dinsdag 4 mei 2021

Nieuwe verzender van de e-mails met blog-updates

Bericht voor alle e-mailabonnees: als je geabonneerd bent op Natuurnotities ontvang je elke keer als er een nieuwe blog is verschenen een e-mail van Google. Google stopt met deze service, maar ik ben bezig met een nieuwe verzender (Follow.it). De mails zullen er iets anders uitzien en de eerste keer dat je via deze nieuwe verzender een mail krijgt, moet je nog een keer bevestigen dat je de blogs wilt ontvangen. De nieuwe verzender geeft aan dat via hen verstuurde mails niet in spamboxen terechtkomen. Maar mocht je zaterdag geen mail ontvangen, check je spambox dan toch even voor de zekerheid.

Verder verandert er voor jou als ontvanger niks. Tot gauw!

Nijlgans met kuiken


zaterdag 1 mei 2021

Wat eten ooievaars?

Op een paar mooie dagen na is het voorjaar overwegend (te) koud. Het ontluiken van planten en boombladeren en -bloemen vordert langzaam, maar de meeste vogels trekken zich er niet veel van aan. De tjiftjaf is gearriveerd uit zijn winterblijf in Zuid-Europa of Noord-Afrika en de zanglijster gaf tijdens mijn ochtendbezoek aan het park een mooi lenteconcert. Op het grasveld bij de speeltuin foerageerden twee ooievaars; een zonder en een met ring (waarvan het steeds maar niet lukt om 'm af te lezen). Het traditionele beeld is (althans bij mij) dat ooievaars vooral kikkers eten, zoals te zien op deze prent van een ooievaarsnest.
Eten ooievaars alleen kikkers?
Door John Gould - Scan on Oiseaux.net,
https://commons.wikimedia.org

Maar in het park zag ik ze voornamelijk regenwormen verschalken. Tijd om eens op te zoeken hoe het echt zit met het ooievaarsvoedsel. En dan blijkt dat kikkers niet zo'n groot aandeel hebben in het menu. Dat heeft te maken met de manier van voedsel zoeken door de ooievaars: ze stappen rustig rond en eten wat hen 'voor de snavel komt'. Een kikker springt snel weg en dan laten ooievaars ze schieten; ze jagen er niet achteraan. Die tamelijk gemakzuchtige manier van voedsel zoeken valt extra op als je ze ziet lopen op een grasakker waar de boer aan het maaien is: veel potentiële prooien: muizen, kikkers en vogelkuikens zijn dan 'verhakseld' tot hapklare brokken die niet meer kunnen vluchten. De tragiek van deze kleine dieren is een voordeel voor de ooievaar. Tijdens de 'gewone' voedseljacht eet de ooievaar voornamelijk regenwormen, dat is het stapelvoedsel zoals dat heet. In hun braakballen tref je dan ook vaak zand aan, dat in de maag van de regenworm zat toen deze door de ooievaar gegeten werd. Ook slakken, kevers en emelten worden graag gegeten en muizen en mollen worden niet overgeslagen. Op internet kwam ik een foto tegen van een ooievaar met een konijn in zijn bek! Als je een ooievaar langs de waterkant ziet staan is-ie niet op zoek naar een visje. Daar is zijn gladde snavel niet geschikt voor; de vis zou onmiddellijk ontsnappen (reigers hebben een gekartelde snavelrand om de vis vast te houden). Ooievaars zijn langs de waterkant op zoek naar dezelfde prooien als in het open veld. Onze woonplaats wordt aan alle kanten omgeven door grasland. Waarom komen die ooievaars dan toch naar een stadsparkje om te eten zou je zeggen? Dat is omdat ze in kort gemaaid gras hun prooien beter kunnen zien! In het park sluipt er een ekster achteraan om te kijken of er voor hem ook nog een makkelijk hapje overschiet. Bekijk het in het filmpje van deze week door hier te klikken






zaterdag 24 april 2021

Een slagveld op de vierkante meter

Kikkerliefde in onze vijver

Al jaren heb ik een minivijvertje in de tuin, meer dan anderhalf bij twee meter is-ie niet, maar ik beleef veel plezier aan het waterleven. Meerdere bruine kikkers wonen er en in het voorjaar krioelt het van de kleine watersalamanders. En dat is niet altijd een gelukkige combinatie. De opnamen van het filmpje van deze week maakte ik vorig jaar, maar nu pas kwam ik er aan toe om het vele materiaal te monteren. Ik hoorde de bruine kikkers kwaken; een bescheiden geluid vergeleken met groene kikkers uit de sloot voor ons huis, die me 's nachts uit hun slaap houden. De kinderstemmen van de buurmeisjes klonken boven het zachte gesnor van de bruine kikkers uit. Al snel brak de fase van paring aan. Dat is trouwens geen echte paring, de eitjes van de kikkers worden uitwendig bevrucht als ze het lichaam van de vrouwtjes verlaten. Een homp kikkerdril sierde de vijver. Bruine kikkers paren vroeg in het jaar, het water is dan nog koud en het drijvende kikkerdril moet het vooral hebben van de zonnewarmte aan het oppervlak. Tegen de tijd dat groene kikkers eieren leggen is het water opgewarmd, die eieren liggen meer in het water dan erop. 

Kleine watersalamander eet kikkereitjes

De drijvende klomp werkte als een magneet op de aanwezige kleine watersalamanders. Zij hadden wel trek in een eiwitrijk hapje ter afwisseling van hun eigen liefdesescapades. Ze vielen aan op de kikkerdril en probeerden de eitjes uit het geleiachtige omhulsel te krijgen. Het kostte moeite maar het lukte. In de loop van de dagen verdwenen meer en meer eitjes, tot en op het laatst bijna geen zwarte stipjes meer zichtbaar waren. Uiteindelijk zagen we later in het jaar één klein kikkertje. Misschien de enige overlevende..... Intussen legden de salamandervrouwtjes ook eitjes. Eerst dacht ik dat er een dode salamander in de vijver lag: doodstil lag het vrouwtje op haar zij, een blaadje tussen de pootjes geklemd. Na een tijdje kwam er toch beweging in en realiseerde ik me dat het ik het gedrag zag dat in in mijn blog van 16 mei 2017 heb beschreven. Klik hier om dat nog eens na te lezen. 

Het filmpje van deze week kun je bekijken door hier te klikken



zaterdag 17 april 2021

Ieder zijn eigen nestje

Het was al een tijdje grauw weer, maar om even buiten te zijn, liep ik toch maar weer eens gewapend met de camera een rondje door het park. En - zoals altijd - bleek er toch weer van alles te zien. Een stelletje wilde eenden paarde, gelukkig niet lastig gevallen door andere eenden. Soms duiken zoveel mannetjes op een vrouwtje dat ze (bijna) verdrinkt. Dit zag er alleszins normaal uit en na de paring gingen de eenden langs de rand van het water hun verenkleed verzorgen. Als er een nestje komt, zal dat verscholen liggen tussen begroeiing. Het is niet meer dan een kuiltje met wat takjes en mos of dons voor de isolatie. Soms kiezen wilde eenden ook een knotwilg uit om te broeden. Er kunnen wel dertien eieren gelegd worden, die 24 tot 32 dagen bebroed worden. Het duurt dan nog 1,5 tot 2 maanden eerder de eendenkuikens kunnen vliegen. 

Nest van een wilde eend
Foto Petritap - Own work, CC BY-SA 4.0,
https://commons.wikimedia.org/

Verderop hoorde ik het kenmerkende kroe-kroe van een fazant. Ik had al twee keer een vrouwtjesfazant gezien, scharrelend tussen de struiken. Ik kreeg haar niet in beeld, want zodra ik de camera in stelling bracht, kroop ze dieper in het struikgewas en zag ik haar niet meer. Nu liepen ze op een afstandje in het gras, het mannetje in schitterend 'huwelijkskleed'. Het vrouwtje pikte op enige afstand van de man voedsel op. Hij paradeerde er naar toe en zette zijn borst op om nog imposanter over te komen. Deze keer lukte het om te filmen, tot er een hondenuitlater aan kwam. Het vrouwtje verdween tussen de warrige struiken van de sneeuwbes en liet zien hoe goed haar schutkleur was. Ik hoop dat er een nestje van komt, want de jongen blijven hangen in de buurt van hun geboorteplek. Fazanten komen oorspronkelijk uit Azië en zijn in Nederland, in het verleden, uitgezet voor de jacht. Nu mag dat niet meer. Dat uitzetten dan, jagen mag nog wel. De fazanten zijn nu even uit de gevarenzone, want de hennen mogen bejaagd worden van 15 oktober tot eind december. De hanen mogen een maand langer worden geschoten: 31 januari sluit het jachtseizoen voor de mannetjes. Al met al is dus wel duidelijk waarom de fazanten op hun tellen passen. Ook fazanten broeden op de grond, met een goed verscholen nest. Net als bij de wilde eend, is de fazanthen de enige die broedt op de 10-14 eieren, omdat ze met haar bruine verenkleed niet opvalt. Fazanten leven in een haremstructuur, een mannetje kan meerdere vrouwtjes hebben. In het park heb ik niet meer dan één vrouwtje tegelijk gezien. 

Nest van een fazant
Foto: Foto Reves - Own work, CC BY-SA 4.0,
https://commons.wikimedia.org/

Ik had mijn statief al ingeklapt en liep op huis aan, toen ik nog een vogelsoort tegenkwam die zich druk maakte om huisvesting. Halsbandparkieten broeden in boomholten: in natuurlijke gaten of spechtenholen. In dit geval zag ik drie parkieten op een mezenkast zitten. Die zijn in het park opgehangen om de natuurlijke bestrijding van eikenprocessierupsen te bevorderen. De parkieten zagen wel iets in dit penthouse, maar de voordeur is te klein. Met de dikke rode snavel probeerde er eentje het gat groter te maken. Door de anderen werd dit liefkozend gade geslagen; het leek of de harde werker af en toe een aai kreeg. Halsbandparkieten leggen 3-4 eieren, na de geboorte zitten de jonkies nog 50 dagen in het nest. De kleintjes van de wilde eend en fazant scharrelen dan al lang zelfstandig rond.

Halsbandparkieten broeden in boomholtes
Foto: Thomas Schoch - own work, CC BY-SA 3.0,
https://commons.wikimedia.org/

Bekijk de voorjaarsactiviteiten in het filmpje van deze week door hier te klikken



zaterdag 10 april 2021

Twee houtduiven die het goed met elkaar kunnen vinden

Vorig jaar schreef ik al eens over het paar- en nestgedrag van de houtduif. In het park leven heel wat paartjes van deze soort. Dus is het nu een drukte van belang met het afbakenen van de territoria. Het mannetje maakt vanuit een hoge positie een glijvlucht, die soms gepaard gaat het luidruchtig vleugelgeklapper. Vrouwtjes inspecteren de territoria en strijken af en toe neer op een tak in de buurt van een mannetje. Het mannetje buigt dan voor het vrouwtje, zoals je in het filmpje van bovengenoemde blog kon zien. Dit heeft dezelfde functie als het kokmeeuwgedrag dat ik onlangs beschreef: kokmeeuwen draaien hun donkere kop weg om minder agressief over te komen op een vrouwtje. En zo is de buiging voor het duivenvrouwtje ook bedoeld. Het mannetje begint op een afstandje en tussen de buigingen door probeert hij haar steeds verder te naderen. De paarvorming is dan nog niet meteen een feit. Het proces kan zo maar een tijdje stilgelegd worden als het ineens weer een tijdje koud weer is. 

Verliefde houtduiven

Maar deze dag in het park was een zonnige dag met een lentetemperatuurtje. Daarom kon ik getuige zijn van de volgende fase in de verlovingstijd van de houtduifjes: het 'minnekozen'. Eerst zag ik ze trouwens synchroon bewegen waarbij de hun vleugels leken te verzorgen en hun hoofd in hun nek legden, dat ging in een behoorlijk tempo. Daarna kroelden ze met hun snavel in elkaars nek. Tussendoor was er een korte pauze om de veren glad te strijken en dan begon het schouwspel opnieuw. Aan het eind bogen ze tegelijkertijd, alsof ze hadden ontdekt dat ze publiek hadden :). Tijdens de razendsnelle paring die uiteindelijk volgde stond de camera net even uit..... 

Bekijk het grappige schouwspel in het filmpje van deze week door hier te klikken.

Ook de gaaien waren weer op liefdespad, daaraan wijdde ik vorig jaar deze blog



zaterdag 3 april 2021

De eerste blaadjes

Vlier heeft geen knopschubben,
de blaadjes zijn de hele winter onbeschermd

Toen ik opstond was het mistig, ik hoopte dat de zon de nevel met een gouden gloed zou verdrijven, maar de mist bleef heel lang hangen zonder dat de zon er doorheen brak. Het was bovendien bitterkoud. Sommige bloem- en boomknoppen stonden op barsten en de eerste blaadjes kwamen uit. Dat gebeurt niet bij alle bomen tegelijk. Ik vroeg me af waar dat mee te maken heeft. In principe zijn bomen er in de lente bij gebaat zo snel mogelijk bladeren (die de hele winter beschermd in de knop kant-en-klaar hebben zitten wachten op de warmere dagen) te laten ontluiken en de voedselproductie van de boom op gang te brengen. Maar als ze te vroeg zijn, loert de kans op vorst en beschadiging van het blad of erger. Bladeren van sommige soorten zijn daarvoor gevoeliger dan andere. Dus waar de ene soort al met groene blaadjes prijkt, houdt de andere soort het groen nog verborgen. Iedere boom heeft zijn eigen optimale moment van ontluiken. Maar hoe bepaalt een boom dat? Dat verschilt ook weer per boom, maar een aantal signalen speelt daarbij een rol: hoeveel vorstdagen er zijn geweest, het aantal warme dagen dat is gepasseerd en daglengte. Die laatste is natuurlijk een heel constante factor. Dan spelen lokale omstandigheden een rol zoals temperatuur van de bodem; zand warmt sneller op dan klei bijvoorbeeld. Ook speelt de leeftijd van de boom mee: kleine bomen ontwikkelen eerder bladeren dan hoge, oude bomen. Dat komt doordat de signalen om bladeren te laten ontluiken wordt gegeven door hormonen in de wortels. Die hormonen moeten omhoog gepompt worden tot in de bovenste takken en dat duurt bij hoge bomen langer dan bij lage. Tenslotte is er sprake van genetische variatie. Als je een zaadje van een boom uit Zuid-Europa hier plant, zal die boom eerder uitlopen omdat die boom 'geprogrammeerd' is op andere omstandigheden, namelijk een vroeger voorjaar. 

Als de omstandigheden op een zeker moment gunstig zijn, dan gaat de ontwikkeling van het groen ineens razendsnel. Door celdeling en celstrekking kunnen plantendelen centimeters tot zelfs decimeters per dag groeien. Die celdeling schijn je op het hoogtepunt van de groei zelfs door de microscoop te kunnen zien. 

In het filmpje moet je het voorlopig nog even doen met de belofte aan al dat groen. Klik hier om de film te bekijken.


 

zaterdag 27 maart 2021

Sneeuwklokjes langs de Platsbeek

Sneeuwklokjes zijn de eerste bloeiende lentebodes en dit jaar bloeiden ze inderdaad in de sneeuw. In de krokusvakantie wandelden we langs de Platsbeek bij Nuth en Terstraten in Limburg. De sneeuw was inmiddels gesmolten en de temperatuur was opgelopen tot 21 graden, maar de klokjes bungelden nog fier in de wind terwijl er verder nog weinig groen te bespeuren was. 

Sneeuwklokjes langs de Platsbeek, Nuth (L)

Sneeuwklokjes worden gerekend tot de stinzenplanten: bolgewassen die uit warmere streken naar ons land zijn gehaald en daar aangeplant werden bij buitenhuizen. Inmiddels zijn ze volop verwilderd en worden ze meer en meer in tuinen geplant, maar eind 19e eeuw waren ze nog tamelijk zeldzaam. In 1896 beschreef Eli Heimans het sneeuwklokje in het tijdschrift De Levende Natuur. Samen met Jac. P. Thijsse heeft hij heel wat planten en dieren beschreven op een manier die ik nog steeds ongeëvenaard vindt. Als iemand je leert 'kijken' in de natuur dan is het dit duo wel. Al lezend in het betreffende artikel kwam ik dingen aan de weet die mij nooit eerder waren opgevallen aan sneeuwklokjes, hoewel er toch een aantal pollen van in mijn tuin staan. Eli Heimans kocht destijds de bolletjes trouwens voor 1 cent per stuk - kom daar tegenwoordig nog maar eens om - maar uit het feit dat hij er 'maar' 10 kocht leid ik af dat het relatief veel geld was. Een van de zaken die hij beschreef en waar ik nooit op gelet heb, is dat tijdens de vorst de bladeren slap gaan hangen (dat heb ik in mijn blog van 6 maart uitgebreid beschreven), maar dat het bloemetje overeind blijft. Na de vorst leven de bladeren echter weer op maar kwijnt het bloemetje sneller weg. Dit is een overlevingsstrategie van de plant: uit de bladeren haalt de bol voedsel voor volgend jaar, dus het bloemetje kan hij makkelijker missen dan de bladeren. Maar als alle bloemen jaar na jaar zouden verdrogen maakt de plant geen zaad en dat is voor de lange termijn weer een probleem. Dus uiteindelijk is het sneeuwklokje niet zo blij met sneeuw als de naam doet vermoeden. Iets anders dat ik nooit heb geweten is dat de nectar verborgen ligt in de groene streepjes aan de binnenkant van het kelkje. Op zoek naar dat zoete spul botsen hommels en vroege bijen tegen het stuifmeel aan en zorgen dat dat van plant naar plant verspreid wordt. 

De nectar van het sneeuwklokje is verborgen in de groene streepjes van de kelk

De uitstekende 'speld' die je op de foto ziet is de stempel, waar het stuifmeel op terecht moet komen om de bloem te bevruchten en zaad te laten rijpen. In april/mei vormt dat een rode bes. Daarin vind je zaden met een vlezige witte stip erop; zoals je bij droge bonen ook kunt zien. Dat is de plek waar het zaadje vastzat in de bes. Mieren zijn verzot op dat witte uitstulpinkje en slepen het zaad om die reden mee naar hun nest. Zo kun je op een andere plek in je tuin nieuwe sneeuwklokjes krijgen. Ze bloeien pas in het tweede jaar, dus geef de moed niet op als er eerst alleen wat groene sprietjes verschijnen.

Omdat het sneeuwklokje zo vroeg in het jaar bloeit - vaak tijdens een koude periode - is er het risico dat de plant niet door insecten kan worden bestoven. In dat geval doet doen de klokjes aan zelfbestuiving: omdat de bloem hangt, kan het stuifmeel op de stempel vallen. Tenslotte leerde Eli mij ook nog waarom de buitenste drie bladeren wit zijn en niet groen, zoals bij de meeste planten. Omdat de klokjes hangen zou de plant met groene schutbladeren niet goed zichtbaar zijn voor de bestuivers. Dus daarom beschermen helder witte buitenste bladeren het belangrijkste deel van de plant. Die zo maagdelijk ogende blaadjes bevatten ook nog kalknaaldjes om vroeg in het jaar ontwaakte slakken te ontmoedigen om ervan te eten. 

Wandel met ons mee langs de beek en door Terstraten en geniet van de sneeuwklokjes in het filmpje door hier te klikken




zaterdag 20 maart 2021

Saharazand kleurt de zonsopgang

Zon komt op terwijl Saharazand de atmosfeer verduistert

In het weekend van 20 en 21 februari kleurde de hemel tijdens zonsopkomst bijzonder oranje en roze. Copernicus had het al voorspeld. Hiermee bedoel ik niet de astronoom uit de 15e eeuw die de grondlegger is van de theorie dat de zon het middelpunt van ons zonnestelsel is, waar de planeten - waaronder de aarde - om heen draaien. Ik doel op het naar hem genoemde Europese instituut dat voor ons de atmosfeer in de gaten houdt. Zij lieten zien dat in het weekend een grote hoeveelheid Saharazand via de atmosfeer tot in het zuiden van Scandinavië zou worden verspreid. 

Bron: Copernicus Atmosphere Monitoring Service/ECMWF

De oranje hemel heb ik vanuit mijn slaapkamerraam bewonderd en voor de roze ben ik de dag erna het park in gegaan. De opkomende zon in combinatie met het zand kleurde de lucht op een vreemde manier, die ik niet eerder had gezien. Dat schouwspel duurde niet langer dan een kwartier. Daarna rees de zon op in een wolk van stof. Het licht werd zo 'gedimd' dat je makkelijk recht in de zon kon kijken zonder verblind te raken. De hele dag bleef de zon zwak, maar de lucht leek er normaal uit te zien. Bij zonsondergang waren er geen bijzondere effecten meer waar te nemen. Ik hoopte nogmaals op een mooie show, maar die kwam niet van de zon of het Saharazand. De molenaar van de Vrouwgeestmolen had die dag gedraaid met zeilen op de wieken. Bij de ondergaande zon was hij die zware zeilen aan het oprollen. Dat was dan wel nog een mooie, typisch Nederlandse show :). 

Bekijk het in het filmpje van deze week door hier te klikken



zaterdag 13 maart 2021

Nijlgans: exotische vogel die in de winter kan broeden

Ongeveer vijfenvijftig jaar geleden broedden de eerste nijlganzen in Nederland. In Engeland waren deze vogels een paar eeuwen daarvoor ingevoerd als siervogel. Ontsnapte dieren bevolkten Noordwest-Europa met onder andere een broedgeval in Den Haag. Later vestigde zich een groepje in Groningen en die twee populaties zorgen voor verdere verspreiding in de lage landen. Momenteel zijn er rond de 40.000 nijlganzen in Nederland. 

Nijlganzen in hun oorspronkelijke habitat: Afrika,
hier gefotografeerd in Limpopo, Zuid-Afrika
Foto: Bernard Dupont from France - CC BY-SA 2.0, https://commons.wikimedia.org

De soort komt oorspronkelijk uit Afrika, ze leven langs de Nijl en verder in heel Afrika ten zuiden van de Sahara. Ze broeden daar als de omstandigheden gunstig zijn, dat komt vooral neer op de regentijd. In Nederland is het broedseizoen langer, ze brengen per jaar meerdere legsels groot en broeden tot midden in de winter. Soms kom je nijlganskuikens tegen in de sneeuw! De piek van het broedseizoen ligt echter tussen eind maart en mei. In het park was een paartje nijlganzen zich aan het poetsen terwijl de zon opkwam. In deze tijd van het jaar zijn ze ook erg luidruchtig. Ik zag ze in de weken ervoor al met regelmaat achter elkaar aan vliegen. Dus daar zal vast een nest van komen. Wat nesten betreft is de soort nogal gemakzuchtig: het liefst betrekken ze een bestaand pandje in de vorm van een boomholte, een oud reiger- of ooievaarsnest. In bossen 'kraken' ze regelmatig nesten van buizerds en haviken. Ook willen ze nog wel eens op de grond broeden onder een struik of boom bij het water. Een aparte waarneming deed vogelaar Jan van Dijk in 1995. Hij monitorde een slechtvalkenkast die op 50 meter hoogte aan de elektriciteitscentrale Harculo bij Zwolle hing. Met slechtvalken wilde het daar niet zo vlotten, maar er hadden wel al duiven in de kast gebroed. Tot zijn verbazing trof hij op een dag een broedende nijlgans met tien eieren aan in dit penthouse op 50 meter boven de grond.

 

Nijlganskuikens
Foto: Tristram at Picasa Web Albums
CC BY 3.0, https://commons.wikimedia.org
Dat zou spannend worden, want nijlganskuikens kunnen nog niet vliegen als ze het nest verlaten. Hij hield de kast goed in de gaten. Op 10 juli waren er negen jongen uit de eieren gekropen en die zaten op het vliegbord bij de kast. Ruim een uur later waagde het eerste jong de sprong en binnen een half uur was het beestje gevolgd door zes broertjes en zusjes. Een daarvan was gewond aan zijn kop en heeft het niet gered, maar de andere zes liepen al vrolijk achter vader aan. De twee achterblijvers leken te worden vergeten, maar ook deze konden uiteindelijk bij de groep worden gevoegd. Het troepje steekt twee wallen en een dijk over (met gras van 30 cm hoog) en bereiken veilig en wel het water. In het najaar werd de familie nog compleet en wel gespot door Jan van Dijk. Ik ben benieuwd of de nijlganzen in (de buurt van) het park gaan broeden en of ze dan ook zulke spannende capriolen uithalen. Bekijk ze, samen met een grauwe gans en een soepgans, in het filmpje van deze week door hier te klikken



zaterdag 6 maart 2021

Ook planten hebben het zwaar als het vriest

Tijdens de korte flitswinter kregen kleumende vogels veel aandacht; het leed van deze dieren is heel zichtbaar. Vogeldagboek maakte melding van een ijsvogel wiens pootjes vastgevroren waren aan een hek (spoiler: het beestje is gered). Na een bitter koude nacht ging de zon op en het sneeuwlandschap was pastelblauw terwijl de lucht roze kleurde. Ik ontdekte een troepje zwanen, rustend op het ijs bij de molen. Naast de flinke drollen zag ik ook plukjes zwanenveren die vastzaten in het ijs, dus af en toe vriest daar ook iets vast. Ik wachtte tot het zonlicht de zwanen bereikte en was benieuwd wanneer ze wakker zouden worden. De eersten keken op toen een schaatser langskwam. Dat maakte onheilspellende geluiden want het ijs was de dag ervoor nog door een ijsbreker open gemaakt en allerminst stabiel. Ik hoorde het diepe woosh-woosh van ijs dat nog niet sterk genoeg was (spoiler: ik zag hem na een tijdje weer de andere kant op schaatsen, dus hij is niet in een wak gezakt). 

Ochtendritueel van knobbelzwanen

Na een half uur posten in de koude wind stond eindelijk de eerste zwaan op, onder zijn lichaam was water zichtbaar, maar hij was nergens vastgevroren. Hij strekte zich uit en klapperde zijn vleugel wijd en startte met het poetsen van de veren. Nummer twee vond het ook tijd om op te staan en met draaiende kont, vleugelgeklapper en een fraaie nekbeweging begroette hij de andere zwaan. Die beantwoordde dit ritueel. In de parkvijver nam een meerkoet een bad: een ijsbucket challenge :). 

Maar niet alleen dieren lijden onder de kou. Ook planten hebben het in tijden van vorst zwaar. Sommige planten hebben zich hierop al voorbereid: de bomen hebben hun bladeren in de herfst afgestoten om te voorkomen dat die zoveel water verdampen dat de boom uitdroogt. Bepaalde planten zijn 'ondergronds' gegaan: ze hebben waardevolle stoffen in wortels en knollen opgeslagen, waaruit in het voorjaar nieuw groen te voorschijn komt. Planten die nog groen zijn beschermen hun bladeren met een waslaagje zoals hulst en naaldbomen. Soorten met teer groen gaan als er een vorstperiode aanbreekt ter plekke in de overlevingsstand; als het water in hun cellen bevriest zet het uit en maakt het de cellen kapot. Ze stoten daarom water uit om dat te voorkomen en hangen tijdelijk slap. Als de vorst voorbij is nemen ze weer water op en ze staan er dan weer prima bij. Misschien heb je dit waargenomen bij de winterviolen in je tuin. Bij andere planten valt je wellicht op dat ze donkerder van kleur worden; die planten zetten zetmeel uit hun wortels om in suiker, dat werkt als antivries. Ze worden er ook wat zoeter van, daarom is boerenkool lekkerder als de vorst er over heen is gegaan. 

Deze cactus zagen we hoog in de Andes in Ecuador.
De plant beschermt zich tegen de kou met beharing

Dan zijn er nog planten die vrijwel het hele jaar kou moeten trotseren, bijvoorbeeld in het hooggebergte. Die blijven laag en groeien in een compacte bol zodat de wind er minder vat op heeft. Hiermee creëren ze een eigen microklimaat met een wat hogere temperatuur. Dat kan zo maar een paar graden schelen. Ook kunnen alpiene soorten zonnewarmte beter opslaan. Tenslotte helpt het om een trui aan te doen: de planten hebben harige bedekking die goed isoleert. Zo'n jasje kunnen ze niet één twee drie uitdoen, dus om oververhitting in de zomer te voorkomen gebruiken onze planten 's winters vooral de water-eruit of suikers-erin strategie . Zo zie je klimop in het filmpje moedig stand houden.

Bekijk het filmpje door hier te klikken.