dinsdag 30 januari 2024

Een nieuwe lente, een nieuw geluid

Lentegevoel terwijl de bomen nog kaal zijn 

Afgelopen weekend scheen de zon volop en de temperaturen lagen een stuk hoger dan de weken ervoor. Je zou denken dat de lente is aangebroken, maar voor het zover is hebben we nog een tijdje te gaan. Voor degenen die goed opletten zijn er toch al heel wat signalen van ontwakende natuur. Juist om de laatste winterweken sneller door te komen, begin ik elk kalenderjaar met het speuren naar vogelgeluiden. De eerste keer dat ik bepaalde vogels weer hoor zingen, is een mijlpaal. Afgelopen weekend heb ik drie wandelingen gemaakt en ik heb de volgende lentesignalen opgepikt. Ik illustreer ze met tekeningen van Jos Zwarts, die de essentie van vogels erg goed weet te raken naar mijn mening. Hij heeft zijn tekeningenarchief gedoneerd aan Wikimedia. De linkjes op de vogelnamen verwijzen naar mijn eerdere blogs over de betreffende soort, waarin vaak ook een filmpje van of verwijzing naar de betreffende vogelgeluiden zit. Dus wie wil, kan gaan oefenen :). 

Eksters

Vlak bij mijn huis zag ik twee eksters die druk bezig waren hun nest te repareren. Eksters doen 40 dagen over het bouwen van een volledig nieuw nest, dus als het kan fatsoeneren ze liever hun stulpje van vorig jaar. Dat is een stuk minder werk. 

Kauwtjes

Ook kauwtjes zaten al in koppels van twee in de bomen, knus tegen elkaar aan verliefd te wezen. Kauwtjes gaan een paarband voor het leven aan, letterlijk in zowel 'goede tijden' als 'slechte tijden'. 

Pimpelmezen en koolmezen zingen al volop. De zang van pimpelmezen wordt wel vergeleken met een (zilveren) belletje, koolmezen maken een soort pompend geluid. Deze guitige vogeltjes met hun geel/zwart of geel/blauw verenkleed zijn opvallende verschijningen in de tuin.

Koolmees

Pimpelmees
Minder kleurrijk maar overduidelijk aanwezig in mijn tuin zijn huismussen. Bij de voerdertafel tsjilpen ze dat het een lieve lust is. Dat doen ze niet alleen in de lente, maar ook tijdens de winter. Met deze drie vogelsoorten hebben we ook meteen de top 3 te pakken van de tuinvogeltelling die afgelopen weekend plaatsvond. De huismus staat op nummer 1 en is ruim 320.000 keer geteld. Nummer 2 was de koolmees met ruim 200.000 exemplaren. De pimpelmees werd ruim 140.000 keer genoteerd. 


Huismussen

Heggenmus
Ik vervolgde mijn ronde door de buurt en zag hazelaarkatjes in bloei, in lange gele sliertjes bewogen ze langzaam in de wind. Mijn aandacht werd echter nog door iets anders getrokken: het 'piepende wieltje' ofwel het geluid van de heggenmus. Dat is geen familie van de huismussen en het vogeltje heeft een apart liefdesleven. 

Nog geen 200 meter verderop hoorde ik weer een andere zang. Ik moest even goed luisteren en bedacht toen dat het de vogel was die me elk jaar in verwarring brengt. De zanglijster moet namelijk 'op stem komen', ofwel zijn liedje begint in januari altijd wat krakemikkig. In het begin van onze vogelzangcarrière dachten we vele jaren geleden een nieuwe soort te hebben gehoord. We lieten een opname horen aan een bevriende vogelaar. Hij begon te lachen en zei: het is een zanglijster die nog aan het oefenen is :). 


Zanglijster

In de polder bij Aarlanderveen liep ik het klompenpad. Het wemelde er van de smienten en meerkoeten. Heel blij werd ik van de wulpen, die zowaar al hun jodelende zang lieten horen. 

Wulp

Veel meerkoeten hielden zich nog op in groepsverband, zo brengen ze de winter door. Ik zag echter ook al regelmatig paartjes die zich van de groep hadden afgezonderd. Zoals deze, grazend achter een els waarvan de katjes al aardig op weg waren om uit te komen.

De els staat op het punt om te gaan bloeien. Een koppel meerkoeten graast erachter

Ook de futen die ik tegenkwam gaven nog verschillende signalen af: de ene was nog in zijn witte winterkleed, maar ik zag ook een fuut met de mooie oranje blosjes van het broedkleed.

Fuut in winterkleed

Fuut in broedkleed

Voor wie het wil horen en zien is de lente (toch) al begonnen :). Zowel in de stad als op het land is er al van alles te beleven.

En de winnaar is....

Aritha Vermeulen heeft het stoepplantjesalbum gewonnen. Ze geeft aan dat het een mooie stok achter de deur is om vaker een ommetje in de buurt te maken. Veel plezier ermee!


woensdag 24 januari 2024

Stoepplantjes en een winactie

Eind vorig jaar bladerde ik online nog eens door het assortiment van de KNNV-uitgeverij en stuitte daarbij op het Stoepplantjesalbum. Een boekje in de sfeer van Jac. P. Thijsse's Verkadealbums, want er zitten plaatjes bij die je zelf moet inplakken. Anno 2024 zijn ze wel voorzien van een zelfklevend laagje :). Mijn interesse was gewekt, want ik wilde me al langer eens verdiepen in die kleine plantjes die niet altijd makkelijk te herkennen en op naam te brengen zijn. Nu kun je natuurlijk altijd met een determineerboek of de Obsidentify app bij de hand in bermen en langs stoepranden gaan speuren, maar het leuke aan dit boekje vond ik dat je gericht kunt gaan zoeken om de verzameling plantjes in dit boekje (52 in totaal) 'compleet' te krijgen. Je “mag" pas een plaatje inplakken als je de plant bloeiend hebt gezien. 

Het stoepplantjesalbum roept
herinneringen op aan de Verkadealbums

Afijn, ik besloot het boekje aan te schaffen (zoals je weet maak ik nooit gebruik van gesponsorde producten). Nu de sneeuw verdwenen is werd het tijd om eens een rommelhoekje in mijn tuin te inspecteren op 'stoepplantjes'. Een begrip dat overigens in 2019, bij de start van het project, is verzonnen door de Hortus in Leiden, om het onooglijke onkruid in een positiever daglicht te stellen. Omdat gemeenten geen gif meer spuiten, blijven de plantjes op bepaalde plekken staan en vervullen daar hun rol als voedselvoorziener voor insecten. Zo kun je er dus vaker een tegenkomen en is het leuk om te weten wat het voor plantje is.

Stoepplantjes

In het overhoekje stond van alles door elkaar. Robertskruid en hondsdraf herkende ik meteen al, met name omdat daar veel van stond. Helaas kan ik die nog niet afstrepen, want het duurt nog even eer die gaan bloeien. Hondsdraf heeft kenmerkende vierkante stengels en een leuk weetje uit het album is dat men vroeger (voordat er hop werd toegepast) een kruidenmengel met hondsdraf gebruikte om bier te conserveren en een bittere smaak te geven. Robertskruid bloeit met leuke roze bloemetjes, reden waarom ik het plantje ooit gedoogde in de tuin. Maar het zaait zich wel erg makkelijk uit. 

Robertskruid

Hondsdraf
Tussen deze soorten zag ik ook de eerste blaadjes van de kleine veldkers. Een plantje dat zich ook makkelijk uitzaait, maar het is erg lekker in salades. Flink wieden om er van te smullen!

Kleine veldkers
De kleine veldkers heeft piepkleine witte bloemetjes; die waren echter nog niet te bekennen, dus helaas pindakaas, ook hier geen sticker plakken in mijn album. Gelukkig bracht onze nationale bloem uitkomst. Een madeliefje heb ik bloeiend aangetroffen op deze winderige dag! De eerste sticker is geplakt en het is wel mooi om de opvallende datum 24/1/24 te noteren als eerste waarneming bij de notities. 

Madeliefje

Yes! De eerste waarneming is gedocumenteerd!

Win een stoepplantjesalbum!

Zoals eerder aangekondigd is mijn blog de 100.000 views gepasseerd. Daarom doe ik een winactie. Wil je dit jaar ook gaan speuren naar stoepplantjes? Ik stel één exemplaar van het Stoepplantjesalbum (ter waarde van Euro 24,95) ter beschikking. Om voor de prijs in aanmerking te komen, moet je een mail sturen naar mijn gmailadres. Je vindt dat mailadres op deze pagina van mijn blog. Zet in de titelbalk 'winactie stoepplantjesalbum'. Je kunt meedoen tot en met zondag 28 januari 2024. Uit de lijst van degenen die uiterlijk zondag een mail hebben gestuurd trek ik willekeurig een naam. Als je de winnaar bent krijg je van mij een mail en vraag ik om je adresgegevens (ik laat het boek na bestelling rechtstreeks bij jou bezorgen). 


Tenslotte: 
Van 26 t/m 28 januari is weer de jaarlijkse tuinvogeltelling. Tel je mee?





zaterdag 20 januari 2024

Ranstijd voor de vossen

In Alphen aan den Rijn is afgelopen week maar een beetje sneeuw gevallen. Zeker niet de hoeveelheid die door familie en vrienden in Limburg gerapporteerd werd :). Voor mijn werk moest ik afgelopen donderdag in Haarlem zijn en ik zag dat daar een dikker laagje van dat witte fluffy spul lag. Op zaterdagochtend besloten we ons geluk te beproeven in de Amsterdamse Waterleidingduinen, hier konden we nog een echte sneeuwwandeling maken!

In de Amsterdamse Waterleidingduinen lag nog genoeg sneeuw voor een witte winterwandeling

Sneeuw maakt het leven in de winter wat lichter - als je tenminste niet over supergladde wegen door een flinke bui naar je werk hoeft te glibberen. En natuurlijk wordt de spoorzoeker in mij weer wakker, want in de sneeuw kun je veel meer sporen zien dan op een verhard pad of het gras. 

We zagen veel hertensporen en ook de sporen van een konijn, die zijn achterpoten voor de voorpoten plaatst omdat hij "haasje over" springt. 

Afdrukken van damhertenhoefjes in de sneeuw,
de achterpoot wordt deels over de afdruk
van de voorpoot geplaatst

Prenten van konijnenpoten. De twee
(grotere) bovenste afdrukken zijn van de achterpoten

Op een gegeven moment hoorden we een opvallend geluid. Gezien de tijd van het jaar dacht ik meteen aan vossen. Het is nu de paartijd van deze mooie dieren en daarbij maken ze geluid om hun territorium af te bakenen en het andere geslacht aan te trekken. We waren erg verrast om dit zo te horen. We slopen iets naderbij om het geluid op te nemen. Dit is redelijk gelukt, en je kunt dit geluid horen in een filmpje door hier te klikken. Misschien moet je het volume op je apparaat wat hoger zetten. Het geluid klinkt wat onheilspellend, en dan hebben we nog niet de meest sinistere geluiden gehoord. Daarvoor kun je de vossenkreten in dit National Geographicfilmpje beluisteren. Wie wel eens naar de detective Midsomer Murders kijkt, weet dat daar in de nachtelijke uren ook vaak een schreeuwende vos wordt opgevoerd om de suspense te vergroten. Dank zij de sneeuw konden we de loopsporen van de vossen (we zagen de sporen van een grote en een wat kleinere vos) makkelijk ontdekken. 


Zoveel sporen hadden we van dit dier nog nooit bij elkaar gezien. Ze hebben hier echt een territorium. In het filmpje kun je zien dat ik een van de sporen volg. Het hield op bij een kanaal met een richel ongeveer één meter voor de waterkant. Wellicht hebben ze daar ergens een hol. De vos(sen) zelf hebben we niet gezien. In 2013 hadden we dat geluk wel. Op 28 januari zagen we een vos in zijn prachtige paarkleed, dik en mooi oranjebruin.

Ook in 2013 lag er wat sneeuw in januari

Tijdens de paartijd zijn vossen op hun mooist

In december en januari gaan de rekels (mannetjes) op zoek naar een vrouwtje (moertje), het keffen/schreeuwen hoort daar bij. Het mannetje is alleen in deze maanden vruchtbaar, het vrouwtje gedurende drie weken. Het moertje maakt in die weken geluid om een mannetje te lokken. Na de paring worden zo'n twee maanden later de jongen geboren in een hol onder de grond. Dat hol wordt de rest van het jaar niet of minder gebruikt. De vossen schuilen dan op andere plekken, zoals bijvoorbeeld dit leger. Bij de geboorte zijn de oogjes van de jongen gesloten, het duurt twee weken eer die open gaan. Het moertje zoogt de jongen en de rekel zorgt dat zij genoeg te eten heeft. Na zes weken komen de kleintjes buiten het hol en gaan dan over op vast voedsel. We hebben ooit in het struikgewas een aantal jonge vosjes zien spelen, dat was een geweldige waarneming die we helaas niet konden filmen of fotograferen. In het begin jagen de vosjes nog niet zelf, maar de oudervos brengt een prooi mee die de jonge vossen op een eigen plekje gaan opeten. 

Jonge vosjes. Foto "Mike" Michael L. Baird, wikimedia

Al met al hebben we weer een aantal mooie waarnemingen gedaan op deze winterse dag!

Vossensporen naast mensensporen

Bekijk ook eens het filmpje dat ik een aantal jaren geleden maakte over vossensporen, door hier te klikken. Wil je meer weten over sporen dan is mijn boekje Speuren naar Sporen een mooie introductie in het onderwerp. Meer informatie via deze link of kijk op de pagina 'boeken' in mijn blog.

PS Ik ben de winactie niet vergeten, maar hiervoor moet ik op zoek naar plantjes die nu even onder de sneeuw verborgen zijn. 

woensdag 10 januari 2024

IJspegels van boomvocht

Allereerst wens ik alle lezers en abonnees van mijn blog een mooi, gezond en hopelijk vredig(er) 2024. Met veel mooie natuurervaringen natuurlijk!

Reeuwijkse Plassen

Afgelopen maandag was het weer eens tijd voor ons jaarlijkse winterbezoek aan de Reeuwijkse Plassen. Hiervan heb ik in de afgelopen jaren regelmatig verslag gedaan in deze blogjes. In de nacht van zondag op maandag had het voor het eerst gevroren. Sloten waren dichtgevroren, maar nog lang niet overal. Toch was het op de plas al weer een drukte van belang met duizenden smienten en overige eenden. Dat is altijd een indrukwekkend gezicht. Om dat te ervaren kun je de filmpjes bij de eerdere blogjes bekijken. Wij hebben deze keer echter nog een ander interessant fenomeen waargenomen. Langs de Lecksdijk staat een flinke rij knotwilgen. Bij zeker 15% van die bomen zagen we ijspegels uit de schors komen. Er was vocht uit de stam gedropen en dit was zelfs bij de matige vorst van -1 graad Celsius tot een indrukwekkende pegel gevormd.

Een nieuw verschijnsel voor mij. Ik doe navraag bij Naturalis

Het vocht kwam uit scheuren in de schors en de pegel had een beigebruine kleur. Echt verklaren konden we dit verschijnsel niet. Thuis gekomen probeerde ik op internet meer aan de weet te komen over deze 'boompegels', maar ik kon niets vinden. Vervolgens probeerde ik uit te vinden waar je natuurvragen kunt stellen en ik kwam erachter dat Naturalis zo'n service heeft. Ik stuurde hen maandagavond een mail en kreeg woensdagochtend al antwoord van een informatiespecialist. Zij liet me weten dat ze een paar jaar geleden een vergelijkbare vraag hadden gekregen. Zelfs de Naturalis-specialist, houtanatoom Pieter Baas, wist het antwoord niet onmiddellijk. Hij heeft toen geïnformeerd bij (internationale) collega's over het fenomeen van de bloedende knotwilgen. 

Met internationale hulp wordt het verschijnsel ontrafeld

"Peter Gasson uit Kew Gardens (UK) stuurde hem een link over "rotting willows", informatie die helaas niet meer online staat, maar het heeft ermee te maken dat een wilg als gevolg van knotten makkelijk een bacteriële aantasting van het hout kan oplopen. Daar zal de wilg niet snel aan doodgaan, maar hij gaat wel over tot slijmproductie die door groeven in de bast naar buiten kan treden. Dat slijm kan onder winterse omstandigheden bevriezen en gekleurde pegels vormen. Met een beetje vorst kun je dus meerdere knotwilgen met slijmpegels tegenkomen", zo werd mij verteld door de informatiespecialist van Naturalis. 

Het raadsel is opgelost!
Zo heb ik weer wat geleerd en jullie ook :). Mocht je nog een winterwandeling kunnen maken tijdens deze (korte) vorstperiode, let dan eens extra op knotwilgen. Zie je deze pegels ook? Laat het me weten via de reactiemogelijkheid onder deze blog. 

Overigens is mijn blog rond oud en nieuw de 100.000 views gepasseerd (en we naderen de 500ste blog; dit is nummer 490). Een mijlpaal waar ik binnenkort een winactie aan koppel! Dus houd mijn blog in de gaten (of abonneer je op automatische e-mails als er een nieuwe blog verschijnt). 



vrijdag 8 december 2023

Verbijsterende besjes

Terwijl er in het oosten en noorden van het land een sneeuwdek lag, hebben we hier in het westen geen sneeuw gezien. Het was deze week wel berekoud en er stond een gure wind. 

Koperwiek op cotoneaster, foto: MFP wikimedia

Vogels en andere dieren moeten nu veel moeite doen om warm en op gewicht te blijven. De afgelopen weken hebben merels maar vooral een hele troep gezellig tjilpende mussen de vuurdoornbesjes in onze tuin opgegeten. In de nieuwsbrief van Nature Today las ik deze week een interessant bericht over bessen en vogels. Bessen zijn energie- en vitaminebommetjes waarmee struiken en bomen vogels overhalen om er van te eten. Wat ze daarvoor terug hopen te krijgen is dat de zaden door de vogels op een andere plek worden uitgepoept en daar ontkiemen. Verspreiding van de soort dus. Dit was voor mij het bekende verhaal. 

Duindoornbessen

Waar ik minder bij stil stond, is dat dit niet altijd geldt. Vogels die de zaden uitpoepen heten zaadverspreiders. Er zijn echter ook zaadpredatoren: die laten de zaden verdwijnen door ze in hun maag helemaal te verteren. De goudvink is zo'n zaadpredator.

Goudvink (man) 
Foto: hedera.baltica from Wrocław, Poland - wikimedia

Dan zijn er vogels die het zaad niet opeten (om later uit te poepen), maar die het zaad ter plekke verwijderen, dit zijn de zogenaamde opportunisten. De zaadjes vallen dan onder de boom of struik en dat is niet handig. Op die plek is te weinig licht en te veel concurrentie voor de zaden om te kiemen en uit te groeien tot een volwassen boom of struik. 
Wat ik ook heel apart vind, is dat één vogelsoort verschillende 'rollen' kan hebben. Zo is de houtduif voor sommige plantensoorten een zaadverspreider en voor andere een zaadpredator. Mezen kunnen voor bepaalde plantensoorten zaadpredator of een opportunistische vruchteter zijn en heel soms ook zaadverspreider.

Als je het idee hebt, dat planten dit willoos moeten ondergaan, dan is dat niet juist. Eerder schreef ik deze blog over hoe bomen zich te weer stellen tegen reeënvraat. Ook bessen hebben afweermechanismen. Om te voorkomen dat bepaalde zaadpredatoren ervan gaan snoepen, hebben sommige bessenstruiken gezorgd dat voor juist die specifieke vogels de zaden giftig, vies of te hard zijn. Alles om te voorkomen dat de zaadpredatoren ermee aan de haal gaan. De sleedoorn heeft bijvoorbeeld zaden met een harde schil. De verdediging van de bessenstruiken is niet gericht op de vogels die de zaden daadwerkelijk verspreiden en profiteren van het vruchtvlees, zij mogen de smakelijke bessen eten als onderdeel van een 'eerlijke deal'. 


Je kunt vogels de winter door helpen met een voederhuis, maar bessenstruiken zijn ook een belangrijke voedselbron voor vogels in het koude jaargetijde. Bekijk deze bessenkalender van de Vogelbescherming en plant een of meer struiken in je tuin. Dan kun je zelf ontdekken of je een zaadverspreider, zaadpredator of een opportunistische zaadeter in je hofje hebt :). 


vrijdag 1 december 2023

Boomklever in beeld

Ik zocht wat foto's voor een Sinterklaassurprise en in één van de mapjes met familiefoto's kwam ik deze afbeeldingen van de boomklever tegen. Ik spotte de vogel al weer heel wat jaren geleden tijdens een wandeling in het kleine, maar oh zo mooie Danikerbos

Boomklever

Al wandelend tussen de kale bomen zul je ze eerst horen. Hun luide sjuup-sjuup-roep is niet te missen. Met een beetje geluk zie je daarna het vogeltje met zijn bruine buik en grijze rug langs de boomstam omhoog en omlaag sprinten. Dat ze ook naar beneden kunnen lopen is uniek in de vogelwereld; er is geen andere vogelsoort die dat ook kan. Boomkruipers zie je ook vaak op de stam lopen, maar zij kunnen alleen omhoog kruipen; naar beneden moeten ze vliegen.

Als het over de natuur gaat, horen we vaak sombere berichten, maar met de boomklever gaat het in Nederland gelukkig erg goed. Sinds de jaren zeventig is het aantal broedparen verviervoudigd, van 10.000 naar 40.000. In de winter kun je nog meer van deze vogel genieten, want dan krijgen we er nog zo'n 30.000 overwinteraars bij. De boomklever is een echte bosvogel, die afhankelijk is van oude loofbomen. Pas na een jaar of 30 worden bomen interessant voor boomklevers. Liever nog hebben ze bomen van meer dan 50 jaar oud. En juist die bomen nemen in ons land in aantal toe omdat er in de vorige eeuw veel loofbomen zijn aangeplant. Bovendien is het bosbeheer in de loop van de jaren veranderd ten gunste van oude bomen en staande dode stammen. Dit hielp ook de grote bonte specht. De holen die de spechten uitkappen worden bij leegstand graag gebruikt door boomklevers. Omdat ze kleiner zijn dan spechten, hebben de boomklevers niet zo'n grote nestopening nodig. Dat lossen ze op door de opening gedeeltelijk dicht te metselen. Grappig is dat de vogeltjes zo graag metselen, dat ze altijd een metselwerkje maken; ook als de nestopening al het juiste formaat heeft. In dat geval 'kleien' ze in de buurt iets. 

Dat boomklevers omlaag kunnen lopen langs de stam is uniek in de vogelwereld

In het najaar kun je de vogels nog goed horen. Boomklevers bezetten jaarrond een territorium. In het najaar gaan de jonge vogels op zoek naar een eigen stek. Daarbij komen ze vaak in bezet gebied, waarbij de territoriumeigenaar luid van zich laat horen!

De boomklevers zijn vanuit het zuiden en oosten van het land opgerukt naar het westen. In onze boomloze polder zie je ze natuurlijk niet, maar in oude parken kunnen ze wel voorkomen. Ben je benieuwd of je een boomklever in je tuin of straat tegen kunt komen? Natuurlijk moeten er dan wel oude bomen staan :). Op mijnvogeltuin kun je je postcode invullen en zien welke vogels in jouw buurt voorkomen.

Zo ziet het plaatje eruit voor mijn straat:


Op de boomkruiper na zie ik ze met regelmaat in mijn tuin. De boomkruiper hoor en zie ik vaak als ik een ommetje maak in het park bij ons huis. Geen boomklever dus, maar genoeg andere mooie soorten om van te genieten! 

zaterdag 25 november 2023

Zwanenzang

Al weer bijna een jaar geleden plaatste ik een filmpje op YouTube dat ik nog niet in mijn blogs heb opgenomen. In de video zie je een jaar uit het leven van de knobbelzwaan, je kunt het bekijken door hier te klikken.  

Knobbelzwaan

Ik ben nog eens in het lijvige historische boekwerk "Nederlandsche Vogelen" gedoken dat ik twee jaar geleden van de Sint kreeg. De allerlaatste vogels die besproken worden (vanaf pagina 816!) zijn de wilde en de tamme zwaan. Die laatste noemen wij inmiddels de knobbelzwaan. Wil je meer weten over wilde zwanen, dan kun je dit blogje nog eens doorlezen. 
In het boek staat per vogelsoort een inleiding en een beschrijving, maar het meest interessant vind ik de 'aantekeningen'. In het geval van de zwanen hebben die aantekeningen als thema de zwanenzang. Die zwanenzang betreft dan de wilde zwanen. Knobbelzwanen maken geen geluid, reden waarom de Engelsen deze soort 'mute swan' noemen.
De aantekeningen beginnen met de opmerking dat er wat betreft diergeluiden sprake is van voortschrijdend inzicht door nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen. Daarmee worden voorgaande inzichten doorgaans verworpen en de nieuwe waarnemingen gelden als beslissend (net als vandaag de dag dus). Toen het boek zo'n  200 jaar geleden uitgegeven werd, werd er echter nog getwijfeld over de zwanenzang. Over zwanen werd verteld dat zij, "in het bijzonder bij hun sterven, een treurig gezang deden hooren, hetwelk ieder tot medelijden met hun toestand wekte". Men bleef twijfelen omdat zowel onder de voorstanders als de tegenstanders van dit inzicht grote geleerden uit de Oudheid een rol speelden. Onder andere Aristoteles en Cicero beschouwden de zwanenzang als een feit. Plinius en Atheneus dachten er het hunne van en zagen het als een sprookje. 

Uit: de Nederlandsche Vogelen

De schrijvers van Nederlandsche Vogelen vinden het een onbeslist geschil en vragen zich af of de speciale vorm van de luchtpijp van de wilde zwanen er iets mee te maken heeft. De luchtpijp "loopt namelijk met ene bogt, welke aan een trompet zeer gelijk is, door het borstbeen". Bij de knobbelzwaan is dat niet het geval. Zou dat een verklaring zijn voor de zwanenzang? De schrijvers twijfelen; ze bekennen het geluid 'nimmer gehoord' te hebben. 

Wilde zwanen op het ijs

Wel, hoe staan de zaken er anno 2023 voor? Als ik zoek op zwanenzang vind ik geen gegevens over echte stervende zwanen, maar des te meer uitleg over het woord 'zwanenzang' als uitdrukking voor het laatste werk dat een kunstenaar maakte in het aanschijn van de dood, of meer algemeen voor de laatste uiting van iemand vóór zijn of haar vertrek. Nog steeds wordt Plato geciteerd, maar met de vermelding dat de zwanenzang een mythe betreft: de naam zwanenzang is een verwijzing naar de mythe dat een zwaan als hij zijn sterven voelt aankomen, nog eenmaal in een wonderschoon gezang uitbarst. Deze mythe komt voor in de Phaedo van Plato. Socrates zegt hier op de avond voor zijn terechtstelling dat zwanen voordat ze sterven niet uit droefheid mooier zingen dan ooit tevoren, maar uit blijdschap over de weldaden die hen van Apollo na de dood te wachten staan. In de oudheid werd het een literair motief, al hield men de biologische grond ervan voor een fabel. Aldus Wikipedia. 

Andere bronnen benoemen dat de ietwat treurige zang van de wilde zwanen de mythe wellicht heeft gevoed. Of dat zo is? Beluister de zang door hier te klikken en oordeel zelf....


zaterdag 18 november 2023

Van alles en nog wat in de Amsterdamse Waterleidingduinen

Op 30 oktober, de enige zonnige en droge ochtend in een zeer natte en stormachtige week, hadden we nog eens tijd om door de Waterleidingduinen te struinen. Meestal proberen we rond midden oktober naar de duinen te gaan, want dan is de bronsttijd van de damherten in volle gang. Nu waren we er zo'n beetje aan het eind van de bronst; de territoria waren verdeeld. Veel mannetjes hielden nog de wacht bij hun bronstkuil en er werd wel wat geburld, maar niet meer intensief. In dit filmpje kun je het burlen - of knorren zoals het eigenlijk heet bij damherten - nog horen, als je het volume flink omhoog zet. De zang van een roodborstje is beter te horen :). Vrouwtjes zagen we nauwelijks, waarschijnlijk zijn de meeste al gedekt en zij houden zich nu ergens koest op een verborgen plekje. 

Een damhert bij zijn bronstkuil

Maar er was nog meer te zien dan de tientallen damherten. Net als vorig jaar waren er enorm veel parasolzwammen. Deze kanjers konden we in alle stadia bewonderen. 

Net uit de grond: 
Als sambaballen voordat de hoed zich spreidt
En in volle omvang

Er was genoeg zon en maar weinig wind. Hierdoor waren de omstandigheden voor libellen ook prima.  De bruinrode heidelibellen zoefden in tandem door de lucht. Nu konden ze nog paren en eitjes afzetten om zo hun nageslacht veilig te stellen; de nieuwe generatie die in 2024 zal uitvliegen na een periode in het water te hebben geleefd. Een parend stel streek voor onze voeten neer in het zand.

Paring van bruinrode heidelibellen

Ook op de bomen was het een en ander te beleven. De oranje aderzwam is een soort die ik niet eerder heb gezien. Zo leer ik elke keer weet iets nieuws!

Oranje aderzwam

De oranje aderzwam groeit als een korst op dood hout (liggende of nog rechtopstaande stammen) van onder andere beuken en eiken. De vruchtlichamen beginnen als kleine vlekken op de schors en worden later groter om uiteindelijk met elkaar te versmelten. Ze liggen plat op de ondergrond en zijn er stevig mee verbonden. Omdat naburige vruchtlichamen kunnen versmelten, ontstaan er hele plakkaten van grillig gevormde zwammen. De sporen worden op dit geribbelde oppervlak gevormd. Vooral aan de rand is de kleur van de korsten vaak fel oranje, in het midden is hij meestal grijzig met rozeachtige tinten. Het vlees voelt wasachtig aan, maar wordt bij veroudering of uitdroging bros en hard. De paddenstoel veroorzaakt witrot, doordat de schimmel de lignine van het hout afbreekt met behulp van allerlei enzymen. Dit is een paddenstoel om eens goed in detail te bekijken!

Op een andere boom groeide de gele korstzwam. Die zwammetjes zijn gegolfd. Van onder zijn ze glad, maar aan de bovenkant voorzien van een vachtje. Ze zijn goudgeel of goudbruin, en vaak versierd met een donkere bandering die parallel aan de rand over de hoed slingert. Ook dit is een saprofyt ofwel houtopruimer. Je ziet ze ook wel eens op paaltjes langs weilanden. Die paaltjes zijn dan geen lang leven meer beschoren.....

Gele korstzwam

Honingzwammen groeiden aan de voet van weer andere bomen. Over deze fascinerende paddenstoel schreef ik eerder deze blog.

Honingzwam

Heel tevreden met de mooie wandeling en de vele waarnemingen reden we naar huis. De ruitenwissers moesten al weer aan het werk, we waren net voor de bui 'onder dak'.