Schorpioenvlieg

Schorpioenvlieg

zaterdag 26 januari 2019

Beloning voor vroege vogels

Direct na zonsopgang, Amsterdamse Waterleidingduinen
Vroeg opstaan loont, dat zagen we afgelopen zondag weer eens, toen we voor zonsopgang naar de Amsterdamse Waterleidingduinen vertrokken. Daar aangekomen begon de zon aan zijn dagelijkse reis langs de hemel en verlichtte het landschap met zijn gouden licht. In de lange schaduwen was de rijp en bevroren hagel ijzig blauw. Twee damherten ademden wolkjes waterdamp uit, die door het tegenlicht goudgeel kleurden. De eerste tien minuten in het gebied waren meteen een topper, zoals je in de film van deze week ziet. Even verderop konden we een tijd lang een torenvalkje observeren, die op haar gemak in de boom zat te spieden naar iets voedszaams, het verenkleed flink opgezet tegen de kou. In de jacht naar voedsel heeft de torenvalk vier 'wapens'. Allereerst het zeer scherpe zicht, prooien zoals een veldmuis kan de valk op 100 meter afstand zien. Heeft-ie eenmaal een prooi in het vizier, dan stoot de torenvalk naar beneden, vanuit de lucht - waar je 'm vaak ziet 'hangen' als de vogel 'bidt' - of vanaf een paaltje of boomtak, de zogenaamde valpaal.
Biddende torenvalk.
Foto: Andreas Trepte [CC BY-SA 2.5] 
Wikimedia Commons
Overigens is dat 'bidden' een rare term, die eigenlijk verkeerd is vertaald uit het Engels. Daar noemen ze dit gedrag 'preying' ofwel azen op een prooi (prey). Wie dat in Nederland ooit opgevat heeft als praying (bidden) is me niet duidelijk, maar de term 'bidden' is voor dit gedrag nu helemaal ingeburgerd. In mijn filmpje 'mistige dagen' kun je een biddende valk zien. Afijn, terug naar de vier wapens. Naast het scherpe zicht en de stootduik, zijn daar ook zijn scherpe snavel en klauwen. Een inkeping aan de snavel, de zogenaamde 'valkentand' zorgt ervoor dat er een hefboomwerking ontstaat. Pezen van slachtoffers worden daarmee in één keer doorgesneden. De klauwen, drie tenen naar voren en één naar achteren, vormen een klem waaruit geen enkele prooi kan ontsnappen. Maar dan moet er dus wel een prooi in het vizier zijn, en daar leek het deze morgen niet op. Verderop liepen we genietend verder door het bos, waar we nog een roodborstje tegenkwamen. Bekijk onze heerlijke wandeling in het filmpje van deze week (e-mailabonnees, klik hier).


Extra filmvertoningen van 'Struinen in Park Zegersloot'

De vertoningen van mijn film 'Struinen in Park Zegersloot' op 26 en 29 januari waren zo snel uitverkocht, dat Parkvilla Filmhuis heeft besloten de film ook te programmeren op zondag 3 februari om 13.30 uur en donderdag 7 februari om 15.30 uur. Nieuwe kansen dus, voor degenen die op de eerder geplande data niet konden komen of achter het net visten bij het kopen van kaartjes.

Kijk hier voor meer informatie.

zaterdag 19 januari 2019

Een glimp van de appelvink

Appelvink. Animatie door: Assianir - Own work,
CC BY 4.0, https://commons.wikimedia.org
Tijdens ons uitje op de Veluwe, begin januari, hebben we een paar leuke vogelwaarnemingen gedaan. Een zwerm spreeuwen was aan het eten in een wei waarin ook halfwilde paarden graasden. Sierlijk vlogen ze samen van voederplek naar voederplek om tussen de sprieten insecten te zoeken en misschien wel paardenpoep uit te pluizen om iets eetbaars te vinden. In de beukenbossen werd duidelijk dat het een mastjaar is: de beukennootjes zijn volop aanwezig in de bomen en op de grond. Vinken doen zich er te goed aan, zij scharrelen graag over de grond. Ze vertrouwen daarbij op hun schutkleur, hetgeen menige vink het leven heeft gekost. Niet omdat ze door een ander dier te grazen werden genomen, maar door voorbijrazende auto's. Daar helpt een schutkleur niet tegen. Hoger in de bomen deden we een voor ons, bewoners van het polderland, bijzondere waarneming. Een groepje appelvinken deed zich in de top van de beukenbomen te goed aan de beukennootjes. Met de verrekijker konden we de mooie kleuren en de kenmerkende zwarte kinvlek goed zien. Het is me zelfs gelukt om enkele filmbeelden van deze beweeglijke vogels te maken, maar niet zo mooi als de animatie bij dit blog die afkomstig is van wikimedia. Je zult appelvinken weinig op de grond zien, daar komen ze alleen om te drinken of soms om gevallen zaden op te peuzelen. 
Kersenpit, gespleten door appelvink
Appelvinken hebben een enorme snavel waarmee ze een drukkracht van 40-50 kg kunnen genereren. Kersenpitten splijten ze zonder problemen precies doormidden. Kersen zijn hun lievelingsvoedsel. Je kunt ze dus vooral vinden in bosrijke gebieden met veel wilde kersenbomen. Ze komen graag terug op plekken waarvan ze weten dat er voedsel te vinden is. Geschat wordt dat er zo'n 12.000 paartjes in ons land verblijven. Een grote groep overwintert hier, maar een deel trekt weg en daar komen noordelijke gasten voor in de plaats. In de trektijd passen nog een kleine 40.000 appelvinken ons land, volgens Sovon Vogelonderzoek. Door hun verborgen gedrag, hoog in de bomen laten ze zich moeilijk spotten. Hun zang is ook niet erg opvallend. Dat kun je beluisteren in de onlangs beschikbaar gemaakte online xeno-canto databank van vogelgeluiden. In deze databank zijn vogelgeluiden uit de hele wereld opgenomen.

In het filmpje van deze week zie je de spreeuwen en de appelvink, begeleid door een paar mooie wolkenluchten. E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje van deze week te bekijken.


zaterdag 12 januari 2019

De terugkeer van de oeros

Sayaguesa rund op de Veluwe
Na de drukke feestdagen gingen we even uitwaaien op de Veluwe. Tijdens een wandeling in Otterlo stuitten we op de heidevelden van Oud Reemst/Planken Wambuis op een kudde Sayaguesa runderen. Net als andere 'grote grazers', wordt dit Spaanse ras ingezet in Nederlandse natuurgebieden om gebieden open te houden, zodat deze niet vergrassen en langzaam bos worden door welige groei van struiken en bomen. Sayaguesa's zijn een bedreigde soort, waarvan nog slechts enkele honderden dieren over zijn. Ze komen oorspronkelijk uit de Spaanse provincie Zamora, daarom worden ze ook wel Zamorana's genoemd. Die provincie ligt tegen de Noord-Oostelijke grens van Portugal aan. Vanwege hun rustige karakter  werden ze vooral als last- en trekdier gebruikt, maar daar hebben we inmiddels machines voor. Het zijn flinke runderen; mannetjes kunnen tot 1100 kg wegen, vrouwtjes zijn met (maximaal) 700 kilo een stuk lichter. De schofthoogte van beide seksen ligt tussen 1,55 en 1,60 meter bij de volwassen dieren. De Veluwse kudde graast er al een jaar of 12 en bestaat uit ongeveer 65 dieren. Niet alleen door hun formaat, maar ook door de diepzwarte kleur zien de dieren er imposant uit. Toch zijn ze erg rustig van aard en zullen ze niet snel aanvallen. Gelukkig maar, want de hoorns steken vervaarlijk uit. De kalfjes worden met een schutkleur geboren, met hun lichtbruine vacht vallen ze minder op in het landschap. Tussen de 3e en 6e maand verkleurt hun vacht naar zwart, eventueel met bruinrode accenten.

Van Sayaguesa naar oerrund
Tekening door ARK Natuurontwikkeling

De sayaguesa runderen spelen een belangrijke rol in een ander project: het fokken van een oerrund, dat zo veel mogelijk overeenkomt met de kolossale oerossen die tot 1627 door Europa struinden. De oeros-stieren waren wel 1,85 meter hoog en hadden hoorns van een meter lengte. Daarmee hielden ze wolven en beren op afstand, schepten ze sneeuw weg en konden ze takken naar beneden halen om malse blaadjes te eten. Eerder waagden de gebroeders Heck al eens een poging om zo'n oerrund te fokken door de Spaanse vechtstier, het Corsicaanse bergrund, de Schotse hooglander en het Hongaars stepperund met elkaar te kruisen. Maar de Heckrunderen staan genetisch niet dicht genoeg bij het Europese oerrund. Wetenschappers zijn in staat geweest om de genetische code van het oerrund te ontrafelen uit fossiele resten en botten en vergeleken deze code met bestaande rassen. Door zelfredzame runderrassen als Maremmana, Maronesa, Sayaguesa, Limia en Tudanca met elkaar te kruisen, komt het resultaat steeds dichter bij de toekomstige oeros, die Tauros is genoemd. Hoewel de eerste resultaten van het fokprogramma veelbelovend zijn, kan het nog wel 20 jaar duren eer we een populatie oerrunderen hebben. Op de tekening van ARK Natuurontwikkeling kun je alvast een indruk krijgen van deze 'nieuwe' oeros. 

In het filmpje van deze week zie je de sayaguesas op de Veluwse heide, inclusief een bruin kalfje dat door de ouders goed wordt beschermd. E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken.




zaterdag 5 januari 2019

Groene varentjes in grauwe dagen

Ontluikende varen
Na een lange hete zomer en een zonnige en droge herfst, laat de winter zich van zijn grauwe kant zien. Regen en een dik wolkendek; dat zijn mijn herinneringen aan december 2018. Aan het eind van de maand piepte er nog wel eens een zonnetje achter de wolken vandaan, en er was eindelijk even tijd om weer eens naar buiten te gaan. Zware wolken in tegenlicht zagen er tegelijk prachtig en onheilspellend uit boven het woeste land rond de Nieuwkoopse Plassen. Een groengeel blaadje wapperde eenzaam aan een tak en tussen de bomen versierden mos en enkele varentjes de bodem met plukjes groen. Ik ben bepaald geen pteridoloog (varenwetenschapper), maar toch wil ik vandaag iets vertellen over varens. Hun voortplanting door middel van sporen is best een ingewikkeld proces. Op de bladeren bevinden zich sporenhoopjes, afgedekt met een vliesje. In die hoopjes bevinden zich zo'n 60 sporendoosjes, die elk weer 60 sporen bevatten. Dat betekent dat in elk hoopje ongeveer 3600 sporen zitten. Varens zijn al meer dan 400 miljoen jaar op onze planeet te vinden. Voor zulke oude plantensoorten geldt het bloemetjes-en-bijtjes-verhaal niet, want in die tijd waren er nog geen bijen die konden bestuiven. Wanneer de sporendoosjes rijp zijn laten ze de sporen vrij. Sporen zijn zo klein als stofjes, leg er 200 naast elkaar en dan heb je een millimeter aan sporen. Varens laten de verspreiding ervan over aan wind en water. Zo'n spore kan overigens makkelijk duizend jaar wachten als de omstandigheden voor kieming niet goed genoeg zijn, want varens zijn best kieskeurig: er moet voldoende vocht zijn, een bepaalde temperatuur en hoeveelheid licht en ook nog de juiste grondsoort.
Sporenhoopjes op een eikvaren
Foto: Matthieu Gauvain - wikimedia
Wanneer ze dan na zo veel jaar bij verstoring aan de oppervlakte komen, kunnen ze zich alsnog ontwikkelen tot een volwassen plant. Maar eerst moet er dan nog van alles gebeuren. Uit zo'n spore komt namelijk niet meteen een minivaren. De echte bevruchting moet nog plaatsvinden. Daarvoor maakt de plant uit de spore een hartvormig blaadje met wortels, een zogenaamde gametophyte. Die gametophyte heeft twee orgaantjes die respectievelijk eicellen en zaadcellen produceren. De zaadcellen 'zwemmen' in vocht van regen of dauw naar de eicellen toe en na deze bevruchting kan de echte varen eindelijk gaan groeien. De varenvereniging heeft dat proces voor je uitgetekend, klik hier om de tekening te bekijken.

Ooit waren de varens voedsel voor dinosauriërs volgens wetenschappers. Tegenwoordig eten dieren nauwelijks meer varens omdat ze veel giftige stoffen bevatten. De sporen staan soms nog wel op het menu in de schrale winter. De sporen voegen dan eiwitten en vetten toe aan het dagelijkse dieet. In Korea en Japan eet men ingelegde jonge varenspruiten bij de rijst.

In het filmpje van deze week duiken eventjes varens op, e-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken. 


zaterdag 29 december 2018

Terugkijken & beste wensen



Bedankt voor jullie interesse in mijn blog in het afgelopen jaar. Ik hoop dat ik er in het nieuwe jaar weer vaak op uit kan trekken en mijn natuurervaringen met jullie kan delen door middel van mijn films en interessante weetjes. Ik wens je een goede jaarwisseling en het allerbeste voor 2019. 

Ter afsluiting van 2018 een video met fragmenten uit filmpjes die ik dit jaar heb gemaakt, met een knipoog naar het kleurschema RGB (rood, groen, blauw) dat de vele kleurschakeringen in digitale camera's en op beeldschermen produceert. Meer daarover kun je lezen op Wikipedia.

E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te bekijken. 


Graag tot ziens in het nieuwe jaar, Monique

zaterdag 22 december 2018

Mijn film Struinen in Park Zegersloot is te zien in Parkvilla Filmhuis


In de afgelopen 1,5 jaar heb ik gewerkt aan een film over het Alphense natuurgebied Park Zegersloot, waar veel IVN activiteiten plaatsvinden of starten vanuit bezoekerscentrum De Veenweiden. Met trots kan ik jullie vertellen dat deze natuurfilm, Struinen in Park Zegersloot, wordt vertoond in Parkvilla Filmhuis in Alphen aan den Rijn, op zaterdag 26 januari om 19.15 uur, dinsdag 29 januari om 15 uur en op Koningsdag om 14 uur en 15.30 uur.
Je kunt online kaarten reserveren en ophalen aan de kassa of een online ticket kopen via onderstaande link. Een kaartje kost maar 5 Euro en de netto opbrengst komt volledig ten goede aan IVN Alphen aan den Rijn!


Klik hier om naar de site van Parkvilla filmhuis te gaan voor online reserveringen of tickets.
Bij 'kies een dag' kun je de gewenste datum en tijd kiezen. Informatie over route en parkeren, klik hier.
In onderstaande trailer (e-mailabonnees, klik hier) kun je vast een voorproefje zien van de film. 


Fijne kerstdagen!




zaterdag 15 december 2018

Natuurlijk ooibos

Ooibos langs de Donau
Deze week zie je in de film het laatste verslag van onze reis over de Donau. We bezochten Roemenie's hoofdstad Boekarest, die overigens niet aan de Donau ligt, maar een uur rijden er vandaan. Wij gingen van boord in Giurgiu, en terwijl wij de stad bekeken ging de boot verder, om ons op een noordelijker punt weer op te pikken. De rest van onze reis voeren we dag en nacht stroomopwaarts, terug richting Passau. Zoals je gelezen hebt in mijn eerste blog over deze reis, ging dat niet bepaald snel, zodat we uiteindelijk in het stadje Melk (Oostenrijk) van boord zijn gegaan, en met de bus verder naar Passau zijn gereisd.
Langs de Donau zagen we vanaf de boot de oeverbossen die je ook in de eerder gepubliceerde filmpjes kon zien. Natuurlijke bossen langs rivieren worden ooibos genoemd. Ooi is een oud woord voor nat terrein bij een rivier. De Duitsers noemen dat Au en Auwald. Zo is er bij Wenen een mooi Auwald langs de oevers van de Donau. Een natuurlijk riviersysteem geeft een rivier vrij baan om water te verwerken. Omdat de aanvoer niet constant is, moet ook in tijden dat er veel water passeert ruimte zijn voor dit water. Als de rivier in één strakke baan geleid wordt, ontstaan er al snel overstromingen. Een natuurlijke rivier creëert nevengeulen in het ooibos met de beukende kracht van hoog water, zodat het ooibos als waterberging kan dienen. Langs de Donau zagen we voornamelijk wilgen en populieren in dergelijke bossen, dat wordt ook wel zachthoutooibos genoemd. Ooibossen ontwikkelen zich razendsnel (in bomentermen gesproken). Wilgen groeien er wel 1-2 meter per jaar en in 20 jaar tijd is er sprake van een goed ontwikkeld bos. Wilgen en populieren kunnen goed overleven met natte voeten, langs sommige rivieren staan ze bijna de helft van de tijd in het water. Bevers vinden zo'n dynamisch waterrijk bos een prachtige biotoop.
Knaagspoor van een bever
Zittend op het dek van de boot speurden we dan ook naar sporen van dit grootste knaagdier van Europa. In de zomer eten bevers voornamelijk groene planten, daar zie je weinig sporen van. In de winter knagen ze bomen om, om de schors te eten, daar kun je niet overheen kijken :). Eind oktober waren de sporen nog relatief dun gezaaid, maar hun aanwezigheid was wel vast te stellen. Hun 'watermanagement' door het bouwen van dammen, helpt om de diversiteit van het leven in een ooibos te vergroten. Dat zie je op bijgaande illustratie van ARK Natuurontwikkeling, die je via hun webwinkel gratis kunt downloaden.
Download deze kaart gratis bij ARK
Blauwe reigers langs de Donau
Ooibossen zijn ook het neusje van de zalm voor vogels. In jonge ooibossen zijn grote aantallen fitissen en tjiftjafs te vinden. Op meer open plekken kun je blauwborsten spotten of een buidelmeesnestje zien bungelen. Aalscholvers en reigers broeden er in de bomen. Als het bos ouder wordt, wemelt het van de nachtegalen en kun je de wielewalen horen zingen. In deze tijd van het jaar houden al die vogels zich koest, of overwinteren in het zuiden. We hoorden wel met regelmaat de spechten, die eten zoeken in vermolmde bomen. Afijn, genoeg reden om nog eens een keer in het voorjaar naar de Donau te gaan.


E-mailabonnees kunnen hier klikken om de film van deze week te zien.


zaterdag 8 december 2018

De aalscholvers van de Donau

Donaulandschap, voor zonsopkomst
Na de passage van de IJzeren Poort vervolgden we onze reis over de Donau, nu op de grens tussen Bulgarije en Roemenië. We zetten koers naar de stad Rouse in Bulgarije en daarna de Donaudelta. Voor eind oktober was de temperatuur aangenaam en we konden op het dek in de zon zitten. Een grote groep aalscholvers steeg op, 'n prachtig gezicht. Reden om eens uit te zoeken hoeveel aalscholvers er verblijven op en rond de Donau. Ik vond een studie, uitgevoerd in maar liefst 22 landen, gecoördineerd door Intercafe. Dat heeft niks met koffie of café te maken, maar het staat voor Interdisciplinary initiative to reduce pan-European cormorant-fisheries conflicts. Of te wel een organisatie die op Europese schaal conflicten wil verminderen tussen vissers en aalscholvers.
Aalscholvers op de Donau
Want jarenlang werd de aalscholver flink bejaagd omdat hij alle vissen voor de commerciële visserij weg zou vangen. Dat beeld is inmiddels genuanceerd, misschien wel dank zij deze organisatie. Afijn, experts uit 22 landen (waaronder Nederland) hebben dus gegevens en kennis aangedragen voor die studie. Ze onderscheiden drie regio's: West Europa, Midden Europa - het zuidelijke deel daarvan is het stroomgebied van de Donau - en Oost-Europa. Geschat wordt dat in deze drie gebieden samen 1,2 miljoen aalscholvers leven. Zo'n 44% van het totaal komt voor rekening van midden-Europa, één derde verblijft in West Europa.
Continentale aalscholvers broeden in bomen 
Vorig jaar filmde ik broedende aalscholvers bij ons eigen Naardermeer. Het filmpje dat ik op YouTube plaatste leidde tot verwonderde reacties uit de UK: "Broeden aalscholvers bij jullie in bomen????, hier zien we ze alleen op rotskusten". Nu ja dacht ik, die hebben we hier niet, dus ze moeten wel in bomen (of op de grond) broeden. Maar het blijkt om twee verschillende soorten te gaan: een Atlantische soort die op kliffen broedt en een continentale soort die de bomen opzoekt.

Alle aalscholvers leven van vis, maar de soorten hangen af van de leefomgeving. In rivieren zoals de Donau eten ze barbeel, voorn, rietvoorn, baars, snoek en paling. Hiervoor duiken ze 2-5 meter diep, maar een duik van 20 meter komt ook voor. In ieder geval gebeurt dat niet in de Donau, waar ons schip met een diepgang van 1,60 meter nauwelijks genoeg water had om te varen :), maar in het Derdap stuwmeer zou dat zo maar kunnen.  Aalscholvers vissen individueel, maar komen ook samen in groepen, waarbij ze gezamenlijk de vissen naar de oppervlakte jagen. Daar kunnen ze hun prooien beter zien. Afhankelijk van hun succes bij de vangst zijn ze 1-4 uur per dag bezig met voedsel zoeken. In de Donaudelta broeden in de zomer 16.000 aalscholverpaartjes, maar nu was er op vogelgebied weinig te beleven. Dat kwam niet alleen door de tijd van het jaar, maar ook door de grote droogte. Met zo'n 5800 km2 is het gebied indrukwekkend groot. Maar onze Nederlandse waddenzee is onderdeel van het grootste estuarium van Europa. Van Texel tot Esbjerg in Denemarken beslaat dit gebied maar liefst 10.000 vierkante kilometer!

E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje van deze week te zien. Volgende week het vijfde en laatste filmverslag van onze Donaureis.





zaterdag 1 december 2018

Gevreesde passage in de Donau

IJzeren Poort in de Donau
Tot de jaren '70 van de vorige eeuw werd de zogenoemde IJzeren Poort in de Donau, een passage van ruim 100 km die de grens vormt tussen Servië en Roemenië, door schippers en passagiers met angst en beven tegemoet gezien. Aan beide kanten van de Donau reiken daar bergketens tot 1200 meter hoog. Het verval in dit stuk van de Donau is dubbel zo groot als de 100 km ervoor, waardoor de stroming -zeker bij smalle stukken- sterk en onberekenbaar is. En op de bodem loert ook gevaar, want er zijn rotsen en steenriffen waar je maar beter uit de buurt kunt blijven. Hoeveel schepen er in de loop van de eeuwen zijn vergaan heb ik nergens kunnen vinden, maar tijdens de Tweede Wereldoorlog is er een flink aantal wrakken in de IJzeren Poort achter gebleven. Eind augustus 1944 kwam een Duitse vice-admiraal met 172 schepen vanuit de Zwarte Zee aan bij de IJzeren Poort, achterna gezeten door de Russische Donauvloot. Vòòr de Duitse schepen lag de IJzeren Poort als een bijna onneembare vesting en in de bergen had Stalin's Rode Leger zich verschanst. Slechts enkele schepen wisten te ontsnappen en de Duitsers besloten de overige 150 schepen op te blazen. Sinds de oorlog staken de masten van deze schepen boven het water uit, vooral aan het einde van de zomer als er minder water door de Donau vloeide. Voor de Donauschippers kwamen er dus nog meer obstakels bij. In de jaren 70 wilden de Roemenen de wrakken opruimen, maar dit initiatief strandde toen er mijnen ontploften en opruimers het leven lieten. In 2008 is er uiteindelijk door een Nederlands ingenieursbureau grote schoonmaak gehouden: zij hebben de 20 wrakken die het meest in de weg lagen kunnen verwijderen.
De loop van de Donau, bron Daniel Ullrich, wikimedia
Intussen is het varen niet alleen door het verwijderen van de wrakken minder risicovol geworden. Er is een dam met een stuwmeer aangelegd, dat het waterpeil in de IJzeren Poort met zo'n 40 meter verhoogd heeft. De bouw van de Derdap stuwdam heeft zijn prijs, niet alleen in geld maar ook in de vorm van 17 dorpen die in het water zijn verdwenen en 25.000 mensen die daardoor een andere woonplaats moesten zoeken. De dam is 440 meter lang en 55 meter hoog. Twaalf aggregaten met een vermogen van 3000 megawatt leveren jaarlijks 11 miljard Kwh elektriciteit op, die verdeeld wordt tussen Servië en Roemenië.
De vaart door de IJzeren Poort duurt een aantal uren. Helaas was het vrij somber weer en zelfs wat mistig. Toch kun je in de film zien hoe hoog de bergen oprijzen en ook de passage in de sluis Derdap I, die ons maar liefst 34 meter naar beneden brengt heb ik in beeld gebracht. Daarvoor zie je in de film een impressie van twee Servische steden: Novi Sad en hoofdstad Belgrado.

E-mailabonnees kunnen hier klikken om de film te zien. Volgende keer het vervolg van onze tocht over de Donau.