woensdag 14 februari 2024

Wat is er te zien aan de wilg?

Reeuwijkse Plassen

Toen ik eind januari nog eens langs de Reeuwijkse Plassen wandelde was het een lente-achtige dag. De wilgen hadden geen sappegels meer. Maar deze keer lette ik op andere dingen aan de wilg. Vergeleken met eiken en beuken worden wilgen niet zo oud, ergens tussen de 40 en 60 jaar. Toch is het een 'levendige' boom met heel wat kostgangers. Anders dan bij andere bomen, waarop je vooral vogels en insecten tegenkomt, heeft de wilg ook planten als al dan niet genode gast. Dat geldt vooral voor de knotwilgen. In het geknotte deel hoopt water op en dat zorgt ervoor dat het houtige deel van de boom langzaam kan wegrotten. Uiteindelijk blijft alleen de schors over en de dunne bastlaag waarin het transport van voedingsmiddelen en water plaatsvindt. Het kernhout (dat zorgt voor stevigheid van de boom) is dan volledig weggerot. 

Het kernhout van deze wilg is weggerot

Omdat de vitale functies nog in tact zijn, kan de boom het zo nog wel heel wat jaartjes volhouden, maar de wind heeft natuurlijk meer vat op de boom. Dus de kans dat hij omwaait wordt met het jaar groter. Afijn, terug naar de plantengasten. In de holtes van de wilg staat vaak wat water en dat is de plek waar plantenzaden kunnen kiemen. Ik besloot eens te kijken wat er zoals groeit in de wilgen en kwam tot onderstaand overzicht. 

Wilg met zuring

Wilg met (eik?)varen

Wilg met gedraaid knikmos

Wilg met kleefkruid

Wilg met gras en braam

Wilg met fluitenkruid

Wilg met vlier (de lichte takken vooraan)

Al met al een hele selectie en dit zijn dan nog maar de planten die in de winter opkomen! Dus het is de moeite waard de komende tijd wilgenlaantjes eens beter te observeren. 
Natuurlijk zijn ook de wilgenkatjes momenteel niet te missen. De haartjes zijn gevuld met lucht, daarom hebben ze een witte kleur. Die lucht isoleert goed en zo beschermt dit bontjasje de (vaak gele) bloemen tot de temperatuur mild genoeg is om uit te komen. 

Wilgenkatjes. De witte haren beschermen de bloemetjes tot het warm genoeg is

Ik zag ook katjes met een erg rode kleur. Zo bont heb ik het nog nooit meegemaakt. Obsidentify kwam niet verder dan 'ongespecificeerde wilg' en ook een nadere zoektocht leverde weinig op. Het enige dat ik ontdekte is dat er kweekvarianten zijn met rode katjes. Misschien dat die zich gekruist hebben met wilde katjes. Wie een betere verklaring heeft mag het zeggen!

Deze katjes hebben een opmerkelijk rode zweem

Ook na het fotograferen van deze katjes was ik nog niet uitgekeken op de wilgen. Dit jaar zag ik in deze bomen erg veel wilgenroosjes.
 
Wilgenroosjes

Wilgenroosje

Deze speciale vorm ontstaat doordat een wilgenroosjesgalmug een eitje legt in de stengel van de boom. Samen met het eitje brengt dit galmugje ook een chemisch stofje in de tak, dat een woekering veroorzaakt. In feite worden de stengeldelen erdoor verkort waardoor de bladeren veel dichter op elkaar staan dan normaal. Dat ziet er uit als dit roosje. De larve van de galmug leeft in dit roosje en als ze volgroeid is, knaagt ze zich een weg naar buiten. In de winter verkleurt het roosje bruin en is deze boomgal aan de kale takken goed te zien. 

Aan het eind van de wandeling zag ik dat er onlangs nog geknot was, takkenhopen lagen in bundels klaar. Ik hoop dat ze hiervan takkenrillen maken. Het is dan een fijne schuil- en nestplaats voor vogels zoals het winterkoninkje, voor reptielen en insecten. 

Wilgentakken zijn prima voor het maken van rillen






maandag 5 februari 2024

IJsgors; een nieuwe soort op onze vogellijst

Amsterdamse Waterleidingduinen bij ingang Panneland

In de winter maken we vanuit de ingang Panneland meestal een wat langere tocht door de Amsterdamse Waterleidingduinen. Die voert ons naar het infiltratiegebied achter het Zwarteveld. In dit jaargetijde zijn daar vaak mooie vogelsoorten te bewonderen zoals wilde zwanen, brilduikers, krooneenden en grote zaagbekken. "Ik hoop dat we iets bijzonders zien vandaag", zei ik bij het begin van de wandeling. Niet met wat bepaalds op het oog overigens, want ik had het idee dat we niks 'nieuws' tegen zouden komen. Maar met hoop is niks mis toch? We zijn geen soortenjagers; ik moet er niet aan denken om met tientallen andere fotografen op een kluitje naar één vogeltje te turen. In Alphen vloog er eens een kerkuil. Deze werd door alle kijkers zo opgejaagd dat hij niet meer aan rusten toekwam. Geheel verzwakt is hij van uitputting gestorven. Zo hoort het niet te gaan in de natuur. 

Vaak vinden we niet de soorten waar we voor gaan. Zo ook deze keer. Vrij snel zagen we een aantal brilduikers en ook de grote zaagbekken lieten zich goed spotten met de verrekijker. Wilde zwanen kregen we echter niet in het vizier. We speurden alle boomtoppen af naar een overwinterende klapekster, maar helaas. Het ging niet zo als de keer wat we op de Delleboersterheide (Friesland) waren. We liepen een heuvel op en gingen even op een bankje zitten. "Eens kijken kijken waar die klapekster zit", zei ik voor de grap, en zag meteen de witte vogel in een boom zitten. Dat was de snelste waarneming ooit :). 

Een van de sloten zat vol met slobeenden. Krooneenden hadden we al eens eerder gezien, maar meestal erg verstopt achter vegetatie. Nu zat een groep van 24 eenden, het merendeel mannetjes, goed in het zicht. Deze prachtige eenden met hun vosrode kop, rode snavel en rode ogen dobberden om de bruin gekleurde vrouwtjes heen

Krooneenden

In het infiltratiegebied vonden we geen wilde zwanen

Voor ons in het zand was een groep van een stuk of 15 vogels aan het fourageren. We konden ze niet meteen thuisbrengen. We speurden door onze verrekijker en hadden al snel door dat het gorzen waren. Maar welke? De rug van de vogels had een mooie tekening van helder kastanjebruin, beige en zwart. Op de kop viel een soort driehoekige lichte streep op. Sommige vogels hadden een zwarte kop. Helaas had ik net mijn camera in mijn rugzak opgeborgen. Ik durfde 'm niet te pakken, bang dat de vogels op zouden vliegen en verdwijnen. Ruim een kwartier kregen we de kans om alle details in ons op te nemen. Prachtige vogels die we zeker niet eerder gezien hadden. Het bleken ijsgorzen te zijn. Een tamelijk zeldzame soort die in Nederland slechts een paar honderd overwinteraars kent. Tijdens de najaarstrek (half september tot half november) is de beste tijd om de vogels waar te nemen, maar dan nog gaat het om kleine aantallen. Heel bijzonder is dat we er twee zagen die al duidelijk hun zomerkleed begonnen te krijgen.

IJsgors. Foto: Wildreturn - Wikimedia

 
IJsgors in zomerkleed (m en v).
Bron: Internet Archive Book Images - Wikimedia

IJsgorzen broeden op de toendra op schaars begroeide grond met zegge, gras en hei, waar ze leven van vliegen en vliegenlarven, maar ook kevers, spinnen en wormen. In de winter eten ze zaden van granen, grassen, zuring, muur en weegbree. In ons land zijn ze dan voornamelijk in de kustgebieden te vinden. De hier overwinterende ijsgorzen broeden in Groenland, Lapland en Siberië. Dit is vastgesteld door ringenonderzoek. Zo werd in 2004 een in Uithuizen (Groningen) geringde ijsgors dood aangetroffen in Ammassalik, Groenland, op ruim 2700 kilometer van het ringstation. 
In 2003 waren we in Ammasalik, waar ik onderstaande foto nam. We hebben daar geen ijsgorzen gezien, maar wel sneeuwgorzen. Die twee soorten worden regelmatig in elkaars gezelschap gezien. 

In Ammassalik (Groenland) werd in 2004 een in Groningen geringde ijsgors gevonden

Mijn wens is dus uitgekomen; we hebben die dag iets bijzonders gezien. Het laatste deel van de wandeling kwam de zon steeds meer door, Beschut door de duinen liepen we uit de wind na te genieten van de mooie waarnemingen.

Een zonnig einde van onze wandeling

dinsdag 30 januari 2024

Een nieuwe lente, een nieuw geluid

Lentegevoel terwijl de bomen nog kaal zijn 

Afgelopen weekend scheen de zon volop en de temperaturen lagen een stuk hoger dan de weken ervoor. Je zou denken dat de lente is aangebroken, maar voor het zover is hebben we nog een tijdje te gaan. Voor degenen die goed opletten zijn er toch al heel wat signalen van ontwakende natuur. Juist om de laatste winterweken sneller door te komen, begin ik elk kalenderjaar met het speuren naar vogelgeluiden. De eerste keer dat ik bepaalde vogels weer hoor zingen, is een mijlpaal. Afgelopen weekend heb ik drie wandelingen gemaakt en ik heb de volgende lentesignalen opgepikt. Ik illustreer ze met tekeningen van Jos Zwarts, die de essentie van vogels erg goed weet te raken naar mijn mening. Hij heeft zijn tekeningenarchief gedoneerd aan Wikimedia. De linkjes op de vogelnamen verwijzen naar mijn eerdere blogs over de betreffende soort, waarin vaak ook een filmpje van of verwijzing naar de betreffende vogelgeluiden zit. Dus wie wil, kan gaan oefenen :). 

Eksters

Vlak bij mijn huis zag ik twee eksters die druk bezig waren hun nest te repareren. Eksters doen 40 dagen over het bouwen van een volledig nieuw nest, dus als het kan fatsoeneren ze liever hun stulpje van vorig jaar. Dat is een stuk minder werk. 

Kauwtjes

Ook kauwtjes zaten al in koppels van twee in de bomen, knus tegen elkaar aan verliefd te wezen. Kauwtjes gaan een paarband voor het leven aan, letterlijk in zowel 'goede tijden' als 'slechte tijden'. 

Pimpelmezen en koolmezen zingen al volop. De zang van pimpelmezen wordt wel vergeleken met een (zilveren) belletje, koolmezen maken een soort pompend geluid. Deze guitige vogeltjes met hun geel/zwart of geel/blauw verenkleed zijn opvallende verschijningen in de tuin.

Koolmees

Pimpelmees
Minder kleurrijk maar overduidelijk aanwezig in mijn tuin zijn huismussen. Bij de voerdertafel tsjilpen ze dat het een lieve lust is. Dat doen ze niet alleen in de lente, maar ook tijdens de winter. Met deze drie vogelsoorten hebben we ook meteen de top 3 te pakken van de tuinvogeltelling die afgelopen weekend plaatsvond. De huismus staat op nummer 1 en is ruim 320.000 keer geteld. Nummer 2 was de koolmees met ruim 200.000 exemplaren. De pimpelmees werd ruim 140.000 keer genoteerd. 


Huismussen

Heggenmus
Ik vervolgde mijn ronde door de buurt en zag hazelaarkatjes in bloei, in lange gele sliertjes bewogen ze langzaam in de wind. Mijn aandacht werd echter nog door iets anders getrokken: het 'piepende wieltje' ofwel het geluid van de heggenmus. Dat is geen familie van de huismussen en het vogeltje heeft een apart liefdesleven. 

Nog geen 200 meter verderop hoorde ik weer een andere zang. Ik moest even goed luisteren en bedacht toen dat het de vogel was die me elk jaar in verwarring brengt. De zanglijster moet namelijk 'op stem komen', ofwel zijn liedje begint in januari altijd wat krakemikkig. In het begin van onze vogelzangcarrière dachten we vele jaren geleden een nieuwe soort te hebben gehoord. We lieten een opname horen aan een bevriende vogelaar. Hij begon te lachen en zei: het is een zanglijster die nog aan het oefenen is :). 


Zanglijster

In de polder bij Aarlanderveen liep ik het klompenpad. Het wemelde er van de smienten en meerkoeten. Heel blij werd ik van de wulpen, die zowaar al hun jodelende zang lieten horen. 

Wulp

Veel meerkoeten hielden zich nog op in groepsverband, zo brengen ze de winter door. Ik zag echter ook al regelmatig paartjes die zich van de groep hadden afgezonderd. Zoals deze, grazend achter een els waarvan de katjes al aardig op weg waren om uit te komen.

De els staat op het punt om te gaan bloeien. Een koppel meerkoeten graast erachter

Ook de futen die ik tegenkwam gaven nog verschillende signalen af: de ene was nog in zijn witte winterkleed, maar ik zag ook een fuut met de mooie oranje blosjes van het broedkleed.

Fuut in winterkleed

Fuut in broedkleed

Voor wie het wil horen en zien is de lente (toch) al begonnen :). Zowel in de stad als op het land is er al van alles te beleven.

En de winnaar is....

Aritha Vermeulen heeft het stoepplantjesalbum gewonnen. Ze geeft aan dat het een mooie stok achter de deur is om vaker een ommetje in de buurt te maken. Veel plezier ermee!


woensdag 24 januari 2024

Stoepplantjes en een winactie

Eind vorig jaar bladerde ik online nog eens door het assortiment van de KNNV-uitgeverij en stuitte daarbij op het Stoepplantjesalbum. Een boekje in de sfeer van Jac. P. Thijsse's Verkadealbums, want er zitten plaatjes bij die je zelf moet inplakken. Anno 2024 zijn ze wel voorzien van een zelfklevend laagje :). Mijn interesse was gewekt, want ik wilde me al langer eens verdiepen in die kleine plantjes die niet altijd makkelijk te herkennen en op naam te brengen zijn. Nu kun je natuurlijk altijd met een determineerboek of de Obsidentify app bij de hand in bermen en langs stoepranden gaan speuren, maar het leuke aan dit boekje vond ik dat je gericht kunt gaan zoeken om de verzameling plantjes in dit boekje (52 in totaal) 'compleet' te krijgen. Je “mag" pas een plaatje inplakken als je de plant bloeiend hebt gezien. 

Het stoepplantjesalbum roept
herinneringen op aan de Verkadealbums

Afijn, ik besloot het boekje aan te schaffen (zoals je weet maak ik nooit gebruik van gesponsorde producten). Nu de sneeuw verdwenen is werd het tijd om eens een rommelhoekje in mijn tuin te inspecteren op 'stoepplantjes'. Een begrip dat overigens in 2019, bij de start van het project, is verzonnen door de Hortus in Leiden, om het onooglijke onkruid in een positiever daglicht te stellen. Omdat gemeenten geen gif meer spuiten, blijven de plantjes op bepaalde plekken staan en vervullen daar hun rol als voedselvoorziener voor insecten. Zo kun je er dus vaker een tegenkomen en is het leuk om te weten wat het voor plantje is.

Stoepplantjes

In het overhoekje stond van alles door elkaar. Robertskruid en hondsdraf herkende ik meteen al, met name omdat daar veel van stond. Helaas kan ik die nog niet afstrepen, want het duurt nog even eer die gaan bloeien. Hondsdraf heeft kenmerkende vierkante stengels en een leuk weetje uit het album is dat men vroeger (voordat er hop werd toegepast) een kruidenmengel met hondsdraf gebruikte om bier te conserveren en een bittere smaak te geven. Robertskruid bloeit met leuke roze bloemetjes, reden waarom ik het plantje ooit gedoogde in de tuin. Maar het zaait zich wel erg makkelijk uit. 

Robertskruid

Hondsdraf
Tussen deze soorten zag ik ook de eerste blaadjes van de kleine veldkers. Een plantje dat zich ook makkelijk uitzaait, maar het is erg lekker in salades. Flink wieden om er van te smullen!

Kleine veldkers
De kleine veldkers heeft piepkleine witte bloemetjes; die waren echter nog niet te bekennen, dus helaas pindakaas, ook hier geen sticker plakken in mijn album. Gelukkig bracht onze nationale bloem uitkomst. Een madeliefje heb ik bloeiend aangetroffen op deze winderige dag! De eerste sticker is geplakt en het is wel mooi om de opvallende datum 24/1/24 te noteren als eerste waarneming bij de notities. 

Madeliefje

Yes! De eerste waarneming is gedocumenteerd!

Win een stoepplantjesalbum!

Zoals eerder aangekondigd is mijn blog de 100.000 views gepasseerd. Daarom doe ik een winactie. Wil je dit jaar ook gaan speuren naar stoepplantjes? Ik stel één exemplaar van het Stoepplantjesalbum (ter waarde van Euro 24,95) ter beschikking. Om voor de prijs in aanmerking te komen, moet je een mail sturen naar mijn gmailadres. Je vindt dat mailadres op deze pagina van mijn blog. Zet in de titelbalk 'winactie stoepplantjesalbum'. Je kunt meedoen tot en met zondag 28 januari 2024. Uit de lijst van degenen die uiterlijk zondag een mail hebben gestuurd trek ik willekeurig een naam. Als je de winnaar bent krijg je van mij een mail en vraag ik om je adresgegevens (ik laat het boek na bestelling rechtstreeks bij jou bezorgen). 


Tenslotte: 
Van 26 t/m 28 januari is weer de jaarlijkse tuinvogeltelling. Tel je mee?





zaterdag 20 januari 2024

Ranstijd voor de vossen

In Alphen aan den Rijn is afgelopen week maar een beetje sneeuw gevallen. Zeker niet de hoeveelheid die door familie en vrienden in Limburg gerapporteerd werd :). Voor mijn werk moest ik afgelopen donderdag in Haarlem zijn en ik zag dat daar een dikker laagje van dat witte fluffy spul lag. Op zaterdagochtend besloten we ons geluk te beproeven in de Amsterdamse Waterleidingduinen, hier konden we nog een echte sneeuwwandeling maken!

In de Amsterdamse Waterleidingduinen lag nog genoeg sneeuw voor een witte winterwandeling

Sneeuw maakt het leven in de winter wat lichter - als je tenminste niet over supergladde wegen door een flinke bui naar je werk hoeft te glibberen. En natuurlijk wordt de spoorzoeker in mij weer wakker, want in de sneeuw kun je veel meer sporen zien dan op een verhard pad of het gras. 

We zagen veel hertensporen en ook de sporen van een konijn, die zijn achterpoten voor de voorpoten plaatst omdat hij "haasje over" springt. 

Afdrukken van damhertenhoefjes in de sneeuw,
de achterpoot wordt deels over de afdruk
van de voorpoot geplaatst

Prenten van konijnenpoten. De twee
(grotere) bovenste afdrukken zijn van de achterpoten

Op een gegeven moment hoorden we een opvallend geluid. Gezien de tijd van het jaar dacht ik meteen aan vossen. Het is nu de paartijd van deze mooie dieren en daarbij maken ze geluid om hun territorium af te bakenen en het andere geslacht aan te trekken. We waren erg verrast om dit zo te horen. We slopen iets naderbij om het geluid op te nemen. Dit is redelijk gelukt, en je kunt dit geluid horen in een filmpje door hier te klikken. Misschien moet je het volume op je apparaat wat hoger zetten. Het geluid klinkt wat onheilspellend, en dan hebben we nog niet de meest sinistere geluiden gehoord. Daarvoor kun je de vossenkreten in dit National Geographicfilmpje beluisteren. Wie wel eens naar de detective Midsomer Murders kijkt, weet dat daar in de nachtelijke uren ook vaak een schreeuwende vos wordt opgevoerd om de suspense te vergroten. Dank zij de sneeuw konden we de loopsporen van de vossen (we zagen de sporen van een grote en een wat kleinere vos) makkelijk ontdekken. 


Zoveel sporen hadden we van dit dier nog nooit bij elkaar gezien. Ze hebben hier echt een territorium. In het filmpje kun je zien dat ik een van de sporen volg. Het hield op bij een kanaal met een richel ongeveer één meter voor de waterkant. Wellicht hebben ze daar ergens een hol. De vos(sen) zelf hebben we niet gezien. In 2013 hadden we dat geluk wel. Op 28 januari zagen we een vos in zijn prachtige paarkleed, dik en mooi oranjebruin.

Ook in 2013 lag er wat sneeuw in januari

Tijdens de paartijd zijn vossen op hun mooist

In december en januari gaan de rekels (mannetjes) op zoek naar een vrouwtje (moertje), het keffen/schreeuwen hoort daar bij. Het mannetje is alleen in deze maanden vruchtbaar, het vrouwtje gedurende drie weken. Het moertje maakt in die weken geluid om een mannetje te lokken. Na de paring worden zo'n twee maanden later de jongen geboren in een hol onder de grond. Dat hol wordt de rest van het jaar niet of minder gebruikt. De vossen schuilen dan op andere plekken, zoals bijvoorbeeld dit leger. Bij de geboorte zijn de oogjes van de jongen gesloten, het duurt twee weken eer die open gaan. Het moertje zoogt de jongen en de rekel zorgt dat zij genoeg te eten heeft. Na zes weken komen de kleintjes buiten het hol en gaan dan over op vast voedsel. We hebben ooit in het struikgewas een aantal jonge vosjes zien spelen, dat was een geweldige waarneming die we helaas niet konden filmen of fotograferen. In het begin jagen de vosjes nog niet zelf, maar de oudervos brengt een prooi mee die de jonge vossen op een eigen plekje gaan opeten. 

Jonge vosjes. Foto "Mike" Michael L. Baird, wikimedia

Al met al hebben we weer een aantal mooie waarnemingen gedaan op deze winterse dag!

Vossensporen naast mensensporen

Bekijk ook eens het filmpje dat ik een aantal jaren geleden maakte over vossensporen, door hier te klikken. Wil je meer weten over sporen dan is mijn boekje Speuren naar Sporen een mooie introductie in het onderwerp. Meer informatie via deze link of kijk op de pagina 'boeken' in mijn blog.

PS Ik ben de winactie niet vergeten, maar hiervoor moet ik op zoek naar plantjes die nu even onder de sneeuw verborgen zijn. 

woensdag 10 januari 2024

IJspegels van boomvocht

Allereerst wens ik alle lezers en abonnees van mijn blog een mooi, gezond en hopelijk vredig(er) 2024. Met veel mooie natuurervaringen natuurlijk!

Reeuwijkse Plassen

Afgelopen maandag was het weer eens tijd voor ons jaarlijkse winterbezoek aan de Reeuwijkse Plassen. Hiervan heb ik in de afgelopen jaren regelmatig verslag gedaan in deze blogjes. In de nacht van zondag op maandag had het voor het eerst gevroren. Sloten waren dichtgevroren, maar nog lang niet overal. Toch was het op de plas al weer een drukte van belang met duizenden smienten en overige eenden. Dat is altijd een indrukwekkend gezicht. Om dat te ervaren kun je de filmpjes bij de eerdere blogjes bekijken. Wij hebben deze keer echter nog een ander interessant fenomeen waargenomen. Langs de Lecksdijk staat een flinke rij knotwilgen. Bij zeker 15% van die bomen zagen we ijspegels uit de schors komen. Er was vocht uit de stam gedropen en dit was zelfs bij de matige vorst van -1 graad Celsius tot een indrukwekkende pegel gevormd.

Een nieuw verschijnsel voor mij. Ik doe navraag bij Naturalis

Het vocht kwam uit scheuren in de schors en de pegel had een beigebruine kleur. Echt verklaren konden we dit verschijnsel niet. Thuis gekomen probeerde ik op internet meer aan de weet te komen over deze 'boompegels', maar ik kon niets vinden. Vervolgens probeerde ik uit te vinden waar je natuurvragen kunt stellen en ik kwam erachter dat Naturalis zo'n service heeft. Ik stuurde hen maandagavond een mail en kreeg woensdagochtend al antwoord van een informatiespecialist. Zij liet me weten dat ze een paar jaar geleden een vergelijkbare vraag hadden gekregen. Zelfs de Naturalis-specialist, houtanatoom Pieter Baas, wist het antwoord niet onmiddellijk. Hij heeft toen geïnformeerd bij (internationale) collega's over het fenomeen van de bloedende knotwilgen. 

Met internationale hulp wordt het verschijnsel ontrafeld

"Peter Gasson uit Kew Gardens (UK) stuurde hem een link over "rotting willows", informatie die helaas niet meer online staat, maar het heeft ermee te maken dat een wilg als gevolg van knotten makkelijk een bacteriële aantasting van het hout kan oplopen. Daar zal de wilg niet snel aan doodgaan, maar hij gaat wel over tot slijmproductie die door groeven in de bast naar buiten kan treden. Dat slijm kan onder winterse omstandigheden bevriezen en gekleurde pegels vormen. Met een beetje vorst kun je dus meerdere knotwilgen met slijmpegels tegenkomen", zo werd mij verteld door de informatiespecialist van Naturalis. 

Het raadsel is opgelost!
Zo heb ik weer wat geleerd en jullie ook :). Mocht je nog een winterwandeling kunnen maken tijdens deze (korte) vorstperiode, let dan eens extra op knotwilgen. Zie je deze pegels ook? Laat het me weten via de reactiemogelijkheid onder deze blog. 

Overigens is mijn blog rond oud en nieuw de 100.000 views gepasseerd (en we naderen de 500ste blog; dit is nummer 490). Een mijlpaal waar ik binnenkort een winactie aan koppel! Dus houd mijn blog in de gaten (of abonneer je op automatische e-mails als er een nieuwe blog verschijnt). 



vrijdag 8 december 2023

Verbijsterende besjes

Terwijl er in het oosten en noorden van het land een sneeuwdek lag, hebben we hier in het westen geen sneeuw gezien. Het was deze week wel berekoud en er stond een gure wind. 

Koperwiek op cotoneaster, foto: MFP wikimedia

Vogels en andere dieren moeten nu veel moeite doen om warm en op gewicht te blijven. De afgelopen weken hebben merels maar vooral een hele troep gezellig tjilpende mussen de vuurdoornbesjes in onze tuin opgegeten. In de nieuwsbrief van Nature Today las ik deze week een interessant bericht over bessen en vogels. Bessen zijn energie- en vitaminebommetjes waarmee struiken en bomen vogels overhalen om er van te eten. Wat ze daarvoor terug hopen te krijgen is dat de zaden door de vogels op een andere plek worden uitgepoept en daar ontkiemen. Verspreiding van de soort dus. Dit was voor mij het bekende verhaal. 

Duindoornbessen

Waar ik minder bij stil stond, is dat dit niet altijd geldt. Vogels die de zaden uitpoepen heten zaadverspreiders. Er zijn echter ook zaadpredatoren: die laten de zaden verdwijnen door ze in hun maag helemaal te verteren. De goudvink is zo'n zaadpredator.

Goudvink (man) 
Foto: hedera.baltica from Wrocław, Poland - wikimedia

Dan zijn er vogels die het zaad niet opeten (om later uit te poepen), maar die het zaad ter plekke verwijderen, dit zijn de zogenaamde opportunisten. De zaadjes vallen dan onder de boom of struik en dat is niet handig. Op die plek is te weinig licht en te veel concurrentie voor de zaden om te kiemen en uit te groeien tot een volwassen boom of struik. 
Wat ik ook heel apart vind, is dat één vogelsoort verschillende 'rollen' kan hebben. Zo is de houtduif voor sommige plantensoorten een zaadverspreider en voor andere een zaadpredator. Mezen kunnen voor bepaalde plantensoorten zaadpredator of een opportunistische vruchteter zijn en heel soms ook zaadverspreider.

Als je het idee hebt, dat planten dit willoos moeten ondergaan, dan is dat niet juist. Eerder schreef ik deze blog over hoe bomen zich te weer stellen tegen reeënvraat. Ook bessen hebben afweermechanismen. Om te voorkomen dat bepaalde zaadpredatoren ervan gaan snoepen, hebben sommige bessenstruiken gezorgd dat voor juist die specifieke vogels de zaden giftig, vies of te hard zijn. Alles om te voorkomen dat de zaadpredatoren ermee aan de haal gaan. De sleedoorn heeft bijvoorbeeld zaden met een harde schil. De verdediging van de bessenstruiken is niet gericht op de vogels die de zaden daadwerkelijk verspreiden en profiteren van het vruchtvlees, zij mogen de smakelijke bessen eten als onderdeel van een 'eerlijke deal'. 


Je kunt vogels de winter door helpen met een voederhuis, maar bessenstruiken zijn ook een belangrijke voedselbron voor vogels in het koude jaargetijde. Bekijk deze bessenkalender van de Vogelbescherming en plant een of meer struiken in je tuin. Dan kun je zelf ontdekken of je een zaadverspreider, zaadpredator of een opportunistische zaadeter in je hofje hebt :). 


vrijdag 1 december 2023

Boomklever in beeld

Ik zocht wat foto's voor een Sinterklaassurprise en in één van de mapjes met familiefoto's kwam ik deze afbeeldingen van de boomklever tegen. Ik spotte de vogel al weer heel wat jaren geleden tijdens een wandeling in het kleine, maar oh zo mooie Danikerbos

Boomklever

Al wandelend tussen de kale bomen zul je ze eerst horen. Hun luide sjuup-sjuup-roep is niet te missen. Met een beetje geluk zie je daarna het vogeltje met zijn bruine buik en grijze rug langs de boomstam omhoog en omlaag sprinten. Dat ze ook naar beneden kunnen lopen is uniek in de vogelwereld; er is geen andere vogelsoort die dat ook kan. Boomkruipers zie je ook vaak op de stam lopen, maar zij kunnen alleen omhoog kruipen; naar beneden moeten ze vliegen.

Als het over de natuur gaat, horen we vaak sombere berichten, maar met de boomklever gaat het in Nederland gelukkig erg goed. Sinds de jaren zeventig is het aantal broedparen verviervoudigd, van 10.000 naar 40.000. In de winter kun je nog meer van deze vogel genieten, want dan krijgen we er nog zo'n 30.000 overwinteraars bij. De boomklever is een echte bosvogel, die afhankelijk is van oude loofbomen. Pas na een jaar of 30 worden bomen interessant voor boomklevers. Liever nog hebben ze bomen van meer dan 50 jaar oud. En juist die bomen nemen in ons land in aantal toe omdat er in de vorige eeuw veel loofbomen zijn aangeplant. Bovendien is het bosbeheer in de loop van de jaren veranderd ten gunste van oude bomen en staande dode stammen. Dit hielp ook de grote bonte specht. De holen die de spechten uitkappen worden bij leegstand graag gebruikt door boomklevers. Omdat ze kleiner zijn dan spechten, hebben de boomklevers niet zo'n grote nestopening nodig. Dat lossen ze op door de opening gedeeltelijk dicht te metselen. Grappig is dat de vogeltjes zo graag metselen, dat ze altijd een metselwerkje maken; ook als de nestopening al het juiste formaat heeft. In dat geval 'kleien' ze in de buurt iets. 

Dat boomklevers omlaag kunnen lopen langs de stam is uniek in de vogelwereld

In het najaar kun je de vogels nog goed horen. Boomklevers bezetten jaarrond een territorium. In het najaar gaan de jonge vogels op zoek naar een eigen stek. Daarbij komen ze vaak in bezet gebied, waarbij de territoriumeigenaar luid van zich laat horen!

De boomklevers zijn vanuit het zuiden en oosten van het land opgerukt naar het westen. In onze boomloze polder zie je ze natuurlijk niet, maar in oude parken kunnen ze wel voorkomen. Ben je benieuwd of je een boomklever in je tuin of straat tegen kunt komen? Natuurlijk moeten er dan wel oude bomen staan :). Op mijnvogeltuin kun je je postcode invullen en zien welke vogels in jouw buurt voorkomen.

Zo ziet het plaatje eruit voor mijn straat:


Op de boomkruiper na zie ik ze met regelmaat in mijn tuin. De boomkruiper hoor en zie ik vaak als ik een ommetje maak in het park bij ons huis. Geen boomklever dus, maar genoeg andere mooie soorten om van te genieten!