Ik sluit dit blogjaar af met een filmpje van de zonsopgang tijdens de laatste dag van onze vakantie in Bulgarije. Bedankt voor het lezen van de natuurnotities dit jaar! Ik wens je fijne feestdagen en een goed begin van 2020. Natuurlijk hoop ik je dan weer terug te zien op deze site.
E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te zien.
De reis naar Bulgarije was in veel gevallen een reis terug in de tijd. Letterlijk, omdat ik er bijna 40 jaar geleden ook als eens was, maar ook omdat we dorpjes bezochten waar de tijd stil leek te hebben gestaan, zoals je zag in de filmpjes van de afgelopen weken. Na regen volgde een ochtend van dikke mist. We bezochten een boerderijtje bij het eerste licht van de dag en ik werd meteen verliefd op het plekje. Een beetje rommelig maar vooral nostalgisch. Ik zag er ook de hooiruiters die ik al op meer plekken in het landschap had gezien. De Bulgaren dekken die af met een geruite doek, een markant gezicht. In de jaren 50 waren hooiruiters in ons land nog vrij algemeen, maar die zijn allang vervangen door zwarte of groene plastic hooibalen die de oogstmachines tegenwoordig uithoesten. Dat is efficiënter.
Een hooiruiter in Bulgarije
Toch zou de natuur erbij gebaat zijn als er wat van die hooiruiters terugkeerden in het landschap. Het zijn namelijk prima schuilplaatsen voor kleine dieren zoals muizen en insecten. En daar komen dan weer uilen en andere dieren op af. Het principe van zo'n hooiruiter is dat het gras goed droogt door een open constructie waar zon en wind vrij spel hebben. Drie tot vier palen worden tegen elkaar gezet, met 'dwarsliggers' op ongeveer een halve meter boven de grond. Daarop wordt het gras gelegd en in lagen opgestapeld. Dat wordt optassen of ruiteren genoemd. Hoe dit gedaan werd, kun je bekijken in dit filmpje uit de jaren 50. De kern van de hooiruiter blijft open voor de ventilatie. Vroeger werd ook wel 'geopperd', dan gooit de boer het hooi op een grote hoop. Dat is sneller en goedkoper, maar het hooi droogt langzamer en er is meer risico op schimmel.
Bekijk de verstilde beelden uit Bulgarije in het (zwart/wit) filmpje van deze week. E-mailabonnees kunnen hier klikken om te kijken.
Een wandeling door de Bulgaarse Canyon of the Waterfalls bracht, behalve mooie landschappen, een paar verrassingen. Om te beginnen regende het behoorlijk, iets dat sinds juni van dit jaar niet meer gebeurd was in het land. Dat was waarschijnlijk ook de reden voor de tweede verrassing: vuursalamanders waren overdag massaal te voorschijn gekomen uit hun schuilplaatsen, iets dat ze alleen doen na een lange periode van droogte. Normaal hebben ze een nachtelijk leefpatroon en bij het zoeken naar eten vertrouwen ze voornamelijk op hun reukorgaan. Favoriet zijn naaktslakken, alleen al om deze reden zou ik ze graag in mijn tuin hebben :). Helaas voor mij is dat echter geen geschikte biotoop voor vuursalamanders; ze houden van koele, schaduwrijke bossen. Daar leven ze in de strooisellaag met bladeren, stukken schors, boomwortels en op andere vochtige plaatsen zoals verlaten muizenholen, onder stenen, in en onder omgevallen boomstronken, in oude waterputten en in vochtige rotsspleten. In bewoonde gebieden worden natuurstenen muren gebruikt als schuilplaats.
Verspreidingsgebied van de vuursalamander Door Christian Fischer. - wikimedia
In tegenstelling tot andere salamanders zul je vuursalamanders nauwelijks in of bij het water aantreffen. Alleen voor het afzetten van het nageslacht gaat het vrouwtje naar het water. Na een draagtijd van 8 maanden komen de larven uit de eitjes in het lichaam van de moeder (eierlevendbarend zoals dat heet). Gemiddeld worden zo'n 30 larven in het water afgezet. Na een kleine drie maanden in het water verliezen ze de kieuwen en brengen de rest van hun leven aan land door.
Vuursalamanders paren tussen maart en oktober met een piek in de zomer. De vuursalamander kent een balts waarbij het mannetje eerst het vrouwtje besnuffelt, onder haar kruipt en het vrouwtje optilt. Met zijn staart worden kronkelende bewegingen gemaakt die de cloaca van het vrouwtje stimuleren. Als het vrouwtje geïnteresseerd, is zet het mannetje een spermatofoor af die door het vrouwtje wordt opgenomen. Vrouwtjes kunnen spermatoforen maandenlang meedragen alvorens ze te bevruchten. Ze kunnen daarbij spermatoforen van meerdere mannetjes meedragen.
Af en toe zagen we dergelijke bewegingen bij de vuursalamanders. Ik weet niet of er dit jaar nog laat gepaard werd wegens de grote droogte of dat het alleen maar leek op paargedrag.
Een zwart/gele tekening van de huid is meestal bedoeld als waarschuwing aan andere dieren dat het betreffende beest zich met gif verdedigt. De gifklieren zijn te zien als de kleine gaatjes op de gele vlek bij het hoofd. De afscheiding is zeer giftig voor gewervelden en veroorzaakt spiersamentrekkingen en een hoge bloeddruk. Als een mens er iets van inslikt kan het hallucinaties veroorzaken. In de ogen veroorzaakt het heftige pijn.
Een bijzonderheid is dat de salamander het gif uit de huidklieren kan persen en het zo naar een belager kan spuiten. Dit heeft als voordeel dat een vijand al voor een aanval met het gif in aanraking komt en zal vluchten. Hiermee voorkomt de salamander dat een vijand pas na een beet vergiftigd wordt, en de salamander al gewond is.
In Nederland bestaat nog een hele kleine populatie vuursalamanders in Zuid-Limburg. Helaas wordt deze ernstig bedreigd door de schimmelziekte Batrachochytrium salamandrivorans (Bsal). Deze schimmelziekte vreet letterlijk de huid van de salamanders weg. Na blootstelling sterven de dieren snel. De schimmel verspreidt zich door Europa en inmiddels zijn er tien uitbraken in België en Duitsland bekend. Waarschijnlijk is de schimmel afkomstig uit Azië en is deze via dierenhandel in onze streken terecht gekomen. Helaas is er nog geen remedie voor gevonden.
E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje van deze week te bekijken, met de vuursalamanders in de hoofdrol.
In het westelijke Rhodopegebergte (Bulgarije) ligt het dorpje Kovatchevista in het stroomgebied van de Kaninarivier. Tijdens de gedwongen bekering tot de islam in de periode 1623 - 1625 en later in 1656, waren er Bulgaren die dit niet accepteerden. Zij verlieten huis en haard en zochten naar redding en beschutting in de hogere, ontoegankelijke delen van de bergen. De overvloed aan drinkwater, de ruime weiden, het milde klimaat en de bescherming tegen Turkse invallen maakten het gunstig voor de vluchtelingen om zich te vestigen op de plek die nu Kovatchevista heet. Aanvankelijk waren er gehuchten die op gezinsbasis waren gevormd. Sommige mensen kwamen uit een naburig dorp maar anderen kwamen van ver. In de jaren 50 van de vorige eeuw vertrokken juist weer veel inwoners uit het dorp. De massale migratie naar Velingrad, Batak, Pazardjik en andere regio's van het land leidde tot de verwoesting van vele prachtige huizen in het dorp die langzaam begonnen af te brokkelen.
De redding van het dorp kwam door de 'ontdekking' door Bulgaarse filmmakers. Er is geen ander dorp in het land waar zoveel films zijn gemaakt - meer dan 20. Mijn film van het dorp is misschien de 21ste :).
Traditionele Bulgaarse schoenen
In 1977 werd Kovatchevitsa aangemerkt als een historisch en architectuur reservaat. Dat feit, samen met de populariteit van het dorp nadat de films waren gemaakt, bracht nieuwe mensen naar het dorp die enkele verwoeste huizen kochten en restaureerden. Zo was het dorp gered voor de ondergang.
Toevallig ontmoetten wij één van de mensen die twintig jaar geleden een huis hadden gekocht en dat volledig hadden opgeknapt. We werden uitgenodigd om een kijkje te komen nemen. Op de eerste verdieping waren prachtige kamers ingericht in traditionele Bulgaarse stijl. Een hele verzameling kunstig geborduurde damesschoenen maakte dat één van de kamers wel een museum leek. Ernaast lag een vervallen huis, waaraan hard gewerkt werd om het op te knappen, maar het verval was daar nog zichtbaar. Volgend jaar ziet het er waarschijnlijk heel anders uit.
Dwaal mee door de pittoreske straatje van het dorp in de film van deze week. E-mailabonnees kunnen hier klikken om de film te bekijken.
In een zuidelijk puntje van Bulgarije, aan de rand van het Pirin gebergte, hebben water en wind prachtige zandpiramides gevormd. Sommige daarvan zijn wel 100 meter hoog. Op een ondergrond van graniet werd 11-7 miljoen jaar geleden zandsteen gevormd, 5 tot 3 miljoen jaar geleden kwamen daar geel en rood gekleurde afzettingen bij. We stonden vroeg op om deze formaties te bekijken bij zonsopgang en hadden mooi uitzicht over de hele vallei. Vervolgens trokken we verder de Pirinbergen in om dorpjes te bekijken. Veel jongeren verlaten het platteland om hun (economische) heil te zoeken in de hoofdstad Sofia (waar 1 miljoen van de 7 miljoen inwoners van het land wonen) of vertrekken naar het buitenland.
De tijd heeft stilgestaan Pirin gebergte - Bulgarije
De bevolking neemt al af vanaf het midden van de jaren 80. Bulgarije bevindt zich in een zogenaamde ’demografische crisis’. Het geboortecijfer is al jarenlang laag, terwijl het sterftecijfer relatief hoog is. Bulgarije en Letland zijn de enige twee landen ter wereld die in het begin van de 21ste eeuw minder inwoners tellen dan in 1950. Waar de Bulgaarse vrouwen in 1905 nog gemiddeld 5,8 kinderen kregen was dat in 2018 nog maar 1,6 kinderen. Veel dorpjes zijn helemaal of gedeeltelijk verlaten en de huisjes vervallen langzaam. In andere dorpjes lijkt de tijd te hebben stilgestaan.
Bekijk onze ervaringen in de Pirin bergen in het filmpje van deze week (e-mailabonnees, klik hier).
In 1981 bezocht ik Bulgarije voor het eerst, toen nog goed verstopt achter het IJzeren Gordijn. We reisden een week rond door het land, stevig in de gaten gehouden door onze gids George, van wie ik me vooral herinner dat hij de hele week hetzelfde rode overhemd droeg. Na afloop van de rondreis verbleven we een week aan de kust. Daar was sprake van een innovatief restaurantsysteem volgens de gids. We kregen maaltijdbonnen, waarmee we 'in elk restaurant van het stadje konden eten'. Het aantal restaurants hield echter niet over, dus de keuzevrijheid was beperkt. Eenmaal in het restaurant kreeg je een vuistdikke menukaart voorgeschoteld. De eerste avond keken we verlekkerd naar alle mogelijke maaltijden, maar al gauw bleek dat er slechts één of twee gerechten voorradig waren. De keren erna vroegen we maar meteen wat de pot schaftte om zo de vrij trage bediening snel aan het werk te zetten. Tijdens de rondreis bezochten we het Rilaklooster. Het Rilaklooster is een symbool voor de Slavische cultuur na een lange periode van bezetting en onderdrukking door de Turken en hierdoor een nationaal bedevaartsoord voor de Bulgaren. Het is het religieuze centrum van de Bulgaarse orthodoxe kerk.
Rila klooster - Bulgarije 1981
De foto's bij dit blog zijn in 1981 gemaakt tijdens het bezoek aan dit klooster. Kort geleden heb ik opnieuw door Bulgarije gereisd, nu met de focus op natuur. Vanuit de hoofdstad Sofia reden we zuidwaarts naar het Rila en Pirin gebergte. Onderweg stopten we bij het Rilaklooster. Er was weinig veranderd aan het klooster zelf, de kenmerkende zwart/wit elementen sprongen nog steeds in het oog (het klooster wordt ook wel het zebraklooster genoemd). Het grootste verschil zul je opmerken als je het filmpje van deze week bekijkt. Dat zit 'm niet in het onderwerp, maar in de kwaliteit van de foto/filmapparatuur. Wat scherpte en kleurweergave betreft zijn we er in bijna 40 jaar enorm op vooruit gegaan. Op de flanken van het Rilagebergte straalden de bomen door de gouden herfstkleuren en vormden zo een prachtig decor voor het klooster. Het korte filmpje van deze week is een voorproefje. De komende weken laat ik je meegenieten van de natuur en rustieke dorpjes op diverse locaties in het Pirin en Rhodopegebergte.
E-mailabonnees, klik hier om het filmpje van deze week te bekijken.
"Bij een 20-jarige man werden verschijnselen van een doornappel-intoxicatie waargenomen: onrust, desoriëntatie, hallucinaties, euforie, en verder droge en rode huid en symmetrisch wijde pupillen. (.....) Er lijkt een heropleving te zijn van het gebruik van doornappels (Datura stramonium) als hallucinogene drug. Bij matige intoxicaties kan worden volstaan met maagspoelen met achterlating van actieve kool, terwijl bij ernstige intoxicaties fysostigmine een geschikt antidotum is." Dit (deel van een) artikel uit het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde uit 1997 geeft aan dat de doornappel geen onschuldig plantje is. De 20-jarige was half ontkleed, gedesoriënteerd en hallucinerend aangetroffen op een parkeerplaats. Hij dacht met zijn vrienden in een kamer te zitten en tussen zijn vingers voelde hij een (niet aanwezige) sigaret. Hij had met vrienden doornappelpitten gegeten in de hoop op een 'trip'. Hij kon blij zijn dat hij na een maagspoeling het ziekenhuis de volgende dag weer kon verlaten. Als je er per ongeluk te veel van neemt, kun je het niet navertellen. De zeer giftige plant groeide oorspronkelijk in Noord-Amerika en is inmiddels over de wereld verspreid. Hij houdt van kalkrijke grond, vandaar dat hij in de duinen veel voorkomt. De kelkvormige bloemen bloeien van juli tot en met oktober. Soms zijn ze wit, soms lila/lichtpaars. De zaden groeien in eironde dozen. Eerst zijn die donkerroodbruin, als ze uitgroeien worden ze heldergroen. Tegen de tijd dat de zaden rijp zijn, zijn de dozen vergeeld en barsten ze open. De zwarte zaden lijken erg op de zaden van voedselgewassen zoals boekweit en gierst. Hierbij treedt de doornappel op als akkeronkruid, ze gedijen op bewerkte grond. Alle delen van de plant zijn giftig en de hoeveelheid gif kan per blad verschillen. Je doet er goed aan om de plant alleen te bekijken, bijvoorbeeld in mijn filmpje van deze week (e-mailabonnees klik hier).
Als de edelhertenbronst er op zit, begint in oktober de damhertenbronst. Na een week van overvloedige regen gingen we aan het begin van de bronsttijd op pad. We liepen de Amsterdamse Waterleidingduinen in bij zonsopkomst (de nacht is er - terecht - voor de dieren). Aanvankelijk oogde de mist grijs, maar naarmate de zon hoger steeg kreeg deze een oranjegele gloed. In het bos zagen we herten die al een bronstkuil hadden gemaakt en het stonk overweldigend naar de urine en sperma die ze er in sproeien om een signaal naar de vrouwtjes af te geven: hier staat een viriele man die barst van de testosteron. Ze wentelen zich regelmatig in deze kuil zodat ze het heerlijke parfum ook met zich meedragen. Als extra markering schuren de herten langs bomen rond de kuil, hoewel niet alle kuilen onder een boom lagen. Er waren ook mannetjes die nog op zoek waren naar een territorium ofwel 'lek'. Die jonge herten waren niet overal welkom. Op het open veld namen de mannetjes elkaar de maat: wie liet zich meteen afschrikken en met wie moest het gevecht aangegaan worden? Uiteindelijk gingen twee mannetjes de confrontatie aan, terwijl de hindes er om heen rustig door graasden. Zodra het pleit beslecht was, zouden ze misschien nota nemen van de winnaar. Of misschien ook niet. Damhertengevechten zijn niet zo spectaculair als die van edelherten. Het gaat er redelijk tam aan toe. Toch is het mooi om te zien hoe ze voorover gebogen hun schoffelvormige gewei gebruiken in de strijd. Uiteindelijk wil een mannetje met zoveel mogelijk hindes paren. Hij drijft ze bijeen en bewaakt de uiteinden van zijn territorium door langs de randen te patrouilleren. De bronst duurt tot begin november. De hindes zijn 230 dagen zwanger en de kalfjes worden tussen mei en juli geboren. Per moeder is dat meestal één kalf, dat 4,5 kilo weegt. Na zo'n anderhalf jaar zijn die zelf geslachtsrijp. Maar de meeste mannetjes zijn dan nog niet in staat om een lek en een bijbehorend harem te veroveren. Die moeten zich eerst omhoog werken in de rangorde.
Bekijk de bronstverschijnselen in de film van deze week (e-mail abonnees, klik hier).
Kleine vuurvlinder Foto: AfroBrazilian - Own work, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org
Eind september waren we op een zonnige dag in de Amsterdamse Waterleidingduinen. Het was er erg rustig. De damherten lagen te herkauwen of liepen op hun gemak door het struweel, op zoek naar iets eetbaars. De geweien van de mannetjes waren volgroeid en hun dikke nekken verraadden dat ze klaar waren voor de bronst. Daarover volgende week meer. Op het water waren de eerste wintergasten te vinden: de krakeenden en kuifeenden. De kleine vuurvlinder is één van de vlindertjes die je nog tot in oktober kunt zien vliegen, als het weer meezit tenminste. Er is er zelfs ooit een waargenomen op 29 november...! Hoewel de oranje kleur het niet doet vermoeden, hoort dit vlindertje bij de familie van de blauwtjes. Kleine vuurvlinders hebben per jaar drie generaties. Uit de eitjes die in deze tijd van het jaar worden afgezet komen nog voor de winter rupsen te voorschijn. Deze rupsen vervellen tussen de één en drie keer en gaan dan half volgroeid de kou tegemoet. Ze verblijven op een beschut plekje in de waardplant (meestal is dat schapenzuring of veldzuring) of in de strooisellaag eronder. Op warme dagen komen ze te voorschijn om nog een hapje te eten. De verpopping vindt in het voorjaar plaats: half april vliegen de vlinders uit. De mannetjes nemen een territorium in van zo'n 10 m2 en verdedigen dat tegen indringers. De kleine vuurvlinder komt in ons hele land voor, maar niet in grote aantallen. Ze houden van vrij open terrein, meestal met droge, schrale grond of natte heidevelden waar de waardplant groeit. In andere werelddelen kun je de vlinder ook tegenkomen; het verspreidingsgebied loopt van Ierland tot Japan en Noord-Amerika en Scandinavië tot Noord-Afrika. Je kunt 'm zien in het filmpje van deze week. (E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken).
Bloeiende melganzenvoet Foto: Rasbak - Eigen werk, CC BY-SA 3.0 wikimedia
Het najaar kent vele gouden momentjes als de zon opkomt bij heldere hemel na een koude nacht. In de polder steeg damp op uit de slootjes en de schapen en koeien staken mooi af tegen het goud gekleurde gras toen ik bij zonsopgang in de polder vertoefde. In de film van vorige week zag je ganzen, deze week zie je - behalve die mooie zonsopgang - ganzenvoet. En dan bedoel ik niet de pootjes van de vogels, maar een plant die zich goed kan handhaven op zeer voedselrijke grond en zelfs resistent is geworden tegen sommige chemische bestrijdingsmiddelen. Een echte 'overlever' dus. De plant valt misschien niet meteen op met zijn groene bloemtrosjes maar kan talrijk aanwezig zijn. Een flinke plant maakt tienduizenden zaden. Eenmaal ondergeploegd behouden ze tientallen jaren hun kiemkracht. Boeren zijn niet blij met deze plant op hun akker want ze concurreren sterk met de voedselplanten en zijn gastheer voor veel virussen die ze over kunnen dragen op de cultuurgewassen. Melganzevoet is waardplant voor diverse virussoorten, zoals het streepmozaïekvirus in gerst, de vergelingsziekte in bieten, het aardappelmozaïekvirus en het aardappel X-virus. Dat laatste tast planten van nachtschaden aan, zoals tomaten en paprika, die daardoor geen vruchten maken en afsterven. Ook is melganzevoet waardplant van diverse aaltjessoorten, zoals het stengelaaltje, het bietencysteaaltje, het chrysantenbladaaltje en verschillende wortelknobbelaaltjessoorten. Toch is de plant ook nuttig voor de mens. De zaden werden vroeger vermalen tot meel. Daarvoor werd ganzenvoet geteeld op akkers. Dat leverde dan zo'n 4500 kg zaad op per hectare. Even omgerekend naar zaadjes van 0,7 gram waren dat bijna 6,5 miljard zaden! De bladeren kun je eten als spinazie. Ze zijn dan een bron van essentiële voedingsstoffen zoals vitamine C en aminozuren. Vinken houden trouwens ook van de zaden. Al met al heb ik een beetje dubbel gevoel bij de plant. Bekijk 'm in de film van deze week (e-mailabonnees klik hier).