woensdag 17 juni 2026

De handige hommelhulpjes van het Vingerhoedskruid

Vingerhoedskruid in de Amsterdamse Waterleidingduinen

In de Amsterdamse Waterleidingduinen zag ik langs het Van der Vlietkanaal flink wat bloeiend vingerhoedskruid. Het was meer dan me in andere jaren was opgevallen, blijkbaar waren de duizenden zaadjes die zo'n plant aanmaakt op de juiste plekken terechtgekomen voor ontkieming. De bloeistengels kunnen wel twee meter hoog worden en de paars en roze bloemen vind ik prachtig om te zien. Het is een plant van kijken en niet aanraken want alles aan de plant is behoorlijk giftig. De naam nodigt er wel een beetje toe uit om een bloem om je vinger te schuiven, want die hebben inderdaad de vorm van een vingerhoedje. Maar dat is dus niet verstandig. De digoxine en digitoxine (digitaline) in de plant hebben invloed op de hartwerking. Daarvoor werd de plant vroeger wel als medicijn gebruikt, maar de dosering komt heel nauw. Neem je te veel, dan ligt nierfalen, vergiftiging en verwardheid op de loer. Ook voor dieren is de plant giftig, dus de herten in de duinen zullen er niet van knabbelen.  

Dit alles lijkt hommels niet te deren. Zij zijn dol op de plant wegens de overvloedige nectar en het ruim aanwezige stuifmeel. 

Een akkerhommel (rechtsmidden) op weg
naar een "vingerhoedje"

De opvallende donkerrode vlekjes met een witte rand aan de binnenkant van de bloem wijzen de hommels de weg en laat ze zo diep mogelijk in de bloem kruipen. Naast dit zogenaamde honingmerk als landingsbaan, viel me ook op dat de bloemen aan de binnenkant lange haren hebben. Die werken als een soort trapje. Hommels (en bijen) hebben zo grip om omhoog te klauteren in de neerhangende bloemen. 

Fijne haartjes in de bloem

De bloemkelken zijn vooral geschikt voor insecten met een lange tong, want daarmee kunnen ze goed bij de nectar. De akkerhommel is zo'n kampioen met een tonglengte van maar liefst 8,6 millimeter. Dat is ongeveer de helft van de lichaamslengte van de werksters. 
Wanneer de akkerhommel de tong niet gebruikt, zit deze netjes opgevouwen in een soort schede onder haar lichaam. Zodra ze een geschikte bloem vindt, pompt de hommel haar lichaamsvloeistof (hemolymfe) krachtig naar de kop en de tongbasis. Hierdoor wordt de tong als het ware door hydraulische druk naar buiten gestuwd. Tegelijkertijd gebruikt de hommel speciale spiertjes in haar kop om de tongdelen nauwkeurig te richten en te ontrollen. De tong is opgebouwd uit verschillende holle buisjes en is voorzien van fijne, borstelige haartjes. Zodra de tong volledig is uitgerold en in de bloem is geduwd, werkt de tong als een rietje. Door ritmische bewegingen van spieren in haar kop en keel zuigt ze de nectar naar binnen.

Dankzij die lange tong kan de hommel ook gemakkelijk nectar uit andere diepe bloemkelken en moeilijk bereikbare bloemen halen, zoals smeerwortel, witte dovenetel, bonen en erwten. Dankzij deze tong is de soort een uitstekende bestuiver en kan hij voedsel verzamelen uit meer dan 270 verschillende plantensoorten.

Vingerhoedskruid

Zo heb ik weer eens één van de vele grote en kleine wondertjes in de natuur ontdekt!  

Geen opmerkingen: