Natuurlijk moest ik er afgelopen week even op uit om de witte winterdagen op film vast te leggen. De mooiste sneeuwdekens lagen er in de nacht, tegen de ochtend was een deel al weg gedooid en in de middag sneeuwde het opnieuw. Nu ik dit schrijf is de wereld weer groen en grijs. Vogels moeten in de winter hard werken om op temperatuur te blijven en zijn wegens de korte dagen op zoek naar voedsel zo lang het licht is. Hoe lager het lichaamsgewicht, hoe groter de strijd om het bestaan. Kleine vogels hebben een snelle stofwisseling en weinig reserve. Continu eten is de enige oplossing. Het goudhaantje is de kleinste vogel in ons land: 8,5 centimeter lang en 5 gram zwaar. Dat betekent dat je vier goudhaantjes zou kunnen versturen met één kerstzegel :). De kleine verenbolletjes leven in naaldbomen en zijn bij de toppen te vinden. De nesten, komvormig en gemaakt van (korst)mos, haar en spinrag, hangen meestal aan de buitenste takken. Dat zo'n klein vogeltje tussen de 7 en 13 eieren per keer legt (elk 1 centimeter groot), vind ik dan weer een enorme prestatie. Maar dat is ook een indicatie dat niet alle kleintjes groot zullen worden. Niet alleen omdat ze veel voedsel moeten kunnen vinden, maar ook omdat kleine vogeltjes voor veel andere dieren een prooi zijn. Meestal merk ik de vogeltjes op door hun hoge gepiep. Zo ontdekte ik tijdens mijn winterwandeling een groepje in de taxusstruiken. Na een tijdje stil te hebben gestaan met de camera in de aanslag, doken de eerste vogeltjes aan mijn kant van de taxus op. De beestjes zijn razendsnel en zitten geen seconde stil. Toch is het gelukt om hun fourageergedrag te filmen, je ziet de goudhaantjes aan het einde van dit filmpje.
E-mailabonnees kunnen hier klikken om naar het filmpje te gaan.
Zoals het kaartje van Sovon Vogelonderzoek laat zien, kunnen we grote zaagbekken vooral in Nederland zien in de wintermaanden december tot en met februari. Dan verblijven zo'n 8000-10.000 zaagbekken in onze wateren. Vooral op het IJsselmeer zit een grote populatie, maar ook in ander zoet water kun je ze tegenkomen. In de zomer broeden ze in Scandinavië, Rusland en IJsland. In boomholtes bij het water groeien de jonkies op in een nest met flink wat dons. Moeder is veel op pad om voedsel te zoeken voor het gezin, want vader laat het bij de broedzorg afweten. In het donsnest blijven de jonkies op momenten dat er geen oudervogel is toch goed warm. Met wel 15 kuikens te voeden moet moeder veel vis vangen. Wanneer de vorst in hun zomerverblijf te streng wordt, zakken de vogels af naar het zuiden. Ondanks hun gewicht van 1,5 à 2 kilo en hun relatief kleine vleugels halen ze dan wel een snelheid van 100 km per uur. De naam zaagbek is te danken aan hun getande snavel, die handig is om vis mee vast te grijpen.
De vrouwtjes zijn grijzig met een kastanjebruine kop. Meestal zie je hun kuif naar achter steken (ze hebben een 'matje'). Mannetjes hebben een zalmroze tot wit lijf, een donkere rug en een glanzend groene kop. De paarsige snavel loopt uit in een haakje. In de Amsterdamse Waterleidingduinen zien we er elk jaar wel een paar. Maar dat we er in november al met enige regelmaat 10-12 zien, is aan de vroege kant. In Siberië is het momenteel zo'n -35 graden Celsius. Waarschijnlijk vonden de zaagbekken dat aan de frisse kant :). Vandaag maakte ik de foto's bij deze blog. Vorige week filmde ik er. De meeste zaagbekken zaten toen ver op het water. Maar één vrouwtje kwam dichtbij genoeg om haar te filmen. Verder zie je in de film een goudhaantje (het piepkleine vogeltje vrijwel aan het begin). Met zijn lengte van 8,5 cm en gewicht van 5 (!) gram is dit Europa's kleinste vogel. Vaak verbergen ze zich in naaldbomen en bovendien zijn ze hyperactief; ze zitten nauwelijks een seconde stil. Ik was blij dat ik ze eens op film kreeg, want een fatsoenlijke foto maken is nog nooit gelukt. Je herkent ze aan hun gele kruinstreep.