woensdag 28 september 2016
Schuwe exoten
Je ziet ze niet, maar ze zijn er wel: wasbeerhonden komen in Nederland in kleine aantallen voor, zoals je op het kaartje van de Nationale Databank Flora en Fauna kunt zien. Ze leiden een teruggetrokken bestaan, vandaar dat de meeste mensen deze exoot nog niet hebben ontmoet. De wasbeerhond hoort namelijk niet thuis in ons land. Van oorsprong leeft hij in het verre oosten: Korea, Vietnam, Japan en nog een aantal landen. Het dier is in Rusland geïntroduceerd vanwege zijn pels en van daaruit rukt hij op naar het westen. Een wasbeerhond is ongeveer zo groot als een vos, maar door de langharige pels oogt hij forser. Ze leven in bossen met dichte ondergroei in kleine familiegroepjes. Wasbeerhonden verdedigen in principe een territorium, maar er zijn ook dieren die er een zwervend bestaan op na houden. Ze leggen dan grote afstanden af, tot wel 500 km. Dus dan schiet het wel op om nieuwe gebieden te koloniseren. Ze hebben een gevarieerd dieet van plantaardig en dierlijk voedsel. In de winter houden wasbeerhonden rust, maar geen winterslaap. Bij mild weer gaan ze er op uit. Tijdens onze vakantie in Estland zagen we wasbeerhonden tijdens een nacht die we doorbrachten in een schuilhut. Het was mijn eerste 'ontmoeting' met deze dieren. Wie weet, kom ik in Nederland nog wel eens sporen van ze tegen.
Dauw, mist of nevel
Nu de nachten weer kouder worden, kunnen we sommige ochtenden genieten van sprookjesachtige nevel. Daarvoor moet je wel naar een gebiedje buiten de bebouwde kom. Vooral boven water is het effect goed te zien, het lijkt soms of er stoom vanaf komt. Het water is in deze tijd van het jaar nog relatief warm. In koude nachten zakt (zwaardere) koude lucht naar beneden en koelt de warmere lucht af. Dan treedt condensatie op omdat koude lucht minder vocht kan bevatten dan warme. De nevel zweeft boven de velden en wordt verlicht door de eerste zonnestralen. We spreken van nevel als het zicht meer dan 1000 meter bedraagt. Als het zicht minder is dan 1000 meter definiëren meteorologen dit als mist. Wanneer de waterdruppel niet blijven zweven, maar neerslaan op bijvoorbeeld planten, is er sprake van dauw. Meer informatie over dit onderwerp vind je op deze site.
Labels:
dauw,
mist,
Monique Smulders,
natuurnotities,
nevel
Weidebeekjuffers
Hun vliegtijd zit er vrijwel op, maar ik wilde jullie deze metallic blauwe juffers nog even laten zien. Ik filmde ze afgelopen augustus in Limburg. Hoewel ook in het westen van Nederland genoeg water te vinden is (misschien wel meer dan in de oostelijke provincies), komen de weidebeekjuffers er niet voor. Dat heeft te maken met de eisen die ze aan hun leefomgeving stellen. Ze houden van zonnige plekken in stromend water met veel waterplanten. Ze zoeken bij voorkeur beekjes op met een natuurlijk verloop, waar op sommige plaatsen het water wat sneller stroomt en op andere plekken minder snel. De volwassen juffers zitten graag op de oeverbegroeiing, mannetjes geven er regelmatig een show door te klapperen met hun vleugels. Drijvende waterplanten zijn van belang voor het afzetten van de eitjes. De sloten in het westen van het land voldoen meestal niet aan deze eisen. Ze zijn vooral gegraven voor de waterafvoer, om het laag gelegen land droog te houden. Die sloten moeten daarvoor een bepaalde diepte hebben en niet te veel begroeid zijn met waterplanten. Dat wordt door de waterschappen gecontroleerd. Tijdens de jaarlijkse schouw (meestal vanaf 1 november) moeten de wateren op orde zijn. De waterschappen onderhouden zelf de grote sloten, maar wanneer iemand een of meer kleinere sloten op zijn terrein heeft, dan moet hij de sloten zelf 'schonen' (baggeren). Om het overstromingsgevaar te beperken is dat een noodzakelijke maatregel, maar voor weidebeekjuffers is het geen geschikte terrein. Kijk voor meer informatie over deze juffers op libellennet.
maandag 19 september 2016
De herfst komt er aan
De andere vlindersoort in het filmpje, de atalanta, moet nog goed bunkeren. Want net als sommige vogels, gaat dit tere diertje binnenkort op trek om in Zuid-Europa te overwinteren. De nakomelingen zullen daar als ei, rups of pop overwinteren en in het voorjaar als vlinder de tocht naar het noorden ondernemen. Atalanta's houden behalve van nectar ook van rottend fruit, dus met een vergeten appeltje of peertje dat weg ligt te kwijnen op de fruitschaal doe je ze een groot plezier. In het filmpje zie je verder o.a. nog houtpantserjuffers en heidelibellen. Ook de paardenbijter is een libel, je herkent 'm aan het gelige spijkervormige vlekje vlak onder het borststuk. Deze libel kun je nu nog volop zien.
zaterdag 10 september 2016
De polder ontwaakt
Door de wekker, die weliswaar niet voor mij ging, werd ik vroeg gewekt vandaag. Nog voor zonsopgang ben ik naar de Molenviergang in Aarlanderveen gereden. Twee uur heb ik gestruind, gefilmd en gezien hoe het polderland langzaam tot leven kwam in de gouden gloed van de opkomende septemberzon. Een perfect begin van het weekend. Ben jij even toe aan een 'zenmoment'? Bekijk dan het filmpje. Let op de kwikstaarten aan het eind: het kroosdek is zo dik dat ze in feite op het water lopen. Ze zakken bij elk stapje dat ze zetten een beetje weg. Sommige spreeuwen in de film hebben nog bruine koppen, zij zijn in overgangskleed van hun bruine jeugdveren naar het zwarte verenpak van de volwassenen. dinsdag 30 augustus 2016
Balletvoorstelling in de tuin
Het was gisteren een zwoele augustusavond, de zon ging prachtig onder terwijl we aten op ons terras. Een paar dagen eerder had ik in de nieuwsbrief van Nature Today gelezen dat eendagsvliegen massaal waren uitgeslopen bij de grote rivieren en de zwermen die zo ontstaan noemen we 'zomersneeuw'. Ik zag dat al eens in een film van Ruben Smit (de Levende Rivier) en zou het graag live meemaken. Maar op de gok, op een doordeweekse dag, naar de andere kant van het land rijden om - mogelijk - die eendagsvliegen te zien ging ook wat ver. Toen de zon in de tuin verder zakte, verlichtte hij dansende insecten in de tuin van de buren. Zo kregen we onze eigen minishow van de paringsdans van de eendagsvliegen. De mannetjes verzamelen zich in wolken en vliegen op en neer. Ze stijgen daarbij enkele meters op (soms wel 10 meter) en laten zich dan vallen. Vrouwtjes zoeken die wolken op om te paren. Ze vliegen de wolk binnen en een mannetje klemt zich aan een vrouwtje vast. Samen kukelen ze naar beneden en voor ze de grond raken is er al gepaard. De taak van het mannetje zit erop. Hij heeft zijn dag gehad om het zo maar te zeggen. Het vrouwtje legt eieren in het water waar de larven opgroeien en als nimfen ongeveer een jaar leven. De eendagsvliegen leven als vliegend insect kort, maar niet per sé één dag. Het kan wel een week worden. Omdat ze zo kort leven zijn hun monddelen gedegenereerd, ze kunnen er niet mee eten. Overigens kregen we er nog een luchtshow bij, want boven ons hoofd vlogen wel vijftig huiszwaluwen die zich te goed deden aan dit insectenfeest. Ik heb geprobeerd die paringsdans te filmen, dat was nog geen sinecure want de beestje vliegen zo snel dat scherpstellen geen optie is. Ik heb de camera maar gewoon aangezet en zag wel wat er van werd. Dat bleek nog mee te vallen. De opnamen zijn vertraagd gemaakt (behalve het laatste deel van het filmpje), zodat je de elegante dans goed kunt zien. De beestjes lijken licht te geven, maar dat komt door de zon die ze van achteren bescheen.
Pad en meer op het tuinpad
Eerst diende het spoor zich aan: voor de keukendeur lag een poepje te glanzen, iets minder dan een centimeter in doorsnede en een centimeter of vier lang. Ik dacht eerst aan een egelpoepje maar daarvoor was het te groot, te bruin en te egaal. Afijn, de gedachte aan dat egelpoepje was dus meer 'wishful thinking', want ik wil graag een egeltje in de tuin. Padden hebben relatief grote uitwerpselen en zij voorzien deze van een grijszwart, dun 'modderlaagje'. Dat schijnt - als ze vers zijn - ook naar modder te ruiken, maar dat heb ik niet uitgeprobeerd. Binnenin vinden we de sporen van het paddendieet: insectenresten. Padden zijn dol op mieren, maar ook kevers, spinnen en wormen staan op het menu. Een aantal jaren geleden heb ik een etende pad kunnen bekijken toen in mijn tuin mieren uitvlogen. Het was een waar feestmaal voor het beestje. Zijn kleverige tong flitste keer op keer naar buiten om een mier op te pikken. Ik had toen nog geen filmcamera en het geheel speelde zich af in de schemering, dus de foto is niet scherp. Maar je krijgt een idee hoe het eruit ziet. Het duurde een paar dagen eer de pad-van-het-poepje zich in levende lijve aandiende. Ook hij (of zij) zat voor de keukendeur. Hij liet zich geduldig fotograferen voordat hij wegwandelde. vrijdag 26 augustus 2016
Groen, verstopt in het groen
Het leukste kikkertje van ons land vind ik de felgroene, een paar centimeter lange, boomkikker. Op de site van Ravon kun je zien dat er in Nederland nog maar enkele, verspreid levende populaties van de boomkikker voorkomen. Tijdens het filmen kwam ik ook piepkleine jonkies tegen, dus het is goed nieuws dat de kikkertjes zich wel voortplanten in die gebieden. Het liefst zitten boomkikkertjes op bladeren van groene struiken te zonnen, hun schutkleur zorgt dat ze daarbij niet al te veel opvallen. De tenen hebben hechtschijfjes waardoor ze zich goed vast kunnen houden aan bladeren en takken. Je vindt ze dus zelden op de grond, ze klimmen liever door het groen. Van april tot begin juni kwaken de mannetjes. Het geluid kun je ook op de hierboven genoemde Ravon-site beluisteren. Het geluid in het filmpje is een 'artist impression' van kikkergekwaak door de muzikant :). Boomkikkers houden van plantenrijke, zonnige wateren met houtwallen en bosjes. Overdag houdt de kikker zich daar al zonnend redelijk koest, in nacht jaagt hij op vliegende insecten. Eiklompjes, zo groot als een walnoot, worden in het water tussen oeverplanten afgezet. In zo'n klompje kunnen wel duizend eitjes zitten. De boomkikker heeft in de tropen veel familieleden. In Costa Rica zagen we dat de eiklompjes niet in het water werden afgezet, maar tegen de planten boven het water werden 'geplakt'. De luchtvochtigheid in het tropisch regenwoud zorgt dat de eitjes vochtig genoeg blijven. Als ze uitkomen vallen de kikkervisjes in het water. Ze hebben dan in ieder geval het eistadium overleefd zonder opgegeten te worden. Op onderstaande foto's kun je zien dat de ontwikkeling tot kikkervisje helemaal in dat eiklompje plaatsvindt.
Workshop Zaden en Vruchten
We beleven momenteel tropische temperaturen, maar in de natuur dient de herfst zich langzaam aan. Bomen en planten hebben hun zaden in de loop van de zomer aangemaakt. Zo stellen ze hun toekomst veilig door te zorgen voor nageslacht. Aangezien ze zelf aan een vaste plek gebonden zijn, maken ze gebruik van hulpmiddelen om hun zaden te verspreiden. Sommige soorten gebruiken hiervoor de wind, andere soorten roepen hulptroepen in, in de vorm van vogels of zoogdieren. Die laten na het eten van smakelijk - of in ieder geval voedzaam - vruchtvlees de zaden op een plek ver van de ouderplant achter. Heb je zin in een actieve ochtend, waarin we eerst lekker de natuur in gaan om zaden en vruchten te verzamelen en daarna, met koffie en thee bij de hand, de zaden op naam gaan brengen, dan is de IVN workshop zaden en vruchten die we op 3 september geven, wat voor jou. Via de site van IVN Alphen aan den Rijn kun je je aanmelden. En wie weet krijg je de smaak te pakken en volg je onze complete herfstcursus, bestaande uit 1 (buiten/binnen)workshop, 3 lezingen en 3 bijbehorende excursies. Voor maar 12,50 (IVN-leden) of 20 Euro (niet-leden) + entreekosten voor de Amsterdamse Waterleidingduinen (1,50) krijg je 7 leuke activiteiten rond het thema ‘natuur in de herfst’.
Op de foto zie je een trosje lijsterbessen. De vruchten hiervan zijn erg gewild bij vogels (o.a. lijsters, vandaar de naam) en om deze diersoort naar je tuin te lokken is de relatief kleine boom dus erg geschikt. De bloemschermen trekken in de zomer bovendien veel insecten aan. Mensen kunnen de bessen alleen eten nadat ze gekookt zijn (bijv. als jam), maar ook dan zijn ze erg wrang en zuur. Ik maakte eens een recept van lijsterbesgelei uit een Engels kookboek. Het was nog een flink werkje en ondanks het toevoegen van veel suiker bleek het toch te bitter naar onze smaak. Ik laat de bessen nu maar lekker hangen voor de vogels. De latijnse naam van de wilde lijsterbes, Sorbus aucuparia, verwijst overigens naar het Latijnse woord aucupor (vogelvangst). Er werden namelijk veel vogels gevangen bij dat soort bomen. Laten wij het maar bij kijken houden.....
Op de foto zie je een trosje lijsterbessen. De vruchten hiervan zijn erg gewild bij vogels (o.a. lijsters, vandaar de naam) en om deze diersoort naar je tuin te lokken is de relatief kleine boom dus erg geschikt. De bloemschermen trekken in de zomer bovendien veel insecten aan. Mensen kunnen de bessen alleen eten nadat ze gekookt zijn (bijv. als jam), maar ook dan zijn ze erg wrang en zuur. Ik maakte eens een recept van lijsterbesgelei uit een Engels kookboek. Het was nog een flink werkje en ondanks het toevoegen van veel suiker bleek het toch te bitter naar onze smaak. Ik laat de bessen nu maar lekker hangen voor de vogels. De latijnse naam van de wilde lijsterbes, Sorbus aucuparia, verwijst overigens naar het Latijnse woord aucupor (vogelvangst). Er werden namelijk veel vogels gevangen bij dat soort bomen. Laten wij het maar bij kijken houden.....
vrijdag 19 augustus 2016
Waarnemingen bij de Catspoele
Het mysterieuze nestje van de Lantaarnspin (hieronder) vonden we in een stukje natuur (De Schaopedobbe) dat beheerd wordt door It Fryske Gea. Deze provinciale vereniging voor natuurbescherming heeft een aantal relatief kleine gebieden in beheer, maar meestal zijn het wel pareltjes met bijzondere planten en dieren. We hebben flink wat uurtjes doorgebracht bij de Catspoele, een voedselarm ven in de buurt van de Delleboersterheide (Oldeberkoop). Juli/augustus is het hoogtepunt in de vliegtijd van de koraaljuffers. In Nederland is deze soort nog tamelijk zeldzaam en komt voor bij hoogveen en voedselarme vennen. Het mannetje heeft een volledig bloedrood achterlijf, oranje poten en de stipjes op de vleugels (deze worden pterostigma's genoemd) zijn roodbruin tot bruin. Vrouwtjes zijn variabeler en komen in vier kleurvormen voor. Een prachtig juffertje! Ze vliegen niet zo veel, maar zijn toch moeilijk te fotograferen omdat ze zich graag verstoppen tussen pijpenstrootje en pitrus. Deze kon ik voor de lens krijgen vanaf het 'libellenvlonder' op een bewolkte dag. Meer informatie over de koraaljuffer vind je op libellennet.

Bij een zonniger gelegenheid troffen we op datzelfde vlonder de levendbarende hagedis aan. Reptielen zijn afhankelijk van zonnewarmte om hun lichaam op temperatuur te laten komen. Tussen de 25 en 32 graden functioneren hun spieren, zintuigen en spijsvertering het beste. De levendbarende hagedis plat zijn lichaam bij het zonnen af om zoveel mogelijk straling op te vangen. Dat is op onderstaande foto goed te zien. Tijdens dat zonnen is de hagedis kwetsbaar voor vijanden, toch konden wij, door voorzichtig te lopen over het schommelende vlonder, de hagedis tot dichtbij benaderen en de hagedis passeren zonder dat deze wegvluchtte. Je herkent de levendbarende hagedis aan de bruine grondkleur, met smalle beige lengtestrepen en donkerbruine vlekkenrijen midden over de rug. Opvallend is ook de lange staart, die wel twee keer de lengte van het lichaam kan worden. Eigenlijk is de naam 'levendbarend' niet helemaal juist. De jonge hagedisjes komen wel degelijk, net als bij andere hagedissen, uit eieren. De naam eierlevendbarend is meer in overeenstemming met de werkelijkheid. Moeder hagedis houdt de eitjes, meestal zo'n 5 à 6, in haar lichaam tot de embryo's volledig ontwikkeld zijn. Na afzetting van de eieren verlaten de jonkies vrijwel meteen de eischaal. Doordat moeder de eieren succesvol uitbroedt met haar eigen lichaamswarmte komen eierlevendbarende hagedissen tot in arctisch Scandinavië voor. De levendbarende hagedis houdt van vochtige gebieden en leeft daar van spinnen, hooiwagens, vliegen, kevers en rupsen.
Abonneren op:
Posts (Atom)









