vrijdag 25 maart 2022

Een overstroming en een zingende leeuwerik

De februaristormen waren nog niet zo lang geleden over Nederland getrokken toen we aan het eind van die maand afreisden naar Texel. De Slufter heeft een open verbinding met zee en overstroomt zo nu en dan, meestal als er sprake is van de combinatie van hoog water en springtij. Deze keer zorgden alleen hoog water en wind ervoor dat de hele Slufter volliep. Na zo'n watermassa ligt er veel (plantaardig) aanspoelsel bij de duinenrij en heeft alles weer even een douche met zeewater gehad. Daarom groeien hier planten die tegen een drupje zout  zijn bestand (lees mijn eerdere blogs over de Slufter door hier te klikken). Anderhalve week na de overstroming stond er nog veel water in het gebied. De vegetatie was erg geel, maar de lucht was blauw en daarmee de poeltjes zeewater ook. Boven de Slufter zongen veldleeuweriken hun vrolijke voorjaarslied. Ik had ze nog nooit zo vroeg in het jaar gehoord, maar een blik op liveatlas.nl liet me zien dat de leeuweriken er niet vroeger bij waren dan anders. De piek lag in voorgaande jaren eind februari, maar dit jaar werd het merendeel van de waarnemingen midden maart gedaan. Afijn, deze leeuwerikjes in de Slufter 'hielden zich aan de kalender' en waren eind februari ter plaatse. Hun zang en het opstijgen in de lucht is bedoeld om vrouwtjes te imponeren.

Waarnemingen van veldleeuweriken in Nederland
Bron: liveatlas.nl

Vanaf eind maart maken ze een nestje in het open veld, goed verborgen tussen de vegetatie. Zo'n nestje bestaat uit 2-5 eitjes die veertien dagen bebroed worden. Na iets meer dan een week verlaten de jongen het nest, maar ze kunnen dan nog niet vliegen. Tien dagen later gaan ze op de vleugels. De ouders zijn al met al anderhalve maand zoet met zo'n nestje. Toch hebben ze dan nog energie voor een tweede of zelfs derde legsel. 

Nestje van een veldleeuwerik
Foto: Matthias Buschmann CC BY-SA 2.5 wikimedia

Verder zagen we in de Slufter nog een eenzame lepelaar en een graspieper (dat is de vogel op het paaltje in de film), die een beetje op de veldleeuwerik lijkt en ook broedt in de duinen. Hij is daar een belangrijke waardvogel voor de koekoek, dat wil zeggen dat de koekoek graag haar eieren in een graspiepernestje legt. Als broedvogel is de graspieper sterk achteruitgegaan, maar deze piepers zijn in de trektijd nog regelmatig te zien. 

Bekijk het Slufterfilmpje door hier te klikken



vrijdag 18 maart 2022

Bijzondere vogels in het haventje van Oudeschild (Texel)

Een belangrijke reden om Texel te bezoeken is voor ons de hoeveelheid vogels die je daar redelijk makkelijk kunt spotten. Zowel het aantal soorten als de aantallen per soort verbazen ons elke keer weer. We zijn geen soortenjagers per sé, dus we nemen niet meteen de boot als er een bijzondere vogel is gespot. Maar nu we er toch waren, zijn we naar de haven van Oudeschild gereden omdat er een paar bijzondere vogels waren neergestreken; een zwarte zeekoet, enkele zeekoeten, een paartje middelste zaagbekken en een geoorde fuut. Na een eerste verkenning op een regenochtend, waarbij we de zaagbekken en de zeekoeten van dichtbij zagen, gingen we de volgende dag nog eens terug (nu met camera). De zaagbekken hadden hun heil even elders gezocht, maar de zwarte zeekoet liet zich filmen en de zeekoeten ook. Later kreeg ik ook de geoorde fuut voor de lens. Om met die laatste te beginnen: in februari 2019 zagen we een geoorde fuut in winterkleed in de Reeuwijkse Plassen (lees dat blogje door hier te klikken). Maar op zo'n moment is er van dat 'geoorde' niet veel te zien. Tot mijn verbazing was deze geoorde fuut al behoorlijk op kleur en rond zijn kenmerkende rode oog prijkten al de goudgele veren waar hij zijn naam aan dankt. 

Geoorde fuut
Foto: Andreas Trepte - Own work, wikimedia

De zwarte zeekoet die we zagen was nog in winterkleed, dan is-ie een stuk minder zwart dan zijn naam doet vermoeden. De rode poten zijn heel opvallend (je ziet ze in de film als de zwarte zeekoet duikt). De Vogelbescherming schrijft over deze vogel: anders dan de andere Europese alkachtigen is de zwarte zeekoet in prachtkleed geheel zwart, met uitzondering van een witte vlek op de bovenvleugel. Daarnaast heeft de zwarte zeekoet geen steile kliffen nodig om op te broeden, een rotsige kust is al voldoende. In Nederland zal je zwarte zeekoeten niet snel tegenkomen, ondanks dat ze vlakbij - in Denemarken - broeden. ’s Winters blijven zwarte zeekoeten vaak in de buurt van hun broedgebied en komen ook dan zelden onze kant op. Dat we er toch eens een in onze wateren zagen was dus een buitenkansje. 

Zwarte zeekoet in zomerkleed
Foto: Scottish Government - wikimedia

Ook de drie zeekoeten die in de haven zwommen waren in winterkleed, maar al met al waren ze in hun winterse verenjasje zwarter dan de zwarte zeekoet :). Zeekoeten broeden niet in Nederland, maar zijn hier in de winter wel met regelmaat te zien in de kustwateren. Ze overwinteren op zee en komen eigenlijk alleen aan land om te broeden. Ze maken geen nest, maar leggen hun (enige) ei op een richel van een steile rotswand in broedkolonies langs de kust van Engeland, IJsland en Noorwegen. Na een broedtijd van een ruime maand en drie weken bivakkeren op de richel springen de jongen met honderden tegelijk naar beneden. De jonkies kunnen dan nog niet vliegen, dus ze dobberen eerst nog een tijdje op zee. De ouders ruien in die tijd en zijn dan ook niet in staat om op te stijgen van het water. 

Zeekoeten op een klif
Foto: Lesbardd - Own work, wikimedia

Bekijk de verschillende waarnemingen in de Texelse haven door hier te klikken



vrijdag 11 maart 2022

De sneeuwklokjes van Texel

We komen al zo'n jaar of twintig met enige regelmaat op Texel, maar blijkbaar waren we er niet eerder in de tijd dat de sneeuwklokjes massaal bloeiden. Tijdens ons recente bezoek aan het eiland las ik in het Texelkrantje dat er in het bos de Dennen veel van deze mooie bloemetjes bij elkaar groeien. Dat moest ik natuurlijk zelf gaan zien. 

Sneeuwklokjes op Texel langs het fietspad

Vorig jaar schreef ik al eens een blog over sneeuwklokjes naar aanleiding van een wandeling langs de Platsbeek (klik hier). Daarin kun je lezen welke speciale voorzieningen het plantje heeft om te kunnen bloeien in zo'n koude periode. Vandaag zal ik iets meer vertellen over hoe de sneeuwklokjes in zo grote getalen op het eiland terecht kwamen. Zoals ik ook al in mijn eerdere blog schreef, komen sneeuwklokjes niet van nature voor in Nederland. Alle bolletjes zijn ooit door mensen hier geïntroduceerd. Meestal was dat bedoeld om tuinen van landgoederen of kloosters te verfraaien. Op Texel werden de bolletjes echter commercieel geteeld. In Frankrijk groeiden de sneeuwklokjes in overvloed in de bossen langs de Loire. Omdat ze daar zowat als onkruid werden beschouwd, mocht iedereen de bolletjes uitgraven. Texelaars vertrokken in de jaren 50-60 van de vorige eeuw met busjes richting Frankrijk en kwamen beladen met sneeuwklokjes terug. Sneeuwklokjes bloeien graag in het bos. De Dennen, een bos dat in het begin van de vorige eeuw was aangeplant op Texel voor de houtproductie, was een ideale groeiplaats. Omdat er voorlopig nog geen hout geoogst kon worden, wilde Staatsbosbeheer wel enkele percelen in het bos verpachten voor de bollenteelt. Dat was overigens al eens eerder geprobeerd, maar die eerste poging was niet zo succesvol. Een stuk elzenbos bij de Ploegelanden van 0,7 hectare werd per 1 september 1932 voor 55 gulden per jaar verpacht aan mevrouw Schilpzand-Nieuwenhuis. 

Sneeuwklokjes

De teelt of verkoop ging blijkbaar niet goed want op 6 maart 1936 werden de sneeuwklokjes publiek geveild vanwege achterstallige pacht. De teelt die vanaf de jaren 50 op gang kwam bloeide tot 1980. Toen bepaalde Staatsbosbeheer dat De Dennen natuurlijker beheerd zouden worden. Niet de houtproductie maar de natuurwaarden van het bos stonden vanaf dat moment voorop. De sneeuwklokjesteelt paste daar niet meer bij, mede omdat daarvoor de bodem bemest moest worden. De kwekers kregen nog een paar jaar de tijd om zo veel mogelijk bollen te oogsten. Blijkbaar is niet alles geoogst want door de resterende bolletjes, die zich hebben vermeerderd kun je aan het eind van de winter nog steeds genieten van een wit tapijt tussen de bomen. Er is trouwens nog steeds een sneeuwklokjesbollenteler op het eiland, in de buurt van Den Hoorn, die vele verschillende variëteiten kweekt. Maar niet meer in de bossen dus. Ik filmde de sneeuwklokjes op een zonnig moment. De dag ervoor had het flink geregend, dus er hing een lichte waas van nevel in het bos. Vogelzang klonk rond om ons, vooral de roodborstjes lieten zich horen en zien (plus 'n groenling). Het was met recht een sprookjesachtige sfeer daar. 

Bekijk de Texelse sneeuwklokjes door hier te klikken.


 

vrijdag 4 maart 2022

Bloemen lijken te horen met hun blaadjes

De eerste bloemetjes van het gevlekt longkuid in onze tuin. 

In onze tuin op het noorden verschijnt eind februari een streepje zon. Dik ingepakt heb ik een uurtje genoten van deze eerste stralen en de tuin in ogenschouw genomen. Een lieveheersbeestje ontwaakte en zat, net als ik, in het zonnetje. Ook een vuurwants scharrelde al over de aarde. De eerste paarse en lila bloempjes van het longkruid stonden in bloei, altijd een mooi moment. Want dan duurt het niet lang meer of de hommelkoninginnen ontwaken uit hun winterslaap. Hun lage gebrom is een lust voor mijn oren. Maar deze middag bleef het nog stil. Op de site van New Scientist las ik dat bloemen kunnen 'horen' dat bijen naderen om vervolgens hun nectar vliegensvlug zoeter te maken. Onderzoekers van de universiteit van Tel-Aviv onderzochten dit met teunisbloemen. Ze verzamelden nectar voor en nadat de bloemen blootgesteld werden aan diverse geluiden, waaronder bijengezoem. Al drie minuten nadat de bloemen bijengezoem (of geluiden van een vergelijkbare frequentie) hadden opgevangen werd de nectar zoeter: er zat maar liefst 20% meer suiker in. Bijen zijn erg gevoelig voor zo'n suikerrijke beloning, ze blijven als 'dank' langer bij de bloemen en bezoeken ook meer bloemen van dezelfde soort. Dat betekent in het algemeen dat die bloemen beter bestoven worden. 

Het onderzoek werd uitgevoerd met teunisbloemen
By Bentham-Moxon Trust.; Curtis, 1827-1927 wikimedia


Voor de plant betekent het regelen van het suikerniveau een energiebesparing, want ze hoeven niet continue op topniveau te produceren. Ook komt de nectar niet in verkeerde handen, zoals van mieren die niet van belang zijn voor de bestuiving. 

Hoe de planten dan precies merken dat er bijen zijn, is nog niet helemaal ontrafeld, maar de bloemblaadjes vibreren als er bijengeluid klinkt. De onderzoekers denken dat bloemblaadjes geluidsdruk opvangen zoals wij met onze trommelvliezen. Eerder was al eens vastgesteld dat planten trillingen kunnen waarnemen van rupsen die het op hun blaadjes voorzien hebben. Daarop reageren ze door vliegensvlug gifstoffen te produceren. 

Tenslotte bestaat er ook nog zoiets als zoembestuiving: de planten die daar gebruik van maken, kunnen hun stuifmeel alleen goed afgeven als bijen ze laten vibreren op een specifieke frequentie. 

vrijdag 25 februari 2022

Vogels hebben hun beste (veren)pakje aan

Hoewel langzaam, begint er toch wat te veranderen in de natuur. Op een frisse ochtend zag ik baltsende wilde eenden en nijlganzen in het park. Hun verenkleed is nu voorzien van stralende kleuren. Ook een grote bonte specht en gaai lieten zich prima bekijken terwijl ze rustten en zich verzorgden. Pigmenten (kleurstoffen) in vogelveren hebben een dubbele functie. Ze zorgen (natuurlijk) voor kleur, maar ook voor stevigheid of wendbaarheid van de vleugels. Haviken en sperwers moeten goed kunnen manoeuvreren tussen bomen in het bos, vaak zelfs in snelle vlucht. Hun handpennen (vleugelpunten) hebben weinig pigment waardoor ze heel wendbaar zijn. Tijdens achtervolgingen raken ze niet meteen beschadigd bij botsingen. Zwart pigment geeft de meeste stevigheid, witte meeuwen hebben daarom vaak donkere vleugelpunten. Overigens hebben vogels die dichter bij de evenaar leven meestal een donker verenkleed, omdat dat beter beschermt tegen ultraviolette straling. 

Wat betreft de kleur zien we twee effecten: bepaalde kleuren helpen om makkelijker prooien te vangen en verder dienen kleuren om te pronken richting het andere geslacht. Wat dat prooien vangen betreft: kerkuilen zijn variabel van kleur, van wit tot bruinig. In lichte nachten, bij volle maan, vangen de witte kerkuilen meer muizen dan de donkere, terwijl de laatsten meer geluk hebben bij de jacht in donkere nachten.

Deze kerkuil zal in lichte nachten meer prooien vangen
Foto: Andy Chilton andyc - CC0, wikimedia

Voor het paarseizoen veranderen veel vogels van kleur, meestal door hun veren te wisselen. Soms is hun prachtige voorjaarskleed echter een versleten winterkleed. Spreeuwen hebben in het koude seizoen een wit gespikkeld verenjasje. Gedurende de winter slijten de witte puntje af en zien we de paarse, groene en blauwe metallic kleuren op hun donkere veren. Bij de vink, kneu en huismus slijten de veren niet geleidelijk maar breken ze af op een speciale breuklijn. Zo krijgen mannetjes huismussen ineens een zwarte borstvlek die heel belangrijk is in de rangorde.

Tenslotte zijn er ook nog vogels die make-up gebruiken om hun verenkleed te verfraaien. Lepelaars en grote zaagbekken maken in hun stuitklier gelig vet aan, waar ze hun borst mee insmeren. Met deze 'foundation' worden ze extra aantrekkelijk voor de vrouwtjes. 

Klik hier om het filmpje van deze week te bekijken. 




vrijdag 18 februari 2022

Wandelend bos en planten we de juiste bomen?

Winterbos

De titel is geen typefout. Hoewel ik het filmpje van deze week maakte terwijl ik wandelde in het bos, gaat het hier over een idee van ARK Natuurontwikkeling: het wandelend bos. In de strijd tegen klimaatverandering wil Nederland de komende tien jaar 185 miljoen bomen planten, dat is ongeveer 37.000 hectare extra bos, 10% meer dan we nu hebben. Nu kun je op zo'n oppervlakte 'gewoon' wat jonge aanplant in de grond jassen, maar het is beter om daar eens goed over na te denken. Volgens ecologen planten we namelijk in Nederland massaal verkeerde bomen aan. Maar 2 tot 3% van de Nederlandse bossen bestaan uit inheemse bomen die voldoende wild en gevarieerd zijn. 

Zo kan de essentaksterfte, veroorzaakt door een Aziatische schimmel, snel om zich heen grijpen omdat veel essen in Nederland zijn aangeplant en te weinig genetische variatie hebben om zich te weren tegen deze boomziekte. De essen zijn allemaal kopieën van elkaar en hebben daardoor dezelfde afweer of, in dit geval, gebrek er aan. 

Soms lijkt een boom of struik inheems, zoals de sleedoorn. Die komt van nature in ons land voor, maar langs wegen zijn op grote schaal Zuid-Europese varianten aangeplant. Die zijn anders 'geprogrammeerd' qua bloeiperiode omdat het in die streken eerder lente is. Ze bloeien dus in februari, maar dan zijn onze insecten nog niet actief. Ik wist eigenlijk niet beter meer dan dat de sleedoorn zo vroeg bloeide. Hier in de polder tonen ze hun bloemenpracht al vroeg. Vorig jaar filmde ik in april langs de zandpaden van mijn jeugd de bloesem bij Neerbeek (klik hier om dat filmpje te bekijken). Behalve de kersenbomen stond daar ook de sleedoorn in bloei. Dat vond ik erg laat, maar feitelijk zijn dat echte wilde sleedoorns die voor Nederland op het juiste moment bloeien. Daar moeten we heel zuinig op zijn.

Tenslotte worden er ook bomen aangeplant die weliswaar Nederlands zijn, maar niet van nature voorkomen in een bepaalde biotoop of bostype. Dat verstikt de laatste restjes wild bos, waar boomzaden van heel andere soorten naar binnen waaien. Als bomen op de verkeerde plek worden aangeplant, kunnen ze bovendien de toenemende droogteproblematiek in de Nederlandse natuur verergeren.

Het wandelende woud, bron ARK Natuurontwikkeling

De ecologen van ARK pleiten er dus voor om niet zomaar bomen toe te voegen, maar na te denken over een meer natuurlijke situatie voor bebossing. Een natuurlijk bos is voortdurend in beweging. Boomzaden ontkiemen, jonge boompjes worden opgegeten of groeien uit tot grote bomen, die sterven af, waarna er weer plek ontstaat voor nieuw bos. In een natuurlijke situatie ‘wandelt’ een bos. Er ontkiemen bomen aan de bosrand of op een open plek, losgewoeld door wilde zwijnen, waar vogels zaden hebben verstopt of uitgepoept. De jonge boompjes worden deels weer opgegeten door grote grazers. Op plekken waar die grazers niet komen, groeien de bomen uit tot bos, omdat er stekelstruiken staan of wolven of lynxen op de loer liggen. Na vele decennia of soms zelfs eeuwen, valt een boom weer om, door storm, brand, ziekte of ouderdom. Het dode hout is een rijk gevuld buffet voor allerlei schimmels en insecten als het vliegend hert. Op de opengevallen plek groeien kruiden, struiken en uiteindelijk wellicht weer bomen.

Een wandelend bos trekt bepaald geen sprintje. Bosranden kun je in de loop van 2 of 3 jaar zien oprukken. De overgang van grasland, via ruigte en struweel naar bos zie je in 20 of 30 jaar gebeuren. Met de hele cyclus tot volgroeid bos ben je zo 200 of 300 jaar verder. Dus door nu beter na te denken over het aanplanten van al die bomen, zorgen we er niet alleen voor dat er meer CO2 wordt vastgelegd, maar ook dat de bossen aantrekkelijker worden voor het hele ecosysteem. En dan wordt een boswandeling geen saaie wandeling meer tussen eentonige vlaktes met dennenbomen maar een struintocht door gevarieerde natuur. Op de tekening van ARK Natuur kun je bekijken hoe dat er uit ziet. De tekening kun je gratis downloaden via hun webwinkel

In het filmpje van deze week spelen de kale winterbomen de hoofdrol in twee minibiotoopjes die in heempark Zegersloot zijn nagebootst: eiken/beukenbos en een stukje moerasbos met wilgen. Klik hier om het filmpje te bekijken. 

Heb je mijn bomenfilm nog niet gezien en heb je wel interesse? Op 22 maart gaan we 'm nog een keer vertonen in De Vlinder.  



vrijdag 11 februari 2022

Winterse mysteries en de winnaar

Een korte struintocht door het park aan het eind van een zonnige middag leverde gevarieerde plaatjes op. Het meest levendig waren de wintermuggen, die dansten tussen de spinnendraden. In het tegenlicht zagen ze er feeëriek uit. Het zijn echte winterspecialisten, ze zwermen als de zon in het koude jaargetijde voor een beetje warmte zorgt. Temperaturen rond het vriespunt vormen geen belemmering. Het zijn onopvallende beestjes als ze op een plant of struik gaan zitten, maar als de zon door hun lange, tere vleugels schijnt, zijn ze nauwelijks te missen. Je kunt ze op veel plaatsen tegenkomen, zelfs in je achtertuin. Wintermuggen steken overigens niet. De larven leven in het strooisel en eten rottend plantaardig materiaal. 

Van de acht soorten wintermuggen die in Nederland voorkomen zijn er twee algemeen. Op de foto hieronder zie je de trichocera regelationis, ook wel dooimug genoemd. 

Dooimug
Foto: Martin Cooper from Ipswich, UK - wikimedia

Dooimuggen dansen boven donkere oppervlakken (waar de sneeuw is weg gedooid). Die zag ik in het park. Dan zijn er nog de sneeuwmuggen (trichocera hiemalis), die dansen juist boven sneeuw. Feitelijk dansen ze boven alle witte oppervlakken, want ook als je een witte handdoek of een vel papier in je tuin legt zullen de sneeuwmuggen zich hier verzamelen. 

Sneeuwmug 
Foto: James Lindsey at Ecology of Commanster, wikimedia

Waarnemer J. Mart. Duiven zag zelfs eens hoe een zwerm sneeuwmuggen boven zijn witte kat (op ongeveer anderhalve meter erboven) vloog. Sprong de kat weg, dan verdween de zwerm, om zich later opnieuw te groeperen boven het kattenlijf. Waarom de wintermuggen zo gehecht zijn aan een witte of donkere ondergrond hebt ik nergens kunnen vinden. Dat blijft voorlopig een mysterie.

De zon begon onder te gaan, ik besloot nog even over de dijk te lopen om van de zonsondergang te genieten. In het water dobberde een lege wijnfles. Ondanks dat dit afval hier niet hoorde, was het een mooi gezicht hoe hij langzaam langsdreef. Even verderop lag een roos in het water. Toen kwam er nog een mysterie bij: dreven die twee objecten hier toevallig samen of hoorden ze bij elkaar? Waren het de restanten van een romantische bijeenkomt? En was die goed afgelopen of juist niet? Ik zal het nooit weten.

Bekijk het filmpje van deze week door hier te klikken met onder andere de dansende wintermuggen, bungelende hazelaarkatjes en een mooie zonsondergang. Ben je nieuwsgierig wie de winnaar is van de actie van vorige week? Lees dan onder het filmpje nog even door. 



En de winnaar is...

In mijn blog van vorige week stelde ik een jaarabonnement op De Natuurgids beschikbaar voor één van mijn lezers. De gelukkige winnaar is Nellie van Bekkum. Het abonnement is inmiddels geregeld, dus ik wens haar het komende jaar veel lees- en natuurplezier en wellicht ook wandelplezier bij een bezoek aan het mooie Limburgse land. Rond half maart valt het eerste nummer bij je in de bus Nellie.  

vrijdag 4 februari 2022

Meditatief momentje en een winactie!

Februari is een maand van wachten, vind ik altijd. Echt winter wil het vaak niet meer worden, afgezien van uitzonderingen (zoals de flitswinter van vorig jaar), maar veel loos is er nog niet. De behoefte om naar buiten te gaan is er wel, en vaak neem ik dan toch het statief met camera mee onder de arm. Deze keer hoefde ik nauwelijks meer te doen dan de straat over te steken. Na een grijze ochtend brak de zon door en scheen in het water. De duttende eendjes langs de waterkant staken met hun silhouetten scherp af tegen het reflecterende licht. Als er een watervogel langs zwom, maakte het water prachtige vormen van reflecterend riet en bomen. Echt een meditatief momentje.

Een meditatief momentje

Afijn de lente laat nog even op zich wachten voordat er uitbundig gebaltst en gepaard gaat worden. Toen ik materiaal las over partnerkeuze bij vogels voor mijn blog van afgelopen week viel mijn oog in het boek 'Wat maakt vogels zo interessant' op de vraag 'Hebben vogels een penis'? Ik wist dat ze die niet hebben, maar wat ik niet wist, was dat het ooit wel zo was (volg je de formulering nog? :)). Ooit hadden vogels een uitwendige penis dus, maar tijdens de evolutie zijn de meeste mannetjesvogels die kwijtgeraakt. Dit uitsteeksel leverde extra weerstand op tijdens het vliegen, dus zonder zijn ze gestroomlijnder. Verder zit er volgens het boek ook nog een 'me-too'-kant aan het geheel. Vrouwtjes willen graag controle over het mannetje met wie ze paren. Een uitwendige penis maakt de kans op ongewenste paring groter. Er zijn nog vogels met een inwendige penis die ongewenste paring makkelijker maakt, maar de vrouwtjes van die soorten water- en loopvogels kunnen zaad van de ongewenste partner naar een doodlopend deel van de endeldarm loodsen. Van de tienduizend vogelsoorten hebben er nog maar zo'n driehonderd een penis. Bij de 9700 andere soorten hebben man en vrouw een multifunctionele cloaca (een Latijns woord dat heel oneerbiedig 'riool' betekent). Die wordt gebruikt om te paren, eieren te leggen en voor de ontlasting en urine. 

Parende grauwe ganzen
Voor de paring springt of vliegt het mannetje op het vrouwtje, pakt haar bij de nekveren vast en flappert met de vleugels om in de juiste positie te komen en te blijven. Het vrouwtje buigt haar staart opzij zodat de man zijn cloaca tegen de hare kan brengen. Door extra bloedtoevoer zwelt die wat op waardoor hij ondiep in de vrouwelijke cloaca wordt gebracht. Dat alles neemt maar weinig tijd in beslag. De foto van de parende grauwe ganzen komt uit een filmpje van een eerder blog. Klik hier om dat filmpje, inclusief de paring nog eens te bekijken. Na de paring wordt er nog om elkaar heen gedraaid en gebadderd.

Na de paring

In het filmpje van deze week is geen paring te zien, maar silhouetten en spiegelingen om even te mijmeren over de komende lente :). Bekijk het filmpje door hier te klikken. Lees nog even door onder het filmpje: maak kans op een gratis jaarabonnement op De Natuurgids. 


Win een gratis jaarabonnement op De Natuurgids
Zoals ik in een eerdere blog (klik hier) al eens schreef lees ik het tijdschrift De Natuurgids, uitgegeven door vrijwilligers van IVN Limburg. Het full colour blad bestaat in 2022 zestig jaar. Om het blad te steunen geef ik één jaarabonnement cadeau (8 nummers) aan de derde lezer van mijn blog die zich via e-mail bij mij meldt (klik hier voor informatie over mijn e-mailadres). Zet in de titelbalk de tekst 'Winactie Natuurgids'. Vermeld je volledige naam en het adres waar de Natuurgids bezorgd kan worden. Het cadeau-abonnement stopt automatisch na één jaar. Via deze link kun je de inhoud van het laatst verschenen nummer bekijken. Interesse? Stuur me dan een mail! De gegevens in je e-mail worden alleen gebruikt voor deze actie. Ik vernietig alle mails zodra de gelukkige winnaar bekend is en zijn/haar adresgegeven zijn doorgegeven aan De Natuurgids voor het abonnement. 


vrijdag 28 januari 2022

Sjansende halsbandparkieten

Hoewel het nog winter is, zijn er toch al wat signalen dat er iets verandert in de natuur. Koolmezen en pimpelmezen laten hun baltszang al weer horen. Bij koolmezen is dat een pompend liedje en wat pimpelmezen zingen wordt wel vergeleken met een zilveren belletje. Het was alweer een winderige dag toen ik het Weteringpark inliep. De zon piepte tussen de voortjagende wolken door. De wind rukte flink aan de takken van de wilg waarin kauwtjes zich verzameld hadden. 

Halsbandparkietman verleidt vrouwtje met voedsel

Even verderop hoorde ik het gekrijs van de halsbandparkieten die steeds talrijker worden in het parkje. Een mannetje deed pogingen om een vrouwtje te naderen. Ze snoepten van de boomknoppen en het mannetje (de halsband leek zich als een lichte ring af te tekenen) voerde het vrouwtje. Bij veel vogelsoorten voeden mannetjes het vrouwtje in de baltstijd, maar ook later tijdens de broedperiode en als de jongen nog klein zijn. Zoals ik eerder schreef in mijn blog over de parende wilde eenden speelt voedsel een belangrijke rol bij de paarvorming van vogels. Vrouwtjes baseren hun partnerkeuze op de kracht en vitaliteit van mannetjes. Hoe dat getoond wordt, verschilt per soortgroep. Bij zangvogels speelt krachtige en gevarieerde zang een rol. Vrouwtjes lijken hier 'te vallen' voor liedjes die ze als jong gehoord hebben. De niet-zingers moeten hun vitaliteit anders aantonen en doen dat met een kleurrijk, glanzend verenpak plus een helder gekleurde snavel en poten. Soms is er sprake van een combinatie: pimpelmezen kunnen imponeren met hun zang, maar ook met extra witte wangen en een blauw petje dat veel UV-licht weerkaatst. Bij de mussen geldt ook 'hoe witter hoe fitter', maar dan betreft het de vleugelstreep. Ook symmetrie speelt een rol. Bij boerenzwaluwen is vastgesteld dat mannetjes met ongelijke staartpunten minder populair zijn. 

Voor alle soorten geldt dat het mannetje over een voedselrijk territorium moet beschikken en moet aantonen dat hij in staat is veel en goed voedsel te verzamelen. Voor de vrouwtjes is een legsel eieren een fysieke uitputtingsslag, niet zelden moeten ze een dubbele portie eten om gewicht te bufferen voor het maken van de eieren. Vrouwtjes stemmen het aantal eieren dat ze leggen af op de hoeveelheid voedsel die het mannetje aandraagt in de paartijd. Ik ben benieuwd of het halsbandparkietvrouwtje vindt dat het mannetje genoeg zijn best doet :). Bekijk hun capriolen in het filmpje van deze week door hier te klikken

Lees onder het filmpje nog even door want daar vind je alle informatie over de nationale tuinvogeltelling die dit weekend plaatsvindt. Alle hulp is welkom en het kost maar een half uur van je tijd!


Dit weekend is de jaarlijkse nationale tuinvogeltelling, doe je mee? Via deze link lees je er alles over. Deze handige invullijst geeft een mooi overzicht van de vogels die je in je tuin tegen kunt komen. Als je meer wilt leren over tuinvogels dan kun je je via deze link opgeven voor een gratis online tuinvogelcursus.

Doe je mee aan de tuinvogeltelling?


vrijdag 21 januari 2022

Oog in oog met de torenvalk

Mijn wens is om nog eens de Reeuwijkse Plassen vast te leggen bij een mooie zonsopgang in de winter, wanneer veel watervogels de plassen bevolken. Dat was nog steeds niet gelukt, maar op basis van de weersvoorspelling besloten we het er nog maar eens op te wagen. In het donker vertrokken we richting Reeuwijk. Achter ons was de lucht helder, maar in het oosten hing een dikke laag bewolking die onder invloed van de wind voortjoeg in het zwerk. Ik legde de blauwgrijze wolkenmassa vast in de hoop dat de zon er doorheen zou breken, maar dat was ijdele hoop.... De zon deed af en toe haar best maar meer dan wat flauwe zonnestralen en een paar 'gouden' momentjes leverde het niet op. Op de plassen dobberden flinke aantallen smienten, tafeleenden en kuifeenden, maar minder dan andere jaren. Toen bezochten we de plassen in een periode van vorst; als de sloten bevroren zijn trekken de vogels naar dieper water, zoals de Reeuwijkse Plassen waar het water open blijft. Ook in de weilanden zagen we minder ganzen dan anders. Een mooie waarneming betrof een torenvalkje op een hek in het weiland. Het was een mannetje; die onderscheiden zich van de vrouwtjes door een leigrijze kop en staart, het verenkleed van de vrouwtjes kenmerkt zich door uitsluitend bruine tinten. Hij zat er erg op zijn gemak en leek geen haast te hebben. Misschien hij zijn dagelijkse rantsoen van vijf muizen vandaag al te pakken of zat hij moed te verzamelen om op jacht te gaan.

Torenvalken eten het liefst (veld)muizen 
en hebben er gemiddeld vijf per dag nodig
Tekening: Jos Zwarts, CC BY-SA 4.0, wikimedia

Hij keek ons met een priemende, geïnteresseerde blik aan, maar ik kon de camera laten snorren zonder hem te verjagen. In verhouding tot de kop zijn de ogen heel groot, ze zijn zijwaarts gericht voor een breed blikveld. Omdat de ogen zo groot zijn dat er bijna geen spieren meer bij kunnen in de oogkas zitten de ogen klem in de kas en bewegen ze niet. Wij kunnen naar links en rechts kijken door onze ogen te bewegen, vogels moeten daarvoor hun (wendbare) kop draaien. Het oog van de torenvalk is erg bol, hierdoor zien ze een kleiner deel van de omgeving, maar wel ontzettend gedetailleerd. 

Torenvalk, man te herkennen
aan de grijze kop en staart

Net als bij mensen hebben vogels staafjes (voor het zien van licht en donker) en kegeltjes (voor het zien van kleuren) in hun ogen. De kegeltjes van vogels zien ook ultraviolet licht, dat voor mensenogen onzichtbaar is. Muizenurine reflecteert UV-licht, dus dat is voor torenvalken een mooi middel om hun prooien op te sporen. Muizen zijn gewoontedieren: ze nemen altijd dezelfde paadjes en markeren die met urine. Enkele momenten per dag komen ze uit hun holletjes en dan zijn ze even actief boven de grond. In de winter komen ze minder vaak naar 'boven' dan in de zomer, vaak alleen om zich te ontlasten. Dus dan is het geduldige wachten van een torenvalk een slimme strategie. Hoe feller het UV-licht (dat de valken zien zoals wij rood en paars zien), hoe dichterbij is het muisje. Het torenvalkje speurde niet naar de grond maar nam de omgeving in zich op. We lieten hem lekker zitten en maakten het wandelrondje langs de plassen af. Aan het eind zagen we nog een poetsende brilduiker. Over dit mooie eendje schreef ik al eens eerder een blog (klik hier). 

Bekijk het filmpje met Hollandse wolkenpartijen, de torenvalk en overwinterende eenden door hier te klikken