zaterdag 25 mei 2019

Nestelende zwanen en meerkoeten, hoe het verder ging

Twee meerkoetkuikens zijn geboren
In mijn blog van 20 april schreef ik over de nestelende zwanen en meerkoeten die elkaar het leven in eerste instantie zuur maakten. De zwaan vond dat de meerkoeten in zijn vaarwater zaten en vernielde hun nest. Die lieten het er niet bij zitten en repareerden het. Na enkele dagen was de ruzie beslecht en zaten beide soorten te broeden. Meerkoeten hoeven maar een week of 3 à 3,5 te broeden, terwijl zwanen 38 dagen op de eieren zitten. Toen ik eens ging kijken hoe de zaak ervoor stond bij de nesten, verbaasde het mij dus niet dat de meerkoeten net jongen hadden gekregen. Twee rode koppies kwamen onder moeders veren uit als vader een lekker hapje kwam brengen. Dat kan een stukje waterplant zijn (dat is samen met gras het belangrijkste voedsel van de koeten), maar als ze nog jong zijn eten ze ook dierlijk voedsel voor de broodnodige eiwitten. Dan staan ook waterdiertjes op het menu. Aan de snaveltjes waren nog witte puntjes te zien; de zogenaamde ei-tand, die de kuikens gebruiken om uit het ei te breken. Na een paar dagen is die ei-tand verdwenen.
De zwanenvrouw zat nog op het nest en lag de meeste tijd te dutten. Manlief is er alleen voor de bewaking zoals je in mijn vorige blog kon lezen. Ook hij leek te dutten, maar zijn oog was niet gesloten en keek alert in de rondte naar potentieel gevaar. Mijn geduld werd aardig op de proef gesteld, maar na bijna een uur stond de vrouwtjeszwaan op van haar nest om de eieren te keren. Zes stuks lagen er in, het nest was daarmee voor dit legsel blijkbaar compleet. Deze week zou het spannend worden: op welke dag zouden de eieren uitkomen en zou ik de jonge zwaantjes kunnen filmen?
Zes eieren in het zwanennest
Ik besloot de dag erna nog even te gaan kijken, aan het einde van de middag omdat het licht dan beter op het meerkoetennest zou vallen. De zwaan was nog op het nest, maar het meerkoetennest was tot mijn schrik verlaten. Ik zag één volwassen meerkoet, maar geen kleintjes. In de gele treurwilg boven het nest zat een paar eksters ongelooflijk veel lawaai te maken. Ze zouden toch geen smakelijk hapje hebben gehad aan de jonge koetjes? Dat is hoe het werkt in de natuur, maar toch....
Elke ochtend passeerde ik het nest op weg naar mijn werk, maar van de meerkoetjes geen spoor. Het zou nog even duren eer ik meer te weten kwam over het lot van de kuikens. Daarover lees je in mijn blog van de volgende week.

E-mailabonnees kunnen hier klikken om de film van deze week te bekijken.






zaterdag 18 mei 2019

Flirtende vlinders hebben geen tijd om te eten

Het bont zandoogje kan overwinteren
als rups of als pop
Een wandeling in de buurt van het Limburgse plaatsje Holset voerde door een relatief jong berkenbos. Berken zijn echte pionierbomen, die kale vlaktes snel koloniseren. De bomen laten veel licht door, waardoor er veel ondergroei is. Dat zijn plekjes waar de hazelmuis en hazelworm zich thuis voelen, maar die soorten zijn verschrikkelijk moeilijk te spotten. In het lichte bos waren bonte zandoogjes aan het flirten. Bonte zandoogjes zien we gelukkig steeds vaker in Nederland. Wat betreft hun overwinteringsgedrag zijn dat best bijzondere vlinders. Zoals de meeste mensen wel weten maken vlinders een volledige gedaantewisseling door: uit het ei komen rupsen, vreetmachines die gedurende dit stadium 20x langer en duizenden keren zwaarder worden vergeleken met het moment dat ze als rups te voorschijn kwamen. Na het popstadium vliegen de vlinders uit. Hoe vlinders overwinteren is per soort genetisch vastgelegd: sommige soorten doen dat als vlinder (zoals de citroenvlinder en de dagpauwoog), andere als ei of als pop. De bonte zandoogjes kunnen flexibel overwinteren: als rups of als pop, dat is zeldzaam in de vlinderwereld. De overwinterende poppen komen eerder uit, omdat ze al een stadium verder zijn, en die bonte zandoogjes kunnen we dan al vroeg in het jaar tegen komen, op zijn vroegst in maart. De mannetjes gaan vervolgens posten op een uitstekende tak of andere plek waar hij goed gezien kan worden door de vrouwtjes. Als er een interessante partner langskomt vliegt het mannetje om het vrouwtje heen en scheidt geurstoffen (feromonen) af. Het vrouwtje kan op basis van de geur en het vlieggedrag zien of het mannetje van 'haar soort' is. Dan kan de paring plaatsvinden. In het filmpje van deze week, zie je dit flirtgedrag.

Geen tijd om te eten
Er is een onderzoeker die gedurende een periode van 8 jaar heeft bijgehouden hoe vlinders de dag doorbrengen. De meeste tijd (30%) vliegen de vlinders, gevolgd door drinken (26%) van nectar, sap van rottend fruit, mest of hars. Territoriaal gedrag (zitten, patrouilleren en vechten met concurrenten) neemt gemiddeld zo'n 20% van hun tijd in beslag, en zitten ook zo'n 19% (bijvoorbeeld om op te warmen). Met flirten en paren brengen ze 4% van hun tijd door, om tenslotte 1% van hun tijd te besteden aan eieren leggen. De tijdbesteding van de verschillende soorten vlinders kan afwijken van deze gemiddelden. Vlinders die er een territorium op na houden zijn daar vaak intensief mee bezig. Zo sterk zelfs dat ze nauwelijks aan eten toekomen. Specifieke gegevens van het bont zandoogje heb ik niet (het onderzoek is gedaan in een tijd dat de bont zandoogjes nog vrij zeldzaam waren), maar andere territoriale vlinders zoals het bruin zandoogje en de argusvlinder besteden zo rond de 50-55% van hun tijd aan territoriaal gedrag. Het bruin zandoogje kan maar een paar procent van de tijd aan voedsel zoeken besteden, de argusvlinder ongeveer 15%. Zulke vlinders hebben een kort leven...

Boompieper
Foto: xulescu_g [CC BY-SA 2.0]

We zagen in het bos tenslotte ook een boompieper, een soort die je echt moet zoeken in het oosten van ons land. Hij zat in een boom op een kapvlakte en steeg op in de lucht om te zingen, om vervolgens weer te landen op een tak. Lees meer over de boompieper op de site van de Vogelbescherming. Hij duikt even op in de film.

E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje van deze week te bekijken.


zaterdag 11 mei 2019

Lang leve de paardenbloem

Een paardenbloemplant produceert
veel zaad met hoge kiemkracht
Ik weet niet of alle gazonbezitters het eens zijn met de titel van dit blog, maar ik doel hier voornamelijk op de leeftijd van deze plant. Want een paardenbloem kan wel 15 jaar oud worden. Met een bladrozet van 20 à 30 cm doorsnee en een worteldiepte van 3 tot 4,5 meter is deze plant moeilijk te bestrijden. Schoffel je het rozet weg, dan ontspruiten er al snel nieuwe planten uit de wortel. De plant is winterhard tot een graad of -35 à -40 Celsius. Na de bloei vormt zich een bol met zaadpluis van zogenaamde 'nootjes' met een parachuutje eraan, die door de wind tientallen kilometers kunnen worden weggevoerd. De paardenbloem maakt er tussen de 54 en 172 per bloem, wat per plant kan oplopen tot zo'n 5000. En die hebben dan ook nog eens een kiemkracht van 90%. Kortom: een doorzetter van formaat.
Een paardenbloem kan 15 jaar worden

Hier valt als mens alleen nog van de nood een deugd te maken. Om te beginnen leveren de paardenbloemen in het vroege voorjaar nectar voor insecten, op een moment dat er nog niet veel te halen valt. Dat is pure winst voor onze bestuivers. De meeste delen van de plant zijn eetbaar (behalve de steel met het melksap). Ik heb wel eens paardenbloemen bereid met een pannenkoekbeslag, gebakken in een pan. Ik moet zeggen dat de poedersuiker het meest smaakvolle aan het geheel was :). In Groenland (dat lang niet zo groen is als de naam doet vermoeden) kregen we paardenbloemblad als salade opgediend, bij gebrek aan andere groente. De bladeren bevatten veel vitamine C. Het smaakte enigszins bitter, maar wel lekker.  Om van die bittere smaak af te komen kun je de bladeren even blancheren of roerbakken zoals spinazie. Ook wordt de rozet wel met aarde of een pot bedekt, de gele stelen die dan te voorschijn komen noemt men molsla en zijn in Frankrijk een delicatesse. Van de geroosterde wortels kan surrogaatkoffie worden gemaakt. De Britten brouwen zelfs bier van deze plant (Dandelion stout).
De Britten maken er bier van
De Russen maakten van paardenbloemen een echte productieplant voor.... rubber! In 1941 werd in de voormalige Sovjet Unie 67.000 hectare paardenbloemen geteeld voor de productie van rubber uit het melksap. Dat was overigens niet onze 'gewone' paardenbloem maar de variant Taraxacum koksghyz. Per hectare leverden de paardenbloemen 150 kg rubber. Ter vergelijking: de rubberboom in de tropen levert 2000 kg per hectare. Toch voorzag de Sovjet-productie in die tijd in 30% van de rubberbehoefte.
Tenslotte is de plant ook gewoon mooi om te zien. Op een ochtend zag ik bij zonsopgang een overhoekje met uitgebloeide paardenbloemen. Ik heb twee uur lang genoten van de opkomende zon, de nevel die boven de velden hing en het prachtige licht in het paardenbloempluis, dat helemaal vol hing met pareltjes dauw. Geniet mee in het filmpje van deze week (e-mailabonnees klik hier).



zaterdag 4 mei 2019

Kievitsbloemen en de aardappel

Kievitsbloemen zijn in het wild erg zeldzaam geworden
Planten zoals de dotterbloem en kievitsbloem zijn typische soorten van natte hooilanden. In de heemtuin van Leiderdorp waren de kievitsbloemen talrijk, dat is beslist niet elk jaar het geval. Dus ik had geluk toen ik er in april ging filmen. Met de zon achter de wijnrode klokjes kwam het blokjespatroon van de bloemblaadjes goed tot zijn recht. In het wild is de plant in ons land zeer zeldzaam, langs de Overijsselse Vecht en het Zwarte Water in Zwolle zijn ze nog te vinden. Wanneer de rivier overstroomt worden de zaden met het water meegevoerd. Dan begint het lange wachten, want het zaad doet er zo'n 5 tot 8 jaar over om een bloeiend bolletje te worden. Hommels zijn belangrijk voor de bestuiving van de plant, die daarvoor een 'landingsbaan' van ultraviolet licht uitstraalt. Ook door zelfbestuiving kan de plant zaad maken, maar een door hommels bestoven plant is fitter dan zo'n zelfbestuiver. Onderzoekers stelden vast dat bevruchte kievitsbloemen een maand langer leven. Waarschijnlijk is dat een hormonale kwestie: als een hommel de plant bestuift komt er een signaalstof vrij die de plant aanzet om nog niet af te sterven. En de plant blijft dan afweerstoffen aanmaken tegen ziektes. Kievitsbloemen zijn gevoelig voor een schimmel: Pythium. Maar dank zij de hommel kan deze schimmel bij het bolgewasje aanzienlijk minder schade aanrichten. Een mooie bijvangst van jaren onderzoek naar hommels en kievitsbloemen was dat dit ook lijkt te werken bij aardappels. Wanneer die bevrucht worden, treedt de gevreesde aardappelziekte fytoftora veel minder op. Maar dan moeten we wel weer aardappels gaan kweken die bloeien. De meeste aardappelplanten die nu op de akkers staan, bloeien niet meer. Omdat de bloei veel energie vraagt van de plant - en dus van de eetbare knol - worden aardappels geteeld met steriele planten.
Aardappelbloemen zijn minstens
even zeldzaam....
Toen ik dat las ging mij een licht op. Een aantal jaren geleden ben ik begonnen om wat groenten in mijn achtertuin te telen. Ik had ook wat pootaardappeltjes gekocht, die ik in grote containers en zakken opkweekte. De aardappels bloeiden met mooie wit/gele bloemetjes en we hadden een flinke aardappeloogst. De jaren erna zag ik tot mijn verbazing nooit meer bloemetjes aan de planten, en de oogst heeft die van het eerste jaar ook nooit meer geëvenaard. Misschien lag het geheim wel bij de bloemetjes en de hommels. Ik heb echter geen idee waar ik nog bloeiende aardappels kan kopen, want ik koop ze elk jaar bij dezelfde leverancier en die pootaardappels zijn blijkbaar veranderd in steriele exemplaren na de eerste aankoop in 2011.

In het filmpje van deze week zie je natuurlijk de kievitsbloemen, maar ook paarse schubwortel, waarover ik in maart 2017 al eens een blog schreef. Ook de witte sterretjes van het daslook straalden deze dag in de zon. E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje te zien.

Tenslotte de hartelijke groeten aan het "KNNV-echtpaar" uit Den Haag, dat getuige was van het maken van dit filmpje!


Als extra'tje deze week nog een kort filmpje van wilde hyacintjes in het Alphense Bospark. Email-abonnees: klik hier.



zaterdag 27 april 2019

Bloesemsnoeper

Bloesem in bedauwd gras
De afgelopen weken bloeiden de bloesems uitbundig. In korte tijd ontloken de knoppen, maar door het warme weer was de bloesemtijd ook weer snel voorbij. In het filmpje van deze week zie je wit bloeiende bomen en daartussen een bloesemsnoeper: de houtduif eet de bloemetjes graag. Houtduiven worden vaak verward met stadsduiven ('de duiven op de dam'), maar dat is een andere soort. De houtduif, met zijn opvallende witte vlek in de nek, was vroeger een bosduif. De houtduiven leefden in bossen in de buurt van agrarische activiteiten, waar ze makkelijk 'een graantje konden meepikken'. Dat we ze inmiddels toch vaak in de stad kunnen zien heeft een paar oorzaken. De landbouwmethoden zijn steeds efficiënter geworden, waardoor er weinig restjes over blijven op de velden na de oogst. Er wordt minder zomergraan verbouwd en meer wintergraan en mais. Ook spelen kraaien een rol in dit verhaal. Deze zwarte vogels eten graag houtduiveneieren. De grote witte eieren vallen erg op in het slordige nest van takken, dus voor een kraai zijn ze makkelijk te vinden.
Foto: Donald Hobern, Copenhagen
[CC BY 2.0 ]
Op het platteland werden kraaien bejaagd, dus konden de houtduiven daar redelijk rustig broeden. Maar dat is niet meer het geval. Om die reden zoeken houtduiven vaker de stad op. Daar zitten ze op plekjes waar veel mensen zijn. De kraaien vermijden die drukte, zodat de kans dat de duiveneieren uitkomen groter is. 

Door onderzoek in Maastricht kwamen nog wat interessante zaken aan het licht. Volgens de tellingen zijn de voorjaarsbroedsels van de houtduiven maar weinig succesvol; slechts 10% van de eieren levert levensvatbare jongen. Als de ouders op zoek waren naar voedsel, sloegen de predatoren toe. In het najaar is er aanzienlijk meer broedsucces. De duiven hebben de graanakkers ontdekt die voor de korenwolven (Limburgs beschermde wilde hamster) zijn aangelegd. Ze vliegen rechtstreeks naar deze gedekte tafel en proppen hun krop vol met graan. Daarna zijn ze snel weer terug op het nest, dat zo beter beschermd kan worden. Hopelijk laten ze nog een beetje graan liggen voor de hamsters :). 

E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje van deze week te bekijken. 


zaterdag 20 april 2019

Knobbelzwaan is even geen goede buurman

Vrouwtje knobbelzwaan herschikt de eieren in het nest
Ik had geen wekker gezet maar werd toch vroeg wakker op de zondagochtend. Het was nevelig, in de lucht hing de belofte van een mooie lentedag, dus nam ik mijn camera en wandelde de deur uit. Aan de rand van onze wijk is een uitgestrekte polder. Dit plekje had een knobbelzwanenechtpaar uitgekozen om te gaan broeden. Aan het grote nest werd nog gewerkt, maar de basis was al klaar. Het mannetje, herkenbaar aan de iets dikkere nek en de grotere zwarte knobbel bij de aanzet van de oranje snavel, was druk bezig om nestmateriaal te verzamelen. Het vrouwtje had al een paar eieren gelegd zag ik toen ze even opstond: twee, misschien drie grijsgroene eieren lagen op het nest. Een paar meter ernaast was een meerkoet driftig bezig om ook een nestje te bouwen; er werden takjes en waterplanten aangesleept. Op een gegeven moment zwom de mannetjeszwaan statig naar het nest van de meerkoet, het beestje zelf dreef even verderop in het water. Vakkundig en snel ontmantelde de zwaan het koetennest. De takken werden niet voor het eigen nest gebruikt, dus om het materiaal zelf was het de zwaan niet te doen. Blijkbaar vond hij het koetennest iets te dicht bij zijn vrijstaande villa liggen. De meerkoet keek van een afstandje toe, maar leek niet erg gealarmeerd. Op een gegeven moment vond de zwaan het welletjes. Hij zwom naar een sloot verderop en met lange aanloop steeg hij op. De meerkoet keerde terug om met zijn partner het nest te herstellen.
Zwanennest aan de rand van de polder
Intussen zat het knobbelzwaanvrouwtje op het nest en herschikte hier en daar wat nestmateriaal. Zij broedt de 3-8 eieren alleen uit, zonder hulp van het mannetje. Hij brengt haar zelfs geen voedsel, met als gevolg dat ze een paar kilo gewicht verliest in de 38 dagen dat ze continue op de eieren zit. Manlief blijft in de buurt om het nest te beschermen, maar verder reikt zijn taak niet. Na het broeden gaat de vrouwtjeszwaan ruien en kan ze tijdelijk niet vliegen. Als het verenkleed van het vrouwtje weer op orde is, gaat vader zwaan in de rui. Zo is er altijd iemand vliegvlug om de jongen te verdedigen. Grappig genoeg ruien de dieren tegelijk wanneer er geen nageslacht is geboren. Hoe de natuur dat regelt is niet bekend. De jongen zijn variabel van kleur, soms ook binnen één legsel. Witte donzige zwaantjes zijn van oorsprong Pools, de grijze jongen zijn Hollands. Zij vormen nog een maand of 8 à 10 een gezin na de geboorte, maar vader stuurt deze pubers weg tegen de tijd dat er weer gepaard gaat worden. Tussen hun tweede en derde jaar zoeken ze een partner, die ze niet in alle gevallen hun hele leven trouw blijven, hoewel dat wel vaak gedacht wordt. Uit Engels onderzoek blijkt dat tegen de tijd dat op hun vierde jaar het eerste legsel geproduceerd wordt, ongeveer een kwart van de zwanen al een andere partner heeft.
Bekijk de activiteiten van de zwanen en de meerkoeten in het filmpje van deze week (e-mailabonnees kunnen hier klikken om naar het filmpje te gaan).


En hoe liep het af met de meerkoeten? Een paar dagen later zag ik ze zitten naast en op een compleet nest, op de plek waar ze zondag hun bouwactiviteiten begonnen waren. De aanhouder wint!

Mooie opbrengst voor IVN

Mijn film 'Struinen in Park Zegersloot' heeft 765 Euro opgebracht voor IVN Alphen aan den Rijn.
De laatste kans om de film op bioscoopformaat te zien is op Koningsdag, 27 april om 14.00 uur en 15.30 uur. Klik hier voor meer informatie of het reserveren van kaartjes.

zaterdag 13 april 2019

Groeien of bloeien

Jonge esdoorns concurreren
met elkaar tussen het gras
Groeien of bloeien...voor die keuze staan bomen in het voorjaar. Beide opties kosten energie en die moet slim besteed worden. De algemene regel is dat jonge bomen kiezen voor groeien. Ze beginnen in een overvolle crèche van zaailingen die met elkaar moeten concurreren. Groter worden betekent meer licht en sterkere wortels om de concurrentie de baas te blijven. De eerste bladeren ontwikkelen zich en de eerste jaren groeit de boom recht omhoog, zonder zijtakken. Groei door celdeling vindt in die fase alleen in de eindknop (de bovenste knop) plaats. Die eindknop onderdrukt de groei van de zijknoppen. Later wordt de eindknop minder dominant en kunnen ook zijtakken tot ontwikkeling komen. Als de boom nog klein is, moet er niet alleen geïnvesteerd worden in groei, maar ook in bescherming. De onderste delen van bomen hebben daarom soms andere functies dan de bovenste. De hulst kennen we vanwege zijn stekelige bladeren. Maar die zitten alleen in het onderste deel van de boom; daar waar dieren kunnen knabbelen aan het groen. Hogerop hebben de bladeren een gave rand. Een veldesdoorn maakt aan jonge takken zogenaamde kurklijsten, die de bast beschermen.
Bij jonge boompjes remt de eindknop de groei van zijtakken

Bloei kost de boom tientallen procenten van zijn voorraad voedingsstoffen en suiker. Als hij nog moet vechten voor een plekje, dan komt de boom niet tot bloei: hij wil liever de hoogte in. Hoe snel een boom tot bloeien komt, verschilt per soort en hangt ook samen met de snelheid waarmee een boom groeit. Snelle groeiers zoals wilgen bloeien eerder dan de trage beuk die meestal pas na zijn vijftigste jaar bloemetjes vertoont. Binnen één soort kan er echter ook verschil optreden door omgevingsfactoren. Zwarte elzen in het natte veengebied in het westen van ons land bloeien in dat open gebied al vrij jong. In het oosten van het land groeien ze in beekdalen van bossen. Daar moeten ze eerst 20 meter de hoogte in om de concurrentie met de andere bomen aan te kunnen; dan wordt de bloei vele jaren uitgesteld. Als een kwijnende boom jong gaat bloeien, dan kan er sprake zijn van noodbloei: de boom verwacht het niet lang meer te maken en investeert in nakomelingen.
In de film van deze week zie je de prachtige details van ontluikende bladeren en bloemtrosjes van bomen, afgewisseld met tere bloemen. Het is gefilmd in de heemtuin in Leiderdorp.

E-mailabonnees kunnen hier klikken om naar de film van deze week te gaan.


zaterdag 6 april 2019

Vogelzang voor vroege vogels

De lucht was vol van vogelzang langs de Wijde Aa
De zomertijd is ingegaan, maar voor vogels maakt dat geen verschil. Zij laten zich leiden door zonsopkomst om hun steeds uitbundiger wordende gezang te laten horen. Voor mij maakte het wel uit, want maandagochtend hoefde ik pas om half 7 op te staan om de zonsopkomst bij de Wijde Aa te zien. Ik hoorde de winterkoning, tjiftjaf, rietgorzen en kneutjes. Roepende grutto's en scholeksters vlogen over. Even liet een blauwborst van zich horen en er klonk een aarzelende fitis. Boven alles uit klonk de zanglijster. Nu lijkt het allemaal heel gewoon dat ik dit hoor, maar een kleine 20 jaar geleden kon ik alleen de merel en de mus onderscheiden. In het begin werd ik vrij wanhopig van al die geluiden die ik niet thuis kon brengen. Ik heb met cursussen en excursies van de vogelwerkgroep heel wat geleerd. Wat voor mij goed werkte was om te focussen op één of twee vogels per keer: vooraf de geluiden beluisteren op internet en dan proberen dat geluid eruit te pikken in de natuur. Soms waren er ezelsbruggetjes: ervaren vogelaars leerden mij te letten op de fietspomp van de koolmees en het piepende wieltje van de heggenmus.
In het filmpje van vandaag zie je de zingende vogels ook in beeld. Ook daar klinkt de zanglijster het duidelijkst van allemaal. Ik citeer hier een stukje tekst van Jac. P. Thijsse, een man die zo beeldend over de natuur kan schrijven dat het lijkt of je er zelf bij bent. Je kunt voor jezelf een minicursus vogelgeluiden doen door te kijken of je zijn beschrijving van de zang herkent bij de zanglijster in de film.

Tekening: Jos Zwarts
[CC BY-SA 4.0 (https://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0)]
Dit schrijft Thijsse in 1904 in zijn boek 'Het Vogeljaar' over de zanglijster:
"Het lied van den zanglijster is een van de duidelijkste uit het geheele vogelrepertoire, door timbre en tempo altijd gemakkelijk te onderscheiden van alle andere. Het is krachtig en vol, flink en ferm gearticuleerd, zoodat bij het aanhooren ervan zich onwillekeurig allerlei woord-vergelijkingen bij u opdoen, allemaal woorden met een ie er in; de zanglijster zingt een ie-liedje. Bovendien stemmen de tonen en intervallen tamelijk wel overeen met wat wij menschen onder muziek verstaan, zoodat wij met eenige kans op succes probeeren kunnen, enkele strofen van zijn lied met onze gewone hulpmiddelen weer te geven."

"De Hollandsche zanglijsters roepen het liefst ‘Frederiek’ en ‘Pietje’. Ik durf gerust iemand, die nog geen zanglijsters kent, den volgenden raad geven: Ga op een morgen naar een bosch of park of tusschen de buitenplaatsen en loop rond, totdat ge een vogel luid en krachtig vier, vijfmaal ‘Pietje’ en ‘Frederiek’ hoort roepen, dan is dat stellig een zanglijster.

Hij zit nog al hoog in den boom, vlak bij den top of ten minste aan het uiterste puntje van een zijtak: een groote, grijze vogel, zoo groot als een spreeuw. Schuw is hij in het geheel niet; hij komt gerust vlak bij u neervliegen op het gazon of in de dorre bladeren tusschen de boomen.

Hoe voortreffelijk harmonieeren zijn kleuren met de neutrale tinten van den bodem! Als hij stil staat, is hij nauwelijks te onderscheiden; wie weet, hoeveel van deze vogels gij rakelings gepasseerd zijt, zonder ze te zien. Schedel en rug zijn geelbruin met een trekje in 't groene, bij de een wat meer dan bij den ander, vleugels en staart zijn iets donkerder, maar toch maakt de heele rugzij een egaal effen indruk. De onderkant - maar die krijgt ge bijna nooit te zien, als de vogel op den grond loopt - is zeer lichtgeel bij wit af en heel mooi donkerbruin gevlekt met nog al driehoekige, spitse vlekken, terwijl de onderkant van de vleugels en de zijden van het lichaam prachtig oranje zijn, wat alleen te zien is, als de vogel onder een gunstig licht dicht bij u opvliegt. De pooten zijn grijs, met heel weinig geel erin en de groote oogen bruin met dof gele oogleden.

Die groote oogen en de merkwaardige vlekteekening aan de wangen, om de mondhoeken en langs de keel geven onzen vogel een min of meer potsierlijke gelaatsuitdrukking; vooral als hij stil staat en met zijn kop half schuin u begluurt, kan hij er onweerstaanbaar komiek uitzien."

E-mailabonnees kunnen hier klikken om het filmpje van deze week te zien.


Er zijn weer lammetjes

Foto: Keven Law, Los Angeles, USA
 [CC BY-SA 2.0]
Er lopen weer duizenden lammetjes rond in Nederland. Volg deze link voor een overzicht van de lammetjesdagen in 2019.

Een kort filmpje van de lammetjes in Ter Aar, sommige staan nog een beetje wankel op hun pootjes. E-mailabonnees klik hier.