Posts tonen met het label bombus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bombus. Alle posts tonen
dinsdag 19 juli 2016
Eten tot je er bij neervalt
Tijdens de doorwaakte nachten wegens roepende ransuilkuikens (zie onderstaand bericht), dreef een zoete geur de kamer binnen. De linde is de laatste inheemse boom die bloeit en de nectargeur is bedwelmend. Zo adverteert de boom voor het voedsel dat er te halen valt. Toch is die reclame wel wat misleidend, want de hoeveelheid voedsel valt, misschien mede doordat er zoveel insecten op af komen, tegen. Veel hommels komen op de geur af en bezoeken de bloemetjes, die uiteindelijk niet genoeg energie leveren om de hommels in de lucht te houden. Ze sterven vervolgens van uitputting. Onder de lindebomen liggen daardoor vaak tientallen en soms honderden dode hommels. Dit effect is sterker bij de Zilverlinde dan bij de Zomer- en Winterlinde. In mijn straat staan drie Zilverlindes waar inderdaad dode hommels onder lagen. Volgens Naturetoday is het een eeuwenoud verschijnsel. Er werd al in de 17e eeuw melding van gemaakt. En de hommels als soort hebben het tot nu toe overleefd.
Luie zomerdagen
Zomervakantie is de ultieme tijd om te niksen. Op een zonnige dag heb ik eens een tijdje bij de braam in onze tuin vertoefd. Voordat wij de donkere vruchtjes gaan eten, zijn er heel wat insecten die ook van de braam hebben gesnoept. Een braam heeft 'verzamelsteenvruchten', zo noemen we vruchten die uit één bloem komen met meerdere stampers. Al die stampers groeien na bestuiving uit tot steenvruchtjes die samen met de bloembodem een verzamelvrucht vormen. Al met al leveren die bloempjes heel wat voedsel. De insectensoorten die ik tijdens een uurtje braamkijken tegenkwam waren heel gevarieerd. Ik zag een gehakkelde aurelia (vlinder), zweefvliegen, dambordvlieg, mieren, een spinnetje en veel soorten hommels. Van de klussende buurman en spelende kinderen trokken zij zich niks aan. Een impressie van deze braamsnoepers zie je in het filmpje.
maandag 28 maart 2016
Hommelkoninginnen
In deze tijd van het jaar zie je grotere en dikkere hommels vliegen dan in de rest van het jaar. Dat zijn de hommelkoninginnen. Zij hebben, als enige van het vorige nest, de winter overleefd. Verstopt onder de grond hebben ze het voorjaar afgewacht en nu zijn ze voedsel aan het zoeken om energie op te doen. Daarvoor zijn ze afhankelijk van planten en bomen die vroeg nectar en stuifmeel produceren. Je kunt ze nu vinden rond bloeiende wilgen, longkruid en smeerwortel. Ze drinken zelf van de nectar en verzamelen stuifmeel als voedsel voor de nieuwe nakomelingen. Maar eerst moet daarvoor een nieuwe nestholte worden gevonden. Op het filmpje zie je een aardhommel, herkenbaar aan twee gele strepen en een wit kontje. Hun nest vind je onder de grond, vandaar de naam. De koningin zie je vaak vlak boven de aarde vliegen, ze inspecteert dan de omgeving op geschikte nestplaatsen, bijvoorbeeld een oud muizenhol. Heeft ze eenmaal een geschikte plaats gevonden dan maakt ze een kommetje van was en stopt dat vol met stuifmeel. Ze legt er een paar eitjes in en dekt het geheel af met was. Ernaast maakt ze nog een voorraadpot met nectar voor zichzelf, voor als het te koud of te nat is om uit te vliegen. Uit de eitjes komen na een week of 2 werksters die de broedzorg overnemen. Zij worden ook verantwoordelijk voor het halen van voedsel. We zien dan alleen nog deze kleinere werksters vliegen. De koningin is vooral bezig met zorgen voor nageslacht.
vrijdag 18 maart 2016
Lentegeluiden
Eindelijk! Het insectenseizoen is weer begonnen. Gisteren hoorde ik de eerste hommel in de tuin. Hij zoemde rond de smeerwortel en het longkruid, twee planten die nu al nectar leveren. Ik heb geprobeerd het geluid op te nemen, als je goed luistert kun je het in het filmpje horen. De foto van de hommel heb ik vorig jaar genomen, toen hij nectar 'stal' uit de akelei. Met hun korte tong kunnen hommels niet bij de nectar in het puntje, maar dat lossen ze op door in te breken. Met hun kaken bijten ze een gaatje in de top. Datzelfde doen ze trouwens ook bij smeerwortelbloemetjes.
De heggenmus zingt de laatste dagen volop, tussen het koeren van de tortels door, hoor je de korte riedeltjes die doen denken aan een piepend wieltje. De koolmees zingt zijn pompende en, in mijn oren, eentonige liedje om een vrouwtje te veroveren. Ik hoop dat ze onze nestkast weer uitkiezen voor een nestje. Vorig jaar zijn er vijf kleintjes uitgevlogen terwijl ik lekker lui in mijn tuinstoel zat. Ze bleven nog een tijdje in moeders kielzog rondfladderen. Ook de vinkenslag heb ik al weer gehoord. Vinken leven, in tegenstelling tot hun soortgenoten de putters en groenlingen, niet in groepjes maar solitair. Met de vinkenslag bakenen ze een flink territorium af en 'slaan' wel een paar duizend keer op een dag.
Abonneren op:
Posts (Atom)
