of er in de weilanden die ik gefilmd heb net zo veel wormen zitten als in bovengenoemd voorbeeld weet ik niet. Ik weet wel dat de boeren er de weidevogels een warm hart toedragen en aan agrarisch natuurbeheer doen. En de wulpen streken er in grote groepen neer om voedsel te zoeken, dus er zal vast wel iets te vinden zijn. Bekijk ze in het filmpje van deze week. E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te zien).




zaterdag 11 januari 2020

Het winterkleed van de fuut

De lucht kleurde fel oranje
Echt winter wil het nog niet worden. In de kerstvakantie was er één ochtend dat er een beetje vorst werd voorspeld, dus ging ik er voor zonsopgang op uit. De lucht kleurde van fel oranje naar roze en andere pasteltinten. Er was weinig wind en in de lucht klonk het geluid van wulpen. In de Wijde Aa zwommen ganzen, wilde eenden en een stel futen in winterkleed. De eerstejaars fuut was nog te herkennen aan zijn gestreepte kop, de andere twee futen waren al volwassen en hadden een witte kop met een grijs blosje. Ik vroeg mij af waarom futen eigenlijk een winterkleed hebben. Voor dieren die moeten overleven in de sneeuw is het slim om van bruin naar wit te veranderen in de winter. Maar wat voor voordeel heeft een fuut bij een ander kleurtje, of misschien moet ik zeggen minder kleur, in de winter. Ik ging op zoek naar het antwoord, maar dat was nog niet zo makkelijk te vinden. De meeste bronnen vertellen wel dàt er sprake is van een winter- en zomerkleed maar leggen er weinig over uit. Uiteindelijk vond ik een publicatie uit de 80-er jaren, toen Theunis Piersma van de Universiteit Groningen grondig onderzoek heeft gedaan naar het ruigedrag van de fuut. Hij baseerde zijn onderzoek op een kleine duizend futen die de dood hadden gevonden in visnetten in het IJsselmeer.
Fuut in zomerkleed
Nauwgezet werd vastgelegd wanneer de futen waren overleden en alle veertjes en kleurpatronen werden in kaart gebracht. Dat was een behoorlijke klus want een fuut heeft zo'n 14.000 veren. Die veren hebben de fuut in Engeland overigens op de rand van uitsterven gebracht, want de huid met prachtige veren van het broedkleed werden verwerkt in boa's en mofjes. Omdat de veren goed isoleren werden er ook handschoenen van 'futenbont' gemaakt. Maar dit terzijde. Elk van die 14.000 veren wordt één keer per jaar vervangen. Rui en vervanging van de kop-, nek- en rugveren vindt het hele jaar door plaats, met een piek in het najaar (vooral september) en februari/maart. Op dit moment (januari) is de rui van hoofd en nek op het dieptepunt. De romp ruit het hele jaar door, er worden maar kleine hoeveelheden veren per keer vervangen. De rui van de vleugelveren piekt in korte tijd in het najaar. 
Verenkleed van de fuut - per maand (aug-maart)
Theunis Piersma, 1987
Op het plaatje kun je zien hoe het verenkleed van de kop verandert in de maanden augustus tot en met maart. Soms wordt er wel over 'rui' gesproken als een korte periode, maar deze studie toonde aan dat het bij futen eigenlijk het hele jaar door gaat, met een dipje in januari. Bij eenden ligt dat weer anders, die ruien op de flanken maar een korte periode. Vermoed wordt dat de futen het hele jaar hun flanken ruien omdat de veren een belangrijke rol spelen in de spijsvertering. Ze worden opgegeten om de maagwerking te verbeteren. In de maag worden vaak verenballetjes van flankveren aangetroffen. Iets dat overigens uniek is voor futen. Dan tenslotte de waarom-vraag waarmee de zoektocht naar informatie begon. Waarschijnlijk neemt de fuut in de winter afscheid van zijn mooie kopveren omdat ze beter kunnen duiken zonder hun verentooi. Zo wordt het in moeilijke tijden makkelijker om een visje te bemachtigen. Een stukje efficiency op een moment dat ze nog niet hoeven te pronken om een partner te verleiden. Het gaat dus eerder om de lengte van de veren dan de kleuren, hoewel de aanmaak van de kleurstoffen ook wellicht wat meer energie kost. Dat laatste is overigens mijn eigen aanname.

Bekijk de futen in winterkleed in het filmpje van deze week. E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken.


zaterdag 29 juni 2019

Meevaren op moeders rug

In eerdere blogs schreef ik al eens over het drijfnest van de fuut en het voeren van juveniele fuutjes. Tijdens ons tripje naar het Lauwersmeer zagen we niet alleen de fraaie kemphanen maar ook een meer algemene verschijning: een paartje futen met jongen. De kleintjes waren nog jong en schattig en deinden graag mee op de rug van moeder. Het kan trouwens ook de vader geweest zijn want het broeden en de broedzorg worden bij futen netjes over de twee geslachten verdeeld. Futen leggen in het algemeen 3-4 eieren. In dit geval waren het er vier geweest, want zoveel koppies staken er uit het verenpak van de ouder. De eieren zijn eerst wit met een groenige of blauwe waas, maar ze verkleuren al snel naar bruin door inwerking van de natte waterplanten op het nest. In de zeldzame gevallen dat de broedende fuut het nest voor korte tijd verlaat worden de eieren ook afgedekt met waterplanten. De eieren worden met tussenpozen van 2 dagen gelegd, dus met zo'n nestje van 4 is de fuut een weekje zoet. Soms wordt meteen begonnen met broeden als het eerste ei gelegd is, maar het kan ook zijn dat de futen daarmee wachten tot het laatste ei gelegd is. Alle eieren moeten zo'n 29 dagen bebroed worden, dus als de futen bij het eerste ei al beginnen met broeden is het eerste kuiken al een week oud als de laatste uit het ei kruipt. Zoals gezegd, broeden man en vrouw om en om. In de tijden dat niet gebroed wordt, kan er gerust en gegeten worden. Dat gebeurt meestal in de buurt van het nest zodat er een oogje in het zeil kan worden gehouden.
Na een krap maandje broeden komen de kuikens binnen een uur uit het ei. Zodra het jong droog is, klimt het op de rug van de broedende fuut en de kleintjes blijven daar 2-3 weken totdat ze voortdurend zelf op het water kunnen blijven. De andere ouder brengt voortdurend voedsel om de hongerige kuikens te voorzien van visjes en insecten. Je ziet in het filmpje dat die prooien meestal klein zijn, maar dat het oudste jong ook al een behoorlijke paling (?) kan wegwerken.
Naarmate de jongen ouder worden, dwingt de ouder ze om zelfstandiger te worden door ze van de rug in het water te schudden. Dat zie je in het filmpje van deze week ook gebeuren. De jongen zijn het daar niet mee eens en klampen zich stevig vast of proberen zo snel mogelijk weer op de rug van de oudervogel te klimmen. Een vermakelijk gezicht! Na 4-6 weken splitst de familie zich in twee groepen, waarbij elke ouder twee jongen zal verzorgen, de twee familie-eenheden gaan dan steeds meer hun eigen weg.

E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje van deze week te zien.


vrijdag 20 juli 2018

Een grote futenfamilie

In mijn blog van 12 mei kon je lezen hoe de futen op het Paterswoldsemeer baltsten en aan een nest begonnen. Inmiddels kun je overal futen met kleintjes zien en ben ik wat dichter bij huis op zoek gegaan naar een futenfamilie om het gedrag van de jonkies te filmen. Tijdens een fietstocht zagen we dicht bij de oever van de Langeraarse Plas een gezinnetje met maar liefst 4 jonge fuutjes. De meeste futenfamilies zijn tegen deze tijd al uitgedund tot 1 of 2 juveniele vogels. Het was een mooie kans om een grote familie te filmen, dus een paar dagen later besloot ik er een ochtendje voor uit te trekken. Ik wilde vastleggen hoe de jonge fuutjes gevoerd werden, en dat gebeurt vooral in de ochtend en de namiddag. Vader of moeder namen regelmatig een duik en bleven dan zo'n 30 seconden onder water. Het was moeilijk te voorspellen waar de futen zouden opduiken, dus dat maakte het filmen lastig. Ze waren lang niet elke keer succesvol en kwamen regelmatig met een lege snavel aan de oppervlakte. De keren dat ze wel een visje vingen, waren de kleintjes er als de kippen bij. Het viel me op dat één fuutje gevoerd werd, de andere werden weggeduwd. Misschien moesten die leren om al voor zichzelf te zorgen, ze leken wat groter dan de benjamin van het stel.

Op de kop van de jonge futen zie je een rode plek. Ik dacht altijd dat dat veertjes waren, maar nu ik goed keek, zag ik dat het een kale plek was. En die blijkt heel belangrijk te zijn voor het voedergedrag. Naarmate de jonge vogel harder om voedsel bedelt, wordt de vlek roder. Zodra het fuutje gevoed is, kleurt de plek roze. Een handig signaal voor de ouders. Gary Nuechterlein heeft dat al in 1985 ontdekt, ik kom daar nu pas achter. Overigens spelen rode plekjes vaker een rol bij het voeden van jongen. De koppies van hele jong meerkoetjes schijnen ook om die reden rood te zijn. En onze Nederlandse Nobelprijswinnaar Niko Tinbergen toonde met experimenten aan dat jonge zilvermeeuwen aan voedsel komen door op het rode vlekje te tikken dat op de snavel van hun ouders zit. Dat tikken op de snavel is voor de ouders het signaal om voedsel op te braken. Het rode plekje wijst jonge zilvermeeuwtjes waar zij moeten pikken. Dus deze 'lippenstift' heeft een belangrijke functie.

In het filmpje is te zien dat de jonge fuutjes constant bedelden, na een paar uur filmen was ik het gepiep behoorlijk zat. Maar de futenouders hebben nog wel even te gaan, jonge futen worden ongeveer 10 weken gevoed door de volwassenen.

E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken.



zaterdag 12 mei 2018

Het drijfnest van de fuut

Vanuit ons vakantiehuis aan het Paterswoldsemeer zagen we regelmatig een futenpaar dat duidelijk op liefdespad was. Eerst moest er nog een rivaal verslagen worden, maar al snel was het paartje onafscheidelijk. Het baltsgedrag van de fuut bestaat uit het zogenaamde kopschudden, soms met opgezette verenkrans rond het hoofd. Ook bieden de partners elkaar wier aan, en komen daarbij af en toe uit het water omhoog. Ik heb veel tijd en filmminuten gebruikt in een poging om dat laatste vast te leggen, maar de hele week heb ik het ze geen enkele keer zien doen. Maar het kopschudden kon ik regelmatig vastleggen, onder andere op een mooie ochtend met mist over het meer. Tegen het eind van onze vakantieweek begonnen ze met de bouw van hun nest. Toen we weggingen was het nest niet af en het was ook onduidelijk of ze door zouden gaan met bouwen op die locatie. Misschien wilden ze nog even van hun 'verlovingstijd' genieten :). Futen maken drijfnesten, net als drie andere vogelfamilies: de rallen, jacana's en moerassterns. Al met al gaat het om 175 soorten uit deze families die op deze manier op het water broeden. Een drijfnest biedt bescherming tegen nestrovers die op het land leven, maar een ei of jong valt makkelijk uit het nest in het water. Daarom komen de jongen al ver ontwikkeld uit het ei en zijn de ouders erg beschermend. Niet zelden zie je een jong tussen het verenpak van een oudervogel uitpiepen. Het nest wordt gebouwd met plantenmateriaal dat luchtkamers bevat, zodat het goed blijft drijven. Het wordt verankerd aan oevervegetatie maar kan op en neer gaan met het waterpeil.
Soms wordt er zoveel materiaal verzameld dat het nest rust op de bodem, maar andere keren is het echt een drijvend platform. In de film zie je dat de futen nog bezig zijn met de basis en vooral takken aanslepen. Futen duiken het bouwmateriaal op binnen 50 meter van het nest. Samen werken de futen hard om te duiken naar het materiaal. Met observaties is vastgesteld dat ze binnen een uur 100 keer materiaal aanvoerden.

In het filmpje kun je behalve de baltsende en nestbouwende futen nog andere vogels zien, zoals nijlganzen, een scholekster, aalscholver, zwaluwen en meeuwen.

E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken.




Eric van Roon heeft de futenbalts fotografisch heel mooi vastgelegd, kijk maar eens op zijn site eye4forbirds.

maandag 28 november 2016

Koud en zonnig

Na de herfststorm van vorige week had ik het behoorlijk gehad met grijze luchten, regen en wind. Afgelopen week kwam de kentering en we hebben nu al een paar dagen mooi weer. Zaterdag filmde ik de zonsopkomst bij de Wijde Aa in Woubrugge. In deze tijd van het jaar gaat de zon pas om 8.22 uur op, dus je hoeft er niet eens zo vroeg je bed voor uit. Het was minus 2 graden, rijp lag op de velden en de ganzen hadden zich in grote groepen op de Wijde Aa verzameld. Ze 'keuvelden' en gakten met elkaar terwijl het licht werd. De zon verscheen als een rode bal aan de horizon ('n flatgebouw haalde er jammer genoeg een hoekje uit) en even later werden de velden in een gele gloed gezet. De vogels kwamen tot leven: ganzen vertrokken naar de weilanden waar ze overdag eten zoeken en een fuut dook zijn eerste maal van de dag op; een flinke vis zoals in het filmpje te zien is. Een torenvalk speurde vanaf een paaltje of hij een potentiële prooi zag. Ik schreef vorige week over puttertjes die met hun spitse snavels zaden uit elzenproppen peuteren. In dit filmpje kun je zien hoe ze dat doen. Aan het einde van de middag werden we getrakteerd op een mooie zonsondergang; het was met recht een zonnige novemberdag.