zaterdag 25 juli 2026

Een hangplek voor een plakker (vlinder)

Vanuit mijn ooghoek zag ik een donkere vlek op het raam van de schuifpui. Dat trok mijn aandacht. Niet dat ik meteen met emmer en zeem klaarstond :), want deze keer was het eens géén vogelpoep - gelukkig. Er zat een nachtvlinder op het raam, met een prachtig donzig lijfje en nog fraaiere geveerde antennes. De juiste focus te krijgen was - met alle doorkijkjes en spiegelingen in het glas - nog moeilijk genoeg en ik deed een schietgebedje dat de vlinder bleef zitten tot ik 'm geïdentificeerd had met ObsIndentify. Het beestje had de intrigerende naam 'Plakker'. 

Plakker

Vanuit de kamer was dat identificeren dus in ieder geval gelukt, maar ik wilde ook graag een foto van de bovenkant van de vleugels en het liefst ook die geveerde antennes wat beter in beeld. Rustig begaf ik me naar buiten en de vlinder bleef lekker hangen (of moet ik zeggen plakken) tegen de ruit. Zo kon ik de bruin gemêleerde vleugels op de foto zetten. 

Plakkermannetjes hebben geveerde antennes

Ik had hier te maken met een mannetjesvlinder. Dat werd verraden door de antennes, die bedoeld zijn om de geurstoffen (feromonen) van vrouwtjesplakkers op te vangen. Het was een gelukje om deze vlinder te zien, want als imago (volwassen insect) leven ze maar een paar dagen. Als rupsen proppen ze zich vol met bladeren - vooral die van de zomereik zijn populair -, maar als vlinder eten ze niet meer. Zorgen voor nageslacht is nog hun enige doel.


Mannelijke plakkervlinders kunnen de feromonen van een vrouwtje op een afstand van enkele honderden meters tot wel enkele kilometers (soms tot maximaal 2,5 tot 3 kilometer) ruiken, afhankelijk van de wind en de openheid van het landschap. De grote, veervormige voelsprieten hebben een heel groot oppervlak waardoor zelfs een paar moleculen van de geurstof genoeg is om een vrouwtje op het spoor te komen. Als het mannetje de geur opvangt, vliegt hij zigzaggend tegen de wind in tot hij het vrouwtje heeft gevonden.

Het vrouwtje ziet er heel anders uit dan het mannetje. Om te beginnen is ze wel een centimeter langer dan het mannetje; zo'n 3,5 centimeter. Ze is wit met een paar donkere stipjes en een schattig bontkraagje. Het vrouwtje verplaatst zich niet en blijft op de boom waar ze is geboren. Daar zal ook het voedsel voor haar nakomelingen te vinden zijn. 

Mannetjesplakkers hebben een vrouwtje gevonden
Foto: Rafe Roughton - iNaturalist, CC0,
https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=193538496

Als een vrouwtjesplakker in juli of augustus als vlinders uit haar cocon komt, is ze te zwaar om te kunnen opstijgen. De eitjes zitten al in haar lichaam, maar ze moeten wel nog bevrucht worden. Ze laat haar feromonen meedrijven op de wind om mannetjes te lokken. Om te paren gaat het mannetje onder de vleugels van het vrouwtje zitten. Haar eieren legt ze op de stam van de boom waarop ze zit, en ze bedekt die eitjes met de irriterende haartjes van haar buik om ze te beschermen. Hun naam hebben deze vlinders te danken aan het met haartjes beplakken van hun eitjes. Zo'n plakkervrouwtje kan trouwens wel 800 eieren leggen! 

Vrouwtjes met hun behaarde eiernestjes
Foto:  usfs_Eastern_Region - 20210712-FS-R8-TC-001, Wikimedia

De eitjes zitten tijdens de herfst en winter veilig in de schorsspleten van de boom onder het harige jasje. In april kruipen de rupsen uit het ei. Ze hebben flinke honger en met zijn 800-en op een boom is misschien wat veel van het goede. Sommige rupsjes gaan daarom op reis: ze kunnen door een voorjaarsbriesje verspreid worden, aangezien de wind een goede grip heeft op de vele haren die hun lichaam bedekken. Die rupsenharen zijn overigens voor mensen niet irriterend.

Rups van de plakker
Foto: IronChris - Own work, CC BY-SA 3.0,

https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=931449

In twee tot drie maanden zal de rups zich verder ontwikkelen door veel te eten. De mannetjes vervellen in die tijd vijf keer en toekomstige vrouwtjes zelfs zes keer omdat zij als vlinder groter zijn. Eind juni verpoppen de rupsen en zo’n twee weken later verschijnen de plakkers in volwassen vorm.

Ik ben benieuwd of 'mijn plakker' op tijd een vrouwtje gevonden heeft. Ik ga de eiken in het park maar eens afspeuren of ik zo'n witte plakker met een harig nestje zie. De vlinder komt vrij algemeen voor in Nederland. Dus waar je ook woont, je maakt altijd kans op een plakker - maar in het noorden en op de Wadden moet je er wat meer moeite voor doen :). 

Geen opmerkingen: