zaterdag 9 mei 2026

Bijzondere plantjes uit de duinen - deel 1

Tijdens recente wandelingen in de Amsterdamse Waterleidingduinen en Voornes Duin kwam ik een aantal plantjes tegen die ik niet kende, of waarvan ik weleens gehoord had, maar nooit live had gezien. Vandaag en volgende keer een parade van deze duinplantjes, die niet zo algemeen of zelfs zeldzaam zijn. Op de site van Ecomare las ik dat in Nederland 254 kilometer Noordzeekust uit duinen bestaat, met een totale oppervlakte van 40.000 hectare. Dat is één procent van de totale oppervlakte van Nederland. Maar in de duinen komt wel 75% van de Nederlandse plantensoorten voor (en van de ongeveer 190 soorten Nederlandse broedvogels nestelen er 140 in de duinen)!. Bij duinen denk je vaak aan kale zandige heuvels met wat helmgras, maar het duingebied is heel gevarieerd met de zeereep, duingraslanden, open duinen, meren, kleine beekjes, natte en droge duinvalleien, duinstruwelen en duinbossen. Dat zijn dus heel veel verschillende habitats op een kluitje.

Speurend tussen de (korst)mosjes op het Paardenkerkhof in de Amsterdamse Waterleidingduinen vielen mij twee kleine plantjes op die kenmerkend zijn voor kalkarme duinen: klein tasjeskruid en heidespurrie. Beide zijn therofyt. Ik kende die term niet, maar hiermee worden éénjarigen ofwel 'zomerplanten' aangeduid (theros is Grieks voor zomer en phyton betekent plant). Therofyt wordt gebruikt voor planten  die hun volledige levenscyclus (van zaadje tot bloem, vrucht en nieuw zaad) binnen één groeiseizoen doorlopen. Ze overleven ongunstige periodes (zoals de winter) niet als levende plant, maar uitsluitend als zaad. 

Klein tasjeskruid

Het klein tasjeskruid is het kleinere familielid van het herderstasje. Dat 'tasje' heeft betrekking op de vorm van de zaden. Bij het herderstasje zijn die vrij plat. Bij klein tasjeskruid zijn de zaden aan de onderkant wat bollig, zodat ze er een beetje als een lepeltje uitzien. Zoals gezegd groeit deze soort op kalkarme grond. Behalve in de duinen vind je dit plantje op alle andere zandgronden in Nederland. In de weidegebieden van Noord- en Zuid-Holland, Friesland en Groningen komt het niet voor. Op de Zeeuwse klei en de Zuid-Limburgse löss gedijt het evenmin. Elk bloemetje heeft vier witte kroonbladen, waarvan er twee langer zijn dan het andere duo. Die langere twee staan aan de buitenkant, en dat wordt 'stralend' genoemd. Dit komt bij kruisbloemigen zelden voor. Op onderstaande foto zie je de langere kroonblaadjes als konijnenflaporen uitsteken. Op de foto hierboven zie je dat bij de bloem in het linker polletje. 

'Stralende kroonblaadjes' van klein tasjeskruid
Foto: Stefan.lefnaer - Own work, CC BY-SA 4.0,
https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=96162508

Van de heidespurrie vond ik de lege zaaddozen, die als minitulpjes boven het zand uit prijkten. Het is de enige plant die zich kan handhaven in zandverstuivingen, waar verder vooral korstmossen en enkele grassoorten voorkomen. Het is daarmee een echte pioniersoort. Het plantje groeit ook - zoals in de Waterleidingduinen - op open plekken in voedselarm, droog grasland, vaak samen met klein tasjeskruid. In de duinen is het een duidelijke indicator van ontkalking.

Zaaddoosjes van de heidespurrie

Heidespurrie is eenjarig en heeft blauwgroene, vetplantachtige blaadjes: smal rond en wasachtig. Ik denk dat dit een aanpassing is om de verdamping op het warme zand te beperken en het weinige beschikbare vocht voor de plant te behouden. Het is een lid van de anjerfamilie. De naam 'spurrie' is nogal apart (vind ik). Spurrie is vermoedelijk afgeleid van de wetenschappelijke geslachtsnaam Spergula. Deze naam komt op zijn beurt van het Latijnse woord spargere, wat 'uitstrooien' betekent. Dit slaat op het feit dat de plant gemakkelijk haar zaden uitstrooit. Heidespurrie komt in de duinen niet veel voor. Zoals de naam doet vermoeden groeit-ie veel meer in de heidegebieden in het binnenland. Het is een prachtig klein plantje, zoals je op onderstaande foto ziet. 

Heidespurrie
Foto: Krzysztof Ziarnek, Kenraiz - Own work, CC BY-SA 4.0,
https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=103078193

Een opmerkelijk rood plakkaat blijkt het mosbloempje te zijn, één van de kleinste Nederlandse plantjes. Dit vetplantje heeft aanvankelijk groene blaadjes; bij het ouder worden verkleuren ze via oranje naar dieprood. Wat je op de foto ziet, zijn dus de blaadjes. De bloemetjes zijn piepklein: niet meer dan 2 mm. Het mosbloempje bloeit van april tot in september met witte of roze bloempjes. Ik kon daar op Wikimedia geen foto van vinden. 

Mosbloempje

Ook deze soort gedijt op voedselarme grond. Behalve in de duinen en op andere zandgronden kun je het plantje op allerlei plaatsen tegenkomen, bijvoorbeeld op begraafplaatsen en tussen stoeptegels. Zo kleuren de voegen tussen de klinkers op de Harderdijk langs het Veluwemeer plaatselijk rood door grote plakkaten die nauwelijks boven de klinkers uitsteken. Mocht je ze tegenkomen, kijk dan eens of je witte of roze puntjes er tussen ziet. Dan heb je wellicht zo'n miniem bloemetje in het vizier. 

Volgende keer een aantal plantjes uit Voornes Duin!

Geen opmerkingen: