Een struintocht door de Slufter is een van onze vaste activiteiten bij een bezoek aan Texel. De hele week hielden we de weersvoorspellingen in het oog, want ik wilde graag de bloeiende lamsoor gaan filmen. Een beetje zon voor mooi licht en niet te veel wind voor een stabiele camera stond voor die dag op mijn verlanglijstje. De zonne-uren waren schaars die week, maar op één dag was er hoop. We moesten er wel vroeg voor op, want tegen 09.00 uur zou de lucht al weer betrekken. Na een snel ontbijt keken we tegen 07.00 uur vanuit het duin uit over de Slufter. In het zachte licht kleurden de plakkaten lamsoor prachtig paars. Er was geen mens te zien.
Paarse lamsoor tussen grijze zeealsem. Zeealsem is in Nederland vrij zeldzaam
Lamsoor is een zoutminnende plant, die voorkomt in gebieden die af en toe door zeewater worden overstroomd. Aan de onderkant van het blad zitten zoutklieren, die het overtollige zout uit de plant halen. Op elke cm² zitten ongeveer zeshonderd zoutkliertjes. De gekweekte vorm van deze plant is populair als droogbloem. Helaas neemt de omvang van de lamsoorvelden in de Slufter af: in ongeveer 15 jaar tijd is de oppervlakte gehalveerd. Dat is ook jammer voor de insecten, die graag nectar zuigen uit deze plant. Later op die dag kregen we bij de lunch lamsoor te eten. Dat was echter niet dezelfde soort die we in de Slufter gezien hadden. Die is namelijk oneetbaar. Wat bij de groenteboer te koop is als lamsoor, is eigenlijk zeeaster. Na flink wat opnamen te hebben gemaakt van dit mooie paarse plantje, liepen we verder richting het strand waar duizenden vogels zaten. Met name de (juveniele) grote sterns die af en toe in groten getale opvlogen waren mooi om te zien.
Waakzame tureluur
Plotseling werden we opgeschrikt door de alarmroep van een tureluur. Vanaf een paaltje riep deze elegante steltloper voortdurend tuuuu-tuuu-tuuu. De vogel waarschuwde zijn of haar jongen om zich koest te houden. Die kunnen gerust 30 meter verder tussen de planten zitten, maar de tureluur neemt geen risico. Het zijn sowieso zeer zorgzame ouders waarover diverse verhalen de ronde doen. Zo meldde een Engelse onderzoeker dat een moeder-tureluur haar jongen over een stenen muurtje tilde. Ze leidde haar pasgeboren jonkies weg van het nest naar een plaats honderden meters verderop, waar veel voedsel te vinden was. Volgens de Engelsman nam de moeder haar jongen tussen de poten en zo wipte of vloog ze over onoverkoombare barrières. Andere onderzoekers dachten het hunne van dit verhaal, maar ook een Nederlandse onderzoeker had een bijzondere ervaring: “Ik tilde een vrouwtje van haar nest om de jongen te ringen en er wáren geen jongen!” Toen hij de oudervogel bekeek merkte hij dat drie donsballetjes zaten ‘vastgekleefd’ aan de borstveren, vlak boven de ingetrokken poten.
Een tureluurnest is niet meer dan een kuiltje in het gras, maar het ligt zeker niet open en bloot: het heeft een grasdak en overdekte ‘inlooppaadjes’ van enkele meters lang. Op het nest zittend trekt het vrouwtje net zo lang alle omringende grassprieten over zich heen tot alleen een expert de pol als een nest herkent aan de graspuntjes die door veelvuldig aanpikken geel zijn geworden. Je zult begrijpen dat wij de kleintjes van deze tureluur ter plekke niet gezien hebben. Na een paar filmshots zijn we snel doorgelopen om deze prachtige vogeltjes weer rust te gunnen.
Bekijk het filmverslag van ons Slufterbezoek door hier te klikken.
De zomer was koud, nat en winderig en de oogst van mijn moestuin was wisselend. De echte warmteminnende soorten zoals tomaten hebben een zeer matige oogst opgeleverd. Courgettes schoten echter wel flink uit de grond; de regen maakte dat ze flink groeiden en een tip over paardenmest leverde voldoende voeding op. De truc is om de paardenmest aan de rand van een grote pot tussen de aarde te mengen. In het midden komt een plantgat met alleen biologische potgrond. Als die uitgeput is qua voedingsstoffen is de paardenmest voldoende verteerd en opgenomen door de grond om de voeding over te nemen. Dus al met al had ik daar weinig omkijken naar. De sla staat inmiddels torenhoog, aan het eind van de doorgeschoten kroppen bloeien kleine gele bloemetjes. Die leveren straks kleine zaadjes met flink wat pluis eraan. Misschien vormen ze het begin van de moestuin voor volgend jaar. In het blad Landleven las ik een interessant verhaal over slazaden. 'Seedhunter' Chris Kik verzamelt zaden van wilde groenten in het kader van de voedselzekerheid. Hiermee wordt bedoeld dat we eigenschappen van wilde planten kunnen gebruiken om onze bestaande soorten te verbeteren.
Kompassla Afbeelding: Alice Chodura - Mentz, A. & Ostenfeld, C. H. (1917-23) Billeder af Nordens Flora. 1. Band. G. E. C. Gad’s Forlag, Kopenhagen. Tafel 45. (als Lactuca scariola), wikimedia
Zo zoekt Chris kompassla en gifsla, die - net als mijn sla uit de tuin - bloeien met kleine gele bloemen. Vanuit die soorten is door eeuwen van ontwikkeling onze consumptiesla ontstaan, want de bittere smaak van kompassla en meer nog bij de gifsla moest er eerst worden uitgekruist. Maar de kompassla is bijvoorbeeld veel beter resistent tegen valse meeldauw en gifsla verweert zich kranig tegen bladluis.
Gifsla Afbeelding: Brandt, Wilhelm; Gürke, M.; Köhler, F. E.; Pabst, G.; Schellenberg, G.; Vogtherr, Max. - flickr.com/photos/biodivlibrary/6972243378, wikimedia
Door de wilde en cultuursla te kruisen kunnen die aspecten worden overgebracht op onze eikenbladsla en andere soorten. Zo wordt ook bekeken wat wilde soorten kunnen betekenen om droogte, hitte of zout te kunnen weerstaan. Op die manier kan er een betere productie worden behaald en meer mensen worden gevoed. Het Centrum van Genetische Bronnen Nederland heeft inmiddels een zaadarchief opgebouwd van meer dan 2500 slasoorten uit de hele wereld.
Het filmpje van deze week heeft niks met groenten of sla te maken, het is gefilmd op een plek waar nauwelijks iets groeit. Tijdens onze vakantie op Texel waren we 's avonds op een zeer winderig strand om de zonsondergang te zien. In no time waren mijn cameralens en zonnebril beslagen met zoutspray vanuit zee. Ik moest na elke opname de lens schoonmaken, anders werd het soft focus. Als je de wind over het strand ziet jagen dan heb ik geluk gehad dat het zand niet in mijn camera is geraakt. Afijn, misschien zal hier ooit sla groeien als het zeeeeer zoutresistent is gekweekt :). De komende weken meer filmpjes van Texel, voor de film van deze week kun je hier klikken.
Met een zomers filmpje uit mijn tuin las ik een pauze in op mijn blog. Eind augustus pak ik de draad weer op en hoop je opnieuw te verrassen met mooie filmpjes en leuke weetjes over de natuur. E-mailabonnees ontvangen dan mijn nieuwste blog weer in hun mailbox. Ben je nog geen abonnee, meld je dan gratis aan of check mijn blog eind augustus voor updates.
Ik wens jullie een fijne zomer, ondanks alle water- en coronaperikelen. Geniet van de natuur, dat kan ook heel dicht bij huis, zoals je in het filmpje kunt zien door hier te klikken.
Als kind dwaalde ik vele uren door de velden en in de zomer was bloemen plukken mijn favoriete bezigheid. Soms werd dat een troep: lekkende melk uit de stelen van paardenbloemen en klaprozen heeft op menig jurkje bruine vlekken achtergelaten. De botergele glanzende bloemhoofdjes van de boterbloem vond ik ook onweerstaanbaar plukmateriaal. Er waren hele velden vol, koeien en paarden graasden langs de boterbloemen omdat ze een scherpe smaak hebben, dus er bleef genoeg over om te plukken. Mijn moeder heeft menig vaasje gevuld met mijn veldboeketten, die dan helaas snel verlepten. Buiten in de wei of berm kun je er langer van genieten :). De gele (kroon)bladeren hebben een glanzend waterafstotend oppervlak. Sommige soorten zijn afhankelijk van insecten voor de bestuiving, andere varianten van de boterbloemen doen dat op een andere manier. Ik zal je uitleggen hoe dat zit. De meest voorkomende boterbloem, die we in akkers en bermen tegenkomen en in allerlei grondsoorten kan groeien, is de scherpe boterbloem. Ze staat in de top 40 van meest voorkomende Nederlandse planten. De scherpe boterbloem is aangewezen op insecten voor het bestuiven, alleen na kruisbestuiving (als stuifmeel van een andere plant op de stempel terecht komt) kunnen ze zaad maken. Bij regenweer buigen de (niet gegroefde en daardoor buigzame) bloemstelen om, zodat het stuifmeel beschermd wordt en de bloemen een slaapstand innemen. Insecten schuilen graag onder dit natuurlijke afdakje tot de bui over is. Scherpe boterbloemen leveren ook wat nectar, maar insecten komen met name voor het stuifmeel. Bij andere soorten boterbloemen gaat de bestuiving niet met hulp van kleine gevleugelde beestjes maar door middel van water. Deze soorten laten hun bloemen bij regenweer rechtop en open staan. Een regendruppel die in de bloem valt, glijdt via het waterafstotende oppervlak naar het hart van de bloem. Die druppel vormt een 'bel' over de meeldraden en stampers. Het eveneens waterafstotende stuifmeel gaat op het oppervlak van de druppel drijven. Als de zon weer tevoorschijn komt, verdampt het water en blijft het stuifmeel op de stempels achter, waardoor bevruchting plaatsvindt. Het zaadvormingsproces is bij die soorten op deze manier beter gegarandeerd dan via bestuiving met insecten. Met deze blik heb ik als kind nooit naar de boterbloemen gekeken, ze zijn dus niet alleen mooi maar ook fascinerend! Hoewel het hoogtepunt van hun bloei voorbij is, kun je ze nog overal tegenkomen. Boterbloemen kunnen bloeien tot de winter invalt. Bekijk ze in het filmpje van deze week, samen met een koetennest gebouwd bij een gedumpte kerstboom, door hier te klikken. Sommige e-mailabonnees hebben bij follow.it nog niet bevestigd dat ze de mails willen blijven ontvangen. Klik in het grijze scherm even op akkoord om te zorgen dat je niet afgemeld wordt. Heb je je rechtstreeks via mijn site aangemeld, dan is deze mededeling voor jou niet van toepassing.
Onlangs liep mijn man een rondje door het park en hoorde een grutto roepen in de bosjes. Dat is natuurlijk niet de plek om een grutto te verwachten; die vind je in het open veld van de polder. Een grutto heeft liever geen boom in het zicht want daar kan een roofvogel zitten azen op zijn jonkies voor het dagelijkse maal. Het bleek een spreeuw te zijn die het gruttogeluid perfect nadeed. Spreeuwen zijn verwant aan beo's - een vogelfamilie uit Azië - die bekend zijn als imiterende en sprekende vogels. Ze werden door zeelui om die reden meegenomen naar onze streken. Maar voor de beo's hun intrede deden hield men in de Middeleeuwen al spreeuwen in kooitjes vanwege hun zang en imitatiekunst. Extra zielig is dat men dacht dat de vogels beter zouden zingen als hun tong los werd gesneden, waardoor de spreeuwentongetjes op allerlei manieren verminkt werden. Maar de tong speelt helemaal geen rol bij vogelzang. Vogels hebben geen stembanden maar een zogenaamde syrinx bestaande uit meerdere snel vibrerende membranen en kraakbeen. Lijsters en sommige andere vogels kunnen die membranen onafhankelijk van elkaar laten trillen zodat ze verschillende wijsjes tegelijk kunnen zingen. Om te fluiten hoeven ze niet - zoals wij mensen - de lippen te tuiten (die ze ook niet hebben natuurlijk). Ik zag op een windstille lentedag in mei spreeuwen foerageren in het natte gras. Een spreeuw had een worm in zijn snavel maar floot er toch een prachtig deuntje bij. Een mooi bewijs dat die snavel geen rol speelt bij het produceren van geluid. Ik weet niet of de vogel een partner wilde verleiden met de combinatie van een snack en een ochtendconcert, want hij hipte achter een soortgenoot aan. Uiteindelijk besloot hij het ontbijt zelf te nuttigen en zette zijn zang voort. Deze beperkte zich tot het 'gewone' gebabbel en gezang dat echter ook de moeite waard is. Met hun imitatiegedrag kunnen ze mensen op een dwaalspoor brengen, niet alleen met een gruttogeluid in de bosjes maar ook op andere terreinen; letterlijk en figuurlijk. In het centraal station van Rotterdam bevindt zich een grote spreeuwenpopulatie die de treingeluiden feilloos imiteert. Ik stel me menige gestreste reiziger voor die in paniek raakt bij het sissende geluid van sluitende treindeuren. Maar dan bewegen de deuren niet en blijkt een spreeuw een 'geintje' uit te halen. Een ander verhaal speelt zich af op het voetbalveld waar een spreeuw het scheidsrechtersfluitje nadeed met alle gevolgen van dien. De lijst van andere dieren die ze imiteren is lang: buizerd, fitis, boomklever, bosuil, fazant, goudvink, wulp, scholekster en grauwe gans. We moeten ze maar koesteren, die spreeuwen, want hun aantallen nemen af. Ze behoren in ieder geval tot mijn favorieten. Bekijk ze samen met voedselzoekende kauwtjes en beelden van een mooie lentedag in mei in het filmpje door hier te klikken.
Zoals jullie regelmatig ervaren let ik (ook) op wetenschappelijk natuurnieuws omdat er nog steeds fascinerende ontdekkingen worden gedaan. Vanmorgen las ik een artikel in de Volkskrant waarvan ik de inhoud graag met jullie wil delen. Onderzoekers van de Universiteiten van Oxford en Oldenburg hebben een ontdekking gedaan die weer een tipje van de sluier oplicht over het trekgedrag van vogels. Hiervoor bestudeerden ze roodborstjes.
In het oog van dit vogeltje zit een kompaseiwit
De onderzoekers haalden een bepaald eiwit (cryptochroom-4) uit het roodborstoog om te testen wat er gebeurt als het molecuul in aanraking komt met lichtstralen en een magneetveld. Hieruit bleek dat dit bepaalde eiwit een chemische reactie ondergaat onder invloed van de krachten in een magneetveld. Het werkt hierdoor als een soort kompas. Door middel van proeven toonden ze aan dat dit niet alleen in het laboratorium gebeurt, maar dat de reactie ook ontstaat door het magneetveld van de aarde zelf. Ze gaan er van uit dat dit molecuul heel belangrijk is bij het waarnemen van het aardmagnetisch veld. De wetenschappers deden dezelfde testen bij duiven en kippen, vogels die in het algemeen niet ver trekken. Het kompaseiwit in de ogen van deze vogels was minder gevoelig voor magnetische velden. De onderzoekers vermoeden dat roodborstjes die magnetische gevoeligheid van het eiwit evolutionair hebben ontwikkeld omdat ze meestal in het donker vliegen tijdens de trek. De vogeltjes met hun oranje borstje weten geen precieze locatie tijdens het vliegen, maar kunnen wel een perfecte route uitzoeken naar warmere en koudere gebieden.
Volgende week weer een blog met een filmpje, dan vertel ik meer over de imitatiezang van de spreeuw.
Aan het eind van de koude meimaand werd dan toch alles groen en lieten ook de planten zich eindelijk zien. In het filmpje van deze week zie je er vier met een 'rare' naam: look-zonder-look, paardenbloem, fluitenkruid en gele dovenetel. Om met die laatste te beginnen: wat is eigenlijk een 'dove' netel? Ook andere netels (zoals brandnetels) kunnen immers niet horen. De naam dovenetel komt van de oude betekenis doof = niet werkend, gedoofd. De bladeren en stengels lijken sterk op die van de brandnetel, maar hebben geen netels met mierenzuur. Dovenetels groeien in dezelfde stikstofrijke, redelijk natte omgeving als brandnetels, bijvoorbeeld in bermen en bosranden. De gelijkenis tussen de twee is daarom een geval van mimicry (nabootsing). De meeste dieren die kennisgemaakt hebben met de brandnetel, zullen de dovenetel met rust laten waardoor hij minder van vraatschade te duchten heeft. Er zijn witte, paarse en gele dovenetels. De gele is het zeldzaamst: ze komt vooral in Zuid-Limburg voor en is zeldzaam in de rest van Limburg, Brabant, Gelderland en kleiige delen van Zeeuw-Vlaanderen. In de andere delen van ons land is ze nauwelijks te vinden. Er is ook een ondersoort die zich kenmerkt door grote witte vlekken op de bladeren. Deze bonte gele dovenetel wordt veel als tuinplant en stinsenplant aangetroffen. Die variant kwam ik tegen in het stadspark, de plantjes vormden een hele mat onder de bomen.
Ook paardenbloemen komen vaak op één plek in groten getale voor. De plant is heel gewoon en over de naam had ik eigenlijk nooit eerder nagedacht. Tot het begin van de 20ste eeuw was er geen officiële Nederlandse naam voor deze plant. In elke streek heette ze anders; er zijn 86 geregistreerde volksnamen voor de huidige paardenbloem. In Drenthe heet ze hondstong, de Groningers kennen haar als hondenbloem. In Limburg en België noemen ze de plant pissebloem. In 1906 heeft een commissie van de KNNV bepaald dat de plant paardenbloem zou gaan heten. De betekenis is vermoedelijk 'nutteloze of waardeloze bloem'. Daarmee doe je de plant wel tekort, lees mijn eerdere blogje er maar eens op na.
Look-zonder-look
Look-zonder-look heeft een duidelijke knoflookgeur, als je het blad kneust kun je dat ruiken, maar ook de wortels en zelfs de zaden verspreiden die knoflooklucht. Toch hoort de plant niet bij de uienfamilie. Ze hebben geen ui aan de basis van de stengel, maar een penwortel. Dus wel de geur, maar geen familieband, vandaar de naam look-zonder-look.
Tenslotte zie je in de film ook fluitenkruid. Een kruid dat niet kan fluiten :). Maar met een beetje moeite kun je er wel een fluitje van knutselen dat echt werkt. Bekijk dat maar eens in dit filmpje. Verwissel het fluitenkruid echter niet met giftige varianten van deze familie zoals de (reuzen)berenklauw. Dus check wel even of je de juiste plant hebt gebruikt voor je een deuntje blaast. Bekijk deze planten in het filmpje van deze week, waarin de kleuren groen, geel en wit centraal staan, door hier te klikken.
De bomen zijn inmiddels al lang niet meer zo kaal als in het filmpje. Toen leefden we nog in de regenachtige, koele meimaand, die er overigens voor gezorgd heeft dat onze tuin nu een explosie van groen en bloemen laat zien. Afijn, op een avond wilde ik er na een natte dag even op uit. Omdat het voorjaar maar niet wilde vorderen vroeg ik me oprecht af wat ik zou gaan filmen. Ook de vogels hielden zich koest. Gelukkig was daar het spel van water en wind, dat voor rimpelingen in het water zorgde. In combinatie met een paar bloemen van het fluitenkruid en opkomende brandnetel gaf dat toch mooie effecten. Naarmate de avond vorderde nam de wind af en verdwenen meer en meer rimpelingen. Het werd geen spectaculaire zonsondergang maar er was genoeg mooi licht voor sfeervolle beelden. Zwaluwtjes scheerden over het water, op zoek naar insecten en namen met een dipje ook af en toe een slokje uit de wetering. Een aalscholver liet zich even zien. De reflecties in het water van de sloot en een regenplas op de weg werden mooier. Hoe lager de zon staat, hoe beter je de reflecties kunt zien. Zichtbaar licht is elektromagnetische straling en beweegt zich voort in golven. Als zonlicht het wateroppervlak raakt, wordt een deel van het licht gereflecteerd en een deel wordt geabsorbeerd. Overdag, als de zon hoog aan de hemel staat, wordt er weinig licht gereflecteerd (bij een invalshoek van 45 graden bijvoorbeeld is dat maar 5%), maar naarmate de zon lager staat kan dit oplopen tot 65% reflectie bij een invalshoek van 85% en bijna 100% op het moment dat de zon achter de horizon zakt. Een voorwaarde voor een spiegelende reflectie waarin je precies ziet wat er in de lucht ook te zien is, is dat het wateroppervlak geen rimpelingen vertoont. Op rimpelingen en golfjes wordt het licht verstrooid naar meerdere richtingen, je krijgt dan wel reflecties van licht maar geen 'spiegelbeeld'.
Als de zon lager staat is de reflectie groter
Zo'n natuurlijk spiegelbeeld is voor ons mensen een schitterend schouwspel, maar dieren en planten zijn blijer met zonlicht dat niet gereflecteerd wordt zodat ze zich onder water kunnen opwarmen en voedsel kunnen aanmaken. Maar waarschijnlijk gunnen ze ons in de zomer dat prachtige uurtje wel :).
In alle vroegte klonk de harde zang van een van de kleinste vogeltjes van ons land, de winterkoning, boven alles uit. Zelfs het gesnater van de grauwe ganzen werd bijna overstemd door het 'blaasbalgje' zoals dit kleine bruine vogeltje ook wel wordt genoemd. Drie ganzen hielden zich op bij de rand van de vijver en nadat ze te water waren gegaan vond er zowaar een paring plaats. Ik liep langs de achterkant van het park, langs een opgespoten terrein waar meeuwen bij elkaar troepten op het zand. Hun luide gekrijs en 'gelach' was overal te horen. Voor de ouders nijlgans was dit blijkbaar een alarmerend geluid: waakzaam als ze zijn sommeerden ze hun kleine grut richting de waterkant en zwommen langs het gele raapzaad. Toen de kust (toch) veilig leek, kwamen ze weer aan wal om hun voedselzoektocht te vervolgen. Hoog boven hen zong de merel in een nog kale es. Merels waren oorspronkelijk zeer schuwe bosvogels, maar zij leerden dat een menselijke omgeving hun broedsucces kon vergroten. Ze zijn dan ook in menige (groene) tuin te vinden. Ze zijn flink territoriaal; in onze tuin duldt de merel geen enkel ander mannetje in zijn nabijheid en hij zingt vanuit de hulstboom van de buren een mooi, maar ook waarschuwend lied: hier ben ik de baas. Merels maken met hun zang duidelijk hoe ze zich voelen. Gaande van zacht contact met elkaar houden tot een luide, paniekerige alarmkreet bij potentieel gevaar zoals de vele katten uit de buurt die tot mijn verdriet regelmatig onze tuin bezoeken (en niet zelden een 'herinnering' achterlaten tussen mijn tuinplantjes en groenten). Herhaaldelijk repeteren verbetert hun zang aanzienlijk. Oudere merels zijn dan ook betere zangers. Met een ruim repertoire en minder herhalingen dan jongere merels, die pas aan het begin van hun zangcarrière staan. Je kan een merel individueel herkennen aan zijn manier van zingen. Zelf herkennen ze zo ook hun vaste buurmannen aan hun lied. Die zullen daardoor minder snel aangevallen worden, dan vogels die een nieuwe, onbekende zang laten horen.
Mannetjesmerel: zwart pak, oranje snavel
Vrouwelijke merels zijn bruin en mannelijke merels hebben een zwart verenpak met een opvallende oranje snavel. De kleurstoffen voor zijn snavel, carotenoïden, haalt hij uit zijn voedsel. Die stoffen zijn ook belangrijk voor zijn immuunsysteem. Hoe feller de snavel is gekleurd, des te gezonder is het mannetje. En gezonde mannetjes zijn in trek bij vrouwtjes, dus het bepaalt zijn kansen op de huwelijksmarkt. Ook een net verenpak stelt de merel bijzonder op prijs. Soms zie je ze met hun vleugels gespreid (en open snavel vanwege de hitte) in het zonnetje zitten. Parasieten gaan van de hitte op de loop waardoor de merel de indringers in de kuif kan pikken. Natuurlijk moeten merels hun veren ook regelmatig vervangen. Tijdens de rui is de huid van de vogels makkelijk bereikbaar voor steekmuggen die een gemeen virus kunnen overbrengen: het usutu-virus. Zo'n geïnfecteerde merel oogt bol en lusteloos.
Ik vervolgde mijn ronde door het park, zag nog een jagende reiger en hoorde nogmaals het gesnater van de grauwe ganzen toen het tijd werd om thuis een ontbijtje te gaan verorberen, ik kon het zachte zoemen van de sinaasappelpers al horen :). Klik hier om het filmpje van deze week te zien.
Op een ochtend met een paarsroze zonsopgang ging ik weer eens
polshoogte nemen bij het ‘zwanenwater’. Twee jaar geleden konden jullie via mijn filmpje getuige zijn van de strijd tussen een meerkoet en de zwanenvader, die
het maar niks vond dat de meerkoet zo dichtbij het nest van zijn vrouw ging
nestelen. Dit jaar lagen er tot mijn verbazing drie nesten op een kluitje. Niet
alleen een stelletje meerkoeten maar ook een futenpaar zocht de bescherming van
de grote zwanen. Het futennest van vorig jaar was om een of andere reden
mislukt. Misschien dachten ze een betere kans te maken door hun optrekje dit
jaar tegen het zwanennest aan te bouwen. Alle soorten leken nu in harmonie op
de eieren te zitten. Zo’n ei is een wondertje van de natuur, zoals Tim Birkhead
in zijn boek ‘Het vogelei’ beschrijft.
Voordat vogels zich kunnen voortplanten moeten ze eerst
broedrijp worden. Wanneer een vogel broedrijp wordt is afhankelijk van het
gebied waar ze leven. Ten noorden of zuiden van de evenaar, waar de lichturen
per dag wisselen door de stand van de zon, worden vogels broedrijp als de
zonuren toenemen. Op en rond de evenaar, waar de zonuren per dag nagenoeg
gelijk blijven (12 uur licht en 12 uur donker), worden de vogels broedrijp als
er genoeg voedsel voor de jongen aanwezig is, dat is meestal na de regenperiode.
Op dat moment moeten vogels hun geslachtsdelen weer activeren; buiten de
broedtijd reduceren ze deze om zo licht mogelijk te zijn bij het vliegen en
jagen. Via de hersenen worden de hormonen gestimuleerd waardoor de
geslachtsdelen weer hun functionele grootte aannemen. De eicellen van het
vrouwtje gaan groeien en er ontstaat een gele eierdooier in. Mensenvrouwen
krijgen een hoeveelheid eicellen mee waar ze hun hele leven mee moeten doen,
maar vogelvrouwtjes maken steeds nieuwe eicellen aan. In een gereduceerd
geslachtsdeel buiten de broedperiode kunnen immers geen eicellen worden
opgeslagen. In de dooier zitten voedingsstoffen zoals proteïnen, vitaminen,
mineralen en pigmenten, die afkomstig zijn uit de voeding van het vrouwtje. De
calcium die later nodig is om het skelet van het nieuwe vogeltje te vormen zal
worden geleverd door de eischaal.
Het vrouwtje laat aan de partner door haar houding blijken dat
ze vruchtbaar is. Na de paring slaat het vrouwtje het sperma van het mannetje
op, om te zorgen dat er op het moment dat de eicel zo ver is om bevrucht te
worden genoeg goede zaadcellen aanwezig voor een succesvol resultaat. Twee
dagen voordat de eicel los komt van de eierstok laat het vrouwtje het
opgeslagen sperma uit de opslagbuis los in de eileider.
In het ei Illustratie: KDS4444 - Own work, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org
Na succesvolle bevruchting gaat het embryo zich ontwikkelen,
in een zacht omhulsel om bacteriën buiten te sluiten. Dan kan de eischaal
gevormd worden. De kalkachtige eischaal moet poreus zijn, maar wel zo sterk dat
het straks de broedende vogel kan dragen zonder stuk te gaan. Ook zal de
eischaal weer zacht genoeg moeten zijn zodat de jonge vogel bij het uitkomen
door de schaal kan breken. Zes uur na de bevruchting komt de eicel in de schaalklier
van de baarmoeder terecht, dit is een soort ‘wasstraat’. Alleen komt er geen
water uit de sproei-installatie maar een kalkachtig goedje dat op de bevruchte
eicel wordt gespoten. Het spul dat de eischaal maakt is schuimachtig en wordt
als bolletjes op de eicel gespoten waarna ze opdrogen tot schuimklompjes. Het
zijn wel duizend spuitjes die dit werk moeten doen. Binnen een paar uur is het oppervlak van de eicel met schuimklompjes bespoten. Inmiddels is de
eicel een ei geworden. Het ei schuift nu verder in de eileider tot aan de plek waar
spuitjes water injecteren in de poreuze eischaal. Hierdoor krijgt het ei zijn
uiteindelijke formaat. Vervolgens komen de kalkspuitjes weer in werking. Door
de wijze van het spuiten, in klompjes, ontstaan er in de schaal luchtkanaaltjes,
die zorgen dat het embryo in het ei kan ademen en gassen en waterdamp kan
afvoeren. Het proces duurt nu 20 uur en is nog niet compleet. In de komende 2 a
3 uur is de volgende set spuitjes aan de beurt die een laagje kleurstoffen op
de schaal aan brengen. Dit pigment zal zich vermengen met de bovenste laag kalk
en zal zo de grondkleur van de eischaal bepalen. Een andere set spuitjes zorgt
voor de vlekken (het patroon) op de eischaal. Net als bij de autocarwash
eindigt het geheel met een opgespoten beschermende waslaag. Het ei is nu gereed
om gelegd en bebroed te worden. Dat broeden zorgt voor de verdere ontwikkeling van het kuiken in het ei.
Bekijk de mooie zonsopgang en de nesten-op-een-kluitje in
het filmpje van deze week door hier te klikken.
De eitjes van enkele veel voorkomende tuinvogels vind je op deze site.