De blog van afgelopen weekend is niet door iedereen ontvangen, aldus een aantal van mijn volgers. Daarnaast had ik een fout gemaakt bij het kopiëren van de link naar het filmpje waardoor je een foutmelding kreeg als je er op klikte. Voor iedereen die de blog en/of het filmpje gemist heeft: via deze link kun je 'm bekijken. Hopelijk werkt nu (en de komende tijd) alles weer naar behoren. Mocht je contact met me willen opnemen als er problemen zijn met de ontvangst met de wekelijkse mails, kijk dan op de contactpagina van mijn website om mijn mailadres te zien.
woensdag 17 november 2021
vrijdag 12 november 2021
Gevallen blaadjes - leven na de dood
Na lange tijd ging ik weer eens filmen in het stadspark tegenover mijn huis, dat op YouTube mensen van over de hele wereld heeft verwonderd. Japanners en Canadezen, Spanjaarden en Duitsers, Indiërs en Zweden, Australiërs en Amerikanen (allemaal m/v natuurlijk) volgden tijdens en na de lockdown een jaar lang mijn filmpjes en stonden versteld van wat er zoal te zien was in dat kleine stadsparkje. Deze keer werd ik weer eens aangetrokken door de mooie kleuren van de bladeren. De wind blies er flink doorheen, dus er lag al veel gevallen blad op de grasperken en omliggende straten. Ik vroeg me af hoe snel zo'n blad eigenlijk verteert. Zoals altijd is zo'n vraag niet makkelijk te beantwoorden. Volgens informatie van Nature Today hangt het van veel dingen af: temperatuur, hoeveelheid vocht in de bodem, het soort blad en ook de kleur van het blad. Om met dat laatste te beginnen: bladeren die nog een beetje groen zijn, verteren sneller dan helemaal verkleurd blad. Daarnaast is ook het soort blad van belang. Bladeren van altijdgroene planten zijn goed beschermd tegen uitdroging en verteren twee keer zo langzaam als bladverliezende soorten. Binnen die laatste groep is dan ook weer onderscheid te maken tussen bladeren die veel voedingsstoffen bevatten, zoals van de zwarte els, es, esdoorn, rode kornoelje, vogelkers, sleedoorn en vlier (die verteren in één à anderhalf jaar) en bladeren van soorten die voedselarm zijn of veel looizuur bevatten zoals de eik en de beuk, die doen er al gauw twee tot drie jaar over eer ze verteerd zijn.
![]() |
| Bladeren van de es verteren relatief snel |
Wat temperatuur betreft gaat de vertering sneller bij warmte: gemiddeld verloopt de bladvertering twee maal zo snel voor elke tien graden temperatuurstijging. Ook in de winter gaat de bladvertering nog door, zelfs onder een dikke laag sneeuw. Tenslotte speelt bodemvocht een belangrijke rol. In droge bodems gaat de bladvertering erg traag omdat bacteriën en schimmels er uitdrogen. Aan de andere kant verloopt de bladvertering ook erg traag in zeer natte, zuurstofloze, bodems. De vertering gaat het snelst in bodems die daar tussenin zitten.
De strooisellaag wordt afgebroken door talloze insecten, wormen, bacteriën, schimmels, nematoden en andere kleine organismen op en in de grond. Een aantal daarvan kun je met je eigen ogen waarnemen, bijvoorbeeld met deze zoekkaart (kijk op pagina 2 van het document): zo'n 50 soorten miljoenpoten, ruim 50 verschillende pissebedden, 640 spinachtigen, meer dan 100 slakkensoorten, en een kleine 30 typen regenwormen. Dat is dan nog maar het begin want de werkelijke aantallen zijn alleen met een microscoop te zien. In een theelepeltje zwarte grond zitten al snel enkele miljarden bacteriën, verdeeld over tienduizenden soorten waarvan de meeste nog niet door de wetenschap zijn beschreven.
Het afgevallen blad is niet alleen belangrijk als onderdeel van het voedselweb. Het is ook een belangrijke schuilplaats van dieren. Egels gebruiken de bladeren om hun winternest mee te 'stofferen', lekker isolerend door de lucht tussen de droge bladeren. En zij snuffelen graag rond tussen het bladstrooisel om insecten en slakken te vinden om op te vetten voor de winter. Afgelopen dinsdag zag ik een jong egeltje in onze tuin rondscharrelen, zo schattig om te zien dat je daar graag wat rommelhoekjes voor creëert. Een korte impressie daarvan zie je in deze opname (lees nog even door onder het filmpje). Binnenkort zal het beestje in winterrust gaan, dus ik hoop dat hij voldoende voedsel bij elkaar heeft gescharreld om de winter door te komen; aan onze tuin zal het niet liggen.
In het andere filmpje van deze week zie je ook bladeren in en op het water. Blad dat in het water valt en daar verteert haalt in dat proces zuurstof uit het water. In een kleine (tuin)vijver is het dus niet zo handig om er te veel afgevallen blad in te laten. Toch is blad ook belangrijk voor kleine waterdiertjes. Uit onderzoek blijkt dat hoe groter de aaneengesloten stukken zand zijn tussen de plekken met afgestorven blad, hoe moeilijker het voor de waterdiertjes is om bij de volgende voedselbron te komen. Hierdoor overleven sommigen niet en kunnen ze niet zorgen voor een volgende generatie. Op een beekbodem bevinden de meeste waterdiertjes zich bij ophopingen van blad, takken en hout, vanwege de voedsel- en schuilmogelijkheden. Het is soms een drukte van jewelste op zo’n plek met allerlei verschillende soorten macrofauna die van hetzelfde voedsel leven.
Bekijk herfst in het stadspark door hier te klikken.
vrijdag 5 november 2021
Late kleuring van de bomen
In de herfstvakantie waren we een paar dagen in Limburg en we hoopten op zonnig herfstweer en mooi gekleurde bomen. Wat beide aspecten betreft kwamen we bedrogen uit. Er woei een stormachtige wind, de regenbuien konden we - met hulp van buienradar - maar nauwelijks ontwijken en de bomen waren nog grotendeels groen. Niet alle bomen verkleuren op dezelfde tijd. Beuken zouden rond deze tijd hun kleurenpracht moeten tentoonstellen en Amerikaanse eiken ook. Maar die hadden niet meer dan een blosje. De lindenbomen die we vanuit onze hotelkamer zagen waren enigszins gekleurd maar door de harde wind ook al half kaal gewaaid. Alleen de esdoorns kleurden in de loop van de week geel.
![]() |
| De bomen in het Limburgse heuvelland waren maar mondjesmaat gekleurd |
vrijdag 29 oktober 2021
Buikzwammen en het begin van de bronst
Begin oktober bezochten we op een zonnige dag de Amsterdamse Waterleidingduinen. We hoorden het geburl van de damherten en zagen dat de herten bezig waren met het maken van bronstkuilen en het bijeen drijven van hun harem. Het hoogtepunt van de bronst moest nog komen, maar de waarnemingen waren interessant genoeg om ze op film vast te leggen. Er viel verder nog van alles te zien: heidelibellen zaten te zonnen op de paden en boomstronken en ook een kleine vuurvlinder poseerde even. Tussen de grasjes op het duinzand troffen we ook buikzwammen aan; dat is altijd een mooie waarneming want je ziet ze niet zo vaak en ook niet overal.
![]() |
| Ruwstelige (?) stuifbal |
Als eerste kwamen we een stuifbal tegen: een wit bolletje op een bruin steeltje. Deze soort vinden we vooral langs de kust in het kale duinzand en zeer spaarzaam in het binnenland. Er zijn vier soorten die niet zo makkelijk te onderscheiden zijn. Op basis van het formaat leek me dit een ruwstelige stuifbal, maar ik kan er ook naast zitten. Op een andere plek in de duinen zagen we aardsterren, die ook tot de buikzwammen horen. Aardsterren zijn opruimers waarbij de sporen binnen in een bolvormig vruchtlichaam zitten. Bij rijpheid springt de buitenlaag van dat vruchtlichaam open en buigen de slippen zich stervormig. De binnenlaag met de sporenmassa zit in het midden van de ster en opent zich bovenaan via een klein gaatje waardoor de sporen naar buiten komen. Meestal gebeurt dit als er regendruppels op de paddenstoel komen. Valt een druppel op het buikje dan wordt door de ontstane overdruk de aanwezige lucht eruit geperst samen met een stofwolkje sporen. Elastische draadjes in het weefsel zorgen ervoor dat de normale vorm steeds weer wordt hersteld. In dit proces wordt er nieuwe lucht naar binnen gezogen waardoor de nog in de buik aanwezige sporen gaan wervelen en in een gunstige positie komen te liggen voor de volgende uitstoot.
![]() |
| Aardster |
![]() |
| De peperbus is ook een aardster |
vrijdag 22 oktober 2021
Wingerd, vuurdoorn en een vuurwants
Een aantal jaren geleden moest onze haag van veldesdoorn eruit omdat hij aan alle kanten 1 meter van onze stadstuin innam. We wilden er iets voor terug planten dat mooi was voor ons en ook iets opleverde voor de dieren in onze tuin, maar dat niet zo breed zou uitgroeien. Het werd een combinatie van wilde wingerd, klimop en vuurdoorn. Klimop is het hele jaar groen en biedt schuilgelegenheid aan insecten en vogels. De bloemetjes bloeien vrij laat in het jaar en leveren dan nectar aan de laatste rondvliegende insecten. De zwarte bessen vormen in de winter een lekker hapje voor vogels. Ook de wingerd is een goede leverancier van nectar en stuifmeel, ook al zijn de bloemetjes klein. Een bij haalt per bloem per dag 1 à 2 mg nectar binnen. De vruchten zijn kleine blauwe zoetige besjes, die een lekkernij zijn voor vele vogels (mensen kunnen ze beter niet eten). In het najaar is deze plant voor ons 'eyecandy' (letterlijk oogsnoep ofwel een genot om te zien) zoals de Engelsen dat zo mooi uitdrukken. De bladeren verkleuren van groen, naar geel en via oranje naar karmijnrood. Geweldig om te zien, onze eigen 'Indian summer' in de achtertuin. Wingerd hoort tot de wijnstokfamilie en komt oorspronkelijk voor in het zuiden van Canada en noorden van de VS. De soort is in Europa ingevoerd maar komt hier inmiddels ook op veel plaatsen in verwilderde vorm voor. Met hechtschijfjes 'kleven' de ranken aan muren, de groeisnelheid is groot maar de plant is makkelijk te snoeien en te verwijderen waar hij niet gewenst is.
![]() |
| Wingerd en de bessen van vuurdoorn |
Vuurdoorns hebben ook heel wat te bieden in de tuin. De plant hoort bij de rozenfamilie; ze hebben dan ook flinke doorns. Die stekelige takken zijn een prima natuurlijke bescherming tegen klimmende katten voor broedende vogels. In het voorjaar is de struik getooid met witte bloemschermen en vliegen de insecten af en aan. In de winter worden de besjes door vogels gegeten. Wij hebben een variëteit met gelige bessen en een met rode bessen. De soort met oranje bessen is het meest bekend.
Op hemelsleutel, een laat bloeiende vetplant, zag ik een vuurwants. In de zomer worden de eitjes van deze soort afgezet en na een aantal larvenstadia vervellen ze in september tot de volgroeide wants. Deze genoot dus pas kort van zijn volwassen leven. De winter overleven ze in groepen onder de grond of tussen bladeren. Ze leven voornamelijk van planten: met hun snuit zuigen ze het sap uit de stengel.
![]() |
| Vuurwants op hemelsleutel in de herfstzon |
Het tweede deel van hun wetenschappelijke naam Pyrrhocoris apterus betekent: zonder vleugels. Dat klopt niet want ze hebben wel degelijk vleugels maar meestal kunnen ze er niet mee vliegen omdat ze te kort zijn. Over die vleugels las ik op wikipedia deze aardige feitjes:
"Er komen verschillende vleugelvormen voor, zoals langgevleugelde exemplaren die zowel goed ontwikkelde voorvleugels hebben als vliezige achtervleugels, waarmee ze goed kunnen vliegen. Dit wordt wel macropteer genoemd maar komt bij de vuurwants zelden voor. De meeste exemplaren zijn kortgevleugeld of brachypteer, deze wantsen hebben geen membraan aan de achterzijde van de voorvleugels. Er komen daarnaast ook combinaties voor van exemplaren met lange voorvleugels en korte achtervleugels en vice versa. Ten slotte komen er soms exemplaren voor die ongelijke vleugels hebben, wat maar weinig voorkomt bij de insecten. Uit onderzoek naar de reden achter kort- of langvleugeligheid bij de vuurwants komen verschillende oorzaken naar voren. Als de nimf zich ontwikkelt bij een hoge omgevingstemperatuur en een hoge lichtintensiteit is de kans groter dat het volwassen exemplaar langgevleugeld is. Ook heeft de wants meer kans lange vleugels te ontwikkelen als de nimf in een omgeving opgroeit met veel soortgenoten waarbij de dieren actiever zijn. In het laboratoriumonderzoek wordt verfrommeld papier gebruikt als surrogaat voor de strooisellaag, en opmerkelijk is dat zelfs het gebruikte papier kan invloed hebben op de ontwikkeling van de vleugels. Bij gebruik van advertentiepaginas van het tijdschrift Nature komen normaal ontwikkelde wantsen tevoorschijn, als papier van Scientific American wordt gebruikt treden vergroeiingen op. Ook uit ander laboratoriumonderzoek is bekend dat de nimfen van de vuurwants reageren op stoffen uit papier."
Bekijk de herfsttaferelen in onze tuin door hier te klikken.
vrijdag 15 oktober 2021
Helmgras beschermt ons land
Vandaag het laatste Texelfilmpje van onze vakantie in augustus. Als je naar de mensen op het strand kijkt, kon het net zo goed recent gemaakt zijn, want die avond was het fris en winderig en mensen gingen goed ingepakt het strand op. Op één badgast na die zich in de golven waagde maar daar blijkbaar iets angstaanjagends zag waardoor hij pijlsnel het water weer verliet. Op de duinenrij wuifde het helmgras onder indrukwekkende wolkenluchten. Tijd om dat plantje eens in het zonnetje te zetten want helm is een belangrijke bondgenoot in onze strijd tegen het water.
Het grijsgroene gras groeit in pollen op jonge duinen. De lange wortelstokken van de plant dringen diep in de bodem door en houden zo het zand vast. Per jaar kan helmgras een meter stuifzand aan: het groeit razendsnel mee en blijft er boven uit steken. Met die vorming van duinen helpt helm om het zeewater uit ons land te houden. Helm kan zoute wind en zand goed verdragen. Het stuivende zand helpt de plant tegen insecten die het op helmsprieten voorzien hebben. Als een duin eenmaal 'vastligt' door de vele begroeiing vreten insecten de helmplanten aan en wordt de plant minder sterk. Andere planten grijpen dan meer en meer hun kans om te groeien en de helm te verdringen. Je zou denken dat helmgras door zijn groeiplaats zout water kan verdragen. Dat is echter niet zo. Er moet een bel zoet water in het opkomende duintje zitten om helm te laten groeien. De plant beschermt zich tegen zout water door een symbiotische relatie met een speciale schimmel op zijn wortels, die de water- en zouttoevoer naar de plant regelt. De bladeren kunnen wel tegen zout water; als een pol bij overstroming losraakt kan hij op een andere plek weer wortel schieten als hij aanspoelt, mits daar wel zoet water in de grond zit. Om te gedijen in de harde weercondities van felle zon en droogte op het strand hebben de bladeren nog een slimme voorziening: ze zijn in de lengte gegroefd en rollen zich bij droogte op om minder water te verdampen. De beharing helpt om verdamping verder te bemoeilijken. Bij vochtig weer strekken de bladeren zich dan opnieuw in de breedte uit.
Om ons land te beschermen tegen de zee wordt helm massaal aangeplant. In het verleden werden Texel en het losse eiland Eierland aan elkaar vastgemaakt met behulp van helm. In de 17e eeuw wierp men een zanddijk tussen de twee eilanden op en zodra hier zoet (regen)water in was gekomen werd deze beplant met helm. Er waren trouwens ooit plannen om op deze manier alle Waddeneilanden aan elkaar te 'rijgen' (en vervolgens de Waddenzee in te polderen). Maar het unieke karakter van de eilanden en de Waddenzee heeft het toch gewonnen van deze landhonger.
Je kunt het filmpje van deze week bekijken door hier te klikken.
vrijdag 8 oktober 2021
Distels en de distelvink
In de bloementuin van ons vakantiehuis op Texel bloeiden kamille en klaprozen maar ook een hele berg aan akkerdistels. Het hoogtepunt van de bloei was voorbij, de lichtpaarse bloemhoofdjes trokken nog wel wat bijen en hommels aan die zich te goed deden aan de nectar, maar er waren ook al vogels die interesse toonden in de zaden. Waar de zaden van de paardenbloemen zich makkelijk door de wind laten verspreiden vanuit hun luchtige 'bol', zit het vruchtpluis van de distels zo op elkaar gepakt dat de wind er geen vat op krijgt. De distel heeft dus een hulpje nodig en de distelvink, beter bekend onder de naam putter, is voor de plant een welkome gast. Natuurlijk verdwijnen er daarbij wel zaden in de vogelmaag, maar even zovele zaden raken los en worden door de wind meegenomen. Als ze een muur, heg, schutting of ander obstakel raken vallen ze neer om te kiemen. In dit geval was dat obstakel een berg aarde in de aangelegde tuin. Het zaad ontkiemt nog voor de winter valt en in het eerste jaar stelt de distel zijn plekje veilig: hij verankert zich met een stevige wortel in de grond en maakt een rozet van bladeren om andere planten uit de buurt te houden. Het tweede jaar groeit de plant uit en bloeit deze om daarna af te sterven. Het is een zogenaamde tweejarige plant.
![]() |
| Putter eet zaden van de akkerdistel |
In de tuin deden de putters zich te goed aan de zaden. Volwassen vogels met een kleurrijk verenkleed en jonkies die nog niet zo'n mooi getekend koppie hadden. Over de kleuren van de putters zegt de overlevering dat er bij de schepping van de vogels prachtige kleuren werden uitgedeeld, maar dat één vogelsoort werd overgeslagen. Dat was de putter. Verslagen keek de vogel rond en zag dat en links en rechts nog restjes verf waren. Na enig smeken werden de restjes over zijn lijfje verdeeld: zwart op de kop, staart en slagpennen, rood op de kruin en langs de wangen, groengrijs langs de vleugels en wit op de kop. Een likje bruingrauw op de borst maakte het kleurenpalet af. Ondanks de felle kleuren zijn de vogeltjes overigens goed gecamoufleerd, ik hoor ze altijd eerder dan dat ik ze zie. Ze maken een gezellig babbelend geluid. Hoe de vogel aan de naam distelvink komt, is door bovenstaand verhaal verklaard. Waar de naam putter vandaan komt kun je lezen in een eerdere blog.
Bekijk de puttertjes, jong spreeuwen met een bruine, nog niet gespikkelde kop en zomerbloemen in het filmpje door hier te klikken.
vrijdag 1 oktober 2021
Net zoveel schapen als inwoners
![]() |
| In het voorjaar zijn er meer schapen dan inwoners op Texel |
Texel is van oudsher een schapeneiland; er wonen 14.000 mensen en even zoveel schapen. In het voorjaar zijn er meer schapen dan inwoners want dan komen er duizenden lammetjes bij. Dat is trouwens weinig vergeleken met 1850; op het hoogtepunt van de schapenhouderij stapten er zo'n 40.000 schaapjes rond op het eiland.
In 2009 kocht ik het boek 'De Texelaar' zoals het schapenras wordt genoemd, het boek verscheen ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van het Texels Schapenstamboek. Texel was in vroeger tijden met zijn kwelders en brak water niet erg geschikt voor landbouw en voor koeien was aanvankelijk te weinig zoet water beschikbaar. Schapen daarentegen hebben genoeg aan brak water en deze wollige dieren zijn tevreden met zoutminnende planten. De schrale, droge gronden van het eiland werden dus het domein van de schapenhouderij. De Texelse schapen waren met weinig tevreden en erg gezond. Daarom kwamen boeren van elders de Texelaars graag kopen. Want als die gedijen op zulke arme grond, dan doen ze het op de vette gronden van de polders nog beter. Ook wolhandelaren zijn erg in hun nopjes met de Texelaar. Op Texel lopen namelijk allemaal schapen van hetzelfde ras, die geven wol van dezelfde soort en kwaliteit, waar in andere gebieden een ratjetoe aan rassen en kruisingen niet bepaald uniforme wol oplevert. Vanuit Engeland was er eveneens belangstelling: de Texelse schapen hebben vlees met minder vet en met een fijnere structuur vergeleken met Engels schapenvlees. In 1865 maakten meer dan 52.000 schapen de oversteek naar het Verenigd Koninkrijk, naar verluidt tegen 'hooge vleeschprijzen'.
In de duinen en kwelders werden vanouds schapen gehouden, dat was uitgestrekt en weinig overzichtelijk terrein. De duinboeren weidden op grote percelen van wel 1300 tot 2000 hectare en in zo'n gebied liepen tussen de 1250 en 2500 schapen. Het in de gaten houden de kudde was moeilijk maar noodzakelijk: het gebied wilde nog wel eens overstromen en dan moesten de schaapjes op het droge worden gebracht. De boeren gingen met paarden langs de schapen en één boerderij had een ingebouwde uitkijkpost die uitkeek over de kwelder met grazende schapen. Tellen was helemaal een moeizaam karwij. Om een beetje overzicht te houden werd bij iedere 50 schapen een zwart schaap gedaan. Door de zwarte schapen te tellen en met 50 te vermenigvuldigen kreeg men een idee van het totaal. Dus dat is de betekenis van het zwarte schaap.In natuurgebied De Bol werd tijdens ons verblijf een groep schapen geweid, daar was ook één zwart schaap bij. Misschien waren het in totaal wel rond de 50 viervoeters. Ik heb daar tijdens onze vakantie niet op gelet. Het was mooi om te zien hoe de groep zich verplaatste, volgens het gezegde 'als er één schaap over de dam is, volgen er meer'. Achterblijvers spoedden zich richting de kudde als het gat met de kopgroep te groot werd. Ze joegen de vogels op die in het gebied verbleven om te ruien of tijdens hoog water op het wad.
Bekijk de Texelaars en de vogels onder steeds wisselende wolkenluchten in het filmpje van deze week door hier te klikken.
vrijdag 24 september 2021
De lepelaar en de Herbst-lichaampjes
Op Texel zien we altijd wel een aantal lepelaars en het lijkt ook of het er elk jaar meer worden. Gelukkig gaat het goed met deze mooie grote vogel met zijn opvallende snavel. In de jaren 70 waren er niet meer dan 215 broedparen, verspreid over drie gebieden: Texel, het Naardermeer en het Zwanenwater. In 2019 kwamen de tellingen uit op 3800 paar en zijn de lepelaars in grote delen van ons land te zien. Natuurlijk in de natte gebieden zoals (nog steeds) de Wadden, het IJsselmeergebied en de Zeeuwse Delta. Maar ook in en om grote steden kunnen we deze vogel inmiddels aantreffen. Bij Sovon werden broedpopulaties gemeld aan de randen van Rotterdam, Delft, Leiden en Haarlem. De vogels gebruiken daar regelmatig bomen met nesten die eerst door blauwe reigers zijn gebruikt. Ze zoeken voedsel in de polderslootjes in de buurt van de stad. Van de lepelaars bij Haarlem en in Voorne Putten maakte ik eerder de filmpjes bij deze blogs.
![]() |
| De aantallen lepelaars nemen toe in ons land |
Intrigerend is de grote snavel van de lepelaar met zijn specifieke vorm. Ik heb eens opgezocht hoe de kleintjes uit het ei komen, want een eierschaal doorpikken met zo'n stomp geval lijkt me niet handig. Welnu dat blijkt ook niet het geval te zijn: de kuikens kruipen uit het ei met spitse roze snaveltjes. De vorm en kleur van de snavel verandert vervolgens in een afgeplat rond uiteinde en krijgt tegen de tijd dat de lepelaar volwassen is de kleuren zwart met geel aan de snavelpunt. Lepelaars fourageren al 'maaiend' door het water en eten voornamelijk stekelbaarzen, maar verorberen ook larven, waterinsecten, bloedzuigers, wormen, slakken en kikkervisjes. De snavel heeft zijn speciale vorm vooral om te 'voelen'. Vogelsnavels zijn van hoorn en dat is ongevoelig. Ze hebben dus andere manieren nodig om hun voedsel te ontdekken. Bekende mechanismen die vogels en zoogdieren gebruiken om voedsel op te sporen zijn door te luisteren, kijken, ruiken, proeven en het waarnemen van trillingen, temperatuurverschillen of elektromagnetische velden. De lepelaar maakt gebruik van drukverschillen, bijv. als een visje de snavel binnenzwemt, en heeft daarvoor zogenaamde Herbst-lichaampjes in zijn snavel. Bekijk een tekening om te zien hoe dit in zijn werk gaat door op deze link te klikken.
![]() |
| Met de Herbst-lichaampjes heeft de lepelaar voedsel ontdekt en hij slikt het door |
vrijdag 17 september 2021
De Bol op Texel
Als we op Texel zijn, nemen we als het eb is graag een kijkje op de Waddenzee vanaf de dijk bij de dorpjes Oost en Oosterend. Honderden vogels doen zich dan te goed aan de beestjes in het slib. Als je je omdraait kijk je uit over De Bol, een natuurgebied met de molen aan de rand.
![]() |
| Natuurgebied De Bol bij zonsopkomst |
Deze zomer logeerden we in een pas gereed gekomen huis aan de andere kant van De Bol en keken uit over dit natuurgebied dat zijn naam ontleent aan de duintjes die er ooit waren. Lang geleden bestond het huidige eiland uit twee delen: Texel en Het Eijerland. Het Anegat was het zeegat tussen de twee stukken land. Oosterend lag aan zee en de mensen leefden er van de oestervisserij. Meer en meer delen van het eiland werd ingedijkt en ingepolderd, wegens landhonger maar ook om een minder lange kustlijn te hoeven beveiligen tegen de macht van de zee. In de polder Het Noorden ontstond De Bol en de sterntjes en andere vogelsoorten broedden hier in aantallen die we ons tegenwoordig niet meer voor kunnen stellen. Zo'n honderd jaar geleden verdwenen de duintjes bij een rigoreuze ontginning en op een deel van het land werd 'geboerd'. Zo kenden wij het gebied op dit eiland.
![]() |
| Vanuit ons huis konden we de zon zien opgaan boven De Bol |
De laatste paar jaar is daar echter verandering in gekomen, dank zij Harry Vlek. Wij ontmoetten de eigenaar van ons huis toen we tussen twee wandelingen even 'thuis' kwamen lunchen. Hij vertelde ons over de afgelopen vijf jaar, waarin de terugkeer van de Bol naar één aansluitend natuurgebied vorm heeft gekregen. Harry heeft de boerderij van de familie De Vlaming opgekocht en met dit geld zijn zij elders op het eiland biologisch gaan boeren. Harry had de boerderij willen laten restaureren en verbouwen, maar daar stak de gemeenteraad een stokje voor. Een nieuw pand neerzetten stuitte niet op bezwaren en daar maakt ons vakantiehuis deel van uit. De boerengrond op De Bol is onder beheer gekomen van Natuurmonumenten en Harry heeft de bemeste grond laten afplaggen om hem minder voedselrijk te maken. Hierbij kwamen overigens nog heel wat oesterschelpen naar boven uit het oorspronkelijke zeegat. Er kwamen ook zaden aan de oppervlakte te liggen en Harry vertelde dat er nu al zeldzame plantjes groeien die lange tijd op Texel verdwenen waren. Hij verwacht dat er binnen een paar jaar een zee van orchideeën gaat bloeien. We hebben vele uren genoten van de vogels in het gebied, zo maar te zien vanaf ons terras. En dan is augustus nog niet eens de beste vogelmaand.... Of er ooit zoveel sterns zullen gaan broeden als weleer is nog even afwachten. In de film van deze week zie je een sfeerimpressie van de zonsopkomst boven De Bol en de vele ganzen die er nacht hebben doorgebracht. Het licht op de wadden is altijd bijzonder, zelfs als er in de loop van de dag regen over het land trekt. Bekijk het filmpje door hier te klikken.















