Posts tonen met het label Amsterdamse Waterleidingduinen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Amsterdamse Waterleidingduinen. Alle posts tonen

woensdag 17 juni 2026

De handige hommelhulpjes van het Vingerhoedskruid

Vingerhoedskruid in de Amsterdamse Waterleidingduinen

In de Amsterdamse Waterleidingduinen zag ik langs het Van der Vlietkanaal flink wat bloeiend vingerhoedskruid. Het was meer dan me in andere jaren was opgevallen, blijkbaar waren de duizenden zaadjes die zo'n plant aanmaakt op de juiste plekken terechtgekomen voor ontkieming. De bloeistengels kunnen wel twee meter hoog worden en de paars en roze bloemen vind ik prachtig om te zien. Het is een plant van kijken en niet aanraken want alles aan de plant is behoorlijk giftig. De naam nodigt er wel een beetje toe uit om een bloem om je vinger te schuiven, want die hebben inderdaad de vorm van een vingerhoedje. Maar dat is dus niet verstandig. De digoxine en digitoxine (digitaline) in de plant hebben invloed op de hartwerking. Daarvoor werd de plant vroeger wel als medicijn gebruikt, maar de dosering komt heel nauw. Neem je te veel, dan ligt nierfalen, vergiftiging en verwardheid op de loer. Ook voor dieren is de plant giftig, dus de herten in de duinen zullen er niet van knabbelen.  

Dit alles lijkt hommels niet te deren. Zij zijn dol op de plant wegens de overvloedige nectar en het ruim aanwezige stuifmeel. 

Een akkerhommel (rechtsmidden) op weg
naar een "vingerhoedje"

De opvallende donkerrode vlekjes met een witte rand aan de binnenkant van de bloem wijzen de hommels de weg en laat ze zo diep mogelijk in de bloem kruipen. Naast dit zogenaamde honingmerk als landingsbaan, viel me ook op dat de bloemen aan de binnenkant lange haren hebben. Die werken als een soort trapje. Hommels (en bijen) hebben zo grip om omhoog te klauteren in de neerhangende bloemen. 

Fijne haartjes in de bloem

De bloemkelken zijn vooral geschikt voor insecten met een lange tong, want daarmee kunnen ze goed bij de nectar. De akkerhommel is zo'n kampioen met een tonglengte van maar liefst 8,6 millimeter. Dat is ongeveer de helft van de lichaamslengte van de werksters. 
Wanneer de akkerhommel de tong niet gebruikt, zit deze netjes opgevouwen in een soort schede onder haar lichaam. Zodra ze een geschikte bloem vindt, pompt de hommel haar lichaamsvloeistof (hemolymfe) krachtig naar de kop en de tongbasis. Hierdoor wordt de tong als het ware door hydraulische druk naar buiten gestuwd. Tegelijkertijd gebruikt de hommel speciale spiertjes in haar kop om de tongdelen nauwkeurig te richten en te ontrollen. De tong is opgebouwd uit verschillende holle buisjes en is voorzien van fijne, borstelige haartjes. Zodra de tong volledig is uitgerold en in de bloem is geduwd, werkt de tong als een rietje. Door ritmische bewegingen van spieren in haar kop en keel zuigt ze de nectar naar binnen.

Dankzij die lange tong kan de hommel ook gemakkelijk nectar uit andere diepe bloemkelken en moeilijk bereikbare bloemen halen, zoals smeerwortel, witte dovenetel, bonen en erwten. Dankzij deze tong is de soort een uitstekende bestuiver en kan hij voedsel verzamelen uit meer dan 270 verschillende plantensoorten.

Vingerhoedskruid

Zo heb ik weer eens één van de vele grote en kleine wondertjes in de natuur ontdekt!  

zaterdag 9 mei 2026

Bijzondere plantjes uit de duinen - deel 1

Tijdens recente wandelingen in de Amsterdamse Waterleidingduinen en Voornes Duin kwam ik een aantal plantjes tegen die ik niet kende, of waarvan ik weleens gehoord had, maar nooit live had gezien. Vandaag en volgende keer een parade van deze duinplantjes, die niet zo algemeen of zelfs zeldzaam zijn. Op de site van Ecomare las ik dat in Nederland 254 kilometer Noordzeekust uit duinen bestaat, met een totale oppervlakte van 40.000 hectare. Dat is één procent van de totale oppervlakte van Nederland. Maar in de duinen komt wel 75% van de Nederlandse plantensoorten voor (en van de ongeveer 190 soorten Nederlandse broedvogels nestelen er 140 in de duinen)!. Bij duinen denk je vaak aan kale zandige heuvels met wat helmgras, maar het duingebied is heel gevarieerd met de zeereep, duingraslanden, open duinen, meren, kleine beekjes, natte en droge duinvalleien, duinstruwelen en duinbossen. Dat zijn dus heel veel verschillende habitats op een kluitje.

Speurend tussen de (korst)mosjes op het Paardenkerkhof in de Amsterdamse Waterleidingduinen vielen mij twee kleine plantjes op die kenmerkend zijn voor kalkarme duinen: klein tasjeskruid en heidespurrie. Beide zijn therofyt. Ik kende die term niet, maar hiermee worden éénjarigen ofwel 'zomerplanten' aangeduid (theros is Grieks voor zomer en phyton betekent plant). Therofyt wordt gebruikt voor planten  die hun volledige levenscyclus (van zaadje tot bloem, vrucht en nieuw zaad) binnen één groeiseizoen doorlopen. Ze overleven ongunstige periodes (zoals de winter) niet als levende plant, maar uitsluitend als zaad. 

Klein tasjeskruid

Het klein tasjeskruid is het kleinere familielid van het herderstasje. Dat 'tasje' heeft betrekking op de vorm van de zaden. Bij het herderstasje zijn die vrij plat. Bij klein tasjeskruid zijn de zaden aan de onderkant wat bollig, zodat ze er een beetje als een lepeltje uitzien. Zoals gezegd groeit deze soort op kalkarme grond. Behalve in de duinen vind je dit plantje op alle andere zandgronden in Nederland. In de weidegebieden van Noord- en Zuid-Holland, Friesland en Groningen komt het niet voor. Op de Zeeuwse klei en de Zuid-Limburgse löss gedijt het evenmin. Elk bloemetje heeft vier witte kroonbladen, waarvan er twee langer zijn dan het andere duo. Die langere twee staan aan de buitenkant, en dat wordt 'stralend' genoemd. Dit komt bij kruisbloemigen zelden voor. Op onderstaande foto zie je de langere kroonblaadjes als konijnenflaporen uitsteken. Op de foto hierboven zie je dat bij de bloem in het linker polletje. 

'Stralende kroonblaadjes' van klein tasjeskruid
Foto: Stefan.lefnaer - Own work, CC BY-SA 4.0,
https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=96162508

Van de heidespurrie vond ik de lege zaaddozen, die als minitulpjes boven het zand uit prijkten. Het is de enige plant die zich kan handhaven in zandverstuivingen, waar verder vooral korstmossen en enkele grassoorten voorkomen. Het is daarmee een echte pioniersoort. Het plantje groeit ook - zoals in de Waterleidingduinen - op open plekken in voedselarm, droog grasland, vaak samen met klein tasjeskruid. In de duinen is het een duidelijke indicator van ontkalking.

Zaaddoosjes van de heidespurrie

Heidespurrie is eenjarig en heeft blauwgroene, vetplantachtige blaadjes: smal rond en wasachtig. Ik denk dat dit een aanpassing is om de verdamping op het warme zand te beperken en het weinige beschikbare vocht voor de plant te behouden. Het is een lid van de anjerfamilie. De naam 'spurrie' is nogal apart (vind ik). Spurrie is vermoedelijk afgeleid van de wetenschappelijke geslachtsnaam Spergula. Deze naam komt op zijn beurt van het Latijnse woord spargere, wat 'uitstrooien' betekent. Dit slaat op het feit dat de plant gemakkelijk haar zaden uitstrooit. Heidespurrie komt in de duinen niet veel voor. Zoals de naam doet vermoeden groeit-ie veel meer in de heidegebieden in het binnenland. Het is een prachtig klein plantje, zoals je op onderstaande foto ziet. 

Heidespurrie
Foto: Krzysztof Ziarnek, Kenraiz - Own work, CC BY-SA 4.0,
https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=103078193

Een opmerkelijk rood plakkaat blijkt het mosbloempje te zijn, één van de kleinste Nederlandse plantjes. Dit vetplantje heeft aanvankelijk groene blaadjes; bij het ouder worden verkleuren ze via oranje naar dieprood. Wat je op de foto ziet, zijn dus de blaadjes. De bloemetjes zijn piepklein: niet meer dan 2 mm. Het mosbloempje bloeit van april tot in september met witte of roze bloempjes. Ik kon daar op Wikimedia geen foto van vinden. 

Mosbloempje

Ook deze soort gedijt op voedselarme grond. Behalve in de duinen en op andere zandgronden kun je het plantje op allerlei plaatsen tegenkomen, bijvoorbeeld op begraafplaatsen en tussen stoeptegels. Zo kleuren de voegen tussen de klinkers op de Harderdijk langs het Veluwemeer plaatselijk rood door grote plakkaten die nauwelijks boven de klinkers uitsteken. Mocht je ze tegenkomen, kijk dan eens of je witte of roze puntjes er tussen ziet. Dan heb je wellicht zo'n miniem bloemetje in het vizier. 

Volgende keer een aantal plantjes uit Voornes Duin!

woensdag 6 mei 2026

Duizend dappere duinviooltjes

Brandend zand en nergens water

Kaal zand, nergens water, brandende zon, schrale wind en af en toe word je bedekt door een extra laagje zand. Zou jij het onder deze omstandigheden uithouden? Ik zou wegblijven van zo'n oord in ieder geval. Maar voor een heel teer bloemetje zijn deze omstandigheden geen uitdaging: het duinviooltje. Met een lange penwortel, die wel één meter diep het zand in rijkt, weet het plantje voldoende water op te halen om te groeien en te bloeien. Zelfs in hete zomers en bij vorst in de winter, als de bovenste centimeters van de grond bevroren zijn. Liefst hebben ze een groeiplaats in de buurt van konijnen. De keutels van die konijnen geven net dat beetje mest dat de viooltjes nodig hebben. En deze ondersoort van het driekleurige viooltje blijft laag bij de grond om zo weinig mogelijk wind te vangen.

Laag boven de grond en diep onder de grond

In eerdere blogs schreef ik over de keizersmantel; een vlinder waarvan de rupsen leven van duinviooltjes. Net als de rupsen van de kleine parelmoervlinder en de duinparelmoervlinder. Ik zag het zeldzame duinviooltje af en toe tijdens onze wandelingen in de Amsterdamse Waterleidingduinen, vaak niet meer dan één of een paar plantjes. Niet echt een rijke voedingsbron, dacht ik altijd. Maar tijdens ons laatste bezoek aan de Waterleidingen werden we verrast: 'n stuifvalleitje zag paars van de viooltjes. Honderden viooltjes trotseerden hier de zon en de frisse noordenwind. Wat een prachtig gezicht!

360 graden in de rondte: duinviooltjes!

Duinviooltjes verspreiden zich door zaad. De zaaddoosjes springen open en het zaad komt een beetje verderop in het zand terecht. Om wat verder weg te komen van de moederplant hebben de duinviooltjes een zogenaamd mierenbroodje. Aan het zaadje zit een lekkernij voor mieren, die het zaadje meenemen naar hun nest en zo nieuwe groeiplaatsen creëren. Onderweg of in het nest wordt het mierenbroodje van het harde zaadje afgebeten en daarna aan de larven gevoerd. Het onbeschadigde zaadje wordt vaak buiten het nest gegooid, dat is een nieuwe kiemplaats voor het viooltje.

Duinviooltjezaden met mierenbroodjes 
(de lichte puntjes)
Foto:  Stefan.lefnaer - Own work,
CC BY-SA 4.0, Wikimedia

Het mierenbroodje bestaat hoofdzakelijk uit een rijke mix van stoffen die dienen als voedsel voor de mierenlarven. Oliën en vetten zijn de hoofdbestanddelen. Suikers zorgen voor een zoete geur en smaak die mieren lokt. Tenslotte zitten er eiwitten en vitamines in, deze voedingsstoffen zijn essentieel voor de ontwikkeling van de larven.




zaterdag 21 maart 2026

Voorjaarsvroegeling

De astronomische lente van 2026 is dan eindelijk een feit. Op vrijdagmiddag 20 maart, om 15.47 uur, stond de zon loodrecht boven de evenaar en dan zijn dag en nacht overal ter wereld even lang (behalve op de polen). Ik pakte het Verkade Lentealbum van Jacq. P. Thijsse er nog eens bij om te kijken wat er allemaal gaat gebeuren in de natuur de komende maanden. Na meer dan 100 jaar is dit album nog steeds actueel, hoewel de bloeitijden soms wat eerder zijn geworden door klimaatveranderingen. 

Het album start heel toepasselijk met een hoofdstuk 'Eerstelingen'. Thijsse beschrijft hierin de eerste tekenen van de seizoenswisseling, zoals een luid zingende zanglijster, het sneeuwklokje en de bloeiende hazelaar. Vroege citroenvlinders en atalanta's fladderen rond, en de winterkoning en de merel trakteren ons op een concert. Onder de bloemen zie we vroege bloeiers als madeliefjes, vogelmuur en klein hoefblad. 

De meeste van de beschreven dieren en planten kende ik wel toen ik het boek voor het eerst las. Eén soort bleef voor mij lang een raadsel. Hierover schrijft Thijsse:

Even nederig en bijna altijd over het hoofd gezien is een ander bloempje, dat dikwijls reeds in november bloeit, den heelen winter zonder schade door alle wisseling van vorst en dooi blijft groeien en nu in de lachende voorjaarszon zijn gansche levenkracht ontwikkelt. Het is het hongerbloempje, een nietig plantje, bestaande uit een rozetje van groene blaadjes vlak op den grond, waaruit een dunne vertakte bloemstengel verrijst. De bloempjes zijn kleine kruisbloempjes met gespleten kroonblaadjes, zoodat er in plaats van vier acht lijken te zijn. 

Vroegeling, vroeger hongerbloempje of voorjaarsvroegeling genoemd

Maar op de zandgronden en in sommige tuinen en parken groeien deze kleine plantjes dicht opeen bij honderden en duizenden. In den voormiddag gaan bij zonnig weer de bloempjes wijd open. De dunne steeltjes, die ze dragen, zijn nauwelijks zichtbaar en zoo schijnt er dan een witte sluier te zweven boven de groenende duinhelling. Het hongerbloempje heet ook wel voorjaarsvroegeling en dat is eigenlijk een veel aardiger naam. Want dit dappere plantje wekt maar zelden gedachten aan honger en gebrek. In tegendeel, de bloempjes bevatten flink ontwikkelde honingklieren en verschaffen overvloedig voedsel aan vliegen en bijen en vroege voorjaarsvlinders.

Het duurde jaren eer ik zelf een hongerbloempje zag. De naam hongerbloempje komt voort uit een oud volksgeloof. Men meende vroeger dat wanneer dit plantje in groten getale voorkwam, er een jaar met hongersnood of slechte oogsten zou volgen. Tegen de tijd dat mijn oog eindelijk op dit kleine bloempje viel, had het de naam vroegeling. Ik zag ze in de Amsterdamse Waterleidingduinen op een zeer winderige maartse dag. Ondanks hun geringe hoogte stonden ze te shaken in de wind.

Er stonden wel wat vroegelingen bij elkaar, maar van zo'n 'witte sluier' als Thijsse schreef was geen sprake. Vroegelingen groeien vaak op droge, stenige en voedselarme gronden (zoals muren en duinen), plekken waar weinig andere planten kunnen overleven. Onderin deze foto zie je met moeite wat witte stipjes, dat is de witte sluiter van vroegelingen waar ik het mee moest doen :). 

Biotoop waarin de vroegeling groeit

De planten die je in zo'n groep bij elkaar ziet zijn vaak uit één individu ontstaan. Vroegeling doet voornamelijk aan zelfbestuiving: hij heeft geen andere plant nodig om tot vruchtzetting te komen. Hierdoor komt er geen ander genetisch materiaal bij. Kruisbestuiving, waarbij de ene plant de ander bestuift, komt op kleine schaal wel voor bij de vroegeling. Hierdoor kunnen nieuwe populaties met een nieuw combinatie van genetisch materiaal ontstaan. Dat zorgde voor verwarring bij botanici en soms ook voor discussies en meningsverschillen over ondersoorten. 

Ik was in ieder geval al blij dat ik dit ieniemie-plantje gevonden had, dus ik houd het gewoon bij vroegeling. 

Mocht je een schattig wit bloempje met een relatief groot geel hart zien, bedenk dan dat je misschien een vroegeling in het vizier hebt.

Vroegelingen zijn zelfbestuivers en een groepje plantjes kan voortkomen uit één individu


maandag 9 februari 2026

Boomleeuwerik: nog een vogelgeluid dat je in februari kunt horen!

 

Mist in de Amsterdamse Waterleidingduinen

Afgelopen zaterdag was het weer eens tijd om naar de Amsterdamse Waterleidingduinen te gaan. We kozen voor ingang De Zilk deze keer. Omdat mijn man 's middags een sportwedstrijd had, gingen we vroeg op pad. Tijdens de autorit hing de mist in de polder zwaar over de weilanden en ook in de Waterleidingduinen konden we in het begin nauwelijks een hand voor ogen zien. Naarmate de zon hoger klom ging zij de strijd aan met de mist, hetgeen feeërieke beelden opleverde. We zagen ontelbare hertensporen in het zand, sommige duidelijk geplaatst voor het nachtelijke regenbuitje: in die prenten (pootafdrukken) zagen we kleine putjes van de regendruppels. Andere waren heel vers; die pootafdrukken hadden geen regenputjes waardoor we konden concluderen dat de herten hier langsgekomen waren na de regenbui.

Damhertsporen

Ondanks deze - blijkbaar - nachtelijke activiteit van de dieren lieten de damherten zich nergens zien. We zigzagden door het eikenbos om zo veel mogelijk te kunnen genieten van de zonnestralen tussen de stammen in de mist. De camera klikte heel wat keren, maar zonder het gewenste hertensilhouet in mistig tegenlicht :). 

IJle eikenstammen...

....en een eik die de ruimte had om breed uit te groeien

Ook de open vlakte leverde mooie plaatjes op: van dauwdruppels die aan de planten hingen tot een rijk palet aan kleuren van verdroogde hei en (korst)mossen. Het licht van de laagstaande zon gaf een gouden glans aan de begroeiing.

Dauw parelt in het heiige tegenlicht

Prachtige kleuren op de grond

Op een gegeven moment won de zon het van de mist en verdween deze. De vogels werden nu iets actiever: twee koolmezen - duidelijk een paartje - bleven dicht bij elkaar terwijl ze insectjes zochten in een boom. Ze zaten daar op nog geen 3 meter van ons af, maar helaas had ik mijn verrekijker om en de camera met telelens nog in mijn tas. Tijd om die twee om te ruilen, want onze oren werden gestreeld door een geweldig mooi vogelliedje. In het open duin bij het zweefvliegveld zongen boomleeuweriken. Boomleeuweriken staan ​​bekend als een van de weinige vogels die in het donker zingen en zijn vanaf de eerste weken van februari te horen. Zowel het mannetje als het vrouwtje zingen en reageren op boodschappen die ze elkaar doorgeven met behulp van verschillende toonhoogtes en klanken. De mannetjes zingen 's nachts vrij letterlijk de overtrekkende vrouwtjes 'uit de lucht' om hen te verleiden. 

Net als bij de veldleeuwerik heeft het mannetje een vluchtlied. Een duidelijk verschil tussen deze twee soorten is echter dat boomleeuweriken vaak 'spiralen' tijdens de vlucht. Ze blijven ook op een relatief lagere hoogte. Veldleeuweriken gaan tot wel 100 meter omhoog en 'hangen' daar in de lucht om hun jubelende lied ten gehore te brengen. 

Door het vroege schema van deze actieve vogels wordt hun eerste ei vaak al eind maart gelegd. De nestjes worden op de grond gemaakt. Op dat moment vallen de boomleeuweriken stil om te zorgen dat de aandacht van vijanden niet op hun nestplaats wordt gericht. Ik heb geprobeerd het lied van de zingende boomleeuweriken op te nemen in onderstaand filmpje. Helaas zit er ook wat ruis van de provinciale weg doorheen. Aan het eind van het filmpje zie je een foto van de boomleeuwerik. 
Als je in de buurt van duinen of andere zandgrond (Veluwe, Brabant) woont, dan loont het de moeite om eens zelf te gaan luisteren op locatie. Het vrolijkt je dag beslist op! 



Na een korte pauze zetten we onze wandeling voort. Eindelijk kregen we nog wat herten in het vizier. Maar een foto van een door mist omgeven silhouetje zat er niet meer in.....

Damhert

Spitser (jong mannetje)

zaterdag 25 oktober 2025

Damhertenbronst en paddenstoelen in de Amsterdamse Waterleidingduinen

De weersverwachting voor de herfstvakantie zag er nat uit, maar vorige week zaterdag (en woensdag) waren een uitzondering op de regel. De parkeerplaatsen van de Amsterdamse Waterleidingduinen stonden bomvol, waarschijnlijk door een combinatie van drie dingen: het gunstige weer, de start van de  herfstvakantie en de damhertenbronst. In deze periode laten vooral de mannetjesherten zich goed zien. Ze moeten een territorium afbakenen en verdedigen en daarnaast zoveel mogelijk hindes zien te interesseren voor hun harem. Alleen zo kunnen ze hun genen doorgeven aan een nieuwe generatie damherten (via deze link kun je alle blogs lezen die ik heb geschreven over damherten, inclusief filmpjes van de bronst waarin je ook het burlen kunt horen). 

Voor we de eerste herten hoorden burlen sprongen de verse paddenstoelen al in het oog. Porseleinzwammen beginnen hun groei als kleine grijze bolletjes (kijk onderaan bij de steel van de rechterpaddenstoel) op levende beuken die het al zwaar hebben, of op dode beukenstronken. Vrij vlug pompen ze hun vruchtlichaam op met een glanzend doorschijnende hoed die kan wedijveren met Chinees porselein. Lang duurt dit niet, ze worden al snel bruin en slijmerig. Maar vandaag waren ze op hun hoogtepunt. 

Porseleinzwammen

In een donker maar door de zon beschenen hoekje lichtten gewone zwavelkopjes op. Dat is een van de meest algemeen voorkomende opruimers van dood hout in bossen en parken. De smaak is erg bitter en dat is maar goed ook. Want als je de paddenstoel eet kan dat leiden tot misselijkheid, diarree en zelfs tijdelijke blindheid en verlamming. De plaatjes aan de onderkant van de hoed zijn eerst geel, ze verkleuren van groen naar olijfbruin als de sporen rijp zijn. Maar dat laatste gebeurt niet bij alle exemplaren. Sommige zwavelkopjes zijn steriel en maken geen sporen. Dan blijven de plaatjes geel. 

Gewone zwavelkop

We naderden inmiddels het kerngebied waar de bronst zich afspeelt. We hoorden geburl (bij damherten heet dit eigenlijk 'knorren') maar we zagen niet meer dan schimmen tussen de bomen. Het eerste hert dat we goed in beeld kregen was eentje die zijn dorst kwam lessen in één van de kanalen. Tijdens de bronst eten mannetjes nauwelijks tot niet, omdat ze hun plek en harem moeten bewaken. Ze vallen dan ook vele kilo's af in een paar weken tijd. Maar een slokje water ging er wel in. Op onderstaande foto kun je ook goed zien dat de nek van de mannetjesherten in deze periode heel dik is. Tijdens de bronst neemt het testosterongehalte bij mannelijke herten sterk toe. Dit leidt tot een aanzienlijke zwelling van de nek, ook wel een "speknek" genoemd, en een grotere adamsappel. De dikke nek, samen met het gewei, is een visueel signaal van kracht dat herten gebruiken om vrouwtjes te imponeren en andere mannetjes af te schrikken. 

Drinkend damhert

Even verderop waren we getuige van een ontmoeting tussen twee herten. Natuurlijk hoopten we op een gevecht, maar het bleef bij dreigen en aftasten. Uiteindelijk dropen ze beide in een andere richting af. 

Twee damherten die niet tot een gevecht kwamen

Eén hert vertrok burlend. Het burlen een uiting van dominantie: het benadrukt de kracht van de mannetjes en hun drang om de grootste harem te verzamelen. De diepe burlgeluiden dienen als een soort lokroep om vrouwtjes te trekken, met als uiteindelijk doel succesvolle voortplanting. Het geluid waarschuwt andere mannetjes juist om uit de buurt te blijven. Dit voorkomt mogelijk gevechten, maar kan ook een directe uitdaging zijn om een gevecht aan te gaan. Door te burlen bakenen de mannetjes hun territorium af en informeren ze andere herten dat dit hun gebied is. 

Burlend damhert

De damherten maken een bronstkuil door met hun hoeven in het zand te schrapen. Ze urineren in de kuil en wentelen zich in het zand met de urine om de geur aan zich te hechten en zo goed mogelijk te verspreiden. We roken de penetrante lucht regelmatig, want rond het bos bij het Vliegermonument zagen we talloze bronstkuilen met herten. 

Damhert in bronstkuil

De meeste herten hadden hun territoriumstrijd al gestreden en lagen nu te rusten in hun kuil. De echte actie komt tijdens de nacht, dan komen de hindes uit het bos te voorschijn om zich te laten dekken. 

Rustend damhert in afwachting van een actieve nacht

Ook dit weekend kun je nog gaan kijken naar bronstverschijnselen, want de bronst duurt meestal tot eind oktober. De met oranje plaatjes gemarkeerde wandelroute brengt je bij het Vliegermonument. Hier zul je zeker bronstkuilen en herten zien. 

Bruinrode heidelibel op een parasolzwam

Niet alleen de herten rustten lekker uit, maar ook een bruinrode heidelibel. Dit insect had een parasolzwam als rustplaats gekozen. Ik denk dat we wel meer dan vijftig exemplaren van de parasolzwammen hebben gezien, sommige zo groot als een pannenkoek. 
Het was weer een heerlijke herfstwandeling. Na afloop konden we zelfs nog lunchen op een terras, uit de wind in het zonnetje!






woensdag 27 augustus 2025

Heksenboter is een magisch wezen

Op weg naar de Amsterdamse Waterleidingduinen

Op 15 augustus reden we in alle vroegte naar de Amsterdamse Waterleidingduinen. Het zou weer een warme dag worden na een puffend hete week. We hoopten de hitte voor te blijven met ons matineuze bezoek. In de polder hing -net na zonsopkomst- nog wat nevel boven de velden en de zon kleurde die zachtroze. Een goed begin van de dag, hoewel ik niet blij was toen de wekker rinkelde :). 

De bossen bij de Oranjekom baadden in dat speciale nazomerlicht dat je eind augustus en begin september kunt zien. Het geeft alles een gouden randje.

Gouden nazomerlicht

Iets anders dat er goudkleurig uitzag en meteen mijn aandacht trok was een grote gele vlek op een dode boomstam. Het was heksenboter. Natuurlijk was het geen boter en er waren ook geen heksen in de buurt. Die naam stamt uit een ver verleden toen mensen probeerden te verklaren hoe zo'n gele dot in het bos terecht kwam. Maar wat is het wel? Dat is eigenlijk moeilijk te benoemen, want heksenboter is een geval apart.

Heksenboter

Heksenboter is een slijmzwam, en om het allemaal nog ingewikkelder te maken: slijmzwammen zijn geen zwammen zoals paddenstoelen maar een aparte soort. Dus die naam is ook verwarrend. Maar het wordt nog spannender want het geheel kan bewegen! Natuurlijk niet zo snel dat-ie weg kan rennen als je er naar kijkt, maar toch. 

Afijn, ik zal proberen uit te leggen hoe het precies zit. Zo'n gele dot is een kolonie van eencellige organismen, dat zich als één organisme gedraagt. Eerst ontstaan eencellige amoebe-achtige wezentjes, die zich onder gunstige omstandigheden kunnen vermeerderen en versmelten tot een grote massa met vele kernen (zo iets heet een plasmodium). Al die 'individuen' bewegen en voeren op die manier gecoördineerde bewegingen uit. Zo kruipt het geheel voort om op zoek te gaan naar voedsel in de vorm van schimmels en eencelligen. Het laat daarbij een wit slijmspoor na. 

Vele kleintjes vormen samen een groot organisme
Foto: Maja Dumat - Wikimedia

Op een bepaald moment vormt het plasmodium, op een vaste plek, kleine vruchtlichamen of sporendoosjes. De sporen, die zich in deze vruchtlichamen bevinden, worden vrijgelaten en verspreid. 
Uit deze sporen ontstaat weer eencellig wezentjes, die zich op een bepaald moment - meestal in de herfst - zullen groeperen tot een nieuwe gele 'vlek'. 

In dit BBC-filmpje kun je het allemaal versneld zien. Aan het eind zie je hoe de sporen worden gevormd. 


Dit magische wezen kan in zekere zin ook nog 'nadenken'. Onderzoek heeft aangetoond dat slijmzwammen kunnen leren en een primitief geheugen hebben. Wetenschappers lieten in een studie zien dat een slijmzwam zijn weg kon vinden uit een doolhof waarbij er voedsel aan het begin en aan het eind van het doolhof lag. 

De slijmzwam reageert hierbij op chemische signalen, met name de geur van voedsel (in de experimenten werden onder andere havervlokken gebruikt). Het slijmzwammenlichaam vormt een complex netwerk van buisvormige draden. Deze netwerken helpen de slijmzwam om te "verkennen" en te communiceren. Eerst worden alle paden verkend, maar als het eenmaal een route naar voedsel heeft gevonden, worden de draden die niet nodig zijn voor die specifieke route weer afgebroken. 

In dit filmpje wordt zo'n experiment uitgelegd. Tip: je kunt Nederlandse ondertiteling aanzetten.


Hoewel hersenloos, kan een slijmzwam zich "herinneren" waar het al geweest is. Het laat een zilverachtig spoor achter, en vermijdt deze plekken, dat is wel zo efficiënt. Slijmzwammen reageren ook op andere omgevingsfactoren zoals vocht en licht. De slijmklodder beweegt zich bijvoorbeeld naar donkere en vochtige plekken, zoals rottend hout of bladeren. 

Aan het eind van onze wandeling door de Waterleidingduinen zagen we een damhert lekker soezen in de zon bij het bezoekerscentrum. En ik bedacht dat zoogdieren eigenlijk heel 'eenvoudige' wezens zijn, vergeleken met heksenboter :).



woensdag 26 maart 2025

De heerlijke zang van de boomleeuwerik

Leeuweriken hebben een speciaal plekje in mijn hart. Misschien is de kiem daarvoor gelegd tijdens de vele familiewandelingen door de Limburgse natuur in mijn jeugd. De veldleeuwerik was in de jaren 70 een van de meest voorkomende broedvogels en zijn juichende lied maakte van elke wandeling een feestje. Het mannetje steeg tot grote hoogte en jubelde daar lange tijd, om plotseling de daling in te zetten en te landen vlak voor zijn (gewenste) vrouwtje. Over de veldleeuwerik schreef ik eerder in deze twee blogs

Biotoop van de boomleeuwerik

Een dag of tien geleden bezochten we de Amsterdamse Waterleidingduinen om te genieten van de zang van de boomleeuwerik. Ook een deuntje om helemaal lyrisch van te worden en voor mij echt het begin van de lente. Het is nu de tijd dat de boomleeuweriken terugkeren uit hun overwinteringsgebieden in Zuid-West Europa. Kleine aantallen blijven overigens wel eens de hele winter 'plakken' in de duinen langs onze westkust. Typische kenmerken van de vogel zijn de zeer korte staart zonder witte randen en de lichte wenkbrauwstreep die tot in de nek doorloopt. Op vleugelrand zie je een opvallende donkerbruine en witte vlek. De borst en keelzijden zijn gevlekt (jonge vogels hebben een sterker vlekkenpatroon). De pootjes zijn vleeskleurig. De kans dat je een boomleeuwerik zo goed kunt bekijken als op de foto is niet erg groot, want vaak vliegen ze hoog in de lucht en soms zitten ze juist behoorlijk verscholen. Maar in deze tijd kun je ze ook in boomtoppen zien en dan valt vooral de lichte wenkbrauwstreep op.

Boomleeuwerik
Foto: Ján Svetlík - Flickr, CC BY-SA 2.0, wikimedia

Te midden van allerlei negatief (natuur)nieuws valt er over de boomleeuwerik iets goeds te melden: het aantal broedgevallen van deze vogel neemt toe en is in 15 jaar verdubbeld. Zo'n 6000-7000 broedparen maken hun nestje in ons land. Helaas kom je ze niet op elke straathoek tegen. De broedgebieden van de boomleeuwerik zijn te vinden op de hogere zandgronden (Utrechtse Heuvelrug, Veluwe en Oost- en Zuid- Nederland) en de duingebieden. Ze hebben een voorkeur voor schrale, leemarme zandgronden met hier en daar bomen. Hun nestje maken ze op de grond. Meestal zijn er twee legsels. De jongen van het eerste legsel blijven vaak in de buurt bij het tweede legsel, waardoor in het najaar groepjes ontstaan van ongeveer tien vogels.

Bron: SOVON Vogelonderzoek

Wij wandelden vanuit ingang De Zilk in de Waterleidingduinen en al op de parkeerplaats konden we de zingende leeuweriken horen. Hun gedrag tijdens de zang laat zien of de boomleeuwerik al een partner heeft of niet. Ongepaarde mannen zingen in grote cirkels hoog in de lucht. Mannetjes die al een vrouwtje hebben verleid zingen in een boomtop, eventueel afgewisseld met een korte lage rondvlucht. Is er een tweede vogel in de buurt die zich stil houdt en niet wordt verjaagd, dan heb je een vrouwtje in de kijker.  
En dan de zang, dat is natuurlijk moeilijk uit te leggen. Luister daarom maar even naar het geluid bij dit filmpje dat ik eerder maakte op het Kootwijkerzand. Het mooiste is natuurlijk om 'm zelf te horen: bekijk op waarneming waar de boomleeuwerik in jouw omgeving is gezien (filter alleen nog even op je provincie).

Wij wandelden een rondje door de "Nederlandse savanne" en werden vrijwel continue begeleid door zingende boomleeuweriken. Zittend in het zonnetje aten we ons brood met deze achtergrondmuziek en we konden ons geen beter plekje voorstellen! 


Voor nieuwe abonnees: leuk dat je je hebt geabonneerd op mijn blog! Als je in de mail van follow.it op een link in mijn blogje klikt, zie je na enkele seconden een groen kadertje met 'go to article', zo kom je op mijn site en kun je alle links makkelijk aanklikken. Ben je op zoek naar natuurinfo? In de balk links kun je onder 'labels' op trefwoord zoeken in alle blogs die ik eerder schreef. De feitelijke informatie over planten en dieren is altijd gebaseerd op gerenommeerde natuursites, zoals Vogelbescherming, SOVON Vogelonderzoek, Zoogdiervereniging, RAVON (reptielen en amfibieën), NatureToday,  wetenschappelijke artikelen die ik vind op Google Scholar en boeken die ik zelf heb aangeschaft. Een rijke bron van informatie!

dinsdag 15 oktober 2024

Oktobertip: damhertenbronst

Vanuit de ingang Oranjekom volg je de oranje route naar het bronstgebied

Er komt mooi herfstweer aan, dus geef ik je in deze blog een wandeltip. In de Amsterdamse Waterleidingduinen zijn de damherten nu in de ban van de voortplanting. Struinend door de duinen kun je hier getuige van zijn: de mannetjes burlen en maken bronstkuilen die ze rijkelijk besproeien met hun urine. Ze proberen zo veel mogelijk hindes voor hun harem te winnen en zo hun genen door te geven. Wij namen vast een voorproefje op 7 oktober en we zagen en hoorden dat de bronst al begonnen was. In de bossen hoorden we het burlen (klik hier voor een audio-opname) en de herten lagen niet ver van het pad om hun territorium en bronstkuil te bewaken. De route met oranje gemarkeerde paaltjes voert je vanuit ingang Oranjekom/Oase richting het vliegermonument. Dat is de hotspot tijdens de bronst. Vanaf de wandelpaden kun je hier al het een en ander zien. In de Waterleidingduinen mag je buiten de paden lopen, maar tijdens de bronst is het wel de bedoeling dat je de herten niet verstoort in hun gedrag. De bronsttijd kost hen al veel energie. Dus geniet van het schouwspel op redelijke afstand. Zoals gezegd, de herten zijn vaak goed zichtbaar vanaf het pad.

Tijdens de bronst zijn de herten goed zichtbaar, zelfs vanaf het pad

Op onderstaande foto zie je dat dit hert zijn bronstkuil naast het pad heeft gemaakt. 

Damhert bij bronstkuil. Foto: Andy de Bruin

In de loop van de jaren heb ik een aantal blogs en filmpjes over de damherten in de Waterleidingduinen gemaakt. Via deze link kun je die bekijken. Specifiek over de bronst maakte ik 9 jaar geleden dit filmpje.

Het is echt een aanrader om dit zelf allemaal eens te bekijken. Veel wandel- en natuurplezier!

Voor abonnees: lukt het doorklikken vanuit follow.it niet makkelijk, bezoek dan mijn blog door even 'natuurnotities' te googlen. Of tik in: https://natuurnotitiesmoniquesmulders.blogspot.com/



maandag 5 februari 2024

IJsgors; een nieuwe soort op onze vogellijst

Amsterdamse Waterleidingduinen bij ingang Panneland

In de winter maken we vanuit de ingang Panneland meestal een wat langere tocht door de Amsterdamse Waterleidingduinen. Die voert ons naar het infiltratiegebied achter het Zwarteveld. In dit jaargetijde zijn daar vaak mooie vogelsoorten te bewonderen zoals wilde zwanen, brilduikers, krooneenden en grote zaagbekken. "Ik hoop dat we iets bijzonders zien vandaag", zei ik bij het begin van de wandeling. Niet met wat bepaalds op het oog overigens, want ik had het idee dat we niks 'nieuws' tegen zouden komen. Maar met hoop is niks mis toch? We zijn geen soortenjagers; ik moet er niet aan denken om met tientallen andere fotografen op een kluitje naar één vogeltje te turen. In Alphen vloog er eens een kerkuil. Deze werd door alle kijkers zo opgejaagd dat hij niet meer aan rusten toekwam. Geheel verzwakt is hij van uitputting gestorven. Zo hoort het niet te gaan in de natuur. 

Vaak vinden we niet de soorten waar we voor gaan. Zo ook deze keer. Vrij snel zagen we een aantal brilduikers en ook de grote zaagbekken lieten zich goed spotten met de verrekijker. Wilde zwanen kregen we echter niet in het vizier. We speurden alle boomtoppen af naar een overwinterende klapekster, maar helaas. Het ging niet zo als de keer wat we op de Delleboersterheide (Friesland) waren. We liepen een heuvel op en gingen even op een bankje zitten. "Eens kijken kijken waar die klapekster zit", zei ik voor de grap, en zag meteen de witte vogel in een boom zitten. Dat was de snelste waarneming ooit :). 

Een van de sloten zat vol met slobeenden. Krooneenden hadden we al eens eerder gezien, maar meestal erg verstopt achter vegetatie. Nu zat een groep van 24 eenden, het merendeel mannetjes, goed in het zicht. Deze prachtige eenden met hun vosrode kop, rode snavel en rode ogen dobberden om de bruin gekleurde vrouwtjes heen

Krooneenden

In het infiltratiegebied vonden we geen wilde zwanen

Voor ons in het zand was een groep van een stuk of 15 vogels aan het fourageren. We konden ze niet meteen thuisbrengen. We speurden door onze verrekijker en hadden al snel door dat het gorzen waren. Maar welke? De rug van de vogels had een mooie tekening van helder kastanjebruin, beige en zwart. Op de kop viel een soort driehoekige lichte streep op. Sommige vogels hadden een zwarte kop. Helaas had ik net mijn camera in mijn rugzak opgeborgen. Ik durfde 'm niet te pakken, bang dat de vogels op zouden vliegen en verdwijnen. Ruim een kwartier kregen we de kans om alle details in ons op te nemen. Prachtige vogels die we zeker niet eerder gezien hadden. Het bleken ijsgorzen te zijn. Een tamelijk zeldzame soort die in Nederland slechts een paar honderd overwinteraars kent. Tijdens de najaarstrek (half september tot half november) is de beste tijd om de vogels waar te nemen, maar dan nog gaat het om kleine aantallen. Heel bijzonder is dat we er twee zagen die al duidelijk hun zomerkleed begonnen te krijgen.

IJsgors. Foto: Wildreturn - Wikimedia

 
IJsgors in zomerkleed (m en v).
Bron: Internet Archive Book Images - Wikimedia

IJsgorzen broeden op de toendra op schaars begroeide grond met zegge, gras en hei, waar ze leven van vliegen en vliegenlarven, maar ook kevers, spinnen en wormen. In de winter eten ze zaden van granen, grassen, zuring, muur en weegbree. In ons land zijn ze dan voornamelijk in de kustgebieden te vinden. De hier overwinterende ijsgorzen broeden in Groenland, Lapland en Siberië. Dit is vastgesteld door ringenonderzoek. Zo werd in 2004 een in Uithuizen (Groningen) geringde ijsgors dood aangetroffen in Ammassalik, Groenland, op ruim 2700 kilometer van het ringstation. 
In 2003 waren we in Ammasalik, waar ik onderstaande foto nam. We hebben daar geen ijsgorzen gezien, maar wel sneeuwgorzen. Die twee soorten worden regelmatig in elkaars gezelschap gezien. 

In Ammassalik (Groenland) werd in 2004 een in Groningen geringde ijsgors gevonden

Mijn wens is dus uitgekomen; we hebben die dag iets bijzonders gezien. Het laatste deel van de wandeling kwam de zon steeds meer door, Beschut door de duinen liepen we uit de wind na te genieten van de mooie waarnemingen.

Een zonnig einde van onze wandeling