maandag 5 februari 2024

IJsgors; een nieuwe soort op onze vogellijst

Amsterdamse Waterleidingduinen bij ingang Panneland

In de winter maken we vanuit de ingang Panneland meestal een wat langere tocht door de Amsterdamse Waterleidingduinen. Die voert ons naar het infiltratiegebied achter het Zwarteveld. In dit jaargetijde zijn daar vaak mooie vogelsoorten te bewonderen zoals wilde zwanen, brilduikers, krooneenden en grote zaagbekken. "Ik hoop dat we iets bijzonders zien vandaag", zei ik bij het begin van de wandeling. Niet met wat bepaalds op het oog overigens, want ik had het idee dat we niks 'nieuws' tegen zouden komen. Maar met hoop is niks mis toch? We zijn geen soortenjagers; ik moet er niet aan denken om met tientallen andere fotografen op een kluitje naar één vogeltje te turen. In Alphen vloog er eens een kerkuil. Deze werd door alle kijkers zo opgejaagd dat hij niet meer aan rusten toekwam. Geheel verzwakt is hij van uitputting gestorven. Zo hoort het niet te gaan in de natuur. 

Vaak vinden we niet de soorten waar we voor gaan. Zo ook deze keer. Vrij snel zagen we een aantal brilduikers en ook de grote zaagbekken lieten zich goed spotten met de verrekijker. Wilde zwanen kregen we echter niet in het vizier. We speurden alle boomtoppen af naar een overwinterende klapekster, maar helaas. Het ging niet zo als de keer wat we op de Delleboersterheide (Friesland) waren. We liepen een heuvel op en gingen even op een bankje zitten. "Eens kijken kijken waar die klapekster zit", zei ik voor de grap, en zag meteen de witte vogel in een boom zitten. Dat was de snelste waarneming ooit :). 

Een van de sloten zat vol met slobeenden. Krooneenden hadden we al eens eerder gezien, maar meestal erg verstopt achter vegetatie. Nu zat een groep van 24 eenden, het merendeel mannetjes, goed in het zicht. Deze prachtige eenden met hun vosrode kop, rode snavel en rode ogen dobberden om de bruin gekleurde vrouwtjes heen

Krooneenden

In het infiltratiegebied vonden we geen wilde zwanen

Voor ons in het zand was een groep van een stuk of 15 vogels aan het fourageren. We konden ze niet meteen thuisbrengen. We speurden door onze verrekijker en hadden al snel door dat het gorzen waren. Maar welke? De rug van de vogels had een mooie tekening van helder kastanjebruin, beige en zwart. Op de kop viel een soort driehoekige lichte streep op. Sommige vogels hadden een zwarte kop. Helaas had ik net mijn camera in mijn rugzak opgeborgen. Ik durfde 'm niet te pakken, bang dat de vogels op zouden vliegen en verdwijnen. Ruim een kwartier kregen we de kans om alle details in ons op te nemen. Prachtige vogels die we zeker niet eerder gezien hadden. Het bleken ijsgorzen te zijn. Een tamelijk zeldzame soort die in Nederland slechts een paar honderd overwinteraars kent. Tijdens de najaarstrek (half september tot half november) is de beste tijd om de vogels waar te nemen, maar dan nog gaat het om kleine aantallen. Heel bijzonder is dat we er twee zagen die al duidelijk hun zomerkleed begonnen te krijgen.

IJsgors. Foto: Wildreturn - Wikimedia

 
IJsgors in zomerkleed (m en v).
Bron: Internet Archive Book Images - Wikimedia

IJsgorzen broeden op de toendra op schaars begroeide grond met zegge, gras en hei, waar ze leven van vliegen en vliegenlarven, maar ook kevers, spinnen en wormen. In de winter eten ze zaden van granen, grassen, zuring, muur en weegbree. In ons land zijn ze dan voornamelijk in de kustgebieden te vinden. De hier overwinterende ijsgorzen broeden in Groenland, Lapland en Siberië. Dit is vastgesteld door ringenonderzoek. Zo werd in 2004 een in Uithuizen (Groningen) geringde ijsgors dood aangetroffen in Ammassalik, Groenland, op ruim 2700 kilometer van het ringstation. 
In 2003 waren we in Ammasalik, waar ik onderstaande foto nam. We hebben daar geen ijsgorzen gezien, maar wel sneeuwgorzen. Die twee soorten worden regelmatig in elkaars gezelschap gezien. 

In Ammassalik (Groenland) werd in 2004 een in Groningen geringde ijsgors gevonden

Mijn wens is dus uitgekomen; we hebben die dag iets bijzonders gezien. Het laatste deel van de wandeling kwam de zon steeds meer door, Beschut door de duinen liepen we uit de wind na te genieten van de mooie waarnemingen.

Een zonnig einde van onze wandeling

Geen opmerkingen: