maandag 30 maart 2026

Groeiende bladeren: delen en strekken maar!

Tijdens een zonnig moment liep ik weer eens een rondje door het lokale parkje. Het was er een week niet van gekomen en het stormachtige, gure maartse weer had daar zeker aan bijgedragen :). Daarom was ik erg verbaasd hoeveel groener het in die zeven dagen was geworden. Ondanks de kou en -waarschijnlijk- dankzij de regen hadden de blaadjes van met name de struiken een sprint getrokken. Een meidoorn toonde zijn groene pracht in volle omvang. Het was zo'n lichte groene kleur die je alleen in de lente ziet. Ik werd er meteen vrolijk van. 

Meidoorn in frisse lentetooi

Waar ik mij in mijn vorige blog verbaasde over de 'voelende' ranken van erwten en peulen, riep de snelle groei van het gebladerte weer een nieuwe vraag bij mij op. Hoe doet zo'n plant dat, al die bladeren in zo'n korte tijd? Dat heeft met een heleboel factoren te maken. 

De vorm en de soort (dik, leerachtig, dun) van het blad zijn genetisch vastgelegd in de struik. Ook de groeisnelheid en maximale grootte van een blad zijn in het DNA van de plant verankerd. Dan zijn er omgevingsfactoren die een rol spelen. Voldoende licht beïnvloedt de fotosynthese, en dat stimuleert de groei. Water is belangrijk voor de celspanning, die zorgt dat de bladeren uitzetten. Hoge luchtvochtigheid bevordert de bladgroei en droogte remt deze. Voedingsstoffen zoals stikstof en CO2 uit de lucht zijn noodzakelijk voor de opbouw van bladweefsel. En de juiste temperatuur beïnvloedt de snelheid van de stofwisseling en celdeling. En zo komen we bij de hormonale processen in de plant. 

Ontluikende hazelaarbladeren
Bladontplooiing is een interactie tussen genetische aanleg,
omgevingsfactoren en hormonale processen

Bladgroei begint met het delen van van cellen, gevolgd door een periode van celstrekking. De celwand wordt daarvoor flexibeler en de cel wordt groter. Dit wordt allemaal aangestuurd door plantenhormonen, zoals auxine en gibberelline. Auxine reguleert niet alleen de celstrekking, maar ook de wortelvorming en zorgt ervoor dat de plant naar het licht groeit (fototropisme) en de wortels juist naar beneden (geotropisme). Auxine is het spul dat je koopt als je een potje stekpoeder in je winkelmandje legt. Gibberelline speelt een cruciale rol bij kieming, stengelverlenging, bloei en vruchtzetting. In de landbouw wordt het gebruikt om kiemrust te breken, de opbrengst te verhogen en vruchtgroei te stimuleren. 

De gedeelde en gestrekte cellen nemen water op, waardoor de druk stijgt en het blad in omvang toeneemt. Dat was dus de actieve bijdrage van de buien in de afgelopen week :). 

Niet alleen bladeren hadden zich razendsnel ontwikkeld; de sleedoorn zat ineens vol met bloemen. Ik weet nu dus dat het hormoon gibberelline daar een grote rol in heeft gespeeld...

Als die mooie bloemetjes....
Daar zit het hormoon gibberelline achter!

Weer een reden om niet al te achteloos langs de mooie natuur te racen. Ik verbaasde me over alle hondenuitlaters in het park, die al wandelend op hun telefoon staarden. Bekijk al die pracht en verwonder je over elk uitgekomen blaadje, wilde ik roepen, maar ik weet niet of iedereen zo'n oproep op prijs had gesteld. Dus besloot ik in mijn eentje stiekem te genieten :).

Kijk en verwonder!

donderdag 26 maart 2026

Grijpgrage erwten en peulen

Ik had een flink aantal peulen en erwtenplantjes voorgetrokken in huis en een paar weken geleden mochten ze naar buiten. Ze kregen vrijwel meteen een hagelbui op hun kop, maar ze hielden moedig stand. Tijdens de zonnige dagen zetten ze een groeispurt in en het werd nodig om een hekje te plaatsen waar ze tegen aan konden klimmen. Het viel me op dat ze zich vrij snel aan het draad hechtten en vond het een fascinerend fenomeen: plantjes die voelen. Ik besloot maar eens uit te zoeken hoe dit allemaal werkt.

Erwtenranken

De erwtenplanten voelen of een object geschikt is om zich aan vast te hechten door middel van een biologisch proces dat thigmotropie heet. Dit betekent dat de plant aanrakingsgevoelig is. De plant gebruikt hiervoor ranken in de vorm van draadvormige uitlopers die actief op zoek gaan naar steun.

Hoe gaat dit in zijn werk? Er zijn vier fasen:

Het begint allemaal met een zoektocht: de ranken groeien niet recht omhoog maar maken cirkelvormige draaiende bewegingen om zo de omgeving 'af te tasten'. Dit wordt circumnutatie genoemd. Charles Darwin publiceerde in 1880 voor het eerst over dit proces.

De tweede fase is de aanraking: wanneer de rank in aanraking komt met een voorwerp zoals een tak, stok of touw wordt dit contact gevoeld door de plant. 

Dan volgt de reactie: het maken van windingen. Na contact krult de rank zich rond het object. De cellen aan de buitenkant van de rank groeien sneller dan die aan de binnenkant (die het object raken) waardoor de krullende beweging ontstaat.

Tenslotte is er de fase van de versteviging. De ranken worden houtiger en steviger waardoor de plant goed verankerd zit aan het hekwerk of ander object.

Ranken kunnen door thigmotropie binnen een dag
een steunpunt vinden en zich hieraan vastmaken. 

Die aanrakingsgevoeligheid hebben meer planten. Misschien herinner je je mijn blog over de venusvliegenvanger die dichtklapt er een insect op gaat zitten. En het kruidje-roer-me-niet klapt zijn bladeren in bij aanraking. Ook alle andere planten hebben een soort tastzin. Bij een stap op het gras voelen de sprieten de druk van je voeten en passen daar hun groei op aan. Hoe zulke aanrakingen de biologische processen in een cel precies aanpassen, weten onderzoekers nog niet. Sinds 2024 onderzoeken wetenschappers van Wageningen Universiteit samen met zes andere instellingen dit fenomeen. Ze hopen daarmee beter te begrijpen wat er in een plant gebeurt als deze wordt aangevallen door plagen en infecties. De eerste stap in een aanval is vaak fysiek contact: wanneer ziekteverwekkers zoals aaltjes een plant aanvallen, doorboren ze met enorme kracht de harde celwanden. “Zodra we weten hoe de plant die kracht voelt en het zijn verdediging activeert, kunnen we dat sturen”, zegt Joris Sprakel, hoogleraar mechanobiologie. Bijvoorbeeld door de plant onderscheid te leren maken tussen bedreigingen en onschadelijke prikkels. Zo kunnen we gewassen straks mogelijk beter beschermen tegen ziekten en het gebruik van bestrijdingsmiddelen verminderen.

Dat is natuurlijk een goede zaak! Mijn erwten zijn sowieso biologisch en ik gebruik geen bestrijdingsmiddelen. Als de erwten en peulenplanten zich goed vasthechten groeien ze lekker hoog en komen er vast veel mooie bloemetjes in - en evenzovele peulen. Maar ze moeten eerst nog even de regen en wind van de maartse buien trotseren :(.

Nog even geduld hebben voor de erwten gaan bloeien


zaterdag 21 maart 2026

Voorjaarsvroegeling

De astronomische lente van 2026 is dan eindelijk een feit. Op vrijdagmiddag 20 maart, om 15.47 uur, stond de zon loodrecht boven de evenaar en dan zijn dag en nacht overal ter wereld even lang (behalve op de polen). Ik pakte het Verkade Lentealbum van Jacq. P. Thijsse er nog eens bij om te kijken wat er allemaal gaat gebeuren in de natuur de komende maanden. Na meer dan 100 jaar is dit album nog steeds actueel, hoewel de bloeitijden soms wat eerder zijn geworden door klimaatveranderingen. 

Het album start heel toepasselijk met een hoofdstuk 'Eerstelingen'. Thijsse beschrijft hierin de eerste tekenen van de seizoenswisseling, zoals een luid zingende zanglijster, het sneeuwklokje en de bloeiende hazelaar. Vroege citroenvlinders en atalanta's fladderen rond, en de winterkoning en de merel trakteren ons op een concert. Onder de bloemen zie we vroege bloeiers als madeliefjes, vogelmuur en klein hoefblad. 

De meeste van de beschreven dieren en planten kende ik wel toen ik het boek voor het eerst las. Eén soort bleef voor mij lang een raadsel. Hierover schrijft Thijsse:

Even nederig en bijna altijd over het hoofd gezien is een ander bloempje, dat dikwijls reeds in november bloeit, den heelen winter zonder schade door alle wisseling van vorst en dooi blijft groeien en nu in de lachende voorjaarszon zijn gansche levenkracht ontwikkelt. Het is het hongerbloempje, een nietig plantje, bestaande uit een rozetje van groene blaadjes vlak op den grond, waaruit een dunne vertakte bloemstengel verrijst. De bloempjes zijn kleine kruisbloempjes met gespleten kroonblaadjes, zoodat er in plaats van vier acht lijken te zijn. 

Vroegeling, vroeger hongerbloempje of voorjaarsvroegeling genoemd

Maar op de zandgronden en in sommige tuinen en parken groeien deze kleine plantjes dicht opeen bij honderden en duizenden. In den voormiddag gaan bij zonnig weer de bloempjes wijd open. De dunne steeltjes, die ze dragen, zijn nauwelijks zichtbaar en zoo schijnt er dan een witte sluier te zweven boven de groenende duinhelling. Het hongerbloempje heet ook wel voorjaarsvroegeling en dat is eigenlijk een veel aardiger naam. Want dit dappere plantje wekt maar zelden gedachten aan honger en gebrek. In tegendeel, de bloempjes bevatten flink ontwikkelde honingklieren en verschaffen overvloedig voedsel aan vliegen en bijen en vroege voorjaarsvlinders.

Het duurde jaren eer ik zelf een hongerbloempje zag. De naam hongerbloempje komt voort uit een oud volksgeloof. Men meende vroeger dat wanneer dit plantje in groten getale voorkwam, er een jaar met hongersnood of slechte oogsten zou volgen. Tegen de tijd dat mijn oog eindelijk op dit kleine bloempje viel, had het de naam vroegeling. Ik zag ze in de Amsterdamse Waterleidingduinen op een zeer winderige maartse dag. Ondanks hun geringe hoogte stonden ze te shaken in de wind.

Er stonden wel wat vroegelingen bij elkaar, maar van zo'n 'witte sluier' als Thijsse schreef was geen sprake. Vroegelingen groeien vaak op droge, stenige en voedselarme gronden (zoals muren en duinen), plekken waar weinig andere planten kunnen overleven. Onderin deze foto zie je met moeite wat witte stipjes, dat is de witte sluiter van vroegelingen waar ik het mee moest doen :). 

Biotoop waarin de vroegeling groeit

De planten die je in zo'n groep bij elkaar ziet zijn vaak uit één individu ontstaan. Vroegeling doet voornamelijk aan zelfbestuiving: hij heeft geen andere plant nodig om tot vruchtzetting te komen. Hierdoor komt er geen ander genetisch materiaal bij. Kruisbestuiving, waarbij de ene plant de ander bestuift, komt op kleine schaal wel voor bij de vroegeling. Hierdoor kunnen nieuwe populaties met een nieuw combinatie van genetisch materiaal ontstaan. Dat zorgde voor verwarring bij botanici en soms ook voor discussies en meningsverschillen over ondersoorten. 

Ik was in ieder geval al blij dat ik dit ieniemie-plantje gevonden had, dus ik houd het gewoon bij vroegeling. 

Mocht je een schattig wit bloempje met een relatief groot geel hart zien, bedenk dan dat je misschien een vroegeling in het vizier hebt.

Vroegelingen zijn zelfbestuivers en een groepje plantjes kan voortkomen uit één individu


zaterdag 14 maart 2026

Een voorjaarsspanner in een grillige lente

Een jaar of dertig geleden reisde ik door Argentinië en in de zuidelijkste stad van de wereld, Ushuaia, werden we verwelkomd met de mededeling dat we er vier seizoenen in één dag konden verwachten. Dat was niks te veel gezegd. Een dag kon zonnig beginnen en tegen de middag lag er een sneeuwdek. De sneeuw werd met regen en een keiharde wind weer weggevaagd waardoor de afvoergoten overstroomden. Het smeltwater glinsterde dan al weer in de zon. Zo gek is het in Nederland nog niet, maar in een paar weken tijd hebben we wel degelijk vier seizoenen gehad. Er waren zeer zonnige lentedagen met een temperatuur van een graad of 17. Afgelopen maandag nog fietsen we door een windstille polder en aten een ijsje in de zon. Inmiddels hebben we al weer storm en regen achter de kiezen en de temperatuur haalt soms de 10 graden niet. Nauwelijks een maand geleden liepen we nog in de sneeuw.

Een maand geleden liepen we nog in de sneeuw

We maakten toen een wandeling door de Onzalige Bossen bij Rheden (Veluwe). In het naaldbos was het vrij donker en nevel steeg op uit de smeltende sneeuw. Het deed inderdaad nogal 'onzalig' aan, in de betekenis van 'een beetje spookachtig'. Toch is de naam van de bossen zo niet bedoeld. Het meest waarschijnlijk is dat de naam Onzalige Bossen is afgeleid van het Middelnederlandse woord on-saelig, dat armzalig betekent. Dit slaat op de voedselarme grond die niet erg geschikt is voor landbouw. 
Een andere verklaring voor de naam heeft te maken met de familie van Sadelhoff. In de zeventiende eeuw behoorde heel Rheden en een groot deel van de omliggende bossen aan deze familie. Het andere deel was eigendom van de Graven van Nassau die het gebruikten als jachtgebied. Door de vele onderlinge twisten tussen de eigenaren over het jachtrecht, kreeg het daarom de naam On-Sadelhoffse Bossen, wat later verbasterd werd tot Onzalige Bossen.

Met onze voeten in sneeuwblubber en een muts op tegen de regen wandelden we over de Koningslaan, een heuvelachtige beukenlaan die is aangelegd door Koning-stadhouder Willem III om zijn jachtverblijf Hof te Dieren te verbinden met zijn slot op de Ginkelse heide. 

Op weg naar de Koningslaan

Er kwam een mager zonnetje door en die kleine wisseling in temperatuur verklaarde misschien waarom er een vlindertje uit de boom dwarrelde. Het was een kleine voorjaarsspanner. Dit dappere nachtvlindertje vliegt in het algemeen van februari tot april. In milde winters kunnen ze zelfs al in januari vliegen! Van april tot in juni voedt de rups zich vooral op eiken, maar ook op andere loofbomen om vervolgens als pop onder de grond te overwinteren. Het feit dat het beestje vleugels had, betekende dat we te maken hadden met een mannetje. De vrouwtjes gaan vleugelloos door het leven, ze hebben alleen minieme vleugelstompjes. Ik had nog nooit een voorjaarsspanner gezien, en dat heeft te maken met de juiste tijd maar vooral de juiste plaats. Het is een insect van de zandgronden. 

Kleine voorjaarsspanner

De mannetjes rusten overdag soms op boomstammen, maar zitten meestal verscholen achter de schors of in bastspleten. Ze laten zich gemakkelijk opjagen en gaan dan enkele meters verderop weer zitten. De vrouwtjes worden geregeld ´s morgens vroeg onder aan boomstammen gevonden. Omdat ze niet kunnen vliegen moeten ze de mannetjes lokken met geurstoffen, ook wel feromonen genoemd. Ze scheiden een specifieke geurstof af die door de wind wordt verspreid. De mannetjes hebben zeer grote en gevoelige voelsprieten (antennes) waarmee ze deze feromonen over grote afstanden kunnen waarnemen.

Mannetjes gebruiken hun gevederde antennes om feromonen van vrouwtje op te vangen
Foto: Didier Descouens, CC4.0 Wikimedia

Zodra het mannetje de geur opvangt, vliegt hij tegen de wind in, op zoek naar de bron (het vrouwtje).
Vleugelloosheid komt vaak voor bij soorten die in de winter actief zijn (zoals de kleine voorjaarsspanner, maar ook de wintervlinder en de perentak). Het ontbreken van vleugels bespaart energie en maakt de vrouwtjes minder kwetsbaar voor kou en wind, terwijl de mannetjes wel kunnen vliegen om te paren. 

De vrouwtjes zien er vaak meer uit als kleine kevers of rupsjes dan als typische vlinders en zijn volledig afhankelijk van hun geur om een partner te vinden. Op onderstaande foto zie je 'n vrouwtjes voorjaarsspanner.

Kleine voorjaarsspanner - vrouwtje
Foto: Fred Köhler Waarneming.nl, CC BY 3.0, Wikimedia

Zo kregen we op deze koude voorjaarsdag toch een lentegevoel. Als zo'n tere vlinder de lente in de kop heeft, dan kunnen wij dat ook!

zaterdag 7 maart 2026

Jaaa, de grutto's zijn er weer

Grutto, onze nationale vogel

De aankomst van de grutto's in ons land is mijn lentemijlpaal. Hoewel de grutto is verkozen tot onze nationale vogel brengt-ie het grootste deel van het jaar niet in Nederland door. Grutto's trekken twee keer per jaar van en naar Senegal. Een deel van de grutto's die deze tocht ondernemen kunnen we volgen omdat ze gezenderd zijn. Dat kun je zelf bekijken op de site van globalflywaynetwork.org. In een blog van Tineke Hoekstra op de site van 'Beleef de lente', las ik een aantal interessante weetjes over de ongelooflijke vliegreis die deze ranke vogels maken. Zo vloog grutto Ernie tussen Senegal en de Canarische eilanden op een hoogte tussen maar liefst 3500 en 4600 meter. De Duitse grutto Ellerburch was pijlsnel: op 17 februari vertrok hij om 13.30 uit de delta van de Senegal rivier om exact 48 uur later te landen bij de rijstvelden van Sevilla in Spanje. Een tocht van ca. 2900 km met een gemiddelde snelheid van 60 km per uur!

Hoewel 80% van alle grutto's wereldwijd in Nederland broeden, zijn er ook vogels die hun eieren leggen in Rusland en Mongolië. Die grutto's overwinteren in Bangladesh en vliegen zo maar de Himalaya over, met toppen van meer dan 7000 meter. 

Een van de locaties in onze buurt waar de grutto's na hun lange tocht neerstrijken is de Voorofsche polder, een veenweidegebiedje van 31 hectare dat ligt ingeklemd tussen de wegen en bebouwing van Boskoop en Waddinxveen. Ondanks die drukte vinden de grutto's dit een prima plekje om op te vetten. Na de trek verblijven de grutto's in groepen op zo'n plasdraslandje om te rusten en flink te bunkeren. 

Even bijkomen van de lange reis

Steltlopers foerageren allemaal in en op vochtige gronden en in ondiep water. Omdat de 65 verschillende soorten zich van elkaar onderscheiden in snavel- en pootlengte, eet elke soort andere prooien of dezelfde prooien, die zich op verschillende dieptes bevinden. Zelfs binnen een soort komt dat voor. Zo heeft de gruttovrouw een 2 cm langere snavel dan het mannetje en kan zij dus wormen en andere prooien op een grotere diepte pakken. Grutto's hebben een flexibele gevoelige snavelpunt, waarmee ze tijdens het prikken in zachte bodems, trillingen van wormen kunnen voelen. Maar omgekeerd is dat ook zo. Wormen voelen met hun trilharen wanneer er veel naar ze geprikt wordt en trekken zich dan terug naar diepere lagen. Vrouwtjes kunnen deze 'race' dus beter winnen dan mannetjes!

Na maanden apart te hebben geleefd in Afrika en Zuid-Europa, zoeken stelletjes elkaar weer op, ze blijven hun hele leven bij elkaar. Broeden doen ze meestal nog geen 50 meter van de plek waar ze vorig jaar hebben gebroed, ze zijn dus heel plaatstrouw. De partners ontmoeten elkaar op de nestplaats. Ze herkennen elkaar aan hun geluid. Vanuit de plasdrasgebieden waar ze aankwamen maken ze steeds vaker uitstapjes naar hun broedlocatie. Vanaf het eind van de maand wordt er gepaard en komen de eieren te liggen in een kuiltje in het gras. Het mannetje heeft verschillende nestkommetjes gemaakt en laat de keuze voor het definitieve nest aan zijn vrouw. Als vier eieren zijn gelegd, begint het broeden. Maar voorlopig is dat nog niet zo ver. 

Wil je zelf grutto's zien? De meeste kans maak je in het westen en noorden van ons land. Kijk onder andere eens op de site van Zuid-Hollands Landschap of de Gruttoverhalen uit Groningen.

Tijdens ons bezoekje aan de Voorofsche Polder heb ik een kort filmpje gemaakt met wat gruttobeelden en ook de eerste blauwe reigers die weer nestelen in het naburige Gouwebos.
Bekijk het filmpje op YouTube