Schorpioenvlieg

Schorpioenvlieg

zaterdag 31 augustus 2019

Agrimonie en Kaardebol

Agrimonie
Publiek domein,
https://commons.wikimedia.org
Vanuit het Limburgse plaatsje Houthem wandelden we langs Chateau St. Gerlach naar landgoed Ingendael. Het Geuldal is daar bijzonder bloemenrijk en de konikpaarden houden de boel een beetje open. Helaas was het een koele en bewolkte dag, waardoor we niet konden genieten van de vlinders die er op zonniger dagen rondfladderen, zoals de koninginnenpage. Wat bijen en vliegen en een enkel soldaatje (kever) is alles wat we te zien kregen. In de film van deze week spelen bloemen dus de hoofdrol. Twee typische soorten van kalkrijke bodems licht ik er even uit. De plant met de gele bloemetjes op lange stengels moest ik zelf ook even opzoeken. Het bleek de agrimonie te zijn. Je verwacht het misschien niet, maar deze plant hoort bij de rozenfamilie. Dat is een grote plantenfamilie van wel 3000 soorten en die lijken niet altijd op elkaar. Natuurlijk horen de rozen er toe die we kennen uit de tuin of de natuur (bijvoorbeeld de hondsroos of de egelantier). Maar ook veel fruitsoorten behoren tot de rozenfamilie: appel, peer, kers, pruim, abrikoos, perzik, braam, framboos en aardbei om er een paar te noemen. Struiken als sleedoorn en meidoorn behoren tot de rozen, evenals een aantal kleinere planten zoals moerasspirea, nagelkruid en de agrimonie dus. De wetenschappelijke naam van de plant luidt Agrimonia eupatoria. Hiermee lijkt de plant vernoemd te zijn naar de Pontische koning Mithridates VI Eupator, die bekend stond om zijn kruidenkennis. Het woord Agrimonia wordt wel in verband gebracht met het oud-Griekse Argemone, dat 'vlek op het oog' betekent, omdat de plant heilzaam zou zijn voor de ogen. Verder werd de plant gebruikt om leverziekten te genezen of bij slangebeten. Ook gaat het verhaal dat als je met agrimonie-thee gorgelt, je luider gaat spreken en zingen. Ik zou er maar niet mee experimenteren!
Je ziet de agrimonie aan het begin van de film.
Grote kaardebol, By Curtis
https://www.biodiversitylibrary.org,
 https://commons.wikimedia.org/

Aan het eind van de film valt de grote kaardebol op. Het ei-ronde bloemhoofd heeft kleine lila bloemetjes. Die beginnen te bloeien in het midden van de bol. Dat zie je bij de eerste kaardebol in het filmpje. Vervolgens deelt de bloemband zich op in twee ringen, eentje schuift naar boven op en de andere naar beneden. Bij de tweede bol in de film zie je hoe dat er uit ziet. De zaden van de plant zijn populair bij puttertjes.

E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te zien.


zaterdag 24 augustus 2019

Waterhoentjes in science fiction decor

Waterhoentje
Eén van de redenen waarom ik niet hou van science fictionfilms is omdat er in die films meestal geen sprietje groen te bekennen is. De omgeving ziet er uit als de ergste woestijn op aarde. In de Geul kwam ik twee nesten van waterhoentjes tegen in zo'n zelfde omgeving. De Geul stroomt op dat punt het stadje Valkenburg in en aan de rand van de woonwijk was er een nieuwe kademuur opgetrokken. Al het groen had moeten wijken voor de aanleg van de muur. Dat is in de verste verte niet de natuurlijke omgeving voor waterhoentjes. Hun enorme tenen zijn bedoeld om op waterplanten te lopen, zoals de grote bladeren van de waterlelie of de gele plomp. Maar hier zag ik ouder en kind(eren) in een science fiction decor. Het pas geboren waterhoentje dribbelde over de keien en bedelde bij vader of moeder om voedsel. Je ziet dat zijn tenen enorm zijn, ondanks zijn kleine lijfje. Nu zijn die tenen nog zwart, later kleuren die geelgroen zoals je bij de oudervogel ziet. De vleugeltjes zijn nog minuscuul! Het duurt nog bijna 50 dagen eer het kleintje kan vliegen. 
De laatste jaren krijgen we de waterhoentjes wat vaker te zien en zijn ze niet meer zo schuw. Toen ik mijn natuurgidsenopleiding deed, in 2003/2004, had ik grote moeite om er een voor de lens te krijgen. Zodra ik er eentje zag, had de vogel mij ook in de gaten en verstopte zich tussen het riet of dook onder. In zo'n geval trekt de waterhoen zich langs een rietstengel naar beneden en steekt af en toe een snavelpuntje boven water om lucht te happen. Dan valt er weinig te fotograferen :). Inmiddels zijn ze een vrij algemene verschijning geworden. Toch loont het om de vogel eens goed te bekijken, want het verenkleed heeft allerlei subtiele grijs/bruine kleuren en de snavel van de volwassen vogels is felrood met geel. Waterhoentjes voeden zich met waterplanten, grassen, insecten, spinnen, kikkervisjes en af en toe ook eieren van andere vogels. Ze maken meerdere nesten per jaar, waarin vier tot negen eieren gelegd worden. Kom je een nest tegen met meer eieren, dan is er sprake van een zogenaamd 'dumpnest' waarin andere vrouwtjes hun eieren 'te vondeling' hebben gelegd. Als het eerste ei gelegd is, beginnen de ouders meteen met broeden. Zodra het eerste jong uit het ei komt gaat vader met de nieuweling op pad, moeder broedt de rest van de eieren uit.

E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje van deze week te zien.




zaterdag 17 augustus 2019

Het zinkviooltje gedijt op zware metalen

Zinkviooltje
Al in de Romeinse tijd werd in de buurt van het Belgische La Calamine erts van lood en zink gewonnen. De bloeitijd van de mijnen, net over de grens van Zuid-Limburg, was tussen 1820 en 1880; meer dan 1000 mensen werkten destijds in de groeves. Toen in 1938 de laatste zinkmijn uitgeput raakte, was er ongeveer 2 miljoen ton zinkerts uit de grond gehaald. De zinkmijnen zijn inmiddels gesloten, maar er ligt nog veel afval. Daardoor kun je in dit gebied bijzondere planten tegen komen: de zogenaamde zinkflora. Het zinkviooltje, de zinkblaassilene en andere planten van het zinkplantenverbond groeien er in een reservaat bij de verlaten mijnen. Andere planten zouden snel doodgaan met zoveel zware metalen in de bodem, maar een paar soorten gedijen erop. Deze planten zijn uniek in de wereld en komen alleen rond deze zinkmijnen in Wallonië en langs de Geul in Limburg voor. Want het water van de Geul nam de metalen (en zaden) mee en bij overstromingen kwamen ze in de Limburgse bodem terecht. Zo werd in 1830 het eerste zinkviooltje in Nederland ontdekt. In 1911 schreef natuurvorser Eli Heimans dat er langs de Geul duizenden van deze viooltjes bloeiden, samen met de zinkblaassilene en zinkboerenkers.
Zinkblaassilene

We besloten eens een kijkje te nemen in dit bijzondere gebied, en maakten vanuit Kelmis (B) een bijzonder afwisselende wandeling uit het boekje "De Geul van bron tot monding" van Olaf op den Kamp. Stiekem hoopte ik niet alleen het zinkviooltje aan te treffen, maar ook de zilveren maan en andere parelmoervlinders, die deze viooltjes als waardplant hebben. Helaas gooide het weer roet in het eten: het was te koud. Er waren geen insecten te zien. Zinkplanten hebben van nature een hogere behoefte aan zink dan andere planten. Maar ook daaraan zit een grens. Om te overleven op een grond die zo vervuild is met zink, wordt het zinkviooltje geholpen door een schimmel, die zorgt dat de wortels van het viooltje niet te veel zink opnemen. Het Engels gras dat hier groeit heeft een ander trucje: die plant scheidt de zware metalen uit via bladopeningen. De zinkboerenkers verzamelt de metalen in bepaalde afvalblaadjes en raakt ze zo kwijt.
Grasklokjes en zinkblaassilene

Het grasklokje is geen echte zinkplant, maar heeft van nature een bepaalde afweer tegen deze metalen. Deze soort zagen we massaal, samen met de zinkblaassilene, langs een voormalige spoorweg (inmiddels een wandelpad) waarlangs de ertsen werden vervoerd.

In het filmpje van deze week (e-mailabonnees klik hier) kun je deze planten zien, samen met het landschap dat wordt doorsneden door de riviertjes de Geul en de Hohn.


zaterdag 10 augustus 2019

Klaprozen in een graanveld

In mijn jeugd waren ze niet weg te denken uit graanvelden, nu zie je ze alleen nog bij uitzondering: de felle rood/oranje bloemen van de klaproos. Ze vormden meestal een trio met de blauwe korenbloemen en gele ganzenbloemen. Al die planten zijn trouwens van oorsprong niet Nederlands. Ze zijn meegelift met het eerste zaaigraan dat landbouwers 7500 jaar geleden meebrachten uit Zuid-Oost Europa. Klaprozen kiemen op voedselarme grond die bewerkt wordt. Na de Eerste Wereldoorlog bloeiden ze in Engeland massaal op de puinhopen van gebombardeerde steden. Daarom dragen Engelsen vaak een (namaak)klaproos in hun knoopsgat bij herdenkingen van deze oorlog.
De zaden kunnen rustig tientallen jaren in de grond zitten. Daar wachten ze tot de omstandigheden om te kiemen goed zijn. De zaadjes groeien in de mooie groene zaadbollen die je in het filmpje ziet. De zaden rijpen en de bol en de stengel verdroogt. Als de stengel niet meer flexibel is, 'rammelt' de wind de zaden uit de doos, die kleine gaatjes aan de bovenkant heeft. Als een zoutvaatje strooit de plant er zo met enige regelmaat een aantal uit. Per zaadbol zijn er ongeveer 100-150 zaadjes.
De bloem geeft geen nectar, dus vlinders hebben er niks aan. Maar bijen, zweefvliegen en hommels lusten graag het stuifmeel van de plant.
Blijft natuurlijk de vraag hoe deze mooie bloem aan zijn naam komt: als je een bloemblaadje tot een zakje vouwt en er op slaat, hoor je een klap.
In Limburg kwam ik nog een tarweveld tegen waar, in ieder geval langs de randen, nog wat klaprozen en korenbloemen bloeiden. Een stukje jeugdsentiment in het filmpje van deze week.

E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken.


zaterdag 3 augustus 2019

Bevers in de Geul

Bevers eten plantaardig materiaal
Bevers zijn vooral 's nachts actief. Omdat ze leven van plantaardig voedsel, moeten ze heel wat tijd besteden aan eten zoeken, zo'n 12 uur per etmaal. In de zomer zijn de nachten daarvoor te kort. Dat betekent dat ze ook al in de schemering actief zijn. Juni en juli zijn dan ook de beste maanden om bevers in actie te zien. Via waarneming.nl had ik gezien dat er regelmatig beverwaarnemingen werden gedaan in Valkenburg, op de plek waar de Geul het stadje in stroomt. Iets na 20 uur waren we paraat en zagen vrijwel meteen na aankomst een bever eten van het struikgewas. In de zomer voeden bevers zich bij voorkeur met (water)planten. Dikke bomen knagen ze eigenlijk alleen in de winter om, om de boom te ontdoen van zijn bast. Dat is hun voornaamste voedsel in schaarse tijden. Toch lagen er nu ook een paar omgeknaagde wilgentakken over het water, een deel van de bast was al opgegeten.
Bever in de Geul (Limburg)
De wilgentakken, die vlak bij het beverhol leken te liggen, waren populair bij de hele beverfamilie. We zijn in totaal vier keer gaan kijken, twee keer in de avondschemering en twee keer net na zonsopgang. Dan konden we de bevers ongeveer 1-1,5 uur zien. Rond half 8 in de ochtend verdwenen ze één voor één in de burcht. Al met al telden we vijf dieren. Mannelijke en vrouwelijke bevers zijn moeilijk van elkaar te onderscheiden, de geslachtsorganen liggen inwendig en beide geslachten zijn ongeveer even groot. Maar nu was de moeder te herkennen aan de opgezwollen tepels: ze had jongen te zogen. We zagen ook de vader (in de film komt hij met een verse plant aanzwemmen) en twee jongen van dit jaar. Er leek ook nog een bever van twee jaar in de burcht te wonen. Dat is vrij gebruikelijk bij bevers. Al met al was het een onderhoudend en soms ook vermakelijk schouwspel om de bevers bezig te zien. Het was duidelijk dat ze in het water het meest op hun plaats zijn. Ze zwemmen dan met neus, ogen en oren boven de waterlijn. Zo kunnen ze alle zintuigen blijven gebruiken. Omdat de bast van de wilgentakken waar ze makkelijk bij konden al opgegeten was, moesten ze nu capriolen uithalen om bij de hogere takken te komen. Dan konden ze niet altijd hun evenwicht bewaren......

In het eerste deel van de film zie je op de planten langs de oever weidebeekjuffers en bosbeekjuffers.
E-mailabonnees kunnen hier klikken om de film van deze week te zien.


zaterdag 27 juli 2019

Nieuw leven

De eerste stapjes
Het is al weer een tijdje geleden dat ik een bijzonder tafereel kon aanschouwen; een Gallowaykalfje werd geboren in Park Zegersloot en ik was er bij. Ik stond kersenbloesem te filmen toen een wandelende mevrouw mij vroeg of ik ook dieren filmde. Ik dacht eerst dat ze haar hond bedoelde, maar al snel werd duidelijk dat het om een barende Gallowaykoe ging, die de kudde had verlaten en tussen het dorre gras een kalfje ter wereld bracht. Ik snelde er naar toe en zag de koe persen. Eén van de groenbeheerders van het gebied was toevallig ook in de buurt en keek mee. Ik vroeg of ik dichter bij mocht komen, en dat was goed. Nog steeds van een veilige afstand kon ik het moment meemaken dat het kalfje het levenslicht zag. Zo'n kalfje weegt dan een kilo of 25. Moeder moest even bijkomen van de bevalling, maar snel daarna begon ze het jong schoon te likken. Het pas geboren stiertje probeerde op de wankele pootjes te staan, maar dat viel niet mee. Vele malen startte ik mijn camera om de eerste stapjes vast te leggen en bijna even vaak kon ik hem onverrichterzake weer uitzetten. Na meer dan een uur kon het kalfje staan, moeder loeide goedkeurend. De pasgeborene ging op zoek gaan naar melk bij zijn moeder. Ik besloot het stel verder met rust te laten. Een paar dagen later ben ik nog eens terug gegaan: moeder en zoon maakten het goed en graasden vredig met de kudde. Ook vader was in de buurt met zijn indrukwekkende 900 kilo. Over een aantal jaar zal dit stiertje er ook zo imposant uit zien. Door zijn lange, golvende zwarte vacht kan hij 's winters buiten blijven en strenge vorst doorstaan. Als hij gespeend is, zal hij zich gaan voeden met grove takken van bramen, bomen en struiken. Op die manier houdt hij het landschap open en gevarieerd. Galloways hebben een gemoedelijk karakter maar het zijn geen huisdieren. Het is belangrijk dat de dieren zelfredzaam blijven, dus haal ze niet aan en voer ze niet. Bekijk ze van een afstand, of in mijn filmpje van deze week :).

E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken.


zaterdag 20 juli 2019

Huiszwaluwen bouwen hun nesten

Zwaluwen verzamelen modder voor hun nest
2018 was het jaar van de huiszwaluw en toen schreef ik al eens een blog over de moddernesten van deze sierlijke vogels. De jongen piepten met hun kopjes toen al uit het nest en zaten geduldig te wachten tot ze eten kregen. Dit jaar zag ik de vogels eind mei in de weer met modder om de nesten te bouwen, dat was een mooi gezicht. Het was een drukte van belang en het prrrt prrrrt van de huiszwaluwen was overal te horen. In het filmpje zie je verschillende stadia van het nest, iets dat je op de nestfotokaart van Sovon nog eens op je gemak kunt lezen. Je kunt de kaart bekijken via deze link. Huiszwaluwen zijn zwart/wit, de witte stuit en korte gevorkte staart zijn belangrijke herkenningspunten. Boerenzwaluwen hebben een veel langere staart en een rood keeltje (de 'boerenzakdoek' zoals men wel zegt). Oeverzwaluwen zijn bruin en nestelen niet in gemetselde moddernesten, zij graven een nestgang in steile wanden langs water. De huiszwaluwen broedden oorspronkelijk op rotswanden. Onze huizen zijn een vervanging daarvoor. Voor het metselen van hun nesten hebben de vogels graag een witte ondergrond: dat weerkaatst het zonlicht en houdt de nesten koel. De witte kleur schijnt ook insectenwerend te zijn.
Deze zwaluw moet nog even doorwerken
De huiszwaluwen komen in april naar ons land, vanuit zuidelijk Afrika. Ze zijn de Sahara overgestoken met hun lijfjes die minder dan 20 gram wegen - er hoeft maar één postzegel op :). Per zomer brengen ze twee nestjes groot van ieder 4-5 eieren. Die eieren wegen nog geen 2 gram per stuk (gemiddeld 1,7 gram!). Omdat de eieren in een vrijwel afgesloten nest liggen, hoeven ze geen schutkleur te hebben; ze zijn helderwit. Na twee weken broeden komen de jonge vogels uit het ei. Ze blijven dan nog 3-4 weken in het nest, afhankelijk van het weer.
Bekijk de drukte bij het maken van de nestjes in het filmpje van deze week (e-mailabonnees kunnen hier klikken om het te zien).


zaterdag 13 juli 2019

Grauwe ganzen en witte ganzen

Boerenganzen stammen af van de grauwe gans
Als je ze naast elkaar ziet, kun je bijna niet geloven dat ze een gemeenschappelijke voorouder hebben: de spierwitte boerengans en de voornamelijk bruin gekleurde grauwe gans. De enige overeenkomst zijn de oranje snavel en poten. Beide soorten heten in wetenschappelijke termen 'Anser anser', maar bij de witte gans staat er nog 'domesticus' achter. In Egypte is er archeologisch bewijs gevonden dan zo'n 4000 jaar geleden grauwe ganzen gedomesticeerd werden. Dat wil zeggen dat ze door mensen tam zijn gemaakt om als vee te houden.
Grauwe gans
Door selectie zijn er twee soorten ontstaan: de witte gans, die vooral voor het vlees gehouden werd en een bruine variant die veel eieren leverde. Behalve voor eieren en vlees werden de ganzen gefokt voor het dons en voor de bewaking, want ganzen gakken luidruchtig als een vreemdeling op het erf komt. Tegenwoordig worden niet veel ganzen meer gehouden op boerenerven, veel voormalige boerenganzen leven nu in het vrije veld. Daar kruisen ze regelmatig met de grauwe gans, wat allerlei kleurvariaties oplevert. Af en toe paren ze met andere ganzensoorten zoals de  Canadese gans, Indische gans of de brandgans.
Kruising tussen de boerengans en grauwe gans
Foto: W. Bulach wikimedia
Geschat wordt dat er zo'n 12.000 boerenganzen in Nederland zijn. Ze zijn meestal plaatstrouw, op een plek waar ze kunnen grazen en waar water in de buurt is. Ganzen hebben een partner voor het leven, ze tonen tekenen van rouw na het verlies van hun maatje. Het zijn echte groepsdieren en ze zullen elkaar herkennen ook als een gans is weggeweest en na enige tijd weer terugkomt. Ik zag een groep boerenganzen en grauwe ganzen bij de Boschmolenplas in het Limburgse plaatsje Heel. Ik filmde ze bij het ochtendgloren, maar tijdens de zonsondergang was de groep nog fotogenieker. Geniet er van in het filmpje van deze week (e-mailabonnees, klik hier).


zaterdag 6 juli 2019

Honderden hazenpootjes en geen dier te bekennen


Hazenpootjes groeien in grote groepen op matig voedselrijke zandgrond
Een uur na zonsopgang werd het al behoorlijk warm. Muggen dansten sloom in het gouden ochtendlicht en damp steeg op uit het ven. In het bloemrijke hooiland ernaast kleurden de grassen al geel. Na de langste dag kun je in zo'n biotoop een opvallende klaversoort tegenkomen: het hazenpootje. Dit plantje houdt van zure, kalkarme zandgrond en staat vaak op plaatsen waar de grond op een of andere manier omgewoeld wordt, bijvoorbeeld door betreding van vee, of in bewerkte bermen en akkers. Als je het hazenpootje in de duinen tegenkomt zijn dit vaak oude duinen waar de kalk al in de loop van de jaren is uitgespoeld. Dat het hazenpootje zich kan handhaven op de relatief voedselarme zandgronden komt doordat het plantje, net als andere klaversoorten, haar eigen voedsel produceert. Aan de tot 50 cm lange wortels bevinden zich kleine wortelknolletjes met bacteriën die stikstof binden en zo de plant van nitraat voorzien. Om die reden kun je hazenpootjes zaaien als groenbemester in je moestuin, het maakt je grond voedselrijker voor je groenten. De bloemetjes van het hazenpootje zijn vrij nietig en bijna niet als zodanig herkenbaar. De bloemhoofdjes zien er eerder uit als een wilgenkatje.
De bloemetjes van het
hazenpootje zijn klein
Het zijn dus bepaald geen 'uithangborden' voor de bestuivers. De gewone viltbij, donkere zijdebij en de klaverdikpoot zijn bijensoorten die het hazenpootje bestuiven. Maar de plant kan ook door zelfbestuiving zaad vormen. Uiteindelijk groeien er peulen met zaad, die als ze droog zijn door de wind worden weggeblazen.
De rupsen van het icarusblauwtje eten o.a. hazenpootjes
De rupsen van het Icarusblauwtje leven van klaversoorten zoals het hazenpootje. De rups die je in de film van deze week ziet is trouwens niet van het Icarusblauwtje. Het is de rups van de Sint Jacobsvlinder, die zich te goed doet aan het giftige Jacobskruiskruid. Het gif van deze plant slaat hij op in zijn lijf en wordt daarmee zelf ook giftig. De geel/zwarte signaalkleuren op zijn lijf waarschuwen vogels dat dit geen 'lekker hapje' is. De rupsen van het icarusblauwtje zijn niet giftig en dus meer gebaat bij een schutkleur. Ze zijn dan ook effen groen.

E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje van deze week te bekijken.


Dit is mijn driehonderdste blog! In de linkerkolom kun je oude blogs lezen door in de alfabetische lijst (labels) te zoeken naar de plant of het dier van je keuze. E-mailabonnees kunnen hier klikken om naar de homepage van mijn blog te gaan. 



zaterdag 29 juni 2019

Meevaren op moeders rug

In eerdere blogs schreef ik al eens over het drijfnest van de fuut en het voeren van juveniele fuutjes. Tijdens ons tripje naar het Lauwersmeer zagen we niet alleen de fraaie kemphanen maar ook een meer algemene verschijning: een paartje futen met jongen. De kleintjes waren nog jong en schattig en deinden graag mee op de rug van moeder. Het kan trouwens ook de vader geweest zijn want het broeden en de broedzorg worden bij futen netjes over de twee geslachten verdeeld. Futen leggen in het algemeen 3-4 eieren. In dit geval waren het er vier geweest, want zoveel koppies staken er uit het verenpak van de ouder. De eieren zijn eerst wit met een groenige of blauwe waas, maar ze verkleuren al snel naar bruin door inwerking van de natte waterplanten op het nest. In de zeldzame gevallen dat de broedende fuut het nest voor korte tijd verlaat worden de eieren ook afgedekt met waterplanten. De eieren worden met tussenpozen van 2 dagen gelegd, dus met zo'n nestje van 4 is de fuut een weekje zoet. Soms wordt meteen begonnen met broeden als het eerste ei gelegd is, maar het kan ook zijn dat de futen daarmee wachten tot het laatste ei gelegd is. Alle eieren moeten zo'n 29 dagen bebroed worden, dus als de futen bij het eerste ei al beginnen met broeden is het eerste kuiken al een week oud als de laatste uit het ei kruipt. Zoals gezegd, broeden man en vrouw om en om. In de tijden dat niet gebroed wordt, kan er gerust en gegeten worden. Dat gebeurt meestal in de buurt van het nest zodat er een oogje in het zeil kan worden gehouden.
Na een krap maandje broeden komen de kuikens binnen een uur uit het ei. Zodra het jong droog is, klimt het op de rug van de broedende fuut en de kleintjes blijven daar 2-3 weken totdat ze voortdurend zelf op het water kunnen blijven. De andere ouder brengt voortdurend voedsel om de hongerige kuikens te voorzien van visjes en insecten. Je ziet in het filmpje dat die prooien meestal klein zijn, maar dat het oudste jong ook al een behoorlijke paling (?) kan wegwerken.
Naarmate de jongen ouder worden, dwingt de ouder ze om zelfstandiger te worden door ze van de rug in het water te schudden. Dat zie je in het filmpje van deze week ook gebeuren. De jongen zijn het daar niet mee eens en klampen zich stevig vast of proberen zo snel mogelijk weer op de rug van de oudervogel te klimmen. Een vermakelijk gezicht! Na 4-6 weken splitst de familie zich in twee groepen, waarbij elke ouder twee jongen zal verzorgen, de twee familie-eenheden gaan dan steeds meer hun eigen weg.

E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje van deze week te zien.