Schorpioenvlieg

Schorpioenvlieg

zaterdag 17 juni 2017

Midzomerzonsondergang

Bijna midzomernacht, nog een paar dagen te gaan. De zon gaat rond 22.00 uur onder en de grassen bloeien. Het aantal stuifmeelkorrels in een bloem kan in de miljoenen lopen. Van de grootste stuifmeelsoorten gaan er ca. 14.000 korrels in 1 gram, maar er zijn ontelbare soorten, waarvan ca. 300.000 korrels in 1 gram gaan. Stuifmeelkorrels zijn dus microscopisch klein en onzichtbaar voor het blote oog. Pollen van grassen worden door de wind verspreid en het kan gebeuren dat stuifmeelpollen uit verre landen zoals Oekraïne ons land bereiken. Sorry voor de hooikoortspatiënten, maar die ijle grasjes vormden wel een mooi decor voor de zonsondergang in het filmpje.



Orchideeën in de duinen van Texel

Wereldwijd zijn er zo'n 25.000 soorten orchideeën. In de tropen hechten deze planten zich met hun wortels meestal vast aan bomen. De Europese soorten (ongeveer 400) wortelen gewoon in de grond. In Nederland moeten we het doen met zo'n 40 soorten. Die groeien vooral op schrale grond en hebben een voorkeur voor een zure of kalkhoudende bodem. Dat is de reden waarom we de meeste orchideeën vinden op de kalkbodems van Limburg en in de duinen, waar vergane schelpen ook voor kalk in de grond zorgen. Orchideeën zijn zogenaamde eenzaadlobbigen, waartoe ook de grassen, lelies en narcissen behoren. Bijzonder aan de orchideeën is dat ze afhankelijk zijn van bodemschimmels om te kunnen groeien, want ze zijn niet in staat om met hun wortels voldoende voedsel uit de bodem te halen. Daarvoor hebben ze hulp nodig van schimmels die de wortelharen van de orchideeën binnendringen. In ruil voor deze voedselhulp tapt de schimmel suikers af. En zo zijn beide partijen tevreden. Het zaad van orchideeën is zo fijn als stof en wordt door de wind verspreid. Vervolgens is het hopen dat ze op een plekje komen met de juiste bodem en de juiste schimmel. Omdat orchideeën zo kieskeurig zijn op hun leefplek zijn ze van nature zeldzaam. Een paar meter verderop kan de bodem al weer te veel of te weinig kalk bevatten. Dat verklaart waarom je soms een groep bij elkaar ziet en verderop helemaal geen. Orchideeën kunnen ook slecht tegen verandering. Ze verdwijnen snel als het milieu niet meer aan hun speciale wensen voldoet. Maar ze komen langzaam terug want ze doen er vanuit zaad jaren over om een bloeiende plant te worden. In de eerdere Texelfilmpjes zag je al wat paarse orchideeën opduiken. Het vierde en laatste filmpje gaat over de Texelse duinen en daar zijn in mei en juni gelukkig nog behoorlijk wat orchideeën te vinden. Er staan geen namen bij, want om te determineren moet je kijken naar de bladeren en andere details waar we niet dicht genoeg bij konden komen. Wil je zelf een poging wagen om soorten te achterhalen, dan kun je deze zoekkaart orchideeën gratis downloaden.
In het filmpje zie je ook de beloofde jonge scholeksters, die ik aankondigde in het blog van het eerste Texelfilmpje.



maandag 12 juni 2017

Paaiende karpers in het zoete water van Texel

In het derde Texelfilmpje staat het zoete water centraal. Watervogels vertoeven er met hun pasgeboren kroost, Schotse hooglanders snoepen van gele lissen en de groene kikkers zijn op liefdespad. Onder water speelt er zich ook zo het een en ander af. Minder goed zichtbaar, maar af en toe kunnen we er een glimp van opvangen. Het paaien van de karpers gaat namelijk met veel gewoel gepaard. Karpers komen oorspronkelijk uit Midden-Azië. Waarschijnlijk hebben de Romeinen de soort naar Europa gebracht om ze te kweken in vijvers. Aangenomen wordt dat ze rond de 14e eeuw in onze streken zijn verschenen. Inmiddels worden ze ook uitgezet voor de sportvisserij. Dat ze oorspronkelijk uit warmere streken komen verklaart waarom ze zich bij ons in het wild moeizaam voortplanten. Het water moet in mei of juni twee weken een minimale temperatuur van 17 graden hebben voor een succesvolle voortplanting. In diepere wateren is dat in Nederland vrijwel niet haalbaar. Tegen de tijd dat het water daar de juiste temperatuur heeft, wordt het groeiseizoen voor de kleine vissen te kort. Als de watertemperatuur in bepaalde jaren niet hoog genoeg is, komen de karpers helemaal niet tot paaien en worden de gereedgemaakte eitjes weer opgenomen door het lichaam.
Illustrations de Ichtyologie ou histoire naturelle générale et particulière des Poissons Bloch, Marcus Elieser, J. F. Hennig, Plumier, Krüger, Pater, Schmidt, Ludwig, Bodenehr, Moritz 1795-1797 (Bibliothèque nationale de France)
Als je paaiende karpers ziet, dan is dat dus vrijwel altijd in ondiep water waar het water snel opwarmt. Zowel op Texel als een week eerder in het Horsterwold (provincie Flevoland), zagen we de karpers dan ook spetteren in ondiep water. Dit paaigewoel wordt ook wel het 'rijen' van de karpers genoemd. Na de relatief warme meimaand konden de karpers zich opmaken voor het paairitueel. In de vroege ochtend verzamelen enkele mannetjes zich rond één vrouwtje. Ze stoten tegen het vrouwtje aan om haar te verleiden en in de paaistemming te brengen. Als het vrouwtje al sidderend de eitjes uitstoot lozen de mannetjes tegelijkertijd hun zaadcellen (hom). Dit gebeurt een aantal keer, verspreid over enkele uren en dat is het moment dat je het opspattende water ziet. Soms worden waterplanten ontworteld en ook de karpers komen er soms niet ongehavend vanaf door het schuren langs de waterplanten. Het paaiproces kan meerdere dagen duren en wordt soms onderbroken als de watertemperatuur daalt. Het aantal eitjes dat een vrouwtjeskarper produceert is enorm: 100.000 eitjes per kilo lichaamsgewicht. Aangezien karpers een flink formaat kunnen bereiken loopt dat al snel op (1.000.000 eitjes voor een karper van 10 kilo...). Het kuit moet meteen bevrucht worden, anders gaan de eitjes verloren. De eitjes zijn plakkerig en kleven aan waterplanten, eitjes die in het slib terecht komen worden wit en leveren geen nageslacht. De larfjes die na 3-8 dagen uitkomen hebben nog een dooierzak om de eerste dagen van te eten, daarna leven ze van plankton. Een karper kan wel 40 jaar worden, maar de meeste exemplaren halen dat bij lange na niet. 


woensdag 7 juni 2017

Eiders in de Slufter (Texel)

de Slufter van bovenaf gezien door Ecomare, CC BY-SA 4.0
Vandaag deel 2 van de Texelfilmpjes. In dit filmpje bezoeken we de Slufter, een natuurgebied dat is genoemd naar de 3 km lange kreek die nog altijd in verbinding staat met de Noordzee. Hierdoor is een interessant getijdegebied ontstaan dat bijna 1 miljoen bezoekers per jaar trekt. Het grootste deel van de Slufter is niet vrij toegankelijk voor publiek, zodat de natuur er in alle rust zijn gang kan gaan. Hier bloeit Engels gras en wat later in het jaar de (eveneens) paarse lamsoor. In augustus kleurt de zeekraal dieprood en dat is ook een prachtig gezicht. De zee heeft er vrij spel. Er is lang geprobeerd om het gebied in te polderen, maar de aangelegde stuifdijken moesten het telkens afleggen tegen de kracht van het water. Uiteindelijk is het een mooi natuurgebied geworden met kwelders en kreken. Enkele jaren geleden waren we er vlak nadat springtij en storm het water tot aan de achterste duinenrij had opgejaagd. Aan de rommel die op de vloedlijn was achtergebleven konden we zien hoe ver de vlakte overstroomd was geweest. Bij ons bezoek eind mei was het water heel rustig. Het werd eb terwijl we door het vrij toegankelijke struingebied naar het strand liepen. Boven ons kwinkeleerden de leeuweriken en in het gras vlogen verschrikte tureluurtjes op. Ze waren heel waakzaam en hadden vast een nestje of jongen te verdedigen.
In de Slufter zijn meestal ook eiders te vinden. De mannetjes met hun zwart/witte verenkleed met hier een daar een groengelig accent vallen als eerste op. De vrouwtjes hebben een bruine (schut)kleur, omdat ze als enige broeden op het grondnest. In die periode eten ze niet en teren volledig op hun vetvoorraad. Ze gaan alleen af en toe wat drinken. Dat nestje is een holletje bekleed met gras en dons uit moeders borst. Het woord eider is verwant met IJslands Aeþur-fugl, dat donsvogel betekent. De wetenschappelijke naam Somateria mollissima betekent: vogel met zeer zacht wollichaam. De donslaag in het verenkleed bevat tot wel 95% lucht die de isolatie verhoogt en ook het drijfvermogen van de vogel groter maakt. De nestjes liggen soms verscholen maar kunnen ook vrij open liggen. Reden waarom eiders graag midden in een sternkolonie broeden. Want die sterns voeren duikbombardementen uit en pikken met hun scherpe snavels de indringers tot bloedens toe. Ook de kuikens worden beschermd door een groep. Die worden namelijk gehouden in een crèche van tientallen jonge vogels, bewaakt door moeders en tantes. De jonkies waren al geboren toen we in de Slufter waren. Dat moesten we lezen in het boswachtersblog, want we hebben de kleintjes helaas niet zelf gezien. Maar we konden wel van de volwassen vogels genieten.
Voor e-mail abonnees: als je het filmpje niet in de e-mail-nieuwsbrief ziet, klik dan op de link 'filmpje' in de tekst of klik op de titel om naar mijn blog te gaan.

vrijdag 2 juni 2017

Nieuws uit de tuin 3 - Rozen!

Als de rozen volop bloeien weet ik dat de lente op het punt staat om over te gaan in de zomer. Duizenden rozenblaadjes krullen zich ineen tot prachtige volle bloemen en de insecten zoemen er omheen. De rozen bloeien zeer rijk dit jaar, daarom voor alle rozenliefhebbers, dit filmpje.

De vogelplasjes langs de Texelse waddenkust

Vrijwel elk jaar plannen we een tripje naar het Waddeneiland Texel. De vogelplasjes langs de Waddendijk zijn dan een vast onderdeel op het programma. Eind mei/begin juni zijn er de eerste kleine vogeltjes te bewonderen in de nesten van kokmeeuwen en grote sterns. Die broeden in grote en luidruchtige groepen op de schaars begroeide schelpeneilandjes. In deze tijd bloeien ook de wilde bloemen en veel orchideeën, wat tezamen met dat bonte vogelspektakel een mooi gezicht is. In mijn filmpje duikt regelmatig de scholekster op. Met zijn zwart/witte verenpak en oranje snavel is het een markante en fotogenieke verschijning. In een van de eerste shots van deze soort zie je de vogels met stijve poten, koppen naar beneden en snavels half open achter elkaar aan stappen. Dat is het baltsgedrag van scholeksters. Het verstevigt de band tussen het mannetje en vrouwtje en tevens proberen ze zo hun territorium te verdedigen ten opzichte van concurrenten. De poetsende grutto in de film trekt zich er weinig van aan...
De oranje snavel van de scholekster slijt hard en groeit om die reden altijd door. Afhankelijk van het soort voedsel is de snavel puntiger of stomper. In de zomer pikt de scholekster in weilanden en op het wad naar wormen, dan komt een puntige snavel beter bij het voedsel. In de winter eten scholeksters veel kokkels. Met een beitelvormige, stompe snavel krijgen ze die beter open.
De vogel broedt van half april tot eind juni. Behalve het baltsgedrag zagen we daarom op een andere plek ook al scholeksters met jonkies. Maar dat zie je in een van de volgende Texelfilmpjes.

vrijdag 26 mei 2017

Het Limburgs Heuvellandschap - Het plateau van Crapoel en het Gulpdal

In de laatste aflevering van de serie korte filmpjes over Zuid-Limburg staat het plateau van Crapoel centraal. Op bijgaande kaart, ontleend aan Wikimedia, is het plateau met Cr aangegeven. Het plateau wordt begrensd door riviertjes Gulp (Gu) en Geul (Ge). Zoals uit dit kaartje blijkt is het heuvelland in feite een plateau, doorsneden door rivier- en beekdalen. Het grootste plateau is het Plateau van Margraten (M op de kaart), dat tot 140 meter hoog wordt.  Op de plateaus vinden we dorpjes, boomgaarden, hoeves, akkers, tuinbouwgrond en weilanden. Dat kun je in mijn filmpje zien. De randen van de plateaus zijn steile hellingen. Omdat ze minder makkelijk te bewerken zijn, zijn die vaak nog bebost. Rivieren zoals de Maas en beken zoals de eerder genoemde Geul en Gulp, maar ook de Geleenbeek die ik in eerder blog liet zien, hebben gedurende vele jaren diepe dalen uitgesneden in dit landschap. De beken slingeren door grasland met wilgen en populieren. In de dalwanden zijn twee opvallende landschapselementen te zien: grubben en graften. Grubben (ook wel holle wegen genoemd) zijn diep ingesleten paden die zijn ontstaan in de zachte ondergrond door eeuwenlang gebruik. Graften zijn terrasachtige hellingen die gevormd zijn door vroegere landbouwmethoden, waarbij de hogere gronden gebruikt werden om de lagere delen op te hogen. Daarnaast droeg erosie ook een steentje bij. Al met al maken al deze landschapselementen een wandeling heel afwisselend. En al dat stijgen en dalen is een goede training voor de kuiten :). Een dier dat dankbaar gebruik maakt van dit landschap is de das. Overal vonden we sporen in de vorm van wissels (looppaadjes), prenten (pootafdrukken), haar dat aan prikkeldraad was blijven hangen en burchten (de holen waarin de dassen wonen).
Die burchten kunnen eeuwenoud zijn, want ze worden van generatie op generatie gebruikt en telkens uitgebreid. De ingang van zo'n burcht is breder dan hoog. Vossenholen zijn hoger dan breed. Denk aan de vorm van een dassen- en vossenlichaam en je begrijpt waarom dat zo is. Op bijgaande foto van John Campbell (Wikimedia) zie je beide dieren naast elkaar. In het filmpje kun je een ingang van zo'n dassenburcht zien.  



zaterdag 20 mei 2017

Het Limburgs Heuvellandschap - Het Bunderbos

Het Bunderbos ligt tussen Elsloo en Bunde, oostelijk van het Maasdal. Vroeger maakte het deel uit van een oerbos dat zich uitstrekte tot in België en Duitsland, maar daar is niet meer dan 144 ha van over. Doorsneden door een spoorlijn en vlak langs de A2 lijkt de ligging niet heel gunstig. Toch zijn er in dit bronnenbos veel bijzondere planten en dieren te vinden. Wat zoogdieren betreft kun je hier de ree, das, vos, steenmarter, bunzing, eekhoorn en de rosse woelmuis tegenkomen. Ook vind je er diverse soorten salamanders (waaronder de vuursalamander), kikkers, padden en de hazelworm. Wat in het voorjaar misschien wel het meest tot de verbeelding spreekt zijn de planten. Stinzenplanten zoals bosanemoon en daslook vormen enorme bloeiende tapijten op de bosbodem. De bosanemonen waren nagenoeg uitgebloeid bij ons bezoek, maar de daslook oogde sprookjesachtig. Een zeldzame plant die je in dit bos kunt zien is de eenbes. Deze plant gedijt goed in kalkrijk bos langs beekjes en bij bronnen. Het Bunderbos voldoet aan al deze eisen. Vier grote bladeren omkransen de bloem waar later een blauwe bes verschijnt. De hele plant is overigens giftig. Op het verspreidingskaartje zie je dat de eenbes maar op enkele plaatsen in ons land voorkomt.
In het filmpje zie je een impressie van onze wandeling door het Bunderbos. Het derde en laatste deel over het Limburgs Heuvelland schrijf ik in een volgend blog. Dat gaat over het plateau van Crapoel en het Gulpdal.

Geel in Boskoop

In Boskoop is een heempad aangelegd waar in de loop van het jaar een paar honderd inheemse planten bloeien. Momenteel is de overheersende kleur: Geel! De moeraswolfsmelk, gele ratelaar, gele lis en tal van andere gele planten bloeien hier en in de even verderop gelegen bloemenweide. In elk stukje riet is wel een rietzanger te vinden, ze zingen om het hardst om de concurrenten te laten weten dat dit hùn plekje is. Jonge eendjes zien er schattig uit met hun gele donskleed. De kleine meerkoetjes zijn wat dat betreft een stuk minder bedeeld, in mijn ogen dan. Meer informatie over de planten langs het heempad, vind je op deze site. Wil je samen met een natuurgids dit gebied eens bekijken, dan vind je in het Heempad Journaal de data voor dit jaar.



dinsdag 16 mei 2017

Nog meer nieuws uit de tuin

Veel mensen waarderen een uitstapje in de natuur; ze gaan wandelen, varen of fietsen. Gek genoeg heeft een deel van die mensen een 'stenen' tuin. Daar is dus letterlijk niks te beleven, terwijl je met een klein beetje moeite van je tuin een mooier plekje kunt maken. Niet alleen voor jezelf, maar ook voor de natuur. Ik 'tuinier voor dieren', ofwel ik heb met tuin met kleine ingrepen (al heel wat jaartjes geleden) aantrekkelijk gemaakt voor dieren. Een klein vijvertje trekt kikkers, padden, watersalamanders en libellen aan. Struiken en kleine boompjes met bessen zorgen voor vogelvoedsel in najaar en winter. In klimop kunnen insecten schuilen en vogels waarderen de bessen. Bloeiende bloemen zorgen in februari dat ontwakende hommels meteen te eten hebben en tot ver in het najaar bloeit er altijd wel wat voor vlinders en andere insecten. Verder niet te veel opruimen en klaar is kees. Dat betekent dat ik afgevallen blad laat liggen (behalve op paden en het gras). Vogels wroeten er graag in op zoek naar insectjes en als het blad vergaat is het waardevolle voeding voor de planten. Het resultaat van dit alles zie je in dit filmpje, gemaakt in de afgelopen twee dagen in mijn tuin. En vandaag zag ik al weer twee nieuwe soorten rondvliegen. Mocht je ook zo'n tuin willen, en woon je in de buurt van Alphen aan den Rijn, dan kun je je inschrijven voor mijn lezing 'Tuinieren voor Dieren' op 26 september 2017. Meer informatie vind je op de lezingenpagina.


In de film zie je hoe hommels 'inbreken' in akelei om de nectar uit de puntjes te halen. Vorig jaar besteedde ik er al even aandacht aan in een blog over smeerwortel en de aardhommel. De Turkse tortels proberen al drie dagen een nestje te maken op een veel te smal richeltje. Alle takjes die ze aandragen vallen naar beneden en blijven steken achter de regenpijp. Wat ik nooit eerder gezien had, was een vallend slakje dat na de val zijn huisje weer in positie moest zien te krijgen. Met een zwierige draai komt dat weer helemaal goed. In de vijver is het momenteel een drukte van belang met de kleine watersalamanders. De meeste tijd van het jaar (winter, zomer en herfst) leven die op het land en zijn man en vrouw beide bruin. Voor de voortplanting begeven ze zich naar het water en de man krijgt voor de gelegenheid een mooier pak aan. Met een 'kam' op zijn lichaam is hij dan makkelijk te onderscheiden van het vrouwtje. In de film zie je soms samen en kun je het verschil zien. De oranje buik (ook in de film te zien) is in de paartijd feller dan de rest van het jaar. Salamanders in de waterfase zijn zowel dag- als nachtactief en vallen vrij goed op omdat ze niet erg schuw zijn tijdens de paartijd. Ze moeten bovendien regelmatig komen ademhalen aan de oppervlakte (let op het luchtbelletje in de film). Met zijn staart wappert het mannetje geurstoffen naar het vrouwtje, met lokstoffen hoopt hij haar te verleiden. Als het vrouwtje iets in hem ziet, zet hij een spermapakketje af dat het vrouwtje opneemt in de cloaca. De eitjes (100 tot wel 400) worden één voor één door het vrouwtje afgezet op waterplanten. Dat gaat met een snelheid van zo'n 10 eitjes per dag. Dus reken maar uit hoe lang ze dan bezig is.... Uit de eitjes worden de larfjes geboren en als ze 4 centimeter zijn, maken ze een metamorfose door.
Dan zien ze er uit zoals op de foto. Aan de kop zie je de uitwendige kieuwen.
Salamanders eten in het water kleine diertjes, zoals watervlooien. Dat is misschien de reden dat de watersalamander in het filmpje de kever laat gaan, je ziet hem in een van de eerste beelden tamelijk rustig wegzwemmen. Op het land eten ze kleine slakken, regenwormen en insecten.