Schorpioenvlieg

Schorpioenvlieg

zaterdag 2 november 2024

Paddenstoelen in lipstickkleurtjes

Het is een goed paddenstoelenjaar. Sinds september heb ik 123 soorten paddenstoelen gevonden. Informatie over zoveel soorten kan natuurlijk niet allemaal in één blog worden gepropt. Vandaag heb ik er een aantal uitgepikt in een kleurrange die je minder vaak ziet. Veel paddenstoelen zijn (licht)bruin, gelig of beige. Maar de selectie van vandaag heeft een kleurenpalet van teer roze tot fel rood: lipstickkleurtjes!

Lipstickkleurtjes
Foto O Boticário SPFW - Flickr: Batons Make B., Wikimedia

Om te beginnen vroeg ik me af waarom paddenstoelen überhaupt (dat soort) kleuren hebben. Ze verspreiden sporen om zich voort te planten en hoeven dus geen bestuivers aan te trekken om te helpen bij de voortplanting. Ook moeten ze zorgen dat ze niet opgegeten worden, dus dan lijkt een schutkleur meer op zijn plaats. Of ligt het toch anders? Pigmenten kunnen (mede) de smaak van de paddenstoel bepalen. Een onaangename smaak voorkomt vraat waardoor de vruchtlichamen langer overleven om sporen aan te maken en deze te verspreiden. De pigmenten kunnen ook dienen als een soort natuurlijke zonnebrandcrème voor paddenstoelen waardoor de sporen beter beschermd zijn. Anderzijds helpt een donkere kleur de paddenstoelen om beter te overleven in koudere klimaten. Een groot Europees onderzoek lijkt aan te tonen dat zonnewarmte de reproductie van paddenstoelen kan verbeteren. En die warmte wordt beter vastgehouden als de paddenstoel een donkere kleur heeft. Tenslotte wordt gedacht dat kleurpigmenten paddenstoelen beschermen tegen bacteriële indringers. Tsja, het moeilijke met waarom-vragen in de natuur is dat planten, dieren en paddenstoelen deze vragen niet zelf kunnen beantwoorden :). Er is nog veel onderzoek nodig om dit allemaal te begrijpen en verklaren. Afijn, hier komt de lipstickparade!

Gewoon elfenschermpje
We begin met een zoet roze paddenstoeltje. Het gewoon elfenschermpje is een saprofyt die leeft op strooisel, vaak bij eiken, beuken of sparren. Ze heeft een radijsgeur. Deze soort lijkt erg op het heksenschermpje, zie foto hieronder. Deze paddenstoel is giftig door de aanwezigheid van muscarine (dit gif zit ook in de vliegenzwam). 

Heksenschermpje

Toen ik bovenstaande foto thuis op het grote scherm van de computer bekeek, zag ik op de hoed van de linker paddenstoel dunne sprietjes met een donker knopje uitsteken. Dit bleek de mycenaparasiet Spinellus fusiger. Tijdens de reproductieve fase van zijn levenscyclus groeit Spinellus fusiger door de hoed van de paddestoelgastheer en breekt uiteindelijk door om uitstralende reproductieve stengels (sporangioforen) te produceren met minuscule, bolvormige, sporenbevattende structuren die sporangia worden genoemd. Uiteindelijk komen de sporen in de sporangia vrij na het afbreken van de buitenste sporangiale muur, waarbij ze passief via wind, water en insecten naar nieuwe locaties worden verspreid.

Heksenschermpje met Mycenaparasiet Spinella fusiger

Een paddenstoelenfamilie met veel mooie kleurtjes zijn de russula's. Tegelijk is deze groep gekmakend voor het determineren want de soorten lijken zo veel op elkaar dat een app als ObsIdentify ze (ook) niet kan onderscheiden. Deze wist de app wel op naam te brengen als de roze berkenrussula. Een prachtig lippenstiftje, toch? De berkenrussula leeft in symbiose met (vooral) berken. De lamellen (waar de sporen in zitten) zijn wit bij deze soort.

Roze berkenrussula

Niet zo'n bijzondere foto's, maar deze russula kende ik nog niet en past mooi in het thema: de abrikozenrussula. Ze heeft niet alleen een zachtoranje kleurtje aan de bovenkant maar ook de lamellen zijn bleekoranje. De app was vrij zeker van de determinatie van deze soort (in tegenstelling tot menige andere russula), maar de verspreidingskaart laat maar weinig waarnemingen van de abrikozenrussula in Nederland zien. Ik ben benieuwd of ik hier nog iets van hoor van een validator van waarneming.nl :). De soort staat wel als 'algemeen voorkomend' te boek. Misschien zien veel mensen deze over het hoofd of denken ze dat het een verbleekte andere soort is. 

Abrikozenrussula

De lamellen van de abrikozenrussula zijn ook abrikooskleurig

Dan komen we bij de pittiger kleurtjes. De oranjerode stropharia is een saprofyt die leeft op houtsnippers (en op takjes zoals je op de foto ziet). Bij het takje zie je de schimmeldraden uitsteken. Het mycelium zit (in dit geval) echt alleen in dat takje, want ik kon het geheel zo optillen.

Oranjerode stropharia

Voor een avondje uit nemen we de felste lipstickkleur en dat is vandaag de zwartwordende wasplaat. Hij leeft als saprotroof in niet of weinig bemeste graslanden, vochtige duinvalleien, wegbermen en rietlanden. Wij kwamen 'm tegen op een grassig stukje op de heide. De kleur varieert van oranje tot rood en de zwarte kleur ontstaat door veroudering. Dit kabouterachtige mutsje is vrij klein maar door zijn kleur valt-ie wel op als je even goed speurt. 

Zwartwordende wasplaat

Zwartwordende wasplaat

Wellicht ten overvloede: natuurlijk zijn deze paddenstoelen niet geschikt om op je lippen te smeren!







donderdag 24 oktober 2024

De ene mistige dag is de andere niet

In oktober houd ik het weerbericht in de gaten, in de hoop op fraaie ochtendmist. Zo eentje waar de zon mooi doorheen schijnt en die een prachtige waas over de velden legt. Gisteren was er mist voorspeld, maar die bleek nogal dicht en het bleef bijna de hele dag grauw. Ik was toch op pad gegaan in het Zegerslootgebied en het leek of ik in een heuse jungle liep. Mystieke mist en lianen van de woekerende bosrank. 

Alphense jungle

Langs het pad hingen de felroze vruchten van de kardinaalsmuts met hun knaloranje zaden te glimmen van het vocht. 

Kardinaalsmuts, decoratief maar giftig voor mensen

Voor mensen is de kardinaalsmuts giftig, maar dieren lusten 'm graag. Zoals je op de foto kunt zien zijn de takken groen. Dat is vrij ongebruikelijk want de meeste takken van bomen en heesters zijn bruin. De takken van de kardinaalsmuts bevatten bladgroen. Als de struik kaal is gevreten, kan de plant zo toch nog voedsel aanmaken! Vogels eten de oranje zaden graag en dragen zo bij aan de verspreiding van deze inheemse plant. Zoals gezegd kunnen mensen de struik beter links laten liggen. Als je ervan eet dan kun je last krijgen van sufheid, buikloop, braken en buikkrampen. Het harde kernhout werd vroeger wel gebruikt om weef- en spinspoelen te maken (de Engelsen noemen de struik 'spindle tree' naar deze toepassing). Maar ook dat was oppassen geblazen. Als houtbewerkers te lang in de prikkelende lucht van het zaagsel bleven, kregen ze braakneigingen. 

Een stukje verder vond ik meer giftigs op mijn pad. Onder een rij populieren stonden tientallen Grijze slanke amanieten. Hoewel de paddenstoel redelijk algemeen is, staat hij toch als kwetsbaar op de rode lijst. In rauwe vorm is de grijze slanke amaniet giftig. Na bakken of koken verdwijnt het gif, maar in de amanietenfamilie komen dodelijke soorten voor, dus verwisseling ligt op de loer. De amanieten bevatten Alfa-amanitine, dit is de dodelijkste mycotoxine! Inname van giftige amanieten, zoals de groene knolamaniet en de kleverige knolamaniet, heeft een fatale afloop. Dus kijken en fotograferen mag, maar laat ze lekker staan. Voor de boom zijn ze echter goed nieuws, want deze soort zorgt ervoor dat de populieren makkelijker voedingsstoffen kunnen opnemen en hun zwamvlok beschermt de boomwortels tegen invloed van zuren. In ruil daarvoor eet de paddenstoel een hapje mee van de koolhydraten en suikers die de boom produceert. 

Grijze slanke amanieten leven in symbiose met o.a. populieren

Vandaag begon de dag ook mistig, maar dit was de oktobermist waar ik wèl op zat te wachten. Een half uurtje na zonsopgang zag ik de bosrank van de zonnige kant.

Bosrankzaadpluis in nevelig ochtendlicht

Ik liep vanuit het Weteringpark naar het Dijkslootpad en daar kon ik genieten van prachtige Jakobsladders. Daarover schreef ik al eens eerder een blog, dat kun je lezen door hier te klikken. 

Deze foto's zijn van vandaag.



Tenslotte verlichtte de zon een es met prachtige herfstkleuren. Dit zijn de oktoberochtenden waar je echt van kunt genieten.




dinsdag 22 oktober 2024

Hoe breken paddenstoelen hout af?

Tijdens deze oktobermaand is het goed paddenstoelenweer: niet te veel wind, milde temperaturen en af en toe een bui. Ik heb dan ook heel wat paddenstoelensoorten kunnen toevoegen op mijn waarnemingaccount. 

Milde temperaturen zijn prima voor paddenstoelen

Paddenstoelen zijn (soms met enige overlap/twijfelgevallen) onder te verdelen in drie soorten. Mycorrhyzavormende paddenstoelen (bijvoorbeeld vliegenzwammen) leven in symbiose met planten en bomen. In ruil voor koolhydraten, suiker en vitaminen maakt de paddenstoel bepaalde voedingstoffen beter beschikbaar voor de boom. Parasiterende paddenstoelen (zoals honingzwammen) teren op levende organismen en dragen zo bij aan het afsterven ervan. Over deze twee soorten zal ik later nog eens bloggen.

Paarse korstzwam. De paarse korstzwam wordt gevonden als saprofyt op dood hout
van allerlei loofbomen en als parasiet op levende bomen en struiken uit de rozenfamilie.

Vandaag wil ik het hebben over de derde groep: de houtopruimers ofwel saprofyten. Zonder deze nuttige zwammen zouden bossen omkomen in hun eigen (hout)afval. Deze paddenstoelen breken dood hout af en ik vroeg me af hoe ze dat precies doen. Ik moest flink zoeken en het dichtst bij een antwoord kwam de informatie in een rapport van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap afdeling Bos en Groen. Saprofyten zorgen samen met kleine beestjes en bacteriën voor de afbraak van het hout. De kleine beestjes verkleinen de bladeren, mengen organisch materiaal met de minerale bodem, en consumeren schimmelweefsel. Hun rol is indirect: zij kauwen voor, om het zo maar uit te drukken :). 

Zwammen en bacteriën zorgen voor de eigenlijke vertering. Het relatieve aandeel van bacteriën en zwammen in de afbraak hangt af van de "eetbaarheid" van het dode materiaal (hout, strooisel enz.). Die eetbaarheid hangt dan weer samen met de bodemeigenschappen (structuur, zuurtegraad, vochtigheid enz.). Het lijkt erop dat de zwammen 'het zware werk' op zich nemen. 

Gewone zwavelkop. De paddenstoel is in Nederland zeer algemeen en groeit in dichte groepen aan de voet
van loof- of naaldbomen in bossen of plantsoenen. Het wordt vaker aangetroffen op rottend loofhout
 vanwege het lagere ligninegehalte van dit hout in vergelijking met naaldhout.

Vooral in zure en voedselarme omstandigheden spelen zwammen een hoofdrol in het afbraakproces. Ze verzorgen tot 90% van de afbraak. Ze zijn beter aangepast aan zure omstandigheden dan bacteriën en kunnen met hun zwamvlok makkelijk bepaalde substraten (bijv. een boomstam) koloniseren. Zwammen beschikken over enzymen die ook moeilijk afbreekbare koolstofverbindingen zoals houtstof (lignine) de baas kunnen. Tenslotte hebben ze weinig voedingsstoffen nodig. 

De afbraak gebeurt door het afscheiden van enzymen, die bepaalde stoffen uit de omgeving verkleinen tot door de zwam opneembare deeltjes. Opruimers zijn soms sterk gespecialiseerd. Zo komen bepaalde soorten zwammen enkel voor op mest, rottende paddenstoelen, op brandplekken of op bepaalde houtsoorten.

Maar hoe werkt dat nou precies? Al naargelang paddestoelen wel of niet in staat zijn om lignine af te breken, spreekt men resp. van witrotters en bruinrotters. 

Bruinrotters zijn zwammen die enkel de koolhydraten (vnl. cellulose) en de polysacchariden (dit zijn complexe suikerstructuren) van de houtstructuur kunnen afbreken, niet de houtstof (lignine) zelf. Cellulose betekent voor hout wat ijzerdraad betekent voor gewapend beton: het vormt lange witte vezels die instaan voor de structurele kracht van het hout. Naarmate het hout groeit, wordt tussen de cellulose lignine (als een bruine kitstof) afgezet. Vandaar dat bij vorming van bruinrot, waarbij de cellulose selectief wordt opgevreten, uiteindelijk alleen de vierkante rossig-bruine, poederig-broze blokjes lignine overblijven en het hout geen draagkracht meer heeft. Het word dan sterk pulverig, droog, verliest opvallend gewicht, en verbrokkelt typisch volgens een blokjespatroon ("kubiekrot"). Bruinrotters komen vooral voor bij naaldbomen, in mindere mate bij loofbomen of bij beide types.

Witrot veroorzaakt door een niet geïdentificeerde zwam

Witrotters breken gelijktijdig cel- en houtstof af. Het hout bleekt op door de afbraak van lignine, krijgt een vezelige structuur (die lang behouden blijft) en blijft vochtig. De afbraak kan op verschillende wijzen gebeuren. Soms breken zwammen eerst of vooral lignine af. In andere gevallen worden lignine en polysacchariden (suikerstructuren) gelijktijdig afgebroken. Tenslotte kan het ook zijn dat aanvankelijk vooral koolhydraten verteerd worden. De afbraak door witrotters gebeurt snel, in laboratoriumomstandigheden kunnen kleinere stukken hout in enkele maanden tijd bijna volledig weg zijn. 

Langsteelfranjehoed. De langsteelfranjehoed leeft saprotroof op hout.
Met name op stukjes hout en houtsnippers, soms op humusrijke grond,
in parken, plantsoenen, wegbermen en bossen.

Zo, dat was een vrij technisch verhaal deze keer. Maar misschien kijk je nu nog beter naar dood hout in bos en park. En kun je achterhalen of een witrotter het hout heeft aangetast (vezelige structuur) of een bruinrotter (blokjesstructuur). Geniet nog even van de paddenstoelen!


dinsdag 15 oktober 2024

Oktobertip: damhertenbronst

Vanuit de ingang Oranjekom volg je de oranje route naar het bronstgebied

Er komt mooi herfstweer aan, dus geef ik je in deze blog een wandeltip. In de Amsterdamse Waterleidingduinen zijn de damherten nu in de ban van de voortplanting. Struinend door de duinen kun je hier getuige van zijn: de mannetjes burlen en maken bronstkuilen die ze rijkelijk besproeien met hun urine. Ze proberen zo veel mogelijk hindes voor hun harem te winnen en zo hun genen door te geven. Wij namen vast een voorproefje op 7 oktober en we zagen en hoorden dat de bronst al begonnen was. In de bossen hoorden we het burlen (klik hier voor een audio-opname) en de herten lagen niet ver van het pad om hun territorium en bronstkuil te bewaken. De route met oranje gemarkeerde paaltjes voert je vanuit ingang Oranjekom/Oase richting het vliegermonument. Dat is de hotspot tijdens de bronst. Vanaf de wandelpaden kun je hier al het een en ander zien. In de Waterleidingduinen mag je buiten de paden lopen, maar tijdens de bronst is het wel de bedoeling dat je de herten niet verstoort in hun gedrag. De bronsttijd kost hen al veel energie. Dus geniet van het schouwspel op redelijke afstand. Zoals gezegd, de herten zijn vaak goed zichtbaar vanaf het pad.

Tijdens de bronst zijn de herten goed zichtbaar, zelfs vanaf het pad

Op onderstaande foto zie je dat dit hert zijn bronstkuil naast het pad heeft gemaakt. 

Damhert bij bronstkuil. Foto: Andy de Bruin

In de loop van de jaren heb ik een aantal blogs en filmpjes over de damherten in de Waterleidingduinen gemaakt. Via deze link kun je die bekijken. Specifiek over de bronst maakte ik 9 jaar geleden dit filmpje.

Het is echt een aanrader om dit zelf allemaal eens te bekijken. Veel wandel- en natuurplezier!

Voor abonnees: lukt het doorklikken vanuit follow.it niet makkelijk, bezoek dan mijn blog door even 'natuurnotities' te googlen. Of tik in: https://natuurnotitiesmoniquesmulders.blogspot.com/



vrijdag 11 oktober 2024

Halfgeknotte strandschelp

Zonnige nazomerdag in Noordwijk

Half september genoten we van het warme nazomerweer op het Noordwijkse strand. Vorige week schreef ik al over de massaal aangespoelde schelpen. Vandaag wil ik wat aandacht besteden aan de halfgeknotte strandschelp. Die heet zo omdat één kant van de schelp wat puntiger is en de andere hoek iets ronder. De beestjes in de schelpen filteren het zeewater met twee sifonen; één dient om het water naar binnen te zuigen, de andere sifon laat het gefilterde water weer naar buiten lopen. Ze leven van algen en fytoplankton dat ze uit het water halen. Verder hebben de dieren een graafvoet, waarmee ze in het zand kruipen, zodat alleen de sifonen nog boven het oppervlak uitsteken. Het is moeilijk om een foto van de levende schelpdieren te vinden, maar in dit bericht van NatureToday kun je een plaatje zien (scroll naar beneden in het bericht onder het kopje 'Golfpatronen in zee'). 

Onder andere: halfgeknotte strandschelpen

De halfgeknotte strandschelp is de meest voorkomende schelp langs onze kust en vormt het belangrijkste voedsel voor zwarte zee-eenden, die in Nederland overwinteren. Ook vissers namen hun deel van de buit, tot het eind van de vorige eeuw behoorlijk mis ging. Jonge aanwas van de schelpen bleef uit, maar de vissers bleven vissen en de zee-eenden ook tot er bijna geen halfgeknotte strandschelpen overbleven. Vissen was niet meer rendabel. De zwarte zee-eenden moesten overstappen op ander voedsel en hun aantallen namen drastisch af. Gelukkig is er sprake van herstel. Inmiddels wordt de biomassa van de halfgeknotte strandschelp op bijna een miljard kilo geschat (2020).
Halfgeknotte strandschelpen leven in relatief ondiepe wateren (tot 40 meter diep). Om dit voedsel te bemachtigen kunnen zee-eenden tot 20 meter diep duiken.   

Zwarte zee-eend
Bron: Stephan Sprinz - Own work, CC BY-SA 4.0, Wikimedia

Inmiddels is de visserij weer voorzichtig opgestart. Om eerdere fouten te voorkomen, is er tegelijkertijd ook onderzoek opgezet om de oorzaken van het verdwijnen van de strandschelpen beter in kaart te brengen. Er wordt gekeken welke visserijdruk acceptabel is en ook hoe de zee-eenden het best geholpen kunnen worden. Behalve voedsel hebben de vogels ook rust nodig. Ze blijven uit de buurt van transportschepen, vissersschepen en recreanten. Daarom rusten ze vaak niet bij de rijkste voedselgronden en moeten dus pendelen tussen rustplaatsen en hun eten. We hebben in Nederland de wettelijke plicht om 68.500 zwarte zee-eenden van rust en voedsel te voorzien. Dit is een zogenaamd Natura 2000 instandhoudingsdoel. Het onderzoek moet dus uitwijzen hoe we alle partijen, inclusief de natuur tevreden kunnen houden.
In dit boekje lees je meer over het onderzoek. 

 



zaterdag 5 oktober 2024

Hoe wordt een schelp geboren?

Half september konden we genieten van een mooi nazomerweekend. We besloten naar Noordwijk te gaan, voor een wandeling, lekkere lunch en dan nog even relaxen in het zand. Er waren veel schelpen aangespoeld, voornamelijk Amerikaansen zwaardschedes en half geknotte strandschelpen, met hier en daar een kokkel ertussen. Ook de schildjes van krabben zagen we veelvuldig en een zilvermeeuw zocht ze allemaal na op restjes voedsel. De vogel slikte de krabbenlijfjes compleet in, erop vertrouwend dat zijn maag het schild wel klein zou krijgen (letterlijk). 

Massa's aangespoelde schelpen

Kijkend naar die massa schelpen kwam er een vraag in mij op. Hoe worden schelpen eigenlijk geboren? Natuurlijk is een schelp niet meer dan een omhulsel dat een weekdier beschermt. Dus de vraag is eigenlijk verkeerd gesteld. "Hoe worden weekdieren geboren en hoe ontstaat de schelp?" is een betere formulering. In mijn tuin vind ik regelmatig een groepje half-doorschijnende witte bolletjes van een paar millimeter groot. Dat zijn slakkeneitjes. Slakken worden geboren met een piepklein huisje dat met de slak meegroeit. Zo blijkt het bij schelpen niet te gaan. 

De conceptie van schelpen vindt in het water plaats: eitjes en sperma worden in grote hoeveelheden in het water afgezet. Waar ze elkaar treffen kunnen ze versmelten en zo ontstaat er een larve. Die zweeft nog een tijdje rond en kan zo nieuwe gebieden koloniseren. Het schelpje ontstaat pas na enkele dagen of zelfs weken. Dit is onder andere afhankelijk van de soort en de watertemperatuur. Om de schelp te maken hebben weekdieren kalkklieren in speciale huidplooien, die mantelranden worden genoemd. Als ze eenmaal een schelpje hebben, worden de weekdieren zwaarder en zakken ze naar de bodem. Daar blijven ze dan de rest van hun leven. Op de schelp worden telkens nieuwe laagjes afgezet, zo groeit die mee met het formaat van het weekdier. De kleur, tekening en vorm van de schelp worden bepaald door de mantelranden. In warme periodes groeit een schelp sneller dan in koude, net als bij een boom kun je groeiringen zien.

Aan de ringen kun je zien wanneer een schelp sneller of langzamer is gegroeid

Tweekleppigen zoals kokkels en mossels bouwen hun schelp in tweevoud. Ze metselen tegelijkertijd twee min of meer spiegelbeeldige kleppen. Bij de top zitten die aan elkaar vast met een band en ze kunnen stevig dichtgetrokken worden met sluitspieren. Zo is het weekdier beschermd tegen vijanden en uitdroging, mocht de schelp aanspoelen op het strand. Dat helpt niet 100% overigens, want meeuwen slikken niet alleen krabben compleet in, maar ook schelpen. Het maagzuur vergruist de schelp en dat komt met braakballen weer naar buiten. Op onderstaande foto's zie je daarvan het resultaat.

Braakbal met mosselresten
linksboven in het zilvermeeuwnest

Verdroogde meeuwenbraakbal met mosselresten

Schelpen bestaan uit drie lagen. De stevigheid is te danken aan de middelste laag (porseleinlaag), die het dikste is. Vanbinnen krijgt dat porselein vaak een glad afgewerkte voering van parelmoer en vanbuiten een dunne opperhuid, die van lege kleppen kan afbladderen. Dat laatste gebeurt vrij snel als lege schelpen aanspoelen op het strand.


zaterdag 28 september 2024

Glibberen door de blubber om boomkikkers te zien

In de meivakantie waren we in Limburg en één van de natuurgebieden die al heel lang op onze "to do-lijst" stond was De Doort, in de buurt bij Echt. In het voorjaar zijn hier onder andere boomkikkers actief. Waarnemingen van deze beschermde soort zijn niet gedetailleerd terug te vinden op waarneming.nl, dus we besloten een wandeling te maken die ons alle biotopen van De Doort zou laten zien, in de hoop dat we de kikkertjes onderweg zouden spotten. Toen we de wandeling begonnen was het zwaarbewolkt. Niet per sé het beste uitgangspunt om de boomkikkers te zien, want je kunt deze beestjes van enkele centimeters groot het makkelijkst waarnemen als ze zitten te zonnen op (braam)bladeren. 

We parkeerden de auto en hoorden onze eerste koekoek van dit seizoen; een goed begin! Langs de randen van het bos en de Middelsgraaf speurden we naar boomkikkers maar we zagen niet meer dan een slome vuurjuffer, die nog wat zonnewarmte nodig had om actief te worden.

Vuurjuffer

Voor wie het zich niet meer herinnert: het voorjaar van 2024 was erg nat en daar ondervonden we al snel de gevolgen van. Onze voeten zakten weg in glibberige klei en na korte tijd waren onze schoenen egaal bruingrijs. We waren niet de enigen: een das had ook moeite met de modder en liet een spoor van zijn bezoek achter.

Dassenspoor in de blubber, ook uitgegleden, net als wij

We kwamen maar langzaam vooruit en verdwaalden ergens waar het pad ophield. We hadden in de routebeschrijving blijkbaar een afslag gemist. Door sprokkelhout en modder baanden we ons een weg terug. Hier kwamen andere wandelaars ons tegemoet - voor hen moest de ergste modder nog komen :(. We vroegen of ze wisten waar de boomkikkers zich ophielden. Ze gaven ons een beschrijving, die op dat moment duidelijk leek, maar toen we de eerste vijf aanwijzingen hadden gevolgd en een verharde weg overstaken raakten we alsnog het spoor bijster. Langs een veld dat overeenkwam met de beschrijving van de wandelaars konden we de boomkikkers niet ontdekken. Dus vervolgden we de route in onze eigen beschrijving. Toen we wederom aan de rand van een enorme modderpoel stonden, hakten we de knoop door: we zouden teruglopen naar de verharde weg en dan de kortste route naar de auto nemen. We kwamen dus opnieuw langs het beschreven veldje in het bos. Er was echter één verschil: de zon was doorgekomen. 

Biotoop van de boomkikkers

We besloten nog één keer langs de bosranden te speuren. Zoek de boomkikker!

Zoek de boomkikker

Boomkikkers kunnen hun kleur veranderen van lichtbruin tot donkergroen, dus ze kunnen volledig opgaan in hun omgeving. De bruinzwarte rand doet denken aan een bladrand of takje. De zon kwam verder door en elke keer als we met onze ogen knipperden kwamen er kikkertjes bij. Op het laatst zagen we er veertien!


Met onze modderschoenen klotsten we tevreden naar de parkeerplaats. In principe hadden we een paar honderd meter over verharde weg en zandpad kunnen lopen om de boomkikkers te zien. Dus het modderbad was in dat opzicht geheel overbodig. Bij de auto spraken we nog een ander wandelduo. Zij waren de braamstruiken gepasseerd toen er nog geen zon was en hadden geen enkel kikkertje gezien. Dus 'timing is everything'. 

Meer informatie over boomkikkers vind je op de site van Ravon. 
Op de site van Visit Zuid-Limburg vind je een wandelroute door De Doort (die komt niet precies overeen met onze route). 
Eerder schreef ik dit blogje over boomkikkers. 


donderdag 26 september 2024

Straatchampignons en Toverchampignons zijn gewichtheffers

Tijdens een kort wandelrondje door het Weteringpark kwam ik op diverse plaatsen straatchampignons tegen. Dat het champignons waren zag ik snel, maar dat 'straat' heb ik ontdekt via Obsidentify. In ons land zijn er maar liefst 47 soorten champignons, dus ik ben blij dat ik er nu een specifiek op naam kan brengen :). Het blijkt dat je deze soort makkelijk kunt onderscheiden door de dubbele ring op de steel.

De straatchampignon heeft een dubbele ring op de steel

De plaatjes staan dicht bij elkaar en vrij van de steel. Die op de foto hierboven zijn al wat ouder; aanvankelijk zijn ze lichtroze, zoals op de afbeelding hieronder. Ik heb alles overigens gefotografeerd zoals ik het heb aangetroffen, dus ben niet zelf gaan graven. 

De lamellen zijn in het begin lichtroze en verkleuren later

De straatchampignon is verwant aan onze consumptiechampignon en de weidechampignon. Hij is ook eetbaar, maar dat is gezien de plekken waar-ie groeit meestal geen goed idee. Je kunt er gratis fijnstof of hondenurine bij krijgen :). Ze komen in het algemeen voor op voedselrijke plekken in wegbermen, plantsoenen, tuinen en straten. Nieuw voor mij is het feit dat ze zelfs asfalt opzij kunnen drukken: powerlifting op het fietspad! Ik kwam onderstaand plaatje tegen op Wikimedia.

Foto: Tangopaso - Own work, Wikimedia

Toen ik "straatchampignon en asfalt" googelde, kwam ik nog tot een andere ontdekking. Er bestaat zoiets als de toverchampignon. Ik dacht eerst dat dit een grapje of bijnaam was, maar het blijkt een echte en ook nog zeer bijzondere soort te zijn. Deze paddenstoel ontvouwt zijn hoed volledig voor deze boven de grond komt en is daarmee een gewichtheffer in het kwadraat. Hij kan namelijk stoeptegels optillen. Ik zag onderstaande afbeelding op de site van Paddenstoelen in Friesland. Bekijk daar meer foto's van deze soort.


Hij heeft zijn naam niet te danken aan deze krachtpatserij, maar aan zijn toverbalachtige verkleuringen. Bij beschadiging kleurt de paddenstoel eerst geel en na een minuut bruinrood. Andere champignons verkleuren maar één keer; ofwel geel ofwel rood. De straatchampignon kleurt bijvoorbeeld geel bij beschadiging. 

In 1973 werd de toverchampignon voor het eerst in Nederland gevonden, en wel in het Amsterdamse Bos. Hij is op basis van dit materiaal in 1987 beschreven als nieuwe soort voor de wetenschap! Inmiddels zijn in meerdere provincies exemplaren van deze soort aangetroffen.

Verspreiding Toverchampignon in Nederland

In Europa zijn alleen enkele vondsten bekend uit Vlaanderen (2005), Nordrhein-Westfalen (1995), Engeland (2008) en Polen (2018). Buiten Europa is de toverchampignon nauwelijks aangetroffen. 

Mocht de grond onder je voeten binnenkort wankelen, denk dan niet meteen aan een aardbeving. Er zijn ook andere krachten actief onder de grond :). 
 




zaterdag 21 september 2024

Een vliegend boterbloempje

Op 1 mei van dit jaar maakten we een mooie wandeling door het Duitse deel van het Wormdal, bij Würselen (ten noorden van Aken). We waren even vergeten dat 1 mei een vrije dag is in Duitsland, dus het was tamelijk druk op de route. Het mooie weer had veel Duitse wandelaars en fietsers naar buiten gelokt. Toch deden we mooie natuurwaarnemingen. Terwijl we over een steile helling naar boven liepen, keken we uit over een paar weilandjes waar een groepje reeën zich tegoed deed aan het gras en malse blaadjes van de heggen. Een buizerd met een prooi wiekte weg tussen de bomen en op het pad vonden we een dode spitsmuis. 

Ik was goed bij mijn verstand maar toch zag ik een boterbloempje vliegen. Zoals je begrijpt gaat het hier niet om de gele bloemetjes. Er is een dagactieve nachtvlinder naar deze plant genoemd, waarschijnlijk vanwege de gele vleugels. 

Ik zag een boterbloempje vliegen

De Latijnse naam luidt Pseudopanthera macularia, daar komt de oude Nederlandse naam Panterspanner vandaan. Ik vind het patroon inderdaad meer panterachtig en de vergelijking met een heldergele boterbloem zie ik toch minder. Het vlindertje behoort tot de familie van de spanners. Spannerrupsen hebben op het achterlijf slechts twee paar schijnpoten (andere rupsen hebben er meer): een paar naschuivers aan het uiteinde en een paar buikpoten op korte afstand daarvoor. Het middendeel van het lichaam heeft geen poten en wordt bij het voortbewegen steeds in een boog omhoog gespannen, waarbij het achtereind van het lichaam tot bij de voorste pootparen wordt getrokken. De Nederlandse naam voor de familie van de spanners is afgeleid van deze manier van voortbewegen.

Op onderstaand plaatje zie je de groene rups van het boterbloempje afgebeeld (nr 6). 

By William Butler - https://www.biodiversitylibrary.org
/item/127820#page/7/mode/1up,
Public Domain, Wikimedia

De rupsen kun je nog tot in september zien, het diertje brengt als pop de winter door; in de grond of de strooisellaag. Van eind april tot begin juli kun je de vlinders zien fladderen. Daarvoor moet je wel een beetje geluk hebben, want ze zijn vrij zeldzaam en komen maar op enkele plaatsen in ons land voor. Op het kaartje kun je zien waar je kans hebt om dit vliegende bloempje te zien.

Verspreiding Boterbloempje in 2024
Bron: Waarneming.nl


zaterdag 14 september 2024

Zwartblauwe rapunzel in meerdere kleuren

Na een drukbezette lente en een verdrietige zomer waarin onze laatste tante ziek werd en overleed, pak ik eindelijk de blogdraad weer eens op. Na een mooie meivakantie in Limburg heb ik deze zomer weinig meegekregen van de natuur. We raceten op en neer naar Limburg en zagen vooral het ziekenhuis en de hospice van binnen. Voor de komende blogjes moet ik dus putten uit de lentefoto's en belevenissen. Niet zo actueel nu de herfst op het punt staat te beginnen, maar hopelijk wel lezenswaardig. 

Heerlijk wandelen in het Savelsbos

Eind april maakten we een wandeling in het Savelsbos dat, zeker in het voorjaar, sprookjesachtig mooi is. Voor we op pad gaan kijk ik altijd op waarneming.nl of er bijzonderheden zijn gemeld zodat we die, waar mogelijk, in de route kunnen opnemen. Die dag viel mijn oog op de zwartblauwe rapunzel. Deze plant is in Nederland zeldzaam tot zeer zeldzaam en bedreigd. In de afgelopen 70 jaar zijn de aantallen van de rapunzel met 50-75% afgenomen door verruiging, verzuring en vernatting. Een lot dat menige 'kieskeurige' plant ten deel is gevallen. Bij zeldzame planten wordt de precieze locatie verborgen op waarneming.nl om te voorkomen dat 'liefhebbers' de planten opgraven of op andere manieren verstoren. Het was dan ook nog maar de vraag of we de mooie rapunzel zouden tegenkomen. Ik had 'm nooit in het echt gezien, dus ik hoopte er wel op. Ik had geluk, onze wandelroute leidde ons het bos in en al snel zagen we meerdere planten langs het pad. Ze vielen meteen op door de aparte vorm.

Zwartblauwe rapunzel

Aanvankelijk zijn de kroonbladen vergroeid als een smalle kromme buis, na enige tijd splijten de vijf kroonbladen in het onderste deel van de bloem en vormen een soort open lantaarntje (zie de foto hieronder). Het bovenste deel van de kroon blijft vergroeid. De stijl met twee stempels piept door het gespleten deel naar buiten. 
Voor de zekerheid checkte ik mijn waarneming met Obsidentify, en ik kreeg een zekerheidsscore van 100%. Hommels zijn erg blij met deze plant; en ondanks het nog wat koele weer zag ik toch een weidehommel aan de onderste open bloemetjes bungelen. De hommel had al heel wat stuifmeel verzameld; de pollenkorfjes op de poten bevatten een flink geel bolletje van dit voedsel.


Erg blij met deze waarneming liepen we verder over het pad. Plotseling viel mijn oog op een witte bloem, die er net zo uitzag als de zwartblauwe rapunzel. Maar die zou toch niet voor niets 'zwartblauw' heten? Obsidentify meende met 100% zekerheid dat dit de witte rapunzel betrof, een nog zeldzamere plant. Ook de validator (geen computer maar een mens :)) van waarneming keurde mijn via Obsidentify ingevoerde waarneming goed. Wow. 

Zwartblauwe rapunzel, witte variant

Maar helaas; er zat een addertje onder het gras. Bij zeldzame gevallen controleert een andere controleur de controleur (validator). En die mailde ons dat dit de witte variant van de zwartblauwe rapunzel is. De echte witte rapunzel heeft breed eironde tot eirond-lancetvormige wortelbladeren, die in tegenstelling tot bij de zwartblauwe rapunzel dubbel gezaagd of dubbel gekarteld zijn, maar soms zijn ze ook ongelijk gezaagd of gekarteld (wie volgt het nog? :)). Midden op het blad zitten soms zwarte vlekken. Op de plek van mijn waarneming was nog nooit een echte witte rapunzel gezien. Check, check, dubbelcheck is in dit geval maar goed ook.

In ieder geval had ik zelf weer wat bijgeleerd!